Nota van beantwoording
Tekst van het document
2021/8231 Nota van beantwoording Zienswijzen op conceptnota Waarderingskaarten, criteria en richtlijnen Sociale Woningbouw 1900-1945 Bijlage: stroomschema. a. Formele aspecten De volgende adressanten hebben naar aanleiding van de wijziging van de welstandsnota met betrekking tot de sociale woningbouwwijken 1900-1945 zienswijzen ingediend. Nr. 1.
2. 3.
Adressant Straatman Koster Advocaten, als vertegenwoordiger van zes corporaties Huurdersoverleg Zaanstreek Vereniging Zaans Erfgoed
Datum brief 12 januari 2021
11 januari 2021 27 oktober 2021
De kennisgeving over de ter inzagelegging van het concept voorstel Waarderingskaarten, criteria en richtlijn Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 is gepubliceerd conform de Awb. Gedurende 6 weken – van 3 december 2020 tot en met 13 januari 2021 – kon een ieder een schriftelijke zienswijze indienen bij het college van B&W. Op verzoek van de corporaties is een termijn van 4 weken tot en met 9 februari 2021 gegeven om eventuele aanvullingen op de zienswijze in te zenden De corporaties hebben daarvan gebruik gemaakt door een brief toe te sturen waarin geen aanvulling op de zienswijzen stond. De drie zienswijzen zijn alle tijdig ingediend. In deze Nota van beantwoording worden de reacties op de zienswijzen geplaatst naast een korte samenvatting van de zienswijze. Dit houdt niet in dat onderdelen die niet expliciet genoemd worden, niet bij de beoordeling zijn betrokken. De reacties zijn in het geheel beoordeeld. Naast de reactie volgt een kolom welke actie daarop wordt ondernomen. De zienswijzen zijn integraal opgenomen in de bijlagen. b. Inhoudelijke behandeling zienswijzen. Waar in de zienswijzen bezwaren en opmerkingen betrekking hebben op hetzelfde onderwerp zijn deze bij de beantwoording zo veel mogelijk gegroepeerd. De tweede adressant onderschrijft de zienswijze van de eerste volledig. Dat betekent dat de beantwoording hieronder geldt voor beide zienswijzen.
Voor zover de tweede zienswijze een aanvulling is, wordt daar afzonderlijk op ingegaan.
1
2021/8231 Adressant 1 en 2 De onderwerpen die in de zienswijze van adressant 1 op de aanpassing van de welstandsnota met betrekking tot de Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 (hierna aangeduid met: Wijziging) worden behandeld, zijn onder te brengen in de volgende 3 thema’s: A. Erfgoedwaarden beschermen via welstand - De vrees dat de wijziging van de welstandnota met betrekking tot de sociale woningbouwwijken 1900-1945 (hierna aangeduid met: Wijziging) zorgt voor een bouwstop, door onzekerheid over het vergunningenproces en de suggestie dat de welstandscommissie beslist over sloop of renovatie wanneer planvorming voor vernieuwing van een buurt start. - Het beschermen van erfgoedwaarden via welstand, waardoor de gemeente met de Wijziging de rechtszekerheid die door het bestemmingsplan wordt geboden ondermijnt B. De bruikbaarheid van de in de Wijziging geformuleerde criteria - De tegenstrijdigheid tussen de concreetheid van de criteria, maar toch ook weer de algemeenheid van de formulering; twijfel aan de geldigheid van de ordewaarderingen en een onmerkbaar verschil tussen de verschillende richtlijnen C. Onbehoorlijk bestuur om cultuurhistorie een alles bepalende factor in de afweging bij vernieuwing van wijk of buurt wordt.
- De aanpassing komt neer op onbehoorlijk bestuur: door de inzet op cultuurhistorie schuift de gemeente de afspraken die zijn gemaakt in de Samenwerkingsovereenkomst en het gebruik van het Afwegingskader terzijde. - De gemeenteraad is niet juist of onvoldoende ingelicht over het voortraject. Adressant 1 A. Erfgoedwaarden en welstand Vrees voor bouwstop (zienswijze nr. 4,5,6,7,8,10,11, 35) a. Vrees voor bouwstop
Inhoud zienswijzen
Reactie gemeente
Gevolgen vast te stellen aanpassing
De Wijziging schept onduidelijkheid omdat de reikwijdte van de maatregel breed is, maar ook weinig concreet. Zo is op grond van de richtlijnen bij Orde 1; restauratie van ruimtelijke structuur en architectuur niet duidelijk of funderingsherstel, het plaatsen van zonnepanelen, plaatsen van dakkapellen (die soms wel toegestaan vanuit bestemmingsplan) mogelijk is.
De Wijziging heeft betrekking op 1. Vaststelling Waarderingskaarten 2. Vaststelling van welstandscriteria gekoppeld aan de ordewaarderingen voor renovatie, uitbreiding en wijziging bestaande woningen in de Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 voor zover deze vergunningplichtig zijn.
Besluit heeft alleen betrekking op waarderingskaarten, omschrijving criteria en richtlijnen als aanpassing van huidige welstandnota. De toelichting maakt geen onderdeel van de stukken uit.
De ter inzage gelegde toelichting is bedoeld als achtergrondinformatie. Deze behoort niet tot de vast te stellen stukken.
2
2021/8231 Of is bij richtlijn ‘handhaven en herstellen van het beeld’ sloop/nieuwbouw niet toegestaan? Temeer omdat gesteld wordt dat gemeente bij Orde 1 panden inzet op behoud. Volgens adressant is kern van het probleem dat door wijziging niet duidelijk is welke bouwplannen wel of niet mogelijk zijn. Investeren in renovatie/nieuwbouw bij al deze onduidelijkheid is maatschappelijk onverantwoord. Dan kan uitbreiding van het aantal sociale huurwoningen niet gerealiseerd worden.
Gesprekken over eventueel behoud of vervangende nieuwbouw in deze buurten worden gevoerd tussen gemeente en corporaties(s). Dat gebeurt vanuit de wetenschap dat de cultuurhistorische waarden van de bebouwing de corporaties ter harte gaan De waarderingskaarten geven gemeenten en corporaties inzicht in welke woningen behoudenswaardig zijn (orde 1 en Orde 2 panden). De welstandscommissie speelt in deze gesprekken geen rol en moet zich houden aan het door de gemeente vastgestelde welstandskader.
Via welstand kan sloop niet worden tegengehouden
Omdat de woningen geen monumentenstatus hebben, kan de gemeente eventuele sloop niet tegengaan. De Wijziging heeft alleen betrekking op renovatie, wijziging en uitbreiding van bestaande Sociale Woningbouwpanden uit de periode 19001945. Voor nieuwbouw gelden de criteria uit de huidige welstandnota. Bij het begin van het planproces hebben corporaties inzicht waar sloop of renovatie gaat plaatsvinden, aangezien zij daar zelf met de gemeente overeenstemming over hebben bereikt. De Wijziging omvat geen voorstel voor de opname van een aanlegvergunningstelsel voor sloop in het bestemmingsplan.
a. rol welstand
Adressant geeft aan dat welstandscommissie en welstandsnota geen zeggenschap hebben over keuze sloop of renovatie omdat voor sloop geen vergunning nodig is. Onduidelijk is of welstandscommissie dan toetst op richtlijnen van ordewaarderingen.
De welstandsnota en de welstandscommissie hebben inderdaad geen zeggenschap over keuze sloop of nieuwbouw. Voor sloop is geen vergunning nodig. Omdat de woningen geen beschermde status hebben is sloop ten alle tijden mogelijk. De welstandscommissie komt pas in beeld wanneer een bouwplan voor renovatie of een
Voor het raadsbesluit zijn de hoofdstukken uit de Welstandsnota waarin wijzigingen nodig zijn ten opzicht van Sociale Woningbouwijken integraal opgenomen, inclusief de passage over de werking van welstand
3
2021/8231
b. Overleg met ambtenaren gemeente
Conclusie
Wat gebeurt bij negatief advies welstandscommissie als gemeente heeft ingestemd met een bouwplan die ook plaatsing zonnepanelen en isolerende maatregelen omvat?
bouwplan voor nieuwbouw aan de commissie wordt voorgelegd. - De richtlijnen die gekoppeld zijn aan de ordewaarderingen zijn alleen relevant bij renovatie. - Bij nieuwbouw zijn de criteria uit de huidige welstandsnota van toepassing. Daarbij moet de welstandscommissie zich houden aan de kaders die het bestemmingsplan en de welstandsnota stellen. Buitenisolatie voor zover die leidt tot gevelwijziging is vaak wel vergunningsplichtig en dus welstandsplichtig, zoals dat nu ook het geval is. Over de strekking van de Wijziging, de waarderingssystematiek, de toepassing van richtlijnen die gekoppeld zijn aan de ordewaarderingen wordt verderop nader ingegaan.
met betrekking tot vergunningvrij bouwen.
Bij het gesprek over welke bouwwerkzaamheden wel/niet langer mogelijk zijn in welke gebieden, gaf gemeente aan dat hiervoor geen concrete aanknopingspunten zijn. Dat kan pas aan hand van een concreet bouwplan worden beoordeeld. Dit is in strijd met de wet.
De ambtenaren herkennen zich niet in de weergave van het gesprek zoals gepresenteerd door de corporaties. In die gesprekken werd aangegeven dat de waarderingskaarten aan het begin van het overleg tussen corporatie en gemeente gebruikt worden als signalering. Bij een hoge ordewaardering heeft de gemeente een sterke voorkeur voor (zet de gemeente in op) behoud. Wanneer een corporatie sloop wenst van de door de met een orde gewaardeerde panden kan de gemeente dat op basis van de waarderingskaarten en aangepaste welstandsnota niet tegenhouden.
In het raadsbesluit is de functie van de waarderingskaarten in het overleg tussen gemeente en corporaties nader toegelicht.
De Wijziging van welstandnota heeft geen invloed op reeds lang gebruikelijke planproces. De waarderingskaarten maken alleen duidelijk welke
4
2021/8231 bebouwing voor de gemeente van hoge cultuurhistorische waarde is. Het is juridisch niet mogelijk erfgoedwaarden te borgen via welstand (zienswijze nr: 16, 17, 18, 19, 25, 26, 27) a.
Adressant voert aan dat bescherming van erfgoedwaarden verankerd is in Wet Ruimtelijke Ordening (Wro) en Erfgoedwet middels bestemmingsplan en aanwijzing monumenten en beschermde stads of dorpsgezichten. In dit uitgebalanceerd systeem wordt rekening gehouden met belangen van gebouweigenaren. Zij kunnen op grond van rechtsbeschermingsmogelijkheden besluiten hieromtrent laten toetsen door bestuursrechter. Dit in tegenstelling tot het juridisch kader van ‘welstandsnota’ die alleen beleidsregels omvat met de vraag of bouwwerk in strijd is met redelijke eisen van welstand. Deze toetsing kan niet aan de rechter worden voorgelegd. Cultuurhistorische waarden moeten via daarvoor bestemde juridische instrumenten worden beschermd. Wetgever heeft hiervoor uitgebalanceerd systeem ontwikkeld waaruit duidelijk wordt welke bouwwerkzaamheden wel/niet mogelijk zijn. De Wijziging ontbeert daarmee een juridische grondslag. Gemeente geeft zelf toe
De gemeente staat verschillende instrumenten ter beschikking waarmee erfgoedwaarden beschermd kunnen worden. Op basis van erfgoedwet en gemeentelijke erfgoedverordening zijn dat gemeentelijke- en rijksmonumenten en de rijks- en gemeentelijke stads- en dorpsgezichten. De bedoeling van welstand, dat een juridische onderbouwing heeft in de woningwet, is om bij wijzigingen aan bestaande bebouwing of door nieuwbouwplannen de ruimtelijke kwaliteit van het straatbeeld en de karakteristieken van bebouwing te behouden. Bij welstand gaat het om de vraag of een nieuwe toevoeging of een aanpassing aan bestaande bebouwing ‘wel staat’ in een historisch gegroeide omgeving. Bij welstand is het daarom legitiem om bij de beoordeling de karakteristieken van bebouwing uit een bepaalde periode als uitgangspunt te nemen. De strekking van wat welstand beoogt is indertijd kernachtig geformuleerd in de model bouwverordening (1992): ‘Bij de beoordeling, of een bouwwerk voldoet aan redelijke eisen van welstand als bedoeld in art. 12, eerste lid, van de Woningwet, wordt acht geslagen op de volgende aspecten: a. de aanvaardbaarheid van het bouwwerk in relatie tot de karakteristiek van de reeds aanwezige alsmede de voorzienbaar tot stand te brengen bebouwing, de openbare ruimte, het landschap dan wel de stedenbouwkundige context’.
De waarderingskaarten, criteria en richtlijnen Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 worden bij raadsbesluit als Wijziging van de Welstandnota Zaanstad 2013 vastgesteld. Zo wordt de relatie tussen deze wijziging en het bestemmingsplan duidelijk. Een verbod op sloop is op basis van aanpassing welstandsnota niet aan de orde.
De Welstandsnota van Zaanstad is op basis van die strekking zo opgezet dat behoud van de
5
2021/8231 dat zij cultuurhistorische waarden met deze Wijziging wil beschermen omdat zij wil voorkomen ‘dat belangrijke historische laag uit stadsbeeld verdwijnt’. Adressant geeft aan dat welstandsnota daarvoor niet bedoeld is en de Wijziging in strijd is met artikel 12a Woningwet. De Wijziging is ook in strijd met verbod van art. 3.3 van Awb op grond waarvan bevoegdheid niet voor een ander doel mag worden gebuikt dan waarvoor die bevoegdheid is verleend (detournement de pouvoir).
typisch Zaanse identiteit uitgangspunt is. Om die reden is de welstandbeoordeling gekoppeld aan een beschrijving van in cultuurhistorisch opzicht duidelijk te onderscheiden gebieden en aan veelvoorkomende objecten als Zaanse huizen, boerderijen, molens en historische bedrijfsgebouwen. Terecht stelt adressant dat de gemeente daarbij uitgaat van ‘redelijke eisen van welstand’. Echter in de nota staat ook dat ‘wat die redelijke eisen zijn, afhankelijk is van de omgeving’. En verderop:’ naarmate een plan meer invloed heeft op de identiteit van de stad [er meer] aspecten worden betrokken bij de beoordeling en zal er zo nodig zorgvuldiger worden gewogen’. Het rapport Cultuurhistorische inventarisatie en waardering Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 laat zien dat de sociale woningbouwwijken een integraal onderdeel van de Zaanse geschiedenis zijn. Zij zijn medebepalend voor de Zaanse identiteit. In die zin worden erfgoedwaarden door de welstandsbeoordeling indirect meegenomen. Omdat de toetsing niet aan de rechter kan worden voorgelegd, moet de gemeente transparant zijn over de criteria die zij bij de welstandsbeoordeling hanteert.
De Wijziging die ter inzage heeft gelegen preciseert nauwkeuriger welke criteria gelden bij renovatie, wijziging en uitbreiding van met een orde 1, 2 or 3 gewaardeerde bebouwing in Sociale Woningbouwwijken 1900-1945, zodat daar bij een bouwaanvraag rekening mee kan worden gehouden. De Wijziging blijft daarmee binnen de systematiek van de welstandsnota, zoals bedoeld in art 12a van de Woningwet. Omdat welstand in Zaanstad gericht is op het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van een historische gegroeide bebouwing en daarmee erfgoedwaarden impliciet in de beoordeling meeneemt, is bij de Wijziging geen sprake van een ‘detournement de pouvoir.’
6
2021/8231 Temeer omdat de beleidsmaatregel niet een verbod op sloop omvat en de kaders die het bestemmingsplan stelt volgt. b. Welstandsnota mag geen beperking van bouw- en gebruiksmogelijkheden opleggen.
Bij het indienen van bouwaanvragen gaat het bestemmingsplan voor. Adressant verwijst hierbij naar precedent, (zie p. 7 van Zienswijze)
Zoals adressant aangeeft gaat bij het indienen van bouwaanvragen het bestemmingsplan altijd voor. Wat van overheidswege en op basis van het bestemmingsplan is aangegeven als vergunningvrij wordt door de Wijziging niet tegengesproken en kan ook niet veranderd worden.
Relatie welstandbestemmingsplan wijzigt niet.
In de relatie tussen welstand en bestemmingsplan verandert met de Wijziging niets. In de ter inzage gelegde toelichting die overigens niet behoort tot het vast te stellen beleid, wordt de context – de huidige welstandnota – nader toegelicht. In deze Welstandsnota is op pagina 8 een stroomschema opgenomen waarop is aangegeven dat binnen bepaalde grenzen objecten vergunningsvrij zijn. Het gaat dan om veel voorkomende kleine plannen als dakkapellen, installaties, bijbehorende bouwwerken, kozijn en gevelwijzigingen, enz. De Wijziging is alleen een precisering van en een aanvulling op de bestaande welstandsnota. De Welstand legt daarom ook geen beperking van bouw- en gebruiksmogelijkheden op als het bestemmingsplan dat ook niet doet, ook niet als het om de Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 gaat. Conclusie
Zoals aangegeven blijft de Wijziging binnen de systematiek van de welstandsnota. Voor de gewijzigde welstandsnota blijft het bestemmingsplan het bepalende kader. De aangepaste criteria voor de Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 blijven binnen de systematiek van de welstandnota.
7
2021/8231 B. De bruikbaarheid van de criteria De tegenstrijdigheid tussen de concreetheid van de criteria, maar toch ook weer de algemeenheid van de formulering (zienswijze nr: 20, 21, 22, 23, 28,29,30,31, 32)
-
-
Welstandsnota moet burger rechtszekerheid bieden en welstandsadvies mag alleen gebaseerd zijn op door gemeenteraad vastgestelde criteria. Deze moeten toegesneden zijn op de onderscheiden categorieën bouwwerken. Burgers moet vooraf duidelijk worden gemaakt wat ‘redelijke eisen van welstand zijn’ en toetsingskader moet zo concreet mogelijk zijn. Deze criteria moeten vooraf zo concreet mogelijk worden geformuleerd. Volgens adressant is van concreetheid van criteria in de Wijziging geen sprake. Ze zijn volgens haar niet toegesneden op soorten gebouwen en het is op voorhand niet duidelijk welke bouwplannen wel/niet in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, zowel voor wat renovatie als wat nieuwbouw betreft. Adressant vraagt zich af wat de richtlijnen voor renovatie van orde 1 bebouwing voor het plaatsen van een dakkapel op een woning betekent.
De in de Wijziging geformuleerde richtlijnen zijn opgenomen in Hoofdstuk 4 Welstand objecten, onder 5 Sociale Woningbouwwijken 1900-1945. In de Wijziging wordt een duidelijk onderscheid gemaakt tussen ‘Richtlijnen bij renovatie en wijzigingen aan de met een orde gewaardeerde Sociale Woningbouw 1900-1945’ en ‘Richtlijnen bij nieuwbouw in buurten en wijken met Sociale Woningbouw 1900-1945’. Voor nieuwbouw worden de criteria uit de huidige nota gebruikt, zij het binnen een strenger welstandsniveau, niet ‘gewogen – gewoon’, maar ‘gewogen-bijzonder’. In de welstandsnota wordt het verschil als volgt omschreven: ‘In de gewone welstandsgebieden is het regime wat
strenger dan in eenvoudige gebieden. Bouwplannen in gewogen gebieden doen in principe geen afbreuk aan de basiskwaliteit van de openbare ruimte. Aan achterkanten kunnen bouwplannen vanwege hun beperkte invloed op de openbare ruimte veelal soepeler beoordeeld worden. In de bijzondere welstandsgebieden zoals het centrum, de linten, Dorpskernen (en met een orde 1 of orde 2 gewaardeerde Sociale Woningbouwwijken 1900-1945), is extra inspanning ten behoeve van het behoud en de eventuele versterking van de ruimtelijke kwaliteit gewenst.’
In de vast te stellen gewijzigde welstandsnota zijn niet alleen gevolgen van ordewaarderingen voor gebiedsgerichte criteria uitgewerkt, maar ook voor veel voorkomende kleine bouwplannen. Om de criteria voor ordepanden duidelijk vindbaar te maken is een aparte categorie Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 opgenomen in Hoofdstuk 4 Welstand objecten
Op de formulering van de criteria heeft dit verschil in welstandsniveau weinig invloed. De criteria die gelieerd zijn aan de ordewaarderingen hebben alleen betrekking op bouwplannen waarbij het om behoud van het casco gaat (renovatie en op onderdelen wijzigingen) of uitbreidingen daarvan. Niet om sloop/nieuwbouw. Iedereen die van plan is om tot renovatie van zijn eigendom dan wel tot sloop en vervangende nieuwbouw over te gaan, is
8
2021/8231 -
-
-
Hoe werken richtlijnen uit voor wanneer woningen deel uitmaken van een ensemble en er sprake is van versplinterd eigendom? Ook richtlijnen voor isolatie waarbij voorkeur voor isolatie aan de binnenzijde wordt uitgesproken, zijn niet duidelijk en niet duidelijk is hoe richtlijnen werken bij nietvergunningplichtige isolatiewerkzaamheden. Adressant geeft aan de richtlijnen van de Wijziging aan deskundigen intern en extern te hebben voorgelegd, en dat het breed gedragen oordeel is dat de Wijziging weinig concreet is. Ze vraagt zich af dat dit ook voor de leden van de welstandscommissie geldt.
via de welstandnota op de hoogte van de gehanteerde criteria. Het gemis aan ‘concreetheid’ kan verklaard worden uit het generieke karakter van de op de ordewaarderingen toegesneden criteria. Mogelijk is dan niet direct duidelijk welk betekenis de aan de orde waardering gelieerde criteria hebben voor kleine bouwplannen als dakkapellen, kleine uitbreidingen, kozijnen. Enz. In de welstandsnota staat hierover: ‘Bovengenoemde bouwwerken zijn deels vergunningvrij binnen bepaalde randvoorwaarden. Dat betekent dat een deel van deze plannen niet vooraf wordt getoetst aan redelijke eisen van welstand. Indien een bouwwerk niet vergunningvrij is, is een welstandstoets nodig. Dit geldt niet voor bouwplannen in welstandsvrije gebieden (met uitzondering van monumenten). Het bestemmingsplan en het vrijstellingenbeleid treden in eerste instantie regelend op voor wat betreft plaatsing en maximale afmetingen. Als het bestemmingsplan en vrijstellingenbeleid geen bezwaar opleveren, wordt het bouwplan getoetst aan de objectcriteria. Voldoet het bouwplan niet aan deze criteria of is er sprake van een bijzondere situatie waarbij twijfel bestaat aan de toepasbaarheid van de criteria, dan wordt bij de beoordeling van het bouwplan tevens gebruik maakt van de gebiedscriteria en algemene criteria.’ Om die reden is een uitwerking van de Wijziging gemaakt die dat onderscheid aanhoudt: -
De relatieve, gebiedsgerichte criteria in Hoofdstuk 4 Welstand objecten – Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 voor de
9
2021/8231
-
grote bouwplannen die door de welstandscommissie bij haar beoordeling worden gehanteerd. Absolute criteria ofwel toelatingscriteria voor kleine bouwplannen voor wat betreft de met een orde gewaardeerde panden in de Sociale Woningbouwwijken. Eveneens opgenomen in Hoofdstuk 4 - 5 Welstand object Sociale Woningbouwwijken 19001945
Op die manier ontstaat meer zekerheid over de strekking van de aangepaste criteria voor de veel voorkomende bouwplannen. De in de Wijziging geformuleerde criteria hebben betrekking op de Sociale Woningbouwwijken 19001945. In die zin is duidelijk om welke categorie gebouwen het gaat. -
Dat betekent voor de voorbeelden die adressanten noemt: Wanneer bij een renovatie van een orde 1 pand een dakkapel aan de voorkant wordt toegevoegd is deze binnen bepaalde randvoorwaarden die de huidige welstandsnota stelt, welstandsvrij (Welstandnota p. 27). Plaatsing aan de achterkant is doorgaans vergunningvrij. Daar veranderen de vast te stellen criteria in de Wijziging niets aan. Voor kozijn- en gevelwijzigingen gelden de criteria zoals geformuleerd bij gevel en kozijnwijzigingen in Hoofdstuk 4 – 5 Welstandobject Sociale Woningbouwwijken 1900-1945. Alleen zal de welstandsbeoordeling wat vormgeving en materialisering betreft strenger zijn bij een orde 1 dan bij een orde 3.
10
2021/8231
-
In het geval van versplinterd bezit zoals bijvoorbeeld in de Burgemeestersbuurt het geval is, zal de renovatie en ‘upgrading’ van het straatbeeld gefaseerd gebeuren. Na enkele jaren zijn de bewoningbouwblokken als geheel opgeknapt, omdat het gebruik van materiaal en aandacht voor detail na renovatie van opeenvolgende panden geüniformeerd werd.
-
Op het moment dat buitenisolatie een wijziging van de gevel en het dak tot gevolg hebben door toename in dikte of door toepassing van steenstrips is, is welstandsbeoordeling verplicht, hetgeen aansluit bij het huidige vergunningenstelsel. De voorkeur voor binnen-isolatie wordt uitgesproken, omdat met toepassing van steenstrips aansluiting bij de bestaande architectuur uit de periode 1900-1945 heel lastig is vanwege de aanwezigheid van siermetselwerk. Het is niet verboden.
-
De formulering van de criteria van de Wijziging zijn evenals de waarderingssystematiek sterk ontleend aan de welstandsnota van Amsterdam (De Schoonheid van Amsterdam). De Commissie voor Ruimtelijke kwaliteit hanteert deze criteria sinds de vaststelling van de welstandnota van 2003. De formulering van de welstandscriteria in de Wijziging kwam in nauw overleg met de Adviescommissie Welstand en Monumenten Zaanstad tot stand zodat de criteria helder en hanteerbaar zijn.
11
2021/8231
Passages over relatie met openbare ruimte (nr. 9)
Adressant stelt vraagtekens bij passages over de openbare ruimte, omdat dit terrein eigendom is van de gemeente. Is dan bedoeld dat corporaties verantwoordelijkheid krijgen voor openbare ruimte.
De inrichting en het beheer van de openbare ruimte is de taak van de gemeente. Bovendien is voor de meeste ingrepen ‘aan de vloer’ van de openbare ruimte geen omgevingsvergunning en daarom ook geen welstandsadvies verplicht. Maar de gebouwen langs een straat hebben grote invloed op de belevingswaarde van de openbare ruimte. Zeker als het gaat om de architectuur van de Sociale Woningbouwwijken waarin stedelijke ruimte wordt vormgegeven door verspringende rooilijnen en ver overstekende dakranden. Welstand beoordeelt niet de openbare ruimte zelf, maar wel de gebouwen die de openbare ruimte begrenzen en de relatie van die gebouwen tot de omgeving. De kwaliteit van de openbare ruimte is onlosmakelijk verbonden aan de kwaliteit van de gevels rond die openbare ruimte.
De referentie aan openbare ruimte in de waarderingscriteria blijft in de omschrijving van de richtlijnen gehandhaafd.
Onmerkbaar verschil tussen de verschillende richtlijnen (nr. 8)
Adressant noemt het verschil tussen de richtlijnen voor orde 1 en orde 2 bebouwing minimaal. Wat betekent dit verschil in de praktijk?
Adressant heeft gelijk dat de richtlijnen voor orde 1 en orde 2 bebouwing minimaal zijn. Binnen de systematiek van de orde waarderingen staat orde 1 gelijk aan de status van monument. De richtlijnen voor orde 1 zijn daarom vooral op restauratie gericht, dat wil zeggen gericht op herstel en behoud van oorspronkelijk materialen Vervolgonderzoek op basis van de verordening Fysiek Leefomgeving moet uitwijzen welke orde 1 bebouwing voor aanwijzing in aanmerking komt. Voor aanwijzing moet een aparte procedure worden gevolgd.
De gemeente is voornemens om een procedure tot aanwijzen te starten. Een gesprek met de eigenaar is een zorgvuldige tussenstap om daarna tot besluitvorming te komen.
Verschil in regime tussen nieuwbouw en renovatie (nr. 33, 34, 37)
Adressant meent dat de Wijziging suggereert dat voor nieuwbouw een lichter welstandsregime geldt, omdat bij beoordeling van bouwplannen ‘in samenhang met de beschrijving en uitgangspunten’
-
Bij elk welstandsgebied binnen Hoofdstuk 5 en welstand object binnen Hoofdstuk 4 wordt de formulering van criteria voorafgegaan door een beschrijving van het gebied en uitgangspunten. Zo ook bij
In aanpassing welstandsnota wordt in Hoofdstuk 4 Welstand objecten – Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 van de
12
2021/8231 wordt getoetst aan de beschreven criteria. De volgende vragen stelt adressant: - Wat zijn de ‘beschrijvingen en uitgangspunten’ - Welke relatie bestaat er tussen de gesloopte oudbouw en de daarvoor in de plaats komende nieuwbouw? - Moet bij de sloop van een geheel ensemble bij nieuwbouw de oorspronkelijke bouwstijl worden teruggebouwd? - Is het toegestaan om te verdichten of te verdunnen? - Wat betekent de richtlijn dat de ‘kenmerken moeten kunne worden ontleend aan de buurten en wijken zoals omschreven in het rapport Sociale Woningbouwwijken 19001945?’ - Wanneer valt bouwplan onder categorie ‘renovatie/wijziging’ of onder ‘nieuwbouw’ Valt onder nieuwbouw uitsluitende bouwplannen waarbij oorspronkelijke bebouwing volledig is gesloopt. - Adressant noemt het regime voor nieuwbouw lichter dan het regime voor renovatie/wijziging. Zij
-
-
Welstandsgebied 4 Vroege uitbreidingen, p. 88. Wanneer de bestaande bebouwing gesloopt wordt en daarvoor nieuwbouw in de plaats komt, gelden de criteria uit de huidige welstandsnota. De Wijziging omvat geen eis dat deze moet voldoen aan de oorspronkelijke bouwstijl. Wel wordt bekeken in hoeverre met de nieuwbouw: ‘Het dorpse karakter van het gebied [wordt] behouden’ en ‘: De bouwmassa evenwichtig en in harmonie te brengen met het gebiedskarakter en afgestemd op de oorspronkelijke bebouwingskenmerken van een wijk of buurt (hoofdvorm en nokrichting).’ (Welstandsnota Zaanstad, p. 89) De vraag of er verdicht of verdund kan worden is afhankelijk van de wens van de opdrachtgever en de ruimte die het bestemmingsplan toelaat. De vast te stellen criteria hebben, net als overigens alle criteria in de welstandnota, hierin geen rol. Ook heeft de welstandscommissie in deze geen bevoegdheid, aangezien zij moet adviseren binnen de kaders die het bestemmingsplan en de welstandsnota stellen. Zijn de plannen voor verdichting of verdunning zodanig dat de bestaande structuur doorbroken wordt dan bestaan, zoals in de welstandsnota (p. 18) aangegeven wordt, daarvoor geen welstandscriteria: ‘Dergelijke welstandscriteria kunnen veelal niet van tevoren worden opgesteld, maar maken onderdeel uit van een planningsproces. Voor ontwikkelingslocaties werkt de gemeente veelal met
welstandsnota duidelijk onderscheid gemaakt tussen criteria die gelden voor renovatie en criteria die gelden voor ‘vervangende nieuwbouw’. De zin ‘kenmerken moeten kunnen worden ontleend aan de buurten en wijken zoals omschreven in het rapport Sociale Woningbouwwijken 1900-1945?’ is uit de vast te stellen wijziging van de welstandsnota verwijderd.
13
2021/8231 meent dat de Wijziging op die manier uitnodigt tot sloop.
beeldkwaliteitsplannen, waarin welstandscriteria zijn opgenomen.’(p.18) -
Terecht stelt adressant dat de zin ‘kenmerken moeten kunnen worden ontleend aan de buurten en wijken zoals omschreven in het rapport Sociale Woningbouwwijken 1900-1945?’ wat uit de lucht komt vallen. Zij heeft alleen betrekking op de Sociale Woningbouw 1900-1945 binnen het welstandsgebied Vroege uitbreidingen. Omdat voorafgaand aan vernieuwing van een buurt of wijk de opstelling van een Cultuurhistorische verkenning gewenst is, zullen de kenmerken van een buurt hierin voldoende aandacht krijgen en voor de welstandscommissie voldoende context voor beoordeling beiden. Deze zin is daarom uit de Wijziging verwijderd.
-
Bouwaanvragen die door de welstandscommissie doorgaans worden beoordeeld kunnen op hoofdlijnen worden verdeeld in ‘vernieuwing, aanpassingen aan en uitbreidingen (wijziging) van bestaande bebouwing’ en ‘nieuwbouw’. Om misverstand in het geval van de Sociale Woningbouw 1900-1945 en toepassing van de criteria in de Wijziging te voorkomen zal in het vervolg de term ‘vervangende nieuwbouw’ worden gebruikt.
-
De vraag of het regime voor nieuwbouw lichter is dan voor wijzigingen/renovatie van bestaande bebouwing is afhankelijk van de ambities die adressant met nieuwbouw nastreeft. Omdat de
14
2021/8231 welstandscommissie op basis van een strenger regime (‘gewogen - bijzonder’) naar bouwaanvragen voor nieuwbouw kijkt, wordt voor nieuwbouw een vergelijkbare architectonische kwaliteit nagestreefd als te zien is in de hoog gewaardeerde, oorspronkelijke architectuur. Twijfel aan de geldigheid van de ordewaarderingen (nr 41)
Adressant deelt mee dat de corporaties zich niet kunnen vinden in groot aantal buurten en panden dat gewaardeerd is met orde 1, 2 of 3. Zij verwijst naar de visie van de corporaties op de cultuurhistorische waarden en hoe daaraan recht wordt gedaan bij integrale afweging van andere belangen en opgaven van corporaties. Uit de Wijziging blijkt niet dat rekening is gehouden met de visie. Bij de waardering lijkt alleen naar uiterlijke kenmerken en niet naar technische staat van de woningen te zijn gekeken.
De ordewaarderingen zijn gebaseerd op een uitvoerige inventarisatie en waardering van de Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 waarbij de criteria stedenbouwkundige waarden, architectuurhistorische waarden, cultuurhistorische waarden en mate van zeldzaamheid en gaafheid leidend zijn geweest. De corporaties zelf doen het voorstel om het integrale behoud van buurten tot twee te beperken, te weten Het Blok in Krommenie en de Rode Buurt. In overleg met Parteon is de laatste grotendeels behouden. Het Blok wordt op dit moment vervangen door nieuwbouw. Echter, om de historische gelaagdheid van het stadsbeeld ook voor wat de periode 1900-1945 zichtbaar te houden, is deze stadsbrede inventarisatie gemaakt. Het verhaal is, zoals de adressant aangeeft, net zo belangrijk als het fysieke behoud van de architectuur. Alleen moet worden voorkomen dat Zaanstad in de toekomst alleen buurten overhoudt die alleen nog in geest verwijzen naar de vroegere woningbouwwijken, terwijl de architectuur en de ruimtelijke kwaliteit waarnaar de nieuwbouw verwijst zelf niet meer aanwezig is.
Aan de ordewaarderingen is niets gewijzigd. Bij de afweging tussen sloop en nieuwbouw bij vernieuwingsplannen blijft voor at de gemeente betreft het Afwegingskader van kracht.
In de toelichting op de criteria wordt niet ingegaan op de erfgoedvisie van de corporaties. De reden
15
2021/8231 hiervoor is omdat het hierbij om een generieke waarderingssystematiek gaat die niet alleen geldt voor het bezit van corporaties, maar voor alle eigenaren van woningen binnen de Sociale Woningbouwwijken uit de periode 1900-1945. Ook zijn de waarderingskaarten een uitgangspunt voor gesprek. Ze leggen niet vast wat behouden moet worden De gemeente is het met de corporaties eens dat bij de vernieuwing van de buurt een integrale afweging moet worden gemaakt tussen cultuurhistorie, betaalbaarheid, bouwkundige staat van de woningen, sociale woningen voorraad, verduurzaming, enz. en dat de vernieuwing van elke wijk of buurt vraagt om maatwerk (zie beantwoording volgende thema). De bedoeling van de waarderingskaarten is alleen om te verduidelijken in welke mate cultuurhistorie in deze afweging een factor van betekenis is. Om die reden is ook alleen naar de uiterlijke kenmerken van de vormgeving gekeken en niet naar de bouwkundige staat van de woningen, omdat het om een cultuurhistorische waardering gaat. De bouwkundige staat is altijd een factor in de afweging bij de keuze tussen renovatie en/of nieuwbouw, zoals het college ook bij aanwijzing van een monument een afweging maakt tussen de cultuurhistorische waarden van een object en de belangen van de eigenaar zoals die tot uitdrukking kom in gebruiksmogelijkheden en bouwkundige staat daarvan. Conclusie
-
In uitwerking van Wijziging wordt onderscheid gemaakt tussen welk effect de ordewaardering hebben op Kleine bouwplannen en generieke criteria voor object – Sociale Woningbouwwijken 19001945.
-
16
2021/8231 -
-
C. Strijd met privaatrechtelijke afspraken: Onbehoorlijk bestuur (36, 38, 39, 43, 44, 46, 47, 48, 49, 50) Het beleid dat met de vaststelling van de Wijziging geformuleerde criteria wordt ingevoerd gaat in tegen de afspraken tussen gemeente en corporaties zoals vastgelegd in de Samenwerkingsovereenkomst (Sok) en het Afwegingskader.
-
Adressant meent dat het in de toelichting bij de Wijziging opgenomen stroomschema zich niet goed verhoudt met het voorstel tot Wijziging van de welstandsnota. Volgens adressant wordt in de toelichting voorgesteld dat voor nieuwbouw per project een specifiek welstandskader (beeldkwaliteitsplan)wordt vastgesteld. Dat is volgens adressant in tegenspraak met het generieke karakter van de Wijziging. Het gevaar ontstaat dat de welstandscommissie dit beeldkwaliteitsplan terzijde schuift en alsnog adviseert
Nader onderzoek zal worden gestart naar de monumentwaardigheid van de met een orde 1 gewaardeerde bebouwing. In de toelichting wordt nog duidelijker dan nu het geval is onderscheid gemaakt tussen criteria voor renovatie en voor nieuwbouw. De zin ‘kenmerken moeten kunnen worden ontleend van de buurten enz.’ wordt uit de formulering van de criteria voor nieuwbouw geschrapt.
Tot de vaststelling van Wijziging behoort niet de vaststelling van het stroomschema. Het stroomschema geeft slechts een indicatie van een mogelijk procesverloop met de rol van cultuurhistorie daarin.
Het stroomschema en toelichting worden niet vastgesteld.
Met het stroomschema wil de gemeente de vrees van de corporaties wegnemen dat de welstandscommissie een rol hebben in de keuze tussen sloop/nieuwbouw. Ook het eventuele gebruik van het beeldkwaliteitsplan was ingegeven door die intentie, omdat bij de voorbesprekingen dit door een vertegenwoordiger van de corporatie is gesuggereerd. Omdat een beeldkwaliteitsplan vastgesteld wordt door de raad, vervangt deze het vigerende welstandkader en is de welstandscommissie gehouden aan advisering binnen dit nieuw vastgestelde kader. In die zin is er geen tegenstrijdigheid met het generieke karakter van de vast te stellen criteria. In de toelichting bij de Wijziging staat nadrukkelijk dat het ‘niet de
17
2021/8231
-
op basis van de criteria zoals geformuleerd in de Wijziging.
bedoeling [is] om een in beton gegoten procedure op te tuigen, maar om te komen tot procesafspraken waarbinnen in gezamenlijkheid een aanpak en oplossing wordt gekozen.’ Aangezien het stroomschema misverstanden oproept, omdat het de indruk van eenzijdigheid wekt, is deze in de besluitnota achterwege gelaten.
Het processchema is in strijd met de afspraken die gemeente met de corporaties en huurderorganisaties heeft gemaakt in de Sok het Afwegingskader omdat het suggereert dat de verschillende gemeentelijke sectoren randvoorwaarden leveren waaronder een corporatie tot renovatie/nieuwbouw zou kunnen overgaan. Echter, adressant wijst erop dat het hierbij om eigendom van de corporatie gaat. Het processchema suggereert dat de gemeente eenzijdig randvoorwaarden bepaalt. Bovendien is van de positie van de huurders geen rekenschap gegeven in dit proces. Het feit dat de Wijziging met het processchema geen rekening houdt met enerzijds de Sok/afwegingskader en de positie van corporaties en
Zoals hierboven aangegeven is het stroomschema uit door de indruk van eenzijdigheid weg gelaten. Met ‘randvoorwaarden’ wordt gedoeld op beleid waaraan de gemeente doorgaans bouwaanvragen toetst. De positie van de huurders heeft bij de vaststelling van welstandscriteria geen relevantie, aangezien hun betrokkenheid geldt bij de advisering over sloop en/of nieuwbouw. De welstandscommissie en de welstandscriteria spelen hierbij geen rol.
De waarderingskaarten maken de inbreng van Cultuurhistorie in het Afwegingskader duidelijker. De gemeente blijft vasthouden aan het gebruik van het Afwegingskader.
Zolang de sociale woningbouw die gewaardeerd is met een orde 1, 2 of 3 geen monumentale status bezit, is afweging van de 10 punten zeer belangrijk. Hierin speelt ook het sociale aspect een belangrijk rol. De waarderingskaarten zijn alleen bedoeld om één van de punten van het Afwegingskader (Cultuurhistorisch identiteit en imago) te verduidelijken.; bij orde 1 zijn zwaarwegender cultuurhistorische overwegingen in het spel dan bij orde 3. In de gesprekken met Parteon over zes buurten (de zogenoemde Projectendeal) hebben de waarderingskaarten die rol ook vervuld. De gemeente heeft op basis van de ordewaardering aangegeven bij welke bebouwing zij een sterke voorkeur had voor behoud. Omdat de gemeente net als de corporaties duurzaamheid, toename woningenvoorraad, sociale cohesie, enz. belangrijke overwegingen vindt, houdt zij vast aan de afspraken binnen de
18
2021/8231 huurders betekent dat de Wijziging in strijd is met beginselen van behoorlijk bestuur.
samenwerkingsovereenkomst en de toepassing van het Afwegingskader.
Adressant geeft een korte beschrijving van de binnen het Sok gemaakte afspraken en van het Afwegingskader. Volgens adressant is de Wijziging in strijd met Sok omdat deze geen oog heeft voor andere belangen dan cultuurhistorie en daardoor van een integrale afweging geen sprake is. Ook zijn de corporaties bij de opstelling van het processchema niet betrokken. Wanneer de gemeente de Wijziging vaststelt vraag adressant zich af of de Corporaties nog gebonden zijn aan de afspraken binnen de Sok.
Het vaststellen van beleid op het gebied van cultuurhistorie betekent niet dat de gemeente de andere terreinen waarop zij beleid heeft gemaakt – duurzaamheid, sociaal domein, wonen, enz – minder belangrijk vindt. In die zin houdt zij graag vast aan de toepassing van het Afwegingskader zei het met een duidelijker geprofileerde cultuurhistorische inbreng.
Zie hierboven -
Adressant meent dat de corporaties niet meer aan de afspraken binnen de Sok kunnen voldoen, omdat niet duidelijk is welke plannen vergund gaan worden. Cultuurhistorie is niet langer meer één van de 10 af te wegen criteria, maar het enige doorslaggevende criteria. Met de eenzijdige oplegging van de Wijziging, wijzigt de gemeente de spelregels.
Zoals in het begin van de beantwoording aangegeven komen gemeente en corporatie aan het begin van het proces van vernieuwing overeen welke scenario van menging renovatie/nieuwbouw in een buurt wordt gevolgd. Dan is ook duidelijk welke plannen worden gegund. De welstandscommissie adviseert slechts bij de uitwerking van de diverse ontwerpen voor nieuwbouw dan wel renovatie, hetgeen nu ook al het geval is.
Gemeente en corporatie kunnen over de afweging tussen sloop of renovatie in overleg, zodra de corporatie zicht heeft op de planning wanneer buurten voor vernieuwing in aanmerking komen.
19
2021/8231 De gemeente blijft vasthouden aan de toepassing van het Afwegingskader, zij het met een verduidelijking van de inbreng van cultuurhistorie. Wel is het verstandig om, zoals hij alle bouwaanvragen wordt aangeraden, de welstandscommissie al vroeg in het planvormingsproces door middel van vooroverleg te betrekken. Dat voorkomt dat de indiener van een bouwaanvraag bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor verassingen kan komen te staan. Omdat de wijziging in strijd is met zowel het bestuurlijk juridisch kader als de privaatrechtelijke afspraken, roept adressant op de Wijziging niet vast te stellen.
De wijziging is slechts een precisering van de welstandscriteria voor wat betreft de met een orde gewaardeerde panden in de Sociale Woningbouwwijken 1900-1945. In die zin is zij slechts een aanpassing van de welstandsnota met betrekking tot een bepaald gebied, en past zij in het reeds in 2003 ingezette welstandsbeleid. Bovendien houdt de gemeente vast aan de toepassing van het Afwegingskader en de afspraken binnen het Sok.
Vaststelling van de Wijziging gaat niet in tegen bruikbaarheid Afwegingskader en Sok.
Adressant stelt voor om het overleg in de geest van afspraken zoals gemaakt binnen de zogenaamde projectendeal te continueren, in plaats van het formeel-juridisch traject van de Wijziging van de welstandsnota. Zij stelt voor dit overleg ook te voeren voor de Sociale Woningbouw van na 1945.
Het formeel juridisch traject van de aanpassing van het welstandsbeleid met betrekking tot de sociale woningbouwwijken 1900-1945 heeft geen invloed op het maken van afspraken vergelijkbaar met degene die gemaakt zijn in het kader van de zogenoemde Projectendeal. De waarderingskaarten, hoewel nog niet formeel vastgesteld, werden hierbij gebruikt als onderbouwing van de keuze voor renovatie dan wel sloop van bebouwing in de verschillende buurten.
De gesprekken die geleid hebben tot de Projectendeal met Parteon hebben het nut van de waarderingskaarten aangetoond. Daarin speelde de welstandscommissie geen rol en zal dat in de toekomst ook niet doen.
Het enige verschil na vaststelling van de Wijziging is dat bij de uitwerking van de plannen strengere
20
2021/8231 welstandscriteria worden gehanteerd, afhankelijk van de hoogte van de ordewaardering. Met betrekking tot afspraken over de sociale woningbouw na 1945 gaat de gemeente graag met de corporaties in overleg. Overgangsrecht (40, 49) Adressant verzoekt in het kader van de reeds gemaakte afspraken over een aantal specifieke projecten om een overgangsregime voor projecten waarover reeds concrete afspraken zijn gemaakt.
Bij de vaststelling van de Wijziging is een overgangsbepaling opgenomen dat stelt dat de nieuwe welstandscriteria niet van toepassing zijn op projecten die in 2020 zijn gestart, aangezien deze criteria toen nog niet waren vastgesteld. Concreet gaat het hierbij om de Rode buurt, de Bomenbuurt (Wormerveer),de Rosmolenbuurt en de Boerejonkerbuurt. De welstandscommissie kan de aangepaste welstandnota pas als kader hanteren als de aanpassing van de nota is vastgesteld.
Conclusie De gemeente houdt vast aan de afspraken die gemaakt zijn binnen het Sok en de toepassing van het Afwegingskader, met dien verstande dat de cultuurhistorische overwegingen bij de afweging met de waarderingskaarten en het rapport Inventarisatie enz. een duidelijke onderbouwing hebben gekregen.
Adressant 2
Inhoud zienswijze Adressant onderschrijft volledig de zienswijze van de corporaties. - Zij heeft zorg over de gevolgen van het beleid voor verbeteren woningen. Realiseren van kwalitatief goed, betaalbare woningen
Reactie gemeente - De vrees dat woningverbetering niet goed mogelijk wordt door vaststelling van het nieuw beleid gaat er vanuit dat gerenoveerde woningen wat wooncomfort, duurzaamheid en bouwtechnische staat altijd kwalitatief minder goed zijn dan nieuwbouw. Veel voorbeelden in
De gewijzigde welstandsnota geeft bij aanvang van een renovatie, dan wel van een nieuwbouwproject duidelijkheid over de toe te passen criteria. Bij
21
2021/8231
-
-
kan niet altijd samengaan met behoud cultuurhistorische waarden De gemeente moet duidelijk zijn over wat wel en niet mogelijk is. Anders kan niet goed invulling worden gegeven aan rechten op grond van de wet overleg verhuurder en huurder. Als gemeente geen heldere criteria geeft vooraf, weten corporaties niet waar ze aan toe zijn en zet het wettelijk verplicht overleg geen zoden aan de dijk.
Nederland laten zien dat binnen het oude casco woningen te realiseren zijn die de kwaliteit van nieuwbouwwoningen evenaren, zie Presentatie effect renovatie YouTube. Het verschil in kosten tussen renovatie en nieuwbouw hangt sterk af van de bouwlocatie en van het feit of funderingsherstel nodig is. Daarom zal bij elk project een afweging moeten worden gemaakt op basis van het Afwegingskader. -
Bij begin van ieder vernieuwingsproject vindt tussen gemeente en corporatie overleg plaats over het uit te werken scenario. De combinatie behoud en nieuwbouw zal per buurt verschillen afhankelijk van de in het geding zijnde cultuurhistorische waarden en factoren als duurzaamheid, betaalbaarheid, sociale cohesie, enz. Hoe hoger de cultuurhistorische waarden des te sterker zal de gemeente pleiten voor behoud. Op het moment dat gemeente en corporaties hierover overeenstemming hebben bereikt, is duidelijk wat mogelijk is. In dat overleg speelt de gewijzigde welstandsnota geen rol. Die wordt pas relevant als gekozen is voor renovatie en de welstandscommissie gevraagd wordt over de uitwerking van de plannen te adviseren. Over de wijze waarop de commissie adviseert bestaat duidelijkheid, omdat de publicatie van de criteria in de welstandsnota naar het oordeel van de huidige welstandscommissie helder zijn en duidelijk maakt wat de richtlijnen zijn.
-
Omdat aan begin van planproces duidelijkheid bestaat over wat gesloopt
aanvang van vernieuwingstraject bestaat duidelijk over wat gesloopt wordt en wat gerenoveerd wordt.
22
2021/8231 wordt en wat behouden, kan de corporatie in een vroeg stadium starten met het overleg met de huurders. Hierin spelen de gewijzigde welstandsnota geen rol en zijn voor het overleg tussen verhuurder en huurder niet relevant. Conclusie
De gemeente gaat graag in gesprek met Huurdersoverleg Zaanstreek over de relatie tussen de wijziging van de welstandsnota en de inbreng van de bewoners in het vernieuwingsproces van de buurten. Inhoud zienswijze
Reactie gemeente
Adressant kan zich goed vinden in de rangschikking van de ordewaardering en de toepasbaarheid van de criteria. Vraag is alleen of het criterium ‘gaafheid’ de in het verleden inferieur uitgevoerde renovaties niet honoreert, zodat uit kostenoverwegingen door de eigenaar voor sloop wordt gekozen.
Adressant heeft gelijk dat het criterium ‘gaafheid’ enige nuancering vraagt, omdat bij onderhoud en renovatiewerkzaamheden in de jaren tachtig en negentig veel belangrijke architectonische kenmerken verloren zijn gegaan. Bij de hantering van dit criterium is echter meegenomen dat wijzigingen in raamindelingen en het aanbrengen van de aan de vooroorlogse architectuur vreemde materialen als trespa en kunststof met profielen die niet in overeenstemming zijn met de historische architectuur eenvoudig te wijzigen zijn. De mate van gaafheid heeft vooral te maken met de vraag of delen van de architectonische vormgeving – siermetselwerk, kapvorm, vorm erkers, vorm dakkapellen - nog herkenbaar aanwezig zijn.
Omschrijving van het criterium ‘Gaafheid’ wordt in de toelichting bij de criteria in de welstandsnota aangepast.
Op basis van het criterium ‘Zeldzaamheid’ stelt adressant voor dat ook de Burgemeestersbuurt een orde 1 krijgt toegekend, omdat
De burgemeestersbuurt heeft hoge stedenbouwkundige waarden, maar positieve architectuurhistorische en cultuurhistorische waarden. Ook de gaafheid heeft
De buurwaardering (de contour rond de wijk) wordt van oranje veranderd in rood, de
Adressant 3
23
2021/8231 de stedenbouwkundige opzet van de buurt zeldzaam is, evenals de schaal waarin de buurt is gebouwd.
een positieve waardering. Alleen het stedenbouwkundig ontwerp heeft zeldzaamheidswaarde, de architectuur heeft geen zeldzaamheidswaarde. Deze architectuur in Zaanstad veelvuldig voor en is om die reden niet hoog gewaardeerd
waardering van de bebouwing blijft orde 2.
Zeldzaamheid is een ondersteunend criterium. Omdat zowel de cultuurhistorie als architectuurhistorie positief gewaardeerd zijn en alleen de stedenbouwkundige opzet hoog gewaardeerd is en de architectuur niet zeldzaam is, is de buurt uiteindelijk in zijn geheel met een orde 2 ( positief) gewaardeerd.
Conclusie
Adressant merkt op dat veel van de gewaardeerde buurten in gebieden liggen waarin supervisieteams de planvoorbereiding begeleiden, maar dat bewoners van de wijken in dat proces eigenlijk geen positie hebben.
Adressant heeft gelijk dat bewoners tot nu toe een geringe rol spelen in de betrokkenheid bij de waardering van de verschillende buurten. Om die reden is de gemeente bezig een methode te ontwikkelen waarmee zij kan achterhalen hoe bewoners van een wijk waarin veranderingen gepland zijn waarderen en welke kenmerken zij voor de wijk beeldbepalend vinden. De Rosmolenwijk wordt hierbij als pilot gebruikt.
Adressant betreurt dat ’t Hof Saenden niet op de waarderingskaart wordt vermeld.
’t Hof van Saenden is een rijksmonument en geniet op basis van de erfgoedwet maximale bescherming. Voor de volledigheid is aan dit complex op de waarderingskaart een orde 1 toegekend.
Op basis van evaluatie pilot Rosmolenwijk over waardering door bewoners wordt bepaald of deze enquête ook bij andere wijken wordt uitgevoerd. De gemeente onderzoekt hoe bewoners van een wij in een vroeg stadium bij de vernieuwing van een wijk betrokken kunnen worden.
-
24
2021/8231 -
-
De omschrijving van het criterium ‘gaafheid’ zal in het rapport nader worden toegelicht De ordewaardering van de Burgermeesterbuurt blijft orde 2 De gemeente onderzoekt de mogelijkheid om bewoners van de wijk waarin vernieuwing gepland is beter bij het waarderingsproces te betrekken. ’t Hof Saenden staat nu met een Orde 1 op de waarderingskaart
25