CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Nota tot wijziging Welstandsnota Zaanstad 2013

Raadsvergadering 3 februari 2022, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Wijziging Welstandsnota Zaanstad 20139.560 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Plannen aan cultureel erfgoed of op het bijbehorende perceel Bij aanpassingen aan of in de directe nabijheid van cultureel erfgoed gelden de volgende algemene uitgangspunten: • wijzigingen hebben in beginsel een ondergeschikte rol in het aanzien van het object en zijn in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afgestemd op (cultuurhistorische delen van) het object • bij aanpassingen blijft de hoofdvorm van het gebouw duidelijk herkenbaar • het zicht op monumenten en karakteristieke panden niet onevenredig Aantasten

23

2021/29462

Plannen binnen de invloedssfeer van erfgoed De invloed van een monument of karakteristiek pand gaat veelal verder dan het object zelf en het erf waar het op staat. Daarom geldt naast bovengenoemde uitgangspunten in de invloedssfeer van cultureel erfgoed, dat een bouwplan geen onevenredige afbreuk mag doen aan de historische waarden. Dit wordt gewogen aan de hand van de volgende criteria: • het bouwplan respecteert de historische context, waaronder de visuele waarden genoemd in de redengevende beschrijving van een monument • het bouwplan doet geen afbreuk aan de omgeving door onzorgvuldige detaillering, armoedig materiaalgebruik of contrasterende kleuren Bijlagen Bijlage 1 t/m 4 ongewijzigd Bijlage 5 Waarderingskaarten Sociale Woningbouwwijken 1900-1945 Bijlage 6: omschrijving waarden waarop de toekenning van de orde waarderingen is gebaseerd: Stedenbouwkundig waarden: de stedenbouwkundige waarden hebben betrekking op de stedenbouwkundige opzet van de wijk en de vraag of hierin nog het oorspronkelijk stedenbouwkundig plan herkenbaar en/of dat het gaat om een als ensemble aangelegde eenheid die is ingebed in het organisch gegroeide stadsweefsel.

Hierbij wordt beoordeeld in hoeverre in de opzet een hiërarchie in de structuur van straten aanwezig is, in hoeverre de inrichting van de openbare ruimte in opbouw van straatprofiel en aanwezigheid en inrichting van het groen en beplanting een bijdrage levert aan een hoogwaardig stadsbeeld. Middelen waarbij in de compositie van het stadsbeeld van vroeg 20ste eeuwse wijken gebruik gemaakt is, zijn duidelijk ontworpen zichtlijnen, omsloten stedelijke ruimtes die zorgen voor beschutting in de stedelijke ruimte van de straat door het aanbrengen van knikken in het straatverloop, ritmering in straatwanden door toepassing van topgevels, verspringingen in als eenheid ontworpen woningbouwblokken, hoekaccenten bij toegang tot straten of symmetrisch tegen over elkaar vormgegeven straatwanden. In de opzet van de vroeg 20ste -eeuwse wijken in de Zaanstreek zijn de volgende fasen herkenbaar: - het volgen van de oorspronkelijke dijken en paden structuur, door deze structuur als drager voor de bebouwing te nemen. - een civieltechnisch uitbreidingsplan/ stedenbouwkundig plan, gemaakt door een civieltechnisch ingenieur of architect vormt de basis voor de bebouwing. Aan de opzet van stratenplannen ontbreekt een duidelijk herkenbare stedenbouwkundige opvatting. - een uitbreidingsplan op basis van moderne stedenbouwkundige principes.

Voor de vroeg 20ste -eeuwse wijken waren dat vaak de ontwerpprincipes van de tuindorpen, zoals deze eerst ontwikkeld werden in Engeland, en later ook in andere Europese landen. Architectonische waarden: Architectonische waarden hebben betrekking op de wisselwerking tussen typologie van de plattegronden en de vormgeving van het exterieur en de compositie van de gevels, de vormgeving van de daken en van de overgang tussen private en openbare ruimte. De rijkdom van de architectuur als het gaat om de toepassing van ornamentiek in de vorm van metselversieringen, opbouw van schoorstenen en profiel van daken, de vormgeving van dakkapellen en dakopbouwen, kan verschillen. De architectuur is ook cultuurhistorisch bepaald omdat de woningtypologie terug te voeren is op de invoering van de Woningwet in 1901 en de daarmee

24

2021/29462

gepaard gaande regels ter verbetering van leefomstandigheden van de arbeiders. De vormgeving is mede terug te voeren op de stichters van een buurtje, omdat in de verzuilde samenleving socialisten en verlichtte industriëlen andere architecten opdracht gaven dan de confessionele corporaties. Gaafheid: Gaafheid heeft betrekking op de mate waarin de oorspronkelijke stedenbouwkundige opzet en/of de oorspronkelijk architectonische vormgeving van de wijk of buurt nog herkenbaar is. Denk daarbij aan de herkenbaarheid van zichtlijnen, straatprofielen en hoogteaccenten of aan de aanwezigheid van de oorspronkelijke roedeverdeling in de ramen, profilering van dakgoten, deur en raamkozijnen en de ornamentiek in het metselwerk. Bij de hantering van dit criterium is meegenomen dat wijzigingen uit de jaren tachtig en negentig van de vorige eeuw in raamindelingen en het aanbrengen van de aan de vooroorlogse architectuur vreemde materialen als trespa en kunststof met profielen die niet in overeenstemming zijn met de historische architectuur eenvoudig te wijzigen zijn. Zeldzaamheid: Zeldzaamheid heeft betrekking op de mate waarin een bepaalde stedenbouwkundige configuratie of bepaalde architectonische verbijzondering nog voorkomt in de vroeg 20ste -eeuwse sociale woningbouw.

Denk daarbij aan een waaiervormig stedenbouwkundig plan, een hofjesstructuur als het om stedenbouw gaat of een rijk gedecoreerde gevelcompositie als het om de architectuur gaat. Hoe meer voorbeelden van sociale woningbouw verdwijnen, hoe zeldzamer zelfs de meest eenvoudig opgezette en vormgeven buurt of wijk wordt en de betekenis van dit criterium in de waardering belangrijker wordt.

25

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10971736/1