CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij Toelichting Bp Techniekcampus Zaandam deel 1

Raadsvergadering 16 september 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Bestemmingsplan Techniekcampus Zaandam25.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

2021/14763

Techniekcampus Zaandam

2021/14763

vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam

2

2021/14763

Bijlagen toelichting

vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam

3

2021/14763

Bijlage 4 Archeologisch booronderzoek

vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam

4

2021/14763

Archeologisch booronderzoek aan de Aris van Broekweg 1-3 in Zaandam, gemeente Zaanstad.

HOLLANDIA reeks XXX 798

2021/14763

2021/14763

COLOFON

Hollandia reeks nr.

798

Titel:

Archeologisch booronderzoek aan de Aris van Broekweg 1-3 in Zaandam, gemeente Zaanstad.

Toponiem:

Zaandam Aris van Broekweg 1-3

Gemeente:

Zaanstad (NH)

Onderzoeksmeldingsnummer Archis:

4762803100

Hoekcoördinaten:

116.038/494.145 116.044/494.116 115.994/494.116 115.992/494.140

Auteurs:

M.E. Luitjes

Uitvoering:

Hollandia Archeologen

In opdracht van:

Gemeente Zaanstad

Contactpersoon opdrachtgever:

Dhr. E. Franke Stadhuisplein 100 1506 MZ Zaandam

Wetenschappelijke leiding:

P.M. Floore

Met medewerking van:

S.M. Vermoolen

Illustraties:

M.E. Luitjes, tenzij anders vermeld

'H¿QLWLHYHYHUVLH





IHEUXDUL

Oplage:

6

ISSN:

1572-3151

© Hollandia archeologen, Zaandijk 2020 HOLLANDIA archeologen 7XLQႋUDDWD 56=DDQGLMN  LQIR#DUFKHRORJHQFRP

2021/14763

2021/14763

,QKRXGVRSJDYH

Samenvatting

7

1. Inleiding

9

2. Onderzoeksgebied

11

3. Doel en methode

13

4. Onderzoeksresultaten

15

5. Beantwoording van de onderzoeksvragen

17

6. Conclusie en aanbeveling

19

Literatuur

20

Bijlagen Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologisch stappenplan Bijlage 3: Boorstaten

21 22 23 25

2021/14763

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

7

Samenvatting

Op 30 januari 2020 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van E. Franke van gemeente Zaanstad, een archeologisch verkennend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd aan de Aris van Broekweg 1-3 in Zaandam, gemeente Zaanstad. De aanleiding voor het booronderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de bouw van een nieuwe school op het perceel. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn 11 boringen gezet op het terrein. Voor boring 1-7 moesten betonboringen worden gezet. Boring 4 kon niet worden uitgevoerd, omdat er al een peilbuis met filter in het boorgat was geplaatst ten behoeve van het milieukundig onderzoek. Boring 7 kon niet worden gezet vanwege een onvolledige betonboring, en boring 8 stuikte op 30 cm -mv in een grind en een verhardingslaag. Boring 8 en 9 zijn op andere plekken gezet, omdat de carwash van het tankstation op deze plaats stond. Samen met boring 10 en 11 zijn ze op het achterf geplaatst. Deze 4 boringen zijn minder diep gezet, vanwege het aantreffen van vliegas in de ondergrond. Het onderzoeksgebied ligt op een locatie met een zeer hoge archeologische waarde. De Aris van Broekweg bevindt zich op het westelijk deel van de 17e eeuwse Nieuwe Haven, een speciaal voor de scheepsbouw aangelegd industriegebied langs een nieuw gegraven haven die uitkwam in de Voorzaan.

Langs de oevers van deze haven lagen scheepswerven en in het veld daarachter stonden houtzaagmolens. Er was een kans op het aantreffen van resten van een scheepswerf, voornamelijk in de zuidoosthoek van het onderzoeksgebied. Het bodemprofiel in het onderzoeksgebied bestaat uit recent opgebrachte lagen beton en bouwzand, subrecent opgebrachte lagen klei en incidenteel een opgebrachte zandlaag en vliegas. Alleen in boring 1 is het natuurlijke mineraalarme veen, het Hollandveen van de formatie van Nieuwkoop, aangeboord vanaf 1,95 m -mv. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied. Rond het bestaande pand is de bodem opgehoogd met 2,50 meter vliegas dat (sub)recent op de bodem moet zijn neergeslagen en bij boringen in het pand is bovendien olie aangetroffen op een diepte van 2,15 en 2,50 m -mv. Een groot deel van het perceel is sterk verontreinigd. De bodem op het achterf zit vol met betonplaten, grind en puin en is daarmee (sub)recent tot minimaal 1,50 m -mv omgezet en verstoord en tot minimaal 2,50 m -mv verontreinigd. Voor het hele perceel kan dus met enige zekerheid worden gezegd dat de bodem tot een diepte van 2-2,50 m onder maaiveld kan worden geroerd, omdat er geen aanwijzingen zijn voor een archeologische vindplaats.

Aanbeveling Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het onderzoeksgebied hoeven er geen archeologische vervolgstappen te worden genomen. Uiteindelijk dient de gemeente Zaanstad een besluit te nemen over het advies. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden alsnog archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt aan de gemeente Zaanstad.

2021/14763 8

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

2021/14763 9

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

1. Inleiding

6876000. 000

6878000. 000

6880000. 000

6882000. 000

Op 30 januari 2020 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van E. Franke van gemeente Zaanstad, een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) uitgevoerd aan de Aris van Broekweg 1-3 in Zaandam, gemeente Zaanstad. De aanleiding voor het booronderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de bouw van een nieuwe school op het perceel. Het doel van het booronderzoek is om de archeologische verwachting, die verwoord is in het door de gemeente Zaanstad opgestelde programma van eisen (Kleij 2019), te toetsen en eventueel aan te vullen. Het booronderzoek is uitgevoerd volgens de bepalingen uit het programma van eisen en de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Naderhand zal de onderzoeksdocumentatie aan het gemeentelijk archeologisch depot van Zaanstad, in Zaandijk, worden overgedragen. In ARCHIS3 is het onderzoek gedocumenteerd onder het nummer 4762803100.

532000. 000

534000. 000

536000. 000

538000. 000

Afbeelding 1. De locatie van het onderzoeksgebied.

540000. 000

2021/14763 10

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

Afbeelding 2. De situatie in het bestaande pand.

Afbeelding 3. De situatie op het achtererf.

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

11

2. Onderzoeksgebied

De onderzoekslocatie is 2400 m2 en er is nog bebouwing en een betegeld achtererf aanwezig. Het betreft een locatie met een zeer hoge archeologische waarde en is als zodanig op de archeologische waardekaart van Zaanstad aangegeven. De Aris van Broekweg ligt op het westelijk deel van de 17e eeuwse Nieuwe Haven, een speciaal voor de scheepsbouw aangelegd industriegebied langs een nieuw gegraven haven die uitkomt in de Voorzaan. Langs de oevers van deze haven lagen scheepswerven en in het veld daarachter stonden houtzaagmolens. Er is een kans op het aantreffen van een 17e of 18e eeuwse scheepswerf, voornamelijk in de zuidoosthoek van het onderzoeksgebied, in de vorm van ophooglagen met archeologische vondsten (scherven en metaal), houten plankieren waarop de schepen werden gebouwd, bakstenen van poeren en in de oever van het eiland gestort afval (aardewerk, glas en metaal). De vindplaats kan inzicht geven in de ontginning en ontwikkeling van de industrie en de bijbehorende materiële cultuur in de 17e en 18e eeuw van de Zaanstreek.

Afbeelding 4. De locatie van het onderzoeksgebied aan de Aris van Broekweg.

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

12

7

6

5

8 9 2 3 11 10

Afbeelding 5. De boorpunten plan van het onderzoeksgebied. De kaart is niet op schaal.

1 4

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

13

3. Doel en methode Het doel van een inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) is het toetsen en aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting (zie afb. 5). Om die reden zijn bovendien de volgende onderzoeksvragen geformuleerd, die met het inventariserend veldonderzoek beantwoord moeten worden (Kleij 2019): 1. In het plangebied kunnen resten van oude bebouwing in de bodem aanwezig zijn. Welke delen van de bodem zijn ongestoord en waar en tot hoe diep is de ondergrond door graafwerkzaamheden uit de 20e eeuw verstoord? 2. Welke archeologische sporen en artefacten zijn aanwezig? 3. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een scheepswerf? Een aanwijzing hiervoor is het stuiken van de boor in een laag hout. 4. Wat is de algemene datering van de archeologische resten? 5. Wanneer archeologische sporen en artefacten aanwezig zijn, waar en hoe diep liggen deze? 6. Tot maximaal welke diepte kan de bodem worden verstoord zonder de archeologische vindplaatsen te beschadigen? In het programma van eisen is de strategie bepaald die binnen het plangebied uitgevoerd dient te worden. In totaal dienen 11 boringen gezet te worden op de aangegeven locaties (zie afb. 3) De boringen moesten tot maximaal 2,50 meter diepte worden gezet. Als de ongestoorde grond echter al eerder werd bereikt, dan werd de boring op deze diepte gestopt.

De boringen zijn gezet met behulp van een Edelman- en gutsboor met respectievelijk een diameter van 7 en 3 cm. De opgeboorde grond is doorzocht op archeologische indicatoren. Daarvoor is de grond met een boormes afgezet en bekeken. De beschrijving van de bodemopbouw geschiedde volgens de Archeologische Standaard Boorbeschrijving (ASB). De boorpunten zijn niet ingemeten met de GPS in het RD-coördinatensysteem, omdat een GPS-instrument niet werkt in een afgesloten ruimte. Uiteindelijk zijn er 11 boringen gezet met de Edelman- en gutsboor; boring 1-6 in het pand en boring 7-11 rond het gebouw. Boring 4 kon niet uitgevoerd worden, omdat er al een peilbuis met filter in het boorgat was geplaatst ten behoeve van het milieukundig onderzoek. Boring 7 kon niet worden gezet vanwege een onvolledige betonboring, en boring 8 stuikte op 30 cm -mv in een grind- en verhardingslaag. Boring 8 en 9 zijn op andere plekken gezet, omdat de carwash van het tankstation op deze plaats staat. Ook na het verplaatsen van de boringen kan een goed beeld van de ondergrond Samen met boring 10 en 11 zijn ze op het achterf geplaatst. Tijdens het zetten van boring 9-11 buiten het pand kwam er een medewerker van Antea Group langs voor het milieukundig onderzoek.

Hij gaf aan dat de eerste 2,50 m -mv op dit stuk van het perceel bestaat uit vliegas en raadde ons aan om niet verder te boren vanwege deze verontreiniging. Vliegas zijn fijne deeltjes van verbrande brandstof, meestal uit kolengestookte ketels. Het werd gebruikt als stabilisatie van zachte bodems of opgebracht als ophogingsmateriaal. Het is zeer fijn en hierdoor makkelijk in te ademen en het kan veel zware metalen bevatten. Om deze reden zijn de laatste boringen niet doorgezet tot 2-2,50 m -mv en is het booronderzoek op dit deel van het perceel stopgezet.

2021/14763 14

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

15

4. Onderzoeksresultaten De boorstaten van de 11 boringen van dit onderzoek zijn als bijlage toegevoegd (bijlage 3). Het eerste deel van de boring is steeds gezet met een Edelmanboor en in de dieper gelegen bodemlagen is overgegaan op een gutsboor. De dikte van de betonvloer in het pand varieerde van 15 tot 40 cm. Onder deze betonvloer was een lege ruimte aanwezig van 10 cm in boring 1-6. Alleen in boring 5 werd deze lege ruimte niet aangetroffen. Boring 1-7 moesten in het pand en onder het afdak aan de voorkant van het pand worden gezet en hiervoor zijn met een betonfrees eerst 7 gaten geboord in de nog aanwezige betonvloer. Bodemopbouw Onder de betonvloer en de open ruimte bevonden zich in bijna alle gezette boringen (boring 1-3, 5-6 en 9-10) een laag opgebracht lichtgrijs gevlekt bouwzand, variërend van 10 tot 75 cm dik (tot 10-110 cm -mv), met kleibrokken. In boring 9 en 10 was deze laag ook puinhoudend en grindig. Dit deel van het terrein is vermoedelijk recentelijk (20ste eeuw) opgehoogd dan wel geëgaliseerd bij werkzaamheden met betrekking tot nutsvoorzieningen/riolering en de bouw van het huidige pand. In alle boringen, ook boring 11, kwam er vervolgens een donkergrijze opgebrachte kleilaag voor van 50 tot 160 cm dik (tot 90-270 cm -mv). Boring 6, 10 en 11 zijn tot in deze kleilaag gezet.

In boring 1 en 2 werd vervolgens het veen aangeboord; in boring 1 en 2 kwam (eerst) een dunne laag kleiig bruin veen voor en in boring 1 ging deze laag over in een donkerbruine veenlaag met weinig plantenresten, het Hollandveen van de formatie van Nieuwkoop (195250 cm -mv). In boring 3 ging de eerdergenoemde opgebrachte kleilaag over in een volgende kleilaag met een donkergrijs/zwarte kleur door verontreiniging van olie (215-250 cm -mv). Hetzelfde werd aangetoond in boring 5. Ook hier zat er onder de opgebrachte kleilaag donkergrijs/zwarte klei vervuild met olie (250-270 cm -mv). In boring 9 werd onder de opgebrachte kleilaag een opgebrachte zandlaag met puin aangeboord (90-105 cm -mv). Onder deze zandlaag kwam weer een opgebrachte kleilaag voor met dezelfde eigenschappen als de eerste donkergrijze opgebrachte kleilaag onder het bouwzand (105-200 cm -mv). Archeologische indicatoren en recente vergravingen Tijdens het booronderzoek is gelet op eventuele ophogingslagen met archeologische vondsten en hout, die kunnen duiden op een scheepswerf, maar deze zijn niet waargenomen. Andere archeologische indicatoren zijn ook niet aangetroffen. Op het achtererf, waar boring 8-11 zijn gezet, zat veel puin, grind en ook het vliegas in de bodem. Dit deel van het perceel is zeker tot 2,50 m -mv verstoord.

In het pand werd in boring 3 en 5 ook olie opgeboord op respectievelijk 2,15 en 2,50 m -mv. Op een groot deel van het perceel is de bodem dus ook sterk verontreinigd. Interpretatie onderzoeksresultaten Het bodemprofiel in het onderzoeksgebied bestaat uit recent opgebrachte lagen beton en bouwzand, subrecent opgebrachte lagen klei en incidenteel een opgebrachte zandlaag. Alleen in boring 1 is het natuurlijke mineraalarme veen, het Hollandveen van de formatie van Nieuwkoop, aangeboord vanaf 1,95 m -mv. Rond het bestaande pand is de bodem opgehoogd met 2,50 meter vliegas dat (sub)recent op de bodem moet zijn neergeslagen en bij boringen in het pand is olie aangetroffen op een diepte van 2,15 en 2,50 m -mv. Een groot deel van het perceel is daarmee sterk verontreinigd. De bodem op het achterf zit vol met

2021/14763 16

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

betonplaten, grind en puin en is dus (sub)recent tot minimaal 1,50 m -mv omgezet en verstoord en tot minimaal 2,50 m -mv verontreinigd. Er zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen tijdens het archeologisch booronderzoek. Er is geen bewijs gevonden voor een archeologische vindplaats, ook niet met betrekking tot een scheepswerf.

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

17

5. Beantwoording van de onderzoeksvragen 1. In het plangebied kunnen resten van oude bebouwing in de bodem aanwezig zijn. Welke delen van de bodem zijn ongestoord en waar en tot hoe diep is de ondergrond door graafwerkzaamheden uit de 20e eeuw verstoord? Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied. Rond het bestaande pand is de bodem opgehoogd met 2,50 meter vliegas dat (sub)recent op de bodem moet zijn neergeslagen en bij boringen in het pand is olie aangetroffen op een diepte van 2,15 en 2,50 m -mv. Een groot deel van het perceel is verontreinigd. De bodem op het achterf zit vol met betonplaten, grind en puin en is daarmee (sub)recent tot minimaal 1,50 m -mv omgezet en verstoord. 2. Welke archeologische sporen en artefacten zijn aanwezig? Tijdens het archeologisch verkennend booronderzoek zijn geen archeologische sporen en artefacten aangetroffen. Er is gelet op ophogingslagen met archeologische vondsten en hout, die kunnen duiden op een scheepswerf, maar deze zijn niet waargenomen. 3. Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van een scheepswerf? Een aanwijzing hiervoor is het stuiken van de boor in een laag hout. Uit het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gedaan van een scheepswerf. De boringen die zijn allemaal op recent materiaal gestuikt (betonresten). 4.

Wat is de algemene datering van de archeologische resten? Tijdens het archeologisch verkennend booronderzoek zijn geen archeologische sporen en artefacten aangetroffen. Alle ophogingslagen die zijn aangetroffen zijn te dateren in de 20ste eeuw. 5. Wanneer archeologische sporen en artefacten aanwezig zijn, waar en hoe diep liggen deze? Er zijn geen relevante archeologische sporen en artefacten aangetroffen tijdens het booronderzoek. 6. Tot maximaal welke diepte kan de bodem worden verstoord zonder de archeologische vindplaatsen te beschadigen? Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied. Rond het bestaande pand is de bodem opgehoogd met 2,50 meter vliegas dat (sub)recent is gebruikt als ophoging en bij boringen in het pand is olie aangetroffen op een diepte van 2,15 en 2,50 m -mv. Een groot deel van het perceel is verontreinigd. De bodem op het achterf zit vol met betonplaten, grind en puin en is daarmee (sub)recent tot minimaal 1,50 m -mv omgezet en verstoord en tot minimaal 2,50 m -mv verontreinigd. Voor het hele perceel kan dus met enige zekerheid worden gezegd dat de bodem tot een diepte van 2-2,50 m onder maaiveld kan worden geroerd, een archeologische vindplaats is niet aanwezig.

2021/14763 18

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

19

6. Conclusie en aanbeveling Op 30 januari 2020 heeft Hollandia Archeologen, in opdracht van E. Franke van gemeente Zaanstad, een archeologisch verkennend booronderzoek (IVO-O) uitgevoerd aan de Aris van Broekweg 1-3 in Zaandam, gemeente Zaanstad. De aanleiding voor het booronderzoek is de geplande sloop van de huidige bebouwing en de bouw van een nieuwe school op het perceel. Tijdens het verkennend booronderzoek zijn 11 boringen gezet op het terrein. Voor boring 1-7 moesten betonboringen worden gezet. Boring 4 kon niet worden gezet, omdat er al een peilbuis met filter in het boorgat was geplaatst ten behoeve van het milieukundig onderzoek. Boring 7 kon niet worden gezet vanwege een onvolledige betonboring, en boring 8 stuikte op 30 cm -mv in een grind en een verhardingslaag. Boring 8 en 9 zijn op andere plekken gezet, omdat de carwash van het tankstation op deze plaats stond. Samen met boring 10 en 11 zijn ze op het achterf geplaatst. Deze 4 boringen zijn minder diep gezet, vanwege het aantreffen van vliegas. Het onderzoeksgebied ligt op een locatie met een zeer hoge archeologische waarde. De Aris van Broekweg vormt het westelijk deel van de 17e eeuwse Nieuwe Haven, een speciaal voor de scheepsbouw aangelegd industriegebied langs een nieuw gegraven haven die uitkomt in de Voorzaan.

Langs de oevers van deze haven lagen scheepswerven en in het veld daarachter stonden houtzaagmolens. Er was een kans op het aantreffen van resten van een scheepswerf, voornamelijk in de zuidoosthoek van het onderzoeksgebied. Het bodemprofiel in het onderzoeksgebied bestaat uit recent opgebrachte lagen beton en bouwzand, subrecent opgebrachte lagen klei en incidenteel een opgebrachte zandlaag. Alleen in boring 1 is het natuurlijke mineraalarme veen, het Hollandveen van de formatie van Nieuwkoop, aangeboord vanaf 1,95 m -mv. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied. Rond het bestaande pand is de bodem opgehoogd met 2,50 meter vliegas dat (sub)recent op de bodem moet zijn neergeslagen en bij boringen in het pand is olie aangetroffen op een diepte van 2,15 en 2,50 m -mv. Een groot deel van het perceel is verontreinigd. De bodem op het achterf zit vol met betonplaten, grind en puin en is daarmee (sub)recent tot minimaal 1,50 m -mv omgezet en verstoord en tot minimaal 2,50 m -mv verontreinigd. Voor het hele perceel kan dus met enige zekerheid worden gezegd dat de bodem tot een diepte van 2-2,50 m onder maaiveld kan worden verstoord, zonder een eventuele archeologische vindplaats te beschadigen.

Aanbeveling Aan de hand van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het onderzoeksgebied hoeven er geen archeologische vervolgstappen te worden genomen. Uiteindelijk dient de gemeente Zaanstad een besluit te nemen over het advies. Als tijdens de voorgenomen werkzaamheden archeologische resten worden aangetroffen, dan dient hiervan, conform de Erfgoedwet, melding te worden gemaakt aan de gemeente Zaanstad.

2021/14763 20

Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

Literatuur

Berg, M.W., van den, & S.J., Kluiving (1992): Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000. DLO-Staring Centrum/Rijks Geologische Dienst, Wageningen/Haarlem. Kleij, P. (2019): Programma van Eisen Aris van Broekweg 1-3, Gemeente Zaanstad. Vermoolen, S.M. (2020): Plan van Aanpak Aris van Broekweg 1-3, Zaandijk. Websites ARCHIS3 RCE Beeldbank www.topotijdreis.nl

2021/14763

Bijlagen ,QKRXGVRSJDYH

Bijlage 1: Archeologische perioden Bijlage 2: Archeologische stappenplan Bijlage 3: Boorstaten

2021/14763 Booronderzoek Aris van Broekweg 1-3

22

B 1.250-1.500

Late-Middeleeuwen

A 1.050-1.250

Vroege-Middeleeuwen

D

900-1.050

C

725-900

B

525-725

A

450-525

Laat-Romeinse tijd

Miden-Romeinse tijd

Vroeg-Romeinse tijd

B

350-450

A

270-350

B

150-270

A

70-150

B

25-70

A

12-25

Late-IJzertijd

12 na Chr.250 v. Chr.

Midden-IJzertijd

500-250

Vroege-IJzertijd

800-500

Late-Bronstijd

1.100-800

Midden-Bronstijd

B 1.500-1.100 A 1.800-1.500

Vroege-Bronstijd

2.000-1.800

Vroeg-Neolithicum

2.450-2.000

A

2.850-2.450

B

3.400-2.850

A

4.200-3.400

B

4.900-4.200

A

5.300-4.900

Laat-Mesolithicum

6.450-4.900

Midden-Mesolithicum

7.100-6.450

Vroeg-Mesolithicum

8.800-7.100

Laat-Paleolithicum

B 18.000-8.800

MESOLITHICUM NEOLITHICUM

Late-Middeleeuwen

Midden-Neolithicum

B

A 35.000-18.000

Midden-Paleolithicum

300.000-35.000

Vroeg-Paleolithicum

-300.000

PALEOLITHICUM

A 1.500-1.650

MIDDELEEUWEN

Nieuwe tijd

Laat-Neolithicum

ROMEINSE TIJD

B 1.650-1.850

IJZERTIJD

Nieuwe tijd

C 1.850-heden

BRONSTIJD

Nieuwe tijd

NIEUWE TIJD

Bijlage 1: Archeologische perioden

2021/14763 23

Bijlage 2: Archeologische stappenplan In het “stappenplan archeologie” wordt aangegeven welk traject bij planvorming bewandeld moet worden als het gaat om het inpassen van archeologische waarden en verwachtingen. Het is van groot belang om in een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming rekening te houden met de archeologische waarden en verwachtingen en wel voordat men aanvangt met de globale invulling van een plangebied. Het stappenplan gaat uit van een brede inventarisatie van wat er bekend is over de archeologische waarden. Op basis daarvan wordt zeer gericht ingezoomd op voor het plan(gebied) relevante archeologische informatie. Na iedere stap wordt beredeneerd gekozen voor meer diepgaand onderzoek op specifieke plekken, zodat uiteindelijk voldoende bekend is over aanwezige vindplaatsen om gemotiveerde afweging in het ruimtelijke-ordeningsproces te kunnen maken. I. Bureauonderzoek Het doel van bureauonderzoek is het verwerven van informatie - aan de hand van bestaande bronnen - over bekende of verwachte archeologische waarden binnen of relevant voor het plangebied. Daarnaast moet het bureauonderzoek inzicht bieden in eventueel benodigd inventariserend onderzoek (stap II, zie onder). Een bureauonderzoek bestaat uit een archiefen literatuuronderzoek van archeologische en bodemkundige gegevens die bij RCE, provincie, gemeente en/of andere instanties (b.v.

universiteiten, musea) bekend zijn over het betreffende gebied. Het Bureauonderzoek dient de volgende aspecten te behandelen: * aangeven wat de aanleiding is voor het bureauonderzoek en om welk gebied het gaat. Dit in verband met het bepalen van het onderzoekskader; * beschrijven van het huidige gebruik van de locatie op basis van beschikbare relevante gegevens; * beschrijven van het historische grondgebruik of de historische ontwikkeling van het gebied op basis van geofysische, fysische en historisch geografische gegevens o een korte impressie over de onstaansgeschiedenis van het landschap o een impressie van de bewoningsgeschiedenis; * beschrijven bekende archeologische waarden o archeologisch waardevolle terreinen zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Monumenten Archief (CMA) van de RCE. Dezelfde terreinen zijn tevens opgenomen op de Archeologische Monumentenkaarten (AMK) van de provincies. Archeologisch waardevolle terreinen genieten wettelijke bescherming (ex artikel 3 en 6 van de Monumentenwet) of dienen een planologische escherming te krijgen binnen het bestemmingsplan; o archeologische vindplaatsen zoals deze in het Centraal Archeologisch Archief (CAA) van de RCE aanwezig zijn.

Clustering van vindplaatsen kan wijzen op de aanwezigheid van bewonings-sporen uit het verleden; * beschrijven van de archeologische verwachtingen en opstellen van een gespecificeerd en onderbouwd verwachtingsmodel van de verwachte archeologische waarden: o aan de hand van de door de RCE ontwikkelde Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden. Gebieden met een hoge of middelhoge archeologische verwachtingswaarde of trefkans komen in ieder geval voor een nader archeologisch onderzoek in aanmerking; o aan de hand van een meer gedetailleerde provinciale c.q. gemeentelijke

2021/14763 24

verwachtingskaart; * rapportage met daarin advisering ten behoeve van het vervolgtraject gerelateerd aan de verschillende stadia van het planvormingsproces. II. Inventariserend veldonderzoek (IVO) Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het zeer gericht aanvullen en toetsen van de uitkomsten van het bureauonderzoek. Stapsgewijs wordt bekeken óf er archeologische waarden aanwezig zijn en zo ja, wat dan de aard, karakter, omvang, datering, gaafheid, conservering en relatieve kwaliteit is. Ten behoeve van een IVO dient een Programma van Eisen (PvE) opgesteld te worden. In principe wordt het IVO uitgevoerd op basis van een Plan van Aanpak (PvA). Het onderzoek kan bestaan uit de volgende methoden: * non-destructieve methoden: geofysische methoden ; * weinig destructieve methoden: oppervlaktekartering, booronderzoek, sondering (putjes van maximaal een vierkante meter); * destructieve methoden: proefsleuven. Welke methoden (kunnen) worden ingezet hangt af van de locatie en vraagstelling. De onderbouwing voor de in te zetten methoden is in het bureauonderzoek gegeven. Een inventariserend veldonderzoek moet leiden tot een waardering en een archeologisch inhoudelijk selectieadvies.

Nadere toelichting onderzoeksmethoden: 1 en 2: Bij non-destructieve methoden moet men denken aan elektrische, magnetische en elektromagnetische methoden, eventueel in combinatie met remote sensing technieken. Bij weinig destructieve methoden gaat het om oppervlaktekartering en booronderzoek. Dit houdt in dat het plangebied wordt gekarteerd door middel van het “belopen” van akkers en weilanden, waarbij gezocht wordt naar aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische waarden. Daarnaast wordt door middel van boringen onderzocht hoe het staat met de bodemopbouw, en of er archeologische lagen of indicatoren te onderscheiden zijn. De aangetroffen vindplaatsen kunnen vervolgens nader bekeken worden met een meer diepgaand booronderzoek . Dit levert nadere informatie over de omvang en waardering op. Soms is het nodig om in dit stadium proefputjes te graven. Een proefsleuvenonderzoek wordt uitgevoerd indien uit de minder destructieve onderzoeksmethoden is gebleken dat er in een plangebied waardevolle archeologische vindplaatsen aanwezig zijn. Door middel van het graven van een aantal proefsleuven kunnen de exacte begrenzing, de datering en de graad van conservering van een vindplaats worden onderzocht. Uit het proefsleuvenonderzoek moet blijken of een vindplaats behoudenswaardig of zelfs beschermenswaardig is.

Is dit het geval, dan zal bekeken moeten worden of de vindplaats ingepast kan worden in het plan. Het rijks- en ook het provinciaal archeologiebeleid gaat in eerste instantie uit van behoud van het bodemarchief in situ (ter plekke in de bodem). Eventueel: III. Opgraven ofwel archeologisch vervolgonderzoek Indien het niet mogelijk is een ‘behoudenswaardige of beschermenswaardige’ vindplaats in situ te bewaren, zal het hier aanwezige bodemarchief voor het nageslacht bewaard dienen te worden door middel van een vlakdekkend onderzoek. Alleen dan is deze stap (stap III) noodzakelijk. Bron: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)

2021/14763 25

Bijlage 3: Boorstaten

2021/14763 26

2021/14763 27

2021/14763 28

2021/14763 29

2021/14763 30

2021/14763

Bijlage 5 Watertoets

vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam

35

2021/14763

datum 3-7-2020 dossiercode 20200703-12-23725 Project: Techniekcampus Zaandam Gemeente: Zaanstad Aanvrager: Ronald Dekker Organisatie: DNS Planvorming BV

Geachte heer/mevrouw Ronald Dekker, Voor het plan Techniekcampus Zaandamheeft u advies aangevraagd in het kader van de watertoets op www.dewatertoets.nl. Met de gegevens die u heeft opgegeven is bepaald dat bepaalde aspecten van het plan een zodanige invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap dat de normale proceduremoet worden gevolgd. Dit betekent dat wij in overleg met u willen bespreken hoe in uw plan rekening kan worden gehouden deze waterhuishoudkundige belangen. Om het watertoetsproces zo vlot mogelijk te laten verlopen, sturen wij u als bijlage een automatisch gegenereerd conceptwateradvies. Dit conceptadvies is in twee delen opgesplitst. In het eerste deel van het conceptadvies geven wij aan over welke onderwerpen nader overleg met het hoogheemraadschap noodzakelijk is. Het tweede deel van het conceptadvies bevat de onderwerpen die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit tweede deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en advies te geven over de nog openstaande waterbelangen.

Als u eerder een afspraak wilt maken, dan kunt u contact met ons opnemen via ons algemene nummer 072 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor de gemeente waarin uw plan zich bevindt. Naast het bijgevoegde conceptadvies kunt u op onze website meer informatie vinden over de watertoets in het algemeen: https://www.hhnk.nl/portaal/schoon-en-gezond-water_3556/item/watertoets_3017.html. LET OP:Het (concept)wateradvies is geen aanvraag voor een Watervergunning. Onze conclusie en wateradvies mogen alleen gebruikt worden tijdens de (ruimtelijke) planvormingfase. U dient zelf na te gaan welke vergunningen nodig zijn om het plan te realiseren. Bij het hoogheemraadschap dient u wellicht een Watervergunning aan te vragen of een melding te doen. Meer informatie over de Watervergunning vindt u op https://www.hhnk.nl/portaal/vergunningen-en-ontheffingen_3529/. Met vriendelijke groet, Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Postbus 250 1700 AG HEERHUGOWAARD T 072 582 8282 F 072 582 7010 E info@hhnk.nl W www.hhnk.nl

CONCEPT Wateradvies Via de Digitale Watertoets (www.dewatertoets.nl) heeft u Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier gevraagd een reactie te geven op het plan Techniekcampus Zaandam. Uit de ingediende gegevens is gebleken dat er voor één of meerdere wateraspecten nader overleg noodzakelijk is met het hoogheemraadschap. Deze aspecten benoemen wij in het eerste deel van dit concept wateradvies. In het tweede deel komen de onderwerpen aan bod die slechts een beperkte invloed hebben op de belangen van het hoogheemraadschap en die hierdoor ondervangen kunnen worden met standaard maatregelen. Dit deel van het advies kunt u gebruiken om alvast een eerste aanzet te geven tot de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van uw plan. DEEL I Hieronder vindt u de aspecten waarover nader contact met het hoogheemraadschap noodzakelijk is:

Het ingetekende plangebied heeft de volgende zoneringen (kaartlagen) geraakt: 2021/14763 - Zonering primaire waterkering Wij nemen binnen drie weken contact met u op om nadere afspraken te maken en te komen tot advies over bovenstaande waterbelangen. DEEL II Dit tweede deel van het advies kunt u direct gebruiken om een aanzet te maken voor de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is een procesinstrument dat is verankerd in de Wet Ruimtelijke Ordening (WRO), het Besluit Ruimtelijke Ordening (BRO) en het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) 2011. De bedoeling van het instrument is om wateraspecten van meet af aan mee te nemen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Het gaat hierbij om zes thema's: waterkwantiteit, waterkwaliteit, waterkeringen, wegen, afvalwaterketen en beheer & onderhoud van nieuw en bestaand oppervlaktewater. Beleid Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier heeft samen met haar partners haar waterbeleid op lange termijn (Deltavisie) en op middellange termijn (Waterprogramma 2016-2021) opgesteld. In het Waterprogramma 2016-2021 (voorheen waterbeheersplan) zijn de programma's en beheerstaken van het hoogheemraadschap opgenomen met de programmering en uitvoering van het waterbeheer.

Het programma is nodig om het beheersgebied klimaatbestendig te maken, toegespitst op de thema s waterveiligheid, wateroverlast, watertekort, schoon en gezond water en crisisbeheersing. Door het veranderende klimaat wordt het waterbeheer steeds complexer. Alleen door slim samen te werken is integraal en doelmatig waterbeheer mogelijk. Bij de ontwikkeling van het Waterprogramma is hieraan invulling gegeven door middel van een partnerproces en de ontwikkeling van gezamenlijke bouwstenen. Daarnaast beschikt het Hoogheemraadschap over een verordening: de Keur 2016. Hierin staan de geboden en verboden die betrekking hebben op watergangen en waterkeringen. Voor het uitvoeren van werkzaamheden kan een vergunning nodig zijn. De werkzaamheden in of nabij de watergangen en waterkeringen worden getoetst aan de beleidsregels die u op onze website kunt vinden ( https://www.hhnk.nl/portaal/keur_41208/). Verharding en compenserende maatregelen Uit uw gegevens blijkt dat er geen / slechts in zeer beperkte mate sprake is van een toename van de verharding. Omdat dit een dermate klein gevolg heeft voor de waterhuishoudkundige situatie hoeven er geen compenserende maatregelen uitgevoerd te worden. Waterkwaliteit en riolering In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering.

Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater. Voorwaarde is wel dat het hemelwater als schoon kan worden beschouwd. Bij voorkeur wordt afstromend hemelwater van verharde oppervlakken eerst voorgezuiverd door een berm, wadi of bodempassage. U heeft aangegeven dat er binnen het plan geen sprake is van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). Dit betekent dat we voor de nieuwe ontwikkeling adviseren om een gescheiden stelsel aan te leggen. Wij adviseren om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Tot Slot De initiatiefnemer van het plan is zelf verantwoordelijk voor de regeling, financiering en de realisatie van alle maatregelen die voortvloeien uit het plan. Mocht de inhoud van het plan wijzigen, dan verzoeken wij u vriendelijk ons een geactualiseerde versie toe te sturen. Ook ontvangen wij graag een exemplaar van het definitieve en goedgekeurde plan. Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

Mochten er desondanks vragen zijn, dan kunt u contact opnemen via 072 - 582 8282 en vragen naar de contactpersoon voor uw gemeente. www.dewatertoets.nl

2021/14763

Bijlage 6 Verkennend en nader bodemonderzoek

vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam

38

2021/14763

Titel Subtitel projectnummer 123456789 21 september 2015 revisie 00 Alliander N.V. - Alliander Finance B.V.

Verkennend en nader bodemonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam

Blad 1 van 115

projectnummer 0458913.138 definitief revisie 01 21 september 2020

2021/14763

Verkennend en nader bodemonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

Verkennend en nader bodemonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam

Antea Nederland B.V. projectnummer 0458913.138 definitief revisie 01 21 september 2020

Auteur N. Kuit

Opdrachtgever Gemeente Zaanstad Postbus 2000 1500 GA Zaandam

Verantwoording toepassing beoordelingsrichtlijnen (BRL's) Zie betreffende bijlage rapport

datum vrijgave 21 september 2020

beschrijving revisie 01 definitief

Blad 2 van 19

goedkeuring N. Kuit

vrijgave A. de Jong

2021/14763

Verkennend en nader bodemonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

Inhoudsopgave 1

Samenvatting

4

2

Inleiding

5

3

Bekende gegevens

6

4

Verrichte werkzaamheden

8

5

Onderzoeksresultaten

10

5.1 5.2 5.3

Resultaten veldwerk Resultaten laboratoriumonderzoek Verontreinigingssituatie en veiligheidsklassen

10 13 17

6

Conclusies en aanbevelingen

19

Bijlagen Bijlage 1 Toelichting op bodemonderzoek Bijlage 2 Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen Bijlage 3 Toetsing grondmonsters aan Wet bodembescherming Bijlage 4 Toetsing grondwatermonsters aan Wet bodembescherming Bijlage 5 Normen grond Wet bodembescherming Bijlage 6 Normen grondwater Wet bodembescherming Bijlage 7 Toetsing monsters aan Besluit bodemkwaliteit Bijlage 8 Toetsing bodemmonsters PFAS Bijlage 9 Normen Besluit bodemkwaliteit Bijlage 10 Analysecertificaten Bijlage 11 Berekening gewogen gehalte asbest Bijlage 12 Verantwoording uitvoering onderzoek BRL 2000 Bijlage 13 Tekeningen

Blad 3 van 19

2021/14763

1

Verkennend en nader bodemonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

Samenvatting Onderdeel Onderzoekslocatie Uitgevoerd onderzoek Opdrachtgever Contactpersonen opdrachtgever Aanleiding Doel

Resultaten grond Resultaten grondwater Resultaten asbest Wbb-procedure Voorlopige veiligheidsklasse conform CROW400 Rapport opgesteld door Projectnummer Antea Group

Omschrijving Aris van Broekweg te Zaandam Verkennend en nader bodemonderzoek Gemeente Zaanstad De heren A. de Laet en E. Franke Aanleiding tot onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een school (Zaancampus) en de resultaten van verkennend bodemonderzoek Doel van het onderzoek is vaststellen of sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging met zware metalen en asbest in grond en barium in grondwater op basis waarvan is nagaan welke belemmering dit oplevert voor de voorgenomen herontwikkeling De gehalten van meerdere onderzochte stoffen overschrijden de interventiewaarde Ten hoogste licht verhoogde gehalten aan onderzochte parameters De gemeten gehalte overschrijden de interventiewaarde BUS-melding Basishygiene-Zwart niet-vluchtig Nellie Kuit 0458913.138

Blad 4 van 19

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

2

Inleiding In opdracht van de gemeente Zaanstad heeft Antea Group in de periode juni – augustus 2020 een nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd op het terrein aan de Aris van Broekweg 1a3a in Zaandam. Aanleiding, situatie en bekende gegevens Aanleiding tot onderzoek vormt de voorgenomen bouw van een school (Zaancampus) en de resultaten van in 2019 door Antea Group uitgevoerd bodemonderzoek. Daarnaast heeft sloop van het voormalige danscentrum plaatsgevonden voordat voorliggend nader onderzoek is uitgevoerd. Na sloop is schone grond aangebracht en als gevolg van de werkzaamheden is de schone toplaag geroerd met gebiedseigen grond. Hiernaar is tevens onderzoek uitgevoerd. De locatie betreft de Aris van Broekweg 1a-3a in Zaandam en heeft een oppervlakte van ongeveer 2.050 m2. Het terrein was in gebruik als garagebedrijf en is niet meer als zodanig in gebruik. De opstallen (bouwjaar 1962; bron: BAG viewer) zijn inmiddels gesloopt, 2 wasboxen zijn nog aanwezig. Het overige (onbebouwde terrein) is braakliggend. Figuur 1: Globale ligging onderzoeksgebied

Uit het in 2019 door Antea Group uitgevoerde onderzoek blijkt dat de zandige ophooglaag niet tot licht verontreinigd. Op het zuidelijke en westelijke terreindeel zijn in de ondergrond bijmengingen met vliegas, sintels, gruis, puin en/of bakstenen aangetroffen en is de bodem matig tot sterk verontreinigd met zware metalen en indicatief sterk met asbest (gewogen gehalte van 160 mg/kg ds). Daarnaast is het grondwater op het zuidoostelijk terreindeel sterk verontreinigd met barium. Dit is bij herbemonstering bevestigd. De grond is licht tot sterk verontreinigd met barium.

Blad 5 van 19

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

3

Bekende gegevens In april 2018 is historisch onderzoek uitgevoerd voor ontwikkelingsgebied ‘Aris van Broekweg’ te Zaandam (Tauw, rapport met kenmerk R001-1262500TMA-V01-sal, d.d. 25-04-2018). Aanleiding voor het onderzoek was de mogelijke bouw van 100-300 woningen. De toekomstige campus ligt binnen deelgebied 5 ‘Bedrijven-terrein Aris van Broekweg Zuid’ en betreft van oudsher een havengebied. In het verre verleden was een groot deel van de locatie een haven (‘Nieuwe Haven’) en een klein gedeelte een voormalige scheepswerf. Het is echter niet bekend of deze daadwerkelijk op de huidige te ontwikkelen locatie heeft gelegen. Uit het historisch onderzoek zijn hiervoor namelijk geen aanwijzingen. In de bijlagen bij dit onderzoek is een overzicht opgenomen van historische kaarten in de periode 1849-2018 en luchtfoto’s van 19531978. Het hele gebied is opgehoogd met een ongespecificeerde laag. Voor zover bekend waren er op/nabij de locatie geen molens aanwezig. Uit de Zaan Atlas blijken geen gegevens omtrent de aanwezigheid van tanks. Vanwege het gebruik als garagebedrijf wordt dit echter niet uitgesloten. Uit de asbestkansenkaart blijkt dat het gebied verdacht is voor asbest vanwege (mogelijke) toepassing in bebouwing. De mogelijk voormalige scheepswerf geeft daarnaast een extra verdenking op asbest.

Direct ten noorden van het te ontwikkelen gebied is een asbestverdachte demping aanwezig. Deze ligt ter hoogte van de Aris van Broekweg en loopt van oost naar west. In de periode 1993 – 2002 zijn op het terrein verschillende bodemonderzoeken uitgevoerd. Ondanks dat de bodeminformatie formeel verouderd is, geven de onderzoeken een goede indicatie van de huidige verontreinigingsituatie van het onderzoeksgebied. Uit de onderzoeken blijkt o.a. het volgende: x Aan de noordwestzijde van het terrein (ter hoogte van de wasboxen), is naast een olieafscheider een matige oliegeur en olie-waterreactie waargenomen en een matige verontreiniging met minerale olie gemeten in het grondwater. Verder is rondom de wasboxen sprake van licht verhoogde gehalten aan onderzochte stoffen (Grondslag, kenmerk: 7178, d.d. 0509-2002). x Ter hoogte van het overige buitengelegen terrein is de puinhoudende bodem (0-1 m –mv.) over het algemeen matig verontreinigd met zware metalen (De Vries & van de Wiel, kenmerk: 93.8148, d.d. 01-04-1993; Grondslag, kenmerk: 7178, d.d. 05-09-2002; Eerland Milieutechniek Nederland B.V., d.d. 03-09-1993). x Het grondwater bij de gevel van de voormalige showroom is matig verontreinigd met benzeen, de grond ter plaatse is matig verontreinigd met minerale olie. (De Vries & van de Wiel, kenmerk: 93.8148, d.d. 01-04-1993).

In recenter onderzoek is ter hoogte van de gevel van de Showroom ook een oliewaarneming gedaan. Echter, in dit onderzoek zijn slechts licht verhoogde gehalten aan minerale olie gemeten in grond en grondwater (Grondslag, kenmerk: 7178, d.d. 05-09-2002). x In het zuidelijke deel van de showroom is één boring geplaatst. In de grond en het grondwater zijn geen noemenswaardige veronterinigingen naar voren gekomen (De Vries & van de Wiel, kenmerk: 93.8148, d.d. 01-04-1993). In de periode december 2019-maart 2020 is door Antea Group verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (rapport met kenmerk 0437916.173, revisie 02, d.d. 10-02-2020). Uit het onderzoek blijkt dat op vrijwel het gehele terrein een zandige ophooglaag voorkomt die doorgaans een beperkte dikte heeft vanwege de relatief dikke lagen van vliegas in de (onder)grond. Voor een groot deel van het terrein geldt dat onder de zandige ophooglaag niet of nauwelijks sprake is van bodem. De zandige ophooglaag is over het algemeen niet of ten hoogste licht verontreinigd. Op het zuidelijke en westelijke terreindeel zijn in de ondergrond bijmengingen met vliegas, sintels, gruis, puin en/of bakstenen aangetroffen en is de bodem matig tot sterk verontreinigd met zware metalen en indicatief sterk met asbest (gewogen gehalte van 160 mg/kg ds).

Blad 6 van 19

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

De resultaten van het asbest zijn indicatief omdat het monstermateriaal is verkregen uit boringen in plaats van uit gaten. Boringen zijn minder representatief dan gaten aangezien veel minder bodemmateriaal wordt geïnspecteerd en mogelijk asbesthoudend materiaal wordt weggedrukt. De venige ondergrond (aangetroffen op het oostelijke terreindeel) is matig verontreinigd met koper. Het grondwater op het zuidoostelijk terreindeel is sterk verontreinigd met barium (peilbuis 1). Dit is bij herbemonstering bevestigd. De grond is licht tot sterk verontreinigd met barium. Tijdens voorgaande onderzoeken is voor zover bekend niet op barium onderzocht. Mogelijk is hier sprake van een mobiele verontreinigingssituatie. Het pand van de voormalige dansschool (Juvat) is recent gesloopt waarbij de (paal)fundering ook verwijderd is. Het terrein is aangevuld met circa 40 cm schone grond onder cerificaat en voldoet aan klasse Wonen. Ten tijde van een terreininspectie voorafgaand aan de uitvoering van het nader onderzoek, is hier door de veldwerker vliegas aan het maaiveld waargenomen. Ten tijde van het verkennend onderzoek is op diverse locaties in de boven- en ondergrond vliegas aangetroffen. Naar verwachting is de aangebrachte schone grond geroerd geraakt met gebiedseigen grond.

Onderzoeksstrategie en doelstelling Nader onderzoek Het nader onderzoek heeft zich specifiek gericht op de locatie van de toekomstige bebouwing omdat daar grondverzet wordt gepleegd. De overige delen worden verhard (parkeerplaatsen) dan wel ingericht als groendelen. Hier zal geen of in mindere mate sprake zijn van grondverzet. Omdat de verontreinigingen zijn afgedekt met een hooguit licht verontreinigde laag, zal hier vermoedelijk niet in contact worden getreden met de sterke verontreiniging. In dat kader wordt nader onderzoek daar dan ook niet noodzakelijk geacht. Het nader bodemonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5740 met een onderzoeksstrategie op maat waarbij als uitgangspunt is gehanteerd dat sprake is van een heterogene bodemopbouw en daarmee -kwaliteit. Het nader asbestonderzoek is uitgevoerd conform de NEN 5707+C2/5897+C2 waarbij de strategie gevolgd is voor een verdachte locatie met diffuse bodembelasting, heterogeen verdeeld. De boven- en de ondergrond is op basis van het verkennend onderzoek als verdacht aangemerkt. Voor het onderzoek naar zware metalen en de grondwaterverontreiniging met barium is een onderzoeksprogramma op maat gehanteerd waarbij als uitgangspunt is gehanteerd dat de verontreiniging zich vanwege de Zaanse bodemopbouw (zand op slechtdoorlatend veen/klei) niet noemenswaardig zal hebben verspreid.

De doelstelling van het onderzoek is als volgt: x Nagaan of voor de bodemverontreiniging met zware metalen sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en een beter inzicht krijgen in de ruimtelijke spreiding; x Het vaststellen van het gemiddelde gehalte aan asbest per ruimtelijke eenheid van maximaal 1.000 m2; x Nagaan welke belemmering de kwaliteit van de bodem oplevert voor de voorgenomen herontwikkeling. Toplaagonderzoek Het onderzoek is uitgevoerd met en onderzoeksstrategie op maat. Over het terreindeel waar de schone grond is aangebracht (circa 950 m2) zijn in een raster in totaal 40 boringen verricht tot ongeveer 0,5 m -mv. Doel van het onderzoek is het vaststellen van de kwaliteit van de bovenste 50 cm en bepalen waar de geroerde laag overgaat in het oorspronkelijke’ maaiveld.

Blad 7 van 19

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

4

Verrichte werkzaamheden Het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in tabel 4.1. Tabel 4.1: Uitgevoerd veldwerk Werkzaamheden Nader asbestonderzoek Nader bodemonderzoek naar zware metalen Nader grondwateronderzoek naar barium Toplaagonderzoek

Sleufnummers Sl01 t/m Sl05 -

Boornummers 101 t/m 105 1000, 1001 1 t/m 40 en 201 t/m 203 ivm verdere verdichting

Waarvan peilbuizen Sl06 1000, 1001 -

Vanwege de nog aanwezige stelconverharding op het terreindeel rondom de wasplaats, kon hier geen maaiveldinspectie worden gedaan. Ten behoeve van het nader asbestonderzoek is een aantal stelconplaten verwijderd waarna de sleuven gegraven zijn. Nadat het uitgegraven materiaal geinspecteerd en bemonsterd is, zijn de stelconplaten teruggeplaatst. De zandige ondergrond van boring 1000 (3,0-3,5 m –mv.) waarin een zwakke oliefilm en matige oliegeur is waargenomen, bevat diverse bijmengingen waardoor het niet mogelijk was om een steekbusmonster te nemen. In de ondergrond van van sleuf 5 is een zwakke oliegeur waargenomen in een bodemvreemde laag (<50% grond). Analyse van grondlagen op vluchtige verbindingen die niet met een steekbus zijn bemonsterd, is een afwijking op de NEN 5740. Eventueel aangetroffen verhoogde gehalten aan vluchtige parameters (< interventiewaarde), dienen als gevolg daarvan als indicatief te worden beschouwd omdat de concentratie aan vluchtige stoffen in de bodem hoger kan zijn dan middels de analyse is vastgesteld. Met de PID-meter is in boring 1000 een waarde van 3 ppm gemeten. In het grondwater van peilbuis Sl05 zijn ten hoogste licht verhoogde gehalten aan minerale olie, xylenen en naftaleen gemeten waardoor geen noemenswaardige verontreiniging met olie en vluchtige aromaten worden verwacht.

Dit komt overeen met de bevindingen en conclusie van het verkennend onderzoek in 2019. Het uitgevoerde veldwerk is opgenomen in tabel 4.2. Tabel 4.2: Uitgevoerd laboratoriumonderzoek Monsternaam Traject (m -mv) Grond M01 0,05-0,55

M02

0,00-0,40

M03

0,15-0,50

M04

0,30-0,55

M05 M06

0,00-0,50 0,00-0,40

M07

0,00-0,45

M100 M101

0,30-0,70 0,00-0,70

M102 M103 M104 M200 1000-4

1,20-1,50 0,00-0,50 1,30-1,50 0,70-1,00 1,50-2,00

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv)

Laboratoriumanalyse

004 (0,45-0,55), 007 (0,15-0,50) 016 (0,05-0,50), 020 (0,40-0,55) 023 (0,30-0,50) 020 (0,00-0,40), 025 (0,00-0,30) 029 (0,00-0,35), 031 (0,00-0,30) 036 (0,00-0,30) 024 (0,15-0,50), 027 (0,25-0,45) 031 (0,30-0,50), 040 (0,35-0,50) 022 (0,45-0,55), 025 (0,30-0,50) 026 (0,30-0,50) 019 (0,00-0,50), 032 (0,00-0,20) 034 (0,00-0,30), 035 (0,00-0,30) 037 (0,00-0,40), 040 (0,00-0,35) 003 (0,00-0,40), 011 (0,00-0,15) 014 (0,00-0,45), 033 (0,00-0,20) 104 (0,30-0,70) 201 (0,00-0,50), 202 (0,00-0,50) 203 (0,30-0,70) 103 (1,20-1,50) 102 (0,07-0,50), 103 (0,00-0,50) 101 (1,30-1,50) 203 (0,70-1,00) 1000 (1,50-2,00)

Standaardpakket grond incl. LUOS (1)

Blad 8 van 19

Standaardpakket grond incl. LUOS (1)

Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) 9 metalen (standaardpakket nieuw), Lutum + Organische stof 9 metalen (standaardpakket nieuw), Lutum + Organische stof Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) Standaardpakket grond incl. LUOS (1) 9 metalen (standaardpakket nieuw), Lutum + Organische stof BTEXN + Minerale olie GC, Organische stof (gloeiverlies)

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

Monsternaam Traject (m -mv) Amm05 0,50-1,50 Amm06 0,30-1,50 Amm101a 0,00-0,45 Amm102a Amm103a Amm104a

0,00-0,30 0,30-0,50 0,20-0,50

Monstersamenstelling (meetpunt + traject in m -mv) AMM05 (0,50-1,50) AMM06 (0,30-1,50) 012 (0,00-0,20), 022 (0,00-0,45) 027 (0,00-0,25) 024 (0,00-0,15), 026 (0,00-0,30) 030 (0,40-0,50), 035 (0,30-0,50) 008 (0,20-0,50), 029 (0,35-0,50) 032 (0,20-0,50), 036 (0,30-0,50) 1001 (0,30-0,80) 1000 (1,50-2,00) 12, 22, 27 24, 26 30, 35 8, 29, 32, 36

Laboratoriumanalyse Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016 Asbest Grond NEN5898 2016

1001-2 0,30-0,80 Lutum + Organische stof, Barium (Ba) 1001-4 1,50-2,00 Lutum + Organische stof, Barium (Ba) Amm101a 0,00-0,45 Asbest Grond NEN5898 2016 Amm102a 0,00-0,30 Asbest Grond NEN5898 2016 Amm103a 0,30-0,50 Asbest Grond NEN5898 2016 Amm104a 0,20-0,50 Asbest Grond NEN5898 2016 Grondwater SL05-1-1 2,50-3,50 SL05 (2,50-3,50) BTEXN + Minerale olie GC, Barium (Ba) 1000-1-1 2,30-3,30 1000 (2,30-3,30) BTEXN + Minerale olie GC, Barium (Ba) 1001-1-1 2,30-3,30 1001 (2,30-3,30) BTEXN + Minerale olie GC, Barium (Ba) Toelichting 1: voor de samenstelling van het standaardpakket wordt verwezen naar bijlage 'Toelichting op bodemonderzoek'.

Blad 9 van 19

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

5

Onderzoeksresultaten

5.1

Resultaten veldwerk Tijdens de uitvoering van het veldwerk was het zicht voldoende (minimaal 50 m) en was het droog. De profielbeschrijvingen van de verrichte boringen met de bijbehorende veldwaarnemingen zijn opgenomen in de bijlage 'Profielbeschrijvingen en veldwaarnemingen'. Toplaagonderzoek (boringen 1 t/m 40) De bodem bestaat in het algemeen tot 0,15 à 0,45 m -mv. uit zand met zwakke tot lokaal matige bijmengingen met vliegas en zwakke bijmengingen met bakstenen en/of puin. Lokaal is sprake van zintuiglijk schoon zand. Onder het zand is een geroerde laag van vliegas, puin, bakssteen en/of zand aanwezig. Het percentage grond is minder dan 50% waardoor geen sprake is van bodem. In boring 16 is de zandige toplaag slechts 5 cm dik. In de boringen 18, 19, 25 t/m 28, 31 en 37 t/m 40 is tot 0,5 m -mv. zand aanwezig. Nader bodem- en asbestonderzoek (boringen 101 t/m 105, 201 t/m 203, 1000, 1001 en sl01 t/m sl05) De bodem bestaat tot wisselende dieptes (0,3 à 1,0 m -mv.) uit een zandige ophooglaag met puin, bakstenen en/of vliegas met daaronder volledig vliegas of geroerde lagen van vliegas met bakstenen, hout, sintels en/of slakken en lokaal ook met zand tot de maximale boor-/graafdiepte van ongeveer 1,5 m -mv. In de zandige ondergrond van een aantal boringen (verkennend en nader onderzoek) en in sleuf 5 zijn oliewaarnemingen gedaan. Het betreft het zuidwestelijke terreindeel.

De betreffende boringen zijn afgewerkt met peilbuis. Op het maaiveld en in de opgeboorde grond zijn geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel 5.1: Veldwaarnemingen Boring Diepte Waarneming (einddiepte, m -mv) (m -mv) Verkennend onderzoek (0437916.173) 001 (3,90) 1,00-2,00 pid (2), Stukjes leer 001 (3,90) 2,00-2,50 matig puin, brokken kolen, pid (1), afwijkende geur 001 (3,90) 2,50-3,00 zwak puin, Resten bodemvreemd materiaal. Koolbrokjes 001 (3,90) 3,00-3,90 pid (1) 009 (3,50) 3,00-3,50 matig vliegas, zwakke olie-water reactie, steekbus niet mogelijk, gestaakt op massieve laag 011 (1,50) 1,40-1,50 zwak puin, touw, snippers 011b (4,00) 1,40-1,50 zwak puin, touw, snippers 011b (4,00) 1,50-2,50 volledig vliegas, zwak sintels, zwak puin 011b (4,00) 2,50-4,00 matige oliegeur, geen materiaal, verwacht verdere laag vliegas 012 (1,50) 0,25-1,30 zwak baksteen, sterk sintels, gruizig 013 (1,50) 0,40-1,35 sterk sintels, zwak baksteen, gruizig 013 (1,50) 1,35-1,50 sterk sintels 014 (1,50) 0,05-0,40 sterk puin, matig baksteen 014 (1,50) 0,95-1,50 sterk sintels Toplaagonderzoek 001 (0,50) 0,15-0,50 volledig vliegas 002 (0,50) 0,20-0,50 volledig vliegas 003 (0,50) 0,00-0,40 zwak vliegashoudend, zwak baksteenhoudend 003 (0,50) 0,40-0,50 volledig vliegas 004 (0,55) 0,45-0,55 volledig vliegas, matig puinhoudend 005 (0,50) 0,35-0,50 volledig vliegas 006 (0,50) 0,00-0,50 sporen

baksteen, sporen vliegas

Blad 10 van 19

Grondsoort

veen veen veen veen zand zand zand zand zand

2021/14763

Verkennend en nader bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam projectnummer 0458913.138 september 2020, revisie 01 Gemeente Zaanstad

Boring (einddiepte, m -mv) 007 (0,50) 008 (0,50) 009 (0,50) 010 (0,50) 011 (0,50) 011 (0,50) 012 (0,50) 013 (0,55) 014 (0,55) 014 (0,55) 015 (0,50) 016 (0,50) 016 (0,50) 017 (0,55) 018 (0,50) 019 (0,50) 020 (0,55) 020 (0,55) 022 (0,55) 022 (0,55)

Diepte (m -mv) 0,15-0,50 0,20-0,50 0,20-0,50 0,20-0,50 0,00-0,15 0,15-0,50 0,00-0,20 0,45-0,55 0,00-0,45 0,45-0,55 0,10-0,50 0,00-0,05 0,05-0,50 0,45-0,55 0,00-0,50 0,00-0,50 0,00-0,40 0,40-0,55 0,00-0,45 0,45-0,55

023 (0,50) 024 (0,50) 024 (0,50) 025 (0,50)

0,30-0,50 0,00-0,15 0,15-0,50 0,30-0,50

026 (0,50) 026 (0,50)

0,00-0,30 0,30-0,50

027 (0,60) 027 (0,60) 029 (0,50) 030 (0,50) 031 (0,50) 032 (0,50) 032 (0,50) 033 (0,50) 033 (0,50) 034 (0,50) 035 (0,50) 036 (0,50) 037 (0,50) 038 (0,50) 040 (0,50) Nader onderzoek 200 (0,00) 200 (0,00) SL01 (1,50) SL02 (0,00) SL03 (1,50) SL04 (1,50) SL05 (2,00) SL05 (2,00)

0,00-0,25 0,25-0,45 0,35-0,50 0,40-0,50 0,30-0,50 0,00-0,20 0,20-0,50 0,00-0,20 0,20-0,50 0,30-0,50 0,30-0,50 0,30-0,50 0,40-0,50 0,35-0,50 0,35-0,50

201 (0,00) 202 (0,00) 202 (0,00)

0,70-1,50 0,00-0,70 0,70-1,50

203 (0,00) 203 (0,00)

0,30-0,70 0,70-1,00

203 (0,00) 101 (0,00) 101 (0,00)

1,00-1,50 0,07-0,50 0,50-1,30

0,50-1,00 1,00-1,50 0,30-1,50 0,50-1,50 0,30-1,50 0,05-1,50 0,00-0,50 0,50-2,00

Waarneming

Grondsoort

sterk vliegashoudend, zwak puinhoudend, geroerd sterk vliegashoudend, geroerd sterk vliegashoudend, matig puinhoudend, geroerd sterk vliegashoudend, zwak houthoudend, geroerd matig vliegashoudend, geroerd sterk vliegashoudend, geroerd zwak vliegashoudend, geroerd volledig vliegas, zwak puinhoudend zwak vliegashoudend, geroerd volledig vliegas volledig vliegas sporen vliegas sterk vliegashoudend, zwak puinhoudend volledig vliegas sporen baksteen, sporen vliegas sporen baksteen, sporen vliegas sporen puin sterk vliegashoudend, zwak puinhoudend, geroerd sporen vliegas, sporen puin sterk vliegashoudend, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, geroerd sterk vliegashoudend, matig puinhoudend, geroerd sporen vliegas, sporen baksteen zwak vliegashoudend, matig puinhoudend, matig baksteenhoudend zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend, zwak vliegashoudend, geroerd zwak vliegashoudend matig baksteenhoudend, matig puinhoudend, zwak vliegashoudend, geroerd sporen vliegas matig vliegashoudend, zwak puinhoudend uiterst vliegashoudend, geroerd volledig vliegas sterk vliegashoudend, zwak puinhoudend, geroerd sporen vliegas, sporen baksteen uiterst vliegashoudend, geroerd zwak vliegashoudend, geroerd sterk vliegashoudend, geroerd sterk vliegashoudend, geroerd volledig vliegas zwak baksteenhoudend, uiterst vliegashoudend, geroerd matig vliegashoudend, geroerd matig vliegashoudend, geroerd zwak

vliegashoudend, zwak puinhoudend

zand zand zand zand zand zand zand zand -

volledig vliegas, sporen baksteen, resten hout volledig vliegas, resten hout, sporen puin volledig vliega volledig vliegas, zwak baksteenhoudend volledig vliegas, zwak baksteenhoudend volledig vliegas, sporen hout, sporen puin sporen baksteen, resten glas volledig vliegas, matig puinhoudend, zwak metaalhoudend, zwakke oliegeur volledig vliegas, sporen baksteen zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, zwak vliegashoudend volledig vliegas, sporen hout, zwak puinhoudend, zwak baksteenhoudend zwak baksteenhoudend, zwak puinhoudend, brokken vliegas zwak sintelshoudend, matig vliegashoudend, zwak puinhoudend, zwak slakkenhoudend volledig vliegas, zwak slakkenhoudend, zwak puinhoudend sterk puinhoudend, matig baksteenhoudend volledig vliegas

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10481333/1