Bijlagen bij Toelichting Bestemmingsplan Techniekcampus Zaandam deel 3
Tekst van het document
Bijlage 11 Onderzoek stikstofdepositie
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
440
Notitie DNS Planvorming BV Van:
R. Dekker
Datum:
2 november 2020
Betreft:
Stikstofberekening Techniekcampus Zaandam
1.
DNS Planvorming B.V. Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Inleiding
Voor de voorgenomen realisatie van de techniekcampus aan de Aris van Broekweg 1, 3 en 3a te Zaandam is een berekening uitgevoerd om de stikstofdepositie van het project te bepalen. De te realiseren bebouwing wordt zonder gasaansluiting gerealiseerd maar er is wel sprake van extra gebruiksverkeer en de inzet van mobiele werktuigen tijdens de herinrichting en bouw. Om de stikstofdepositie van het project te berekenen is de meest recente versie van de rekentool ‘Aerius’ (Aerius versie 2020) gebruikt.
2.
Uitgangspunten
Bij de berekening van stikstofemissie zijn twee fasen te onderscheiden; de gebruiksfase en de aanlegfase. De situatie met de hoogste projectbijdrage is bepalend voor de te verwachten gevolgen op Natura 2000-gebieden. Voor de berekening zijn de effecten ingeschat op de meest dichtbij zijnde stikstofgevoelige habitattypen. Polder Westzaan ligt op circa 1 kilometer afstand, Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske ligt op circa 3 kilometer afstand en Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder ligt op circa 4 kilometer aftand.
3.
Gebruiksfase
Er wordt een gebouw met drie bouwlagen gerealiseerd zonder gasaansluiting en andere stookinstallaties, zodat van emissie uit het gebouw geen sprake is. Alleen de verkeersaantrekkende werking is relevant. Bij de bepaling van het aantal verkeersbewegingen is bij het project er van uitgegaan dat maximaal 60 leerlingen op een dag gebruik maken van de techniekcampus. Voor de nog te verhuren ruimte komen daar nog 15 bezoekers bij. Gelet op de ligging nabij het NS-station en de beschikbaarheid van 25 parkeerplaatsen in het plangebied, zal een groot deel van de bezoekers met het openbaar vervoer komen. Er is worst-case gerekend met een verkeersgeneratie van 100 motorvoertuigen per dag. Het verkeer is gemodelleerd vanaf het plangebied tot aan de aansluiting met de provinciale weg N203. Deze modellering is in lijn met een algemeen criterium voor verkeersaantrekkende werking van wegverkeer dat de gevolgen voor het milieu van dit verkeer niet meer aan het nieuwe project kunnen worden toegerekend wanneer geacht kan worden dat dit verkeer is opgenomen in het “heersende verkeersbeeld”. De uitkomst van de berekeningen is opgenomen als separate bijlage. Uit de berekeningen blijkt dat op alle rekenpunten de projectbijdrage van de gebruiksfase van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar is. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
4.
Aanlegfase
De stikstofemissies tijdens de aanlegfase bestaat uit bouwverkeer en het gebruik van mobiele werktuigen ter plaatse van de te slopen en te realiseren bebouwing. De aanlegfase zal maximaal een jaar in beslag nemen en plaatsvinden in 2021.
Pagina 1
Notitie Voor het verkeer ten behoeve van het bouwplan is (worst-case) uitgegaan van 30 ritten licht verkeer en 4 ritten zwaar verkeer per dag over het gehele jaar Het verkeer is als lijnbron gemodelleerd vanaf het plangebied tot aan de aansluiting met de N203. Afhankelijk van het bouwjaar van het materieel en de brandstof is de emissiefactor bepaald. Voor de emissiekarakteristieken zijn de standaard waarden van AERIUSCalculator gehanteerd: Een uitstoothoogte van 4 meter met een spreiding van 4 meter. De emissies van de mobiele werktuigen zijn gemodelleerd als oppervlaktebron.
DNS Planvorming B.V. Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Voor het gebruik van mobiele werktuigen zijn de machines en draaiuren genomen die zijn vermeld in Tabel 1. Er is uitgegaan van inzet van materieel met Stageklasse III of nieuwer. De materiële inzet zo goed mogelijk ingeschat. Omdat er nog geen aannemer betrokken is bij het bouwplan, is een extra bron met een vermogen van 100 kw (vergelijkbaar met een grote graafmachine) opgenomen voor onvoorziene werkzaamheden die gedurende 16 uur draait.
Draaitijdfactor
Emissiefactor (g/kw)
Aantal
Draaitijd (uren)
100 224 200 100 100
2006 III 2005 2006 III
0,6 0,5 0,5 0,6 1
2,9 4 3,6 3,1 4
1 1 1 1 1
40 24 24 100 16
Emissie (Kg Nox)
Stageklasse of bouwjaar
Graafmachine Heistelling Betonstorter Hijskraan Divers/onvoorzien TOTAAL
Vermogen (kw)
Tabel 1: Geschatte materieelinzet en geproduceerde stikstof in de aanlegfase
7,0 10,8 8,6 18,0 6,4 50,8
De uitkomst van de berekeningen is opgenomen als separate bijlage. Uit de berekeningen blijkt dat op alle rekenpunten de projectbijdrage van de aanlegfase van het initiatief 0,00 mol/ha/jaar bedraagt. Deze bijdrage wordt als verwaarloosbaar beschouwd.
5.
Conclusie
De maximale projectbijdrage als gevolg van het gebruik van het nieuwe gebouw (gebruiksfase) en de herinrichting en bouw (aanlegfase) is 0,00 mol/ha/jaar op de meest dichtstbijzijnde stikstofgevoelige habitattypen. De stikstofdepositie leidt niet tot significante gevolgen waardoor de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden in gevaar zouden kunnen komen. Het aspect stikstofdepositie staat de uitvoerbaarheid van het plan niet in de weg.
Pagina 2
Bijlage 12 Onderzoek trillingsmetingen
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
443
Rapport
Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder)
Écht minder bouwschade www.bouwrisk.nl
Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) Projectnummer BR206666 In opdracht va CRUX Engineering BV Opgesteld J. Willemse
ing. R. van Buuren
Gecontroleerd ing. M. Möhle
Rapportnummer RT666601b
NL-2628 RX DELFT
Vrijgave ir. Y. Hollman
Rapportdatum 3 maart 2021
Écht minder bouwschade www.bouwrisk.nl
Mijnbouwstraat 112
Versie en status 2 - Definitief
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING 1.1 Algemeen 1.2 Leeswijzer
4 4 4
2.
DE SBR-B RICHTLIJN
5
3.
UITVOERING
8
4.
DE RESULTATEN 4.1 Analyse 4.2 Samenvatting en Conclusie
10 10 12
5
BIJLAGEN
13
Pagina 4 van 13
1.
INLEIDING
1.1 Algemeen BouwRisk BV heeft van CRUX Engineering BV opdracht gekregen om trillingsmetingen uit te voeren t.b.v. de nog te realiseren nieuwbouw Zaancampus aan de Aris van Broekweg te Zaandam. De trillingen in een naastgelegen bestaand pand zijn vastgelegd en beoordeeld aan de SBR-B richtlijn “Hinder voor personen in gebouwen” van augustus 2002. De resultaten van deze meting dienen als indicatie voor mogelijk in de toekomst voorkomende trillingen in de nieuwbouw als gevolg van passerende treinen. 1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de SBR-B richtlijn kort behandeld. Hoofdstuk 3 behandelt de uitkomst van de metingen en geeft de conclusie. In de bijlagen (hoofdstuk 4) zijn de meetresultaten in grafiekvorm bijgevoegd en vindt u een lijst van de overschrijdingen op datum en tijd gesorteerd.
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 5 van 13
2.
DE SBR-B RICHTLIJN
Bouwwerken kunnen door verschillende omstandigheden in trilling raken, bijvoorbeeld door machines, passerend (rail-) verkeer, explosies, wind, of bouwwerkzaamheden. Deze trillingen kunnen op hun beurt leiden tot hinder, schade of storingen aan apparatuur. In Nederland is ten aanzien van trillingshinder als gevolg van spoor trajecten de ‘Beleidsregel trillingshinder spoor’ (Bts) van kracht. In de Bts wordt voor een aantal zaken rondom de uitvoering van het trillingsonderzoek verwezen naar SBR meet- en beoordelingsrichtlijn deel B “Trillingen; Hinder voor personen in gebouwen”, uitgave augustus 2002 (SBR-B). De richtlijn geeft handvaten om te kunnen beoordelen of trillingen hinderlijk zijn of niet. Vanuit de jurisprudentie is de richtlijn algemeen geaccepteerd als toetsingskader voor trillingen. Voor de toetsing voor hinder voor personen in gebouwen dient zowel de maximale (Veff,max) als de gemiddelde (Vper) effectieve waarde van de trillingssnelheid bepaald te worden. Bepaling Vper: Voor de definitie van Vper staat in artikel 1 van de Bts: Vper: de gemiddelde trillingssterkte zoals gedefinieerd in de SBR-richtlijn B. In de SBR-B is de definitie van Vper als volgt: “Trillingssterkte over de beoordelingsperiode behorende bij de ruimte, dimensieloos en bepaald op basis van de kwadratisch gemiddelde effectieve waarde van de maxima veff,max,30,i .
Deze waarde dient uitsluitend te worden bepaald voor het meetpunt en de meetrichting waarin de grootste waarde Vmax voor de ruimte volgens paragraaf 9.7 van de SBR-B is bepaald.” Hierin is nog niet meteen duidelijk of met ‘de’ beoordelingsperiode het weekdaggemiddelde moet worden getoetst of de waarden voor iedere beoordelingsperiode. De beoordelingsperiode is een tijdinterval waarin een dag wordt verdeeld voor de toetsing van de trillingswaarden: • de dagperiode 07:00 uur tot 19:00 uur • de avondperiode 19:00 uur tot 23:00 uur • de nachtperiode 23:00 uur tot 07:00 uur. Bepaling Veff,max: Op basis van de meetresultaten van de meetpunten op de vloeren zijn de maximale effectieve waarde van de trillingssnelheden bepaald. De effectieve waarde van de trillingssnelheid is dimensieloos. Deze wordt bepaald door een omrekening van de maximale trillingssnelheid naar een gewogen momentane waarde voor de trillingssnelheid. Uit de gewogen momentane waarde kan de voortschrijdende effectieve waarde worden bepaald. Binnen de gegeven beoordelingsperiode, dag, avond of nacht, is de maximale waarde veff,max te bepalen als het maximum van de grootste effectieve waarden in de betreffende beoordelingsperiode. Op basis van SBR - richtlijn B: “Hinder voor personen door trillingen” is de streefwaarde van de maximale trillingssnelheid bepaald.
Indien de trillingssnelheid beneden de streefwaarde blijft, mag verwacht worden dat er in de meeste situaties geen hinder voor personen zal optreden.
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 6 van 13
Uitgangspunten voor de streefwaarden zijn: - functie : onderwijs en kantoor; - omstandigheid : herhaald voorkomende trillingen, gedurende lange tijdsduur, door trein verkeer; - situatie: bestaande situatie. De streefwaarden zijn niet primair frequentieafhankelijk en zijn in onderstaande tabel 1 voor een nieuwe situatie opgenomen met een herhaald kortdurende trillingsbron gedurende lange tijd. Tabel 1: streefwaarden voor herhaald voorkomende trillingen voor nieuwe situaties t.b.v. herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd (weg- en railverkeer)
Gebouwfunctie Onderwijs en kantoor Hierin is
A1 A2 A3
Dag en avond A1 A2 A3 0,15 0,6 0,07
A3 0,15
Nacht A2 A3 0,6 0,07
onderste streefwaarde voor de trillingssterkte V max bovenste streefwaarde voor de trillingssterkte V max streefwaarde voor de trillingssterkte V per
Voor de afweging van de toelaatbaarheid van de trillingssterkte gedurende langere periode, stelt SBR B dat aanvullend gebruik gemaakt kan worden van de navolgende kwalificatie van de hinder zoals aangegeven in tabel 2. Tabel 2: hinderkwalificatie
Vmax <0,1 0,1 – 0,2 0,2 – 0,8 0,8 – 3,2 >3,2
Waarneming Niet voelbaar Juist voelbaar Juist voelbaar tot goed voelbaar Goed voelbaar tot sterk voelbaar Zeer sterk voelbaar
Hinderkwalificatie Geen hinder Weinig hinder Matige hinder Hinder Ernstige hinder
In de richtlijn SBR-B zijn bovenstaande relatie verwerkt tot objectieve streefwaarden SBR richtlijn B vermeldt: “Het accepteren van (matige) hinder door overschrijding van de streefwaarden kan onder meer afhankelijk zijn van de mate waarin de trillingssterkte voorkomt, de aanwezigheid van andere trillingsbronnen (de achtergrondtrillingen), de mogelijkheid tot het treffen van trilling reducerende maatregelen en de historie. In geval van mogelijke hinder dienen de betrokken partijen te overleggen. Ernstige hinder is niet toelaatbaar.” Voor het maken van een beoordeling en de toetsing van trillingsintensiteiten ten aanzien van hinder is het noodzakelijk inzicht te krijgen in enerzijds de grootste optredende effectieve waarde van de trillingssnelheid en anderzijds de gemiddelde effectieve waarde van de trillingssnelheid. Voor de toetsing voor hinder zijn derhalve zowel de zware voertuigen en / of BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 7 van 13
de voertuigen met de grootste voertuigsnelheid maatgevend, als de verkeersintensiteit (aantal herhalingen van passages) van de zware voertuigen en / of de voertuigen met de grootste voertuigsnelheid maatgevend. Voor de beoordeling van hinder dient in principe uit te worden gegaan van de meetpunten op de vloeren. De procedure voor de toetsing voor overschrijding van de streefwaarden voor hinder luidt, dat: Veff,max < A1 (toets 1) Indien Veff,max > A1, dan: Veff,max < A2 en Vper < A3 (toets 2) Kort toegelicht: • Toets 1: De maximale effectieve waarde van de trillingssnelheid dient in eerste instantie getoetst te worden aan streefwaarde A1. Indien deze onder de streefwaarde blijft, mag er geen hinder verwacht worden. Indien niet, volgt toets 2: • Toets 2: Indien niet voldaan wordt aan toets 1 wordt toets 2 uitgevoerd. De maximale effectieve waarde van de trillingssnelheid dient getoetst te worden aan streefwaarde A2 en de gemiddelde effectieve waarde van de trillingssnelheid dient getoetst te worden aan streefwaarde A3. Geen hinderbeleving is te verwachten indien aan beide delen van toets 2 wordt voldaan. Bij overschrijding van streefwaarde A2 is hinder voor personen niet uitgesloten.
Indien streefwaarde A2 niet overschreden wordt, bepaalt de intensiteit van de passages van verkeer (toetsing streefwaarde A3) of sprake is van overschrijding van streefwaarde A3 en daarmee mogelijke hinder voor personen.
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 8 van 13
3.
UITVOERING
De trillingsmeter die voor dit project zijn ingezet zijn de Profound Vibra+. Deze instrumenten voldoen aan de SBR-B richtlijn en worden op regelmatige basis gecontroleerd en gekalibreerd. De trillingsmeter is door een meetdeskundige van BouwRisk B.V. voor aanvang van de werkzaamheden conform de SBR-B geplaatst. De trillingsmeter VIBe0194 en de VIBe0236 is geïnstalleerd op vrijdag 08-01-2021 om 12:00 uur. Metingen hebben aaneengesloten plaatsgevonden t/m vrijdag 15-01-2021 tot 12:00u. De metingen zijn volcontinu 24/7 uitgevoerd. De meetlocatie is opgenomen in onderstaand overzicht. De trillingsmeter is geplaatst met uitdrukkelijke toestemming van de eigenaar van het pand.
Locatie trillingsmeters
Figuur 1: locatie trillingsmeters pand
Figuur 2: locatie trillingsmeter VIBe0194 begane grond
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 9 van 13
Figuur 3: locatie trillingsmeter VIBe0236 1e verdiepingsvloer
Tabel 3: locatie trillingsmeters
Unit
Meetperiode VIBe0194
08 jan t/m 15 jan 2021
VIBe0236
08 jan t/m 15 jan 2021
Opmerkingen Begane grond Geïnstalleerd op betonvloer 1e verdiepingsvloer Geïnstalleerd op laminaat (zwevende vloer)
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 10 van 13
4.
DE RESULTATEN
4.1
Analyse
In tabel 4 zijn de meetresultaten van de vloermeetpunten van pand Aris van Broekweg 3 vergeleken met (en getoetst aan) de streefwaarden conform de SBR-B voor hinder voor personen. Voor de dag periode is in figuren de toetsing grafisch uitgevoerd. Begane grond dagperiode: meetperiode Vmax Veff (max,30) 08 jan 0.58 0.14 09 jan 2.82 0.45 10 jan 2.62 0.28 11 jan 0.45 0.14 12 jan 0.29 0.13 13 jan 0.50 0.16 14 jan 0.58 0.16 15 jan 0.26 0.15 Begane grond avondperiode: meetperiode Vmax Veff (max,30) 08 jan 0.28 <0.10 09 jan 0.18 <0.10 10 jan 0.29 0.14 11 jan 0.28 0.13 12 jan 0.28 0.12 13 jan 0.25 0.12 14 jan 0.26 0.10 15 jan nvt Begane grond nachtperiode: meetperiode Vmax Veff (max,30) 08 jan 0.24 0.11 09 jan 0.26 0.14 10 jan 0.26 0.12 11 jan 0.28 0.14 12 jan 0.25 0.12 13 jan 0.23 0.12 14 jan 0.32 0.12 15 jan nvt
Vper 0.01 0.01 0.01 0.02 0.01 0.01 0.01 0.02
Vper 0.00 0.00 0.01 0.01 0.01 0.01 0.00
Vper 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
Toets 1 A1 = 0,15 Voldoet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet Voldoet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet niet
Toets 2 A2=0,6 | A3=0,07
Toets 1 A1 = 0,15 Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet
Toets 2 A2=0,6 | A3=0,07
Toets 1 A1 = 0,15 Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet
Toets 2 A2=0,6 | A3=0,07
Voldoet Voldoet
Voldoet Voldoet Voldoet
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 11 van 13
Eerste verdieping dagperiode: meetperiode Vmax Veff (max,30) 08 jan 7.4 2.4 09 jan 1.68 0.24 10 jan 1.44 0.38 11 jan 4.14 1.92 12 jan 7.15 2.0 13 jan 4.51 2.1 14 jan 3.17 1.05 15 jan 0.32 0.14 Eerste verdieping avondperiode: meetperiode Vmax Veff (max,30) 08 jan 0.22 0.14 09 jan 0.20 0.1 10 jan 0.34 0.13 11 jan 0.34 0.15 12 jan 0.97 0.13 13 jan 0.31 0.16 14 jan 0.56 0.18 15 jan nvt Eerste verdieping nachtperiode: meetperiode Vmax Veff (max,30) 08 jan 0.36 0.14 09 jan 0.28 0.13 10 jan 0.26 0.15 11 jan 0.27 0.18 12 jan 0.24 0.13 13 jan 0.24 0.13 14 jan 0.36 0.13 15 jan nvt
Vper 0.25 0.02 0.01 0.07 0.11 0.06 0.06 0.07
Vper 0.01 0.00 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
Vper 0.01 0.00 0.01 0.01 0.01 0.01 0.01
Toets 1 A1 = 0,15 Voldoet niet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet
Toets 2 A2=0,6 | A3=0,07 Voldoet niet Voldoet Voldoet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet Voldoet
Toets 1 A1 = 0,15 Voldoet Voldoet Voldoet Voldoet niet Voldoet Voldoet niet Voldoet niet
Toets 2 A2=0,6 | A3=0,07
Toets 1 A1 = 0,15 Voldoet Voldoet Voldoet niet Voldoet niet Voldoet Voldoet Voldoet
Toets 2 A2=0,6 | A3=0,07
voldoet Voldoet Voldoet
Voldoet Voldoet
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 12 van 13
4.2 Samenvatting en Conclusie Van 8 januari tm 15 januari zijn op twee locaties op de Aris van Broekweg 3 trillingen gemeten. De trillingen zijn gemeten op de volgende locaties: Unit
Meetperiode VIBe0194
08 jan t/m 15 jan 2021
VIBe0236
08 jan t/m 15 jan 2021
Opmerkingen Begane grond Geïnstalleerd op betonvloer 1e verdiepingsvloer Geïnstalleerd op laminaat (zwevende vloer)
Na afloop zijn de trillingen geanalyseerd en getoetst op de SBR-B richtlijn voor hinder van personen voor herhaald voorkomende trillingen gedurende lange tijd (weg- en railverkeer) voor een nieuwe situatie.. Op basis van de meetresultaten kunnen we constateren dat de gemeten trillingen op de Aris van Broekweg 3 tussen 8 jan en 15 januari 2021 de streefwaarden uit de SBR-B richtlijn op drie dagdelen van de meetperiode overschreden is en wel op 8, 11 en 12 januari in de dagperiode. Direct na plaatsing zijn hoge trillingen gemeten welke mogelijk veroorzaakt zijn door lopen nabij de trillingsmeter als gevolg van de installatie inclusief instructie aan gebruikers van het pand. Tevens opgemerkt dat de metingen welke uitgevoerd zijn in een bestaande situatie getoetst zijn aan de streefwaarde welke gelden voor een nieuwe situatie. Of de gemeten trillingen daadwerkelijk door weg- en/of treinverkeer veroorzaakt zijn is niet met zekerheid vast te stellen. Hiervoor is een nadere analyse nodig door bijvoorbeeld het uitvoeren van een bemande meting. Bij een bemande trillingsmeting kan een trilling gerelateerd worden aan passerende trein dan wel auto. Dit kan aansluitend meegenomen worden in de analyse.
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Pagina 13 van 13
5
BIJLAGEN
Resultaten van de trillingsmetingen in grafiekvorm
BouwRisk B.V. Rapportage trillingsmetingen Aris van Broekweg 2 Zaandam Trillingsmeting SBR-B (hinder) rapportnummer RT666601b datum 3 maart 2021 versie en status 2 - Definitief
Bijlage 13 Aanmeldnotitie m.e.r.
vastgesteldbestemmingsplanTechniekcampusZaandam
489
Notitie DNS Planvorming B.V.
DNS Planvorming bv Van:
R. Dekker
Datum:
17 augustus 2020
Project
Techniekcampus, Zaandam
Betreft:
Aanmeldnotitie m.e.r.
1.
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Aanleiding
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen, gevallen, activiteiten en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen "m.e.r.-plichtige activiteiten" waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en "m.e.r.beoordelingsplichtige activiteiten" waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu. Het Besluit m.e.r. en de Wet milieubeheer zijn per 7 juli 2017 gewijzigd. Gemeenten zijn thans verplicht om een expliciet besluit te nemen over het al dan niet opstellen van een milieueffectrapport (Mer). Het besluit behoeft niet separaat te worden gepubliceerd, maar moet wel worden opgenomen in het besluitvormingsproces van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning. In de gewijzigde Besluit m.e.r. staat de nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.beoordeling aan de orde is moet door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie worden opgesteld. Deze notitie geeft hier invulling aan. 2.
Activiteiten in relatie tot het Besluit m.e.r.
Een m.e.r. is verplicht bij bestemmingsplannen indien de activiteiten in het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden, zodat een passende beoordeling nodig is en/of het plan kaders stelt voor activiteiten in het plangebied waarvoor volgens de Wet milieubeheer een besluit m.e.r.(-beoordeling) verplicht is. Uit het bestemmingsplan en het uitgevoerde onderzoek naar stikstofdepositie1 blijkt dat ten gevolge van het project geen negatieve effecten optreden op relevante waarden van Natura 2000‐gebieden en zeker geen significant negatieve effecten. In het Besluit milieueffectrapportage zijn m.e.r.-(beoordelings)plichtige activiteiten en indicatieve drempelwaarden opgenomen. Op de D-lijst onder categorie D 11.2 geldt voor het onderdeel ‘aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ een drempelwaarde van 100 hectare (en van 2.000 woningen). De onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op een school op een perceel van circa 0,2 hectare. De voorgenomen ontwikkeling is ook niet direct m.e.r.-beoordelingsplichtig. De drempelwaarden zijn indicatief. Daarom moet vervolgens worden gekeken naar de kenmerken van de ontwikkeling, de plaats van de ontwikkeling en de kenmerken van mogelijke effecten.
Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst van het nieuwe Besluit milieueffectrapportage die beneden de drempelwaarden vallen een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term 1
Onderzoek stikstofdepositie Techniekcampus Zaandam, DNS Planvorming BV, 17 augustus 2020
Pagina 1
Notitie DNS Planvorming B.V.
vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies leiden: belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodzakelijk; belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.-beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor een m.e.r.
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is dus altijd nodig als een besluit of plan wordt voorbereid over activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden liggen. Met het gewijzigde Besluit m.e.r. dient voor elke aanvraag door de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie te worden opgesteld. 3.
M.e.r.-beoordeling
Naar aanleiding van het gestelde hierboven moet een toets worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Op grond van artikel 7.16 van de Wet milieubeheer moet worden ingegaan op de volgende aspecten: een beschrijving van de activiteit, met in het bijzonder: o een beschrijving van de fysieke kenmerken van de gehele activiteit en, voor zover relevant, van sloopwerken; o een beschrijving van de locatie van de activiteit, met bijzondere aandacht voor de kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop de activiteit van invloed kan zijn; een beschrijving van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben; een beschrijving, voor zover er informatie over deze gevolgen beschikbaar is, van de waarschijnlijk belangrijke gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben ten gevolge van: o indien van toepassing, de verwachte residuen en emissies en de productie van afvalstoffen; o het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name bodem, land, water en biodiversiteit. Beschrijving van de activiteit De Zaancampus is een samenwerking tussen bedrijfsleven, overheid (Provincie NoordHolland en gemeente Zaanstad) en onderwijs. Om samen het tekort aan technici te verminderen en de continuïteit van de regionale food-, proces-en maakindustrie te waarborgen is een aantal afspraken gemaakt.
Eén van deze afspraken is de realisatie van een fysieke techniekcampus waarin meerdere opleidingen gebruik maken van elkaars faciliteiten. Het voornemen is om de techniekcampus te realiseren aan de Aris van Broekweg 1, 3 en 3a te Zaandam. Binnen het plangebied was dansschool Juvat gevestigd. De voormalige bebouwing is recent gesloopt. Op het perceel zijn nog wel twee wasboxen van het nabijgelegen tankstation AVIA aanwezig. De locatie is circa 2.176 m² groot en wordt ontsloten via de Aris van Broekweg. Aan de zuid- en westzijde van het perceel is deels een dichte, hoge bomensingel aanwezig. De nieuwe locatie van de Zaancampus heeft verschillende functies: Aantrekkelijke locatie om leerlingen te enthousiasmeren voor techniek – een duurzaam gebouw vol met moderne technieken; Jongeren, zij-instromers en werknemers worden zij aan zij opgeleid. Omgeving waar opleidingen en bedrijven samenwerken aan techniekonderwijs voor de wereld van vandaag en morgen; Ruimte voor bedrijven om hedendaagse problemen en projecten in te brengen in het onderwijsprogramma voor leerlingen; Pagina 2
Notitie DNS Planvorming B.V.
Showroom voor de modernste technieken en technologieën waarmee ook de energietransitie vorm krijgt en wat echt aansluit op de behoeften van de technici in de regio; Ontmoetingsplaats voor technische bedrijven, waar bedrijven de mogelijkheid krijgen nieuwe technologische ontwikkelingen en producten te tonen, waar technische trainingen van en met partners worden georganiseerd, waar evenementen over technische innovatie worden georganiseerd en waar sponsors met eigen naam en logo zichtbaar zijn bij hun unieke specialisatie of product; Ruimte voor start-ups om samen met de opleidingen en bedrijven te werken aan innovatie;
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Kenmerken van potentiële effecten Het plangebied betreft een binnenstedelijke locatie waarbij in de omgeving geen bijzondere rijkdom aan natuurlijke hulpbronnen aanwezig is. De effecten van de voorgenomen activiteit zijn lokaal en vinden plaats binnen het plangebied. De voorgenomen activiteit heeft een beperkte invloed op de omgeving. Beschrijving van de milieugevolgen Natuur In het uitgevoerde natuuronderzoek is geconcludeerd dat ten gevolge van het project geen negatieve effecten kunnen optreden op relevante waarden van Natura 2000‐ gebieden, en zeker geen significant negatieve effecten. Wat betreft soortenbescherming is geconcludeerd dat er geen beschermde soorten worden verwacht in het plangebied. Op grond hiervan is de voormalige bebouwing reeds gesloopt.. Bodem Uit het uitgevoerde bodemonderzoek2 volgt dat in de ondergrond indicatief een sterke verontreiniging met asbest is gemeten. Nader onderzoek moet uitwijzen of sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. In de bovengrond zijn zeer licht verhoogde gehalten aan asbest aangetoond. Er zal nader asbestonderzoek worden uitgevoerd zodra de panden en de stelconverharding zijn verwijderd. Afhankelijk van de resultaten van het nader onderzoek dient een (deel)saneringsplan of BUS-melding te worden ingediend bij bevoegd gezag. Na een eventuele sanering is de bodem geschikt is voor de nieuwe functie.
In de exploitatie van het plan is rekening gehouden met de kosten voor sanering, waardoor de financiële uitvoerbaarheid niet in het geding is. Archeologie Het plangebied ligt op een locatie met een zeer hoge archeologische waarde. De Aris van Broekweg bevindt zich op het westelijk deel van de 17e eeuwse Nieuwe Haven, een speciaal voor de scheepsbouw aangelegd industriegebied langs een nieuw gegraven haven die uitkwam in de Voorzaan. Langs de oevers van deze haven lagen scheepswerven en in het veld daarachter stonden houtzaagmolens. Uit het uitgevoerde archeologisch booronderzoek3 zijn tot op een diepte van 2,5 meter onder maaiveld, geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische vindplaatsen in het onderzoeksgebied naar voren gekomen. Voor het hele perceel kan met enige zekerheid worden aangenomen dat de bodem tot een diepte van 2 tot 2,50 m onder maaiveld kan worden geroerd, omdat er binnen dat niveau geen aanwijzingen zijn voor een archeologische vindplaats. Op een dieper niveau kunnen echter wel archeologische vindplaatsen aanwezig zijn.
2 3
Verkennend bodem- en asbestonderzoek Aris van Broekweg 1a-3a te Zaandam, Antea, 10 maart 2020 Archeologisch booronderzoek aan de Aris van Broekweg 1-3 in Zaandam, Hollandia, februari 2020
Pagina 3
Notitie DNS Planvorming B.V.
Op grond van de resultaten van het inventariserend veldonderzoek middels verkennende boringen (IVO-O) binnen het onderzoeksgebied, hoeven er geen archeologische vervolgstappen te worden genomen, aangezien volgens het bouwplan de bodem niet dieper wordt verstoord dan de bovenste 2,5 meter.
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Cultuurhistorie Er zijn binnen het plangebied geen historisch geografische of landschappelijke waarden aanwezig. Wel grenst het plangebied aan de stedelijke hoofdgroenstructuur, die langs de Houtveldweg aan de westkant en de Albert Heijnweg aan de Zuidzijde. De groenstructuur langs de Houtveldweg is fragmentarisch aanwezig maar kan bij toekomstige ontwikkelingen versterkt worden. In het gebied staan geen gebouwen van architectonische waarde en geen beschermde monumenten. Water Voor het plan is advies4 aangevraagd bij het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (HHNK) in het kader van de watertoets via www.dewatertoets.nl. Hoor HHNK is aangegeven dat de normale procedure moet worden gevolgd in verband met de ligging van het plangebied binnen de zonering van de primaire waterkering. In dit kader wordt nader contact door HHNK opgenomen. Er is als gevolg van het plan geen toename van de verharding dat voor compensatie in aanmerking komt. Daarnaast is geen sprake van demping van water ten behoeve van de realisatie van het nieuwe gebouw. In het plan wordt een gescheiden riolering aangelegd, waarbij het hemelwater wordt afgekoppeld van de riolering. Dit komt overeen met de basisdoelstelling van het hoogheemraadschap om het hemelwater van nieuwe oppervlakken zoveel mogelijk te scheiden van het afvalwater.
Hemelwater van het dak zal direct naar de sloot achter het pand afgevoerd worden. Er is binnen het plan geen sprake van activiteiten die als gevolg kunnen hebben dat vervuild hemelwater naar het oppervlaktewater afstroomt. Het hemelwater kan dus als schoon worden beschouwd. Het is daarom niet doelmatig om het af te voeren naar de rioolwaterzuiveringsinrichting (rwzi). HHNK adviseert om met het oog op de waterkwaliteit het gebruik van uitloogbare materialen zoals koper, lood en zink zoveel mogelijk te voorkomen. Verkeer en parkeren Het plangebied ligt op circa 500 meter van het treinstation van Zaandam. Vanwege de ligging nabij de N203 is het plangebied ook per auto goed bereikbaar. Autoverkeer wordt hoofdzakelijk afgewikkeld via de N203 en de Houtveldweg. Er zullen maximaal 60 leerlingen op een dag gebruik maken van de techniekcampus. Voor de nog te verhuren ruimte komen daar nog 15 bezoekers bij. Gelet op de ligging nabij het NS-station zal een groot deel van de bezoekers met het openbaar vervoer komen. Gelet op de bestaande intensiteiten, de capaciteit van de wegen en de beperkte verkeerstoename, worden geen knelpunten in de verkeersafwikkling in de omgeving van het plangebied verwacht. De bevoorrading van het pand vindt plaats via een laad- en losplaats aan de voorzijde. Aan de achterzijde van het nieuwe gebouw zijn 25 parkeerplaatsen opgenomen.
Indien meer ruimte nodig is voor parkeren, kan gebruik worden gemaakt van de parkeergarage bij het station/het stadhuis. Tevens wordt op eigen terrein voorzien in fietsparkeerplaatsen.
4
Advies Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, 3 juli 2020
Pagina 4
Notitie DNS Planvorming B.V.
Geluid weg- en railverkeer en industrielawaai Een school is een geluidgevoelige bestemming. Het plangebied ligt binnen de geluidzone van verschillende wegen en de spoorlijn Zaandam - Sloterdijk. Het plangebied ligt daarnaast binnen de geluidzone van het gezoneerd industrieterrein Westpoort. Tevens is het geluid van bedrijven in de directe nabijheid van het plangebied relevant.
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Wegverkeerslawaai Omdat het plangebied valt binnen de geluidzone van de Albert Heijnweg, Aris van Broekweg, Daan Schijfweg, Houtveldweg, Korte Hogendijk en de Provincialeweg N203 is akoestisch onderzoek5 uitgevoerd. Deze wegen hebben een maximum snelheid van 50 km/uur. Daarnaast is in het kader van de cumulatieve geluidbelasting de Westzanerdijk meegenomen in het onderzoek. Deze weg heeft geen geluidzone. Uit het onderzoek volgt dat de geluidbelasting vanwege de Albert Heijnweg (54 dB), Aris van Broekweg (58 dB) en de Houtveldweg (62 dB) de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder overschridjt. Maatregelen om de geluidbelasting te beperken zijn niet doelmatig of vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet mogelijk/gewenst. Voor deze wegen is een hogere waarde nodig. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt op een afstand van circa 30 meter van een spoorlijn (ZaandamSloterdijk). Deze spoorlijn is opgenomen in het Geluidregister Spoor. Om die reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting als gevolg van het railverkeer6. Uit het onderzoek volgt dat de hoogst berekende waarde 63 dB bedraagt. De voorkeursgrenswaarde van 55 dB wordt daarmee overschreden. De hoogst toelaatbare geluidbelasting van 68 dB wordt echter niet overschreden. Het aanvragen van een hogere waarde in het kader van railverkeerslawaai is noodzakelijk.
In het onderzoek zijn mogelijke maatregelen beschouwd. Uit deze beschouwing blijkt dat maatregelen niet mogelijk of niet doelmatig zijn. In het kader van het gemeentelijk geluidbeleid zijn er geen redenen om de benodigde hogere waarde niet te verlenen. Industrielawaai Direct naast de gewenste campus is het bedrijf Dorjee Beheer B.V. aan de Aris van Broekweg 5 gelegen. De activiteiten van dit bedrijf vallen binnen de categorie 'Fabriek voor speciaal gereedschappen en werktuigen'. Daarnaast is de gewenste campus gelegen binnen de invloedsfeer van het geluidgezoneerd industrieterrein Westpoort. Naar deze geluidbronnen is akoestisch onderzoek uitgevoerd7. Uit het onderzoek is gebleken dat voor zowel het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau als het maximaal geluidniveau aan de richtwaarden uit stap 2 van de Handreiking Bedrijven en milieuzonering en de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit wordt voldaan. Gesteld kan worden dat sprake is van een acceptabel verblijfsklimaat ter plaatse van het plangebied en dat bedrijven niet in de belangen worden geschaad. Cumulatieve geluidbelasting Door middel van een beschouwing van alle geluidbronnen samen is de cumulatieve geluidbelasting inzichtelijk gemaakt8. De gemeente Zaanstad hanteert een maximale gecumuleerde grenswaarde die 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarden.
3 dB komt overeen met een verhoging van de geluidsbelasting die als significant hoger wordt ervaren. In die gevallen kan of niet gebouwd worden of er worden oplossingen gezocht worden met dove gevels. Hierbij is de bronsoort met de maximale grenswaarde maatgevend. De gecumuleerde 5 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Aris van Broekweg 1-3, Zaandam, De Roever Omgevingsadvies, 4 augustus 2020 6 Akoestisch onderzoek railverkeerslawaai Aris van Broekweg 1-3, Zaandam, De Roever Omgevingsadvies, 4 augustus 2020 7 Akoestisch onderzoek industrielawaai Aris van Broekweg 1-3, Zaandam, De Roever Omgevingsadvies, 5 augustus 2020 8 Memo geluid (cumulatief) Aris van Broekweg 1-3, Zaandam, De Roever Omgevingsadvies, 5 augustus 2020
Pagina 5
Notitie DNS Planvorming B.V.
geluidbelasting bedraagt maximaal 70,5 dB. Dit valt binnen het 3 dB criterium aangezien de hoogste maximaal toegestane ontheffingswaarde 68 dB bedraagt (railverkeerslawaai). Op basis van bovenstaande wordt geconcludeerd dat sprake is van een aanvaardbare situatie.
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Luchtkwaliteit In het plangebied zal een school worden gebouwd. Voor de techniekcampus is met behulp van de NIBM-tool de bijdrage van de te verwachten extra verkeersgeneratie op de luchtkwaliteit berekend. Er is (worst-case) gerekend met maximaal 100 verkeersbewegingen per gemiddelde weekdag. In onderstaande tabel is het resultaat van de berekening opgenomen. Uit de berekeningsresultaten blijkt, dat de bijdrage van het extra verkeer als gevolg van de nieuwbouw van de school als niet in betekenende mate kan worden beschouwd. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Geur De ontwikkeling betreft de realisatie van een school. Dit object wordt beschouwd als een minder geurgevoelige object. Het plangebied ligt binnen de richtafstand voor geur van twee nabijgelegen geurveroorzakende bedrijven. In het Activiteitenbesluit zijn geurbeperkende maatregelen voor de bedrijfsactiviteiten voorgeschreven. De bedrijven dienen zich hieraan te houden. Er zijn geen concrete plannen van het bedrijven bekend, waarmee relevante geurhinder zal kunnen worden veroorzaakt. Geur vanwege dit bedrijf is daarom geen belemmering voor de realisatie van de voorgenomen school (minder geurgevoelige object). Geur vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Externe veiligheid Provinciale weg N203 Op ongeveer 165 meter van het plangebied bevindt zich Provincialeweg N203.
Een provinciale weg is, als gevolg van een besluit van Gedeputeerde Staten van NoordHolland, vrijgesteld voor het transport van gevaarlijke stoffen. Gemeenten kunnen die vrijheden inperken door het instellen van een route gevaarlijke stoffen. De gemeente Zaanstad heeft een route gevaarlijke stoffen ingesteld. Die nieuwe route ligt op relatief grote afstand van het plangebied. Hierdoor rijden er alleen vrachtwagens met gevaarlijke stoffen in bulk over de N203 ter hoogte van het plangebied die ook daadwerkelijk in dat gedeelte van de gemeente aanwezig moeten zijn (bestemmingsverkeer). Doorgaand transport van gevaarlijke stoffen vindt alleen plaats over de A8, N516 en de N246. Het aandeel gevaarlijke stoffen dat wordt vervoerd over de N203 is hierdoor beperkt en ook de soorten gevaarlijke stoffen die worden getransporteerd zijn beperkt (alleen brandbare vloeistoffen). De transportroute Provincialeweg N203 in Zaandam beschikt ter hoogte van het plangebied niet over een PR=10-6 risicocontour. De normen voor het plaatsgebonden risico vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Als gevolg van de ingestelde routering van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg is de frequentie van dit transport nabij het plangebied beperkt. Er vindt alleen transport van brandbare vloeistoffen (LF2) plaats met een lage frequentie.
Er is geen sprake van een significant groepsrisico (> 0,1 x OW) ter hoogte van het plangebied. Een verantwoording van het groepsrisico is daarom niet noodzakelijk in het kader van het te nemen ruimtelijke besluit. Spoortracé's Amsterdam - Den Helder en Amsterdam - Uitgeest De spoortracé’s Amsterdam – Den Helder en Amsterdam - Uitgeest worden niet vermeld in de bijlage van de Regeling Basisnet. Het betreft derhalve geen basisnetroute. Voor zover bekend ligt er geen reservering op het traject voor het structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulk over het tracé. Er vinden geen risicorelevante activiteiten plaats op het tracé Amsterdam – Den Helder.
Pagina 6
Notitie DNS Planvorming B.V.
Externe veiligheid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling van het plangebied. Milieuzonering In de omgeving van het plangebied zijn verschillende bedrijven aanwezig. De VNGbrochure 'Bedrijven en milieuzonering' geeft indicatieve afstanden tussen bedrijven en gevoelige functies met betrekking tot de aanvaardbaarheid van een plan vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening. Een school is een gevoelige functie. Binnen gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verlaagd. Een gemengd gebied is volgens de VNG-brochure een gebied met matige tot sterke functiemenging. Gelet op de aanwezigheid van diverse bedrijven in combinatie met de ligging naast de provinciale weg N203 en de spoorweg is ter plaatse van het plangebied en de directe omgeving sprake van een gemengd gebied.
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Tegenover het plangebied is aan de Aris van Broekweg 2 een bedrijfsverzamelgebouw (Het Blauwe Pand) aanwezig waarin verschillende maatschappelijk betrokken maak- en dienstbedrijven gevestigd zijn. Het betreft activiteiten in maximaal categorie 2 waarvoor een richtafstand van 10 meter tot de school geldt. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Het bestemmingsplan staat geen zwaarde categorie bedrijven toe. Het benzineservicestation van Avia Zaandam is aan de Aris van Broekweg 2a/2b gevestigd. Het bedrijf valt in de SBI-bedrijfscategorie 473.3 "Benzineservicestation zonder LPG". Het betreft een categorie 2 bedrijf waarvoor een richtafstand van 10 meter tot de school geldt. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Het bestemmingsplan staat ter plaatse uitsluitend een verkooppunt van motorbrandstoffen zonder LPG-vulpunt toe Aan de Aris van Broekweg 4 is een seksinrichting (Club Baccara) gevestigd. Voor dit bedrijf (SBI 9609, persoonlijke dienstverlening n.e.g.) geldt binnen gemengd gebied geen richtafstand tot gevoelige objecten. Het bestemmingsplan staat binnen de ter plaatse geldende bestemming Gemengd uitsluitend activiteiten in maximaal caterogie 2 toe. Aan de hierbij behorende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied wordt voldaan. Bij de panden aan de Aris van Broekweg 4a, 6 en 8 zijn bij de Omgevingsdienst in de huidige situatie geen bedrijfsactiviteiten bekend.
Het bestemmingsplan Ter plaatse van Aris van Broekweg 4a staat het bestemmingsplan bedrijven tot en met categorie 3.1 toe. Voor bedrijven in categorie 3.1 geldt een richtafstand van 30 meter in gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt tot aan de school niet voldaan. Omdat er ter plaatse geen categorie 3.1 bedrijf aanwezig is en de visie van de gemeente is om het gebied te laten verkleuren tot woon-werkgebied vormt de bestemming geen belemmering voor de ontwikkeling van de school. Voor de percelen Aris van Broekweg 6 en 8 geldt dat het bestemmingspaln maximaal bedrijven in categorie 2 toestaat. Aan de bijbehorende richtafstand van 10 meter in gemengd gebied wordt voldaan. Sporthuis Helling aan de Aris van Broekweg 10 is een sportwinkel in bedrijfscategorie 1 (SBI 47: Detailhandel n.e.g.). Voor dit bedrijf (SBI 9609, persoonlijke dienstverlening n.e.g.) geldt binnen gemengd gebied geen richtafstand tot gevoelige objecten. Ten westen van het plangebied, aan de Aris van Broekweg 5, is het bedrijf Dorjee gevestigd. Het betreft een fabriek voor speciaalgereedschappen en - werktuigen dat in de categorie SBI 2561, 3311.1 valt (metaaloppervlaktebehandelingsbedrijven). De activiteiten vallen onder categorie 3.2 waarvoor binnen gemengd gebied een richtafstand geldt van 50 meter tot gevoelige objecten. Aan deze richtafstand wordt niet voldaan.
Om die reden is akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting van dit bedrijf (zie paragraaf geluid). Verschillende panden op het bedrijventerrein, te weten Aris van Broekweg 5a, 5b, 7, 12 en 14 zijn in gebruik bij het elektrotechnisch installatiebedrijf Bosma & Bronkhorst. In het geldende bestemmingsplan is een deel van deze gronden aangewezen voor maximaal categorie 3.2 bedrijfsactiviteiten (SBI 251, 331: Constructiewerkplaatsen) waarvoor een Pagina 7
Notitie DNS Planvorming B.V.
richtafstand van 50 meter geldt tot een school binnen gemengd gebied. Aan deze richtafstand wordt voldaan. Geconcludeerd wordt dat, met uitzondering van het bedrijf Dorjee, voor de bedrijven in de directe omgeving van het plangebied wordt voldaan aan de richtafstanden binnen gemengd gebied. De bedrijfsactiviteiten staan een goed verblijfsklimaat ter plaatse van de techniekcampus niet in de weg en de bedrijven worden niet beperkt in de bedrijfsactiviteiten. Voor het bedrijf Dorjee is specifiek akoestisch onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf geluid).
Klaprozenweg 75 C 1033 NN Amsterdam info@dnsplanvorming.nl www.dnsplanvorming.nl Handelsregister 65633741 BTW: NL856196319B01
Duurzaamheid Het te realiseren gebouw zal volgens de laatste duurzaamheidseisen worden gebouwd en voorzien van meerdere energie- en klimaatconcepten, zodat het gebouw zelf onderdeel wordt van de leermiddelen. Installaties worden in het zicht geplaatst en ingezet voor inspectie en meten. Zonnepanelen worden toegevoegd. Daarmee krijgt het gebouw de functie van een veiliggestelde simulatie van de praktijk, waar opdrachten kunnen worden uitgevoerd met (duurzame) installaties en machines voor de beroepspraktijkvorming. Elektromagnetische straling Het plan betreft realisatie van een school. De planlocatie ligt niet binnen de 0,4 tesla contour van een hoogspanningslijn. In de buurt van de projectlocatie zijn geen telecomantennes aanwezig. Blootstelling aan elektromagnetische straling vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Lichthinder Woningen zijn op meer dan 100 meter van het plangebied aanwezig. Er zal bij de school geen sprake zijn van toepassing van licht dat ver buiten het plangebied uitstraalt. Het aspect lichthinder vormt geen belemmering voor de realisatie van de technische school. Geur, geluid, stof en gevaar Tijdens de bouw zal sprake zijn van tijdelijke effecten (verkeer, geluid, licht, trillingen). Deze effecten verdwijnen na de bouwfase. Productie van afvalstoffen Tijdens de bouw zal sprake zijn van tijdelijke productie van afvalstoffen.
Deze effecten verdwijnen na de bouwfase. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor het bouwplan worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal. 4.
Conclusie
In het kader van de uitgevoerde m.e.r.-beoordeling is in voldoende mate inzicht gekregen in de milieugevolgen van de voorgenomen ontwikkeling. De omvang van het project ligt ver onder de drempelwaarde. Gelet op de kenmerken van het project en de activiteiten, de locatie van het project en de mogelijke gevolgen voor het milieu, wordt geconcludeerd dat het project niet leidt tot milieu-effecten van een zodanige omvang dat sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieugevolgen. Er is daarom geen aanleiding of noodzaak voor het doorlopen van een formele m.e.r.-beoordelingsprocedure of m.e.r.-procedure.
Pagina 8