Bijlagen bij toelichting bestemmingsplan Sportpark Hoornseveld
Tekst van het document
2.4.2
Groepsrisico Voor het groepsrisico is in het Bevi een oriëntatiewaarde en een verantwoordingsplicht voorgeschreven. De oriëntatiewaarde is gelijk aan 10 -3 / N2, dat wil zeggen een frequentie van 10-5 /jr voor 10 slachtoffers, 10-7 /jr voor 100 slachtoffers, etc. en is gedefinieerd voor 10 of meer slachtoffers. Tevens is in het Revi aangegeven dat binnen het invloedsgebied veranderingen in de omgeving dienen te worden beschouwd bij het vaststellen van de grootte van het groepsrisico en bij de verantwoording conform artikel 13 van het Bevi.
12
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
3 Uitgangspunten risicoberekening 3.1
Ligging plangebied en risicobronnen
Figuur 2 toont de ligging van de plangebieden ten opzichte van de risicobronnen. De wijze waarop deze risicobronnen worden behandeld en de daarbij gehanteerde uitgangspunten worden in dit hoofdstuk beschreven.
Figuur 2.
3.2
Plangebieden en risicobronnen
A8 en A7 Het risico van het transport wordt berekend met RBM II versie 2.3 [8]. De berekening wordt uitgevoerd conform de Handleiding risicoanalyse transport [5]. Voor de berekening zijn de volgende gegevens nodig: De transportintensiteit van gevaarlijke stoffen.
13
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
De uitstromingsfrequentie, de kans per voertuigkilometer dat een tankauto met gevaarlijke stoffen betrokken raakt bij een ongeval zodanig dat er uitstroming van de stof optreedt. Het aantal personen dat langs de route blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval. De bevolkingsdichtheden worden aangegeven in veelhoeken langs de route met een uniforme dichtheid per veelhoek. De meteorologische condities: hiervoor is weerstation Schiphol gebruikt. 3.2.1
Transportintensiteit Voor de transportintensiteit is uitgegaan van de GF3-plafonds (brandbare gassen zoals LPG) zoals voorgeschreven en opgenomen in de regeling Basisnet [4]. Voor de route ter bevoorrading van het LPG tankstation is het aantal transporten niet bekend. Het tankstation heeft een vergunde doorzet van maximaal 500 m3 per jaar [9]. Dit komt overeen met 35 transporten LPG. Aangenomen wordt dat deze zowel heen als terug over hetzelfde wegvak worden afgewikkeld. Standaard wordt aangenomen dat 61% van het transport gedurende de werkweek en overdag plaatsvindt tussen 8:00 en 18:30 uur. Het aantal transporten per wegvak wordt getoond in tabel 2.
Wegnr.
Wegvak
A8
N91
afrit S101 - afrit S102
4000
A8
N99
afrit S102 - afrit S103
1500
A7
--
Route ter bevoorrading LPG-tankstation
70
Tabel 2.
3.2.2
Omschrijving
Aantal GF3
Aantal vervoershoeveelheden GF3 voor berekening van het groepsrisico
Trajecteigenschappen Voor alle wegvakken is uitgegaan van de standaard uitstromingsfrequentie van 8.3 10-8 /vtg.km (voertuigkilometer) voor een autosnelweg en de standaard wegbreedte van 25 m tussen de buitenste kantstrepen van de buitenste rijstroken [5].
3.2.3
Bebouwing Voor de inventarisatie van bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen 355 m van de trajecten is in de referentiesituatie is gebruik gemaakt van de BAG-populatieservice [10]. Bebouwingsvlakken met meer dan 25 personen zijn geleverd als polygonen, beneden deze drempelwaarde zijn personen toegekend aan het bevolkingsgrid. Hiervoor is de standaard gridgrootte van 50 x 50 m gebruikt. In aanvulling daarop is ruimtelijkeplannen.nl geraadpleegd [11]. De aanwezigheidsgegevens voor de invulling van beide plangebieden zijn aangeleverd door de opdrachtgever. In bijlage 2 wordt in meer detail ingegaan op de modellering van het plangebied en de omgeving.
14
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
3.3
Hogedruk aardgasleidingen Het risico door de hogedruk aardgasleidingen wordt berekend met Carola versie 1.0.0.52 parameterbestand 1.3 [12]. De berekening wordt uitgevoerd met de volgende gegevens: Het interessegebied. Leidingdatabestanden van de leidingeigenaren, in dit geval de Nederlandse Gasunie Het aantal personen dat langs de leiding blootgesteld wordt aan de gevolgen van een ongeval met de leiding.
3.3.1
Interessegebied Het interessegebied is het gebied waar een ruimtelijke ontwikkeling langs een buisleiding geprojecteerd is of waar een aanpassing van een bestaande of een nieuwe buisleiding gepland is [6]. Met behulp van het interessegebied selecteert de leidingeigenaar de relevante gegevens die benodigd zijn voor de berekening.
3.3.2
Leidingdatabestand Het leidingdatabestand bevat alle buisleidingdelen, met de bijbehorende leidingspecifieke parameters, die zich binnen een afstand van ten minste 1 km + 2 maal de maximale effectafstand van het interessegebied bevinden. Enkele kenmerken van de voor het plangebied relevante aardgasleidingen worden getoond in tabel 3.
Leidingnr.
Diameter [mm]
Druk [bar]
Afstand 100% letaliteit [m]
Afstand 1% letaliteit [m]
406.4
40
80
170
N-572-01-deel 2 Tabel 3.
3.3.3
Kenmerken hogedruk aardgasleiding
Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van de aardgasleiding is opgevraagd via de BAG-Populatieservice [10]. De gehanteerde uitgangspunten en modellering van de omgeving worden in meer detail beschreven in bijlage 1.
3.4
LPG-tankstation Voor een LPG-tankstation wordt het extern veiligheidsrisico bepaald door ongevalscenario’s van de opslagtank en de tankauto aanwezig tijdens de bevoorrading. Andere ongevalscenario’s, bijvoorbeeld het falen van de vloeistofleiding tussen het vulpunt en de tank
15
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
of tussen de tank en de afleverzuil, leveren een te verwaarlozen bijdrage aan het groepsrisico. De berekening van het risico wordt uitgevoerd volgens de voorschriften opgenomen in de Handleiding risicoberekeningen Bevi [1], het stappenplan groepsrisico [13] en een specifiek berekeningsvoorschrift [14]. Het stappenplan en het specifieke berekeningsvoorschrift houden rekening met de invloed van de omgeving op de BLEVE-frequentie van de lossende tankauto. Een uitgebreidere toelichting op de uitgangspunten is opgenomen in bijlage 2. De gegevens over het LPG-tankstation zijn verkregen via de risicokaart [9]. De berekening van het groepsrisico wordt uitgevoerd voor een doorzet tot 500 m3/jr. De berekeningen zijn uitgevoerd uitgaande van hittewerende bekleding op de tankauto en verbeterde vulslangen conform [14]. Bebouwing De bebouwing en de hiermee gepaard gaande aanwezigheid van personen binnen het invloedsgebied van 150 m rond het LPG-tankstation is gemodelleerd met gegevens afkomstig van de BAG-populatieservice [10].
16
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
4 Resultaten A8 4.1
Plaatsgebonden risico Voor wegen behorende tot het Basisnet zijn in bijlage 1 van de regeling Basisnet afstanden vastgelegd voor de zogeheten veiligheidszone (de plaatsgebonden risicocontour 10 -6) [4]. Voor zowel wegvak N99 als wegvak N91 is de afstand ‘0’ vermeld. Dit betekent dat het plaatsgebonden risico vanwege het vervoer van gevaarlijke stoffen op (0 m van) het midden van de weg niet meer bedragen dan 10-6 per jaar.
4.2
Groepsrisico Figuur 3 toont de hoogte van het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico een factor 0.039 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat het groepsrisico meer dan 25 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde.
Figuur 3.
Groepsrisico A8, huidige en toekomstige situatie Huidige situatie Toekomstige situatie
17
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Figuur 4 vat het berekeningsresultaat op een andere wijze samen. In de figuur is het gedeelte van het traject dat het kilometervak met het maximale groepsrisico omvat, weergegeven met blauwe cirkels. Geel gemarkeerd zijn de ongevalspunten die de grootste bijdrage leveren aan het groepsrisico.
Figuur 4.
Ligging kilometer hoogste groepsrisico toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico Overige deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde
4.2.1
Plasbrandaandachtsgebied Het PAG is het gebied tot 30 m van de weg waarin, bij de realisering van (kwetsbare) objecten, rekening dient te worden gehouden met de effecten van een plasbrand. De 30 m voor het PAG wordt gemeten vanaf de rechterkant van de rechter rijstrook. Voor wegvak N91 is een (PAG) voorgeschreven [4]. Het plangebied ligt buiten het PAG m van wegvak N91.
18
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
5 Resultaten bevoorradingsroute (A7) 5.1
Plaatsgebonden risico Voor bepaling van het plaatsgebonden risico van de bevoorradingsroute zijn de vuistregels voor snelweg toegepast.
Vuistregel 1: Een autosnelweg heeft geen 10-5-contour. Vuistregel 2: Wanneer het aantal GF3-transporten per jaar lager is dan 4000 heeft een autosnelweg geen 10-6-contour.
Het aantal GF3-transporten is 70. Er is geen sprake van een PR 10-6 contour rond de bevoorradingsroute.
5.2
Groepsrisico Het groepsrisico is berekend voor de (bevoorradings)route vanuit het noorden via de A8 naar het LPG-tankstation aan de Prins Bernardweg. Figuur 5 toont de groepsrisicocurven. In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico een factor 0.035 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat het groepsrisico meer dan 25 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde.
Figuur 5.
Groepsrisico A7, huidige en toekomstige situatie Huidige situatie Toekomstige situatie
19
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
De ligging van dit kilometervak wordt getoond in figuur 6.
Figuur 6.
Ligging kilometer hoogste groepsrisico toekomstige situatie Deel van het traject dat het kilometervak met het hoogste groepsrisico omvat Ongevalspunt met de grootste bijdrage aan het groepsrisico Overige deel van het traject met een groepsrisico kleiner dan 0.1 keer de oriëntatiewaarde
20
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
6 Resultaten hogedruk aardgasleiding 6.1
Plaatsgebonden risico Figuur 7 toont de PR 10-7 en PR 10-8 contouren rond aardgasleiding W-572-01. De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6-contour.
Figuur 7.
6.2
PR-contouren aardgasleiding
Groepsrisico Tabel 4 toont het groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Er is aangegeven hoeveel de berekende frequentie op een bepaald aantal slachtoffers maximaal afwijkt van de oriëntatiewaarde. Een factor 0.079 betekent bijvoorbeeld dat het groepsrisico meer dan 12 keer kleiner is dan de oriëntatiewaarde. Situatie
Factor t.o.v. OW
Huidig
0.079
Toekomstig
0.075
Tabel 4.
Groepsrisico als factor ten opzichte van de oriëntatiewaarde (OW)
21
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Figuur 8.
6.3
Groepsrisico huidige (links) en toekomstige (rechts) situatie
Belemmeringenstrook Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar geldt een belemmeringenstrook van ten minste 4 m aan weerszijden van de buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding. De belemmeringenstrook dient ten behoeve van het onderhoud van de buisleiding. Binnen deze strook mogen geen nieuwe bouwwerken opgericht worden. De bebouwing in zowel de huidige als de toekomstige situatie ligt buiten de belemmeringenstrook. De toekomstige situatie wordt weergegeven in figuur 9.
Figuur 9.
Bouwwerken en velden ten opzichte van belemmeringenstrook
22
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
7 Resultaten LPG-tankstation 7.1
Plaatsgebonden risico Figuur 10 toont de plaatsgebonden risicocontouren 10-6 rond de LPG-afleverzuil (15 m), het LPG-vulpunt (25 m) en de LPG-tank (25 m). Uit de figuur blijkt dat de plaatsgebonden risicocontouren rond vulpunt en tank gedeeltelijk over plangebied Hoornseveld liggen. Binnen deze contouren mogen geen (beperkt) kwetsbare objecten worden opgericht.
Figuur 10.
7.2
Plaatsgebonden risico
Groepsrisico Figuur 11 en figuur 12 tonen het groepsrisico in de huidige en toekomstige situatie. Het maximum aantal slachtoffers is in beide situaties circa 500. Het maximaal aantal slachtoffers wordt voornamelijk bepaald door de aanwezigheid van de ondergrondse opslagtank. Het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie is 0.76 keer de oriëntatiewaarde. Wel blijkt uit de vergelijking van figuur 12 met figuur 11 dat tussen 2 en 200 slachtoffers de curve van de toekomstige situatie lager ligt dan die van de huidige situatie.
23
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
7.3
Figuur 11.
Groepsrisico huidige situatie
Figuur 12.
Groepsrisico toekomstige situatie
Effectafstanden Bij de verantwoording van het risico moet ook rekening worden gehouden met de zogeheten effectbenadering [15]. Voor (beperkt) kwetsbare objecten geldt dat als deze binnen de 60 m effectafstand komen te liggen, deze situatie gemotiveerd dient te worden [16]. Hetzelfde geldt voor zeer kwetsbare objecten binnen de 160 m effectafstand. Beide afstanden worden gemeten vanaf het vulpunt. De afstanden gelden alleen bij besluiten waarbij het risico toeneemt. Bij bijvoorbeeld conserverende bestemmingsplannen gelden deze afstanden niet. Binnen de 60 m effectafstand bevindt zich een parkeerterrein, er zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Binnen de 160 m effectafstand bevinden zich enkele sportvelden en clubgebouwen, er zijn geen zeer kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd.
24
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Figuur 13.
Effectafstanden rond LPG-vulpunt
25
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
8 Conclusies 8.1
Wegtransport Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Groepsrisico De hoogte van het groepsrisico van alle wegvakken is lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Een verdere verantwoording van het groepsrisico is in dit geval niet nodig. Wel dient binnen het invloedsgebied rond de wegvakken in de toelichting bij het bestemmingsplan en in de ruimtelijke onderbouwing van een omgevingsvergunning in elk geval ingegaan te worden op: de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die spoorweg, en voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die spoorweg een ramp voordoet. Plasbrandaandachtsgebied Voor de A8, afrit S101 - afrit S102, is een plasbrandaandachtsgebied (PAG) voorgeschreven [4]. Het plangebied ligt buiten 30 m van de buitenste kantlijn en daarmee buiten het PAG. Voor de A8, afrit S102 - afrit S103, en provinciale wegen geldt geen PAG.
8.2
Hogedruk aardgasleiding Plaatsgebonden risico De berekeningen hebben niet geleid tot een PR 10-6 contour. Het plaatsgebonden risico vormt daarmee geen belemmering voor het plan. Groepsrisico Het hoogst berekende groepsrisico is een factor 0.08 ten opzichte van de oriëntatiewaarde. Het groepsrisico is daarmee lager dan 10% van de oriëntatiewaarde. Dit betekent dat volstaan kan worden met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. De onderdelen waaruit deze verantwoording dient te bestaan worden beschreven in paragraaf 2.3. Belemmeringenstrook Voor leidingen met een druk van maximaal 40 bar geldt een belemmeringenstrook van ten minste 4 m aan weerszijden van de buisleiding. De toekomstige bebouwing ligt buiten de belemmeringenstrook.
26
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
8.3
LPG-tankstation Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plan. Groepsrisico De oriëntatiewaarde voor het groepsrisico wordt niet overschreden. In zowel de huidige als toekomstige situatie is het groepsrisico een factor 0.76 keer de oriëntatiewaarde. Een verantwoording van het groepsrisico is vereist en het bestuur van de veiligheidsregio dient in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen over de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp en over de zelfredzaamheid van personen in het invloedsgebied van de inrichting. Effectbenadering Binnen de 60 m effectafstand bevindt zich een parkeerterrein, er zijn geen (beperkt) kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Binnen de 160 m effectafstand bevinden zich enkele sportvelden en clubgebouwen, er zijn geen zeer kwetsbare objecten gesitueerd of geprojecteerd. Het is daarom niet nodig hier aanvullende maatregelen te overwegen of anderzijds te motiveren waarom wordt afgeweken van deze effectafstanden.
27
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Referenties 1.
Ministerie VROM
2004
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) Stb. 2004, 250
2.
Ministerie I&M
2014
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Stb. 2013, 465
3.
Ministerie I&M
2015
Beleidsregels EV-beoordeling Tracébesluiten Stct. 2014, 25839
4.
Ministerie I&M
2014
Regeling Basisnet Stct. 2014, 8242
5.
Ministerie I&M
2017
Handleiding risicoanalyse transport, versie 1.2
6.
Ministerie VROM
2010
Besluit Externe Veiligheid Buisleidingen (Bevb) Stb. 2010, 686.
7.
VROM
2004
Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) Staatscourant 23 september 2004, nr. 183
8.
Ministerie I&M
2014
RBM II versie 2.3
9.
Ministerie I&M/IPO
2019
Risicokaart. Geraadpleegd oktober 2019. https://www.risicokaart.nl/
10.
IOV
2019
BAG-Populatieservice. Geraadpleegd oktober 2019. http://populatieservice.demis.nl/
11.
Geonovum
2019
www.ruimtelijkeplannen.nl
12.
RIVM
2013
Carola versie 1.0.0.52
13.
RIVM
2008
Stappenplan groepsrisicoberekening LPG-tankstations (versie gedateerd 12 augustus 2008)
28
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
14.
RIVM
2008
QRA berekening LPG-tankstations (versie 1.1 gedateerd 29 mei 2008)
15.
RWS/ Infomil
2016
Effectbenadering besluitvorming rondom LPGtankstations (versie 1 juli 2016)
16.
Ministerie I&M
2016
Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPGtankstations voor besluiten met gevolgen effecten ongeval. Stcrt. 2016, 31453
17.
IOV
2018
Handleiding populatieservice Versie 1.0, juli 2018
18.
Gemeente Zaanstad
2019
Ontwerp Bestemmingsplan Oostzijderveld NL.IMRO.0479.STED3851BP-0201 datum 20-6-2019
19.
Gemeente Zaanstad
2019
Bestemmingsplan Gouwpark Ref NL.IMRO.0479.STED3861BP-0301, datum 2-10-2019
29
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Bijlage 1. Gegevens bebouwing 1.1. Plangebieden De bevolkingsvlakken in de huidige en toekomstige situatie worden getoond in figuur 14 en figuur 15. De veronderstelde aantallen personen zijn samengevat in tabel 5. Daarbij zijn de volgende kengetallen gehanteerd.
Voor panden binnen het plangebied wordt in de huidige situatie uitgegaan van bevolkingsgegevens afkomstig van de BAG-populatieservice [10]. Voor de sportvelden en het zwembad wordt uitgegaan van een dichtheid van 30 personen/ha met een aanwezigheid van 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts gedurende 183 dagen/jaar [bag pop hl 10]. Aangenomen wordt dat 95% zich buitenshuis bevindt. Voor de clubhuizen (vlak 23 en 24) wordt een aanwezigheid verondersteld van 1 persoon/ 20 m2, cf het kengetal voor een sportfunctie (gebouw) [10]. Uitgegaan wordt van een zelfde aanwezigheid als voor de sportvelden en tennisbanen van 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts gedurende 183 dagen/jaar. Voor de tennisbanen wordt uitgegaan van 4 personen per baan en een aanwezigheid van 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts gedurende 183 dagen/jaar. Aangenomen wordt dat 95% zich buitenshuis bevindt. Voor de uitbreiding van de schietvereniging wordt dezelfde dichtheid verondersteld als de dichtheid afkomstig uit de BAG-populatieservice van de huidige locatie (vlak 1), te weten 1 persoon/11.5 m2. Voor de woningen wordt 2.4 personen per woning aangehouden, met een aanwezigheid van 50% overdag en 100% ’s nachts.
ID
Huidig (H) Toekomstig (T)
Omschrijving
Aantal personen Dag
Nacht
1
H
Pand BAG
58
58
2
H
Pand BAG
19
19
3
H
Pand BAG
12
12
4
H
Pand BAG
5
5
5
H
Pand BAG
18
18
6
H
Pand BAG
55
55
7
H
Pand BAG
13
13
8
HT
Pand BAG
181
181
9
HT
Pand BAG
14
14
10
HT
Sportveld
23 (8 uur)
23 (4 uur)
11
HT
Sportveld
22 (8 uur)
22 (4 uur)
12
HT
Sportveld
25 (8 uur)
25 (4 uur)
13
H
Sportveld
16 (8 uur)
16 (4 uur)
14
H
Sportveld
15 (8 uur)
15 (4 uur)
15
H
Sportveld
24 (8 uur)
24 (4 uur)
30
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
ID
Huidig (H) Toekomstig (T)
Omschrijving
Dag
Nacht
16
H
Sportveld
29 (8 uur)
29 (4 uur)
17
H
Tennis
12 (8 uur)
12 (4 uur)
18
H
Tennis
4 (8 uur)
4 (4 uur)
19
H
Tennis
12 (8 uur)
12 (4 uur)
20
T
Sportveld
25 (8 uur)
25 (4 uur)
21
T
Sportveld
28 (8 uur)
28 (4 uur)
22
T
sportveld
25 (8 uur)
25 (4 uur)
23
T
Clubhuis voetbal (1350 m2)
68 (8 uur)
68 (4 uur)
24
T
Duikverening (200 m2)
10 (8 uur)
10 (4 uur)
25
T
Schietvereniging
151 (8 uur)
151 (4 uur)
26
T
Zwembad
16 (8 uur)
16 (4 uur)
27
T
Sportveld (korfbal)
16 (8 uur)
16 (4 uur)
28
T
Tennis
60 (8 uur)
60 (4 uur)
29
T
Clubhuis (tennis en korfbal) 950 m2
48 (8 uur)
48 (4 uur)
30
H
Pand BAG
9
9
31
H
Pand BAG
9
9
32
H
Pand BAG
14
14
33
H
Tennisvelden (10 velden)
40 (8 uur)
40 (4 uur)
34
H
sportvelden
85 (8 uur)
85 (4 uur)
35
T
400 woningen
480
960
Tabel 5.
Bevolkingsvlakken binnen de plangebieden
Figuur 14.
Bevolkingsvlakken huidige situatie
Aantal personen
31
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Figuur 15.
Bevolkingsvlakken toekomstige situatie
1.2. Omgeving Binnen het invloedsgebied van de risicobronnen is de aanwezigheid van personen opgevraagd via de BAG-populatieservice [10]. De geleverde aanwezigheidsgegevens voor eenzelfde bouwvlak kunnen per risicobron war verschillen. Voor de berekeningen zijn vijf bevolkingsvlakken toegevoegd. De veronderstelde aantallen personen zijn samengevat in tabel 6 en worden weergegeven in figuur 16. Daarbij zijn de volgende kengetallen gebruikt:
Voor de sportvelden wordt uitgegaan van een dichtheid van 30 personen/ha met een aanwezigheid van 8 uur overdag en 4 uur ’s nachts op 183 dagen/jaar [17]. Aangenomen wordt dat 95% zich buitenshuis bevindt. Voor de maatschappelijke bestemming wordt 1 persoon/30 m 2 aangehouden met alleen aanwezigheid overdag. Voor de woningen wordt 2.4 personen per woning aangehouden, met een aanwezigheid van 50% overdag en 100% ’s nachts.
ID
Omschrijving
Aantal personen dag
nacht
1
sportveld
70 (8 uur)
70 (4 uur)
2
sportveld
57 (8 uur)
57 (4 uur)
3
sportveld
26 (8 uur)
26 (4 uur)
4
450 woningen + 1500 m2 maatschappelijk [18]
590
1080
5
250 woningen [19]
300
600
Tabel 6.
Toegevoegde polygonen
32
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Figuur 16.
Toegevoegde bebouwing
De gehanteerde bevolking afkomstig van de BAG-populatieservice binnen het invloedsgebied van het LPG-tankstation wordt samengevat in tabel 7 en figuur 17 [10].
ID
Aantal personen Dag
Nacht
L1
82
59
L2
15
11
L3
9
7
L4
4
3
L5
26
18
L6
9
5
L7
740
0
L8
608
0
Tabel 7.
Aantallen personen binnen invloedsgebied LPG-tankstation
33
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Figuur 17.
Pandselectie binnen invloedsgebied LPG-tankstation
34
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Bijlage 2. Uitgangspunten LPG-tankstations 2.1. Ongevalscenario’s tank Er wordt uitgegaan van een ondergrondse tank met een volume van 30 m3 met een maximale inhoud van 13.8 ton (de maximale vullingsgraad). Tabel 8 toont de frequentie en bronsterkte voor de ongevalscenario’s.
Scenario
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
O.1
Instantaan
5.0 10-7
13.8 ton
Maximale inhoud
O.2
Continu 10 min
5.0 10-7
23.0 kg/s
Maximale inhoud in 600 s
O.3
Continu 10 mm
1.0 10-5
1.1 kg/s
Vloeistofuitstroming met uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
O.4
Vloeistofleiding – breuk
4.6 10-5
2.9 kg/s
Lengte 92 m, diameter 1.25”
O.5
Vloeistofleiding – lekkage
1.4 10-4
0.1 kg/s
Lengte 92 m
O.6
Afleverleiding – breuk
3.8 10-5
2.9 kg/s
Lengte 75 m, diameter 1.25“
Afleverleiding – lekkage
1.1 10-4
0.1 kg/s
Lengte 75 m
O.7 Tabel 8.
Ongevalscenario’s per tank
2.2. Ongevalscenario’s tankauto Voor een doorzet tot 1000 m 3/jr zijn er standaard 70 lossingen nodig van elk 30 min. De lostijd per jaar is dan 30 uur (0.6% van de tijd). Bevoorrading vindt plaats met een tankauto van 60 m3 en een maximale inhoud van 26.7 ton. De tankauto kan bij aankomst op de inrichting voor 100%, 67% of 33% gevuld zijn. Deze gegevens worden gebruikt om met een initiële ongevalfrequentie de frequentie van de ongevalscenario’s voor de inrichting af te leiden. Voor de ongevalscenario’s instantaan falen en uitstroming uit de grootste aansluiting wordt de initiële ongevalfrequentie vermenigvuldigd met de fractie gedurende het jaar dat de betreffende tankauto aanwezig is binnen de inrichting. Voor volledige breuk van de pomp is rekening gehouden met de beperking van de uitstroomtijd door een doorstroombegrenzer. De kans dat de doorstroombegrenzer niet sluit is 0.06. Voor volledige breuk van de losslang is rekening gehouden met de beperking van de uitstroomtijd door een andere doorstroombegrenzer. De kans dat deze doorstroombegrenzer niet sluit is 0.12. Tabel 9 toont de ongevalscenario’s voor een doorzet tot 1000 m 3/jr.
Scenario T.1 T.2
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
Instantaan vulgraad 100%
2.0 10-9
26.7 ton
Maximale inhoud
Continu grootste aansluiting
2.0 10-9
65.8 kg/s
Vloeistof 3 inch gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
35
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Scenario
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
P.1
Breuk pomp doorstroombegrenzer sluit
3.8 10-7
20.8 kg/s
Leiding 5 m, diameter 3”, duur 5 s en leidinginhoud 102 kg
P.2
Breuk pomp doorstroombegrenzer sluit niet
2.4 10-8
20.8 kg/s
Leiding 5 m, diameter 3”, duur 1800 s
P.3
Lekkage pomp
1.8 10-5
0.7 kg/s
Vloeistof 7.6 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
L.1
Breuk losslang doorstroombegrenzer sluit
1.2 10-5
8.3 kg/s
Leiding 5 m, diameter 2”, duur 5 s en leidinginhoud 65 kg
L.2
Breuk losslang doorstroombegrenzer sluit niet
1.7 10-6
8.3 kg/s
Leiding 5 m, diameter 2”, duur 1800 s
L.3
Lekkage losslang
1.4 10-3
0.3 kg/s
Vloeistof 5 mm gat, uitstroomcoëfficiënt Cd=0.60
Tabel 9.
Ongevalscenario’s overslag tankauto doorzet tot 1000 m3/jr
2.3. BLEVE-frequentie tankauto Voor de frequentie van een BLEVE van een tankauto tijdens bevoorrading wordt de specifieke modellering voor een LPG-tankstation gevolgd [11 en 12]. Drie oorzaken worden onderscheiden, te weten brand van het LPG-systeem, omgevingsbrand en mechanische inslag. De belangrijkste oorzaak van een BLEVE is een omgevingsbrand. De afspraak in het LPG-convenant om een hittewerende coating aan te brengen op de tankauto is mede ingegeven door de mogelijkheid om de gevolgen van een omgevingsbrand beter te kunnen beheersen. In het modelleringsvoorschrift is ook aangegeven dat, mits bepaalde afstanden tot objecten worden aangehouden, de frequentie op een BLEVE door een omgevingsbrand wel een factor tien kleiner kan zijn. Deze afstanden zijn voorgeschreven in het Besluit LPGtankstations Hinderwet uit 1988 (maar zijn aangepast in het stappenplan van het RIVM). Een andere belangrijke oorzaak is de mechanische inslag veroorzaakt door een voertuig dat botst met de lossende tankauto. Voor een BLEVE veroorzaakt door een brand van het LPG-systeem wordt uitgegaan van een frequentie van 5.8 10-10 /uur voor een onbeschermde tankauto. Door de hittewerende coating wordt de BLEVE-frequentie verlaagd met een factor twintig [12]. Voor een doorzet tot 1000 m3/jr volgt dan een frequentie van 0.05 x 35 x 5.8 10-10 = 1.0 10-9 /jr op dit scenario B.1.
Aangenomen wordt dat de tankauto maximaal is gevuld. Voor een omgevingsbrand geldt dat de afstand tussen de opstelplaats van de LPG-tankauto en een aantal met name genoemde objecten groter moet zijn dan de minimaal benodigde afstand. Toetsing wordt uitgevoerd voor de benzine en LPG-afleverzuil, gebouwen en voor de opstelplaats van de benzinetankauto. In het Besluit LPG-tankstations (en daarmee in de milieuvergunning) is opgenomen dat de benzinetankauto niet tegelijkertijd met de LPGtankauto op de inrichting aanwezig mag zijn. Deze oorzaak is daarmee uit te sluiten. Tabel 10 vat de beoordeling samen. De frequentie op een omgevingsbrand voor 100 verladingen is dan afgerond 2 10-7 /jr (zie tabel 2b in [11] of tabel 5 in [12]).
36
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Object omgevingsbrand
Toetsingsafstand [m]
LPG-afleverzuil personenauto’s
Vulpunt binnen deze afstand?
17.5
Nee
Benzine afleverzuil personenauto’s
5
Nee
Opstelplaats benzinetankauto
25
n.v.t.
Gebouwen zonder brandbescherming (hoogte < 5 m)
10
Nee
Tabel 10.
Toetsing bijdrage omgevingsbrand aan de BLEVE-frequentie (toetsingsafstand conform stappenplan RIVM)
Tabel 11 toont de specifieke BLEVE frequentie voor de huidige situatie veroorzaakt door een externe brand afhankelijk van de vulgraad. De kans op een BLEVE gegeven een brand is afhankelijk van de vulgraad. Deze kans is 0.19, 0.46 of 0.73 voor een vulgraad van respectievelijk 100%, 67% en 33%. Verder wordt ervan uitgegaan dat de tankauto is voorzien van een hittewerende coating. Er wordt aangenomen dat de BLEVE-frequentie hierdoor wordt verlaagd met een factor twintig. Deze aanname is opgenomen in de notitie QRA berekening LPG-tankstations van het RIVM [12].
Scenario
Basis frequentie [per 100 verladingen]
Factor
Frequentie [/jr]
B.2
BLEVE vulgraad 100%
2 10-7
70/100 x 0.333 x 0.19 x 0.05
4.4 10-10
B.3
BLEVE vulgraad 67%
2 10-7
70/100 x 0.333 x 0.46 x 0.05
1.1 10-9
BLEVE vulgraad 33%
2 10-7
70/100 x 0.333 x 0.73 x 0.05
1.7 10-9
B.4
Tabel 11.
Specifieke BLEVE frequentie tankauto doorzet tot 1000 m3/jr door externe brand
Tabel 12 toont de ongevalsscenario’s. De BLEVE wordt gemodelleerd met de barstdruk gelijk aan 24.5 bara.
Scenario
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
B.2
BLEVE vulgraad 100%
4.4 10-10
26.7 ton
Maximale inhoud 100%
B.3
BLEVE vulgraad 67%
1.1 10-9
17.8 ton
Maximale inhoud 67%
BLEVE vulgraad 33%
1.7 10-9
8.9 ton
Maximale inhoud 33%
B.4
Tabel 12.
Ongevalsscenario’s BLEVE tankauto doorzet tot 1000 m3/jr door externe brand
Een BLEVE van de tankauto kan ook plaatsvinden door externe impact (aanrijdingen). De frequentie is afhankelijk van het type opstelplaats. Voor dit tankstation wordt uitgegaan van de waarde voor een opstelplaats langs een weg met een maximale snelheid < 70 km/u. Tabel 13 toont de specifieke BLEVE frequentie. Tabel 14 toont de ongevalsscenario’s. De BLEVE
37
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
wordt gemodelleerd met omgevingstemperatuur.
de
barstdruk
Scenario
Basis frequentie [per 100 verladingen]
gelijk
aan
de
evenwichtsdruk
Factor
Frequentie [/jr]
B.5
BLEVE vulgraad 100%
4.8 10-8
70/100 x 0.333
1.1 10-8
B.6
BLEVE vulgraad 67%
4.8 10-8
70/100 x 0.333
1.1 10-8
BLEVE vulgraad 33%
4.8 10-8
70/100 x 0.333
1.1 10-8
B.7
Tabel 13.
bij
Specifieke BLEVE frequentie tankauto doorzet tot 1000 m3/jr door mechanische inslag (aanrijdingen)
Scenario
Frequentie [/jr]
Bron sterkte
Toelichting
B.5
BLEVE vulgraad 100%
1.1 10-8
26.7 ton
Maximale inhoud 100%
B.6
BLEVE vulgraad 67%
1.1 10-8
17.8 ton
Maximale inhoud 67%
B.7
BLEVE vulgraad 33%
1.1 10-8
8.9 ton
Maximale inhoud 33%
Tabel 14.
Ongevalsscenario’s BLEVE tankauto doorzet tot 1000 m3/jr door externe brand
2.4. Parameters De standaard parameters van Safeti-NL versie 6.54 zijn gebruikt voor de berekening. De gegevens voor het weerstation Twente worden gebruikt voor de kans op het voorkomen van een bepaalde weersklasse. De ruwheidslengte is 0.3 m.
38
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Bijlage 3. Lijst kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten I Kwetsbaar object: a woningen, niet zijnde woningen als bedoeld in categorie II onder a; b gebouwen bestemd voor het verblijf, al dan niet gedurende een gedeelte van de dag, van minderjarigen, ouderen, zieken of gehandicapten, zoals: 1 Ziekenhuizen, bejaardenhuizen en verpleeghuizen; 2 Scholen; 3 Gebouwen of gedeelten daarvan, bestemd voor dagopvang van minderjarigen; c gebouwen waarin grote aantallen personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn, zoals: 1 Kantoorgebouwen en hotels met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1500 m 2 per object; 2 Complexen waarin meer dan 5 winkels zijn gevestigd en waarvan het gezamenlijk bruto vloeroppervlak meer dan 1000 m 2 bedraagt en winkels met een totaal bruto vloeroppervlak van meer dan 2000 m 2 per object, voor zover in die complexen of in die winkels een supermarkt, hypermarkt of warenhuis is gevestigd; d kampeer- en andere recreatieterreinen bestemd voor het verblijf van meer dan 50 personen gedurende meerdere aaneengesloten dagen; II Beperkt kwetsbaar object: a 1 Verspreid liggende woningen van derden met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare; 2 Dienst- en bedrijfswoningen van derden; 3 Lintbebouwing, voor zover deze loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op de contouren van het plaatsgebonden risico van een route of tracé; b
kantoorgebouwen, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen; c hotels en restaurants, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen; d winkels, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen; e sporthallen, zwembaden en speeltuinen; f sport- en kampeerterreinen en terreinen bestemd voor recreatieve doeleinden, voor zover zij niet in categorie I onder d vallen; g bedrijfsgebouwen, voor zover zij niet in categorie I onder c vallen; h objecten die met de onder a tot en met e en g genoemde gelijkgesteld kunnen worden uit hoofde van de gemiddelde tijd per dag gedurende welke personen daar verblijven, het aantal personen dat daarin doorgaans aanwezig is en de mogelijkheden voor zelfredzaamheid bij een ongeval, voor zover die objecten geen kwetsbare objecten zijn, en i objecten met een hoge infrastructurele waarde, zoals een telefoon- of elektriciteitscentrale of een gebouw met vluchtleidingsapparatuur, voor zover die objecten wegens de aard van de gevaarlijke stoffen die bij een ongeval kunnen vrijkomen, bescherming verdienen tegen de gevolgen van dat ongeval.
39
2021/6249
Externe veiligheid / Sportpark Hoornseveld en Oostzijderpark in Zaandam
Bijlage 4. Carola-rapportage
40
2021/6249
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................. 2 2 Invoergegevens ....................................................................................................... 4 2.1 Interessegebied ................................................................................................ 4 2.2 Relevante leidingen ........................................................................................... 4 2.3 Populatie.......................................................................................................... 5 3 Plaatsgebonden risico ............................................................................................... 7 3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 7 4 Groepsrisico screening .............................................................................................. 8 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie .............................................................................................. 8 5 FN curves ................................................................................................................
9 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1940.00 en stationing 2940.00 .................. 9 6 Referenties .............................................................................................................. 9
2021/6249
1 Inleiding In deze rapportage worden de gebruikte invoergegevens en de door CAROLA gegenereerde resultaten weergegeven. Deze gegevens vormen de basis voor een QRA-rapportage. Naast deze basisinvoergegevens en –resultaten wordt in de Handleiding Risicoberekeningen BevB aangegeven welke elementen ook in de QRA beschreven moeten worden. In onderstaand overzicht worden welke elementen beschreven moeten worden en of deze door CAROLA worden aangeleverd. Indien de elementen niet door CAROLA worden gegenereerd, moeten ze door de opsteller van de QRA-rapportage worden ingevuld. Het meest recente overzicht van de te beschrijven elementen wordt gegeven in de van kracht zijnde versie van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb. In CAROLA berekeningen wordt gebruik gemaakt van de parameters conform de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. Achtergrondinformatie over de berekeningen kan worden gevonden in [2, 3, 4, 5].
Pagina 2 van 9
2021/6249
Overzicht van de elementen die in een QRA gerapporteerd moeten worden. Onderwerp
1
2
3
Algemene rapportgegevens Administratieve gegevens: naam en adres van de leidingexploitant(en) (volgens Bevb) naam en adres van de opsteller van de QRA Reden opstellen QRA Gevolgde methodiek rekenpakket met versienummer parameterbestand met versienummer Peildatum QRA datum van de berekening datum van aanmaak van de buisleidinggegevens Algemene beschrijving van de buisleiding(en) Gegevens buisleiding naam buisleiding diameter druk eventuele mitigerende maatregelen Ligging van de leiding, aan de hand van kaart(en) op schaal. leiding noordpijl en schaalindicatie Beschrijving omgeving Omgevingsbebouwing en gebiedsfuncties
Vertrouwelijk/
Aangeleverd
Openbaar
door CAROLA
Openbaar
Deels
Openbaar Openbaar
Nee Nee Ja
Openbaar Ja Nee Openbaar Ja Ja Ja Ja Openbaar Ja Ja Openbaar Ja indien ingevoerd
bestemmingsplannen al dan niet gedeeltelijk binnen de PR 10-6-contour en het invloedsgebied Actuele topografische kaart
4
Een beschrijving van de bevolking rond de buisleiding, onder opgave van de wijze waarop deze beschrijving tot stand is gekomen (o.a. incidentele bebouwing, lintbebouwing) Mogelijke gevaren van buiten de buisleiding die op de buisleiding effect kunnen hebben (risicoverhogende objecten, buurbedrijven/ activiteiten, vliegroutes, windturbines) Gebruikt weerstation Beschrijving per leiding van mogelijke risico’s voor de omgeving Samenvattend overzicht van de resultaten van de QRA, waarin tenminste is opgenomen: Kaart met het berekende plaatsgebonden risico, met contouren voor 10-4, 10-5, 10-6, 10-7 en 10-8 (indien aanwezig) FN-curve, voor zowel huidige als toekomstige situatie, met het groepsrisico voor de kilometer buisleiding met de grootste overschrijding van de oriënterende waarde. Op de horizontale as van de grafiek met de FN-curve wordt het aantal dodelijke slachtoffers uitgezet, op de verticale as de cumulatieve kans tot 10-9 per jaar FN-datapunt waarbij de maximale overschrijding van de oriëntatiewaarde optreedt, inclusief de factor van de overschrijding Grafiek met de screening van het groepsrisico Beschrijving of er kwetsbare bestemmingen en/of beperkt kwetsbare bestemmingen binnen de PR contour van 10 -6 per jaar zijn Voorgestelde preventieve en repressieve maatregelen die in de QRA zijn meegenomen
Openbaar Openbaar
Ja indien ingevoerd Nee
Openbaar
Nee
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar
Ja
Openbaar Openbaar
Ja Nee
Openbaar
Ja
Pagina 3 van 9
2021/6249
2 Invoergegevens De risicoberekeningen die in dit rapport zijn beschreven zijn uitgevoerd met CAROLA versie 1.0.0.52. De gehanteerde parameterfile heeft versienummer 1.3. De berekeningen zijn uitgevoerd op 25-10-2019. Voor de berekeningen is gebruik gemaakt van de meteorologische gegevens van het weerstation Schiphol. De gebruikte ruwheidslengte is 0,1 meter. In dit hoofdstuk worden de verschillende invoergegevens nader gespecificeerd in de navolgende secties. 2.1 Interessegebied Het interessegebied is weergegeven in figuur 2.1 Figuur 2.1 Interessegebied voor de uitgevoerde risicoberekeningen
2.2 Relevante leidingen Op basis van het gespecificeerde interessegebied zijn de volgende aardgastransportleidingen meegenomen. Voor dit onderzoek is alleen de gearceerd weergegeven leiding relevant. De overige leidingen worden niet verder behandeld in dit rapport. Eigenaar
Leidingnaam
Diameter
Druk
[mm]
[bar]
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-570-01-deel-1
406.40
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-570-04-deel-1
219.10
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-570-07-deel-1
323.90
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-570-09-deel-1
114.30
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-570-15-deel-1
114.30
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-570-23-deel-1
323.80
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-572-01-deel-1
406.40
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-572-01-deel-2
406.40
40.00
N.V. Nederlandse Gasunie
6276_leiding-W-572-06-deel-1
168.30
40.00
Pagina 4 van 9
2021/6249
De exploitant specifieke factoren voor casuïstiek (cluster 1b), actief rappel (cluster 1C) en mitigerende maatregelen corrosie staan beschreven in Tabel 11 van Module B van de Handleiding Risicoberekeningen Bevb [1]. De leidingen zijn gevisualiseerd in figuur 2.2. Figuur 2.2 Buisleidingen aanwezig in de omgeving van het interessegebied
Voor de in bovenstaande tabel opgenomen leidingen zijn geen risico mitigerende maatregelen verdisconteerd in de bijbehorende risicoberekeningen.
2.3 Populatie De ingevoerde populatie is weergegeven in figuur 2.3. De waarden in de kolom “Percentages Personen” in onderstaande tabellen hebben achtereenvolgens de betekenis: % aanwezig gedurende de dagperiode/ % aanwezig gedurende de nachtperiode/ % buiten gedurende de dagperiode/ % buiten gedurende de nachtperiode/ % overdag aanwezig gedurende het jaar/ % ’s nachts aanwezig gedurende het jaar. Populatiepolygonen Label
Type
Aantal
Percentage Personen
vlak 10
Evenement
23
100/ 100/ 95/ 95/ 0/ 0
vlak 11
Evenement
22
100/ 100/ 95/ 95/ 0/ 0
vlak 12
Evenement
25
100/ 100/ 95/ 95/ 0/ 0
vlak 20
Evenement
25
100/ 100/ 95/ 95/ 0/ 0
Pagina 5 van 9
2021/6249
Populatiebestanden Pad
Type
Aantal
Percentage Personen
bijeen_sport_cel_zkh-dag100-nacht80.txt kantoor_kliniek_onderwijs_winkel-
Werken
482
100/ 80/ 7/ 1/ 100/ 100
Werken
402
100/ 0/ 7/ 1/ 100/ 100
Wonen
2915
50/ 100/ 7/ 1/ 100/ 100
dag100-nacht0.txt wonend_vakantiehuis-dag50-nacht100.txt
Figuur 2.3 Bevolking meegenomen in de risicoberekeningen
Populatietype
Polygoonpunten
Populatiepolygoon
Wonen Werken Evenement
Pagina 6 van 9
2021/6249
3 Plaatsgebonden risico Voor de in voorgaande hoofdstuk genoemde leidingen is het plaatsgebonden risico bepaald. Voor elk van de leidingen wordt het plaatsgebonden risico weergegeven als isorisicocontouren op een achtergrondkaart.
3.1 Figuur 3.1 Plaatsgebonden risico voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie
1E-6 1E-7 1E-8
Pagina 7 van 9
2021/6249
4 Groepsrisico screening Om in één oogopslag een indruk te krijgen van het groepsrisico wordt het groepsrisico gescreend alvorens voor specifieke segmenten FN-curves te visualiseren. Voor elk van de leidingen wordt per stationing de overschrijdingsfactor van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico weergegeven. Deze is berekend door rondom elk punt op de leiding één kilometer segment te kiezen die gecentreerd ligt ten opzichte van dit punt. Voor deze kilometer leiding is een FN-curve berekend en voor deze FN-curve de overschrijdingsfactor. De overschrijdingsfactor is de verhouding tussen de FN-curve en de oriëntatiewaarde. Daarmee is de overschrijdingsfactor een maat die aangeeft in hoeverre de oriëntatiewaarde wordt genaderd of overschreden. Een overschrijdingsfactor kleiner dan 1 geeft aan dat de FN-curve onder de oriëntatiewaarde blijft. Bij een waarde van 1 zal de FN-curve de oriëntatiewaarde raken. Bij een waarde groter dan 1 wordt de oriëntatiewaarde overschreden. 4.1 Figuur 4.1 Groepsrisico screening voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie
De maximale overschrijdingsfactor van deze kilometer leiding wordt gevonden bij 131 slachtoffers en een frequentie van 4.34E-008. De maximale overschrijdingsfactor voor dit tracé is gelijk aan 0.075 en correspondeert met die kilometer leiding die gekarakteriseerd wordt door stationing 1940.00 en stationing 2940.00. Voor deze kilometer leiding is de FN-curve opgenomen in het volgende hoofdstuk. De betreffende kilometer leiding is gevisualiseerd in figuur 4.2. Figuur 4.2 Kilometer leiding behorende bij de maximale overschrijding van de FNcurve voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie
Pagina 8 van 9
2021/6249
5 FN curves Voor elk van de eerder genoemde leidingen is het groepsrisico berekend. Een samenvatting van de resultaten hiervan is gegeven in het voorgaande hoofdstuk; in dit hoofdstuk wordt voor elk van de leidingen de daadwerkelijke FN-curve gegeven van de (in termen van groepsrisico) “slechtste” kilometer van het betreffende tracé. 5.1 Figuur 5.1 FN curve voor 6276_leiding-W-572-01-deel-2 van N.V. Nederlandse Gasunie voor de kilometer tussen stationing 1940.00 en stationing 2940.00
6 Referenties [1]
Handleiding Risicoberekeningen Bevb. Versie 1.0. 20 december 2010.
[2]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Brief 390/06 CEV Lah/pbz-1191. 6 november 2006.
[3]
Risicomethodiek aardgastransportleidingen. Ministerie van VROM. Brief 2006.334302. 7 december 2006.
[4]
Laheij GMH, Vliet AAC van, Kooi ES. Achtergronden bij de vervanging van zoneringafstanden hogedruk aardgastransportleidingen van de N.V. Nederlandse Gasunie. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. RIVM-rapport 620121001/2008. 2008.
[5]
M. Gielisse, M.T. Dröge, G.R. Kuik. Risicoanalyse aardgastransportleidingen. N.V. Nederlandse Gasunie. DEI 2008.R.0939. 2008.
Pagina 9 van 9
2021/6249
Bijlage 4 Onderzoek flora en fauna
vastgesteldbestemmingsplanSportpark Hoornseveld
69
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies Daltonstraat 30D 3301 DB Dordrecht 088 321 25 10 info@bkmilieuadvies.nl www.bkmilieuadvies.nl BANK NL45ABNA058640729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01 Gecertificeerd volgens ISO 9001
Quickscan Flora en Fauna Sportlaan 4 te Zaandam
Opdrachtgever: Gemeente Zaanstad
Stadhuisplein 100 Zaandam Projectnummer: 204580 Versienummer: 1.0 Plaats, datum: Dordrecht, 29 oktober 2020 Auteur: Suzanne Lange, MSc. Controleur: Gerben Kalkman, BSc.
2021/6249 BK Bouw & Milieuadvies pagina 2 van 16 Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel
3 3
2 Wettelijk kader 2.1 Gebiedsbescherming 2.2 Soortbescherming
4 4 4
3 Bureaustudie 3.1 Gebiedsbescherming 3.2 Soortbescherming
5 5 7
4 Beperkt veldonderzoek 4.1 Veldwerk
10 10
4.2 Resultaten veldbezoek
10
5 Conclusie en Advies 5.1 Algemene conclusies
11 11
5.2 Conclusie per soortsgroep 5.3 Zorgplicht
11 12
5.4 Conclusie nader onderzoek
12
6 Fotobijlage 6.1 fotobijlage
13 13
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 3 van 16
1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Ten behoeve van de herinrichting (en bijkomende werkzaamheden) van het sportpark Hoornseveld is een inventarisatie van aanwezige en (mogelijk) aanwezige flora en fauna gewenst. In dit kader is, in opdracht van de opdrachtgever, een Quick Scan flora- en faunaonderzoek uitgevoerd. Deze rapportage gaat in op het wettelijk kader, gebiedsbescherming, soortenbescherming, veldonderzoek en conclusies en resultaten in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Afbeelding 1: Projectlocatie (omlijnd in rood)
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 4 van 16
2 Wettelijk kader 2.1 Gebiedsbescherming Gebieden met bijzondere natuurwaarden zijn in Nederland wettelijk en/of planologisch beschermd. Hierbij gaat het om gebieden die bescherming genieten op basis van de Wet natuurbescherming (Wnb), internationale bescherming via Natura 2000-gebieden, Natuurnetwerk Nederland (NNN) en andere in bestemmingsplannen aangeduide gebieden.
2.2 Soortbescherming Bescherming van flora en fauna is geregeld in de Wet natuurbescherming (2017). Binnen de wet natuurbescherming zijn de Europese vogelrichtlijn en de habitatrichtlijn opgenomen. Naast deze richtlijnen zijn er tevens soorten die nationaal beschermd zijn onder de wet natuurbescherming. De soorten die beschermd zijn onder de wet natuurbescherming zijn hierdoor in drie groepen te verdelen: Broedvogels (artikelen 3.1 tot en met 3.4 Wnb): kunnen zich potentieel in het hele gebied vestigen; Dier- en plantensoorten die strikt beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn (art. 3.5-3.9). Hiertoe behoren onder anderen alle Europese vleermuissoorten ; Nationaal beschermde dier- en plantensoorten vermeld in de bijlage bij de wet (art. 3.10-3.11). Dit zijn circa 145 soorten, waaronder een groot deel van de inheemse zoogdieren, amfibieën en reptielen, en een aantal bedreigde vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Voor de soorten die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming gelden verbodsbepalingen. Deze verbodsbepalingen stellen dat deze beschermde soorten niet gedood, gevangen, verontrust, geplukt of verzameld mogen worden. Bovendien mag de directe leefomgeving van deze beschermde soorten niet vernietigd, beschadigd of verstoord worden.
Wanneer overtreding van een verbodsbepaling onvermijdelijk is, moet een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming worden aangevraagd. Het kan zijn dat de provincie bepaalde soorten in haar provincie een vrijstelling heeft geven van deze verbodsbepalingen. Naast de beschermde soorten geldt er een algemene zorgplicht voor alle in het wild levende planten en dieren (algemene zorgplicht, artikel 1.11 Wnb).
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 5 van 16
3 Bureaustudie Middels een bureaustudie is, in de onderstaand paragrafen, het plan en de locatie getoetst aan de eventueel in de omgeving aanwezige beschermde gebieden en soorten.
3.1 Gebiedsbescherming Natura 2000-gebieden Natura 2000-gebieden zijn aangewezen in het kader van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn wegens de aanwezigheid van bepaalde zeldzame en kwetsbare soorten en habitat-typen (de zogenoemde kwalificerende waarden). De bescherming ervan is geregeld in de Wet natuurbescherming. Overheden dienen de kwaliteit van deze gebieden te waarborgen, waarbij deze aangewezen waarden centraal staan. Deze kwaliteit is mede afhankelijk van de omgeving. Invloeden buiten het gebied kunnen een negatief effect hebben op de natuurwaarden binnen het gebied. Zo kunnen ontwikkelingen op korte afstand kwalificerende soorten in het Natura 2000-gebieden verstoren of verontrusten (externe werking van de bescherming). Afbeelding 2: Ligging projectgebied ten opzichte van Natura 2000-gebied, projectlocatie in blauw omlijnd (bron: Atlas Leefomgeving)
Analyse en conclusie Het projectgebied ligt op circa 400 meter afstand van het Natura 2000-gebied Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld. Door de kenmerken van het projectgebied, de afstand tot het Natura 2000-gebied en de aard van het tussenliggende stedelijke gebied zijn geen negatieve effecten aan de orde als gevolg van de toekomstige inrichting van het projectgebied op het Natura 2000-gebied en de instandhoudingsdoelen. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het NNN is een aaneengesloten of met elkaar in verbinding staand stelsel van belangrijke Nederlandse natuurgebieden. Het NNN is veel groter dan de voorgestelde Habitatrichtlijn- en Vogelrichtlijngebieden. In de Structuurvisie is het NNN op provinciaal niveau uitgewerkt. Het NNN omvat kerngebieden (natuurreservaten), natuurontwikkelingsgebieden en ecologische verbindingszones.
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 6 van 16 Afbeelding 3: Ligging projectgebied ten opzichte het Natuurnetwerk Nederland, projectlocatie in blauw omlijnd (bron: Atlas Leefomgeving)
Analyse en conclusie Het projectgebied ligt op circa 90 meter van het dichtbijzijnde NNN gebied. Gezien de stedelijke omgeving met reeds aanwezige verstoringsfactoren als licht, geluid et cetera worden op gebiedsniveau geen nadelige effecten verwacht. Conclusie gebiedsbescherming Op basis van de uitgevoerde bureaustudie naar de gebiedsbescherming, blijkt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de genoemde beschermde gebieden naast eventuele stikstofdepositie vanwege sloop en bouw.
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 7 van 16
3.2 Soortbescherming De werkzaamheden van het initiatief kunnen leiden tot verstoring van alle aanwezige flora en fauna. De zorgplicht uit de Wet natuurbescherming geldt voor alle voorkomende soorten. Dit betekent dat bij de werkzaamheden, zoveel als redelijkerwijs mogelijk is, zorg wordt gedragen voor een zo min mogelijke verstoring of aantasting van de aanwezige flora en fauna. Om te bepalen of er beschermende flora- fauna aanwezig is, is een bureaustudie en een beperkt veldonderzoek uitgevoerd. Voorgaand onderzoek - Bureaustudie Behoudens het oriënterend veldonderzoek is tevens gebruikgemaakt van beschikbare gegevens van derden. Quickscanhulp.nl Voor de bureaustudie is gebruik gemaakt van de online applicatie Quickscanhulp.nl. Deze applicatie geeft een afgeleide weer van data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). In de onderstaande tabellen zijn de beschermde soorten opgenomen die binnen 10 kilometer afstand vanaf het plangebied zijn waargenomen. De soorten staan gesorteerd per soortgroep. Tabel 1: Beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Baardvleermuis
Myotis mystacinus
Habitatrichtlijn
Boommarter
Martes martes
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Bunzing
Mustela putorius
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Damhert
Dama dama
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Dwergmuis
Micromys minutus
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Eekhoorn
Sciurus vulgaris
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Egel
Erinaceus europeus
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Gewone dwergvleermuis
Pipistrellus pipistrellus
Habitatrichtlijn
Gewone grootoorvleermuis
Plecotus auritus ssp. auritus
Habitatrichtlijn
Gewone zeehond
Phoca vitulina
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Hermelijn
Mustela erminea
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Kleine dwergvleermuis
Pipistrellus pygmaeus
Habitatrichtlijn
Laatvlieger
Eptesicus serotinus ssp. serotinus
Habitatrichtlijn
Meervleermuis
Myotis dasycneme
Habitatrichtlijn
Noordse woelmuis
Microtus oeconomus ssp. arenicola
Habitatrichtlijn
Rosse vleermuis
Nyctalus noctula ssp. noctula
Habitatrichtlijn
Ruige dwergvleermuis
Pipistrellus nathusii
Habitatrichtlijn
Steenmarter
Martes foina
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Tuimelaar
Tursiops truncatus ssp. truncatus
Habitatrichtlijn
Veldmuis
Microtus arvalis
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Waterspitsmuis
Neomys fodiens
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Watervleermuis
Myotis daubentoni ssp. daubentoni
Habitatrichtlijn
Wezel
Mustela nivalis
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Wezel/Hermelein
Mustela nivalis/ Mustela erminea
Habitatrichtlijn
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 8 van 16 Tabel 2: Beschermde amfibieën waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Alpenwatersalamander
Mesotriton alpestris
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Bastaardkikker/middelste groene kikker
Pelophylax kl. esculentus
behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Kamsalamander
Triturus cristatus
Habitatrichtlijn
Meerkikker
Rana ridibunda
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Rugstreeppad
Bufo calamita
Habitatrichtlijn
Vuursalamander
Salamandra salamandra
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Tabel 3: Beschermde reptielen waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Ringslang
Natrix natrix
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Tabel 4: Beschermde insecten waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Grote vos
Nymphalis polychloros
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Iepenpage
Satyrium walbum
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Gevelkte witsnuitlibel
Leucorrhinia pectoralis
Habitatrichtlijn
Sierlijke witsnuitlibel
Leucorrhinia caudalis
Habitatrichtlijn
Tabel 5: Beschermde vissen waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Noordzeehouting
Coregonus oxyrinchus
Habitatrichtlijn
Tabel 6: Beschermde overige diersoorten waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Geen beschermde overige diersoorten waargenomen
-
-
Tabel 7: Beschermde planten waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming op basis van:
Bokkenorchis
Himantoglossum hircinum
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Dreps
Bromus secalinus
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Glad biggenkruid
Hypochaeris glabra
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Groot spiegelklokje
Legousia speculum-veneris
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Karthuizeranjer
Dianthus carthusianorum
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Muurbloem
Erysimum cheiri
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Schubvaren
Ceterach officinarum
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Wilde ridderspoor
Consolida regalis
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
Zandwolfsmelk
Euphorbia seguieriana
Bijlage, behorende bij artikel 3.10 van de Wnb
In de onderstaande tabel staan de waargenomen vogels met jaarrond beschermde nesten binnen 10 kilometer afstand van het plangebied.
Sportlaan 4 te Zaandam Quickscan Flora en Fauna | 204580 | 29 oktober 2020
2021/6249
BK Bouw & Milieuadvies pagina 9 van 16 Tabel 8: Vogels met jaarrond beschermde nesten waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied (br Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Jaarrond beschermde nesten
Boomvalk
Falco subbuteo
In alle provincies
Buizerd
Buteo Buteo
In alle provincies
Gierzwaluw
Apus Apus
In alle provincies
Grote Gele Kwikstaart
Motacilla cinerea
In alle provincies
Havik
Accipiter gentili
In alle provincies
Huismus
Passer domesticus
In alle provincies
Kerkuil
Tyto alba
In alle provincies
Oehoe
Bubo bubo
In alle provincies
Ooievaar
Ciconia ciconia
In alle provincies
Ransuil
Asio otus
In alle provincies
Roek
Corvus frugilegus
In alle provincies
Slechtvalk
Falco peregrinus
in alle provincies
Sperwer
Accipiter nisus
in alle provincies
Steenuil
Athene noctua
In alle provincies
Wespendief
Pernis apivorus
In alle provincies
Zwarte Wouw
Milvus migrans
In alle provincies
In de onderstaande tabel staan de waargenomen soorten opgenomen die zijn vrijgesteld door de provincie. Tabel 9: Vrijgestelde soorten waargenomen binnen 10 kilometer afstand van het plangebied. Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
vrijgesteld?
Dwergmuis
Micromys minutus
Vrijgesteld in alle provincies
Dwergspitsmuis
Sorex minutus
Vrijgesteld in alle provincies
Egel
Erinaceus europeus
Vrijgesteld in alle provincies
Huisspitsmuis
Crocidura russula
Vrijgesteld in alle provincies
Rosse woelmuis
Clethrionomys glareolus
Vrijgesteld in alle provincies
Met behulp van beschikbare verspreidingsatlassen (zoogdieren, reptielen en amfibieën, libellen en broedvogels) is tevens nagegaan in hoeverre diverse beschermde soorten ook daadwerkelijk verwacht kunnen worden in de omgeving van het betreffende projectgebied. Conclusie soortbescherming Op basis van de bureaustudie wordt er een diversiteit aan algemeen voorkomende soorten verwacht, aandachtssoorten vanuit de bureaustudie zijn de: vleermuizen, vogels, reptielen, amfibieën, zoogdieren.