CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage was-wordt tabel inclusief artikelsgewijze toelichting

Raadsvergadering 25 november 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Wijziging APV3.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2021/23798

Artikelnummer

Artikeltekst

Toelichting

1.

Artikel 2:19b Gevaarlijke voorwerpen (z) 1. Het is verboden op door de burgemeester aangewezen wegen en daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden gebruikt, bij zich te hebben.

De eerste letter van lid twee is per abuis weggevallen.

Artikel 2:19b APV

2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens behorende bij de categorieën I, II, III, IV Wet wapens en munitie of voorzover door het bij zich dragen van de voorwerpen bedoeld in het eerste lid de openbare orde of veiligheid niet in gevaar komt of kan komen. 2.

Artikel 2:27 APV

Artikel 2:27 Begripsbepalingen (z) 1. Ongewijzigd 2. Ongewijzigd 3. Leidinggevende: degene die als zodanig staat vermeld op het aanhangsel bij de verleende Drank- en Horecawet Alcoholwetvergunning vergunning of exploitatievergunning. 4. Ongewijzigd 5. Ongewijzigd 6. Ongewijzigd 7. Ongewijzigd 8. Onder sterke drank in deze paragraaf wordt verstaan: sterke drank als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Drank- en Horecawet Alcoholwet.

De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in Werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.

3.

Toelichting Afdeling 8

AFDELING 8 TOEZICHT OP HORECABEDRIJVEN

Idem

Algemeen: op openbare inrichtingen zijn naast de regels van de Drank- en Horecawet Alcoholwet nog vele andere regels van toepassing. Onder andere de Wet milieubeheer, Wet op de kansspelen, Opiumwet, Wabo en Woningwet. Meer in het bijzonder geldt het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op grond van artikel 174 Gemeentewet is de burgemeester belast met het toezicht op publiek toegankelijke gebouwen en bijbehorende erven. Geluidsnormen: het Activiteitenbesluit geeft standaard geluidsnormen voor zowel bestaande als nieuwe horeca-inrichtingen. Bovendien kan het bevoegd gezag de gemeente technische voorschriften stellen aan een inrichting om aan de geldende geluidsnorm te voldoen. Daarnaast kan de gemeente kunnen afwijkende geluidsnormen worden voorgeschreijven voor de gehele activiteit of voor specifieke

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

2/10

gemeente Zaanstad

activiteiten, anders dan feestjes. Hierbij kunnen aanvullende eisen worden gesteld, bijvoorbeeld aan de duur van de activiteit. Stemgeluid van een terras (er zijn uitzonderingen!) en onversterkte muziek zijn vrijgesteld van de geluidsnormen. Voor onversterkte muziek geldt dat de gemeente bij verordening afwijkende regels kan stellen. 4.

Toelichting 2:28b APV

Artikel 2:28b Algemene weigerings- en intrekkingsgronden exploitatievergunning (z)

Idem

Gezien de huidige ontwikkelingen en jurisprudentie is het Het is noodzakelijk dat de gronden voor het intrekken, of wijzigen of weigeren van een horeca-exploitatievergunning specifiek worden geformuleerd en ook kunnen worden gerelateerd aan de houder en de wijze waarop hij het bedrijf wordt geëxploiteerd exploiteert. Door de persoonsgebonden eigenschappen van de vergunning is het voor de burgemeester beter mogelijk een vergunning in te trekken als wanneer de vergunninghouder en/of de leidinggevende zijn de vergunning of zijn het bedrijf zodanig gebruikt of laat gebruiken dat deze een gevaar oplevert voor de openbare orde of het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf aantast. De in artikel 1:6 opgenomen gronden voor het wijzigen of intrekken van een vergunning en de in artikel 1:8 opgenomen weigeringsgronden zijn hiervoor te algemeen geformuleerd. In dit artikel zijn imperatieve (eerste lid) en facultatieve (tweede lid) weigerings- en intrekkingsgronden opgenomen. Omdat een ordentelijke en veilige exploitatie voor een groot deel afhankelijk is van de exploitant(en) en leidinggevende(n) van een horecabedrijf, dienen deze personen van goed levensgedrag te zijn, en te voldoen aan een leeftijdseis en aan een aantal zedelijkheids- en moraliteitseisen. Daarvoorbij is aansluiting gezocht bij de eisen die artikel 8 van de Drank- en Horecawet Alcoholwet stelt.

Als niet aan deze voorwaarden en eisen wordt voldaan weigert de burgemeester de vergunning of trekt deze in. De horeca-exploitatievergunning strekt ertoe om risico op verstoring van de openbare orde en/of het woon- en leefklimaat te voorkomen. De horecaondernemer is verantwoordelijk voor het bewaken van de openbare orde in en rondom zijn horecabedrijf. Dit is als grondbeginsel vastgelegd in de APV. Het in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn als bedoeld in lid 1 onder b is als imperatieve weigerings- en intrekkingsgrond opgenomen. Dit betekent dat de burgemeester in het geval van slecht levensgedrag van de exploitant of leidinggevende de vergunning moet weigeren weigert of intrekken intrekt. Hierdoor ontstaat een eenduidige wijze van optreden. Gedragingen die in ieder geval worden meegenomen in de beoordeling van het levensgedrag zijn: betrokkenheid bij geweldsdelicten, witwaspraktijken, gebruik en/of handel in drugs, mensenhandel, arbeidsuitbuiting rijden onder invloed, discriminatie en een eerdere weigering van een vergunning vanwege levensgedrag. Eerst worden de gedragingen en veroordelingen die in een periode van vijf jaar voor het indienen van de aanvraag hebben plaatsgevonden meegenomen in de beoordeling van het levensgedrag. Dit om te voorkomen dat iemand eindeloos wordt achtervolgd door in het verleden gemaakte fouten.

In de toelichting van artikel 2:28b wordt nader uitgewerkt wat wordt verstaan onder ‘slecht levensgedrag’ van de exploitant en/of leidinggevende en in welke gevallen dit kan leiden tot het weigeren dan wel intrekken van een horeca-exploitatievergunning. Dit komt voort uit de Dienstenrichtlijn. Deze vereist namelijk dat met ondubbelzinnige, objectieve en vooraf

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

3/10

gemeente Zaanstad

Wanneer er gedragingen en/of veroordelingen zijn in de vijf jaar voordat de aanvraag werd ingediend, dan worden gedragingen en/of veroordelingen langer dan vijf jaar voordat de aanvraag werd ingediend ook betrokken bij het te nemen besluit. Ook een combinatie van andere gedragingen en veroordelingen dan hierboven genoemd kunnen leiden tot het weigeren van een vergunning. Wanneer een persoon in een tijdsbestek van een aantal jaren stelselmatig wet- en regelgeving overtreedt dan is de kans dat hij/zij dit blijft doen groot, ook bij het exploiteren van een horecabedrijf. Het een of meerdere malen voorkomen in bestuurlijke rapportages van gemeente en politie inzake voornoemde strafbare feiten, waarbij een exploitant/leidinggevende verdachte is of is geweest, waarbij de verdenking niet is weggenomen en er nog nader onderzoek plaatsvindt naar betrokkenheid, wordt eveneens betrokken bij de beoordeling van slecht levensgedrag. Wanneer precies sprake is van slecht levensgedrag, dusdanig dat dit van invloed is voor het exploiteren van een horeca-inrichting, is niet concreet te benoemen. In sommige gevallen is één gedraging voldoende om niet-onbesproken levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen zijn het meerdere gedragingen die op zichzelf staand onvoldoende zijn, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot de door de burgemeester in redelijkheid te nemen beslissing.

In jurisprudentie zijn diverse voorbeelden vastgelegd. Hiermee wordt aansluiting gezocht bij de Drank- en Horecawet. Hierin In de Alcoholwet is ook geen exacte nadere omschrijving gegeven van het begrip ‘slecht levensgedrag’. Er zijn dus geen beperkingen gesteld aan de feiten of omstandigheden, die bij de beoordeling van het slechte levensgedrag mogen worden betrokken. Zo is in uitspraak van de rechtbank 12/827 d.d. 29-03-2012 de horeca exploitatie vergunning ingetrokken nadat is overwogen of de exploitant had kunnen weten, dat de bovenwoning van een van zijn horeca-inrichtingen werd gebruikt als hennepkwekerij. In een andere uitspraak (RvS 200107319/1/A3) is gebleken dat ook gedragingen buiten de inrichting, kunnen leiden tot intrekken van de vergunning. In dit geval had een in de horecazaak werkzame leidinggevende drugs, wapens en een grote hoeveelheid contant geld in bezit. Ook gedragingen buiten werktijd (buiten de exploitatie van een bedrijf) kunnen worden meegenomen in de beoordeling of iemand van slecht levensgedrag is. Daarnaast kan de burgemeester een exploitatievergunning weigeren of intrekken op grond van ontoelaatbaar nadelige beïnvloeding van de woon- en leefomgeving of openbare orde in en/of rondom een horecabedrijf, als gevolg van de vestiging of aanwezigheid van dat bedrijf.

Deze weigeringsgrond valt onder de 'rule of reason' en mag daarom (bij een horecaondernemer die zich hier vestigt) ook op grond van de Dienstenrichtlijn als weigeringsgrond worden gehanteerd. Als toetsingscriterium geldt ook of, en zo ja hoe, exploitanten of leidinggevenden in voorgaande bedrijven hebben geëxploiteerd. De vergunning kan worden geweigerd als exploitanten of

bekendgemaakte criteria wordt voorkomen dat bestuursorganen hun bevoegdheden op willekeurige wijze zouden kunnen uitoefenen.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

4/10

gemeente Zaanstad

leidinggevenden op ondeugdelijke wijze een horecabedrijf hebben geëxploiteerd, bijvoorbeeld door het veroorzaken van (geluids-, bezoekers-) overlast of doordat er illegale activiteiten hebben plaatsgevonden en/of bestuurlijke handhaving noodzakelijk is gebleken. Dit toetsingscriterium maakt het lastiger voor een onkundige of onverantwoordelijke exploitant of leidinggevende om (opnieuw) een horecazaak te openen of over te nemen. 5.

Toelichting afdeling 8A

AFDELING 8A, BIJZONDERE BEPALINGEN OVER HORECABEDRIJVEN ALS BEDOELD IN DE DRANK- EN HORECAWET Alcoholwet

Idem

Algemeen: de regels voor paracommerciële horecabedrijven zijn bedoeld om oneerlijke concurrentie te voorkomen. De memorie van Toelichting bij de vroegere Drank- en Horecawet (tegenwoordig: Alcoholwet) vermeldt vermeldde dat gemeenten bij het opstellen van de verordening de belangrijke maatschappelijke functie van de verschillende paracommerciële instellingen in acht moet moesten nemen en geen onnodige beperkingen zouden zullen opleggen daar waar de mededinging niet in het geding is. Het is niet de bedoeling dat iedere vorm van mededinging met de commerciële horeca wordt tegengegaan. De regels zijn alleen toegestaan als er in de lokale situatie inderdaad sprake is van oneerlijke concurrentie. Zaanstad telt meer dan 100 op dit moment ongeveer 110 paracommerciële instellingen met een vergunning op grond van de Alcoholwet Drank- en Horecawet. De meeste instellingen hebben recreatieve, sportieve of sociaal-culturele doelstellingen. De onderlinge verschillen tussen de instellingen zijn groot. De schenktijden van de belangrijkste categoriën categorieën (sportverenigingen en buurthuizen) worden bepaald in artikel 2:34a, eerste, tweede en derde lid. De schenktijden van een beperkte restcategorie (zoals kerken, musea, filmhuizen) worden bepaald in artikel 2:34a, vierde lid. De bepalingen regelen uitsluitend de momenten waarop alcoholhoudende drank mag worden verstrekt. 6.

Toelichting artikel 2:34a APV

Artikel 2:34a Schenktijden paracommerciële rechtspersonen (z) eerste lid: bepaalt de vaste (standaard) schenktijden in sportkantines. Hierdoor kan de kantine op reguliere wijze geëxploiteerd worden tijdens trainingen, wedstrijden, toernooien en andere verenigingsactiviteiten (zoals spelletjesavonden voor de leden). tweede lid: Verfijnt de regeling uit het eerste lid. Als een verenigingsactiviteit zoals een tenniswedstrijd of een voetbaltoernooi uitloopt, dan biedt deze

Idem

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

5/10

gemeente Zaanstad

bepaling de mogelijkheid om de schenktijden uit te breiden tot één uur na afloop van de wedstrijd of het toernooi. derde lid: bepaalt de (vaste) schenktijden van bijvoorbeeld buurt- en dorpshuizen. Bij deze instellingen is het faciliteren van sociale interactie tussen bezoekers een onmisbaar aspect bij het realiseren van de doelstellingen. De exploitatie van een buurt- of dorpshuis is een belangrijk onderdeel van de activiteiten. Een buurt- of dorpshuis vervult de rol van een verlengde huiskamer. Dat wil zeggen een plaats waar buurtbewoners elkaar ontmoeten en met elkaar in contact komen. Dat gebeurt vaak in combinatie met of als gevolg van- andere activiteiten zoals kinderopvang, workshops en vergaderingen voor en door buurtbewoners. De toegang is laagdrempelig en het gebruik van consumpties is daarbij ondergeschikt en niet noodzakelijk. De reguliere horeca biedt voor deze functie doorgaans geen reëel alternatief en de gebruikers van deze ruimten zullen ook niet snel uitwijken naar de commerciële horeca. Van oneerlijke concurrentie is dan ook niet snel sprake en er is geen aanleiding om striktere beperkingen op te leggen dan in dit artikel verwoord. vierde lid: bepaalt de schenktijden van de overige paracommerciële rechtspersonen zoals genoemd in artikel 1, eerste lid, dertiende gedachtenstreepje van de AlcoholwetDrank- en Horecawet.

Hieronder vallen bijvoorbeeld scholen, speeltuinverenigingen, filmhuizen, musea en kerken. Bij deze categorie zijn de schenktijden makkelijker te koppelen aan de activiteiten waarvoor deze rechtspersonen in het leven zijn geroepen. Hoewel sprake kan zijn van een breed scala aan activiteiten, zal er in de regel geen sprake zijn van oneerlijke concurrentie met de reguliere horeca. 7.

Toelichting artikel 2:34b APV

Artikel 2:34b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen (z) Dit artikel bepaalt dat paracommerciële rechtspersonen geen alcoholhoudende drank mogen verstrekken tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en tijdens bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn. Het is dus wel toegestaan om bijeenkomsten te organiseren waarbij geen alcoholhoudende drank wordt verstrekt. Ook is het op grond van deze formulering mogelijk om de ruimte (kantine, buurthuis e.d.) te verhuren voor bijeenkomsten van derden. De huurder van de ruimte kan indien gewenst zelf zorgen voor het verstrekken van alcoholhoudende drank. In de praktijk zal dit betekenen dat binnen de beslotenheid van partikuliere particuliere feesten (bruiloften, verjaardagen en jubilea van leden van de club of van buurtgenoten) de huurder zelf zorgt voor de aanschaf en het verstrekken van alcoholhoudende drank of daarbij gebruik maakt van de diensten van een partijen- cateringbedrijf.

Idem

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

6/10

gemeente Zaanstad

Bij verhuur van de ruimte aan personen die niet bij de rechtspersoon zijn betrokken (bijvoorbeeld voor een informatieavond of een productpresentatie of een cursus) kan deze derde voor de verstrekking van alcoholhoudende drank gebruik maken van de diensten van een partijen- cateringbedrijf. De gebruiksmogelijkheden van het vastgoed worden wel begrensd door wet- en regelgeving zoals milieuregels, bestemmingsplannen, Alcoholwet drank- en horecawet en APV. Het is dus niet mogelijk dat een buurthuis of sportvereniging door tussenkomst van een party-organisator en een partijencateringbedrijf zonder meer openbaar toegankelijke festiviteiten als house-feesten of disco-avonden kan organiseren en het vastgoed als een soort zalenverhuurbedrijf kan exploiteren. 8.

Artikel 2:39 APV

Artikel 2:39 Speelgelegenheden (z) (zie Verordening Speelautomaten 2001 speelautomatenhallen gemeente Zaanstad)

In 2019 is de Verordening ten aanzien van de speelautomatenhallen gewijzigd. Dit artikel bevat nu een verwijzing naar de oude verordening.

9.

Toelichting artikel 2:39 APV

Artikel 2:39 Speelgelegenheden (z)

Idem.

10. Artikel 2:40 APV

11. Toelichting artikel 2:40 APV

De artikelen 2:39 en 2:40 zijn uit de APV geschrapt en de regelgeving is opgenomen in de Verordening Speelautomaten 2001 speelautomatenhallen gemeente Zaanstad. Artikel 2:40 Speelautomaten (z) (zie Verordening Speelautomaten 2001 speelautomatenhallen gemeente Zaanstad) Artikel 2:40 Speelautomaten (z)

Idem.

Idem.

De artikelen 2:39 en 2:40 zijn uit de APV geschrapt en de regelgeving is opgenomen in de Verordening speelautomatenhallen gemeente Zaanstad. 12. Artikel 2:48 APV

Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 1.Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te hebben. 2.Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op: a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet Drank- en Horecawet; b. een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet Drank- en Horecawet.

De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in Werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

7/10

gemeente Zaanstad

13. Artikel 2:79 APV

Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. Als de burgemeester een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. 3. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren; c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf.

14. Toelichting Artikel 2:79 APV

Toelichting in de APV Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Algemeen Artikel 151d van de Gemeentewet regelt dat de raad bij verordening kan bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet ter zake van overtreding van het door de raad bij verordening gestelde voorschrift. Ultimum remedium Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium. Artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet regelt dat het instrument van de last onder bestuursdwang (voor de goede orde, dat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er

Op grond van het huidige artikel 2:79 APV is het mogelijk om een last onder bestuursdwang op te leggen indien er sprake is van woonoverlast. Het opleggen van een last onder bestuursdwang is beperkt tot een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding. Daarbij moet duidelijk zijn dat hetgeen gevraagd wordt van overtreder rechtstreeks zorgt voor herstel van de overtreding. Indien we de volgende zin toevoegen: Als de burgemeester een last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang oplegt naar aanleiding van een schending van deze zorgplicht kan hij daarbij aanwijzingen geven over wat de overtreder dient te doen of na te laten om verdere schending te voorkomen. Maken we het mogelijk dat de burgemeester een breder pakket aan aanwijzingen kan geven teneinde de woonoverlast te beëindigen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan gedragsaanwijzingen gericht op het zoeken en accepteren van professionele hulp. Verwijderen: die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven. Bij de laatste APV wijziging hebben we dit zinsdeel uit lid 1 van het APV artikel laten verwijderen. Dit is toen niet uit de toelichting verwijderd en wordt nu hersteld.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

8/10

gemeente Zaanstad

geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Alleen al daarom zal er aan zo’n besluit een stevig dossier ten grondslag moeten liggen. Het meest overtuigend zou zijn als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat. Het ultimum remedium karakter geldt in nog sterkere mate als sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d Gemeentewet Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat.

Toevoegen: Gemeentewet. Voor de volledigheid.

Eerste lid Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. Een (tijdelijke) bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken. Tweede lid Als last onder bestuursdwang of dwangsom kan de burgemeester gedragsaanwijzingen opleggen aan de overtreder waaraan de overtreder zich dient te houden. Derde tweede lid In het derde tweede lid regelt de raad in welke gevallen de burgemeester in ieder geval toepassing kan geven aan de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. In het artikel is niet expliciet bepaald dat de burgemeester een last onder dwangsom kan opleggen, omdat dit reeds volgt uit de artikel 5:32 van de Awb juncto artikel 125 van de Gemeentewet. Welke herstelsanctie het meest geëigend is in een specifieke situatie zal steeds door de burgemeester moeten worden afgewogen. De burgemeester kan in beleidsregels vastleggen hoe hij of zij invulling geeft aan deze bevoegdheid. Een van de genoemde gevallen is “ernstige vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf”. De last onder bestuursdwang of dwangsom die de burgemeester kan opleggen kan bestaan uit gedragsaanwijzingen waaraan de overtreder zich te houden heeft.

Dit is in lid 2 van het artikel opgenomen.

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

9/10

15. Toelichting artikel 3:2 APV

16. Artikel 3:7 APV

gemeente Zaanstad

Artikel 3:2 Begripsbepalingen (z) Exploitant: voor de definitie van ‘exploitant’ is aansluiting gezocht bij een van de definities van het begrip leidinggevende in artikel 1, eerste lid, onderdeel 1°, van de Alcoholwet Drank- en Horecawet. Het ‘voor rekening en risico’ heeft betrekking op de natuurlijke persoon of op de rechtspersoon. Onder deze definitie valt ook de vennoot in een personenvennootschap. Het bestuur van een rechtspersoon kan zelf ook een rechtspersoon zijn, maar gelet op de (persoonlijke) eisen die worden gesteld aan de exploitant, worden bij rechtspersonen alle natuurlijke personen op de vergunning vermeld. Deze natuurlijke personen worden beschouwd als exploitant in de zin van de APV – al dan niet als vertegenwoordiger van die rechtspersoon. Artikel 3:7 Weigeringsgronden (z) 1. Een vergunning wordt geweigerd als: a. Ongewijzigd b. Ongewijzigd c. Ongewijzigd d. Ongewijzigd e. Ongewijzigd f. Ongewijzigd g.

de exploitant of de beheerder minder dan vijf jaar voorafgaand aan de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 500 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: 1°.bepalingen, gesteld bij of krachtens de Alcoholwet Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3 van deze verordening;

De Drank- en Horecawet is gewijzigd. De gewijzigde wet is per 1 juli 2021 in Werking getreden. De wet wordt voortaan aangeduid als Alcoholwet door wijziging van de citeertitel in artikel 49 van de wet.

Idem

(rest van dit artikel is ongewijzigd) 17. Toelichting artikel 3:7 APV

Artikel 3:7 Weigeringsgronden (z) Het eerste lid, in samenhang gelezen met het tweede tot en met het vijfde lid, bevat de gronden op basis waarvan een vergunning in ieder geval wordt geweigerd. Eerste lid: In de onderdelen a tot en met g wordt zoveel mogelijk dezelfde terminologie gehanteerd en worden nagenoeg dezelfde eisen gesteld als in de Drank- en Horecawet Alcoholwet en het daarop gebaseerde Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en Horecawet Alcoholbesluit. Dit heeft als voordeel dat voor seksbedrijven waarvoor niet tevens een vergunning op grond van de Drank- en Horecawet Alcoholwet is vereist een antecedentenonderzoek kan worden verricht. Belangrijker nog dan dit procedurele argument is het feit dat inhoudelijk min of meer dezelfde belangen wegen bij de antecedentenbeoordeling. In aanvulling op het Alcoholbesluit Besluit eisen zedelijk gedrag Drank- en

Idem

DOCUMENTNUMMER

PAGINA

2021/23798

10/10

gemeente Zaanstad

Horecawet zijn in het eerste lid onder meer zedendelicten en mishandeling uit het Wetboek van Strafrecht en overtredingen van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen opgenomen. De toevoeging van bepalingen over misdrijven tegen de zeden en mishandeling dienen ter bescherming van de prostituees. De relevantie van de opname van de Vreemdelingenwet 2000 en de Wet arbeid vreemdelingen is gelegen in de bestrijding van mensenhandel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10730072/1