Bijlage was-wordt lijst met artikelsgewijze toelichting
Tekst van het document
2021/10210
Overzicht APV wijzigingen 2021- ll
Artikelnummer
Artikeltekst
Toelichting
Artikel 2:24 APV
Artikel 2:24 Begripsomschrijving (z) 1.In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van: a. bioscoop-, theater- of muziekvoorstellingen, voor zover deze worden gehouden in gebouwen die daarvoor zijn bestemd of overwegend worden gebruikt; b. markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet c. kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen; d. activiteiten in horecabedrijven die in de uitoefening van het bedrijf gebruikelijk zijn; e. betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; f. sportwedstrijden, niet zijnde vechtsportgala’s als bedoeld in het tweede lid, onder g. 2. Onder evenement wordt mede verstaan: a. een herdenkingsplechtigheid; b. een braderie; c. een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3 van deze verordening, op de weg; d. een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg; e. een snuffelmarkt; f. een voor publiek toegankelijke (dans)feest op een passagiersschip als bedoeld bij of krachtens de Binnenvaartwet; g. vechtsportgala’s.
Hieronder worden tevens verstaan: -Free-, cage-, en ultimate fightevenement of daarmee vergelijkbare evenementen; -Mixed Martial Arts, ook wel genoemd gemengde vechtkunst, waaronder in ieder geval worden begrepen free fight (het vrije vechten), vale tudo (Braziliaans Mixed Martial Arts) en cage fight (kooigevecht);
Met toevoeging van lid h wordt verduidelijkt dat een erotisch evenement onder de vergunningplicht valt en wat wordt verstaan onder erotisch evenement.
Inhoudelijke wijziging
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
2/9
gemeente Zaanstad
-Kickboksen en Muay Thai (Thaiboksen) in al hun varianten. h. een erotisch evenement. Hieronder wordt verstaan: - een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak waarbij vertoningen van erotisch pornografische aard plaatsvinden; - een voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak waarbij aan het publiek de gelegenheid wordt geboden op fysieke wijze deel te nemen aan het erotische vermaak. 3. Onder klein evenement wordt verstaan: een evenement dat voldoet aan de in artikel 2:25, derde lid, genoemde criteria.
Toelichting artikel 2:24 APV Inhoudelijke wijziging
Toelichting artikel 2:24 Begripsomschrijving (z) Eerste lid: in artikel 2:24 is gekozen voor de zgn. negatieve benaderingsmethode ten aanzien van de definiëring van het begrip evenement. Uitgaande van een algemeen geldend criterium (=aanhef) wordt vervolgens een aantal evenementen opgesomd dat niet onder de werking van de bepalingen valt. In het tweede lid is vervolgens omschreven wat dan wel onder de definitie van evenement valt. Tweede lid: In het tweede lid is omschreven wat wel onder de definitie van evenement valt. Hierbij is in lid g uitgebreid benoemd wat onder vechtsportgala’s wordt verstaan. In lid h wordt verduidelijkt wat wordt verstaan onder erotisch evenement. Derde lid: voor het organiseren van kleine evenementen is in het kader van de vermindering van administratieve lasten voor de burger gekozen voor een meldingsplicht. Een klein evenement valt onder het begrip evenement, maar onder voorwaarden is er geen vergunning vereist.
Toelichting bij 2:28 APV
Toelichting artikel 2:28 Exploitatievergunning horecabedrijf (z) Artikel 174 van de Gemeentewet bepaalt dat de burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het toezicht op de voor het publiek
Per 1 april 2021 ligt het paraplubestemmingsplan toeristische verhuur van woonruimte, woningsplitsing en
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
3/9
Inhoudelijke wijziging
gemeente Zaanstad
openstaande gebouwen. Deze vergunning wordt daarom door de burgemeester verleend. Met het exploitatievergunningenstelsel wordt de burgemeester in staat gesteld om vanuit zijn toezichthoudende bevoegdheid met betrekking tot de openbare orde, horecabedrijven te toetsen op effecten op de openbare orde en de woon- en leefsituatie. Vergunningen op grond van de APV worden in beginsel voor onbepaalde tijd verleend. Dit geldt ook voor de horeca-exploitatievergunning. Het is op gronden ontleend aan dwingende redenen van algemeen belang geoorloofd een termijn te stellen aan een exploitatievergunning. Op grond van lid 5 kan de burgemeester in het belang van de openbare orde en de woon- en leefsituatie een beperkte geldigheidsduur vaststellen. Dit geldt bijvoorbeeld voor een voormalig overlastgevend – horecabedrijf, indien naar het oordeel van de burgemeester onvoldoende vaststaat dat er geen sprake zal zijn van ontoelaatbare aantasting van de woonof leefsituatie of openbare orde. Dit kan ook gelden voor risicovolle branches, locaties of gebieden. Daarnaast geldt een beperkte geldigheidsduur voor zogenaamde schaarse vergunningen. In lijn met de jurisprudentie kunnen schaarse vergunningen niet voor onbepaalde tijd worden verleend. De exploitatievergunning is persoonsgebonden en locatie gebonden.
De persoon van de exploitant speelt een belangrijke rol in de wijze van exploitatie en dus ook in de wijze waarop deze exploitatie het woon- en leefklimaat en de openbare orde beïnvloedt. De exploitatievergunning is (grotendeels) afhankelijk van de persoon van de exploitant (onder andere vanwege de antecedententoets) en kan daarom niet worden overgedragen aan een nieuwe exploitant. Voor een beoogde nieuwe exploitant moet een nieuwe aanvraag/vergunningprocedure doorlopen worden. De exploitant, en bij diens afwezigheid de leidinggevende, is verantwoordelijk voor de veiligheid van bezoekers en dient er voor te zorgen dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de inrichting, en in de directe nabijheid ervan, niet wordt verstoord. De aanwezigheid van de vergunninghouder of een leidinggevende is van cruciaal belang voor een verantwoorde exploitatie. De exploitant en leidinggevende dienen er immers op toe te zien dat er geen verstoring van de openbare orde plaatsvindt en dienen zo nodig bezoekers op hun gedrag aan te spreken. Daarnaast wordt de exploitatievergunning voor de aangevraagde locatie verleend, waarbij voorafgaand aan de vergunningverlening onder meer een toetsing heeft plaatsgevonden aan het bestemmingsplan en de gevolgen van de exploitatie op het woon- en leefklimaat op die specifieke locatie. Hierom
kamerverhuur voor ter zienswijze. Naar alle waarschijnlijkheid wordt dit bestemmingsplan in september vastgesteld. In dit paraplubestemmingsplan zijn uniforme regels voor toeristische verhuur van woonruimte opgesteld en is o.a. het aantal personen aan wie een nachtverblijf geboden mag worden gemaximaliseerd tot 4 personen. Dit houdt in dat na vaststelling van dit paraplubestemmingsplan de horecaexploitatievergunningsplicht voor B&B houders die verhuren aan meer dan 4 personen in meer dan 2 kamers een andere toepassing krijgt. Na vaststelling van dit paraplubestemmingsplan, mogen er op grond van artikel 2:28b, eerste lid, sub a geen vergunningen meer versterkt worden; wat nog wel mag aan B&B activiteiten is namelijk (exploitatie)vergunningsvrij. Artikel 2:28b, eerste lid, sub a: De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het eerste lid, indien de vestiging of de exploitatie van het horecabedrijf in strijd is met een geldend bestemmings- of omgevingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit. In verband met het overgangsrecht mag bestaand gebruik worden voortgezet. Om duidelijkheid te scheppen richting nieuwe
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
4/9
gemeente Zaanstad
is de exploitatievergunning zowel persoons- als locatie gebonden. Een exploitatievergunning kan derhalve niet zomaar aan een derde worden overgedragen, noch kan het horecabedrijf worden geëxploiteerd op een nieuwe locatie/ander adres zonder dat opnieuw een vergunning wordt aangevraagd en een toets wordt uitgevoerd. Als een exploitatievergunning van rechtswege vervalt, is er geen vergunning meer en is exploitatie niet meer toegestaan. De exploitatievergunning vervalt automatisch als zich een situatie als bedoeld in lid 9 of 10 voordoet. Er is dan geen handeling van de burgemeester meer nodig.
aanbieders en bestaande aanbieders is wijziging van artikel 2.28 lid 8 niet noodzakelijk, maar wordt wel de verhouding tussen het paraplubestemmingsplan en dit artikel uitgelegd.
Voor het maximaal aantal bezoekers is bij Bed & Breakfast aansluiting gezocht bij het gangbare aantal in het paraplubestemming toeristische verhuur, woningsplitsing en kamerverhuur. In dit paraplubestemmingsplan wordt toeristische verhuur (particuliere vakantieverhuur & Bed & Breakfast) gemaximaliseerd tot 4 personen per nachtverblijf. Voor Bed & Breakfasts die voor vaststelling van het paraplubestemmingsplan toeristische verhuur, woningsplitsing en kamerverhuur reeds een Bed & Breakfast exploiteerden aan meer dan 4 personen in meer dan 2 kamers en indien het gebruik niet in strijd was met het toen geldende bestemmingsplan, blijft artikel 2.28 lid 8 van toepassing. In alle andere gevallen wordt geen horeca-exploitatievergunning voor Bed & Breakfasts meer afgegeven.
Artikel 2:28a APV Inhoudelijke wijziging
Artikel 2:28a Vergunningsaanvraag (z) 1. De vergunning kan uitsluitend worden aangevraagd door middel van een door de gemeente Zaanstad gehanteerd aanvraagformulier. 2. Bij de aanvraag om een exploitatievergunning moeten in ieder geval worden overgelegd: a. een schriftelijk stuk waaruit de juridische relatie van de exploitant met het desbetreffende perceel tot uitdrukking komt, zoals een huurovereenkomst, pachtovereenkomst of eigendomsbewijs; b. een ondernemingsplan met informatie over de aard van het horecabedrijf, de exploitatievorm
Bij aanvraag van een exploitatievergunning moest op basis van lid 2 sub c een verklaring van de belastingdienst worden overlegd. De verklaring van de Belastingdienst is in het kader om te kijken of een horecabedrijf deugdelijk is gefinancierd is geen goed meetinstrument. De verklaring geeft niks aan over de financiering van het horecabedrijf. Het
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
5/9
Artikel 2:79 APV Inhoudelijke wijziging
gemeente Zaanstad
en de beoogde doelgroep; c. schriftelijke bescheiden, waaronder een verklaring van de Belastingdienst, waaruit blijkt dat de exploitatie op deugdelijke wijze zal plaatsvinden en deugdelijk is gefinancierd; c. d. een op grond van de wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (wet BIBOB) vastgesteld en volledig ingevuld vragenformulier met de daarbij behorende bijlagen en bescheiden; d. e. indien de aanvraag een terras betreft, een locatietekening met afmetingen; e. f. een uittreksel van de inschrijving van het horecabedrijf bij de Kamer van Koophandel waarop het adres van het horecabedrijf staat vermeld. 3. Bij de aanvraag voor het bijschrijven van een leidinggevende op het aanhangsel behorende bij een exploitatievergunning moeten in ieder geval worden overlegd: a. kopie geldig legitimatiebewijs; b. ondertekende arbeidsovereenkokmst arbeidsovereenkomst van de exploitant met de leidinggevende. 4. In afwachting van het besluit bedoeld in het derde lid, mag een nieuwe leidinggevende werkzaamheden uitoefenen vanaf het moment waarop de exploitant een ontvangstbevestiging heeft gekregen op zijn aanvraag als bedoeld in het derde lid, totdat op de aanvraag is besloten. 5. In bijzondere gevallen kan de burgemeester van het voorgaande afwijken. 6. Op de vergunningaanvraag is paragraaf 4.1.3.3.
van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
dient dan ook geen indieningsvereisten meer te zijn.
Artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. 2. De burgemeester kan een last onder bestuursdwang wegens overtreding van het eerste lid in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: a. geluid- of geurhinder; b. hinder van dieren;
De Wet aanpak woonoverlast is per 1 januari 2021 gewijzigd. De belangrijkste wijziging is dat een burgemeester direct de verhuurder aan kan spreken bij zeer overlastgevend gedrag van huurders. Hij kan een gedragsaanwijzing opleggen aan de verhuurder als deze zich niet, of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke hinder. De burgemeester kan dit direct doen en hoeft daarvoor niet eerst de huurder te hebben
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
6/9
gemeente Zaanstad
c. hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; d. overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; e. intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Toelichting artikel 2:79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet Algemeen Artikel 151d van de Gemeentewet regelt dat de raad bij verordening kan bepalen dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven, er zorg voor draagt dat door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. De burgemeester is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang als bedoeld in artikel 125, eerste lid, van de Gemeentewet ter zake van overtreding van het door de raad bij verordening gestelde voorschrift. Ultimum remedium Uit de wet volgt dat dit instrument is bedoeld als een ultimum remedium.
Artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet regelt dat het instrument van de last onder bestuursdwang (voor de goede orde, dat impliceert dat de burgemeester ook een last onder dwangsom kan opleggen) alleen wordt ingezet als er geen andere geschikte manier voorhanden is om de overlast aan te pakken. Bij een besluit om op grond van deze bepaling een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom op te leggen zal de burgemeester dus moeten motiveren dat er geen andere geschikte instrumenten waren om de woonoverlast tegen te gaan. Alleen al daarom zal er aan zo’n besluit een stevig dossier ten grondslag moeten liggen. Het meest overtuigend zou zijn als uit het dossier blijkt dat andere instrumenten als buurtbemiddeling al zijn geprobeerd zonder het gewenste resultaat. Het ultimum remedium karakter geldt in nog sterkere mate als sprake is van een huisverbod als bedoeld in het derde lid van artikel 151d. Een zo zware maatregel, die een inbreuk betekent op het grondwettelijk beschermde woonrecht, is alleen mogelijk wanneer de ernst van de situatie dat eist en er werkelijk geen andere optie meer open staat.
aangesproken. Een gedragsaanwijzing kon al aan verhuurders worden opgelegd, als hun huurders niet waren ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP). Denk aan toeristen en arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven. Per 1-1-2021 is dat nu ook mogelijk voor alle verhuurders, ongeacht wel of geen BRP-inschrijving van hun huurders. Dus ook voor huisjesmelkers en uitzendbureaus die panden verhuren en waar huurders ernstige en herhaaldelijk overlast veroorzaken. In artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet vervalt ‘aan een persoon die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen is ingeschreven’.
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
7/9
gemeente Zaanstad
Eerste lid Dit lid is geformuleerd als een zorgplichtbepaling. Een (tijdelijke) bewoner hoort zich zo te gedragen dat zijn of haar buren daar geen ernstige hinder van ondervinden. Bij ernstige en herhaaldelijke hinder kan ook de verhuurder worden aangesproken. Tweede lid In het tweede lid regelt de raad in welke gevallen de burgemeester in ieder geval toepassing kan geven aan de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. In het artikel is niet expliciet bepaald dat de burgemeester een last onder dwangsom kan opleggen, omdat dit reeds volgt uit de artikel 5:32 van de Awb juncto artikel 125 van de Gemeentewet. Welke herstelsanctie het meest geëigend is in een specifieke situatie zal steeds door de burgemeester moeten worden afgewogen. De burgemeester kan in beleidsregels vastleggen hoe hij of zij invulling geeft aan deze bevoegdheid. Een van de genoemde gevallen is “ernstige vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf”. De last onder bestuursdwang of dwangsom die de burgemeester kan opleggen kan bestaan uit gedragsaanwijzingen waaraan de overtreder zich te houden heeft. Artikel 5:43a APV Redactionele wijziging
Artikel 5:43a Verhalen anders dan op eigen aanvraag (z) 1. De kapitein van een zeeschip, de schipper van een binnenschip of de rechthebbende op een ander soort schip of object te water is verplicht dit naar elders te verhalen indien dat naar het oordeel van het college in het belang van ordening, openbare orde, veiligheid of milieu noodzakelijk is. 2. Het college kan de in het tweede eerste lid bedoelde schepen en objecten verhalen indien dit op grond van de in dat lid bedoelde belangen zonder uitstel dringend noodzakelijk is dan wel de kapitein, schipper of rechthebbende onbekend is.
In lid twee van dit artikel stond een onjuiste verwijzing. Het betreft hier het herstellen van deze verwijzing.
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
8/9
Hoofdstuk 3 Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. Afdeling 1 Begripsbepalingen Artikel 3:1 Begripsbepalingen Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan Artikel 3:3 Nadere regels
Afdeling 2 Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d. Artikel 3:4 Seksinrichtingen Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder Artikel 3:6 Sluitingstijden Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder Artikel 3:9 Straatprostitutie Artikel 3:10 Sekswinkels Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen e.d. Afdeling 3 Beslistermijn; weigeringsgronden Artikel 3:12 Beslistermijn Artikel 3:13 Weigeringsgronden Afdeling 4 Beëindiging exploitatie; wijziging beheer Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie Artikel 3:15 Wijziging beheer
gemeente Zaanstad
Hoofdstuk 3 Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante onderwerpen Afdeling 1 Algemene bepalingen Artikel 3:1 Afbakening [Nieuw artikel] Artikel 3:2 Begripsbepalingen (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:2a Bevoegd bestuursorgaan (z) [Technische wijziging] Artikel 3:2b Nadere regels (z) [Inhoudelijke wijziging]
Afdeling 2 Exploitatievergunning seksbedrijf Artikel 3:3 Exploitatievergunning seksbedrijf (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:3a Overgangsbepaling seksbedrijven (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:4 Concentratie seksbedrijven (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:5 Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:6 Aanvraag (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:7 Weigeringsgronden (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:8 Eisen met betrekking tot de vergunning (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:9 Intrekkingsgronden (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:10 Melding gewijzigde omstandigheden (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:11 Geldigheidsduur vergunning (z) [Nieuw artikel] Afdeling 3. Uitoefenen seksbedrijf Artikel 3:12 Sluitingstijden seksbedrijven, aanwezigheid en toegang (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:13 Adverteren (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:13a Tijdelijke afwijking sluitingstijden en tijdelijke sluiting (z) [Technische wijziging] Artikel 3:13b Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:13c Beëindiging exploitatie (z) [Inhoudelijke wijziging] Artikel 3:13d Wijziging beheer (z) [Inhoudelijke wijziging]
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/10210
9/9
gemeente Zaanstad
Artikel 3:14 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor onvergund prostitutiebedrijf (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:14a Overgangsbepaling minimale leeftijd prostituees (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:15 Bedrijfsplan (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:16 Minimale verhuurperiode werkruimte [Gereserveerd] Artikel 3:17 Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder prostitutiebedrijf (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:18 Raamprostitutie (z) [Nieuw artikel] Artikel 3:19 Straatprostitutie (z) [Technische wijziging] Artikel 3:20 Handhaving straatprostitutie (z) [Technische wijziging] Afdeling 4. Overige bepalingen Artikel 3:21 Verbodsbepaling klanten [Gereserveerd] Artikel 3:22 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotischpornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke [Technische wijziging]