Bijlage Was wordt lijst
Tekst van het document
2022/1985
Woonschepenverordening Zaanstad 2010 Was/wordt + toelichting art
Oud
Nieuw
toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen en wijze van meten
1.1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. Algemene plaatselijke verordening: de door de raad vastgestelde Algemene plaatselijke verordening Zaanstad; b. college: burgemeester en wethouders van Zaanstad; c. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; d. aangewezen ligplaats: door het college aangewezen kavel in het openbare water, al dan niet met een op de oever aangewezen terrein of gedeelte daarvan, bestemd voor het permanent afmeren van een (bepaald soort) woonschip; e. aanwijzingsbesluit: overzicht van aangewezen ligplaatsen met kaart, met daarop onder meer een aanduiding van de kavelgrenzen; f. waterkavel: het watergedeelte van een ligplaats; g. oeverkavel: het terreingedeelte van een ligplaats, inclusief eventueel aanwezige beschoeiing; h. woonschip: woonark of woonboot, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dagof nachtverblijf van een of meer personen, niet zijnde een waterwoning; i. woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw(en); j. woonboot: drijvend of varend object dat herkenbaar is aan casco, romp en opbouw als een (van origine) varend schip;
1.1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. Algemene plaatselijke verordening: de door de raad vastgestelde Algemene plaatselijke verordening Zaanstad; b. college: burgemeester en wethouders van Zaanstad; c. raad: de gemeenteraad van Zaanstad ; d. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; e. aangewezen ligplaats: door de raad aangewezen kavel in het openbare water, al dan niet met een op de oever aangewezen terrein of gedeelte daarvan, bestemd voor het permanent afmeren van een (bepaald soort) woonschip; f. aanwijzingsbesluit: overzicht van aangewezen ligplaatsen met kaart, met daarop onder meer een aanduiding van de kavelgrenzen; g. waterkavel: het watergedeelte van een ligplaats; h. woonschip: woonark of woonboot, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dagof nachtverblijf van een of meer personen, niet zijnde een waterwoning; i. woonark: drijvend object, in het algemeen niet bestemd of ingericht om te varen, doorgaans voorzien van een betonnen casco met vierkante of rechthoekige opbouw(en); j. woonboot: drijvend of varend object dat herkenbaar is aan casco, romp en opbouw als een (van origine) varend schip;
Het opstellen van een Aanwijzingsbesluit is een bevoegdheid van de raad, daarom is in de tekst het college vervangen door de raad. Aanvankelijk was het voorstel om het begrip Aanwijzingsbesluit te laten vervallen. Het overgrote deel van de woonschepen is immers als bouwwerk te zien en wordt daarmee bestreken door het ruimtelijk ordeningsrecht. Daarnaast is het zo dat de gebruiksregels in bestemmingsplannen ook kunnen gelden voor woonschepen die niet als bouwwerk te zien zijn. Afstemming met het reeds geldende Aanwijzingsbesluit is daarbij van groot belang.
De definitie van waterwoning vervalt, omdat deze uitgaat van het inmiddels grotendeels achterhaalde onderscheid tussen woonschepen die wel en geen bouwwerk zijn. De bewoordingen in deze definitie hebben er daardoor toe geleid dat de verordening door de Afdeling niet van toepassing wordt geacht op woonschepen. De definities van woonark en woonboot blijven gehandhaafd, omdat de welstandsbepalingen kennelijk ook van dit onderscheid uitgaan. Verder wordt er ook op het gebied van afmetingen kennelijk onderscheid gemaakt tussen de verschillende varianten woonschepen.
2022/1985 k. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van een woonschip als woning niet goed mogelijk is, zoals een steiger of een loopplank; I. waterwoning: geheel of gedeeltelijk in of op het water gelegen object, niet zijnde een woonschip, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen, met zodanige (verankerings)voorzieningen dat op het object als bouwwerk de bij of krachtens de Woningwet geldende bepalingen van toepassing zijn. 1.2 De in deze verordening genoemde maten worden uitwendig gemeten, daar waar de grootste afstand geldt, en verder met inachtneming van het volgende: - lengte wordt gemeten op de plaats waar het woonschip het langst is, inclusief voorzieningen zoals stoot-, loop- en dakranden, goten, roer, boegspriet en dergelijke; - breedte wordt gemeten op de plaats waar het woonschip het breedst is, inclusief voorzieningen zoals stoot-, loop- en dakranden, gangboorden, goten, zwaarden en dergelijke; - hoogte wordt gemeten in meters vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van de romp of, indien aanwezig, opbouw.
Boven de romp of opbouw uitstekende delen en eenvoudig te verwijderen onderdelen, een en ander ter beoordeling van het college, worden niet meegerekend; - diepte wordt gemeten vanaf de waterlijn tot het diepst stekende scheepsdeel; - oppervlakte wordt bepaald als product van de lengte en de breedte van het woonschip.
k. oeverkavel: het terreingedeelte van een ligplaats, inclusief eventueel aanwezige beschoeiing; l. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van een woonschip als woning niet goed mogelijk is, zoals een steiger of een loopplank; 1.2 De in deze verordening of daarop gebaseerde nadere regels genoemde maten van woonschepen worden uitwendig gemeten, daar waar de grootste afstand geldt, en verder met inachtneming van het volgende: - lengte wordt gemeten op de plaats waar het woonschip het langst is, inclusief voorzieningen zoals stoot-, loop- en dakranden, goten, roer, boegspriet en dergelijke; - breedte wordt gemeten op de plaats waar het woonschip het breedst is, inclusief voorzieningen zoals stoot-, loop- en dakranden, gangboorden, goten, zwaarden en dergelijke; - hoogte wordt gemeten in meters vanaf de waterlijn tot aan het hoogste punt van de romp of, indien aanwezig, opbouw. Boven de romp of opbouw uitstekende delen en eenvoudig te verwijderen onderdelen, een en ander ter beoordeling van het college, worden niet meegerekend; - diepte wordt gemeten vanaf de waterlijn tot het diepst stekende scheepsdeel; - oppervlakte wordt bepaald als product van de lengte en de breedte van het woonschip.
Tenslotte worden voor de wijze van meten ook de nadere regels genoemd die op basis van deze verordening door het college worden opgesteld. Hieronder zal te zien zijn dat het voorstel is om bijvoorbeeld de afmetingen in deze nadere regels op te nemen.
2022/1985 Artikel 2 Algemene plaatselijke verordening
In gevallen, waarin deze verordening niet voorziet, is de Algemene plaatselijke verordening van toepassing.
Wijzigt niet.
Artikel 3 Verbod woonschip in openbaar water
3.1 Het is verboden in openbaar water met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen. 3.2 Het verbod in het voorgaande lid geldt niet voor een woonschip in aanbouw of ter reparatie op een scheepswerf of reparatieinrichting, een en ander ter beoordeling van het college.
Wijzigt niet.
Artikel 4 Ligplaatsvergunning
4.1 Het college kan in afwijking van het verbod in artikel 3 op aanvraag aan een eigenaar vergunning verlenen om met een woonschip in openbaar water een aangewezen ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen. 4.2 Een ligplaatsvergunning is persoons-, ligplaats- en scheepsgebonden. 4.3 Een ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en alle relevante kenmerken van het woonschip.
4.1 Het college kan in afwijking van het verbod in artikel 3 op aanvraag aan een eigenaar vergunning verlenen om met een woonschip in openbaar water een aangewezen ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen. 4.2 Een ligplaatsvergunning is persoons-, ligplaats- en scheepsgebonden. 4.3 Een ligplaatsvergunning wordt gesteld op naam van de eigenaar van het woonschip en vermeldt de plaatsaanduiding van de desbetreffende ligplaats, de bijbehorende voorzieningen en de kenmerken van het woonschip. 4.4 Op verzoek van de eigenaar van het woonschip kan het college de vergunning op naam van een rechtverkrijgende stellen. Bij het verzoek, waarbij gebruikt wordt gemaakt van een aanvraagformulier, wordt een kopie van de verkrijgingstitel gevoegd. Op het verzoek tot het uitsluitend wijzigen van de tenaamstelling is het bepaalde in de artikelen 6 en 7 niet van toepassing, tenzij
Het hier opgenomen verbod geldt alleen voor water dat, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk (zie definitie openbaar water in artikel 1 van de verordening). Hiervan moet worden onderscheiden de eigendomsvraag. Het is niet vereist dat het water ook in eigendom is bij de gemeente. Dit wordt ook door de rechtspraak bevestigd. Het verbod geldt dus ook voor wateren in eigendom bij de provincie, het rijk of zelfs een particulier. Voorwaarde is echter wel dat het water niet door de rechthebbende afgesloten is voor publieke toegang. Bepalend is dus de daadwerkelijke toegankelijkheid.
Voor de eenduidigheid is de procedure van wijziging tenaamstelling in dit artikel ondergebracht. Verder is aangegeven dat het college de vergunning kan overschrijven.
2022/1985 het woonschip na 1 januari 2004 zonder vergunning is gewijzigd. Artikel 5 Aanwijzingsbesluit en nadere regels
5.1 De raad wijst ligplaatsen aan
Artikel 6 Aanvraag en beslistermijn
6.1 Een aanvraag om ligplaatsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier. 6.2 Bij de aanvraag worden als bijlagen in ieder geval gevoegd: a. kopie van de verkrijgingstitel; b. indien van toepassing: kopie van inschrijving in scheepskadaster; 6.3 Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of op verzoek aanvullend verstrekte gegevens.
(aanwijzingsbesluit met bijbehorende kaart). 5.2 Het aanwijzingsbesluit kan door de raad worden gewijzigd, onder meer om het in overeenstemming met een bestemmingsplan te brengen. 5.3 Het college kan aan het met een woonschip innemen van een aangewezen ligplaats dan wel aan het hebben of het beschikbaar stellen van een aangewezen ligplaats voor een woonschip in openbaar water: a. nadere regels stellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen naar soort en aantal woonschepen.
5.1 De raad wijst ligplaatsen aan (aanwijzingsbesluit met bijbehorende kaart). 5.2 Het aanwijzingsbesluit kan door de raad worden gewijzigd, onder meer om het in overeenstemming met een bestemmingsplan te brengen. 5.3 Het college kan ten aanzien van het met een woonschip innemen van een ligplaats, het hebben of het beschikbaar stellen van een ligplaats voor woonschepen in openbaar water op basis van deze verordening : a. nadere regels vaststellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, het nautisch verkeer, de waterhuishouding, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. nadere regels vaststellen ten aanzien van afmetingen, soort en aantal woonschepen.
Dit artikel is aangevuld met een aantal criteria. Daaronder het criterium afmetingen. Dit laatste om het te laten vervallen artikel 10 inzake afmetingen mogelijk te kunnen ondervangen. Voorgesteld wordt om de algemene bepalingen inzake afmetingen en plaatsing in de verordening te laten staan en de nadere invulling ervan in de vorm van nadere regels op te stellen. Voordeel hiervan is dat bij gewijzigde inzichten deze nadere regels makkelijker aangepast kunnen worden, omdat er geen wijziging van de verordening behoeft plaats te vinden. .
6.1 Een aanvraag om ligplaatsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier, inclusief daarbij behorende bijlagen. 6.2 Bij de aanvraag worden als bijlagen in ieder geval gevoegd: a. kopie van de verkrijgingstitel; b. indien van toepassing: kopie van inschrijving in scheepskadaster; c. Situatieschets van de ligging van het woonschip ten opzichte van de kavelgrenzen; d. Tekeningen, plattegronden en gevelaanzichten van de bestaande en nieuwe situatie op schaal (1:100) met een legenda van materiaal en kleurgebruik;
De indieningsvereisten zijn aangepast zijn ten opzichte van de tekst van het oude artikel. Deze aanvullende eisen zijn opgenomen onder 6.2 c t/m e. Het te gebruiken formulier is inmiddels digitaal, maar de tekst hoeft hier niet voor te worden aangepast.
2022/1985 e. Constructietekeningen waaruit de buitenmaten, de gebruikte materialen blijken en de afstanden van de schepen onderling. 6.3 Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of op verzoek aanvullend verstrekte gegevens.
Artikel 7 Weigering ligplaatsvergunning en vergunningvoorwaarden
7.1 Een ligplaatsvergunning wordt geweigerd indien: a. voor de betreffende ligplaats al vergunning is verleend en deze nog geldig is; b. het woonschip belemmeringen of gevaarlijke situaties veroorzaakt voor verkeer te water of op de wal; c. vergunningverlening zou leiden tot afwijking van het aanwijzingsbesluit; d. de afmetingen van het woonschip niet voldoen aan het bepaalde in artikel 10; e. de afmetingen van het woonschip weliswaar voldoen maar de aangevraagde afmetingen onmogelijk zijn als gevolg van plaatselijke omstandigheden van de betreffende ligplaats; f. het uiterlijk van het woonschip naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; g. niet wordt voldaan aan de veiligheids- en inrichtingseisen als genoemd in artikel 11; h. het, behoudens bijzondere omstandigheden, niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen twaalf weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; 7.2 Aan een ligplaatsvergunning kan het college voorwaarden verbinden.
7.1 Een ligplaatsvergunning kan worden wordt geweigerd indien: a. voor de betreffende ligplaats al een ligplaatsvergunning is verleend en deze nog geldig is; b. het woonschip belemmeringen of gevaarlijke situaties veroorzaakt of zal veroorzaken voor verkeer te water of op de wal; c. vergunningverlening zou leiden tot strijd met het bepaalde in deze verordening of de daarop gebaseerde nadere regels, redelijke eisen van welstand, negatieve gevolgen voor het aanzien van de gemeente, de ordening, de openbare orde, de veiligheid, het milieu, de waterhuishouding, het nautisch verkeer of afwijking van het aanwijzingsbesluit; d. de afmetingen van het woonschip niet voldoen aan het bepaalde in artikel 10; e. de afmetingen van het woonschip weliswaar voldoen maar de aangevraagde afmetingen onmogelijk zijn als gevolg van plaatselijke omstandigheden van de betreffende ligplaats; f. het uiterlijk van het woonschip naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; g. niet wordt voldaan aan de veiligheids- en inrichtingseisen voor woonschepen als genoemd in deze verordening als genoemd in artikel 11;
Voor de beslissingsvrijheid van ‘moeten’ weigeren naar ‘kan’ worden geweigerd omgezet. Er kunnen omstandigheden zijn waarin het wenselijk is de vergunning te verlenen, ondanks het feit dat er sprake is van een mogelijke weigeringsgrond. Deze formulering maakt maatwerk per casus beter mogelijk. Onder c is een opsomming van mogelijke weigeringsgronden gemaakt. Deze zijn vrij algemeen, maar het is niet doenlijk om alle mogelijke weigeringsgronden, inclusief onder welke omstandigheden tot op detailniveau te omschrijven. Door een algemene opsomming behoudt het college de vrijheid om per casus/aanvraag te bekijken of de vergunning in aangevraagde vorm verleend kan worden. En welke voorwaarden of beperkingen (zie onder 7.2) er per geval opgenomen dienen te worden. Elke situatie is immers verschillend. Het bestemmingsplan is niet in de opsomming opgenomen van artikel 7.1 c. Dit valt onder de toets op grond van het omgevingsrecht. Dat geldt voor bouwwerken (zie hieronder), maar ook voor niet bouwwerken (gebruik). Als het gebruik ten behoeve van een ligplaats strijd oplevert met het bestemmingsplan, dan dient er een omgevingsvergunning voor dat strijdige gebruik te worden aangevraagd.
2022/1985 h. het, behoudens bijzondere omstandigheden, niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen twaalf weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; i. als blijkt dat 1 of meerdere van de overige benodigde vergunningen of ontheffingen niet verleend zijn of kunnen worden; j. de vergunning voor woonschepen die aan te merken zijn als bouwwerk als bedoeld in de ruimtelijke regelgeving, kan alleen worden geweigerd in het belang van ordening, openbare orde, de veiligheid, het milieu, de waterhuishouding en het nautisch verkeer. 7.2 Aan een ligplaatsvergunning kan het college voorwaarden verbinden. Het college kan aan een ligplaatsvergunning voor een woonschip in openbaar water: a. voorwaarden verbinden in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, nautisch verkeer, waterhuishouding, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen aan afmetingen van het te plaatsen woonschip. 7.3 Het is verboden te handelen in strijd met de voorwaarden en beperkingen als genoemd in het tweede lid van dit artikel.
Artikel 8 Wijziging tenaamstelling ligplaatsvergunning
8.1 Op verzoek van de eigenaar van het woonschip stelt het college, behoudens in uitzonderlijke gevallen, de vergunning op naam van een rechtverkrijgende. 8.2 Bij het verzoek wordt gebruik gemaakt van een daartoe bestemd en door de gemeente ter beschikking gesteld aanvraagformulier, waarin de eigenaar onder meer verklaart dat het woonschip en de gegevens als bedoeld in artikel 4 lid 3 na 1 januari 2004 niet zijn gewijzigd zonder, of in
vervalt
Tevens opgenomen als weigeringsgrond de situatie dat overige benodigde vergunningen niet zijn verleend. In dergelijke gevallen staat immers op voorhand vast dat de ligplaats reeds op grond van andere regelgeving niet kan worden ingenomen. Verder aangegeven dat woonschepen die tevens als bouwwerk zijn aan te merken slechts aan bepaalde criteria getoetst kunnen worden, omdat hier het toetsingskader vanuit de bouwregelgeving voorrang heeft. Deze woonschepen kunnen dus slechts aan die aspecten van de verordening worden getoetst die niet onder de toetsingscriteria uit de bouwregelgeving vallen. In deze bepaling wordt verwezen naar de ruimtelijke regelgeving. Dit omdat de Wabo binnenkort komt te vervallen en wordt vervangen door de Omgevingswet. Het is verder denkbaar dat er in de toekomst nieuwe regelgeving bijkomt die van invloed is op het begrip ‘bouwwerk’. Om te voorkomen dat daardoor dit artikel telkens gewijzigd moet worden, wordt daarom in zijn algemeenheid verwezen naar ruimtelijke regelgeving. Verwijzing naar de afmetingen uit artikel 10 is ook hier verwijderd, omdat het voorstel is dat artikel 10 komt te vervallen en wordt vervangen door op de verordening gebaseerde nadere regels.
Voor de eenduidigheid en leesbaarheid opgenomen in artikel 4 (Ligplaatsvergunning en tenaamstelling).
2022/1985 strijd met, een op grond van de Algemene plaatselijke verordening of deze verordening benodigde respectievelijk verleende vergunning. Bij het verzoek wordt een kopie van de verkrijgingstitel gevoegd. Artikel 9 Wijziging ligplaatsvergunning
9.1 Indien wijziging van een ligplaatsvergunning noodzakelijk is, anders dan de enkele wijziging van een tenaamstelling als bedoeld in artikel 8, dient de eigenaar vooraf bij het college een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning in. Op de aanvraag en de beslissing tot wijziging van een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in dit artikel, is het bepaalde in de artikelen 6, 7 en 4 lid 2 en 3 van toepassing.
Vervalt.
Is opgenomen in artikel 12, onder e, omdat dit artikel (ook) ziet op wijzigingen van de ligplaatsvergunning. Dit om te voorkomen dat er meerdere artikelen op het wijzigen van de vergunning zien.
Artikel 10 Afmetingen woonschip en ontheffing
10.1 De maximum afmetingen van een woonark zijn: a. lengte: 20 meter; b. breedte: 6,50 meter; c. hoogte: 5 meter boven de waterlijn; d. diepte: 2 meter onder de waterlijn. 10.2 Het college kan, onder meer in verband met de voorzieningen als bedoeld in artikel 1 lid 2, ontheffing verlenen van de sub a en b genoemde afmetingen tot maximaal 25 respectievelijk 6,875 meter, mits dat niet leidt overschrijding van de waterkavelgrens, genoemd in artikel 11 lid 1 sub j. 10.3 De maximum afmetingen van een woonboot zijn: a. lengte: 32 meter; b. breedte: 6,50 meter; c. hoogte: 5 meter boven de waterlijn; d. diepte: 2 meter onder de waterlijn. 10.4 Het college kan, onder meer in verband met de voorzieningen als bedoeld in artikel 1 lid 2, ontheffing verlenen van de sub a en b genoemde afmetingen tot maximaal 40 respectievelijk 7,50 meter, mits dat niet leidt overschrijding van de waterkavelgrens, genoemd in artikel 11 lid 1 sub j. 10.5 Het
Vervalt
Het voorstel is om dit artikel te laten vervallen. Allereerst is reeds aangegeven dat de regels inzake afmetingen in door het college vast te stellen nadere regels zullen worden opgenomen. Ten tweede geeft het artikel zeer specifieke maximale afmetingen. De reden waarom voor precies deze afmetingen is gekozen is niet duidelijk. Verder is ook niet duidelijk welk belang wordt gediend met het noemen van deze afmetingen. Denkbaar is dat de reden daarvoor gezocht moet worden in de veiligheid, nautisch verkeer of welstand/aanzien van de gemeente. Deze belangen worden echter ook al genoemd in artikel 7. Op grond van het bepaalde in artikel 7 kan er dus reeds tot een weigering of verlening onder voorwaarden gekomen als het bevoegde gezag van mening is dat de afmetingen van het woonschip niet mogelijk of ongewenst zijn gezien de in dat artikel genoemde belangen. Op deze wijze kan er per geval, gezien alle specifieke omstandigheden van het geval, ingespeeld worden op de omvang van het aangevraagde woonschip, zonder dat er specifiek in de verordening behoeft te worden vastgelegd wat de maximale afmetingen zijn, met alle bijbehorende uitzonderingen en afwijkingsclausules van dien. Voor zover het echter nog steeds wenselijk blijkt om per geval aan bepaalde maximum afmetingen te toetsen, is dit mogelijk op basis van de in de nadere regels op te nemen maximale afmetingen.
Voor nu zullen de afmetingen zoals genoemd in het huidige artikel 10 worden overgenomen.
2022/1985
Artikel 11 Veiligheidsen inrichtingseisen
college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste en derde lid tot de maximale afmetingen toegestaan op basis van een ter plaatse van een ligplaats geldend bestemmingsplan, indien deze afmetingen de in het eerste en derde lid genoemde afmetingen overschrijden en mits dat niet leidt overschrijding van de waterkavelgrens, genoemd in artikel 11 lid 1 sub j. 10.6 Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het derde lid onder d voor een diepte tot 4 meter onder de waterlijn. 11.1 Ingeval van verlening van een vergunning op grond van deze verordening, gelden als veiligheids- en inrichtingseisen: a. Een woonschip wordt uitsluitend afgemeerd aan daartoe bestemde, deugdelijke afmeermiddelen. b. Een woonschip is lekvrij en waterdicht; c. Een woonschip waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco heeft een scheepswand met een plaatdikte van minimaal 3,0 millimeter. d. De opbouw beschikt over voldoende sterkte, stijfheid en stabiliteit, waarvan moet blijken uit een berekening, uit te voeren naar analogie van de in het Bouwbesluit gestelde voorschriften. e. De toegang tot/vluchtweg van het woonschip sluit direct aan op de wal en is tenminste 0,85 meter breed; f. De vluchtweg (loopplank, steiger) is zodanig gelegen dat, vanuit het woonschip komend, op de wal zonder obstakels zowel naar links als naar rechts kan worden gevlucht; g.
Een beweegbaar constructieonderdeel, niet zijnde een nooddeur, bevindt zich in geopende stand niet boven een loopplank of steiger waarover een vluchtroute voert. h. De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte in het woonschip en een ingang van het woonschip die aansluit op de
11.1 Ingeval van verlening van een vergunning op grond van deze verordening, gelden als veiligheids- en inrichtingseisen: a. Een woonschip wordt uitsluitend afgemeerd aan daartoe bestemde, deugdelijke afmeermiddelen. b. Een woonschip is lekvrij en waterdicht; c. Een woonschip waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco heeft een scheepswand met een plaatdikte van minimaal 3,0 millimeter. d. De opbouw beschikt over voldoende sterkte, stijfheid en stabiliteit, waarvan moet blijken uit een berekening, uit te voeren naar analogie van de in het Bouwbesluit gestelde voorschriften. e. De toegang tot/vluchtweg van het woonschip sluit direct aan op de wal en is tenminste 0,85 meter breed; f. De vluchtweg (loopplank, steiger) is zodanig gelegen dat, vanuit het woonschip komend, op de wal zonder obstakels zowel naar links als naar rechts kan worden gevlucht; g. Een beweegbaar constructieonderdeel, niet zijnde een nooddeur, bevindt zich in geopende stand niet boven een loopplank of steiger waarover een vluchtroute voert. h. De loopafstand tussen de toegang van een verblijfsruimte in een woonschip en een ingang van het woonschip die aansluit op de
Ook hier de clausule toegevoegd voor wat betreft de beoordeling van woonschepen die als bouwwerk gezien moeten worden. Tevens de uitzondering voor schepen waarvoor technische eisen worden gesteld op basis van de binnenvaartregelgeving. Het gaat daarbij meestal om varende schepen, langer dan 20 meter. Voor woonschepen die tevens als bouwwerk te zien zijn, geldt dat bestaande boten voor het grootste deel niet aan de eisen van het Bouwbesluit behoeven te voldoen. Voor deze boten, waar tevens het overgangsrecht op van toepassing is, geldt alleen de zorgplichtbepaling (vangnetartikel) van artikel 1A Woningwet. Benadrukt moet worden dat dit alleen geldt voor boten die onder het overgangsrecht vallen. Voor nieuw te bouwen woonschepen, tevens bouwwerken, geldt dat deze wel aan het Bouwbesluit moeten voldoen. Hier gelden echter ook minder strenge eisen dan voor “gewone” bouwwerken. Voor woonschepen die niet als bouwwerk te zien zijn en dus onderwerp zijn van deze bepaling uit de verordening, geldt het Bouwbesluit niet. Vanuit het Bouwbesluit gelden voor deze woonschepen dus geen (minimum) eisen op het gebied van veiligheid en het vangnetartikel uit de Woningwet geldt ook niet voor deze schepen. Om te voorkomen dat er in het geheel geen veiligheidseisen gelden ten aanzien van deze woonschepen, is het zinnig om hier een bepaling in de verordening voor te behouden.
2022/1985 loopplank of steiger van waaruit de vluchtroute buiten het woonschip begint, bedraagt ten hoogste 15 meter. ln een besloten ruimte, in de route als hiervoor bedoeld, moet een niet-ioniserende rookmelder, volgens de eisen in NEN 2555, zijn aangebracht, die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit, zoals eveneens is aangegeven in de NEN-norm. i. De in sub h genoemde loopafstand kan maximaal 25 meter zijn als - in voor alle voor mensen toegankelijke ruimten, met uitzondering van een toilet- of badruimte, een niet-ioniserende rookmelder volgens de eisen in NEN 2555 is aangebracht, die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit, zoals is aangegeven in NEN 2555. - bij het in alarmfase gaan van één rookmelder in elke verblijfsruimte een geluidniveau hoorbaar is van ten minste 65 dB(A), doch niet meer dan 85 dB(A). j. De afstand tussen twee naast of achter elkaar liggende woonschepen bedraagt ten minste 5 meter. Deze tussenafstand wordt tot stand gebracht doordat met elk der woonschepen een afstand van tenminste 2,5 meter tot de daartussen gelegen waterkavelgrens in acht wordt genomen; k. Het college kan ontheffing verlenen van de eis van 5 meter tussenruimte, als bedoeld sub j, tot een minimum van 1,5 meter, indien de wanden die grenzen aan naastliggende woonschepen voldoen aan de volgende eisen: 1.
de in deze wanden aanwezige deur- en raamconstructies en mogelijke doorvoeringen bezitten een brandwerendheid van 30 minuten conform de NEN-norm 6068, 2. in de wanden bevinden zich geen draaiende delen anders dan zelfsluitende deuren, en
loopplank of steiger van waaruit de vluchtroute buiten het woonschip begint, bedraagt ten hoogste 15 meter. ln een besloten ruimte, in de route als hiervoor bedoeld, moet een niet-ioniserende rookmelder, volgens de eisen in NEN 2555, zijn aangebracht, die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit, zoals eveneens is aangegeven in de NEN-norm. i. De in sub h genoemde loopafstand kan maximaal 25 meter zijn als - in voor alle voor mensen toegankelijke ruimten, met uitzondering van een toilet- of badruimte, een niet-ioniserende rookmelder volgens de eisen in NEN 2555 is aangebracht, die is aangesloten op een voorziening voor elektriciteit, zoals is aangegeven in NEN 2555. - bij het in alarmfase gaan van één rookmelder in elke verblijfsruimte een geluidniveau hoorbaar is van ten minste 65 dB(A), doch niet meer dan 85 dB(A). j. De afstand tussen twee naast of achter elkaar liggende woonschepen bedraagt ten minste 5 meter. Deze tussenafstand wordt tot stand gebracht doordat met elk der woonschepen een afstand van tenminste 2,5 meter tot de daartussen gelegen waterkavelgrens in acht wordt genomen; k. Het college kan ontheffing verlenen van de eis van 5 meter tussenruimte, als bedoeld sub j, tot een minimum van 1,5 meter, indien de wanden die grenzen aan naastliggende woonschepen voldoen aan de volgende eisen: 1.
de in deze wanden aanwezige deur- en raamconstructies en mogelijke doorvoeringen bezitten een brandwerendheid van 30 minuten conform de NEN-norm 6068, 2. in de wanden bevinden zich geen draaiende delen anders dan zelfsluitende deuren, en
2022/1985 3. de wanden bezitten een brandvoortplantingsklasse van 2 of minder conform de NENnorm 6064. I. Ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van een woonschip wordt onbrandbaar materiaal conform NEN-norm 6064 toegepast indien: 1. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die groter is dan 2 kW/m2, conform NEN-norm 6061 of 2. in het materiaal een temperatuur kan optreden die hoger is dan 363 K, bepaald volgens NEN-norm 6061. m. Een voorziening voor de afvoer van rook is brandveilig uitgevoerd, conform NEN-norm 6062. n. Een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld uit onbrandbaar materiaal, conform NEN-norm 6064, indien in dat materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, overeenkomstig NEN-norm 6062. o. Materiaal van een constructieonderdeel van een wand die grenst aan de binnenlucht bezit een rookdichtheid van maximaal 10 m1, bepaald volgens NEN 6066. p. Het dak van een woonschip is niet brandgevaarlijk, conform NEN-norm 6063. 11.2 Bij een verzoek om ontheffing van het bepaalde in het eerste lid onder k wordt een toelichting met tekeningen of een deskundigenrapport gevoegd, waaruit blijkt dat aan de betreffende eisen is voldaan. Het college wint advies in bij de regionale brandweer ZaanstreekWaterland.
3. de wanden bezitten een brandvoortplantingsklasse van 2 of minder conform de NENnorm 6064. I. Ter plaatse van of in de nabijheid van een stookplaats van een woonschip wordt onbrandbaar materiaal conform NEN-norm 6064 toegepast indien: 1. ter plaatse van of in de nabijheid van die stookplaats een intensiteit van de warmtestraling kan optreden die groter is dan 2 kW/m2, conform NEN-norm 6061 of 2. in het materiaal een temperatuur kan optreden die hoger is dan 363 K, bepaald volgens NEN-norm 6061. m. Een voorziening voor de afvoer van rook is brandveilig uitgevoerd, conform NENnorm 6062. n. Een voorziening voor de afvoer van rook is samengesteld uit onbrandbaar materiaal, conform NEN-norm 6064, indien in dat materiaal een temperatuur kan optreden van meer dan 363 K, overeenkomstig NEN-norm 6062. o. Materiaal van een constructieonderdeel van een wand die grenst aan de binnenlucht bezit een rookdichtheid van maximaal 10 m1, bepaald volgens NEN 6066. p. Het dak van een woonschip is niet brandgevaarlijk, conform NEN-norm 6063. 11.2 Bij een verzoek om ontheffing van het bepaalde in het eerste lid onder k wordt een toelichting met tekeningen of een deskundigenrapport gevoegd, waaruit blijkt dat aan de betreffende eisen is voldaan. Het college wint advies in bij de regionale brandweer ZaanstreekWaterland.
11.3 Dit artikel is niet van toepassing op woonschepen die aan te merken zijn als bouwwerk als bedoeld in de ruimtelijke regelgeving. 11.4 Indien er vanuit de Binnenvaartwet of het Binnenvaartbesluit technische eisen gelden voor een woonschip, dan hebben de
2022/1985
Artikel 12 Intrekking ligplaatsvergunning
Het college kan de ligplaatsvergunning intrekken indien: a. de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend b. de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; c. is of wordt gehandeld zonder, of in strijd met, een vergunning als bedoeld in artikel 13; d. het woonschip gedurende twaalf tot maximaal zesentwintig aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaande schriftelijke melding aan het college; e. het woonschip langer dan zesentwintig aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaand schriftelijk gevraagde en voorafgaand verkregen toestemming van het college; f. de vergunninghouder dat verzoekt.
regels uit de Binnenvaartwet en het Binnenvaartbesluit voorrang op de regels uit dit artikel. Artikel 12 Intrekking of wijziging van een ligplaatsvergunning Het college kan de ligplaatsvergunning schorsen, wijzigen of intrekken indien: a. de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend b. de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; c. is of wordt gehandeld zonder, of in strijd met, een vergunning als bedoeld in artikel 13; c. het woonschip gedurende twaalf tot maximaal zesentwintig aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaande schriftelijke melding aan het college; d. het woonschip langer dan zesentwintig aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaand schriftelijk gevraagde en voorafgaand verkregen toestemming van het college; e. de vergunninghouder dat verzoekt, anders dan in geval van een enkele wijziging van een tenaamstelling. De eigenaar dient vooraf bij het college een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning in. Op de aanvraag en de beslissing tot wijziging van een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in dit artikel, zijn de regels uit deze verordening voor het aanvragen en behandelen van een ligplaatsvergunning voor woonschepen van toepassing; f.
op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten intrekking of wijziging nodig is vanwege een belang ter bescherming waarvan de vergunning is vereist.
Toegevoegd de mogelijkheid tot schorsing en wijziging van de vergunning als aanvulling op de meest vergaande optie van intrekking van de vergunning. Ambtshalve wijziging, schorsing of intrekking is niet expliciet opgenomen, omdat de huidige omschrijving ook deze mogelijkheid omvat. Daarnaast onnodig specifieke verwijzing naar artikel 13 (oud) verwijderd, omdat deze mogelijkheid tevens bestreken wordt door de toegevoegde algemeen geformuleerde opsomming onder h. Tenslotte intrekkingsgronden naar aanleiding van andere regelgeving of veranderde omstandigheden toegevoegd. De intrekkingsgrond niet voldoen aan veiligheids- en inrichtingseisen is verwijderd, omdat dit reeds bestreken wordt door de algemene grond onder g.
2022/1985 g. een vergunninghouder in strijd handelt of heeft gehandeld met het gestelde bij of krachtens deze verordening, of aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen, of handelingen verricht waarvoor krachtens deze verordening een vergunning vereist maar niet verleend is; h. dit noodzakelijk is ter uitvoering van wettelijke, Europeesrechtelijke of andere internationale verplichtingen. Artikel 13 Repareren, (ver)bouwen, slopen, droogzetten, - en onderhoud
13.1 Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college in openbaar water: a. aan een woonschip reparaties te verrichten; b. een woonschip te bouwen, te verbouwen of te vergroten; c. een vaartuig tot woonschip om te bouwen dan wel tot woonschip te verbouwen. 13.2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor noodreparaties en voor kleine, tot het normale onderhoud behorende reparaties. 13.3 Bij de aanvraag om een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, wordt tenminste gevoegd een toereikende omschrijving van de te verrichten werkzaamheden en bouwtekeningen van de bestaande en beoogde situatie. 13.4 Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of op verzoek aanvullend verstrekte gegevens. 13.5 De vergunning wordt geweigerd indien, ingeval van verlening: a. het woonschip niet zou voldoen aan het bepaalde in artikel 10 en 11; b. het uiterlijk van het woonschip naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente. 13.6 Het college kan aan de vergunning voorwaarden verbinden.
13.1 Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college in openbaar water: a. aan een woonschip reparaties te verrichten; b. een woonschip te bouwen, te verbouwen of te vergroten; c. een vaartuig tot woonschip om te bouwen dan wel tot woonschip te verbouwen. 13.2 Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor noodreparaties en voor kleine, tot het normale onderhoud behorende reparaties. 13.3 Bij de aanvraag om een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, wordt tenminste gevoegd een toereikende omschrijving van de te verrichten werkzaamheden en bouwtekeningen van de bestaande en beoogde situatie. 13.4 Op de aanvraag- en verleningsprocedure is van overeenkomstige toepassing: -artikel 6, lid 3 van de verordening. -artikel 7, lid 1, aanhef en onder b en c van deze verordening. Het college beslist op de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag of op verzoek aanvullend verstrekte gegevens. 13.5 Het college kan aan de vergunning voorwaarden verbinden. 13.6 Een woonschip, waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco, wordt
Ter vermindering van tekst in lid 4 verwezen naar genoemde artikelen. Verder ook hier een bepaling over de afwijkende toetsing van woonschepen die tevens als bouwwerk aan te merken zijn. Uitgangspunt is dat bouwwerkzaamheden aan deze woonschepen worden onder het toetsingskader van de Wabo vallen. Lid 7 toegevoegd. Stond oorspronkelijk bij de veiligheids- en inrichtingseisen (artikel 11), maar ziet meer op het droogzetten, dus in dit artikel opgenomen. Het verbod op het slopen of droogzetten op andere dan aangewezen plekken is naar het einde van het artikel verplaatst, omdat dit verbod voor alle woonschepen (ook bouwwerken) ziet. Het verbod ziet immers niet zozeer op de activiteit, maar meer op de plek waar deze wordt uitgevoerd.
2022/1985 13.7 Het is verboden een woonschip te slopen of droog te zetten op andere dan door het college aangewezen plaatsen. 13.8 Een woonschip, waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco, wordt tenminste eenmaal in zeven jaren bij een scheepswerf op het droge gezet voor inspectie en onderhoud. Van inspectie en onderhoud wordt een rapport opgemaakt, waarvan binnen vier weken na ontvangst daarvan door de eigenaar van het woonschip kopie aan het college wordt gezonden.
tenminste eenmaal in zeven jaren bij een scheepswerf op het droge gezet voor inspectie en onderhoud. Van inspectie en onderhoud wordt een rapport opgemaakt, waarvan binnen vier weken na ontvangst daarvan door de eigenaar van het woonschip kopie aan het college wordt gezonden. 13.7 De bovengenoemde leden zijn niet van toepassing op woonschepen die aan te merken zijn als bouwwerk als in de ruimtelijke regelgeving. 13.8 Het is verboden om woonschepen te slopen of droog te zetten op andere dan door het college aangewezen plaatsen.
Artikel 14 Aanwijzingen van het college
14.1 Het college kan aan de rechthebbende op een woonschip aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 14.2 De rechthebbende op een woonschip is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
14.1 Het college kan aan de rechthebbende op een woonschip aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, het nautisch verkeer, veiligheid, waterhuishouding, werkzaamheden, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 14.2 De rechthebbende op een woonschip is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. 14.3 Aan bovenstaande verplichtingen van rechthebbende doet het in bezit hebben van een ligplaatsvergunning niet af.
Aangevuld met enkele criteria, waaronder het niet eerder genoemde criterium ‘werkzaamheden’. Het kan voorkomen dat bijvoorbeeld (tijdelijke) verplaatsing van een woonschip noodzakelijk is voor het uitvoeren van werkzaamheden (bv. baggeren, werkzaamheden aan de kade). Tevens voor de duidelijkheid toegevoegd dat een ligplaatsvergunning er niet toe leidt dat niet aan deze aanwijzingen behoeft te worden voldaan. Voor langer durende of definitieve verplaatsingen zal er tevens een nieuwe ligplaatsvergunning noodzakelijk zijn.
Artikel 15 Bedrijfsmatige activiteiten op woonschepen
Het is verboden zonder voorafgaande ontheffing van het college bedrijfsmatige activiteiten op een woonschip uit te oefenen. Dit verbod geldt niet ingeval van gebruik van gedeelten van een woonschip als kantoor en/of praktijkruimte ten behoeve van aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, mits:
Het is verboden zonder voorafgaande ontheffing van het college bedrijfsmatige activiteiten op een woonschip uit te oefenen. Dit verbod geldt niet ingeval van gebruik van gedeelten van een woonschip als kantoor en/of praktijkruimte ten behoeve van aan huis verbonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, mits:
Dit gebruik is in beginsel te zien als activiteit die van invIoed is of kan zijn op de fysieke leefomgeving. Daarmee horen regels die zien op deze activiteit thuis in het Omgevingsplan. Het is echter onzeker of alle huidige bestemmingsplannen adequate bestemmingsregels ten aanzien van ligplaatsen voor woonschepen bevatten. Daarom wordt artikel hier toch gehandhaafd. Gezien de bovengenoemd voorrang van het omgevingsrecht is dit echter niet zonder risico. Gesteld kan worden dat deze bepaling in feite een bestemmingsregel is die in het Omgevingsplan thuishoort en daarmee
2022/1985
Artikel 16 Overige bepalingen
a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het vloeroppervlak in gebruik voor kantooren/of praktijkruimte of de bedrijfsmatige activiteit niet groter is dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van het woonschip en bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 65 m2; c. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. geen horeca en geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoopondergeschikt aan de uitoefening van de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; f. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend.
a. de woonfunctie als primaire functie gehandhaafd blijft; b. het vloeroppervlak in gebruik voor kantoor-en/of praktijkruimte of de bedrijfsmatige activiteit niet groter is dan 30% van het bruto vloeroppervlakte van het woonschip en bijbehorende bouwwerken, met een maximum van 65 m2; c. ten behoeve van de kantoor- en/of praktijkruimte wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; d. het gebruik geen nadelige invloed heeft op de normale afwikkeling van het verkeer; e. geen horeca en geen detailhandel mag plaatsvinden, uitgezonderd een beperkte verkoopondergeschikt aan de uitoefening van de kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten; f. het beroep of de activiteit door de bewoner wordt uitgeoefend g. Dit artikel is niet van toepassing als het ter plekke geldende bestemmingsplan reeds in dit onderwerp voorziet.
niet verbindend is. Om dit te vermijden wordt deze regel slechts gebruikt vanuit het oogpunt van belangen die niet door het Omgevingsplan worden bestreken: bv. openbare orde. Bovengenoemd risico wordt daarmee verkleind. Met dat doel is lid g toegevoegd.
16.1 Het is verboden in openbaar water met een woonschip ligplaats in te nemen of te hebben of een ligplaats voor een woonschip beschikbaar te stellen: a. waarvan het uiterlijk naar het oordeel van het college afbreuk doet aan het aanzien van de gemeente; b. indien dat naar het oordeel van het college een gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid, de volksgezondheid en/of de bescherming van het milieu. 16.2 Een woonschip op minder dan 40 meter afstand van een gemeentelijk riool of andere afvoervoorziening voor vuilwater en fecaliën is op die afvoervoorziening aangesloten; 16.3 Een woonschip heeft een aansluiting voor het distributienet van de openbare waterleiding.
Vervalt
Het eerste lid wordt al bestreken door het bepaalde in artikel 3 en kan vervallen. Het tweede en derde lid kunnen worden ondervangen door voorwaarden aan de te verlenen vergunning te verbinden. Zo ontstaat er minder versnippering van de eisen die in de toepasselijke artikelen aan een ligplaatsvergunning worden gesteld. Daarmee vervalt dit artikel in zijn geheel.
2022/1985 Artikel 17 Anti-hardheid
Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in deze verordening, indien toepassing daarvan zou leiden tot onevenredige onbillijkheid Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen personen.
Wijzigt niet.
Artikel 19 Strafbepalingen
Overtreding van het bepaalde in artikel 3 lid 1 wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie.
Wijzigt niet.
Artikel 20 Binnentreden
20.1 Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip zonder toestemming van de bewoner. 20.2 Het binnentreden geschiedt met inachtneming van de daartoe bij of krachtens de wet gestelde regels.
20.1 Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woonschip zonder toestemming van de bewoner. 20.2 Het binnentreden geschiedt met inachtneming van de daartoe bij of krachtens de wet gestelde regels.
Artikel 21 Inwerkingtreding en citeertitel
21.1 Deze verordening treedt in werking op de eerste dag van de kalendermaand, volgend op de datum van bekendmaking. 21.2 Deze verordening wordt aangehaald als: 'Woonschepenverordening Zaanstad 2010'.
Wijzigt niet.
Artikel 22 Overgangsbepalingen
22.1 Ligplaatsvergunningen, afgegeven op grond van een besluit van de gemeente Zaanstad of de voormalige Zaangemeenten, of de provincie Noord-Holland worden geacht vergunningen op grond van deze verordening te zijn. 22.2 Aanvragen van vergunning waarop op het moment van inwerkingtreding van deze
Wijzigt niet.
Artikel 18 Toezicht
Wijzigt niet.
Uit de wetssystematiek volgt dat het binnetreden ook zonder het noemen in de verordening conform de geldende wetgeving dient te gebeuren.
Deze bepaling wordt gehandhaafd teneinde duidelijkheid te verschaffen op het gebied van de status van eerder verleende ligplaatsvergunningen en afhandeling van lopende aanvragen.
2022/1985 verordening nog geen beslissing is genomen, worden afgehandeld op grond van deze verordening.