CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Verordening tot wijziging van de Woonschepenverordening 2010

Raadsvergadering 10 maart 2022, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Actualisatie Woonschepenverordening. INGETROKKEN1.431 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

2022/1984

Verordening tot wijziging van de Woonschepenverordening 2010 De raad van de gemeente Zaanstad; Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 01-02-2022; Gelet op Algemene wet bestuursrecht, Algemene plaatselijke verordening, Gemeentewet Besluit: de Verordening tot wijziging van de Woonschepenverordening 2010 vast te stellen:

ARTIKEL I Wijziging verordening De Woonschepenverordening 2010 wordt als volgt gewijzigd: A. Artikel 1.1 sub c, d, e, f, g, h, k, l komen als volgt te luiden: c. raad: de gemeenteraad van Zaanstad; d. openbaar water: alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn; e. aangewezen ligplaats: door de raad aangewezen kavel in het openbare water, al dan niet met een op de oever aangewezen terrein of gedeelte daarvan, bestemd voor het permanent afmeren van een (bepaald soort) woonschip; f. aanwijzingsbesluit: overzicht van aangewezen ligplaatsen met kaart, met daarop onder meer een aanduiding van de kavelgrenzen; h. woonschip: woonark of woonboot, uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting, uitsluitend of in hoofdzaak bestemd tot dag- of nachtverblijf van een of meer personen; g. waterkavel: het watergedeelte van een ligplaats; k. oeverkavel: het terreingedeelte van een ligplaats, inclusief eventueel aanwezige beschoeiing; l. bijbehorende voorzieningen: zaken zonder welke het gebruik van een woonschip als woning niet goed mogelijk is, zoals een steiger of een loopplank. B.

Artikel 1.2, eerste zin tot aan de opsomming komt als volgt te luiden: De in deze verordening of daarop gebaseerde nadere regels genoemde maten van woonschepen worden uitwendig gemeten, daar waar de grootste afstand geldt, en verder met inachtneming van het volgende: C. Aan artikel 4 wordt een vierde lid toegevoegd: 4. Op verzoek van de eigenaar van het woonschip kan het college de vergunning op naam van een rechtverkrijgende stellen. Bij het verzoek, waarbij gebruikt wordt gemaakt van een aanvraagformulier, wordt een kopie van de verkrijgingstitel gevoegd. Op het verzoek tot het uitsluitend wijzigen van de tenaamstelling is het bepaalde in de artikelen 6 en 7 niet van toepassing, tenzij het woonschip na 1 januari 2004 zonder vergunning is gewijzigd. D. Artikel 5, lid 3 komt als volgt te luiden: 5.3 Het college kan ten aanzien van het met een woonschip innemen van een ligplaats, het hebben of het beschikbaar stellen van een ligplaats voor woonschepen in openbaar water op basis van deze verordening: a. nadere regels vaststellen in het belang van de openbare orde, volksgezondheid,

2022/1984 veiligheid, het nautisch verkeer, de waterhuishouding, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. nadere regels vaststellen ten aanzien van afmetingen, soort en aantal woonschepen. E. Artikel 6 lid 1 komt als volgt te luiden en lid 2 wordt aangevuld met sub c, d en e: 6.1 Een aanvraag om ligplaatsvergunning wordt ingediend door gebruikmaking van het daartoe door het college vastgestelde formulier, inclusief daarbij behorende bijlagen. 6.2 Bij de aanvraag worden als bijlagen in ieder geval gevoegd: c. Situatieschets van de ligging van het woonschip ten opzichte van de kavelgrenzen; d. Tekeningen, plattegronden en gevelaanzichten van de bestaande en nieuwe situatie op schaal (1:100) met een legenda van materiaal en kleurgebruik; e. Constructietekeningen waaruit de buitenmaten, de gebruikte materialen blijken en de afstanden van de schepen onderling. F. Artikel 7 komt als volgt te luiden; 7.1 Een ligplaatsvergunning kan worden geweigerd indien: a. voor de betreffende ligplaats al een ligplaatsvergunning is verleend en deze nog geldig is; b. het woonschip belemmeringen of gevaarlijke situaties veroorzaakt of zal veroorzaken voor verkeer te water of op de wal; c.

vergunningverlening zou leiden tot strijd met het bepaalde in deze verordening of de daarop gebaseerde nadere regels, redelijke eisen van welstand, negatieve gevolgen voor het aanzien van de gemeente, de ordening, de openbare orde, de veiligheid, het milieu, de waterhuishouding, het nautisch verkeer of afwijking van het aanwijzingsbesluit; d. het, behoudens bijzondere omstandigheden, niet aannemelijk is dat de aanvrager binnen twaalf weken na het indienen van de aanvraag met het woonschip de plaats waarvoor de ligplaatsvergunning is aangevraagd, kan innemen; e. als blijkt dat 1 of meerdere van de overige benodigde vergunningen of ontheffingen niet verleend zijn of kunnen worden; f. de vergunning voor woonschepen die aan te merken zijn als bouwwerk als bedoeld in de ruimtelijke regelgeving, kan alleen worden geweigerd in het belang van ordening, openbare orde, de veiligheid, het milieu, de waterhuishouding en het nautisch verkeer. 7.2 Het college kan aan een ligplaatsvergunning voor een woonschip in openbaar water: a. voorwaarden verbinden in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, nautisch verkeer, waterhuishouding, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente; b. beperkingen stellen aan afmetingen van het te plaatsen woonschip. 7.3 Het is verboden te handelen in strijd met de voorwaarden en beperkingen als genoemd in het tweede lid van dit artikel. G.

Artikelen 8, 9 en 10 komen te vervallen. H. Aan artikel 11 worden twee leden toegevoegd: 11.3 Dit artikel is niet van toepassing op woonschepen die aan te merken zijn als bouwwerk als bedoeld in de ruimtelijke regelgeving. 11.4 Indien er vanuit de Binnenvaartwet of het Binnenvaartbesluit technische eisen gelden voor een woonschip, dan hebben de regels uit de Binnenvaartwet en het Binnenvaartbesluit voorrang op de regels uit dit artikel. I. Artikel 12 en de aanhef komen te luiden: Artikel 12 Intrekking of wijziging van een ligplaatsvergunning. Het college kan de ligplaatsvergunning schorsen, wijzigen of intrekken indien: a. de ligplaatsvergunning ten gevolge van een onjuiste opgave of informatie is verleend b. de gegevens in de ligplaatsvergunning niet meer overeenstemmen met de werkelijke situatie; c. het woonschip gedurende twaalf tot maximaal zesentwintig aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaande schriftelijke melding aan het college; d. het woonschip langer dan zesentwintig aaneengesloten weken niet op de ligplaats aanwezig is zonder voorafgaand schriftelijk gevraagde en voorafgaand verkregen toestemming van het college;

2022/1984 e. de vergunninghouder dat verzoekt, anders dan in geval van een enkele wijziging van een tenaamstelling. De eigenaar dient vooraf bij het college een aanvraag tot wijziging van de ligplaatsvergunning in. Op de aanvraag en de beslissing tot wijziging van een ligplaatsvergunning, zoals bedoeld in dit artikel, zijn de regels uit deze verordening voor het aanvragen en behandelen van een ligplaatsvergunning voor woonschepen van toepassing; f. op grond van een verandering van omstandigheden of inzichten intrekking of wijziging nodig is vanwege een belang ter bescherming waarvan de vergunning is vereist; g. een vergunninghouder in strijd handelt of heeft gehandeld met het gestelde bij of krachtens deze verordening, of aan de vergunning gestelde voorschriften en beperkingen, of handelingen verricht waarvoor krachtens deze verordening een vergunning vereist maar niet verleend is; h. dit noodzakelijk is ter uitvoering van wettelijke, Europeesrechtelijke of andere internationale verplichtingen. J. Artikel 13 lid 4, 5, 6, 7 en 8 worden gewijzigd: 13.4 Op de aanvraag- en verleningsprocedure is van overeenkomstige toepassing: -artikel 6, lid 3 van de verordening. -artikel 7, lid 1, aanhef en onder b en c van deze verordening. 13.5 Het college kan aan de vergunning voorwaarden verbinden.

13.6 Een woonschip, waarvan het drijvende deel bestaat uit een stalen casco, wordt tenminste eenmaal in zeven jaren bij een scheepswerf op het droge gezet voor inspectie en onderhoud. Van inspectie en onderhoud wordt een rapport opgemaakt, waarvan binnen vier weken na ontvangst daarvan door de eigenaar van het woonschip kopie aan het college wordt gezonden. 13.7 De bovengenoemde leden zijn niet van toepassing op woonschepen die aan te merken zijn als bouwwerk als in de ruimtelijke regelgeving. 13.8 Het is verboden om woonschepen te slopen of droog te zetten op andere dan door het college aangewezen plaatsen. K. Artikel 14, lid 1 wordt gewijzigd en na lid 2 wordt lid 3 toegevoegd: 14.1 Het college kan aan de rechthebbende op een woonschip aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde, volksgezondheid, het nautisch verkeer, veiligheid, waterhuishouding, werkzaamheden, de milieuhygiëne en het aanzien van de gemeente. 14.3 Aan bovenstaande verplichtingen van rechthebbende doet het in bezit hebben van een ligplaatsvergunning niet af. L. Aan artikel 15 wordt een sub g toegevoegd: g. Dit artikel is niet van toepassing als het ter plekke geldende bestemmingsplan reeds in dit onderwerp voorziet. M. Artikel 16 komt te vervallen. N. Artikel 20, lid 2 komt te vervallen.

ARTIKEL II Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Zaanstad in de vergadering [datum] De raad van de gemeente Zaanstad, de griffier, de voorzitter,

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11111498/1