CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030

Raadsvergadering 25 maart 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Nota bodembeheer12.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Deze zorgplicht, in relatie tot tijdelijke uitname, betekent feitelijk dat wanneer men aanwijzingen heeft (bijvoorbeeld op basis van bekende onderzoeksgegevens of zintuiglijke waarnemingen) dat met het terugplaatsen van tijdelijk uitgenomen grond of baggerspecie de milieuhygiënische kwaliteit van de (water)bodem, het grondwater of het oppervlaktewater zou kunnen verslechteren, er maatregelen dienen te worden getroffen om dit te voorkomen. Naast het niet hoeven aantonen van de milieuhygiënische kwaliteit, hoeft het tijdelijk uitnemen, eventueel op de locatie opslaan en terugplaatsen van grond of baggerspecie ook niet te worden gemeld in het kader van het Besluit bodemkwaliteit.

1.3 Functionele en nuttige toepassing Het toepassen van grond en baggerspecie als bodem is alleen toegestaan indien sprake is van een functionele en nuttige toepassing zoals bedoeld in respectievelijk artikel 5 en artikel 35 van het Bbk. Hiermee wordt bedoeld dat het om een toepassing moet gaan in een hoedanigheid en hoeveelheid die nodig is voor het functioneren van de betreffende toepassing. In artikel 35 worden voorbeelden genoemd welke toepassingen het hoofdstuk ‘Grond en baggerspecie’ van het besluit van toepassing is. Aangezien een deel van deze toepassingen betrekking heeft op het toepassen in oppervlaktewater, zijn hieronder alleen de toepassingen weergegeven die zich binnen de gemeente Zaanstad (op landbodem) kunnen voordoen: - bouw- en wegconstructies (wegen, spoorwegen en geluidswallen); - ophoging van industrieterreinen, woningbouwlocaties en landbouw/natuurgronden; - afdekken van saneringslocaties; - verspreiden van baggerspecie op het aan de watergang grenzende perceel; - tijdelijke opslag van grond en baggerspecie (voorafgaand aan het toepassen hiervan).

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

1.4 Toepassingskaders Bij het op landbodem toepassen van grond en baggerspecie is het uitgangspunt dat de bodem zijn functie duurzaam kan blijven vervullen. Vandaar ook dat in het Besluit bodemkwaliteit de milieuhygiënische kwaliteit, van zowel een toe te passen partij grond (of baggerspecie) als van de ontvangende bodem, is gekoppeld aan de gebruiksfuncties van de bodem. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de gebruiksfuncties c.q. bodemfunctieklassen Achtergrondwaarde, Wonen en Industrie. Generieke toepassingskaders Het Besluit bodemkwaliteit bevat landelijk geldende generieke regels voor het toepassen van grond en baggerspecie: generieke bodemtoepassing; grootschalige bodemtoepassing; tijdelijke opslag; verspreiden van baggerspecie. De generieke toetsingskaders gaan er van uit dat zowel de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem als de gebruiksfunctie die de bodem vervult, moeten worden beschermd. Dit betekent dat bij het toepassen van een partij grond of baggerspecie de strengste klasse bepalend is. Zo mag bijvoorbeeld op een locatie met de gebruiksfunctie wonen, waar de kwaliteit van de bodem in de klasse industrie valt, alleen grond of baggerspecie worden toegepast die voldoet aan de kwaliteitsklasse wonen. Voor meer informatie en achtergronden over de verschillende toepassingskaders wordt verwezen naar de Handreiking Besluit bodemkwaliteit 1.

1 uitgave van SenterNovem Bodem+ (tegenwoordig AgentschapNL), te downloaden via

http://www.agentschapnl.nl/sites/default/files/sn_bijlagen/Handreiking_Besluit_bodemkwaliteit-24252539.pdf

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Bijlage 3 Regeling Kleinschalig grondverzet in verontreinigde bodem

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Bijlage 3 Regeling Kleinschalig grondverzet in verontreinigde bodem Aanleiding Deze regeling is opgesteld naar aanleiding van verschillende situaties waarbij slechts in beperkte mate grondverzet plaatsvindt. Voorbeelden zijn:  Kleine civieltechnische werkzaamheden;  Grondverbetering bij bomen / planten van bomen;  Kleine (herstel) werkzaamheden aan kabels (KPN, Liander);  Kleine (herstel) werkzaamheden aan waterleiding (PWN);  Funderingsonderzoek- en herstel;  Plaatsen parkeermeters. In het verleden werden veel werken waarbij weinig grondverzet plaatsvond, uitgevoerd zonder erkende aannemer. Door verbeterde mogelijkheden tot toezicht (digitale systemen) en door het instellen van de regeling kleinschalig grondverzet in 2013 is het aantal meldingen sterk gestegen. Tot 2013 moesten alle kleinschalige graafwerkzaamheden in potentieel ernstig verontreinigde bodem via het reguliere BUS-traject (Besluit Uniforme Saneringen) worden behandeld. Dit was inefficiënt en bracht buitenproportioneel grote administratieve lasten en kosten mee voor zowel opdrachtgever/uitvoerder als voor het bevoegd gezag. Daarnaast is de proceduretijd (vijf dagen tot vijf weken) te lang voor spoedreparaties: Het is ongewenst om burgers en bedrijven voor dergelijke kleinschalige herstelwerkzaamheden te laten wachten op drinkwater, elektriciteit, internet of telefoon.

Doelstelling De doelstelling van de regeling voor kleinschalig grondverzet is de administratieve en daarmee ook de financiële lasten voor zowel de opdrachtgever/uitvoerder als het bevoegd gezag tot een minimum te beperken zonder grip te verliezen op een verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden. Tegelijkertijd moet gericht toezicht op het werk mogelijk blijven door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Door de werkzaamheden uit te laten voeren door een BRL 7000 erkende saneerder is geborgd dat verantwoord wordt gewerkt. De bodemonderzoekskosten en de milieukundige begeleiding (MKB) kunnen door een doelmatige aanpak verantwoord tot een minimum worden beperkt. De hier beoogde kleinschalige werkzaamheden zijn van korte duur en van dien aard dat er geen belangen van derden op het spel staan. De tijdelijke uitplaatsing van een beperkte hoeveelheid grond heeft geen verandering in de bestaande situatie tot gevolg. Reikwijdte De regeling kleinschalig grondverzet heeft betrekking op locaties waar: 1. middels bodemonderzoek is aangetoond dat sprake is van een geval van ernstige bodem verontreiniging; 2. de bodemkwaliteit onbekend is, maar een redelijke kans bestaat op een ernstig geval (volgens de Bodemkwaliteitskaart of historische informatie); 3. In aanvulling op de parameters die zijn opgenomen in het Besluit Uniforme Saneringen, valt ook PCB in grond onder deze regeling.

Zolang de werkzaamheden plaatsvinden in grond waarvan door bodemonderzoek of historisch onderzoek bekend is dat deze onverdacht of niet (ernstig) verontreinigd is, vallen de graafwerkzaamheden niet binnen het kader van de Wbb. Deze situatie wordt daarom in deze regeling zoveel mogelijk buiten beschouwing gelaten. De analyse resultaten worden geregistreerd in het bodemsysteem t.b.v. toekomstige werkzaamheden.

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Aan alle volgende randvoorwaarden moet worden voldaan:  Het betreft een immobiele verontreiniging (grondwater < Tussenwaarde);  Er wordt niet meer dan 10 m3 ontgraven;  Vrijgekomen grond wordt in hetzelfde profiel teruggeplaatst en/of afgevoerd naar een erkende verwerker;  Er is geen isolatielaag aanwezig die moet worden hersteld. Standaard procedure volgens de Wet bodembescherming De stappen die standaard moeten worden doorlopen bij de voorbereiding van een werk zijn als volgt: 1. Er wordt historisch onderzoek uitgevoerd (op basis van NEN 5725), waarbij informatie wordt ingewonnen over mogelijke bodemverontreiniging op de locatie. Hieruit volgen twee mogelijkheden: a. Er hoeft geen bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Redenen hiervoor zijn:  er is al een recent (max. 10 jaar oud) en representatief bodemonderzoek uitgevoerd;  er is informatie bekend waaruit blijkt dat de bodem niet ernstig verontreinigd is, bijvoorbeeld omdat er in het verleden gesaneerd is of grond is toegepast. Alleen informatie uit de bodemkwaliteitskaart is onvoldoende. b. Er moet wel een bodemonderzoek worden uitgevoerd. De reden hiervoor is:  er is informatie bekend waaruit blijkt dat mogelijk sprake is van een (ernstige) verontreiniging.

Bijvoorbeeld omdat een bodemonderzoek op de locatie of in de omgeving is uitgevoerd dat hierop duidt, of omdat historische informatie hierop duidt of, omdat de locatie in een verontreinigde zone volgens de BKK ligt. Vervolgens wordt stap 2 doorlopen. 2. Er wordt een bodemonderzoek uitgevoerd (op basis van NEN 5740 en/of volgens NEN 5707). Hieruit volgen drie scenario’s: a. De grond is niet of licht verontreinigd. Er hoeft alleen een melding te worden uitgevoerd in het kader van de Wbb indien meer dan 50 m3 niet ernstig verontreinigde grond wordt ontgraven. b. De grond is matig verontreinigd. Het bevoegd gezag beoordeelt of de aangeleverde informatie voldoende is. Dit is afhankelijk van het soort verontreiniging en de verwachting vanuit het historisch onderzoek. Na afloop van het aanvullend onderzoek wordt stap 2a of 2c doorlopen. Het bevoegd gezag beoordeelt of het aanvullend onderzoek voldoende is. c. De grond is sterk verontreinigd (geval van ernstige bodemverontreiniging). De graafwerkzaamheden moeten worden gemeld bij het bevoegd gezag Wbb dat tevens beoordeelt of een nader onderzoek moet worden uitgevoerd. Stap 3 moet worden uitgevoerd. 3. De grondwerkzaamheden worden gemeld bij het bevoegd gezag Wbb (gemeente Zaanstad) middels het indienen van een BUS-melding of saneringsplan.

De melding wordt geregistreerd conform de Wet Kenbaarheid Publiekrechtelijke Beperkingen (WKPB). 4. Tenslotte wordt een startmelding gedaan bij de omgevingsdienst. Binnen 2 weken na afloop van de werkzaamheden wordt een eindmelding ingediend. Binnen 8 weken na afronding wordt een BUS-evaluatie ingediend die wordt beschikt. De WKPB-registratie wordt ingetrokken. Aanpak regulier kleinschalig grondverzet 1. Historisch onderzoek: Historische informatie wordt opgevraagd via http://loket.zaanstad.nl/?pagina=4711 en bij spoedreparaties via het Klant Contact Centrum (14075) dat doorverbindt naar de publieksbalie. De bodemkwaliteitskaarten zijn te raadplegen via http://geo.zaanstad.nl/zaanatlas/composer/#maps/20. Indien de informatie van de publieksbalie ontoereikend is, dient u het bodemdossier te raadplegen. Als van de locatie geen

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

bodemonderzoek beschikbaar is, kunnen ook resultaten van representatieve boringen in de directe omgeving (max. 25 meter) worden gebruikt. Er zijn nu drie opties: a. De bodem is verontreinigd. Dit blijkt uit beschikbaar representatief bodemonderzoek (max 10 jaar oud) van de locatie: ga door naar stap 2. b. De bodemkwaliteit is niet of onvoldoende bekend (verdachte locatie). Er moet beperkt bodemonderzoek uitgevoerd worden. Gezien de geringe omvang van de locatie kan volstaan worden met 1 boring tot ontgravingsdiepte (en minimaal 1,0 m) met één analyse van de verdachte bodemlaag op het standaardpakket. Bij werken in het grondwater op een locatie die verdacht is voor mobiele verontreinigingen dient tevens een peilbuis te worden geplaatst en het grondwater te worden geanalyseerd. Bemaling mag binnen deze regeling plaatsvinden indien het grondwater maximaal licht verontreinigd is (< Tussenwaarde). Indien een matige of sterke puinbijmenging wordt waargenomen dient ook een mengmonster op asbest te worden geanalyseerd. Indien de bodem sterk verontreinigd blijkt, wordt rekening gehouden met een ernstig geval: ga door naar stap 2. Mobiele verontreinigingen vallen niet binnen deze regeling en dienen conform de standaard procedure volgens de Wet bodembescherming te worden afgehandeld. c. De bodem is tot ontgravingsdiepte onverdacht of niet ernstig verontreinigd.

Dit blijkt uit beschikbaar bodemonderzoek of uit een saneringsevaluatie. Het werk kan zonder melding worden uitgevoerd. 2. Melding kleinschalig grondverzet Middels het meldingsformulier op de website van de Omgevingsdienst (https://www.odnzkg.nl/mozard/!suite09.scherm1089?mWfrs=3205283&mNch=m8qfq28brs) wordt de melding kleinschalig grondverzet verricht. Op het formulier worden onderstaande gegevens vermeld:  De uitvoeringsdatum, een duidelijke tekening van de locatie van het graafwerk en NAW plus telefoonnummer van de BRL 7000 erkende aannemer.  Een verwijzing naar een bestaand bodemonderzoek of de resultaten van de het nieuwe onderzoek. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van bestaand representatief bodemonderzoek tot maximaal 10 jaar oud in combinatie met een historisch onderzoek;  De hoeveelheid en bestemming af te voeren grond (indien van toepassing), de boorlocatie, het boorprofiel en het analysecertificaat. Daarnaast dient aan de volgende voorwaarden te worden voldaan:  Onverwachte bevindingen (zoals mobiele verontreiniging, uitdamping, visueel asbest) en afwijkingen moeten gemeld worden bij de omgevingsdienst.  Als er grond wordt afgevoerd (conform melding) moet binnen twee weken na de gemelde uitvoering de transportbon naar omgevingsdienst worden gemaild. Deze termijn is korter dan de termijn bij een BUS-evaluatie, maar is redelijk i.v.m.

de beperkte administratieve verplichtingen. De uitvoering kan 5 werkdagen na de melding starten. In deze vereenvoudigde procedure is geen eindmelding en geen evaluatieverslag vereist. Er wordt dan ook geen beschikking op een evaluatie genomen, er vindt geen publicatie en geen registratie WKPB plaats. Aanpak spoedreparaties (aanvulling op regulier kleinschalig grondverzet) Spoedreparaties kleinschalig grondverzet betreft het herstel van een kabel of leiding voor bijvoorbeeld water, elektriciteit, internet en telefonie. Een spoedprocedure is alleen van toepassing als er een groot maatschappelijk belang is dat de herstel werkzaamheden dezelfde of de volgende werkdag moeten worden uitgevoerd. Als er wel voldoende tijd is, heeft het de voorkeur om tevoren een boring + analyse uit te voeren.

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Het historisch onderzoek wordt net zo uitgevoerd als bij regulier kleinschalig grondverzet. Alleen als de verkregen informatie onduidelijk is, kan worden doorverbonden naar de afdeling vakspecialisten Bodem voor nadere informatie. Als het niet lukt om snel genoeg (de juiste) informatie van de gemeente te krijgen wordt uitgegaan van stap 1b: de bodemkwaliteit is niet of onvoldoende bekend. Wanneer onvoldoende tijd is vooraf een boring te doen en het bodemmonster/grondwatermonster te laten analyseren, dan dient de volgende aanpak te worden toegepast, waarbij rekening gehouden wordt met een ernstige bodemverontreiniging met zware metalen, PAK en PCB (en bij matige tot sterke puinbijmenging met asbest). Het werken in mobiele verontreinigingen valt buiten deze werkwijze. Indien tijdens werkzaamheden indicaties zijn voor mobiele verontreinigingen dient contact te worden opgenomen met de toezichthouder. Voor het veiligheidsregime wordt verwezen naar de CROW 400. De werkwijze bij spoedreparaties is als volgt: a. Voorafgaand aan het werk wordt contact opgenomen met de toezichthouder. Volgens 2. Melding kleinschalig grondverzet; b. Tijdens het werk wordt een foto gemaakt van het bodemprofiel tot ontgravingsdiepte en wordt van de meest verdachte bodemlaag indicatief een (meng)monster genomen door de saneerder.

NB dit monster is niet conform BRL2000, maar dit monster wordt gezien de beperkte graafdiepte als voldoende representatief geacht; c. Bij werken in het grondwater op een locatie die verdacht is voor mobiele verontreinigingen dient er vanuit te worden gegaan dat deze verontreiniging daadwerkelijk aanwezig is in het grondwater en dienen maatregelen ter bescherming te worden genomen. Indien uitsluitend sprake is van onverdachte bodem (zintuiglijk schoon zandcunet) mailt de uitvoerder de foto naar de toezichthouder. Als die het eens is met deze beoordeling hoeft het bodemmonster niet geanalyseerd te worden. Wanneer op basis van de visuele waarneming wél sprake is van potentieel verontreinigde bodem wordt het grondmonster geanalyseerd en worden de analyseresultaten binnen twee weken na de uitvoering gemaild naar de toezichthouder. De analyseresultaten worden geregistreerd in het bodemsysteem t.b.v. toekomstige werkzaamheden. .

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Bijlage 4 Begrippenlijst

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Bijlage 4 Begrippenlijst Achtergrondwaarden Waarden die zijn vastgesteld op basis van de gehalten aan stoffen zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. Avi-bodemas toepassingen De as die achterblijft in afvalverbrandingsinstallaties wordt AVI-bodemas genoemd. AVI-bodemas is een afvalstof, maar kan onder specifieke voorwaarden worden toegepast als bouwstof. Baggerspecie Materiaal dat is vrijgekomen uit de bodem via het oppervlaktewater of de voor dat water bestemde ruimte en dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. Bodembeheergebied Het gebied waarvoor de Nota Bodembeheer is opgesteld. Bodemfuncties Bodemfuncties beschrijven het gebruik van de bodem. Het Besluit bodemkwaliteit onderscheidt zeven bodemfuncties. Bodemfunctieklassen De bodemfunctieklassen delen het gebruik van de bodem in. De generieke bodemfunctieklassen zijn: - wonen; - industrie; - landbouw / natuur.

Bodemkwaliteitskaart De bodemkwaliteitskaart bestaat uit een set van kaarten: - ontgravingskaart bovengrond; - ontgravingskaart ondergrond; - bodemfunctieklassenkaart; - generieke toepassingskaart. In de ontgravingskaarten en de toepassingskaart word per bodemkwaliteitszone voor de meest voorkomende parameters de gemiddelde concentratie weergegeven. Bodemkwaliteitszone Deel van het bodembeheergebied waarvoor geldt dat de verwachting is dat de bodemkwaliteit gelijkwaardig zijn. Bodemvreemd materiaal Materiaal dat zich in de bodem of een partij grond/bagger bevindt dat niet voldoet aan de definitie van grond.

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Gebiedsspecifiek beleid Door de gemeenteraad vastgestelde lokale regels (maatwerk) voor het toepassen van grond of bagger op basis van het Besluit bodemkwaliteit. Voor het toepassen gelden lokaal maximale waarden. Generiek kader Het landelijk kader bedoelt voor het hergebruiken van grond en bagger. Dit beleid geldt altijd, tenzij een gemeenteraad gebiedsspecifiek beleid heeft vastgesteld middels een Nota Bodembeheer. Gerijpte baggerspecie Is het zelfde als baggerspecie, alleen heeft de baggerspecie langer op het land gelegen, waardoor deze ontwaterd is en er omzettingsprocessen gestart zijn door de blootstelling aan lucht. Grond Vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 mm en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter, met uitzondering van baggerspecie. Grootschalige bodemtoepassing In het Besluit bodemkwaliteit beschreven kader voor toepassingen van grond of baggerspecie met een minimale omvang van 5.000 m3 en een minimale toepassingshoogte van 2 meter. Bovenop de grootschalige bodemtoepassing moet een leeflaag van minimaal 0,5 m dik worden aangebracht. Deze leeflaag moet minimaal voldoen aan eisen behorende bij de functie.

Ook overige bepalingen van het gebiedsspecifieke beleid zijn op deze leeflaag van toepassing. Interventiewaarden Waarden voor het verontreinigingsniveau per stof of stofgroep waarbij sprake is van ernstige of dreigend ernstige vermindering van functionele eigenschappen van de bodem voor mens, dier of plant. Lokale Maximale Waarden (LMW) Door de gemeenteraad vastgestelde normen, die aangeven aan welke (chemische) kwaliteit grond of baggerspecie moeten voldoen om te mogen worden toegepast. De Lokale Maximale Waarden fungeren tevens als terugsaneerwaarden bij bodemsanering. De gegeven waarden gelden voor een standaardbodem. Voor toepassing zal een correctie moeten worden toegepast voor de gehalten lutum en organische stof. Maximale Waarden Industrie Landelijk vastgestelde normen die gelden voor het generieke kader en waaraan toe te passen grond of baggerspecie moeten voldoen indien deze worden toegepast in gebieden die de toepassingseis ‘Industrie’ hebben. Tevens terugsaneerwaarde indien het generieke kader van toepassing is. Maximale Waarden Wonen Landelijk vastgestelde normen die gelden voor het generieke beleid en waaraan toe te passen grond of baggerspecie moeten voldoen indien deze worden toegepast in gebieden die de toepassingseis ‘Wonen’ hebben. Tevens terugsaneerwaarde indien het generieke kader van toepassing is.

Meldpunt Bodemkwaliteit Meldpunt voor het melden van de toepassing van grond of bagger conform het Besluit Bodemkwaliteit.

2021/2363 Nota bodembeheer Zaanstad 2020-2030 projectnummer 0434357.100 11 april 2020 revisie 4.0

Website: https://meldpuntbodemkwaliteit.agentschapnl.nl/Voorportaal.aspx Percentielwaarden (P50, P80) De percentielwaarden geven het percentage aan van waarnemingen die voldoen aan een concentratieniveau van een bepaalde stof. In het geval van P50 voldoet 50% van de waarnemingen aan dat niveau, bij P80 is 80% van de waarnemingen beneden dat niveau gelegen. Risicotoolbox Door het RIVM ontwikkeld instrument om te bepalen of bij een gekozen Lokale Maximale Waarde sprake is van risico’s. Het gebruik van de Risicotoolbox is verplicht bij het opstellen van gebiedsspecifiek beleid. Standaardbodem Bodem met 25% lutum en 10% organische stof. Standstill-principe Uitgangspunt waarbij geldt dat de kwaliteit van een bepaalde milieucomponent, bijvoorbeeld bodem, als gevolg van voorgenomen activiteiten niet mag verslechteren. Onder het Besluit bodemkwaliteit geldt het standstill-principe voor het hele bodembeheergebied. Zolang grondverzet plaatsvindt met grond uit hetzelfde beheergebied wordt voldaan aan het standstillprincipe. Tijdelijke opslag Onder tijdelijke opslag van grond en/of baggerspecie wordt verstaan: de opslag voorafgaand aan het definitieve gebruik in een nuttige toepassing (volgens art. 35 van het Besluit Bodemkwaliteit).

2021/2363

Over Antea Group Van stad tot land, van water tot lucht; de adviseurs en ingenieurs van Antea Group dragen in Nederland sinds jaar en dag bij aan onze leefomgeving. We ontwerpen bruggen en wegen, realiseren woonwijken en waterwerken. Maar we zijn ook betrokken bij thema’s zoals milieu, veiligheid, assetmanagement en energie. Onder de naam Oranjewoud groeiden we uit tot een allround en onafhankelijk partner voor bedrijfsleven en overheden. Als Antea Group zetten we deze expertise ook mondiaal in. Door hoogwaardige kennis te combineren met een pragmatische aanpak maken we oplossingen haalbaar én uitvoerbaar. Doelgericht, met oog voor duurzaamheid. Op deze manier anticiperen we op de vragen van vandaag en de oplossingen van de toekomst. Al meer dan 60 jaar.

Contactgegevens Monitorweg 29 1322 BK ALMERE Postbus 10044 1301 AA ALMERE

www.anteagroup.nl

Copyright © 2020 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9744248/1