CConstaterende datZaanstad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage Maatschappelijke visie Zaanstad

Raadsvergadering 23 december 2021, gemeente ZaanstadBij agendapunt: Maatschappelijke visie Zaanstad. Niet behandeld.12.661 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Als gemeente willen we een faciliterende of zo nodig verbindende rol spelen tussen de maatschappelijke organisaties, inwoners en ondernemers die bijdragen aan ontmoeting en samen leven in de wijken. We waarderen de bereidheid onder jongeren om open te staan voor anderen en iets te doen voor de samenleving. Dat geeft vertrouwen voor de toekomst. We hebben oog voor de invloed van ouders, docenten op school, sporters, influencers op social media en andere rolmodellen; - discriminatie en racisme tegengaan, en het met kracht agenderen als dit zich voordoet of dreigt voor te doen in de samenleving. Als gemeente geven we zelf het goede voorbeeld. Dat betekent dat we diversiteit en inclusiviteit binnen de gemeentelijke organisatie tot prioriteit benoemen en er scherp op zijn dat we als gemeente ‘systemisch racisme’ uitbannen. De medewerkers van de gemeente zijn net zo divers als de wijken van de stad. Dat helpt om vraagstukken in de samenleving beter te kunnen identificeren, te begrijpen en er oplossingen voor te vinden die recht doen aan de diverse achtergronden van de inwoners van Zaanstad. Om ontmoeting te stimuleren en verschillen gemakkelijker te overbruggen speelt de ruimtelijke omgeving een belangrijke rol. Met de Omgevingsvisie heeft de gemeente meer mogelijkheden om ruimtelijk beleid af te stemmen op de behoeften van wijken.

Denk aan het in wijken en buurten expliciet bouwen en renoveren voor mensen met verschillende beurzen, eetgewoontes, leeftijden en 20

2021/19818 vervoersmiddelen. Zo kunnen bewoners die qua leeftijd en achtergrond enorm van elkaar kunnen verschillen, elkaar aanvullen en tot steun zijn. Ook gaat het erom dat we wonen, werken en recreëren in de wijk verweven. Dat maakt ontmoeten en verschillen overbruggen juist makkelijker. Er zullen duizenden nieuwewoningen bijkomen in Zaanstad. Hoe dragen die nieuwe woningen en de nieuwe inwoners bij om de kwaliteit van de stad verder te versterken? Wat betekent dat voor het aantal, de locatie, en het type woningen? Wat is de beste manier om nieuwbouw in bestaande wijken een plaats geven. Waar moet de school komen zodat kinderen met verschillende achtergronden daar samen naar toe gaan? Hoe komen nieuwe en huidige bewoners met elkaar in contact en geven zij met elkaar gestalte aan prettige, leefbare wijken? Hoe bewegen we ons door de stad die we voor ogen hebben? Met goed geplaatste loop- en fietsroutes en met bereikbaar èn betaalbaar openbaar vervoer kan de afstand tussen wonen en werken kleiner worden, juist in wijken met bewoners waarvoor die afstand nu groot is. Zo hangen de Maatschappelijke visie en de Omgevingsvisie nauw met elkaar samen en geven ze gezamenlijk richting aan het werken aan een rechtvaardige en evenwichtige stad. In hoofdstuk 1 hebben we beschreven wat voor stad we willen zijn, en waarom dat niet vanzelf gaat.

In dit hoofdstuk 2 hebben we drie transformatieve uitgangspunten benoemd die kunnen helpen bij het werken aan de stad die we willen zijn. Natuurlijk is dan de vraag: HOE gaan we dat dan doen? Daarover gaat hoofdstuk 3.

21

2021/19818 DEEL III

HOE DAN?

Na het lezen van hoofdstuk 1 en 2 zal de vraag rijzen: ‘hoe dan, wat gaan we dan doen?’ In dit hoofdstuk proberen we daarop antwoord te geven. Daarbij geven we eerst twee noties mee als ‘leeswijzer vooraf’. Geen blauwdruk Deze maatschappelijke visie bevat géén blauwdruk, geen top 10 van beleidskeuzes of lijst met concrete voorstellen over wat we wel en niet gaan doen. Die zouden geen recht doen aan de complexiteit en waarschijnlijk maar kort bruikbaar zijn. De ontwikkelingen in de samenleving zijn daarvoor te dynamisch. De maatschappelijke visie en de omgevingsvisie bieden wél het fundament dat richting geeft aan de afwegingen in de komende jaren. Afwegingen maken we als we nieuw beleid ontwikkelen of een voorstel maken voor de aanpak van een lastig vraagstuk. We maken ook afwegingen in het kader van een voorjaarsnota of begroting. De concrete voorstellen komen te staan in nieuwe beleidsstukken en plannen die de maatschappelijke visie en de omgevingsvisie als fundament hebben. Vraagstukken zullen altijd benaderd worden vanuit het perspectief van de maatschappelijke- en de omgevingsvisie, die elkaar aanvullen. Soms is met name de maatschappelijke visie relevant, soms juist de omgevingsvisie. Werkwijze in bondgenootschap We beschrijven hier de werkwijze die we als gemeente de komende jaren willen hanteren.

Die werkwijze staat of valt met de samenwerking met inwoners en uiteenlopende partijen in de Zaanse samenleving. We hopen dat die werkwijze ook partijen in de stad zal aanspreken en inspireren, zodat we in bondgenootschap de evenwichtige en rechtvaardige stad maken, die we voor ogen hebben. Dat gezegd hebbende: hoe worden we die stad die we willen zijn, met de drie uitgangspunten uit het vorige deel als basis? In paragraaf 3.1 benoemen we een aantal handvatten die we kunnen benutten. In paragraaf 3.2 stellen we het ‘redeneren’ centraal, in lijn met de sturingsfilosofie die wordt gehanteerd in het kader van de Omgevingsvisie.23 Beide elementen (handvatten en redeneren) helpen ons om de ingezette transformatie van de afgelopen jaren te continueren en versterken. 3.1 Handvatten die we nodig hebben bij het werken aan de stad die we willen zijn - Kennis en ervaring benutten: verbindende rol gemeente Bewoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties zijn allen dagelijks bezig met de stad op hun eigen manier en vanuit hun eigen perspectief mooier te maken. De dynamiek in de stad is groot. Uiteenlopende initiatieven leveren op verschillende plekken een waardevolle bijdrage op het gebied van integratie, leefbaarheid, gezondheid, en sociale samenhang. De initiatiefnemers weten grote groepen mensen te bereiken en aan zich te binden.

In de huidige samenleving is het niet meer vanzelfsprekend dat de lokale overheid alleen het initiatief neemt bij het oplossen van maatschappelijke vraagstukken; de gemeente is hier ook niet toe in staat. Wij zijn één van de partners, en hebben veelal wel expliciet de rol van verbinder. Wij moeten zorgen dat de verschillende perspectieven samenkomen en expliciet worden gemaakt en in samenhang worden bekeken. Soms is het aan de gemeente om alle beweging die er is in samenhang te bekijken en te

23 De Omgevingswet die in 2016 is aangenomen, verplicht overheden tot het opstellen van een omgevingsvisie.

In het kader van de Zaanse omgevingsvisie zijn de zes opgaven voor Zaanstad vastgesteld (Raadsbesluit 2018/38161) en is in 2020 een sturingsfilosofie vastgesteld (Raadsbesluit 2019/ 30214). Die sturingsfilosofie is ook voor deze Maatschappelijke visie leidend.

22

2021/19818 richten. Dit is ook de vraag die partners bij ons neerleggen. Zij zien het als een cruciale rol die andere partners in de stad niet op die manier kunnen vervullen. Soms wordt niet méér dan praktische ondersteuning gevraagd en moeten we onze rol niet groter maken. In aanvulling op de kennis en ervaring in de Zaanse samenleving moet kennis uit de wetenschap en praktijkonderzoek over ‘wat werkt’ worden vergaard en worden ingezet om de bewegingen in de samenleving te richten. We willen de wetenschap uitdagen en vragen om gericht onderzoek. Bijvoorbeeld: hoe kunnen specifieke voorzieningen in een wijk bijdragen aan ontplooiingsmogelijkheden en op welke plek komen deze voorzieningen dan het beste tot hun recht? ‘Evidence based’ werken is belangrijk, maar is niet het enige. Er moet ruimte zijn voor innovatieve inzichten en andere paradigma’s. Op die manier kunnen we wellicht doorbraken in taaie beleidsvraagstukken bereiken. De wetenschap kan ons daarbij helpen. - Streven naar vereenvoudiging en synergie; de logica van inwoners en wijken centraal De keuze voor een verbindende rol heeft ook invloed op de manier waarop we als gemeente contracten sluiten met partners. We geven soms te veel partijen dezelfde of deels overlappende opdrachten. Dit komt de uitvoering niet ten goede. Concurrentie verstoort de samenwerking tussen partijen en veroorzaakt onzekerheid.

We willen zorgen dat de focus verschuift van onderlinge concurrentie naar langdurig partnerschap met partners die elkaar juist aanvullen, weten te versterken en benutten. Zo komt de inwoner meer centraal te staan en sluiten we aan op de leefwereld van kinderen, jongeren en volwassen bewoners. We willen uitgaan van de logica van de wijk. Als bijvoorbeeld blijkt dat deelname aan culturele activiteiten of sport buiten de wijk voor kinderen en jongeren een te hoge drempel vormt, is het logischer om sport- en cultuuractiviteiten te laten aansluiten op de lesuren op school. Dan wordt het makkelijk en eerder vanzelfsprekend om eraan deel te nemen. Zo streven we steeds naar eenvoud en maatwerk. Wat is voor de inwoner logisch, hoe werkt het in de wijk? Dat is in lijn met wat het actieonderzoek Hemelse Modder ons leerde24. - Innoveren en experimenteren We praten al jaren over méér investeren in preventie. Toch lukt het onvoldoende om daar middelen en menskracht op in te zetten, terwijl we weten wat werkt en vermoeden wat nog meer kan werken. Zo willen we gerichter investeren in de ontwikkeling van kinderen en jongeren en minder accent leggen op hulpverlening. We kunnen bijvoorbeeld de jeugdhulpmiddelen en onderwijsmiddelen beter op elkaar afstemmen. Tegelijkertijd werken we samen met ouders aan de weerbaarheid van hun kinderen; tegenslag hoort soms ook bij het leven.

Ook willen we nieuwe werkwijzen uitproberen die de inkomenszekerheid voor volwassenen kunnen versterken. We willen verder ontschotten en domein overstijgend de ondersteuning van kwetsbare bewoners, van jong tot oud, verbeteren. We kunnen dat alleen in partnerschap met partijen die met ons geloven dat 1+1 echt 3 kan zijn. - Gebiedsgericht aanpakken en investeren in vertrouwen Vanuit het uitgangspunt ‘verschil maken, durven differentiëren’ werken we zoveel mogelijk in gebiedsgerichte programma’s. Dat doen we in wijken waar de kansenongelijkheid het grootst is omdat de problemen zich opstapelen. De maatschappelijke visie en de omgevingsvisie geven daaraan gemeenschappelijk richting. Fysieke ingrepen kunnen immers sociale doelen helpen realiseren. Zo kan de aanleg van een hoogwaardige vervoersverbinding werkgelegenheid dichterbij de bewoners van een geïsoleerde wijk brengen. In het licht van de zes strategische

24 Zie p. 12, noot 8.

23

2021/19818 opgaven voor de stad zijn er zo allerlei verbindingen tussen het maatschappelijke en het fysieke te maken. In de gebiedsgerichte aanpak benadrukken we niet het ‘opdrachtgeverschap’ van de gemeente, maar zetten we het ‘gezamenlijk gaan voor de opgave’ voorop. Dat doen we al in het ‘Pact Poelenburg-Peldersveld’ en geven we ook vorm in andere delen van de stad. Daarbij zijn we transparant over de mogelijke rollen van de gemeente. Samenwerking kan soms ingewikkeld zijn, omdat de gemeente behalve samenwerkingspartner, ook opdrachtgever en financier kan zijn. Belangrijk is dat we als gemeente investeren in vertrouwen van bewoners. Dat doen we in de hele stad, maar vooral ook gebiedsgericht, omdat veel bewoners zich juist met hun dorp of wijk verbonden voelen. We investeren in een langdurige relatie met bewoners, ondernemers en organisaties in de wijken om tot een gezamenlijk gedragen beeld te komen van wat de opgave in een gebied of wijk is. We zetten in op samenwerking met alle belanghebbenden, wellicht via vernieuwende publiek-private samenwerkingen, om tot oplossingen voor de opgaven te komen. Daarvoor moeten we als gemeente soms juist los durven te laten, niet meteen in ‘het oplossen’ schieten, maar ruimte geven aan initiatieven en organisaties, en faciliteren waar dat gewenst en nodig is. En doen wat we zeggen en betrouwbaar zijn in onze dienstverlening.

- Inspireren en werken vanuit onderliggende waarden: De waarde die ons werk stuurt is dat we ons verdiepen in de inwoner en zijn of haar achtergrond, en deze proberen te begrijpen. We onderzoeken enerzijds hoe we bewoners in kwetsbare situaties kunnen ondersteunen met maatwerk, dat de eigen regie van de bewoner en diens netwerk versterkt. Anderzijds proberen we de oorzaken van de kwetsbaarheid te onderkennen, erkennen en adresseren. Dat is de transformatie die we voor ogen hebben. Van symptoombestrijding naar structurele oplossingen voor de oorzaken van problemen. We werken vanuit de onderliggende waarden ‘elkaar ontmoeten’, ‘naar elkaar luisteren’ en ‘van elkaar leren’. Deze waarden delen we keer op keer. Het is een basishouding die verschillen in werkwijzen en tussen professionals van verschillende domeinen, helpt te overbruggen. Het is ook een basis om vertrouwen te krijgen en behouden en factoren die aan de kwetsbaarheid ten grondslag liggen, aan te pakken. We zijn voortdurend op zoek naar hoe we onze aanpak kunnen verbeteren. Dat lijkt een open deur, maar vergt een open en lerende houding. Het vraagt soms ook om een gerichte lobby samen met partners of andere gemeenten om barrières op systeemniveau te doorbreken.

Dat kunnen aanpassingen zijn in de landelijke regelgeving, die nodig zijn om vraagstukken fundamenteel aan te pakken en niet te blijven hangen in symptoombestrijding. En het vraagt tenslotte om het besef dat de transformatie complex is en resultaten pas op de langere termijn zichtbaar worden. Om vraagstukken goed te analyseren en te ontrafelen met partners en inwoners en om adequaat te kunnen anticiperen en reageren hebben we een methodiek nodig die ons gezamenlijk denken structureert en expliciet maakt en ons handelen richt. We moeten samen gaan redeneren. 3.2 Sturingsfilosofie: samen (leren) redeneren Redeneren: hardop, met dezelfde visie en open vizier Als partners samen zoeken naar achterliggende redenen, die samen analyseren en daar samen een aanpak, werkwijze, of oplossing voor zoeken die past bij de evenwichtige en rechtvaardige stad die we willen zijn: dat beschouwen we als ‘samen redeneren’. Dat wordt een vast onderdeel van het 24

2021/19818 werk en gaat over de vraag: ‘hoe dan?’. Dat wil zeggen: bij elke afweging willen we expliciet beredeneren hoe een voorstel, idee of vraagstuk zich verhoudt tot: de stad die we willen zijn (zie hoofdstuk 1: werkend aan de zes opgaven zodat we een evenwichtige en rechtvaardige stad worden) o en hoe we daar de komende tijd naar toe willen werken (zie hoofdstuk 2: de drie uitgangspunten in de transformatie) Redeneren doen we natuurlijk al, dat is niet nieuw. Maar soms maken we dat niet expliciet (‘hardop’), doen we het niet met dezelfde visie voor ogen (‘de stad die we willen zijn’) of onvoldoende vanuit een open grondhouding waarbij we werkelijk willen horen en doorgronden wat de ander zegt en waarom. Dat is wat ons vanaf nu voor ogen staat als werkwijze: expliciet maken van de redeneringen, met dezelfde visie voor ogen en met open vizier. De Maatschappelijke visie en de Omgevingsvisie vormen samen het kader om vraagstukken te bezien vanuit verschillende dimensies en daar beredeneerd oplossingen voor te vinden. Maatschappelijke problemen presenteren zich nooit alleen in het ‘maatschappelijke domein’. Bijna altijd zijn er ook ruimtelijk fysieke elementen, soms maar klein, soms juist cruciaal. Dat geldt ook omgekeerd: ruimtelijk fysieke ontwikkelingen hebben altijd sociaal maatschappelijke gevolgen, die je maar beter goed, samen beredeneerd, kunt voorzien. o

Leren redeneren Redeneren is niet makkelijk, dat zullen we met elkaar beter moeten leren; extern in samenwerking en dialoog met partners en inwoners, en vooral ook nog intern binnen de gemeentelijke organisatie. Dat betekent dat we als gemeente - raad, college, ambtenaren - een gesprek voeren met bewoners en organisaties in de stad over de volgende kwesties: Wat is hier de vraag, het probleem, het idee? Hoe is het zo gekomen, wat is de achtergrond? Wat denken we dat hier het beste kan gebeuren en waarom? Hoe draagt dat bij aan de stad die we willen zijn? Wie kan daarin welke bijdrage leveren, in welke rol, en welk resultaat verwachten we daarvan? We moeten afwegingen maken, omdat er altijd schaarste is aan geld en mensen. Dan luidt de vraag: welke keuze draagt dan het beste bij aan een rechtvaardige en evenwichtige stad? Of als bezuinigingen noodzakelijk zijn: Welke keuze doet er het minste afbreuk aan? Dit redeneren moet inclusief gebeuren. De betrokken partijen moeten aan tafel zitten. Dit kunnen professionals uit de wijk zijn die hun dagelijkse praktijk inbrengen, of inwoners die hun perspectief delen. Het is essentieel om daarbij ook aandacht te schenken aan perspectieven die niet vanzelfsprekend een stem krijgen in beslissingen maar wel met de effecten te maken hebben. Alleen zo kunnen we samen leren wat werkt en wat nodig is.

Zo overbruggen we de kloof tussen ‘denken’ en ‘doen’, tussen ‘beleid’ en ‘uitvoering’. Maar zo zijn we als overheid ook aanspreekbaar wanneer beleid niet goed uitpakt en kunnen we bijsturen. Redeneringen kunnen worden geëvalueerd wanneer deze expliciet zijn. Als we dit ‘redeneren’ centraal stellen, helpt ons dat om te doen wat nodig is. Het helpt ons om duidelijkheid en openheid te bieden in de gesprekken met bewoners en partners. Een belangrijk onderdeel van het ‘redeneren’ als lokale overheid is dat we ons per vraagstuk of voorstel expliciet afvragen welke rol wij zelf vervullen25. Als we die rol kunnen kiezen, is het belangrijk dat we expliciet beredeneren waarom we in dit geval een bepaalde rol kiezen. In

25 Een overheid kan verschillende rollen hebben; de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) maakt

onderscheid tussen een rechtmatige, presterende, netwerkende en responsieve overheid.

25

2021/19818 veel gevallen zal het gaan om een verbindende rol, zoals aangegeven in paragraaf 3.1. Soms legt wetgeving de lokale overheid een bepaalde rol op, ook dan is het nodig om aan te geven bij partners welke rol dit is. Makkelijk is sturing middels redeneren niet. Het lukt alleen als er sprake is van een lerende cultuur binnen de gemeente enerzijds en tussen de gemeente en alle partners anderzijds. Sturing in een netwerk-samenwerking met partners is complexer dan sturing in een relatie opdrachtgever-opdrachtnemer. Alle partijen dienen zich te committeren aan het maatschappelijke resultaat en daarop moet je dan ook gezamenlijk sturen. Dat staat vaak op gespannen voet met de verantwoordingsplichten die partners ook hebben. Dit ongemak maken we bespreekbaar en nemen we mee in de redenering, het gaat om het maken van weloverwogen keuzes die uitlegbaar zijn aan bewoners en partners. Leren redeneren vergt goed monitoren en evalueren Aannames onder ons werk expliciet (‘hardop’) maken middels redeneringen is het fundament voor lerend werken. Alleen dan kun je op een gegeven moment reflecteren op deze aannames, wanneer het werk toch niet het beoogde effect blijkt te hebben. Die redeneringen zijn ook essentieel om te kunnen monitoren en evalueren; en zonder dat kun je niet leren en bijstellen. Daarbij gaat het om leren op verschillende niveaus26.

We leren om onze huidige aanpak te verbeteren, maar door te reflecteren leren we ook om ‘systeemfouten’ op te sporen en aan te passen. Een evaluatie waarin het leren centraal staat, sluit goed aan bij de filosofie en werkwijze van de Maatschappelijke Visie en in het samenspel met de Omgevingsvisie. De lerende evaluatie gaat verder dan de beoordeling door externe onderzoekers of het beleid effectief en efficiënt is. Door ook met beleidsbetrokkenen te bepalen wat wel werkt en wat niet en ook waarom (responsieve evaluatie), kunnen de beleidsmakers optimaal leren van de ervaringen met het beleid. 27 Data-gestuurd werken helpt bij het evalueren en leren. We kunnen actief volgen wat in kerncijfers de ontwikkelingen in de Zaanse samenleving zijn, en analyseren hoe die zich verhouden tot wat wij aan beleidskeuzes hebben gemaakt. Daardoor kunnen we op tijd bijsturen waar nodig en mogelijk. Op basis van de Staat van de Stad monitoren we de zes strategische opgaven die met elkaar centraal staan in deze maatschappelijke visie, en in de omgevingsvisie.28

26 Hier doelen we op “eerste, tweede en derde orde leren”. Zie voor meer uitleg bijvoorbeeld:

https://publiekewaarden.nl/project/lerende-organisatie/ 27 Rob Folkert, Lisa Verwoerd & Femke Verwest, “Lerend evalueren: navigeren tussen verantwoorden en leren”, in: Beleidsonderzoek Online, juli 2018. 28 Zie voor oorsprong en frequentie van De Staat van de Stad ook noot 4. De Staat van de Stad is geen statisch instrument, maar past zich aan. In het kader van de Omgevingswet worden factsheets opgesteld over circa 40 onderwerpen, langs de lijnen van de zes opgaven. De nadruk ligt logischerwijs op wat meer fysieke aspecten en de factsheets zijn op onderdelen wat fijnmaziger dan Staat van de Stad. De Brede Welvaartsmonitor van het CBS monitoort, net als Staat van de Stad, een breed spectrum aan ontwikkelingen. Die monitor is nog niet volledig en op onderdelen niet heel recent en geeft nu geen inzicht op wijkniveau, terwijl we met Staat van de Stad juist ook aandacht willen kunnen schenken aan verschillen binnen de stad. De monitor Brede Welvaart is daarom nu nog niet bruikbaar genoeg, maar kan bij voldoende doorontwikkeling mogelijk Staat van de Stad aanvullen of op onderdelen vervangen.

26

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10756126/1