Bijlage 8 Risicoverdeling getekend
Tekst van het document
Notitie RISICOVERDELING Aanpak Thorbeckeweg Project: Document: Datum: Auteur(s): Projectcode: Status:
Aanpak Thorbeckeweg Risicoverdeling 26 november 2020 Jean-Philippe de Lannoy 300608 Definitief
Versie
Datum
Status/ beschrijving genomen stappen
1.0 1.0 1.0 0.4 0.3 0.2 0.1
17-12-2020 26-11-2020 19-11-2020 29-10-2020 10-09-2020 19-08-2020 11-08-2020
Eindversie vastgesteld in Bestuurlijke Overleg AVANT Eindversie besproken in MT van Eindversie besproken in ABG van 19 november 2020 Concept versie 0.4 besproken in ABG van 29 oktober 2020 Concept versie 0.3 besproken in BO van 10 september 2020 Concept versie 0.2 besproken in ABG van 20 augustus 2020 1e concept versie aan IPM team aangeleverd dd 12 augustus 2020
Gecontroleerd door:
Naam:
Datum:
Projectmanager
J. Hink
08 jan 2021
Akkoord voor vrijgave door:
Naam:
Datum:
AOG
JP de Lannoy
13 jan 2021
Handtekening:
Handtekening:
Risicoverdeling Realisatiefase AVANT EINDCONCEPT 1.0 tbv MT 26-11-2020 / Jean-Philippe de Lannoy Aanleiding In het BO van 10 september j.l. is de memo Risicoverdeling AVANT concept versie 3 ingebracht ter bespreking van een oplossing voor de risicoverdeling in het geval het beschikbaar gestelde budget van 83,3 mln niet toereikend zou zijn. Daarin worden 3 categorieën risico’s onderscheiden; 1. Door onvoorziene omstandigheden tijdens de uitvoering worden budgetten overschreden (meerwerk aannemers en toename VAT kosten ) 2. Wijzigingen in de scope die tijdens de uitvoering tot extra verstoring en complexiteit zorgen (uitbreiding of wezenlijke aanpassing van de scope) 3. Overmacht (exogene projectrisico’s waar geen van de partijen grip op (kunnen) hebben. Nut en noodzaak extra risicobuffer De nut en noodzaak om voor start Realisatiefase tot een regeling te komen heeft vooral te maken met schadebeperking in geval dit soort risico’s zich voordoen en te voorkomen dat door langdurige besluitvormingsproces het project stil gelegd moet worden. De inschatting is dat er een vertraging ontstaat van ten minste een half jaar, met als consequenties dat de VAT kosten zullen toenemen en dat de aannemers mogelijk vertragingskosten gaan claimen. Zonder regeling vooraf betekent dat partijen op dat moment pas in overleg treden om naar een oplossing te zoeken.
De schade wordt dan ingeschat op circa 1,5-2,5 mln. Hier komt nog bovenop de kosten voor schadeherstel (mitigerende maatregelen om project weer te continueren). Voor categorie 1 en 2 is thans op basis van de geactualiseerde Prognose Einde Werk (PEW) een bedrag van 14% van de totale investering gereserveerd voor tegenvallers. Overmacht wordt in vergelijkbare projecten meestal niet in de initiële raming begroot. Indien de 14% reserve niet (of voor een beperkt deel) wordt benut voor cat. 1+2 dan is dit beschikbaar voor cat.4 voldoende. De ervaring met vergelijkbare projecten laat echter zien dat vaak sprake is van overschrijding van het initiële projectbudget. Standpunt partijen tijdens BO 10 september: Het Rijk doet vanwege de lumpsum afspraak niet mee in deze risicoverdeling. Provincie NH doet vanwege de maximale bijdrage in de initiële investering niet mee in categorie 1 en 2 (normale te verwachten projectrisico’s). Zaanstad en VRA staan daarom in principe aan de lat voor een overschrijding in categorie 1 en 2 voor dekking van de extra kosten. De Provincie is wel bereid om voor categorie 3 Overmacht een bijdrage van 17,5% te leveren. Gemeente Zaanstad is bereid om voor alle categorieën een maximum van 11% bij te dragen.
Gemeente Oostzaan levert geen bijdrage in de initiële investering en is eveneens ook niet genoeg draagkrachtig om in de risicoverdeling een bijdrage te leveren. De VRA is bereid om conform de verhouding van de bijdrage van VRA in financiering van het project een aandeel van 65% in deze extra risicoreserve bij te dragen. In het BO is door AOG voorgesteld om te zoeken naar een oplossing waarin partijen op basis van het eigen weerstandvermogen (of anderszins) een maximaal bedrag toezeggen die mogelijk ingezet kan worden om een overschrijding van het budget te dekken. Hiermee kan een reservepot worden gecreëerd waarmee naar verhouding van inbreng, waar in tijden van nood een beroep kan worden gedaan op aanvullende financiering. Dit is geen vooraf geoormerkt geld voor het project, maar is eindconcept 1.0
Pagina 1 van 3
onderdeel van een buffer in de algemene begroting waarmee tegenvallers kunnen worden opgevangen. Vergelijk dit met de effecten van de coronacrisis (overmacht) op landelijk niveau, waarbij het Rijk besluit om miljarden extra op de kapitaalmarkt te lenen om door te investeren uit de crisis te komen. Nieuw voorstel BO d.d. 3 november 2020: De vraag is hoe groot deze risicobuffer moet zijn om voldoende comfort/zekerheid te geven. Mede op basis van ervaringen bij de andere projecten, waar sprake is van overschrijdingen van 5 a 10% van het oorspronkelijke budget, is het voorstel om in dit geval uit te gaan van een buffer van 5% van het totale investeringsbudget van 83,3 mln. Dit komt neer op een aanvullend risicoreserveringsbedrag van 4 mln. die verdeeld wordt over partijen. Er zullen wel aanvullende voorwaarden verbonden moeten worden aan de inzet van deze reservepot op basis van een verdeelsleutel over partijen en de besluitvorming daaromtrent. Voorstel is om dat in de UOK te regelen. Het is aan partijen zelf om de eigen bijdrage in deze toezegging bij de behandeling van de UOK in het lokaal bestuur te laten bestendigen.
Na afstemming met alle stakeholders is het volgende voorstel VRA 65%, Gemeente ZNSTD en Provincie een gelijkwaardige bijdrage(mede gezien Zaanstad bijna 50% van de assets in eigendom en beheer krijgt) en van gemeente Oostzaan is het goede nieuws gekomen dat het College bereid is een bedrag van 15K bij te dragen in categorie 3 Overmacht. Voorstel ABG: Verdeelsleutel extra risicobuffer obv weerstandvermogen van 4 mln. VRA € 2.600.000 PNH € 692.800 Zaanstad € 692.800 Oostzaan € 15.000 € 4.000.600
65,00% 17,32% 17,32% 0,38% 100,02%
In de bijlage is een rekenvoorbeeld opgenomen waarmee duidelijk wordt gemaakt hoe de risicoverdeling bij een overschrijding in categorie 1 en 2 verdeeld wordt over de VRA en gemeente Zaanstad. Ook voor een overschrijding in categorie 3 is een rekenvoorbeeld opgenomen waaruit blikt hoe de kosten verdeeld worden over de 4 bestuurlijke opdrachtgevers.
eindconcept 1.0
Pagina 2 van 3
BIJLAGE Rekenvoorbeeld verdeelsleutel bij overschrijding van budget risico-onvoorzien Onderstaande rekenvoorbeeld geeft een verduidelijking op de toepassing van deze risicobuffer met welke financiële bijdragen partijen dan rekening moeten houden in het geval er een overschrijding is in cat 1+2 en cat 3.
fictieve overschrijding : 1e tranch met een overschrijding van 1 mln in Cat 1+2 VRA PNH Zaanstad Oostzaan
Inleg € 2.681.667 € 781.667 € 521.667 € 15.000 € 4.000.001
saldo na 1e tranch is 3 mln 2e tranch met een overschrijding van 2 mln in Cat 3 VRA PNH Zaanstad Oostzaan saldo inleg
eindconcept 1.0
verdeelsleutel 84% n.v.t. 16% n.v.t. 100%
kostenverdeling € 837.149 € 162.851 € 1.000.000
fictieve overschrijding: saldo Inleg na 1e tranch € 1.844.518 € 781.667 € 358.816 € 15.000 € 3.000.001
verdeelsleutel 65,00% 17,32% 17,32% 0,38% 100%
€ 1.000.000
kostenverdeling € 1.300.000 € 346.400 € 346.400 € 7.500 € 2.000.300
€ 2.000.000 saldo na 1e en 2e tranch € 544.518 € 435.267 € 12.416 € 7.500 € 999.701
Pagina 3 van 3