Bijlage 3 toelichting
Tekst van het document
2021/24642
Bijlage 3 Risicoanalyse
vastgesteldbestemmingsplanBestemmingsplanOliehandel Anton van Megen
120
2021/24642
Adviesgroep AVIV BV Wethouder Beversstraat 185 7543 BK Enschede
Risicoanalyse/ Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Project Datum
214525 29 april 2021
Opdrachtgever Oliehandel van Megen Havenstraat 109r 1506 PM Zaandam
2021/24642
Risicoanalyse/ Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Project
214525
Datum
29 april 2021
Auteur(s)
J. Heitink
Versie
Eindrapport
Opdrachtgever
Oliehandel van Megen Havenstraat 109r 1506 PM Zaandam
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Inhoudsopgave 1 Inleiding ______________________________________________________ 4 2 Uitgangspunten risicoberekening _________________________________ 5 2.1 Inleiding ___________________________________________________ 5 2.2 Lay-out bunkerstation ________________________________________ 7 2.2.1 Basisgegevens ___________________________________________ 8 2.2.2 Toestand van het systeem __________________________________ 8 2.3 Scenariodefinitie ____________________________________________ 9 2.3.1 Inleiding ________________________________________________ 9 2.3.2 Spills ___________________________________________________ 9 2.3.3 Aanvaring ______________________________________________ 10 2.3.4 Ontsteking _____________________________________________ 10 2.3.5 Plaats van uitstroming en spreiding van de plas ________________ 11 2.3.6 Omgeving ______________________________________________ 12 3 Resultaten ___________________________________________________ 13 3.1 Plaatsgebonden risico _______________________________________ 13 3.2 Aandachtsgebied en groeprisico _______________________________ 14 4 Conclusies ___________________________________________________ 16 Referenties _____________________________________________________ 17 Bijlage 1 Kenmerken beide bunkerschepen __________________________ 18 Bijlage 2. Scenariotabellen ________________________________________ 21
3
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
1 Inleiding Het bunkerstation Anton van Megen BV, Havenstraat 109r te Zaandam bereidt een aanvraag milieuvergunning voor. De brandstof opslag wordt vergroot en het station wordt over korte afstand verplaatst. Het bevoegd gezag heeft verzocht in het kader van de aanpassing van het bestemmingsplan een QRA uit te voeren ondanks dat dit type bedrijvigheid in deze omvang niet onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen valt. De beoogde situatie is getoond in Figuur 1. Het station ligt aan de westzijde van Zijkanaal G, de vaarweg tussen Zaandam en het Noordzeekanaal.
Figuur 1.
Situatie bunkerstation
In dit rapport is de QRA uitgevoerd volgens de Handleiding risicoberekeningen Bevi versie 4.3 [4]. De berekeningen zijn uitgevoerd met Safeti-nl versie 8.3.
4
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
2 Uitgangspunten risicoberekening 2.1
Inleiding Wat is een bunkerstation? In de eerste plaats is het van belang de terminologie eenduidig vast te leggen. In dit verband is sprake van bunkerschepen, bunkerboten, bunkersteigers, bunker-winkelschepen enzovoort. In dit rapport worden de volgende begrippen gebruikt.
Bunkerstation. Onder de term “bunkerstation” wordt hier verstaan de gehele inrichting. Een onderdeel van de inrichting is een permanent gemeerd en geankerd bunkerschip (of steiger), meestal voorzien van een winkel en een woning, met een vaste brugverbinding naar de wal. In dit geval gaat het om de bunkerschepen AVO en Voorzaan, zie de layout in figuur 2. Schepen kunnen daarlangs afmeren om te bunkeren of te fourageren. Onder bunkeren wordt verstaan het door middel van lossen leveren aan schepen van gasolie of dieselolie als brandstof ten behoeve van die schepen.
Leurboot. Onder een leurboot wordt verstaan een tankschip (ADN-type N-open) met een maximaal laadvermogen van 300 ton. De leurboot wordt ingezet om klanten varendeweg te bunkeren, zodat het tijdsverlies voor de klant minimaal is. Deze leveringen vinden derhalve op grote afstand van het bunkerstation zelf plaats. Als synoniem wordt wel bunkerboot gebruikt. We kiezen in dit rapport voor de term leurboot om de begripsverwarring bunkerboot/bunkerschip te vermijden.
In de tweede plaats dient een afbakening plaats te vinden van de risico's die aan de inrichting "bunkerstation" kunnen worden toegerekend. In de inrichting worden gevaarlijke stoffen opgeslagen en vinden handelingen plaats. De opslag bestaat in de regel uit stoffen in emballage als gasflessen (propaan/butaan), drums (smeerolie) en consumentenverpakkingen (schoonmaakmiddelen e.d.). Daarnaast is een aantal bulktanks aanwezig met gasolie of andere vloeibare brandstoffen. De handelingen bestaan uit het verpompen van brandstoffen naar klanten, leurboten en de bunkerschepen zelf. In dit rapport worden de risico's van de opslag en overslag van gasolie en benzine geanalyseerd. De hoeveelheden stoffen in emballage en het gevaar ervan zijn beperkt. Zij leveren geen significant risico buiten het station zelf. Een mogelijk effect buiten het station is alleen denkbaar wanneer een gasfles of oliedrum aan dek bij een brand betrokken raakt. Bezwijken van deze verpakkingen kan fragmenten opleveren die schade aan de directe
5
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
omgeving of aan hulpverleners zouden kunnen toebrengen. De inzet van het personeel (handblusmiddelen aanwezig) en van de brandweer zal er dan ook op gericht zijn te voorkomen dat deze verpakkingen bij een brand betrokken raken. Een brand in een woning of de winkel zal op zich alleen door het stralend oppervlak niet leiden tot brandoverslag naar mogelijke panden op de oever. Op de kleinste afstand tussen het station en woningen (circa 50 m tot woon-/werkeenheden in de Enclave) is de stralingssterkte te gering om brandoverslag door dit mechanisme te veroorzaken. De mogelijkheid van een escalatie van een brand bovendeks naar de gasolietanks is niet onderzocht. Er is van uit gegaan dat de bijdrage in frequentie van deze ontwikkeling aan de gebeurtenissen uitstroming en ontsteking van gasolie verwaarloosbaar is. Het bunkerstation is gelegen aan een vaarweg voor de beroepsvaart. Eén van de oorzaken voor het onverhoopt vrijkomen van gasolie uit een tank of slang is een aanvaring van een bunkerschip door bijvoorbeeld een uit het roer lopend schip. Dit scenario wordt in de risicoanalyse doorgerekend. Maar wat nu als dit invarende schip een gevaarlijke stof vervoert en zelf lek raakt? De kans daarop is niet uitgesloten. We hebben dan te maken met een ander type incident.
De gevaarlijke stof komt vrij doordat een aan het verkeer deelnemend schip door een verkeerde manoeuvre een schadevaring veroorzaakt. De schadevaring kan zijn tegen een krib, een kademuur, een gedeeltelijk in de vaarweg aangelegd bouwwerk, een bunkerschip etc. Dit scenario ligt aan de kant van het verkeer. Het wordt dan ook in studies naar de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen beschouwd in het kader van het basisnet vervoer gevaarlijke stoffen. [2]. Transportrisico's worden beoordeeld met een eigen normering [3]. Het kan echter ook zijn dat een schip dat gevaarlijke lading vervoert tijdens het bunkeren wordt aangevaren en lek raakt. In dit geval is dit echter niet van toepassing. Schepen geladen met gevaarlijke stoffen bunkeren niet aan het station van Megen. Wel is verdisconteerd dat de gasolieleverancier die het bunkerschip bevoorraadt tijdens de levering kan worden aangevaren met een lekkage tot gevolg. Tot slot moet worden vermeld dat het in deze studie gaat om een analyse van de risico’s voor de externe veiligheid. Hoewel op enkele plaatsen in het rapport ook aandacht is besteed aan zaken als brandoverslag, is het primaire accent dat van de externe veiligheid. Dat betekent dat wordt geanalyseerd tot op welke afstand zich zulke grote effecten kunnen voordoen dat een mens daaraan zou kunnen overlijden. Kleinere effecten komen alleen zijdelings ter sprake.
6
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
2.2
Lay-out bunkerstation De lay-out van het bunkerstation is getoond in figuur 2.
Figuur 2.
Lay-out bunkerstation
Het bunkerstation bestaat uit de bunkerschepen Voorzaan en AVO. Daarnaast opereren drie leurboten. Deze leurboten laden gasolie aan het station en betanken daarmee klanten, ook varendeweg, in het gehele Noordzeekanaalgebied. De leurboten hebben een ligplaats nabij het bunkerstation (zie figuur 2).
7
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
2.2.1
Basisgegevens Van het bunkerstation zijn gegevens verzameld over: Het patroon van bevoorrading van het station. Het station Van Megen wordt bevoorraad met tankwagens (diesel en benzine) en met tankschepen (gasolie). Het patroon van leveringen direct aan klanten of aan eigen leurboten. Van Megen levert gasolie aan de beroepsvaart en benzine aan de pleziervaart. De doorzet van benzine per jaar is zeer beperkt, ca. 75 m 3. Dit betekent dat er gemiddeld 6 à 10 keer per jaar een tankwagen met benzine wordt gelost. De technische kenmerken van de bunkerschepen, zoals lengte, locatie en afmetingen voorraadtanks. De karakteristieken van de overslag, zoals lengte en diameter laad-/losleiding, overslagdebiet en -duur. Opstelplaats voor de tankwagens. De handelingsprocedure voor de operator. De beveiligingen tegen overvulling en spills. De kenmerken van de directe omgeving van het station met name de afstand tot de kade, de afstand tot de doorgaande vaart en de afstand tot woonbebouwing. De gegevens zijn verstrekt door de exploitant. Een beknopte beschrijving van het station is opgenomen in bijlage 1. De daar genoemde aantallen geven een representatief beeld van de beoogde bedrijfssituatie.
2.2.2
Toestand van het systeem Voor de risicoanalyse kan het systeem "bunkerstation" in de tijd gezien in vier toestanden verkeren. 1. Stationair. Op het bunkerstation vinden geen handelingen plaats. Gasolie kan vrijkomen door aanvaring van onderdelen van het station aan de vaarwegzijde: AVO, Voorzaan en een leurboot (zie figuur 2). Voor schepen zijn er geen scenario’s voor intrinsiek falen [4]. Een beperkt aantal klanten legt bij het bunkerstation aan om alleen te fourageren. Wanneer geen bunkerhandelingen plaatsvinden betekent een klant langszij in feite een extra bescherming voor de bunkerschepen. Het aandeel van deze klanten is zeer gering en daarom niet in de berekening verwerkt. 2. Leverend aan klant. Gasolie of benzine kan vrijkomen uit de slang, al dan niet door een aanvaring. 3. Leverend aan leurboot. Gasolie kan vrijkomen uit de slang en/of door aanvaring met een lek in een ladingtank als gevolg. De leurboten worden bevoorraad aan de vaarwegzijde. Dit scenario wordt in de risicoanalyse doorgerekend. 4. Laden van gasolie. Gasolie kan vrijkomen uit de slang en/of door aanvaring van de tanker die de gasolie aan de bunkerschepen levert.
8
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
5. Laden per tankwagen van benzine of diesel. Benzine of diesel kan vrijkomen uit de slang en uit de tankwagen.
Op grond van de gegevens in bijlage 2 wordt voor deze vier toestanden een tijdfractie berekend. Voor elk van deze toestanden zijn scenario's gedefinieerd. Deze worden beschreven in de volgende paragraaf.
2.3
Scenariodefinitie
2.3.1
Inleiding Bij een bunkerstation kan tijdens de verschillende handelingen en gebeurtenissen gasolie of benzine vrijkomen. De kans op het vrijkomen van gasolie of benzine is per handeling verschillend. Hieronder zijn de verschillende scenario’s met hun kansen beschreven. Details zijn opgenomen in bijlage 2.
2.3.2
Spills Tijdens overslag van gasolie kunnen door handelingsfouten of falen van de slangverbinding spills optreden. De kans op een spill uit een slangverbinding tijdens overslag is 4.10-6 per uur voor volledig scheuren van de slang en 4.10-5 per uur voor een lek ter grootte van 10% van de diameter [5]. Daarnaast is er de mogelijkheid van uitstroming door overvulling van de brandstoftank. Wanneer tijdens een bunkering een onregelmatigheid optreedt, zoals overvulling of lekkage zijn de volgende veiligheidsvoorzieningen actief: De bunkering wordt aan de klantzijde bewaakt door een bunkerwacht. De bunkerwacht aan de klantzijde heeft een alarmeringsfunctie. De bunkerwacht kan een stopknop bedienen, waarmee de pomp direct wordt uitgeschakeld. Daarmee valt de drijvende kracht voor de vloeistofstroming weg. Op verschillende plaatsen op de bunkerschepen (bij de afleverpunten) zijn deze stopknoppen aangebracht. De kans dat de bunkerwacht onder een stress-situatie de stopknop niet direct bedient is 0.1. Bij de handmatige noodstop wordt gerekend met een uitstroomtijd van 120 seconden. In de ontvangende tank is een Bunker Overvul Beveiligings Sensor (BOBS) geïnstalleerd. Zodra de sensor contact maakt met de gasolie geeft hij een stuursignaal af waarmee de pomp wordt uitgeschakeld. De signaalverbinding wordt gelegd door een drieaderige kabel tegelijk met de bunkerslang.
Zo wordt overvulling voorkomen. Ook bij een breuk in de verbinding door bijvoorbeeld impact op de kabel valt de pomp uit. De kans dat de BOBS niet functioneert wordt op 0.001 per aanspraak gesteld. Bij aanspreken van de BOBS wordt gerekend met een uitstroomtijd van 30 seconden.
9
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
2.3.3
Aanvaring Aanvaring van een bunkerschip of een ermee verbonden klant kan leiden tot een zware scheepsschade aan het bunkerschip of klant. De kansen op uitstroming van lading, gegeven een zware scheepsschade, zijn vastgesteld in de standaard methodiek voor de berekening van transportrisico’s [5]. Zij zijn weergegeven in tabel 1. De bunkerschepen (AVO en Voorzaan) worden als dubbelwandige tankschepen beschouwd. Scheepstype
Kans
Uitstroming
Dubbelwandige tanker
0.006
15% van de ladingtank
30
0.0015
50% van de ladingtank
30
Tabel 1.
Duur [min]
Kansen op uitstroming gegeven een zware scheepsschade [5]
De frequentie van een zware scheepsschade aan een bunkerschip of een ermee verbonden leverancier ten gevolge van een aanvaring is afgeleid op basis van de methodiek voor transportrisico’s [5]. Het aantal zware scheepsschades aan gemeerd liggende schepen is immers een fractie van het totaal aantal zware scheepsschades op dit vaarwegdeel. De kans per jaar op een zware schade aan een bunkerschip of gasolieleverancier door een aanvarend schip is berekend als: 𝑃 = 𝐹𝑧𝑤𝑎𝑎𝑟 ∗ 𝑓𝑔𝑒𝑚𝑒𝑒𝑟𝑑 ∗ 0.5 ∗ 𝑓𝑠𝑐ℎ𝑎𝑑𝑒_𝑔𝑒𝑚𝑒𝑒𝑟𝑑 ∗ 𝐿 ∗ 𝐼 waarin: P Fzwaar fgemeerd
0.5 Fschade_gemeerd L I
2.3.4
Frequentie zware scheepsschade door aanvaring [/jr] Frequentie van zware scheepsschade op vaarwegdeel (CEMT-klasse Va): 1.32.10-8 /vtg.hm [5] Aandeel van ongevallen met gemeerde schepen in het totaal van de ongevallen = 0.35 (conservatief benaderd met alle zware scheepsschades bij eenzijdige ongevallen plus 20% van de zware scheepsschades bij aanvaringen [6]) Correctie voor ongevallen aan één van beide oevers Kans op schade aan het gemeerd liggende schip = 0.75 Lengte van het aangevaren schip/bunkerschip [hm] Verkeersintensiteit beroepsvaart: 12000 vtg/jr [1]
Ontsteking Naast de kans op uitstroming van gasolie of benzine, is er ook een kans op ontsteking. Gasolie is een brandbare vloeistof van ADN klasse 3 en wordt voor transportrisico’s ingedeeld in de categorie LF1. De kans dat door een aanvaring vrijkomende gasolie direct ontsteekt wordt in risicoanalyses transport op 0.01 gesteld [5]. Vertraagde ontsteking wordt niet mogelijk geacht.
10
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Gasolie/diesel heeft een vlampunt van ca. 70 °C, in elk geval groter dan 55 °C [8]. Dit is de minimale temperatuur waarop gasolie aan de lucht zelfonderhoudend kan branden wanneer een ontstekingsbron met voldoende energie-inhoud voorhanden is. In risicoanalyses voor stationaire installaties wordt de kans op ontsteking voor stoffen met een vlampunt groter dan 55 °C dan ook gelijk aan nul verondersteld [4]. Aangenomen is dat bij een spill geen warmtebron ontstaat of aanwezig is met voldoende energie voor het ontsteken van de gasolie. Een aanvaring met een gemeerd schip kan leiden tot een zodanige verplaatsing van het schip dat de verbindingsslang en de signaalkabel afscheuren. Dit geldt met name voor aanvaringen aan kop- en hekzijde (overdracht botsimpuls vooral in de lengterichting van het schip). In dat geval ontstaat geen ernstige schade in de ladingzone. Alleen de scenario’s waar een aanvaring plaatsvindt, hebben een ontstekingskans van 0.01. Benzine is bij vrijkomen gemakkelijker ontsteekbaar. De kansen op directe ontsteking zijn weergegeven in tabel 2. Stofcategorie
Stof
LF1
Diesel
0.01
LF2
Benzine
0.065
Tabel 2.
2.3.5
Kans op directe ontsteking
Kans op ontsteking bij aanvaring
Plaats van uitstroming en spreiding van de plas Tijdens het leveren aan een klant of leurboot aan de vaarwegzijde, kan aanvaring van de klant plaatsvinden. Een gasolie spill leidt zonder aanvaring niet tot ontsteking (zie paragraaf 2.3.4). De plaatsen van de uitstroming liggen aan de kant van de vaarweg. De uitstromingspunten zijn verdeeld over de mogelijke lengtes van de ladingzones langszij het station, waarbij rekening is gehouden met de verspreiding van de vloeistofplas in de richting van de vaarweg. Figuur 3 geeft de ligging van de scenariolijnen voor gasolie en de uitstroomlocaties van benzine. Onderscheiden zijn: Aanvaring bunkerschip, leurboot tijdens laden, gasolieleverancier tijdens bevoorrading (3) Aanvaring leurboot liggend (4) Aanvaring klant tijdens bunkeren (2) Opstelplaats tankwagen benzine (7) Figuur 3. Breuk slangverbinding benzine (7>>5) Afleverpunt benzine (6)
Scenariolocaties
11
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
2.3.6
Omgeving Binnen het invloedsgebied van het bunkerstation zijn geen personen aanwezig in kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen of locaties [7]. Er is derhalve geen groepsrisico.
12
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
3 Resultaten De risicoberekening is uitgevoerd met Safeti-nl versie 8.3. Het plaatsgebonden risico en het aandachtsgebied zijn berekend.
3.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is weergegeven in figuur 4.
10-6 contour 10-7 contour 10-8 contour
Figuur 4.
Plaatsgebonden risicocontouren
13
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
3.2
Aandachtsgebied en groeprisico Het opslaan van brandstoffen in bunkerstations en het grootschalig tanken van brandstoffen aan vaartuigen worden onder de Omgevingswet aangewezen als milieubelastende activiteiten. De activiteit opslaan van vloeibare brandstoffen in bunkerstations en grootschalig tanken van brandstoffen aan vaartuigen heeft geen aandachtsgebied. Dat wil zeggen dat er geen afweging hoeft plaats te vinden waarbij rekening wordt gehouden met het groepsrisico: een eventuele mogelijkheid van ongevallen met meer dan 10 dodelijke slachtoffers. Hoewel dus naar de letter van de wet geen sprake is van een aandachtsgebied, kan de omvang van het aandachtsgebied worden berekend volgens het voorgeschreven stappenplan [9]. In dit geval gaat het dan om een brandaandachtsgebied. Het aandachtsgebied is de omhullende contour van de effectgebieden1 van alle scenario’s. Figuur 5 toont het brandaandachtsgebied. Binnen het brandaandachtsgebied zijn geen personen aanwezig in kwetsbare of beperkt kwetsbare gebouwen. De inrichting heeft dan ook geen groeprisico. Ook de voorgaande QRA [10] kwam al tot deze conclusie.
1 Criterium
voor het effect is een warmtestraling van 10 kW/m2, Wanneer een mens daaraan 20 seconden wordt blootgesteld is de kans 1% dat hij overlijdt. Gevels (hout, kunststof) kunnen bij dit stralingsniveau in brand raken wanneer ze langdurig worden aangestraald.
14
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Figuur 5.
Brandaandachtsgebied van Megen (10 kW/m2 contour)
15
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
4 Conclusies 1. Het Besluit externe veiligheid inrichtingen is niet van toepassing op het bunkerstation. 2. De grenswaarde van het plaatsgebonden risico 10-6 per jaar wordt bepaald door de levering van benzine aan de pleziervaart en ligt enkele meters rond het afleverpunt. 3. De grenswaarde van het plaatsgebonden risico wordt niet overschreden ter plaatse van kwetsbare objecten, zoals woningen of woon-werkeenheden. 3. Het bunkerstation heeft geen groepsrisico. 4. Onder de Omgevingswet is de opslag van vloeibare brandstoffen in een bunkerstation een milieubelastende activiteit. Een dergelijk bunkerstation heeft geen aandachtsgebied. 5. Figuur 5 toont het brandaandachtsgebied, wanneer het zou worden berekend volgens het voorgeschreven stappenplan. Het brandaandachtsgebied ligt ca. 35 m op de oever. Deze afstand wordt bepaald door de overslag van benzine. Binnen het brandaandachtsgebied liggen geen kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten.
16
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Referenties 1.
Provincie Noord Holland
Besluit van Gedeputeerde Staten van Noord-Holland van 9 december 2014, nr. 502006/502021, tot vaststelling van de scheepsafmetingen en de vaarwegprofielen
2.
Ministerie I&M
Regeling Basisnet, 19 maart 2014, nr. IENM/BSK-2014/67724, Stcrt. 2014 nr. 8242
3.
Ministerie I&M
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) Staatsblad 2013, nr. 465
4.
RIVM
Handleiding risicoberekeningen Bevi Versie 4.3, 1 januari 2021
5.
RIVM
Handleiding risicoberekening transport (Hart) Versie 1.2, 11 januari 2017
6.
AVIV
Berekening locatiespecifieke scheepsschadefrequenties 20022011, Rapportnr. 122302, 2012
7.
IOV
BAG-Populatieservice, versie 2020-07 https://populatieservice.demis.nl
8.
Diverse leveranciers
Veiligheidsinformatiebladen gasolie, GTL fuels
9.
RIVM
Handboek omgevingsveiligheid, stappenplan berekening brandaandachtsgebied, 2020
10.
Schuchmann M.
Kwantitatieve risicoanalyse oliehandel A. van Megen BV Havenstraat 109r te Zaandam, BQSR Advies rapport 20130119
17
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Bijlage 1 Kenmerken beide bunkerschepen Onderdeel
Eigenschap
Waarde
Ligging van bunkerschip Voorzaan
LxB
27.5 * 7,5 m
afstand tot kade
12.5 m
dubbel-, enkelwandig
dubbelwandig
aantal tanks (Gasolie/GTL) gasolie/diesel benzine
4 1
volume per tank m3 gasolie/diesel 1 benzine
68 12
max. volume gasolie
272 m3
omgevingsomstandigheden
1 bedrijfswoning
Brandblussers j/n
Ja
vaste blusinstallatie j/n
Nee
LxB
78 * 10.5 m
afstand tot kade
15.5 m
dubbel-, enkelwandig
dubbelwandig
aantal tanks Gasolie
2
volume per tank
410 m3
max. volume gasolie
820 m3
omgevingsomstandigheden
2 bedrijfswoningen, opslag gasflessen en winkelvoorraad
Brandblussers j/n
Ja
vaste blusinstallatie j/n
nee
aantal beladingen
2x /week
Duur individuele lading
40 min.
diameter leiding/losslang
50 mm
lengte losslang
Circa 15 m
pompdebiet
400 liter per minuut
soort beveiliging
Dekwacht, Automatische overvulbeveiliging
aantal beladingen
2 x /maand
duur laden
5. uur
diameter leiding/losslang
6"
lengte losslang
20 m
pompdebiet
250-300m3/uur
soort beveiliging
Dekwacht, Automatische overvulbeveiliging bobs
aantal leveringen
4. x /week
aantal leveringen tegelijk
1
Ligging van bunkerschip Avo
Laden bunkerschip Voorzaan met tankwagens. Dit aantal is inclusief benzine
Laden bunkerschip Avo per schip (dit is alleen diesel)
Levering aan klanten direct ter plaatse bunkerschip
18
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Onderdeel
Eigenschap
Waarde
Voorzaan (benzine met name aan pleziervaart)
Duur enkele levering
0,25 uur
diameter leiding/slang
50 mm
lengte leiding/slang
7,5 m
pompdebiet
20 liter per minuut
soort beveiliging
dampretour Bunkerwacht met handmatige stopknop
Levering aan klanten direct ter plaatse bunkerschip Avo beroepsvaart diesel
Leurboten
Levering bunkerschip aan leurboten
Voorraadtank benzine
Vullen voorraadtank benzine
aantal leveringen
29. x /week
aantal leveringen tegelijk
1
Duur individuele levering
Circa 1 uur
diameter leiding/slang
3"
lengte leiding/slang
10 of 30. m
pompdebiet
100-150 m3/uur
soort beveiliging
Bunkerwacht met handmatige stopknop bobs
Aantal
3
type
N-open
volume
170, 120 en 100m3
ligging
Nabij bunkerschip, zie figuur 2
% tijd leurboot op ligplaats
50.%
boten aan de kadezijde?
laden aan vaarwegzijde
aantal leveringen
5. x /week
duur levering
1,5 uur
diameter leiding/slang
3"
lengte leiding/slang
10 of 0 m
pompdebiet
100-150.m3/uur
soort beveiliging
Bunkerwacht met handmatige stopknop BOBS
Volume m3
12
Locatie tank, opstelplaats tankwagen, afleverpunt schepen
Tank op Voorzaan, opstelplaats op de oever, zie figuur 2
aantal beladingen met tankwagen?
6 à 10 x /jaar
duur laden
ca. 20 min.
diameter leiding/losslang
50 mm
lengte losslang
Circa 25 m
Pompdebiet
400 liter/minuut
Overvulbeveiliging
Bewaking met noodknop
19
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Onderdeel
Diversen
Eigenschap
Waarde
Tankwagen aanwezig op opstelplaats per belading?
Ca. 45 min (meestal een kwartier tot een half uur langer dan het verladen zelf)
Aantal gasflessen in opslag en opslaglocatie: 18 stuks (a 20liter). Deze zullen aan boord van de Avo uitpandig opgesteld worden in een opslag welke aan drie zijden afgeschermd zal zijn, de open zijde is gericht naar het kanaal Er meren geen kegelschepen af
20
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Bijlage 2. Scenariotabellen Scenario’s vrijkomen gasolie na aanvaring Toestand
Scenario
Tijdsfractie
Freq. Aanvaring [/jr]
Lekgrootte
Kans lek
Stationair AVO + Voorzaan
Aanvaring
0.81
1.9E-05
15% 50%
Stationair leurboot Leverend aan klant (gasolie) Laden gasolie
Aanvaring Aanvaring
Aanvaring
0.35 0.17
0.01
5.2E-06
Uitstroming [ton]
Uitstroomtijd [sec]
Ontsteking kans
0.006
44.6
1800
0.01
9.1E-10
0.0015
148.8
1800
0.01
2.3E-10
20%
0.2
24.7
1800
0.01
3.7E-09
50%
0.1
61.7
1800
0.01
1.8E-09
+BOBS
0.24
30
0.01
3.2E-08
-BOBS, + noodstop
1.0
120
0.01
2.9E-11
-BOBS, - noodstop
14.5
1800
0.01
3.24E-12
15%
0.006
16.3
1800
0.01
2.5E-11
50%
0.0015
54.5
1800
0.01
6.3E-12
2.8E-05
2.8E-05
Freq. brand [/jr]
Scenario’s vrijkomen benzine tijdens levering aan schip
Leverend aan klant (benzine)
Uren per jaar
Freq. Slangbreuk /uur
Veiligheid
Kans
Debiet (kg/s)
Uitstroming [ton]
Uitstroomtijd [sec]
Freq. Vrijkomen /jr
Ontsteking kans direct
60
4.E-06
noodstop
0.9
0.33
0.04
120
2.2E-04
0.065
-
0.1
0.33
0.60
1800
2.2E-5
0.065
21
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Scenario’s aanwezigheid tankwagen met benzine
Tankwagen aanwezig
Uren per jaar
Scenario
Freq. /jr
Kans
Freq. /jr
Uitstroming [ton]
Uitstroomtijd [sec]
Ontsteking kans direct
6
Instantaan
1E-05
0.9
6.8E-09
36.8
nvt
0.065
Continu grootste aansluiting
5E-07
0.1
3.4E-10
9.4
1800
0.065
Scenario’s overslag benzine van tankwagen naar tank Voorzaan
Overslag
Uren per jaar
Scenario
Freq. /uur
Veiligheid
Kans
Freq. /jr
Uitstroming [ton]
Uitstroomtijd [sec]
Ontsteking kans direct
3
slangbreuk
4E-06
Operator
0.9
1.1E-05
0.8
120
0.065
0.1
1.2E-06
12.0
1800
0.065
Lek 5 mm
4E-05
1.2E-04
0.079
1800
0.065
Brand onder tankwagen domino plasbrand 551 m2
5.8E-09
1.7E-08
nvt
nvt
nvt
22
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Coördinaten uitstroomlocaties benzine Naam
X
Y
Opstelplaats tankwagen
117445
493254
Midden slangverbinding
17453
493257
Afleverpunt schepen
117460
493270
Toelichting op de risicomodellering
De kans op ontsteking van een gasolie spill is voor stationaire installaties gelijk aan nul [4]. Dat betekent dat analoog aan de scenario’s voor de risicoberekening van transport alleen een ontstekingskans van 0.01 is verondersteld voor scenario’s met een aanvaring. De vloeistof komt bij aanvaring vrij aan de vaarwegzijde van het aangevaren schip of tussen het bunkerschip en het bunkerende schip. De spreiding van de vloeistof is dan gericht naar de vaarwegzijde (vloeistof kan niet “door het schip heen”). Voor de risicoberekening is het centrum van de plasbrand daarom een halve plasdiameter (bij een “early pool fire”) verplaatst richting vaarwegzijde. De resulterende frequenties voor een gasoliebrand zijn zeer laag, in de orde van 1E-08 of lager. Scenario’s met een frequentie kleiner dan 1E-09 per jaar worden normaliter niet in een QRA beschouwd. Hier zijn ze in de berekening gehouden ter illustratie. Het risico wordt bepaald door de activiteiten met benzine. Bij een grote lekkage op de kade kan een plasbrand ontstaan. Voor een onbeperkt spreidende plas berekent het model bij instantaan vrijkomen een plas met een diameter van ca. 110 m. In dit geval is een dergelijke modellering niet adequaat.
De spreiding van de plas wordt aan de westzijde belemmerd door de groenvoorziening, aan de oostzijde zal een deel van de vrijgekomen vloeistof afstromen naar de vaarweg en zich daar tussen de schepen verspreiden, zie de afbeelding hiernaast. Hier is verondersteld dat bij instantaan vrijkomen 50% van de vloeistof hetzij wegstroomt richting vaarweg, hetzij geabsorbeerd wordt in de groenvoorziening. De plasbrand is daarom begrensd tot een diameter van 26.5 m met een laagdikte van 5 cm (oppervlakte 551 m2). Theoretisch is de brandduur dan ca. 6 minuten. Het zal duidelijk zijn dat de omgeving (groen, scheepsonderdelen) een belangrijke rol zal spelen in de brandvoortplanting. Dat is echter geen onderwerp van een QRA.
23
2021/24642 Risicoanalyse / Bunkerstation A. van Megen Zaandam
Voor de berekening wordt gasolie beschreven met de voorbeeldstof n-nonaan (dichtheid 725.9 kg/m 3), benzine met de voorbeeldstof n-hexaan (dichtheid 668.5 kg.m3). De openingstijden van het bunkerstation zijn weekdagen 7-23 uur en weekends 7-19 uur. Dit zijn 104 uren per week, waarvan 73.5 uur gedurende de meteorologische dag en 30.5 gedurende de meteorologische nacht. De dag/nacht fracties voor de berekening zijn derhalve 0.707/0.293. Deze verhouding is gehanteerd voor de scenario’s waarbij een klant wordt aangevaren.
24