Bijlage 1 Reglement RvT OVO Zaanstad
Tekst van het document
2020/8782
SL/AM/60010118 VAN DOORNE N.V.
REGLEMENT RAAD VAN TOEZICHT STICHTING OPENBAAR VOORTGEZET ONDERWIJS ZAANSTAD
De Raad van Toezicht van de stichting: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad, statutair gevestigd te Zaanstad, met adres: 1506DE Zaandam, Stationsstraat 77, ingeschreven in het handelsregister van de Kamer van Koophandel onder dossiernummer: 34239246, hierna te noemen: de "Stichting", in aanmerking nemende dat: A)
de interne bestuursstructuur van de stichting thans bestaande uit de volgende organen: een College van Bestuur, dat het bestuur is in de zin van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek; en een Raad van Toezicht.
B)
de Stichting scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs in de gemeente Zaanstad in stand houdt;
besluit, met inachtneming van de statuten van de Stichting zoals laatstelijk vastgesteld bij akte van statutenwijziging de dato vierentwintig oktober tweeduizend elf en na overleg met het College van Bestuur, het navolgende reglement voor de Raad van Toezicht vast te stellen: Artikel 1. Begripsbepalingen 1.1
In dit reglement wordt verstaan onder: (a) "Bevoegd gezag": de Stichting, daarbij vertegenwoordigd door het CvB; (b) "CvB": het College van Bestuur van de Stichting, als bedoeld in artikel 6 van de Statuten; (c) "gemeenteraad": de gemeenteraad van de gemeente Zaanstad; (d) "RvT": de Raad van Toezicht van de Stichting, als bedoeld in artikel 10 van de Statuten; (e) "school": een onder de Stichting ressorterende school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; (f) "Stafbureau": het ondersteunende en dienstverlenende bureau van de Stichting; (g) "Statuten": de Statuten van de Stichting; (h) "Stichting": de stichting: Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad, statutair gevestigd te Zaanstad, met adres: 1506 JD Zaandam, Vincent van Goghweg 42, ingeschreven in het handelsregister van de Kamers van Koophandel onder dossiernummer: 34239246; (i) "Wvo": de Wet op het voortgezet onderwijs;
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
1
2020/8782
(j)
"Vestigingsdirecteur": een directeur van een onder de Stichting ressorterende school voor voortgezet onderwijs.
Artikel 2. Positionering RvT 2.1
Het CvB bestuurt, met inachtneming van de doelstelling en middelen zoals verwoord in de Statuten van de Stichting en voert als vertegenwoordigingsbevoegd orgaan van de Stichting het Bevoegd gezag over de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden, een en ander met inachtneming van de wet- en regelgeving. De RvT houdt toezicht op het beleid van het CvB en de algemene gang van zaken in de stichting en staat het CvB met raad terzijde en is daarbij onafhankelijk jegens de Stichting.
2.2
De RvT vervult in het kader van zijn toezichthoudende functie de volgende rollen: – bewaken van het normatief kader van de Stichting en de door haar in stand gehouden scholen (governance en control); – bieden van ondersteuning aan de leden van het CvB (guidance); – werkgever van het CvB.
2.3
Het CvB is als bestuur van de Stichting belast met het besturen van de Stichting en het vaststellen van het beleid van de Stichting. De RvT heeft op grond van het bepaalde in de Statuten de bevoegdheid bepaalde besluiten van het CvB goed te keuren danwel, indien de RvT de voorgenomen besluiten van het CvB niet in het belang van de Stichting en de met de Stichting verbonden Scholen acht, rekening houdend met de hierna onder 2.4 bedoelde belangen, af te keuren. Het goedkeuringsrecht houdt niet in een recht van amendement.
2.4
De RvT toetst of het CvB bij zijn beleidsvorming en de uitvoering van zijn taken en bevoegdheden oog houdt op het belang van de stichting in relatie tot de maatschappelijke functie en karakter van de Stichting. De RvT verdiept zich daarbij in de cultuur van de organisatie. Voorts toetst de RvT of het CvB een zorgvuldige en evenwichtige afweging heeft gemaakt van de belangen van allen die bij de Stichting betrokken zijn en het belang van de samenleving. De RvT houdt daarbij mede toezicht op het onderlinge functioneren van het CvB en de wijze waarop het CvB leiding geeft aan het personeel. De RvT richt zich bij de vervulling van zijn taken en bevoegdheden naar het belang van de Stichting, het belang van de scholen die door de Stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving.
2.5
In aanvulling op het interne toezicht door de RvT, kan de gemeenteraad zich vanuit zijn wettelijke taak en verantwoordelijkheden voor het openbaar onderwijs wenden tot het CvB van de Stichting. De gemeenteraad is bevoegd in geval van ernstige taakverwaarlozing door het CvB of het functioneren van het CvB in strijd met de Wvo, zelf te voorzien in het bestuur van een school of scholen en zo nodig de Stichting te ontbinden. Conform het bepaalde in artikel 11 lid 4 sub c van de Statuten kan de gemeenteraad slechts overgaan tot het uitoefenen van de hiervoor bedoelde bevoegdheid, indien aan de parameters wordt voldaan als opgenomen in het document dat als Annex 1 aan dit reglement gehecht en onlosmakelijk onderdeel deel uitmaakt van dit reglement.
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
2
2020/8782
Artikel 3. Taken en bevoegdheden RvT 3.1
In aanvulling op het bepaalde in de statuten rekent de RvT de volgende taken en bevoegdheden in ieder geval tot zijn verantwoordelijkheid: − het zorg dragen voor een goed functioneren van het CvB (door benoeming, beoordeling en ontslag van (leden van) het (plaatsvervangend) CvB; − het vaststellen van de bezoldiging en kostenvergoedingen van de leden van het CvB, met inachtneming van het bepaalde in de CAO-VO, − het zorg dragen voor een goed functionerend intern toezicht; − het functioneren als adviseur en klankbord voor het CvB; − het houden van integraal toezicht op het beleid van het CvB en de algemene gang van zaken binnen de stichting; − het beoordelen en indien dit statutair is voorgeschreven goedkeuren van de besluiten van het CvB.
3.2
De RvT ziet overeenkomstig het bepaalde in artikel 11 van de Statuten in het bijzonder toe op: – de verwezenlijking van de grondslag en de doelstelling van de Stichting, het bereiken van de doelen en gewenste resultaten en het belang van de samenleving; – de naleving door het CvB van de wettelijke verplichtingen en de geldende beginselen voor goed bestuur en de verantwoording inzake eventuele afwijkingen; – de instandhouding van de scholen en algemene financiële gang van zaken, daaronder ook begrepen het toezien op de rechtmatige verwerving en de doelmatige, efficiënte en rechtmatige bestemming en aanwending van de financiële middelen, alsmede toezien op het functioneren van het interne financieel risicobeheersingssysteem; en – de leerresultaten en onderwijsopbrengsten op de scholen en het functioneren van het door het CvB gehanteerde kwaliteitszorgsysteem.
3.3
De RvT ziet er daarnaast op toe dat de uitvoering van het beleid van het CvB strookt met de vastgestelde en goedgekeurde meerjarenbeleidsplannen en de (meerjaren)begroting. De RvT en het CvB maken daarbij afspraken over de ijkpunten die door de RvT worden gehanteerd.
3.4
De RvT legt extern verantwoording af over zijn handelen door verslag te doen van zijn werkzaamheden in het jaarverslag van de stichting. Hij verschaft daarbij inzicht op welke wijze de stichting aan intern gehouden toezicht vorm geeft.
Artikel 4. Benoeming, samenstelling RvT en profielschets 4.1
De RvT bestaat uit een door de RVT zelf te bepalen aantal van ten minste drie en ten hoogste vijf natuurlijke personen. Leden van de RvT dienen doel, openbaar karakter en grondslag van de Stichting te onderschrijven.
4.2
De leden van de RvT worden benoemd door de gemeenteraad, met inachtneming van de in de Wvo genoemde en in de Statuten van de Stichting uitgewerkte voordrachtsrechten van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad, de oudergeleding van de medezeggenschapsraad en de RvT.
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
3
2020/8782
4.3
Voordracht en de uiteindelijke benoeming door de gemeenteraad vinden plaats aan de hand van een kenbare werving- en selectieprocedure en naar aanleiding van door de RvT vast te stellen profielschetsen waarin de kwaliteiten, deskundigheden en/of de hoedanigheden waaraan het lid van de RvT moet voldoen, zijn vastgelegd. De werving- en selectieprocedure en de profielschetsen zijn vastgelegd in Annex 2 en maken onlosmakelijk onderdeel uit van dit reglement.
4.4
De voorzitter van de RvT wordt in functie benoemd, aan de hand van de voor de voorzitter van de RvT vastgestelde werving- en selectieprocedure en profielschets, welke eveneens zijn opgenomen in Annex 2.
Artikel 5. Rooster van aftreden 5.1
De RvT stelt een zodanig rooster van aftreden vast dat een lid van de RvT na benoeming ingevolge de Statuten zitting heeft voor een periode van maximaal vier jaar.
5.2
Het rooster van aftreden wordt zodanig ingericht dat de continuïteit in de samenstelling van de RvT gewaarborgd is.
5.3
Het rooster van aftreden is als Annex 3 aan dit reglement gehecht en maakt onlosmakelijk onderdeel uit van dit reglement.
5.4
Een volgens rooster aftredend lid van de RvT is ingevolge de Statuten eenmaal terstond herbenoembaar. Herbenoeming vindt niet automatisch plaats, rekening houdende met de omstandigheid dat niemand langer dan acht jaar aaneengesloten lid van de RvT kan zijn.
5.5
Bij een voorgenomen besluit tot herbenoeming beraadt de RvT zich op het profiel voor de betreffende zetel en op het functioneren van het aftredend lid en voegt zijn bevindingen bij het verzoek om advies aan het CvB inzake de voorgenomen herbenoeming.
Artikel 6. Aftreden, schorsing en ontslag 6.1
Een lid van de RvT treedt af in geval van de redenen voor ontslag zoals verwoord in artikel 12 lid 13 van de Statuten van de Stichting aanwezig zijn.
6.2
Indien de RvT van oordeel is dat een van de redenen als genoemd in artikel 12 lid 13 van de Statuten aanwezig is en het betreffende lid van de RvT niet eigener beweging aftreedt, kan de RvT bij de gemeenteraad een verzoek indienen over te gaan tot ontslag conform artikel 12 lid 12 van de Statuten van de Stichting. De RvT kan het betreffende lid van de RvT schorsen overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 lid 10 van de Statuten.
6.3
Bij de jaarlijkse evaluatie van de RvT als bedoeld in artikel 12 van dit reglement, gaan de leden van de RvT na of zij nog aan de kwaliteitseisen en/of selectiecriteria voldoen. Daarbij gaan de leden van de RvT na of de hoofdfunctie en de eventuele nevenfunctie(s) die de leden van de RvT uitoefenen passen binnen de kwaliteitseisen en/of selectiecriteria.
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
4
2020/8782
6.4
Indien een lid van de RvT vaststelt dat hij niet meer aan een kwaliteitseis en/of selectiecriterium voldoet, meldt het betreffende lid dit aan de voorzitter van de RvT. De voorzitter van de RvT oordeelt of het niet langer voldoen aan de betreffende kwaliteitseis(en) en/of selectiecriterium in strijd is met de kwaliteitseisen en/of selectiecriteria op basis waarvan het betreffende lid van de RvT is aangetrokken of benoemd. De RvT besluit of het wenselijk is dat het betreffende lid van de RvT dient te defungeren. Het bepaalde in artikel 6.2 van dit reglement is alsdan van overeenkomstige toepassing.
6.5
Voor zover bovenstaande de voorzitter van de RvT zelf betreft, komen bovenstaande taken de plaatsvervangend voorzitter toe, waarbij geldt dat in lijn met het feit dat benoeming van de leden van de RvT plaatsvindt door de gemeenteraad, het besluit omtrent de wenselijkheid tot defungeren van de voorzitter van de RvT indien zich een situatie als bedoeld in artikel 6.4 voordoet, wordt genomen in overleg met de gemeente Zaanstad, te dezen vertegenwoordigd door de wethouder onderwijs, danwel een andere afgevaardigde.
6.6
Over een eventueel naar buiten treden over de schorsing of het ontslag zullen tevoren door de RvT, het betreffende lid van de RvT en het CvB, ingeval van ontslag al dan niet in samenspraak met de gemeenteraad, een gedragslijn worden overeengekomen.
Artikel 7. Werkwijze en besluitvorming 7.1
De RvT kan uit zijn midden een plaatsvervangend voorzitter en één of meer portefeuillehouders benoemen. De RvT kan desgewenst een onderlinge verdeling van aandachtsgebieden afspreken. Een eventuele verdeling van aandachtsgebieden laat echter de verantwoordelijkheid voor het integrale toezicht door de RvT en de verantwoordelijkheid van het CvB op dat aandachtsgebied onverlet.
7.2
De besluitvorming van de RvT vindt behoudens in bijzondere gevallen plaats tijdens de vergaderingen van de RvT, die worden geconvoceerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 13 van de Statuten van de Stichting. In ieder geval worden besluiten tot het verlenen van goedkeuring aan de in artikel 8 lid 5 en lid 6, artikel 17 lid 1, artikel 18 lid 1 en artikel 19 lid 1 van de Statuten genoemde besluiten van het CvB genomen tijdens vergaderingen van de RvT, behoudens voorzover de spoedeisendheid van een besluit dit niet toelaat.
7.3
De leden van het CvB zijn in de regel aanwezig bij de vergaderingen van de RvT, tenzij de RvT aangeeft zonder het CvB te willen vergaderen. Ingeval het CvB niet bij de vergadering aanwezig is, zal de voorzitter na afloop van de vergadering het CvB in grote lijnen op de hoogte stellen van het besprokene.
7.4
In de regel bereidt het CvB de vergaderingen van de RvT, in overleg met de voorzitter van het RvT, voor. Besluiten van het CvB die de goedkeuring van de RvT behoeven, worden schriftelijk en met redenen omkleed geagendeerd.
7.5
In de administratieve ondersteuning van de RvT wordt voorzien door of vanwege het CvB, die tevens zorgdraagt voor een adequate archivering van de bescheiden van de RvT. Het archief van de RvT is te allen tijde toegankelijk voor de leden van de RvT.
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
5
2020/8782
Artikel 8. Informatievoorziening 8.1
De RvT krijgt van het CvB periodiek informatie over de realisatie van de afspraken in het kader van het meerjarenbeleidsplan en het jaarplan. Het CvB en de RvT bespreken ten minste twee keer per jaar de prestatieafspraken en de daaruit voortvloeiende resultaten. Er worden tussen het CvB en de RvT prestatieafspraken afgesproken terzake de navolgende onderwerpen: onderwijs; personeel; organisatie; en middelen.
8.2
Afgezien van een periodieke terugkoppeling - te weten ten minste twee keer per jaar - over de prestatieafspraken houdt het CvB de RvT op de hoogte met betrekking tot: – ontwikkelingen op het gebied van de positionering en de strategie van de Stichting; – aangelegenheden, voor de formele besluitvorming waarvan het CvB de goedkeuring van de RvT behoeft; – problemen en conflicten van enige betekenis in de organisatie; – problemen en conflicten van enige betekenis in de relatie met derden, waaronder in ieder geval mede begrepen de overheid en enige samenwerkingsverbanden, in het bijzonder Coöperatief Samenwerkingsverband Passend Onderwijs VO Zaanstreek U.A.; – belangwekkende gerechtelijke procedures; – kwesties, waarvan verwacht kan worden dat zij in de publiciteit komen; en – ontwikkelingen die voor de uitoefening van de taak van de RvT van belang zijn.
8.3
De RvT kan van het CvB en de externe accountant alle informatie verlangen die de RvT behoeft om zijn taak als toezichthoudend orgaan naar behoren te kunnen uitoefenen.
Artikel 9. Integriteit, tegenstrijdig belang, belangenverstrengeling, onverenigbaarheden en nevenfuncties 9.1
De RvT ziet erop toe dat het gedrag en de kernwaarden binnen de Stichting zijn geborgd, alsmede dat er sprake is van een integriteitsbeleid en een klachtenregeling.
9.2
Het functioneren van een lid van de RvT wordt gekenmerkt door integriteit en een onafhankelijke opstelling. Dit betekent dat hij in de uitoefening van de functie op geen enkele wijze een persoonlijk of zakelijk belang heeft bij de Stichting.
9.3
De RvT stelt indien nodig nader vast met welke betrokkenheid, achtergrond of functie het lidmaatschap van de RvT onverenigbaar is.
9.4
Elke vorm en schijn van belangenverstrengeling van leden van de RvT die de uitoefening van hun taak kunnen beïnvloeden, wordt vermeden. De RvT bewaakt dat.
9.5
Een lid van de RvT meldt een (potentiele) belangenverstrengeling of (potentieel) (persoonlijk) tegenstrijdig belang dat van betekenis is voor de Stichting en/of voor het betreffende lid van de
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
6
2020/8782
RvT terstond aan de voorzitter van de RvT en verschaft alle daarover alle relevante informatie. Indien de voorzitter van de RvT een (potentiele) belangenverstrengeling of (potentieel) (persoonlijk) tegenstrijdig belang heeft dat van materiele betekenis is voor de Stichting en/of voor zichzelf, meldt de voorzitter van de RvT dit terstond aan de plaatsvervangend voorzitter van de RvT en verschaft daarover alle relevante informatie. De RvT beslist of er sprake is van een zodanige belangenverstrengeling of tegenstrijdig belang dat deelname van het betreffende lid van de RvT aan de beraadslaging en besluitvorming over het onderwerp waarbij zich de belangenverstrengeling of het tegenstrijdig belang voordoet redelijkerwijs ongeoorloofd is. Aan de beoordeling van de RvT of sprake is van een zodanige belangenverstrengeling of tegenstrijdig belang als hiervoor bedoeld neemt het betreffende lid van de RvT niet deel.
9.6
Indien de RvT oordeelt dat sprake is van een zodanige belangenverstrengeling of tegenstrijdig belang dat deelname aan de beraadslaging en besluitvorming niet geoorloofd is, neemt het betrokken lid niet deel aan de discussie en besluitvorming over het onderwerp waarbij hij (persoonlijke) tegenstrijdige belangen of een verstrengeling van belangen heeft. Een lid van de RvT verlaat de vergadering bij discussie en besluitvorming over het onderwerp waarbij dat lid een (persoonlijk) tegenstrijdig belang of een verstrengeling van belangen heeft.
9.7
De leden van de RvT behalen persoonlijk geen voordelen uit transacties of andere handelingen die zij namens de Stichting verrichten. Evenmin verstrekken zij of bieden zij oneigenlijke voordelen aan personen met wie zij transacties namens de Stichting verrichten. Elke vorm of schijn van persoonlijke bevoordeling dan wel belangenverstrengeling tussen enig lid van de RvT en de Stichting moet worden vermeden.
9.8
Voor het aanvaarden van een (andere) hoofdfunctie en/of een nevenfunctie en/of nevenactiviteit meldt het betreffende lid van de RvT dit voornemen aan de voorzitter van de RvT. De voorzitter van de RvT gaat na of de aanvaarding van de betreffende functie niet in strijd is met de kwaliteitseisen en/of selectiecriteria op basis waarvan het betreffende lid van de RvT is aangetrokken of benoemd en aldus mogelijk van invloed zou kunnen zijn op het functioneren als lid van de RvT. Voor zover het de voorzitter van de RvT zelf betreft, komen bovenstaande taken de plaatsvervangend voorzitter toe. In dat geval wordt tevens melding gemaakt van de aanvaarding van een (andere) hoofdfunctie en/of een nevenfunctie en/of nevenactiviteit door de voorzitter van de RvT aan de gemeenteraad.
9.9
Indien en voor zover de voorzitter van mening is dat het aanvaarden van een (andere) hoofdfunctie en/of een nevenfunctie en/of nevenactiviteit ertoe leidt dat bij een lid van de RvT een (potentiele) belangenverstrengeling of (potentieel) (persoonlijk) tegenstrijdig belang dat van betekenis is voor de Stichting en/of voor het betreffende lid van de RvT ontstaat, geldt het bepaalde in artikel 9.5 en 9.6. Indien sprake is een structurele belangenverstrengeling of tegenstrijdig belang, verzoekt de voorzitter van de RvT het betreffende lid van de RvT de (andere) hoofdfunctie en/of een nevenfunctie en/of nevenactiviteit te weigeren en/of van die (andere) hoofdfunctie en/of nevenfunctie en/of nevenactiviteit te defungeren. Indien dit niet mogelijk is, verzoekt de voorzitter van de RvT het betreffende lid van de RvT te defungeren. Indien het betreffende lid van de RvT hiertoe niet uit eigener beweging over gaat, geldt het bepaalde in artikel 6.2. Er is sprake van een structurele belangenverstrengeling of tegenstrijdig belang als bedoeld in dit lid indien het betreffende lid van de RvT gedurende een jaar niet in staat is deel te nemen aan de beraadslaging en besluitvorming binnen de vergaderingen van de
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
7
2020/8782
RvT. . Voor zover het de voorzitter van de RvT zelf betreft, komen bovenstaande taken de plaatsvervangend voorzitter toe. In dat geval wordt tevens melding gemaakt van de (structurele) belangenverstrengeling of het tegenstrijdig belang van de voorzitter van de RvT aan de gemeenteraad. 9.10 De leden van de RvT betrachten openheid over al hun eventuele nevenfuncties die mogelijk van invloed zijn op hun functioneren als lid van de RvT, alsmede eventuele wijzigingen in deze nevenfuncties. De leden van de RvT vermelden dergelijke nevenfuncties in het jaarverslag. Artikel 10. Onkostenvergoeding en scholingsplan 10.1 De leden van de RvT kunnen worden gehonoreerd voor de uitoefening van hun functie. De honorering wordt, indien van toepassing, jaarlijks vastgesteld, met inachtneming van de regels die de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) vaststelt. 10.2 De Stichting zal de door de voorzitter en de leden van de RvT ten behoeve van de Stichting gemaakte onkosten aan hen vergoeden. 10.3 Als richtsnoer voor de aard en omvang van een eventuele honorering en de onkostenvergoedingen gelden de regels die de Vereniging van Toezichthouders in Onderwijsinstellingen (VTOI) vaststellen voor toezichthouders bij onderwijsinstellingen. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de aan de leden van de RvT toegekende vergoedingen.
10.4 De RvT kan een scholingsplan vaststellen ter bevordering van de deskundigheid van de RvT en de individuele leden. De aan het scholingsplan verbonden kosten dienen te passen binnen de functie van de Stichting. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de aan het scholingsplan verbonden kosten. Artikel 11. Commissies 11.1 Auditcommissie De RvT stelt een auditcommissie in. Onder handhaving van de integrale verantwoordelijkheid van de volledige RvT is de auditcommissie in het bijzonder belast met het voorbereiden van toezicht op de interne beheersing, financiële verslaggeving met betrekking tot de Stichting en de door de Stichting in stand gehouden scholen en naleving van de wet- en regelgeving op het gebied van de jaarverslaggeving. De functie en werkwijze van de auditcommissie is vastgelegd in een reglement Auditcommissie, dat als Annex 4 aan dit reglement is gehecht en onlosmakelijk onderdeel uitmaakt van dit reglement 11.2 Remuneratiecommissie De RvT kan - al dan niet tijdelijk - een remuneratiecommissie instellen. Onder handhaving van de integrale verantwoordelijkheid van de volledige RvT, kan de remuneratiecommissie de RvT ondersteunen met het belonings- en vergoedingsbeleid alsmede met de benoemingsprocedure, werving, selectie en voordracht van de leden van de RvT en het CvB.
Indien tot instelling van een remuneratiecommissie wordt overgegaan, worden de functie en werkwijze van de remuneratiecommissie door de RvT vastgelegd in een reglement Remuneratiecommissie, dat
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
8
2020/8782
alsdan als Annex 5 aan dit reglement wordt gehecht en onlosmakelijk onderdeel zal uitmaken van dit reglement. 11.3 Overige commissies De RvT kan ook één of meer andere commissies instellen ter ondersteuning van zijn werkzaamheden. Indien tot instelling van een commissie wordt overgegaan, worden de functie en werkwijze van de commissie door de RvT vastgelegd in een reglement, dat alsdan aan dit reglement wordt gehecht en onlosmakelijk onderdeel zal uitmaken van dit reglement. Artikel 12. Evaluatie, functionering en beoordeling 12.1 Eenmaal per jaar wordt een vergadering van de RvT gehouden in welke vergadering het functioneren van de RvT als zodanig wordt geëvalueerd, alsmede van het functioneren van de individuele leden van de RvT. Bij de evaluatie wordt betrokken het collectieve, maar ook het individuele optreden van de leden van de RvT terzake uitingen en/of publicaties en/of anderszins - in de media en/of anderszins openbaar - in relatie tot de positie van de Stichting. Voorts wordt ten minste eenmaal per jaar een vergadering van de RvT gehouden, in welke vergadering het onderling functioneren van de RvT en het CvB wordt geëvalueerd. Deze vergadering kan worden gecombineerd met de in het vorige lid bedoelde vergadering.
12.2 Het CvB is in beginsel bij deze vergadering(en) aanwezig, tenzij ten minste [twee] of meer leden van de RvT kenbaar maken (een deel van de vergadering) niet in het bijzijn van het CvB plaats te laten vinden. De voorzitter van de RvT verzoekt het CvB tevoren of er zijnerzijds aandachtspunten in de evaluatie zowel met betrekking tot zijn eigen functioneren als met betrekking tot het functioneren van de RvT zijn die in de evaluatie betrokken dienen te worden. De voorzitter van de RvT doet van de uitkomst van de evaluatie verslag aan (de individuele leden van) het CvB. 12.3 Twee leden uit de RvT gezamenlijk, houden ten minste één maal per jaar een functioneringsgesprek met elk der leden van het CvB. Een zakelijke weergave van dit gesprek wordt schriftelijk vastgelegd. 12.4 De RvT kan voor de leden van het CvB een beoordelingsregeling vaststellen, met daarin opgenomen beoordelingscriteria en maatregelen. Beoordelingsgesprekken op basis van deze regeling met de leden van het CvB worden eveneens gevoerd door twee leden van de RvT gezamenlijk. Een zakelijke weergave van een beoordelingsgesprek wordt schriftelijk vastgelegd. Deze twee leden van de RvT brengen een advies omtrent beoordeling en toepassing van beoordelingsmaatregelen uit aan de RvT.
12.5 De schriftelijke weergave(n) van een functioneringsgesprek, dan wel een beoordelingsgesprek worden in een vergadering van de RvT besproken. 12.6 De RvT gaat in de jaarlijkse evaluatie van zijn functioneren tevens na of dit reglement nog aan de daaraan te stellen criteria voldoet. De voorzitter vraagt daarover tevoren de mening van het CvB.
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
9
2020/8782
Artikel 13. Conflictenregeling 13.1 Indien het CvB, danwel de RvT concludeert dat sprake is van een conflict tussen de beide organen, niet zijnde een arbeidsconflict tussen het CvB en de Stichting, als gevolg van de bevoegdheid van de RvT om voorgenomen besluiten van het CvB goed te keuren, danwel af te keuren, wordt als volgt gehandeld. Indien de RvT besluit een voorgenomen besluit van het CvB af te keuren, zullen het CvB en de RvT in eerste instantie in onderling overleg proberen tot overeenstemming te komen, waarbij het CvB het voorgenomen besluit nader onderbouwd en de vraag behandeld wordt of de RvT in redelijkheid zijn goedkeuring heeft onthouden. De RvT kan zijn goedkeuring slechts onthouden indien de RvT van mening is dat het voorgenomen besluit niet in het belang is van de Stichting en de met haar verbonden Scholen. De RvT dient de afkeuring schriftelijk gemotiveerd aan het CvB te overleggen. 13.2 Indien het CvB en de RvT een blijvend verschil van inzicht hebben en niet in onderling overleg tot overeenstemming kunnen komen, wijzen het CvB en de RvT ieder een deskundige aan, die op hun beurt gezamenlijk een onafhankelijke deskundige aanwijzen. De deskundigen en de onafhankelijke deskundige vormen gezamenlijk een adviescommissie. De adviescommissie zal, gehoord het CvB en de RvT, een bindend advies uitbrengen.
Dat advies zal uiteraard niet in strijd zijn met wet- en regelgeving die op de Stichting van toepassing is. Het bindend advies komt tot stand door een besluit van de adviescommissie dat bij meerderheid van stemmen, met inachtneming van de redelijke belangen van alle betrokkenen en stakeholders, wordt genomen. Indien en voor zover de stemmen staken binnen de adviescommissie, kan de onafhankelijke deskundige besluiten een doorslaggevende stem uit te brengen. Het CvB en de RvT volgen het bindend advies van de adviescommissie. Artikel 14. Slot 14.1 Dit reglement kan worden gewijzigd door een besluit van de RvT. Over een voorgenomen wijziging wordt tevoren het advies van het CvB ingewonnen. 14.2 In gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist de RvT met inachtneming van wettelijke bepalingen en de statuten. Dit reglement dient als aanvulling op de statuten van de stichting en op de regels die op de RvT op grond van Nederlands recht van toepassing zijn. Waar dit reglement strijdig is met Nederlands recht of de statuten, zullen deze laatsten prevaleren. 14.3 Indien een van de bepalingen uit dit reglement niet of niet meer geldig is, tast dit de geldigheid van de overige bepalingen niet aan.
De RvT zal in dat geval de ongeldige bepalingen vervangen door geldige bepalingen waarvan het effect, gegeven de inhoud en strekking daarvan, zoveel mogelijk gelijk is aan die van de ongeldige bepalingen. Aldus na advies te hebben ingewonnen van het CvB, vastgesteld in de vergadering van de RvT te Zaandam op 5 februari 2015.
reglement RvT Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Zaanstad
10