B&W besluitnota Reactie Zaanstreek-Waterland op de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021
Tekst van het document
2021/19373
B&W-voorstel en besluitnota Registratiedatum Opsteller
12-08-2021
d.d. B&W
D. Peters
24-08-2021
Contact
06 1589 7109 Agendapunt A4
Portefeuille Externe betrekkingen
Registratienummer Bestuurlijk behandelvoorstel 2021/19366
J. Hamming H. Krieger
Laatst 25-8-2021 11:54:00 A besluit gewijzigd Onderwerp Reactie Zaanstreek-Waterland op de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021 Gevraagd besluit 1. Kennis te nemen van de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021; 2. In te stemmen met de gezamenlijke reactie namens de deelregio Zaanstreek-Waterland op de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021; 3. De gezamenlijke reactie op de MRA Samenwerkingsafspraken voor een zienswijze voor te leggen aan de raad; 4. Daarbij de intentie uit te spreken dat eventuele aanvullende wensen en opvattingen van de raad door het college worden samengevat in een raadsinformatiebrief die als bijlage zal worden meegestuurd met de reactiebrief; 5. Indien de raad een positieve zienswijze geeft het besluit als genomen te beschouwen. Geheimhouding op grond van de Gemeentewet Openbaar Kernverhaal In 2018-2019 is de bestuurlijke samenwerking van de MRA geëvalueerd. In juli 2019 verscheen het evaluatieonderzoek ‘Meer richting en resultaat’ met diverse aanbevelingen. De Regiegroep heeft vervolgens in december 2020 een bestuurlijke transitiecommissie ingesteld, onder leiding van burgemeester Halsema van Amsterdam, om de aanbevelingen uit te werken. In het voorjaar heeft de commissie het stuk ‘Metropool van grote klasse’ (9 maart 2021) ter consultatie aan de MRA-partijen voorgelegd.
Er zijn in de regio Zaanstreek-Waterland, maar ook in de andere deelregio’s kritische gesprekken gevoerd n.a.v. dit document. Veel partijen hebben wensen en bedenkingen opgestuurd en de Zaanse raad heeft daarnaast de unaniem aangenomen motie ‘nieuwe opdracht MRA transitiecommissie’ (raadsvergadering 22 april 2021) aangeboden. De Transitiecommissie heeft de vele reacties verwerkt en vervolgens de colleges, raden en Staten via informatie- en werksessies betrokken bij het opstellen van nieuwe samenwerkingsafspraken. De inbreng is gebruikt om te komen tot de voorliggende conceptversie van de MRA Samenwerkingsafspraken (12 juli 2021). Het uitgangspunt is om tot een set spelregels te komen die de slagkracht, de transparantie en het draagvlak voor de samenwerking vergroot. Daarbij benadrukt de Regiegroep: “we zijn en blijven een informele bestuurlijke samenwerking. Er wordt geen nieuwe bestuurslaag gecreëerd, alle bevoegdheden blijven bij de raden en Staten.” De Regiegroep van de MRA heeft op 12 juli 2021 de conceptversie van de Samenwerkingsafspraken verzonden aan de MRA-partijen, met de vraag wensen en opvattingen te formuleren voor eventuele wijzigingen. Op basis van de reacties zal de Regiegroep de definitieve versie van de Samenwerkingsafspraken opstellen. Deze vervangen na vaststelling door de MRA-partijen het huidige MRA Convenant (d.d. 2017).
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
2/8
gemeente Zaanstad
De colleges van Zaanstreek-Waterland stellen voor om een gezamenlijke reactie namens de deelregio te formuleren. De voorgestelde gezamenlijke reactie is bijgevoegd. De colleges stellen hun raden voor om eventuele aanvullende wensen en opvattingen tijdens het zienswijze-beraad aan het college kenbaar te maken. Die reactie wordt vastgelegd in een raadsinformatiebrief en met de gezamenlijke reactie meegestuurd aan de Regiegroep van de MRA. Aanleiding Na de evaluatie van de bestuurlijke samenwerking van de MRA in 2018-2019 ligt er nu een voorstel voor nieuwe afspraken. Deze MRA Samenwerkingsafspraken dienen de sturing en uitvoering van het MRA-verband te stroomlijnen. Voor de vorming is geput uit het MRA Convenant (d.d. 2017), de aanbevelingen uit het MRA Evaluatierapport (d.d. 2019), alsook de inzichten van het MRA Bureau, het ambtelijk en bestuurlijk netwerk, en de raden en Staten. De Regiegroep van de MRA verzoekt in haar brief van 12 juli 2021 MRA-partijen om wensen en opvattingen bij de conceptversie van de MRA Samenwerkingsafspraken kenbaar te maken. Beoogd resultaat Het kenbaar maken van de wensen en opvattingen bij de conceptversie van de MRA Samenwerkingsafspraken via een gezamenlijke reactie van de deelregio ZaanstreekWaterland aan de MRA Regiegroep.
De reactie wordt voor een zienswijze voorgelegd aan de raad zodat eventuele aanvullende wensen en opvattingen kenbaar gemaakt kunnen worden aan het college. Deze worden vastgelegd in een raadsinformatiebrief die wordt meegestuurd met de gezamenlijke reactie van de deelregio aan de MRA. Kader Sinds 1 januari 2017 werken de gemeenten, provincies en Vervoerregio Amsterdam binnen de MRA samen op basis van het convenant ‘Versterking samenwerking Metropoolregio Amsterdam’ en de elkaar opvolgende Agenda’s: de Ruimtelijke-economische Actie-Agenda 2016-2020 en de MRA Agenda 2.0 (2020-2024). Op 24 juli 2019 is het evaluatierapport ‘Meer richting en resultaat’ van de bestuurlijke samenwerking MRA verschenen. In de vergadering van de Regiegroep in oktober 2019 is een routeplan afgesproken om uitwerking te geven aan de aanbevelingen. In februari 2020 heeft de Regiegroep als onderdeel van deze uitwerking extern om advies gevraagd over het versterken van de samenwerking. Tijdens de State of the Region op 2 december 2020 is dit advies gepresenteerd. In een vergadering van de Regiegroep in december 2020 is vervolgens besloten een Transitiecommissie in te stellen om met nadere voorstellen te komen voor de versterking van de MRA-samenwerking.
De Transitiecommissie is in samenspraak met de Regiegroep tot een voorstel gekomen, ‘Een metropool van grote klasse’, dat op 9 maart 2021 ter consultatie is gestuurd aan alle colleges, de gemeenteraden en de Provinciale Staten in de MRA. De kern van dit voorstel is dat de organisatie van de MRA eenvoudiger moet worden om de grote ambities te kunnen waarmaken. In internationaal perspectief moet de regio zich bovendien niet alleen onderscheiden door economische groeimogelijkheden, maar ook door de goed opgeleide beroepsbevolking, het sociaal evenwicht en de hoge kwaliteit van de leefomgeving. Zo kan de regio zich ontwikkelen tot een ‘metropool van grote klasse’. De organisatie moet hiervoor veranderen en overzichtelijker worden. Het voorstel was nadrukkelijk niet het eindproduct maar was bedoeld als input voor de discussie in de MRAregio. De uitkomsten van deze discussies zijn de basis geweest voor de concept MRA Samenwerkingsafspraken zoals die nu voorliggen. In Zaanstad is op 6 februari 2020 de zienswijze vanuit de gemeenten van ZaanstreekWaterland op het evaluatierapport van juli 2019 in het Zaanstad Beraad besproken (registratienummer Bestuurlijk behandelvoorstel 2020/794). In het voorjaar van 2021 is in de
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
3/8
gemeente Zaanstad
colleges en raden van Zaanstreek-Waterland gesproken over het voorstel ‘Een metropool van grote klasse’. De gemeente Zaanstad heeft een reactie op het voorstel gegeven (registratienummer Bestuurlijk behandelvoorstel 2021/794) en de unaniem aangenomen motie ‘Nieuwe opdracht MRA transitiecommissie’ (raadsvergadering 22 april 2021) aangeboden. De Transitiecommissie heeft de reacties verwerkt en is in gesprek gegaan met raden en Staten om uiteindelijk, zoals reeds eerder gemeld, te komen tot het voorstel voor de MRA Samenwerkingsafspraken.. Argumenten en afwegingen Een informele bestuurlijke samenwerking met transparantie en duidelijkheid De reden voor het formuleren van de Samenwerkingsafspraken is om de voor iedere deelnemer geldende ‘spelregels’ overzichtelijk en begrijpelijk in één document te vatten. Dit komt volgens de Transitiecommissie van pas omdat het succes, de groei en de ontwikkeling van de MRA voortduurt. Dit gaat gepaard met toenemende complexiteit en vooral ook onderlinge afhankelijkheid op het gebied van wonen, economie, bereikbaarheid, landschap en recreatie, klimaatadaptatie en energietransitie, en de invloed hiervan op sociaalmaatschappelijke vraagstukken zoals segregatie en gezondheid.
De MRA fungeert als platform voor prioritering en het maken van werkafspraken met betrekking tot de hiervoor genoemde thema’s alsook gezamenlijke visievorming, beleidsontwikkeling, concrete ondersteuningsmogelijkheden en lobby richting partners. De Woningbouwimpuls is hiervan een recent, concreet en succesvol voorbeeld: de ontsluiting van middelen van het Rijk, begeleid vanuit de MRA richting de deelnemende gemeenten. De MRA als organisatie bouwt geen huizen en legt geen wegen aan, maar is wel het bestuurlijk construct dat nodig blijkt om verder te komen als gemeenten; de MRA is meer dan de som der delen. De MRA Samenwerkingsafspraken zijn niet gelijk aan die van een gemeenschappelijke regeling op basis van de Wgr, zoals een GGD of een Veiligheidsregio. De MRA is geen entiteit met rechtspersoon en bankrekening, eigen personeel en uitvoeringscapaciteit. Het betreft hier afspraken die horen bij een informele bestuurlijke samenwerking, waarbij transparantie van het proces essentieel is. Willen bestuurders daar afspraken kunnen maken, dan moet ook duidelijk zijn wat de verdeling van verantwoordelijkheden is, hoe afspraken worden gemaakt, hoe de agenda tot stand komt en hoe hierover gerapporteerd wordt.
Dit leidt tot een tweeslachtigheid in die zin dat het enerzijds gaat om een ‘lichte’ samenwerking en niet over een extra bestuurslaag; het gaat niet over grote budgetten zoals bij de Vervoerregio Amsterdam of de Veiligheidsregio. Anderzijds is er de noodzaak tot transparantie die leidt tot stevig uitgeschreven processen en procedures. De lichtheid van een informele samenwerking in combinatie het zoeken naar transparantie via procedures die soms lijken op die van een gemeenschappelijke regeling, vormen het kader van de MRA samenwerking. De voorliggende MRA Samenwerkingsafspraken voldoen aan de hiervoor beschreven behoeften: het eerste deel karakteriseert de MRA als een informele bestuurlijke samenwerking, en het tweede deel beschrijft op uitgebreide, adequate wijze de procedures behorend bij een samenwerkingsverband van deze omvang.
Met dit document komt de MRA Transitiecommissie tegemoet aan de opmerkingen die er vanuit de MRA-deelnemers gemaakt zijn op dit vlak. Inhoudelijke overwegingen bij het eerste deel van Samenwerkingsafspraken Aangezien in het begeleidend schrijven van de MRA Regiegroep wordt voorgesteld om het eerste deel van de Samenwerkingsafspraken in de tweede helft van 2021 in twee ronden vast te stellen, concentreren we ons op dit deel. Hieronder volgt een aantal aandachtspunten om aan de Regiegroep van de MRA mee te geven. Deze punten vormen de voorgestelde
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
4/8
gemeente Zaanstad
inhoudelijke reactie namens de deelregio Zaanstreek-Waterland welke is bijgevoegd bij dit voorstel. 1. Het belang van de MRA wordt met de nieuwe afspraken bevestigd, de structuur verandert niet wezenlijk. Zaanstreek-Waterland onderschrijft het belang van regionale samenwerking binnen de Metropoolregio Amsterdam, zoals verwoord in de concept Samenwerkingsafspraken, en onderschrijft de inhoudelijke doelen zoals geformuleerd in het stuk. Het belang om regionaal krachten te bundelen en tot oplossingen voor opgaven te komen, zal in de toekomst alleen maar toenemen. Zaanstreek-Waterland onderschrijft en benadrukt het belang van het uitgangspunt dat de basis voor de MRA-samenwerking gelegen is een bestuurlijk netwerk op grond van gedeelde inhoudelijke opgaven en dat er geen aparte bestuurslaag met eigen bevoegdheden of wettelijke taken wordt gecreëerd. De platforms en de portefeuillehoudersoverleggen blijven het inhoudelijke hart van de samenwerking. De Samenwerkingsafspraken schetsen een doorontwikkeling van de in de loop der jaren gegroeide verhoudingen. Er is geen sprake van een geheel nieuwe structuur of van een organisatorische breuk met de huidige samenwerkingspraktijk.
Het Bestuur en de Algemene Vergadering, zijnde respectievelijk vervanger van de Agendacommissie en de Regiegroep, hebben de taak om de coördinatie tussen de diverse inhoudelijke programma’s te verzorgen en de integraliteit te bewaken. In de vorige conceptversie van de Samenwerkingsafspraken was er nog een keuze te maken tussen twee varianten voor de samenstelling van het bestuur (10 leden met vertegenwoordiging van de deelregio’s of 6 leden met afvaardiging van de platforms). Ook voor het voorzitterschap van platforms was nog een keuze te maken: platforms kiezen (vice)voorzitters via transparante procedure of provincies leveren een voorzitter voor de platforms. Naar onze tevredenheid is in beide gevallen gekozen voor de eerste variant. 2. De MRA-samenwerking wordt intensiever; meer overleggen met meer bestuurders. Het verschil ten opzichte van het huidige MRA Convenant zit onder meer in de intensievere betrokkenheid die van bestuurders wordt gevraagd in Bestuur en Algemene Vergadering. De MRA Evaluatiecommissie concludeerde in 2019 dat de MRA nog teveel een ‘papieren samenwerking’ was en resultaatgerichter moest worden; het advies was om de vergaderfrequentie van het MRA-bestuur te verhogen en de omvang van dit gremium te verkleinen. In de Samenwerkingsafspraken wordt dit advies gevolgd als het gaat om de vergaderfrequentie, maar niet als het gaat om de omvang van de gremia.
Het nieuwe MRA Bestuur telt tien leden (dit in verband met de deelregionale vertegenwoordiging), meer dan de huidige Agendacommissie (zes leden). De nieuwe Algemene Vergadering telt vertegenwoordigers van elk van de drieëndertig MRA deelnemers, tegenover eenentwintig leden (dit in verband met de deelregionale vertegenwoordiging) in de huidige MRA Regiegroep. Het Bestuur vergadert minimaal eens per maand, de Algemene Vergadering ten minste vier keer per jaar. De praktijk zal moeten uitwijzen of de samenhang tussen de vele MRA-activiteiten en de resultaatgerichtheid daarvan ook inderdaad verbeterd worden dankzij deze vollere vergaderkalender met meer bestuurders.
3. Betrokkenheid van raden en Staten: een goede beweging, maar veel hangt af van uitwerking en uitvoering. De Samenwerkingsafspraken besteden veel aandacht aan de betrokkenheid van raads- en Statenleden. Het is een goede zaak dat rollen en verantwoordelijkheden, procedures en termijnen nu geëxpliciteerd worden: dit draagt bij aan de transparantie van het samenwerkingsproces en was zowel bij de oorspronkelijke MRA Evaluatie als bij alle gesprekken van de Transitiecommissie een punt van belang.
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
5/8
gemeente Zaanstad
Daarnaast is het positief dat de positie van de MRA Raadtafel aanzienlijk wordt versterkt. De Raadtafel krijgt het recht om advies te geven aan het Bestuur en de Algemene Vergadering van de MRA over de processen (niet de inhoud) waarbij raden en Staten betrokken moeten worden. De precieze invulling en werkwijze van de MRA Raadtafel behoeft, in samenspraak met raden, Staten en griffiers, verdere uitwerking. De samenwerking met de griffies moet ook opgezocht worden voor de programmering van MRA-onderwerpen in de Regionale Raadsledenbijeenkomsten van Zaanstreek-Waterland. Er zijn goede instrumenten (zoals een Voortgangsnota & Termijnagenda) toegevoegd die kunnen helpen om transparantie en betrokkenheid van raden en Staten verder te vergroten. Op basis hiervan hebben raadsleden tijdig inzicht in de onderwerpen die geagendeerd worden en kan een betrokkenheid vormgegeven worden die verder gaat dan het formuleren van wensen en bedenkingen. Tegelijkertijd zijn deze instrumenten geen garantie voor een zorgvuldig politiek-bestuurlijk proces waarin bestuurders, raden en Staten tijdig en adequaat betrokken worden. Dit zal in de praktijk een goed afgestemde inspanning vragen, zowel ambtelijk (namelijk griffies, gemeentelijke organisaties en MRA Directie) als van bestuurders en raadsleden, in de eigen gemeente, op de schaal van Zaanstreek-Waterland en op het niveau van de gehele MRA. 4.
Vormgeving van de MRA Directie: nog onvoldoende uitwerking. Een belangrijke rol in de doorontwikkeling van de MRA wordt voorzien voor de MRA Directie. De colleges van Zaanstreek-Waterland achten dit een logische stap daar vloeiende bestuurlijke processen een adequate ondersteuning behoeven. Tegelijkertijd is dit voorstel nog onvoldoende duidelijk uitgewerkt in de huidige Samenwerkingsafspraken. De financiële en personele consequenties van de transitie van een MRA Bureau naar een versterkte MRA Directie dienen nader uitgewerkt te worden. Het is momenteel nog onduidelijk wat dit voor een individuele gemeente betekent. Gemeenten wordt gevraagd om om-niet capaciteit te leveren of een extra financiële bijdrage te doen. De consequenties hiervan kunnen nu niet voldoende overzien worden. De colleges van Zaanstreek-Waterland stellen dat sommige gemeenten in een spagaat terecht zullen komen: er is onvoldoende capaciteit om ambtelijke inzet te leveren, maar er is dan logischerwijs ook onvoldoende budget om een hogere bijdrage te betalen. 5. Positie deelregio’s: op onderdelen versterkt, maar zelf ook aan de slag. De deelregio’s vormen de basis van de MRA-samenwerking. Dit wordt volmondig onderschreven in de MRA Samenwerkingsafspraken en dit wordt ook zo gevoeld in onze deelregio. De MRA bestaat uit deelregio’s die in allerlei opzichten van elkaar verschillen.
Die veelkleurigheid draagt juist bij aan de kracht en de aantrekkelijkheid van de MRA. Daarnaast kan een beter functionerende deelregio de betrokkenheid van individuele gemeenten bij de MRA vergroten. De positie van de deelregio’s wordt in de Samenwerkingsafspraken op onderdelen versterkt. Dat is een goede zaak. Voorgesteld wordt dat elke deelregio een vertegenwoordiger afvaardigt naar het bestuur, terwijl alle deelnemers lid zijn van de Algemene Vergadering. Elke deelregio vaardigt ook één of meerdere vertegenwoordigers af naar elk van de drie platforms, waarmee Zaanstreek-Waterland ook direct deelneemt in het Platform Bereikbaarheid, en niet alleen via de vertegenwoordiger vanuit de Vervoerregio Amsterdam. De passage dat deelregio’s niet in aantal mogen toenemen achten wij onterecht. De deelregio’s hebben veel autonomie en kunnen zelf bepalen hoe ze hun onderlinge intergemeentelijke afstemming vormgeven. Het lijkt vanuit de bestuurlijke grondgedachte van de MRA beter om aan gemeenten zelf over te laten hoe en met wie men zich wenst te organiseren, hoe begrijpelijk de wens ook is om het aantal deelregio’s stabiel te houden. Datzelfde geldt voor de herschikking van de samenstelling van deelregio’s.
Als een individuele gemeente vanuit inhoudelijke overwegingen aansluiting zoekt bij een andere deelregio en de gemeenten van die deelregio daarmee in kunnen stemmen, dan moet dat mogelijk zijn.
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
6/8
gemeente Zaanstad
6. De portefeuillehoudersoverleggen zijn onderbelicht. Het eigenlijke inhoudelijke werk vindt plaats in de platforms en de portefeuillehoudersoverleggen van de MRA, zo bevestigen de Samenwerkingsafspraken. In het voorstel komt het functioneren van deze gremia summier aan de orde, met name dat van de portefeuillehoudersoverleggen. Dit kan als een blijk van vertrouwen gezien worden: deze gremia functioneren blijkbaar naar behoren. Conform het huidige MRA Convenant leveren de platforms een jaarverslag op. Dit lijkt in de nieuwe Samenwerkingsafspraken niet meer het geval te zijn. Zo blijft onduidelijk hoe de inhoudelijke terugkoppeling en verantwoording vanuit de platforms naar de colleges alsook de raden en Staten zal plaatsvinden. 7. De Samenwerkingsafspraken zijn omvangrijk en complex. De Samenwerkingsafspraken beogen het doel van de MRA, de nieuw in te stellen gremia, hun verantwoordelijkheden en rollen, alsmede de werkprocedures, uitputtend te beschrijven. Het eerste deel, dat in deze periode vastgesteld zal worden, bevat de kern van de samenwerking; het tweede deel bevat procedures en best practices. Dit alles levert een lijvig document op, met als risico dat de lezer het overzicht verliest. In de definitieve versie kunnen de hoofd- en bijzaken beter gescheiden worden. Daarbij kunnen wellicht diverse procedurele passages uit de hoofdtekst verschoven worden naar de bijlagen.
Resumerend De samenwerkingsafspraken zijn een belangrijke aanzet om het functioneren van de MRA zowel transparanter als effectiever te maken, maar zullen zich moeten bewijzen in het samenspel van de verschillende actoren. De praktijk zal uitwijzen of deze transitie van het MRA-verband een juiste is geweest. Draagvlak In juli 2019 verscheen het evaluatierapport ‘Meer richting en resultaat’ van Pans, Depla en te Grotenhuis. Voor deze evaluatie van de bestuurlijke samenwerking van de MRA zijn gesprekken gevoerd met leden van de Regiegroep, de Agendacommissie, de bestuurlijke platforms, de portefeuille-overleggen, de colleges van Gedeputeerde Staten, medewerkers van het MRA Bureau en de voorzitters van de directeuren-overleggen Mobiliteit en Economie. Ook is er een schriftelijke vragenlijst uitgezet onder raads- en Statenleden en met een deel van hen is een groepsgesprek gevoerd. De evaluatie heeft geleidt tot diverse aanbevelingen. De MRA Regiegroep heeft in december 2020 afgesproken de versterking van de MRAsamenwerking verder vorm te geven. De Regiegroep heeft vervolgens een bestuurlijke transitiecommissie ingesteld om dit verder uit te werken. Op 9 maart 2021 heeft de Transitiecommissie haar uitwerkingen in het stuk ‘MRA Metropool van grote klasse’ ter consultatie naar alle MRA-deelnemers en hun raden en Staten verzonden.
Er zijn in de regio Zaanstreek-Waterland, maar ook in de andere deelregio’s kritische gesprekken gevoerd over dit stuk. De gemeente Zaanstad heeft een reactie op het voorstel gegeven (registratienummer Bestuurlijk behandelvoorstel 2021/7269) en de unaniem aangenomen motie ‘nieuwe opdracht MRA transitiecommissie’ (raadsvergadering 22 april 2021) aangeboden. De Transitiecommissie heeft de reacties verwerkt en heeft vervolgens de raden en Staten via informatie- en werksessies betrokken bij het opstellen van nieuwe samenwerkingsafspraken. Deze inbreng is gebruikt om te komen tot de voorliggende conceptversie van de MRA Samenwerkingsafspraken (12 juli 2021). Tijdens eerdere bijeenkomsten over dit onderwerp bleek duidelijk dat de raad goed betrokken wil worden bij het proces van de Samenwerkingsafspraken. De vraag van de Regiegroep MRA om wensen en opvattingen kenbaar te maken, sluit daarbij aan. Het college stelt voor dat eventuele aanvullende wensen en opvattingen van de raad worden opgetekend in een raadsinformatiebrief die zal worden toegevoegd aan de brief.
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
7/8
gemeente Zaanstad
Aansluiting externe ontwikkelingen De Samenwerkingsafspraken dienen de samenwerking in de Metropoolregio Amsterdam te versterken. Zaanstad is onderdeel van deze bestuurlijke samenwerking. Voor Zaanstad is deze samenwerking van belang om eigen ambities en opgaven te realiseren. Hoe beter de metropool functioneert, hoe groter de kansen voor Zaanstad. Voor vraagstukken omtrent bereikbaarheid, evenwichtige woningmarkt en energietransitie heeft Zaanstad de regio hard nodig. Naast de ontwikkeling van Samenwerkingsafspraken die betrekking hebben op de governance en organisatie van de MRA, wordt in 2021 door de MRA en het rijk ook aan een meer inhoudelijke koers gewerkt die aangeeft waar we samen naartoe willen. Deze koers voor de middellange (2030) en lange termijn (2050) wordt vormgegeven in de MRA Verstedelijkingsstrategie. De strategie bestaat uit een Verstedelijkingsconcept, een fasering en een investeringsstrategie. Zaanstad heeft in juni 2021 haar wensen en opvattingen bij de tweede versie van het Verstedelijkingsconcept kenbaar gemaakt. Financiële consequenties Op dit moment is nog geen duidelijkheid over het om-niet beschikbaar stellen van ambtelijke capaciteit voor het MRA-apparaat en de extra financiële bijdrage als alternatief voor de levering van personeel. Dit onderdeel van de Samenwerkingsafspraken moet nog worden uitgewerkt.
Juridische consequenties De samenwerking binnen de MRA betreft een bestuurlijke samenwerking. De MRA Samenwerkingsafspraken zijn niet gelijk aan die van een gemeenschappelijke regeling op basis van de Wgr, zoals een GGD of een Veiligheidsregio. De MRA is geen entiteit met rechtspersoon en bankrekening, eigen personeel en uitvoeringscapaciteit. Het betreft hier afspraken die horen bij een informele bestuurlijke samenwerking. Er wordt geen nieuwe bestuurslaag gecreëerd, alle bevoegdheden blijven bij de raden en Staten. Communicatie en traject De gemeenten van Zaanstreek-Waterland verzenden gezamenlijk een inhoudelijke, schriftelijke reactie met wensen en opvattingen aan de Regiegroep van de MRA, mogelijk aangevuld met wensen en opvattingen vanuit individuele gemeenten. De Regiegroep van de MRA heeft gevraagd om (zo vroeg mogelijk) in september wensen en opvattingen op de conceptversie van de MRA Samenwerkingsafspraken te delen. Op basis van alle ingekomen input wordt het document aangepast en vastgesteld als definitief concept in de Regiegroep (oktober 2021). Vervolgens zal dit definitieve concept ter vaststelling naar alle deelnemers worden verzonden. Gemeenteblad Niet van toepassing. Aanbieden aan commissie en raad Voor zienswijze vragen zonder wettelijke verplichting Beslissing B&W Conform vastgesteld
DOCUMENTNUMMER
PAGINA
2021/19373
8/8
gemeente Zaanstad
Besluit 1. Kennis te nemen van de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021; 2. In te stemmen met de gezamenlijke reactie namens de deelregio Zaanstreek-Waterland op de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021; 3. De gezamenlijke reactie op de MRA Samenwerkingsafspraken voor een zienswijze voor te leggen aan de raad; 4. Daarbij de intentie uit te spreken dat eventuele aanvullende wensen en opvattingen van de raad door het college worden samengevat in een raadsinformatiebrief die als bijlage zal worden meegestuurd met de reactiebrief; 5. Indien de raad een positieve zienswijze geeft het besluit als genomen te beschouwen. Bijlagen Brief van de MRA Regiegroep bij de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021 Reactie Zaanstreek-Waterland op de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021 Aanbiedingsbrief raad Reactie Zaanstreek-Waterland op de MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021 MRA Samenwerkingsafspraken conceptversie 12 juli 2021
2021/ 19367 2021/ 19369 2021/ 19371 2021/ 19368
Akkoord gemeentesecretaris Digitaal ondertekend door gemeentesecretaris a.i. drs. J.W. Kradolfer op 25-08-2021