Aanvulling reactie PoA
Tekst van het document
2021/6260
Aanvullende reactie op aangepast masterplan Lennart Pompe, 25 februari 2021
Onderstaande is ter aanvulling op onze schriftelijke reactie van 19 november 2020 op het oorspronkelijke masterplan en de totstandkoming daarvan. Aangepast masterplan Het aangepaste Masterplan Hemburgterrein is een goede stap in de juiste richting, primair vanwege de aanvulling op het zoneringsvoorstel waardoor nu drie zones ontstaan. Wij zijn positief over het feit dat zone Zuid bijna geen woonfuncties toestaat. De exacte begrenzing van de zones moet nog wel blijken uit een integrale benadering van de milieuthema’s die in samenwerking met PoA, ORAM en de bedrijven nader tot stand moet komen. Wij verwachten dat met name zone Midden voor de grootste uitdagingen gaat zorgen voor de verschillende milieuaspecten. Het gaat dan om zowel geluid, stof, geur als externe veiligheid. Wat ons betreft is het minimaliseren van overlast als gevolg van deze milieuaspecten leidend in de totstandkoming van o.a. het stedenbouwkundig raamwerk en bestemmingsplan, in het bijzonder van zone Midden. De nadrukkelijke wens voor het principe van communicerende vaten tussen zone Midden en Noord zal verder uitgewerkt en onderbouwd moeten worden: waarom, onder welke condities, en tot welke hoogte? Gezien de hoge ambities voor de aantallen woningen in zone Noord en de uitdagingen op milieugebied in zone Midden neemt de druk vanwege dit principe toe op een evenwichtige ontwikkeling van zone Midden.
De wens naar tijdelijke woonfuncties wordt wat ons betreft integraal meegenomen in het vervolgproces. Wij zijn niet bereid de wens naar tijdelijke woonfuncties voor zone Zuid te verkennen. Deze objecten kunnen voor de milieuaspecten nieuwe toetspunten vormen, introduceren het risico dat tijdelijk uiteindelijk permanent wordt, en werken klachten in de hand. Mogelijk zijn tijdelijke woonfuncties in zone Noord een optie op plekken waar pas later permanente bebouwing komt. Voor zone Zuid kunnen we de mogelijkheden van alternatieve verblijfsfuncties (horeca- en logiesfuncties) onderzoeken om de gewenste placemaking en reuring te krijgen. Uiteindelijk zien we graag een stoplichtmodel ontstaan voor de verschillende zones in combinatie met de relevante milieuthema’s. Rood betekent dan geen woonfunctie; oranje alleen woonfuncties mogelijk mits extra voorwaarden, maatregelen of afspraken worden vastgesteld; en groen wel woonfuncties mogelijk zolang er geen extra voorwaarden, maatregelen of afspraken nodig zijn. We stellen voor in gezamenlijkheid de planvorming voor zone Zuid, Midden en Noord verder vorm te geven. Uit de onderzoeks- en ontwerpfase zal blijken welke milieuthema’s voor welke zone relevant zijn, aan welke voorwaarden, maatregelen of afspraken zone Midden moet voldoen, en wat geschikte (verblijfs-)functies zijn voor zone Zuid.
Milieuthema’s Afgelopen periode zijn drie themasessies georganiseerd met als doel meer inzicht te krijgen in de milieuaspecten geluid, stof, geur en externe veiligheid. Tijdens deze sessies hebben inhoudelijke experts uitleg gegeven waarom deze milieuaspecten relevant zijn, hoe huidige wet- en regelgeving werkt, en wat voor veranderingen er in de toekomst aan komen. Hieronder benoemen we enkele belangrijke punten die
1
2021/6260
tijdens de themasessies aan bod kwamen en wat ons betreft ingebracht worden in de onderzoeks- en ontwerpfase. Integrale benadering - Het Masterplan beoogt de samenhang van het gehele gebied te waarborgen vanwege een gefaseerde aanpak. Dit verwachten wij ook als het gaat om de samenhang tussen de ontwerpcriteria die relevant zijn voor de verschillende milieuthema’s. Een goed en degelijk ontwerp vraagt om een integrale benadering en een volledig beeld van alle milieuthema’s, en niet alleen geluid. - Ter illustratie: een langwerpig gebouw parallel aan het Noordzeekanaal met een dove gevel van glas kan een goede akoestische maatregel zijn voor geluidsluwe ruimtes binnen en achter het gebouw. Dit combineert echter slecht met stofoverlast en vanuit externe veiligheid c.q. explosieaandachtsgebieden zou dit gebouw niet parallel maar haaks op de risicobron moeten staan. Geluid - Vervolgonderzoek zal moeten uitwijzen hoe het gebied zo slim mogelijk ontworpen kan worden om geluidsbelasting te minimaliseren. Het gaat dan met name om de positionering, dimensionering en inrichting van bestaande en nieuwe gebouwen zodat combinaties van luwe zijdes, dove gevels en rustige verblijfsvertrekken ontstaan. - Vanwege de zonering wordt het terrein gefaseerd ontwikkeld. In de voorbereidingen en het ontwerp van het terrein moet daar rekening mee worden gehouden.
De realisatie van een gebouw kan namelijk afhankelijk zijn van de realisatie van andere gebouwen als deze een geluidswerende, afschermende functie hebben. - In de Visie NZKG 2040 zijn al inspanningsverplichtingen opgenomen om de geluidsoverlast aan de bron te verminderen. Additionele bronmaatregelen (bijvoorbeeld een groene aardwal) zijn denkbaar, maar zal de feitelijke werking waarschijnlijk niet aantoonbaar zijn. Andere (meer subjectieve) maatregelen zoals het plaatsen van ratelpopulieren kunnen weldegelijk positief bijdragen aan het verminderen van geluidsoverlast. - Zoals aangegeven door de ontwikkelaar en gemeente Zaanstad tijdens het participatietraject zal de Zeehavennorm niet meer worden toegepast. Ter aanvulling: het gaat daarbij om het principe van het accepteren van een hogere geluidsbelasting, en niet zozeer de Zeehavennorm zelf. Het verhogen van de standaard acceptatiegrens moet uitgesloten blijven (in dit geval 60 dBA i.p.v. 55 dBA). Stof en geur - In tegenstelling tot geluid zijn stof- en geurcontouren minder eenvoudig te modelleren en door te vertalen naar belasting en overlast. Zeker voor geur is er sprake van subjectiviteit. Het is dan ook niet bekend hoe de aangepaste zonering zich verhoudt t.o.v. de stof- en geurcontouren. - Vervolgonderzoek moet uitwijzen in hoeverre ontwerpcriteria rekening kunnen houden met overlast van geur en stof.
Zo zal uitgezocht moeten worden of de bouwkundige eisen op het gebied van ventilatie geur- en stofoverlast tegengaan (of juist vergroten), en in hoeverre aanpassingen de situatie verbeteren. - De bestaande woningen aan de Hemkade gelden voor stof en geur als dichtstbijzijnd toetspunt. De toename van het aantal woningen heeft daar geen directe invloed op. Wel belangrijk is dat het aantal klachten c.q. handhavingsverzoeken ook wordt meegenomen in de vergunningverlening bij nieuwe aanvragen en actualisaties. De toename van aantal woningen kan daardoor op termijn belemmerend werken voor de zittende bedrijven. Externe veiligheid - De Omgevingswet introduceert aandachtsgebieden rondom risico-gevende inrichtingen en het basisnet weg, spoor en water. Voor de risico-gevende inrichtingen is nog niet bekend wat de aandachtsgebieden worden. Voor het Noordzeekanaal (basisnet) gaat het om brand-, explosie- en gifwolkaandachtsgebieden van respectievelijk 30, 200 en 1500 meter. 2
2021/6260
-
-
-
De gemeente moet bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet een afweging maken of aanvullende voorschriften gelden in deze gebieden (zogenaamde voorschriftgebieden). Dit kan mogelijk van invloed zijn voor de zones Midden en Noord aangezien deze binnen de explosie- en gifwolkaandachtsgebieden van het basisnet vallen. Het gaat uiteindelijk om de vraag welk veiligheidsniveau de gemeente wenselijke acht voor de bescherming van mensen binnen die aandachtsgebieden, onder andere in relatie tot noodzakelijke bedrijvigheid. Met name voor explosieaandachtsgebieden is de positionering van gebouwen (haaks op risicobron) en bouwkundige maatregelen (bijv. gebruik splinterwerend glas) relevant. Ook gelden voor zeer kwetsbare objecten altijd aanvullende voorschriften binnen de brand- en explosieaandachtsgebieden. De energietransitie introduceert hernieuwbare energiedragers met andere risicoprofielen en nieuwe aandachtsgebieden – ook voor transport. Hoe deze transitie de komende jaren vorm krijgt is niet eenvoudig te voorspellen. Wat we wel weten is dat de haven een belangrijke rol speelt in de realisatie van de energietransitie en de circulaire economie. Om deze ontwikkelingen mogelijk te maken is de beschikbare fysieke en milieuruimte hard nodig.
3