Zeisterweg 53 Woudenberg_TOELICHTING_Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek.pdf
Tekst van het document
Ing. J. Tukker Manager productie
Op dit certificaat zijn onze algemene voorwaarden van toepassing. Dit analyse-certificaat mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd.
Eurofins Omegam B.V. H.J.E. Wenckbachweg 120 NL-1114 AD Amsterdam-Duivendrecht Nederland
T +31-(0)20-597 66 80 CSOmegam@eurofins.com www.eurofins.nl
IBAN NL 16 BNPA 0227667980 BIC BNPANL2A BTW nr. NL8139.67.132.B01 KvK nr. 34215654
Tabel 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 870935 : 190236-NEN/VOA Zeisterweg 53 Woudenberg : Hunneman Milieu-Advies
Monsterreferenties 5917139 = Peilbuis, 09-1: 150-250
Opgegeven bemonsteringsdatum Ontvangstdatum opdracht Startdatum Monstercode Matrix
: : : : :
20/03/2019 20/03/2019 20/03/2019 5917139 Grondwater
Anorganische parameters - metalen Metalen ICP-MS (opgelost): S arseen (As) µg/l S barium (Ba) µg/l S cadmium (Cd) µg/l S chroom (Cr) µg/l S kobalt (Co) µg/l S koper (Cu) µg/l S Kwik (Hg) (niet vluchtig) µg/l S lood (Pb) µg/l S molybdeen (Mo) µg/l S nikkel (Ni) µg/l S zink (Zn) µg/l
<5 55 < 0,2 <1 <2 <2 < 0,05 <2 <2 <3 < 10
Organische parameters - niet aromatisch S minerale olie (florisil clean-up) µg/l
< 50
Organische parameters - aromatisch Vluchtige aromaten: S benzeen µg/l S ethylbenzeen µg/l S naftaleen µg/l S o-xyleen µg/l S styreen µg/l S tolueen µg/l S xyleen (som m+p) µg/l S som xylenen µg/l
< 0,2 < 0,2 < 0,02 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 0,2
Organische parameters - gehalogeneerd Vluchtige chlooralifaten: S 1,1,1-trichloorethaan µg/l S 1,1,2-trichloorethaan µg/l S 1,1-dichloorethaan µg/l S 1,1-dichlooretheen µg/l S 1,1-dichloorpropaan µg/l S 1,2-dichloorethaan µg/l S 1,2-dichloorpropaan µg/l S 1,3-dichloorpropaan µg/l S cis-1,2-dichlooretheen µg/l S dichloormethaan µg/l S monochlooretheen (vinylchloride) µg/l S tetrachlooretheen µg/l S tetrachloormethaan µg/l S trans-1,2-dichlooretheen µg/l S trichlooretheen µg/l S trichloormethaan µg/l S som C+T dichlooretheen µg/l S som dichloorpropanen µg/l Vluchtige gehalogeneerde alifaten - divers: S tribroommethaan (bromoform) µg/l
< 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,2 < 0,2 < 0,1 < 0,1 < 0,1 < 0,2 < 0,2 0,1 0,4 < 0,2
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. - De met een 'Q' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (registratienummer L086). - De met een 'S' gemerkte analyses zijn door RvA geaccrediteerd (L086) en op basis van het schema AS 3000 erkend. Opdrachtverificatiecode: VTGW-WDCK-OSLF-TPYH
Ref.: 870935_certificaat_v1
Tabel 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 870935 : 190236-NEN/VOA Zeisterweg 53 Woudenberg : Hunneman Milieu-Advies
Opmerkingen m.b.t. analyses Opmerking(en) algemeen Sommatie van concentraties voor groepsparameters De sommatie is uitgevoerd volgens AS3000 paragraaf 2.5.2 en bijlage 3.
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VTGW-WDCK-OSLF-TPYH
Ref.: 870935_certificaat_v1
Bijlage 1 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 870935 : 190236-NEN/VOA Zeisterweg 53 Woudenberg : Hunneman Milieu-Advies
Barcodeschema's Monstercode Uw referentie
monster
diepte
barcode
5917139
1 1
1.5-2.5 1.5-2.5
0345896YA 0233239MM
Peilbuis, 09-1: 150-250
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VTGW-WDCK-OSLF-TPYH
Ref.: 870935_certificaat_v1
Bijlage 2 van 2 ANALYSECERTIFICAAT Project code Project omschrijving Opdrachtgever
: 870935 : 190236-NEN/VOA Zeisterweg 53 Woudenberg : Hunneman Milieu-Advies
Analysemethoden in Grondwater (AS3000) AS3000 In dit analysecertificaat zijn de met 'S' gemerkte analyses uitgevoerd volgens de analysemethoden beschreven in het "Accreditatieschema Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek (AS SIKB 3000)". Het laboratoriumonderzoek is uitgevoerd volgens de onderstaande analysemethoden. Deze analyses zijn vastgelegd in het geldende accreditatie-certificaat met bijbehorende verrichtingenlijst L086 van Eurofins Omegam BV. Arseen (As) Barium (Ba) Cadmium (Cd) Chroom (Cr) Kobalt (Co) Koper (Cu) Kwik (Hg) (niet vluchtig) Lood (Pb) Molybdeen (Mo) Nikkel (Ni) Zink (Zn) Minerale olie (florisil clean-up) Aromaten (BTEXXN) Styreen Chlooralifaten Vinylchloride
: Conform AS3150 prestatieblad 1 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3150 prestatieblad 1 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 3 en conform NEN-EN-ISO 17294-2 : Conform AS3110 prestatieblad 5 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1 : Conform AS3130 prestatieblad 1
Dit analyse-certificaat, inclusief voorblad en eventuele bijlage(n), mag niet anders dan in zijn geheel worden gereproduceerd. Opdrachtverificatiecode: VTGW-WDCK-OSLF-TPYH
Ref.: 870935_certificaat_v1
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. Sjors Hunneman Barkstraat 5 8102 GV RAALTE
De in dit rapport vermelde analyses zijn geaccrediteerd volgens ISO/IEC 17025:2005, tenzij bij de analyse het symbool " * " staat vermeld.
DOC-13-12383881-NL-P1
Datum Relatienr Opdrachtnr.
28.03.2019 35003557 837612
ANALYSERAPPORT Opdracht 837612 Bodem / Eluaat Opdrachtgever
35003557 Hunneman Milieu-Advies Raalte B.V. 190236 NEN/VOA Zeisterweg 53 Woudenberg
Uw referentie
13.03.19
Opdrachtacceptatie Monsternemer
Opdrachtgever
Geachte heer, mevrouw, Hierbij zenden wij u de resultaten van het door u aangevraagde laboratoriumonderzoek. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, geaccrediteerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en uitgevoerd overeenkomstig de onderzoeksmethoden die worden genoemd in de meest actuele versie van onze verrichtingenlijst van de Raad voor Accreditatie, accreditatienummer L005. De analyses zijn, tenzij anders vermeld, uitgevoerd overeenkomstig onze erkenning voor de werkzaamheid "Analyse voor milieuhygiënisch bodemonderzoek" van het Besluit Bodemkwaliteit. Indien u gegevens wenst over de meetonzekerheden van een methode, kunnen wij u deze op verzoek verstrekken. Dit rapport mag alleen in zijn geheel worden gereproduceerd. Eventuele bijlagen zijn onderdeel van het rapport. Indien u nog vragen heeft of aanvullende informatie wenst, verzoeken wij u om contact op te nemen met Klantenservice. Wij vertrouwen U met de toegezonden informatie van dienst te zijn. Met vriendelijke groet,
AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice
Blad 1 van 2 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Opdracht 837612 Bodem / Eluaat Monsternr. Monstername 132902 132905 132908 132909
Monsteromschrijving RE-01 + RE-02 drupzone, RE-01 (2,3): 6-20, RE-02 (13,14): 6-20 RE-03 + RE-04 drupzone, RE-03 (11,12): 6-20, RE-04 (15,16): 0-20 RE-05 overig terrein, RE-05 (1,4,5,6,7,17): 6-50 RE-06 overig terrein met bijmengingen, RE-06 (8,9,10): 0-50
12.03.2019 12.03.2019 12.03.2019 12.03.2019
De in dit rapport vermelde analyses zijn geaccrediteerd volgens ISO/IEC 17025:2005, tenzij bij de analyse het symbool " * " staat vermeld.
DOC-13-12383881-NL-P2
Eenheid
132905
132908
132909
RE-01 + RE-02 drupzone, RE-01 (2,3): 6-20, RE-03 + RE-04 drupzone, RE-03 (11,12): 6-20, RE-02 (13,14): 6-20 RE-04 (15,16): 0-20
132902
RE-05 overig terrein, RE-05 (1,4,5,6,7,17): 650
RE-06 overig terrein met bijmengingen, RE06 (8,9,10): 0-50
-- ++ -- <1
-- ++ -- <1
Asbestbepaling in grond/puin Zie bijlage voor toelichting asbestanalyse
S Som gewogen asbest
mg/kg Ds
-- ++ -- <1
-- ++ -- 7
S) Erkend volgens AS SIKB 3000 Verklaring:"<" of n.a. betekent dat het gehalte van de component lager is dan de rapportagegrens. Begin van de analyses: 13.03.2019 Einde van de analyses: 28.03.2019 De onderzoeksresultaten hebben alleen betrekking op het aangeleverde monstermateriaal . Monsters met onbekende herkomst kunnen slechts beperkt gecontroleerd worden op plausibiliteit .
AL-West B.V. Dhr. Jan Godlieb, Tel. +31/570788113 Klantenservice Toegepaste methoden AS3000 asbest in bodem en materialen: Som gewogen asbest <Geen informatie>:
Zie bijlage voor toelichting asbestanalyse
Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
Blad 2 van 2
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: hwy
hwy
####### 8-5-2007
Monster Nr.
Monster omschrijving
132902
RE-01 + RE-02 drupzone, RE-01 (2,3): 6-20, RE-02 (13,14): 6-20
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0,43 0,69 0,92 1,7 5 91 100
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 122 100 0 196,7 100 0 259,3 51 0 490 21 0 1409,2 5 nvt 25721,7 0,0 0 28198,9
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 87,8 32270 Aantal niet hechtgeb. 0 0 0 0 0 0 nvt 0
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
Droog gewicht 28317
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
<1
nvt
nvt
<1
<1
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 <1 <0.1 <0.1 <1
<1 <0.1 <0.1 <1
<1 <0.1 <0.1 <1
DOC-13-12383945-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) <1 <1 <1 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn geen asbestverdachte vezels gevonden.
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: hwy
hwy
####### 8-5-2007
Monster Nr.
Monster omschrijving
132905
RE-03 + RE-04 drupzone, RE-03 (11,12): 6-20, RE-04 (15,16): 0-20
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0,41 0,76 1,2 2,8 6,1 88 100
chrysotiel amosiet crocidoliet Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) 0 100 88,4 100 163,7 100 1,7 0,5 249,1 51 609,2 20 1309,2 5 18900,47 0,1 21320,07 1,7 0,5
Aantal hecht geb. 0 0 0 0 0 0 nvt 0
Drogestof Nat gewicht Droog gehalte (%) (g) gewicht (g) 77,8 27511 21417
Aantal niet hechtgeb. 0 0 1 0 0 0 nvt 1
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
board nvt nvt
nee nvt nvt
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
2,2
1,7
2,7
2,2
nvt 1,7
nvt 2,7
2,2
1,7
2,7
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
Gemeten Gehalte (mg/kg ds) <1 2,2 1,7 0,5 2,2
95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 1,7 1,3 0,3 1,7
2,7 2 0,7 2,7
DOC-13-12383942-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) 7 4 9 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn geen asbestverdachte vezels gevonden.
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: kws
kws
####### 8-5-2007
Monster Nr.
Monster omschrijving
132908
RE-05 overig terrein, RE-05 (1,4,5,6,7,17): 6-50
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 0,91 0,93 0,82 1,4 4,1 91 99
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 92,3 100 0 93,6 100 0 83,2 72 0 139,5 32 0 414 9 nvt 9167,979 0,1 0 9990,579
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 84,3 11975 Aantal niet hechtgeb. 0 0 0 0 0 0 nvt 0
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
Droog gewicht 10099
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
<1
nvt
nvt
<1
<1
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 <1 <0.1 <0.1 <1
<1 <0.1 <0.1 <1
<1 <0.1 <0.1 <1
DOC-13-12383944-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) <1 <1 <1 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn geen asbestverdachte vezels gevonden.
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
AL-West B.V. Dortmundstraat 16B, 7418 BH Deventer, the Netherlands Tel. +31(0)570 788110, Fax +31(0)570 788108 e-Mail: info@al-west.nl, www.al-west.nl
Bijlage analyseresultaten asbest Analist: hmk
hmk
####### 8-5-2007
Monster Nr.
Monster omschrijving
132909
RE-06 overig terrein met bijmengingen, RE-06 (8,9,10): 0-50
Zeeffractie
Zeeffractie
>20 mm 8 - 20 mm 4 - 8 mm 2 - 4 mm 1 - 2 mm 0.5 mm - 1 mm < 0.5 mm Totalen
(m/m%) 0 5,4 3,6 2,6 2,8 5,5 79 99
chrysotiel amosiet crocidoliet Aantal Massa Onderzoc (mg/kg ds (mg/kg ds (mg/kg ds hecht fractie (g) ht (%) tot.) tot.) tot.) geb. 0 0 100 0 639,8 100 0 423,2 100 0 303,9 61 0 336 30 0 650,7 10 nvt 9445,622 0,1 0 11799,22
Drogestof Nat gewicht gehalte (%) (g) 88,4 13480 Aantal niet hechtgeb. 0 0 0 0 0 0 nvt 0
Na afronding volgens norm (mg/kg) : Asbesthoudende materialen
Hechtgebonden
nvt nvt nvt
nvt nvt nvt
Droog gewicht 11912
Asbest 95%-betrouwbaarheidsinterval (mg/kg ds) (mg/kg ds tot.) ondergrens bovengrens
<1
nvt
nvt
<1
<1
Gerapporteerde asbestgehaltes zijn afgeronde waardes, in de totaalgehaltes kunnen geringe afwijkingen voorkomen. Conclusie:
De bepalings grens is Hoeveelheid hechtgebonden asbesthoudend materiaal Hoeveelheid niet hechtgebonden asbesthoudend materiaal Serpentijn asbest Amfibool asbest Totaal asbest
95%-betrouwbaarheidsGemeten interval (mg/kg ds) Gehalte (mg/kg ds) ondergrens bovengrens 1 <1 <1 <1 <1 <0.1 <0.1 <1
<1 <0.1 <0.1 <1
<1 <0.1 <0.1 <1
DOC-13-12383943-NL-P1
Gewogen totaal asbest (serpentijn + 10 x amfibool) <1 <1 <1 In het, met de optische lichtmicroscoop, onderzochte deel van de fractie <500 µm zijn geen asbestverdachte vezels gevonden.
Blad 1 van 1 Kamer van Koophandel Nr. 08110898 VAT/BTW-ID-Nr.: NL 811132559 B01
Directeur ppa. Marc van Gelder Dr. Paul Wimmer
BIJLAGE 4 Toetsingskader
Toetsingskader vaste bodem en grondwater Circulaire bodemsanering 2009 per 1 juli 2013: Streefwaarden grondwater, Interventiewaarden bodemsanering, Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging, bodemtypecorrectie en meetvoorschriften. Bron: Het toetsingskader is afkomstig uit de “Circulaire bodemsanering 2009 per juli 2013” (staatscourant 27 juni 2013, nr. 16675). In deze bijlage zijn in tabel 1 streefwaarden grondwater en interventiewaarden voor zowel grond als grondwater opgenomen. In tabel 2 zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV’s) en indien beschikbaar streefwaarden voor grondwater opgenomen. Voorafgaande aan deze tabel is een toelichting op de INEV’s opgenomen. Deze bijlage eindigt met de formules voor bodemtypecorrectie en instructies voor de toepassing.
A: Streefwaarden grondwater en interventiewaarden bodemsanering Streefwaarden grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De getallen voor de streefwaarde grondwater zijn één op één overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). De streefwaarden zijn afgeleid binnen het project Integrale Normstelling Stoffen (INS) en zijn in december 1997 gepubliceerd (Ministerie van VROM, Integrale Normstelling Stoffen, Milieukwaliteitsnormen bodem, water, lucht, 1997). Met enkele uitzonderingen zijn de INS-streefwaarden overgenomen. De INS-streefwaarden zijn zoveel mogelijk risico-onderbouwd en gelden voor individuele stoffen. Voor metalen wordt er onderscheid gemaakt tussen diep en ondiep grondwater. Reden hiervoor is het verschil in achtergrondconcentraties tussen diep en ondiep grondwater. Als grens tussen diep en ondiep grondwater wordt een arbitraire grens van 10 m gebruikt. Hierbij dient te worden opgemerkt dat deze grens indicatief is. Indien informatie voorhanden is dat een andere grens aannemelijk is voor de te beoordelen locatie, dan kan een andere grens genomen worden. Hierbij valt te denken aan informatie over de grens tussen het freatische grondwater en het eerste watervoerend pakket.
• Voor ondiep grondwater (< 10 m) zijn de MILBOWA-waarden als streefwaarden overgenomen. Deze zijn gebaseerd op achtergrondconcentraties en gelden hierbij als handreiking. • Voor diep grondwater (> 10 m) worden de in INS voorgestelde streefwaarden overgenomen. Dit betekent dat de streefwaarde bestaat uit de van nature aanwezige achtergrondconcentratie (AC) plus de Verwaarloosbare Toevoeging. Hierbij worden de in INS opgenomen achtergrondconcentraties als handreiking gegeven. In beide gevallen geldt dat de gegeven achtergrondconcentratie als handreiking moet worden gezien. Indien informatie voorhanden is over de locale achtergrondconcentratie dan kan deze in combinatie met de Verwaarloosbare Toevoeging als streefwaarde worden gebruikt. Meer informatie over achtergrondconcentraties van metalen in verschillende gebieden in Nederland is te vinden in RIVM-rapport nummer 711701017. De interventiewaarden bodemsanering geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Ze zijn representatief voor het verontreinigingsniveau waarboven sprake is van een geval van ernstige (bodem)verontreiniging. De interventiewaarden grond voor de eerste tranche stoffen zijn geëvalueerd.
Er zijn nieuwe voorstellen voor interventiewaarden gedaan die zijn opgenomen in tabel 7.1 van het RIVM-rapport 711701023 (febr 2001). Voor een aantal stoffen van de eerste tranche zijn de nieuw voorgestelde interventiewaarden op basis van beleidsmatige overwegingen aangepast. De normaan-passingen zijn beschreven in het NOBO-rapport: VROM, 2008: NOBO: Normstelling en bodemkwali-teitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. De interventiewaarden grond voor de andere tranches zijn niet geëvalueerd en blijven gelijk aan de interventiewaarden grond zoals opgenomen in de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000). De interventiewaarden grond gelden voor droge bodem. Voor bodems of oevers van een oppervlaktewaterlichaam zijn aparte interventiewaarden opgesteld die zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit (Staatscourant 20 december 2007, nr. 247). De interventiewaarden grondwater zijn niet herzien en overgenomen uit de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).
1
Tabel 1: Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater gehalten in grond zijn weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum)
Streefwaarde Landelijke achter- Streefwaarde grond concentratie
Stofnaam
Interventiewaarden
ondiep
diep (AC)
diep (incl. AC)
(<10 m –mv)
(>10 m –mv)
(>10 m –mv)
grondwater 7 ( g/l)
grondwater ( g/l)
grondwater 7 ( g/l)
grond (mg/kg d.s.)
grondwater ( g/l)
10 50 0,4 1 20 15 0,05 15 5 15 65
0,09 7 200 0,6 2,4 0,6 1,3 1,6 0,7 2,1 24
0,15 7,2 200 0,06 2,5 0,7 1,3 0,01 1,7 3,6 2,1 24
22 76 -8 13 180 78 190 190 36 4 530 190 100 720
20 60 625 6 30 100 75 0,3 75 300 75 800
1. Metalen Antimoon Arseen Barium Cadmium Chroom Chroom III Chroom VI Kobalt Koper Kwik Kwik (anorganisch) Kwik (organisch) Lood Molybdeen Nikkel Zink
Streefwaarde grondwater 7 ( g/l)
Interventiewaarden grond grondwater
2. Overige anorganische stoffen Chloride (mg CL/l) Cyanide (vrij) Cyanide (complex) Thiocyanaat
100 mg/l 5 10 -
20 50 20
1.500 1.500 1.500
0,2 4 7 0,2 6 0,2 0,2
1,1 110 32 17 86 14 13
30 150 1000 70 300 2000 200
0,01 0,003* 0,0007* 0,003 0,003* 0,0001* 0,0005* 0,0004* 0,0004* 0,0003 -
40
70 5 5 1 0,2 0,5 0,05 0,05 0,05 0,05 -
0,01 0,01 7 7 0,01 0,01 0,8 6 0,01 0,01 24 0,01 0,01
0,1 3,9 15 6,4 0,3 1 2 5,6 15 10 2,5 0,7 8,8
5 1.000 900 400 10 20 80 400 300 130 500 10 40
3. Aromatische verbindingen Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) 1 Styreen (vinylbenzeen) Fenol Creosolen (som) 1
4. PAK’s Naftaleen Fenantreen Antraceen Fluorantheen Chryseen Benzo(a)antraceen Benzo(a)pyreen Benzo(k)fluorantheen Indeno(1,2,3cd)pyreen Benzo(ghi)peryleen PAK’s (totaal) (som 10)1
5. Gechloreerde Koolwaterstoffen A: (vluchtige) koolwaterstoffen Monochlooretheen (Vinylchloride)2 Dichloormethaan 1,1-dichloorethaan 1,2-dichloorethaan 1,1-dichlooretheen2 1,2-dichlooretheen (som)1 Dichloorpropanen (som)1 Trichloormethaan (chloroform) 1,1,1-trichloorethaan 1,1,2-trichloorethaan Trichlooretheen (Tri) Tetrachloormethaan (Tetra) Tetrachlooretheen (Per)
2
Tabel 1: Streefwaarden grondwater en interventiewaarden grond en grondwater Streefwaarde grondwater 7 ( g/l) 5. Gechloreerde Koolwaterstoffen (vervolg)
Interventiewaarden grond grondwater
b. chloorbenzenen5 Monochloorbenzeen Dichloorbenzenen (som)1 Trichloorbenzenen (som)1 Tetrachloorbenzenen (som)1 Pentachloorbenzenen Hexachloorbenzeen
7 3 0,01 0,01 0,003 0,00009*
15 19 11 2,2 6,7 2,0
180 50 10 2,5 1 0,5
0,3 0,2 0,03* 0,01* 0,04*
5,4 22 22 21 12
100 30 10 10 3
0,01*
1
0,01
-
50 0,00018 23
30 nvt6 6
0,02 ng/l* 0,004 ng/l* 0,009 ng/l* 0,1 ng/l* 0,04 ng/l* 0,2 ng/l* 33 ng/l 8 ng/l 9 ng/l 0,05 0,005 ng/l* 0,005 ng/l*
4 1,7 2,3 34 0,32 4 4 17 1,6 1,2 4 4
0,2 0,01 0,1 5 1 0,3 3
0,05* – 16 ng/l
2,5
0,7
0,02
4
50
29 ng/l 2 ng/l* 2 9 ng/l
0,71 0,45 0,017
150 50 100
0,5 0,5 50 0,5 0,5 0,5 -
100 150 82 53 17 36 48 220 60 5.000 11 7 8,8 75
15.000 5 600 30 300 5.000 630
c. chloorfenolen5 Monochloorfenolen(som)1 Dichloorfenolen(som)1 Trichloorfenolen(som)1 Tetrachloorfenolen(som)1 Pentachloorfenol
d. polychloorbifenylen (PCB’s) PCB’s (som 7) 1
e. Overige gechl. koolwaterstoffen Monochlooranilinen (som)1 Dioxine (som I-TEQ)1 Chloornaftaleen (som)1
6. Bestrijdingsmiddelen a.organochloorbestrijdingsmiddelen Chloordaan (som)1 DDT (som)1 DDE (som)1 DDD (som)1 DDT/DDE/DDD (som)1 Aldrin Dieldrin Endrin Drins (som)1 -endosulfan -HCH -HCH -HCH (lindaan) HCH-verbindingen (som)1 Heptachloor Heptachloorepoxide (som)1
b. organofosforpesticiden -
c. organotin bestrijdingsmiddelen Organotinverbindingen (som)1
d.chloorfenoxy-azijnzuur herbiciden MCPA
e. overige bestrijdingsmiddelen Atrazine Carbaryl Carbofuran
7. Overige stoffen Asbest3 Cyclohexanon Dimethyl ftalaat Diethyl ftalaat Di-isobutyl ftalaat Dibutyl ftalaat Butyl benzylftalaat Dihexyl ftalaat Di(2-ethylhexyl)ftalaat Ftalaten (som)1 Minerale olie4 Pyridine Tetrahydrofuran Tetrahydrothiofeen Tribroommethaan (bromoform)
3
Toelichting voetnoten tabel 1 * Getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt. 1
Voor de samenstelling van de somparameters wordt verwezen naar bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (VROM, 2007). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft. Dit geldt bijvoorbeeld als bij een meting van PAK in het grondwater alleen naftaleen in een licht verhoogde concentratie is aangetoond en de overige PAK een waarde ‘< vereiste rapportagegrens AS3000’ hebben.
Voor die overige PAK worden dan relatief hoge gehalten berekend (door de vermenigvuldiging met 0,7), waarvan kan worden onderbouwd dat die gehalten niet in het grondwater aanwezig zullen zijn gezien de immobiliteit van de betreffende stoffen. 2
De Interventiewaarde voor grond voor deze stoffen is gelijk of kleiner dan de bepalingsgrens (intralaboratorium reproduceerbaarheid). Indien de stof wordt aangetoond moeten de risico’s nader worden onderzocht. Bij het aantreffen van vinylchloride of 1,1-dichlooretheen in grond moet tevens het grondwater worden onderzocht.
3
Gewogen norm (concentratie serpentijn asbest + 10 x concentratie amfibool asbest).
4
De definitie van minerale olie wordt beschreven bij de analysenorm. Indien er sprake is van verontreiniging met mengsels (bijvoorbeeld benzine of huisbrandolie) dan dient naast het alkaangehalte ook het gehalte aan aromatische en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen te worden bepaald. Met deze somparameter is om praktische redenen volstaan. Nadere toxicologische en chemische differentiatie wordt bestudeerd.
5
Voor grondwater zijn effecten van PAK’s, chloorbenzenen en chloorfenolen indirect, als fractie van de individuele interventiewaarde, optelbaar (dat wil zeggen 0,5 x interventiewaarde stof A heeft evenveel effect als 0,5 x interventiewaarde stof B). Dit betekent dat een somformule gebruikt moet worden om te beoordelen of van overschrijding van de interventiewaarde sprake is. Er is sprake van overschrijding van de interventiewaarde voor de som van een groep stoffen indien (Ci/Ii) >1, waarbij Ci = gemeten concentratie van een stof uit een betreffende groep en Ii = interventiewaarde voor de betreffende stof uit de betreffende groep.
6
Voor grondwater is er een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging.
7
De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘< rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.
8
De norm voor barium is tijdelijk ingetrokken. Gebleken is dat de interventiewaarde voor barium lager was dan het gehalte dat van nature in de bodem voorkomt. Indien er sprake is van verhoogde bariumgehalten ten opzichte van de natuurlijke achtergrond als gevolg van een antropogene bron, kan dit gehalte worden beoordeeld op basis van de voormalige interventiewaarde voor barium van 920 mg/kg d.s. Deze voormalige interventiewaarde is op dezelfde manier onderbouwd als de interventiewaarden voor de meeste andere metalen en is voor barium inclusief een natuurlijk achtergrondgehalte van 190 mg/kg d.s.
9
Indien het laboratorium een waarde ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000), dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde (of hiermee berekende somwaarde) wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling. Het zo verkregen toetsingsresultaat heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet goed kan worden beoordeeld.
4
B: Indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging (INEV’S) Voor de stoffen in tabel 2 zijn indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging opgenomen. Het betreffen stoffen van de tweede, derde en vierde tranche afleiding interventiewaarden. Op basis van twee redenen is een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging aangegeven en geen interventiewaarde: 1. er zijn geen gestandaardiseerde meet- en analysevoorschriften beschikbaar of binnenkort te verwachten; 2. de ecotoxicologische onderbouwing van de interventiewaarde is niet aanwezig of minimaal en in het laatste geval lijkt het erop dat de ecotoxicologische effecten kritischer zijn dan de humaan-toxicologische effecten. De ecotoxicologische onderbouwing dient te voldoen aan de volgende criteria: a. er dienen minimaal 4 toxiciteitsgegevens beschikbaar te zijn voor minimaal twee taxonomische groepen; b. voor metalen dienen alle gegevens betrekking te hebben op het compartiment bodem; c. voor organische stoffen mogen maximaal twee gegevens via evenwichtspartitie uit gegevens voor het compartiment water zijn afgeleid; d. er dienen minimaal twee gegevens voor individuele soorten beschikbaar te zijn.
Indien aan een of meerdere van deze criteria niet is voldaan en indien ecotoxicologische effecten kritischer zijn dan humaantoxicologische effecten, wordt volstaan met het vaststellen van een indicatief niveau voor ernstige verontreiniging. De indicatieve niveaus hebben een grotere mate van onzekerheid dan de interventiewaarden. De status van de indicatieve niveaus is daarom niet gelijk aan de status van de interventiewaarde. Over- of onderschrijding van de indicatieve niveaus heeft derhalve niet direct consequenties voor wat betreft het nemen van een beslissing over de ernst van de verontreiniging door het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag dient daarom naast de indicatieve niveaus ook andere overwegingen te betrekken bij de beslissing of er sprake is van ernstige verontreiniging. Hierbij kan gedacht worden aan: • nagaan of er op basis van andere stoffen sprake is van ernstige verontreiniging en spoed tot saneren. Op verontreinigde locaties komen vaak meerdere stoffen tegelijk voor. Indien voor andere stoffen wel interventiewaarden zijn vastgesteld kan op basis van deze stoffen nagegaan worden of er sprake is van ernstige verontreiniging en spoed tot saneren. In zo’n geval is een risicoschatting voor de stoffen waarvoor slechts een indicatief niveau is aangegeven minder relevant.
Indien op basis van andere stoffen geen sprake blijkt te zijn van ernstige verontreiniging en spoed tot saneren, is een risicoschatting voor de stoffen waarvoor slechts een indicatief niveau is aangegeven wel belangrijk; • een ad hoc bepaling van de actuele risico’s. Bij de bepaling van actuele risico’s ten behoeve van het vaststellen van de spoed tot saneren spelen naast toxicologische criteria ook andere locatiegebonden factoren een rol. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om de blootstellingmogelijkheden, het gebruik van de locatie of de oppervlaktes van de verontreiniging. Dergelijke factoren kunnen vaak goed bepaald worden waardoor het ondanks de onzekerheid met betrekking tot de indicatieve niveaus toch mogelijk is een redelijke schatting van de actuele risico’s uit te voeren. Het verdient aanbeveling hierbij gebruik te maken van bioassays, omdat hiermee niet alleen de onzekerheden in de ecotoxicologische onderbouwing maar ook de onzekerheden ten gevolge van het gestandaardiseerde meet- en analysevoorschriften ontweken worden. • aanvullend onderzoek naar de risico’s van de stof. Er kunnen aanvullende toxiciteitexperimenten uitgevoerd worden om een betere schatting van de risico’s van de stof te kunnen maken. De INEV’s zijn niet geëvalueerd en blijven gelijk aan de INEV’s zoals opgenomen in de Circulaire streefwaarden en interventiewaarden bodemsanering (2000).
Enkele voormalige interventiewaarden zijn omgezet in INEV’s. Dit wordt toegelicht in het NOBO-rapport: VROM, 2008, in druk: NOBO: Normstelling en bodemkwaliteitsbeoordeling. Onderbouwing en beleidsmatige keuzes voor de bodemnormen in 2005, 2006 en 2007. Alleen voor MTBE is het INEV voor grondwater aangepast naar de waarde die is genoemd in de Circulaire zorgplicht Wbb bij MTBE- en ETBE-verontreinigingen (Staatscourant 18 december 2008, nr. 2139).
5
Tabel 2: Streefwaarden grondwater en indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging 6 gehalten in grond zijn weergegeven voor standaardbodem (10% organische stof en 25% lutum)
Streefwaarde 4
Stofnaam
grondwater ( g/l) ondiep4
diep4
(<10 m –mv)
(>10 m –mv)
-
0,05* 0,07 2* 2,2* 1,2 -
Interventiewaarden grond (mg/kg d.s.)
grondwater ( g/l)
30 100 600 15 900 250 15
15 160 70 7 50 70 40
1. Metalen Beryllium Seleen Tellurium Thallium Tin Vanadium Zilver
Streefwaarde grondwater 7 ( g/l)
Interventiewaarden grond (mg/kg d.s.) grondwater ( g/l)
3. Aromatische verbindingen Dodecylbenzeen Aromatische oplosmiddelen1 Dihydroxybenzenen (som)3 Catechol (o-dihydroxybenzeen) Resorcinol (m-dihydroxybenzeen) Hydrochinon (p-dihydroxybenzeen)
0,2 0,2 0,2
1.000 200 8 -
0,02 150 1.250 600 800
-
50 10 30 10 15 nvt 5
100 10 10 1 350 0,001 ng/l
0,1 ng/l * 0,05 ng/l*
2 22
2 0,1
0,08 -
0,1 30 200 75 270 100 0,1 220 30 35 100
5 5.600 6.300 15.000 13.000 5.500 50 31.000 24.000 6.000 9.400
5. Gechloreerde Koolwaterstoffen Dichlooranilinen Trichlooranilinen Tetrachlooranilinen Pentachlooranilinen 4-chloormethylfenolen Dioxine (som I-TEQ)2
6. Bestrijdingsmiddelen Azinfosmethyl Maneb
7. Overige stoffen Acrylonitril Butanol butylacetaat Ethylacetaat Diethyleen glycol Ethyleen glycol Formaldehyde Isopropanol Methanol Methylethylketon Methyl-tert-buthyl ether (MTBE)
Toelichting voetnoten tabel 2 * Getalswaarde beneden de detectielimiet/bepalingsondergrens of meetmethode ontbreekt. 1
Onder aromatische oplosmiddelen wordt een standaardmengsel van stoffen, aangeduid als ‘C9-aromatic naphta’ verstaan zoals gedefinieerd door de International Research and Development Corporation: o-xyleen 3,2%, i-isopropylbenzeen 2,74%, n-propylbenzeen 3,97%, 1-methyl-4-ethylbenzeen 7,05%, 1-methyl-3ethylbenzeen 15,1%, 1-methyl-2-ethylbenzeen 5,44%, 1,3,5-trimethylbenzeen 8,37%, 1,2,4-trimethylbenzeen 40,5%, 1,2,3-trimetylbenzeen 6,18% en > alkylbenzenen 6,19%. 2
Voor de samenstelling van de somparameters wordt verwezen naar bijlage N van de Regeling bodemkwaliteit (VROM, 2007). Bij het berekenen van een somwaarde worden voor de individuele componenten de resultaten < vereiste rapportagegrens AS3000 vermenigvuldigd met 0,7. Indien alle individuele waarden als onderdeel van de berekende waarde het resultaat < vereiste rapportagegrens AS3000 hebben, mag de beoordelaar ervan uit gaan dat de kwaliteit van de grond of het grondwater voldoet aan de van toepassing zijnde normwaarde. Indien er voor een of meer individuele componenten een of meer gemeten gehalten (zonder < teken) zijn, dan dient de berekende waarde te worden getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Deze regel geldt ook als gemeten gehalten lager zijn dan de vereiste rapportagegrens. Het verkregen toetsingsresultaat, op basis van een berekende somwaarde waarin voor een of meer individuele componenten is gerekend met een waarde van 0,7 maal de rapportagegrens, heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet in die mate is verontreinigd als het toetsingsresultaat aangeeft.
6
3
Onder dihydroxybenzenen (som) wordt verstaan: de som van catechol, resorcinol en hydrochinon.
4
De Streefwaarden grondwater voor een aantal stoffen zijn lager dan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Dit betekent dat deze Streefwaarden strenger zijn dan het niveau waarop betrouwbaar (routinematig) kan worden gemeten. De laboratoria moeten minimaal voldoen aan de vereiste rapportagegrens in AS3000. Het hanteren van een strengere rapportagegrens mag ook, mits de gehanteerde analysemethode voldoet aan AS3000. Bij het beoordelen van het meetresultaat ‘< rapportagegrens AS3000’ mag de beoordelaar ervan uitgaan dat de kwaliteit van het grondwater voldoet aan de Streefwaarde. Indien het laboratorium een gemeten gehalte rapporteert (zonder < teken), moet dit gehalte aan de Streefwaarde worden getoetst, ook als dit gehalte lager is dan de vereiste rapportagegrens AS3000.
5
Voor grond is er een interventiewaarde.
6
Indien het laboratorium een waarde ‘< dan een verhoogde rapportagegrens’ aangeeft (hoger dan de rapportagegrens AS3000), dan dient de betreffende verhoogde rapportagegrens te worden vermenigvuldigd met 0,7. De zo verkregen waarde (of hiermee berekende somwaarde) wordt getoetst aan de van toepassing zijnde normwaarde. Een dergelijke verhoogde rapportagegrens kan optreden bij de analyse van een zeer sterk verontreinigd monster of een monster met afwijkende samenstelling. Het zo verkregen toetsingsresultaat heeft geen verplichtend karakter. De onderzoeker heeft de vrijheid onderbouwd te concluderen dat het betreffende monster niet goed kan worden beoordeeld.
C: Bodemtypecorrectie Bij de beoordeling van de kwaliteit van de bodem worden de in de tabellen opgenomen waarden voor standaardbodem omgerekend naar de waarden voor de betreffende bodem gebruik makende van de gemeten gehalten aan organische stof en lutum. De omgerekende waarden kunnen vervolgens met de gemeten gehalten worden vergeleken.
Metalen Bij de omrekening voor metalen kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectieformule: (IW)b = (IW)sb x [{A + (B x % lutum) + (C x % organische stof)} / {A + (Bx25) + (C x 10)}] Waarin: (IW)b (IW)sb %lutum
= interventiewaarde voor de te beoordelen bodem; = interventiewaarde voor standaardbodem; = gemeten percentage lutum in de te beoordelen bodem. Voor bodem met een gemeten lutumgehalte van minder dan 2% wordt met een lutumgehalte van 2% gerekend; % org. stof = gemeten percentage organische stof in de te beoordelen bodem Voor bodem met een gemeten organisch stofgehalte van minder dan 2% wordt met een organisch stofgehalte van 2% gerekend; A, B, C = stofafhankelijke constanten voor metalen (zie hieronder); Tabel 3: Stofafhankelijke constanten voor metalen: Stof
A
Arseen Barium Beryllium Cadmium Chroom Kobalt Koper Kwik Lood Nikkel Tin Vanadium Zink
15 30 8 0,4 50 2 15 0,2 50 10 4 0, 12 50
B 0,4 5 0,9 0,007 2 0,28 0,6 0,0034 1 1 6 1,2 3
C 0,4 0 0 0,021 0 0 0,6 0,0017 1 0 0 0 1,5
7
Organische verbindingen De interventiewaarden en indicatieve niveaus voor ernstige verontreiniging voor organische verbindingen, zijn afhankelijk van het organische stofgehalte. Bij omrekening voor organische verbindingen, met uitzondering van PAK’s, kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectieformule: (IW)b = (IW)sb x (% organische stof / 10) Waarin: (IW)b (IW)sb % org. stof
= interventiewaarde voor de te beoordelen bodem; = interventiewaarde voor standaardbodem; = gemeten percentage organische stof in de te beoordelen bodem. Voor bodems met gemeten percentage organische stofgehalten van meer dan 30% respectievelijk minder dan 2% worden gehalten van respectievelijk 30% en 2% aangehouden.
PAK’s Voor interventiewaarde PAK’s wordt geen bodemtypecorrectie voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% en bodems met een organisch stofgehalte boven de 30% toegepast. Voor bodems met een organisch stofgehalte tot 10% wordt een interventiewaarde van 40 mg/kg d.s. en voor bodems met een organisch stofgehalte vanaf 30% een interventiewaarde van 120 mg/kg d.s. gehanteerd. Tussen de 10% en 30% organische stof gehalte kan gebruik gemaakt worden van de volgende bodemtypecorrectieformule: (IW)b = 40 x (% organische stof / 10) Waarin: (IW)b = interventiewaarde voor de te beoordelen bodem % organische stof = gemeten percentage organische stof in de te beoordelen bodem.
D: Meetvoorschriften De te hanteren analysemethoden zijn opgenomen in Bijlage L, behorende bij artikel 1.1 (versie 30 november 2007) van de Regeling bodemkwaliteit. Staatscourant 20 december 2007, nr. 247, pag 67.
8
BIJLAGE 5 Monsternemingsplan en -formulier asbest
BIJLAGE 6 Historische informatie
Rapport Bodemloket
Datum: 12-04-2019
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/2
Inhoud 1
Algemeen
2
Disclaimer
1
Algemeen Bij het Bodemloket is geen informatie voor deze locatie beschikbaar over bodemonderzoek en/of sanering. Mogelijk is informatie beschikbaar bij gemeente, omgevingsdienst of provincie.
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
2/2
TEKENING 1-1 Situatie met monsterpunten en peilbuis