Voorstel renovatiewerkzaamheden Cultuurhuis architecht (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
VOORSTEL
RENOVATIEWERKZAAMHEDEN DORPSSTRAAT 40 WOUDENBERG
(geanonimiseerd) architect bna (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) WOUDENBERG tel, 03 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
CULTUURHUIS
INHOUD 1. INLEIDING 2. REACTIE VAN MIJ DIE IN 1981/1982 HET GEBOUW ONTWORPEN EN LATEN REALISEREN
3. TOELICHTING
ONTWERP
BOUW
RABOBANK
HEEFT
LATER CULTUURHUIS
4 SITUERING CULTUURHUIS 5. REACTIE OP HET GESTELDE IN < DE WOUDENBERGER= VAN 14 NOVEMBER 2023 EN DE < LET-OP= VAN 15 NOVEMBER 2023 6. SLOT
1. INLEIDING In de “Woudenberger”van 14 november 2023 staat een flink stuk vermeld met als tekst “Wat te doen met het Cultuurhuis”. Daaronder staat vermeld dat de politiek nog veel haken en ogen ziet aan de plannen met daaronder vermeld dat in het hart de politiek graag voor een volledig nieuw gebouw voor het Cultuurhuis wil verstand blijft echter twijfel zaaien of dat
kiezen. Het
vanuit financiële overwegingen wel haalbaar of verantwoord is. Het voorstel van het College om 2 scenario’s, te weten een minimale opknapbeurt van het huidige gebouw en volledige nieuwbouw nader te onderzoeken, leek bij de raadscommissie dan ook op redelijk brede steun te kunnen rekenen. Toch waren er nog tal van vragen over het onderliggend rapport dat tot dit voorstel heeft geleid. Er onder staat vermeld dat bureau HEVO Advies en Bouwmanagement in de afgelopen maanden samen met de gemeente onderzoek heeft gedaan naar de toekomstbestendigheid van het Cultuurhuis. Naast noodzakelijk verduurzamings-
maatregelen zijn er nogal wat knelpunten gesignaleerd in het gebruik die de exploitatie niet ten goede komen. Het onderzoek, waarbij ook het bestuur en de gebruikers van het Cultuurhuis als inwoners zijn betrokken heeft geleid tot vier mogelijke senario’s voor verbetering. Twee daarvan namelijk een minimale opknapbeurt en verduurzaming van het gebouw ( 2.3 miljoen) en volledige nieuwbouw ( 10.6 miljoen) wil nu het College nader gaan onderzoeken. Een aantal raadsleden hadden vragen over deze bedragen en vroegen zich af zoals hoeveel vierkante meters krijgen we voor 10.6 miljoen euro. Een lastig te doorgronden stuk vond een ander. Een ander raadslid vond dat hij teleurgesteld is over het aantal opties die door de raad zijn aangedragen in het onderzoek zoals een combinatie van nieuwbouw en woningbouw, toevoeging van commerciële ruimten en een accommodatie voor jongeren. Weer een ander raadslid zei kunnen we het huidige pand niet verkopen aan een commerciële partij onder voorwaarde een nieuw cultuurhuis te realiseren in combinatie met appartementen boven de parkeerplaats? Een ander raadslid vroeg zich af of een combinatie van cultuurhuis met sportvoorzieningen niet is te realiseren zoals dat in buurgemeente Scherpenzeel is gerealiseerd.
Een ander raadslid vond dat het verstandig is om eerst af te wachten hoe de financiële positie van de gemeente zich de komende jaren gaat ontwikkelen, alvorens nieuwbouw te overwegen. Een ander raadslid vond dat er alles aan moet worden gedaan om er voor te zorgen dat er een cultuurhuis komt waar Woudenberg trots op kan zijn en sloot zich aan bij de pleidooien die de leden van de raadscommissie bij aanvang van het agendapunt ook al gehoord hadden van de voorzitter van de Stichting Cultuurhuis Woudenberg (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) en (geanonimiseerd) voorzitter Stichting Kunst en Cultuur (KCW) De Kunstberg. Wethouder Molenaar benadrukte dat er op dit moment nog geen sprake is van een keuze en wilde een dekkingsplan voor beide senario’s en bekende dat hij meer had verwacht van de nu voorliggende scenario’s ten aanzien van bijvoorbeeld een combinatie met appartementen maar temperde door te verwijzen naar een mogelijk probleem met parkeervoorzieningen. Verkoop aan een commerciële partij vond hij niet erg realistisch en refereerde daarbij aan het beleid van Woudenberg om alle sportvoorzieningen op één plek, namelijk in de noordwestelijke zone van Woudenberg te concentreren. In de komende vergadering zal de raad een beslising nemen over het verzoek van het College om een budget van in totaal € 40.000.
beschikbaar te stellen om zowel het scenario van de minimale renovatie financieel verder uit te werken als een projectleider aan te trekken die ditzelfde gaat doen voor een scenario van volledige nieuwbouw. Daarnaast wordt de raad nog een apart voorstel voorgelegd voor uitbreiding van het aantal uren van de programmacoördinator van het Cultuurhuis en het aantrekken van een parttime gebouwenbeheerder. Dit ontlast de vrijwilligers, waarop nu al veel te veel een beroep wordt gedaan. ,
2. REACTIE
VAN
ONTWORPEN
MIJ DIE IN 1981/1982 HET GEBOUW REALISEREN
HEEFT
EN LATEN
beroep van architect is al oud en wat is eigenlijk een bouwstijl? Zie daarvoor bijlage 2 “De Delftse School” waarin het als volgt wordt omschreven: Het woordenboek beschrijft het zo: Geheel der kenmerkende vormen waardoor de gebouwen van een zeker tijdvak of volk zich van andere onderscheiden. Dit kan bijvoorbeeld door het materiaal dat gebruikt wordt, de vormgeving of de samenhang. Wie bepaalt de bouwstijl eigenlijk? Een architect. Het beroep van architect is dus eigenlijk al heel oud. In de Middeleeuwen bestond een architect meer als een vrije kunstenaar. Na een opleiding aan een kunstschool of academie van beeldende kunsten kon hij bij een oudere architect nog meer vakkennis op doen. In de 17e eeuw was er aan de Leidse Universiteit ook een opleiding voor burgeringenieurs. In Frankrijk bestond in de 18° eeuw ook een soortgelijke opleiding. In andere landen ontHet
stonden deze pas na de eerste helft van de 19° eeuw. In Nederland werd in 1842 de Koninklijke Academie ter opleiding van burgelijke ingenieurs in Delft opgericht en in 1863 ontstond hieruit de Polytechnische School. Aan deze school had men de mogelijkheid om na een opleiding tot burgelijke ingenieur nog een jaar de bouwkundige opleiding te volgen. In 1901 werd een zelfstandige studie voor bouwkundig ingenieur of architect ingesteld. Inmiddels zijn er in deze Technische Universiteit een flink aantal faculiteiten bijgekomen. In 1924 werd de Rotterdamse architect Marinus Grandpré Molière (1863-1972) benoemd als hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft. Professor Grandpré Molière had grote invloed op zijn studenten omdat hij een boeiende wijze van voordracht had. Samen met een aantal studenten heeft hij een nieuwe bouwstijl ontwikkeld die bekend is geworden als “De Delftse School” en de belangrijkste opvattingen zijn vastgelegd in bovengenoemde bijlage.
Tijdens mijn opleiding tot architect in Rotterdam en Utrecht kwamen praktisch alle bouwstijlen aan de orde en toen ik in 1978 ons bureau aan de Stationsweg west B in Woudenberg opstartte heb ik mijzelf de vraag gesteld welke bouwstijl bij mij hoorde en De Delftse School”en daarin heb ik heel veel projecten mogen ontheb gekozen voor de werpen waaronder ook de voormalige Rabobank (nu Cultuurhuis) dat in 1985 is gerealiseerd maar ook de uitbreiding van het gemeentehuis in Woudenberg in 1981, de
(geanonimise rd)
“
supermarkt met daarboven 19 appartementen aan de Beukenlaan 68 (op het marktplein) in Scherpenzeel, de nieuwe winkel van de fa. Dalhuijsen interieurverzorging aan de Voorstraat in Woudenberg in 2002, de bedrijfshal + kantoren van High Voltage Engineering in Amersfoort, 30 premiewoningen in Woudenberg, paviljoengebouw voor 50 meg bewoners van de stichting “De Heijgraeff” + nog 3 sociowoningen in Woudenberg, het gemeentehuis in Leersum in 1996 enz. Met praktisch alle opvattingen van deze bouwstijl ben ik het eens en voel mij er mee verbonden. Belangrijk is ook te merken dat deze bouwstijl niet verouderd. 3. TOELICHTING
ONTWERP
RABOBANK
LATER
CULTUURHUIS
Zoals hierboven vermeld is het gebouw ontworpen volgens de opvattingen van de Delftse School bouwstijl. Daarbij is vooral uitgegaan van de volgende punten: 1, 2,3, 5,6, 7,8, 11, 12, 13 en 14. Een aantal punten wil ik hieronder nog toelichten zoals: Punt 5
Tijdens het ontwerpen heb ik met medewerkers van de Rabobank overleg gevoerd en geadviseerd om als dakbedekking van de schuine dakvlakken uit te gaan van natuurleien 4
(zie bijlage 3) maar werd afgewezen vanwege de kosten en moesten er goedkopere betonleipannen worden toegepast. . . Deze worden echter betrekkkelijk gauw
vies omdat ze ruwer zijn dan natuurleien. Zie foto9s 1, 3, 5, en 7. Punt 6.
Jammer dat er na de oplevering van het gebouw door een andere partij en buiten mij om het metselwerk boven de plinten is geschilderd in verschillende kleuren die als horizontale banen zijn aangebracht. Zie foto9s 4, 9, 17 en 18. Is erg lelijk en behoort geheel niet bij deze bouwstijl omdat natuurproducten veel langer in hun natuurlijke kleur blijven. . Het is ook zeer aanbevelenswaardig dat de kleuropbouw bij een gebouw van donker naar licht wordt opgebouwd met de donkerste kleur aan onderzijde en de lichte kleuren naar boven zodat het gebouw als het ware van de grond op rijst. Punt 7.
De ramen bij het gebouw zijn niet alleen in een vertikale vorm uitgevoerd in verband met de belichting van de binnenruimten maar ook om aan te sluiten op het gestelde in punt 11. Punt 8. De toegangsdeuren + beweegbare ramen zijn allemaal uitgevoerd in een goudkleur. De deuren vooral voor < het plechtige binnengaan= en de beweegbare ramen om de raampartijen op te vrolijken. Zie foto 11. Punt 11.
Aan het gebouw is zichtbaar dat ik de esthetische normen heb gehanteerd die ook in de gedachtenwereld van de klassieke oudheid en Christendom zijn te vinden. Eén van deze normen is om zoveel mogelijk onderdelen vertikaal op te stellen. Daarom heb ik de constructieonderdelen zoals de betonkolommen zoveel mogelijk aan buitenzijde in beeld gebracht. Zie de foto9s 4, 9, en 17. Deze betonkolommen heb ik aan buitenzijde laten bekleden met natuursteen volgens het gestelde onder punt 6. Voor mijzelf is een gebouw met zoveel mogelijk vertikale lijnen een gebouw dat staat en een gebouw die dat niet heeft ligt. . . Men vraagt zich misschien ook af waarom er in de oostgevel een balkon op de verdieping is aangebracht. De reden hiervan is dat het balkon grensde aan de kamer waar
vroeger de directeur van de Rabobank zijn werkzaamheden verrichte en personen ontving.
Hij stelde het op prijs om op warme dagen de toegangsdeur naar het balkon open te kunnen
zetten en om even een luchtje te kunnen scheppen. Dat zijn zaken waar ik als architect
graag aan mee werk want daardoor krijgt het gebouw iets eigens en heb je er weer 2 stuks kolommen bij die voor de vertikaalwerking zorgen. Ook hou ik rekening met de betekenis van getallen in de Bijbel zoals het getal 3 van de Goddelijke Drie-eenheid. Daarom zijn er zowel in de noord-, west- , als zuidgevel 3 stuks dakkapellen, die qua maatvoering en plaats exact boven de eronder gelegen raampartijen in deze gevels zijn aangebracht. Later is er bij de hoofdingang een vertikaal geplaatste constructie aangebracht waar vroeger in het bovenste gedeelte nog een bord was aangebracht met het woord Cultuurhuis maar dat bord is inmiddels verwijderd. De later aangebrachte frameconstructie midden voor de hoofdingang accentueerd deze en dat is goed. De frameconstructie is te zien op de foto9s 11, 13, 14 en 17 en mag van mij blijven gehandhaafd. 4. SITUERING VAN HET CULTUURHUIS De ligging van het Cultuurhuis is erg goed en is gelegen aan het begin van de Dorpsstraat
3
met veel winkels, kapsalons, een restaurant enz. en is het eerste grote gebouw aan de oostzijde van de dorpskern en dat qua hoogte goed aansluit op de overige bebouwingen. Zie foto 11. Naast en achter het gebouw is ook veel parkeergelegenheid voor auto9s enz. Zie de fotobladen 1, 2, 5, en 7. Deze parkeerplaatsen zijn niet alleen voor het Cultuurhuis maar ook uitstekend geschikt voor personen die buiten het centrum wonen en hun auto dicht bij het centrum kunnen parkeren. Het blijkt ook mogelijk op de parkeerplaats op donderdagmiddag een viskraam te stallen waarvoor elders in dit gebied geen plaats is. Zie foto 19. Verder zijn er nog borden geplaatst voor parkeren voor andere activiteiten. Zie foto9s 5, 8, en 20. 5. REACTIE OP HET GESTELDE IN < DE WOUDENBERGER= BER EN DE < LET OP= VAN 15 NOVEMBER 2023
VAN 14 NOVEM-
Kiezen voor een geheel nieuw Cultuurhuis is volgens mij geheel niet aan de orde. Wel dient het Cultuurhuis een opknapbeurt te ondergaan die ik liever een onderhoudsbeurt
noem. Aan de buitenzijde dient het metselwerk boven de plinten in een witte kleur te
worden geschilderd. Hetzelfde geldt voor de planken die voor de goten zijn aangebracht. De betondakpannen dienen te worden vervangen door natuurleien en mogelijk dient de dakbedekking op het platte dak te worden vernieuwd? Op het platte dak kunnen dan tevens zonnepanelen worden aangebracht om stroom op te wekken en zijn deze niet zichtbaar. . Dan ziet het gebouw er weer prachtig uit. Deze kosten kun je nu al door een bouwkostenadviesbureau laten uitrekenen en zal blijken dat deze erg meevallen en laat tegelijkertijd zien dat er geen sprake meer is van sloop van het Cultuurhuis en behoef je ook geen budget van ¬ 40. 000. - beschikbaar te stellen om zowel het scenario van de minimale restauratie financieel verder uit te werken als voor het scenario van volledige nieuwbouw. Ook zullen in het gebouw nog werkzaamheden moeten worden verricht en zal er ook moeten worden gekeken naar de technische installaties. Volgens mij zijn er 2 stuks speciale warmtepompen nodig om de cv-ketels te vervangen en zonnepanelen op het dak te worden geplaatst en behoeft er nergens extra isolatiemateriaal te worden aangebracht. Ook dient te worden nagegaan of plaatsing van < thuisbatterijen= voor opslaan van stroom mogelijk is. Ook dient te worden nagegaan of de ventilatie- en luchtbehandelingsinstallatie nog naar behoren werken en of er voor de verlichting overal LED-armaturen zijn toegepast.
Al deze posten kun je zien als normaal onderhoud en hebben niets te maken met de keuze tussen slopen en gehele nieuwbouw. Indien noodzakelijk geacht wil ik daarvoor gratis adviezen verstrekken. Na het volgen van de architectenopleiding heb ik op 1 januari 1978 ons architectenbureau opgericht en tot 1 januari 2021 plm. 820 projecten mogen uitvoeren
als architect die is aangesloten bij de BNA de bond van nederlandse architecten gevestigd
in Amsterdam. Bij die bond ben ik nog steeds aangesloten als senior-architect en verricht ik na | januari 2021 nog steeds projecten waarvoor ik geen geld in rekening breng om particulieren of instellingen bij te staan op bouwkundig gebied. Wel worden de door mij gemaakte kosten in rekening gebracht. In dit verband nog wat over het mogelijke noodzakelijke tekenwerk. Alle originele tekeningen heb ik afgegeven aan de balie in het gemeentehuis. Indien deze nog aanwezig zijn kan ik die aanvullen en kunnen deze worden gebruikt voor de te verrichten onderhoudswerkzaamheden van het Cultuurhuis.
6. SLOT
Inmiddels ben ik benaderd en uitgenodigd om mijn visie te delen in de commissie die daar mee bezig is en zal ik dit rapport overhandigen en toelichten. Woudenberg, 24 november 2023 Bijlagen:
1. 1 0 s tu k s f o t o b l a d e n m e t i n t o t a a l 2 0 s t u k s f o t o 9 s 2. D o c u m e n t a t i e < D e Del fts e S c h o ol = 3. N a t u u r s t e n e n d a k l e i e n
Inleiding
?T e
De Delftse Sch ool is niet zo bekend. Toch is het niet oud. Veel voorbee lden kunnen we in de naaste omgeving zie n die ontlee nd zijn van de Delftse S chool. Bij d e wederopbouw gingen de mee ste opdrachte n voor belang rijke gebouwe n naar de Delfise School . Zo ook in Hoevelaken,
Scherpenzeel, Eindhoven,
R enkum,
Hendr ik-
Ido-Ambacht, R h enen enzovoort. Men behoeft nie t de levensbes chouwin g v a n Gra npré Moliére aan te h angen om toch w aardering te heb ben voor althans een deel van de a rc h i t e ct u u r d i e d e D e l f t s e S c h o o l o n s h e e f t n a g e l a t e n . Enschede, raadhuis,
Friedhoff Een illustratie van de
beinvloeding door de
Scandinavische architectuur uit
het begin van de
Jaren twintig en
dertig.
kaenaei
ne r eer mea E mew tow(
a
RREEL
;
ES
CH Sh A alUT) 4 MT pry eee e aEN HAT
Hsiao | 2i
ie 3 NO
ae =|
9 il
Het b eroep archit ect is al oud. . . . . Wat is eigenlijk een bouwstij l? Het woorden boek b eschrijft het z o: gehe el der kenmerk ende vormen waardoo r de gebouwe n van zeker t ijdvak of volk zich va n andere ondersch eiden. Dit kan bijvoorb eeld do or het materiaal dat ge bruikt wordt, de vormgev ing of d e samen hang. W ie bepaa lt de bo uwstijl eigenlijk ? Een ar chitect. Het ber oep arc hitect is dus eigenlijk al hee l oud. In de P salmen word he t beroe p < Bouwhe er= al ge noemd. E n hoevee l mensen vandaag de dag h ebben no g een be kende familiec naam a ls B ouwheer of Bouwm eester. , Sinds de renaissan ce had een arch itect-ha ndwerksm an de l eiding va n een b ouwwerk. In de m iddeleeu wen be stond e en archi tect me er als een vrije kunste naar. N a een opleiding aan een kunstsc hool of academie van be eldende kunsten kon hij bij een oudere a rchitect nog meer vakkenn is opdoe n, daarn aast kre eg een i ngenieur ook nog een milit aire ople iding. In de 17e e euw was er wel aa n de Lei dse Univ ersiteit een opleiding voor bur geringen ieurs maa r die wer d later we er opgeh even.
In Frankri jk beston d in de 18e eeuw ook een soortgelij ke opleid ing, in a ndere lan den
ontstonde n deze pas in de eer ste helft v an de 19e eeuw. In N ederland werd in 1 842 de Koninklij ke Academ ie ter opl eiding van burgerlij ke ingenie urs in Delf t opgerich t en in 1863 ont stond hie ruit de Polytechn ische Sc hool. Aa n deze school h ad men de mogelijkh eid om na een o pleiding tot burger lijke ing enieur no g een ja ar een b o u w k u n d ige o p l e i d i n g t e v o l g e n . In 1901 we rd een zel fstandige s tudie voor bouwkun dig ingeni eur of arch itect inges teld. In 1905 w erd de Po lytechnis che Schoo l een Te chnische Hogeschoo l en teg enwoordig
is dit de Te chnische U niversitei t v an Delft .
In zijn colle ges b ouwde hij e en sc hoonhe idslee r op, waarin hij r egels voor vormg eving van g ebrui ksvoo rwerp en en bouww erken aang af. D aarbij moes t, be halve met d e algem ene regels, bij voorbe eld v an v erhoud ing en ri tme, ook rekeni ng w orden gehou den me t plaa tselijk e omst andig heden van l and en volk. D e ont wikkel ing va n een intern ationa le arch itectu ur wee s hij af. Sti jlen al s het functi onalis me en de Nie uwe Zakeli jkheid z ag hij als ui ting va n een materi alisti sch e l ev ensbes chouwi ng . O p g rond van de ze opv atting en is de archi tectuu r van d e Delf tse Sc hool o ntstaa n. Oor spronk elijk was de bena ming traditi onele o f arch aisere nde ric hting, na 194 5 is d e naa m Delf tse S c h o o l o nt s t a a n. In 195 3 ging Granp ré Mol iére al s hoog leraar met em eritaa t en si ndsdie n raakt e de discus sie ove r zijn leerst elling en o p de achte rgrond . D e De lftse S chool is tot 1968 d e overhe ersend e r ichti ng aan de afd eling B ouwku nde va n de T echnis che Ho gesch ool in D e l f t g e b l e ven.
Belangrijkste opvattingen De belangrijkste opvattingen van de Delftse School architecten: 1: Herstel van de Christelijke kunst door de kunst te richten op de orde van de natuur (de orde van de schepping) en zich te laten leiden door het bovennatuurlijke. 2: Herstel van de maatschappelijke orde door herstel van het ambacht. Dat wil zeggen herstel van de nationale saamhorigheid, arbeidsgemeenschappen, de kennis van de techniek vormen de uiteindelijke voorwaarden voor de Christelijke kunst. 3: Voortbrengen van kunst van landeigen, nationaal karakter, een kunst die de deugden van ons volk weerspiegelt en past bij de bevolking van dat land en die streek. 4: G r o t e r e , s o b er e w o n i n g e n , d i e h e t li e fs t p a s s e n in d i e s t r e e k ( st r e e k e i g en e ) . E l k e
wo n in g
bij v o o r k e u r m e t e e n t u i n .
5: H e t s c h u i n e p a n n e n -
o f r i e t e n d a k g e l d t a ls b e é i n d i g i n g v a n h e t o p g e r i c h t e
b o u w w e r k , al s t e k e n v a n h e t e i n d e v a n h e t a a r d s e .
6 : B a k s t e e n , m a a r o o k n a t u u r s te e n , v e r d ie n t d e v o o r k e u r o m d a t h e t g e b o u w bij d e
a a r d e h o o r t . W a t o p v a l t i s d a t e r v a a k vri j g r o t e v l a k k e n m e t s e l w e r k w o r d e n u i t g e v o e r d w a a r i n m a a r w e i n i g r a m e n zitten.
7 : I e d e r v e r t r e k z o r g t v o o r z i jn e i g e n l i c h t i n v a l . D e v e n s t e r s m o e t e n d e z e l f s t a n d i g h e i d t ot u i t d r u k k i n g b r e n g e n . B i j v o o r k e u r h o g e r a m e n , w a n t b r e d e , l a g e r a m e n g e v e n te w e i n i g d i f f e r e n t i a t i e bij d e b e l i ch t i n g v a n d e b i n n e n r u i m t e n . I e d e r e r ui m t e h e e f t z i j n ei g en v e ns t er s . 8: D e v o o r d e u r b e v a t v e e l o r n a m e n t e n e n v a a k o n d e r s t r e e p t h e t s t o e p j e h e t p l e c h t i g e b i n n e n g a a n , s y m b o l i s e e r t h et v e r s c h i l v a n d e b u i t e n w e r e l d e n h e t < h e i l i g d o m = , w a a r e e n a n d er m e t r e s p e c t m o e t b i n n e n g a a n . 9 : S t e d e b o u w k u n d i g e p r i n c i p e s m e t a l s k e r n : h e t g e z i n is d e o o r s p r o n g v a n d e st e de li j ke g e m e e n s c h a p . Z e l f s t a n d i g e w i j k e n c re é r e n ( w i j k g e d a c h t e ) . 10 : A f w i j z i n g v a n h e t f u n c t i o n a l i s m e ( e f f i c i é n t e o n t w i k k e l i n g v a n d e w o n i n g b o u w ) e n h e t w i l l e k e u r i g e p l a a t s e n v a n e e n c o m p l e x w o n i n g e n o f e e n s t a d m i d d e n in d e n a t u u r .
1 1: D e a r c h i t e c t m o e t z o e k e n n a a r o b j e c t i e v e , o n v e r a n d e r l i j k e , e s t h e t i s c h e n o r m e n , d i e
te v i n d e n z i j n in d e g e d a c h t e n w e r e l d v a n d e k l a s s i e k e o u d h e i d e n h e t C h r i s t e n d o m . A a n d e o u d h e i d z i j n b i j v o o r b e e l d d e m a a t v e r h o u d i n g e n o n t l e e n d d i e b e k e n d s t a a n a ls
< d e g u l d e n s n e d e = . H e t C h r i s t e n d o m l e e rt d a t d e S c h e p p e r i n d e e e r s t e p l a a t s G o d i s e n dat de a r ch i t e c te n s e c u n d a i r e s c h e p p e r s zij n.
1 2=~: D u u r z a a m h e i d i s o o k e e n k e n m e r k v a n < v o o r n a m e = a r c h i t e c t u u r .
1 3: W e i n i g g e br u i k v a n p l a t t e v l a k k e n e n r e c h t e h o e k e n ( z i j n w e i n i g e s t h e t i s c h bev red ige nd) 1 4 : A f w i j z i n g v a n g e b o u w e n d i e o p i e t s a n d e r s l i j k e n z o a l s e e n s c h i p o fe n e ebn e e l md o l ez ni j.n E e n g e b o u w m o e t v o l g e n s h e m n i e t i e t s u i t d e w e r e l d a f b e e l d e n bm ea ae rl d e en d e m o t i e v e n v a n de m e n s e l i j k e g eest. W e l ka n e e n a rc hi te ct a an het g e b o u w t o e v o e g e n , z oa ls pla nt - en di e rf i g ur e n. W o o n h u i s N i jl a nd , W a s s e n a a r ,
1918. Architect Ir. M. J. Granpré Moliére.
if
n T
r- i =
)
"
<
i d
t h e O F e e_ 4 l
F e e
OPIN AA
ioe
RCCORONECE
ons se
WTCSC N H U IWS A S S E N NAY LAARN D