Jaarverslag 2021.pdf
Tekst van het document
Deelnemingen • N.V. Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) • Vitens N.V. • Inkoop Bureau Midden Nederland (IBMN) • N.V. ROVA
Stichtingen/Coöperaties • Stichting Openbaar Primair Onderwijs Eem-Vallei Educatief • Coöperatie de Kleine Schans
Bestuursconvenant • Bureau Regio Amersfoort
- 65 Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. Bedragen x € 1.000 Realisatie
Definitieve begroting
2021
2021
Lasten
6.795
7.026
Baten
827
Resultaat programma 5 voor bestemming
Programma 5 – Dienstverlening
Primaire begroting 2021
Jaarrekening Jaarrekening 2020
2019
5.946
7.104
6.726
821
618
1.391
853
5.968
6.205
5.328
5.713
5.873
Realisatie
Definitieve
Primaire
Jaarrekening
Jaarrekening
2021
Begroting 2021
Begroting 2021
2020
2019
Lasten
6.795
7.026
5.946
7.104
6.726
Salarissen
3.303
3.245
3.241
3.253
3.096
Inhuur
504
479
20
527
145
Corona-maatregelen
40
10
Overige
2.947
3.292
2.685
3.300
3.485
Baten
827
821
618
1.391
853
Salarissen
44
80
783
741
618
1.391
853
Splitsing programma 5
24
Corona-maatregelen Overige
- 66 Cijfermatige verschillen gerealiseerde en geraamde cijfers 2021 Prg
Omschrijving afwijking
Nadelig
Voordelig Nadelig
Voordelig Saldo
REALISATIE PROGRAMMA 5
6.795
827
5.968
BEGROTING PROGRAMMA 5
7.026
821 6
6.205 -237
TOTAAL VERSCHILLEN
231
TOTAAL VERSCHILLEN
314
545
81
87
-237
Algemene verschillen
123
84
0
3
36
Alg
Salarissen
58
58
Alg
Inhuur
25
25
Alg
Corona-maatregelen
Alg
Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
6
Alg
Kleine verschillen < € 5.000
34
Dienstverlening
14
5
WOZ/belastingen uitvoeringskosten
14
5
Beleid invordering
5
Vergoeding uitleen personeel
5
Opbrengsten invorderingen
5
BAG/GEO samenwerking Bestuur
84
-84 6
43
7
3
31
43
-65 14
15
-15 43 7
7
28 5
80
-43 -28
0
10
-85
5
-5
5
Uitlenen personeel
5
Klein materiaal bevolking
5
Kosten verkiezingen
5
Opbrengsten leges Burgerzaken
5
aanschaf middelen voor raad
39
-39
5
Toevoeging aan voorziening wethouders
36
-36
5
5
-5
5
5 5
Vastgoed
14
Overige gronden en gebouwen
4
22
23
-5
8
7
7
-3
- 67 -
5
Brandweerkazerne diverse kosten
5
Cultuurhuis diverse kosten en baten
5
Peuteropvang diverse kosten en baten
5
5
De Schans diverse kosten en baten
5
5
Gemeente Werf
5
Henschoterhof Algemene baten en lasten
5 4
-5 16
20 1
7
2
6
6 7
135
-6
198
-7 0
19
-82
5
Vennootschapsbelasting
83
-83
5
Raming Corona maatregelen
115
-115
5
Bijstellen voorziening dubieuze debiteuren
102
102
5
Bijstellen raming afrekening controle BTW oude jaren
33
33
5
Verkoop gronden Bedrijfsvoering
0
37
46
19
-19
0
9
5
Premies UWV ontvangen
5
Beleid bedrijfsvoering
8
-8
5
Juridische kosten
15
-15
5
Bestuurlijke samenwerking
10
-10
5
Overige personeelskosten
4
-4
5
Ondersteuning CDKS Overheadskosten
31
31
15 23
81
5
15 4
10
-57
5
Beleidskosten KCC
-10
5
UWV
5
Huisvesting gemeentehuis (steunpunt politie)
5
Kantoorbehoefte (kopiëren etc)
14
-14
5
Representatiekosten derden
12
-12
5
Uitvoeringsplan Dienstverlening
5
ICT kosten
5
5 4
23
-4
23 45
-45
- 68 Toelichting op de grotere verschillen tussen gerealiseerde cijfers en de definitieve begroting over 2021 Salarissen en inhuur: Verschillen op salarissen en inhuur worden kort toegelicht in paragraaf E bedrijfsvoering. (pag. 129) Corona: Voor de kosten samenhangend met corona was onder programma 5 een totaalpost opgenomen met de bijgestelde begrotingen van € 115K. De daadwerkelijke kosten zijn echter voor het grootste gedeelte onder de diverse programma’s verantwoord, een en ander in lijn met de geldende regelgeving.
Overgang WOZ-belastingen en Bag: 2021 is het eerste jaar waarin WOZ-belastingen en BAG/BGT door Veenendaal is uitgevoerd. Voor 2021 leidt dit tot een voordeel op het BAG/BGT budget. Tevens is een vergoeding ontvangen voor detachering van een van onze medewerkers. Bestuur: In de najaarsnota zijn extra middelen beschikbaar gesteld om een nieuw systeem rondom bestuurlijke besluitvorming aan te schaffen. Deze kosten worden in 2022 gemaakt waarmee het budget in 2021 vrijvalt. Dit budget is toegevoegd aan de reserve overlopende kredieten. Voorziening pensioenen (oud-)wethouders: T.o.v. de najaarsnota wordt er minder toegevoegd aan de voorzien pensioen wethouders. Deels heeft dit te maken met een te hoge raming voor de toevoeging pensioenen voor oud wethouder en deels doordat het budget voor wachtgeld niet volledig gebruikt hoefde te worden. Voorziening dubieuze debiteuren: Jaarlijks wordt aan het eind van het jaar ingeschat welk deel van de uitstaande vorderingen niet óf heel moeilijk invorderbaar is. Deze inschatting in programma 5 heeft met name betrekking op de belastingdebiteuren en overige debiteurenbestand, niet zijnde bijstandsdebiteuren. De bijstelling op het debiteurenbestand van bijstandsdebiteuren vindt plaats via programma 1. Het bijstellen van met name de voorziening op belastingdebiteuren heeft te maken met aanloopproblemen bij Veenendaal.
Geheel 2021 heeft geen invordering in de vorm van aanmaningen en/of dwangbevelen plaats gevonden. Vennootschapsbelasting: Voorlopige en definitieve aanslagen van de Vennootschapsbelasting zorgen voor een grillig verloop van inkomsten en uitgaven. De jaarlijkse bedragen worden toegevoegd of onttrokken uit de reserve grondbedrijf. BTW oude jaren: In 2020 en 2021 heeft een belastingonderzoek plaats gevonden betreffende het jaar 2018. Hoewel de definitieve bevindingen pas in 2022 beschikbaar komen zijn op voorhand vastgestelde fouten gecorrigeerd. (periode 2017-2020) Verder is er in 2020 al een bedrag opgenomen van € 50.000 opgenomen voor eventuele boetes en extra kosten. De € 33.000 die hier verwerkt zijn staan los van de geraamde € 50.000. Dienstverlening: De extra kosten voor het uitvoeringsplan dienstverlening worden gedekt uit het daarvoor beschikbaar gestelde krediet. Overhead: Tal van budgetten zoals kantoorbehoeften, ICT en representatiekosten derden zijn mede door corona en een uitgaven niet volledig benut.
- 69 Cijfermatige verschillen gerealiseerde cijfers 2021 en de jaarrekening 2020 Prg
Omschrijving afwijking
Nadelig
Voordelig Nadelig
Voordelig Saldo
REALISATIE PROGRAMMA 5 2021
6.795
827
5.968
REALISATIE PROGRAMMA 5 2020
7.104
1.391
-309
-564
5.713 255
TOTAAL VERSCHILLEN
309
564
255
TOTAAL VERSCHILLEN
474
784
823
259
255
Algemene verschillen
122
81
13
0
55
Alg
Salarissen
50
Alg
Inhuur
Alg
Corona-maatregelen
Alg
Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
Alg
Kleine verschillen < € 5.000
56
Dienstverlening
39
50 23
-23
16
16 58
5
WOZ/belastingen uitvoeringskosten
5
Vergoeding uitleen personeel
5
Onttrekking aan voorziening
5
BAG/GEO samenwerking
39
Bestuur
53
-58 13
6
50
69 43
6
40 -6
43 50
-43 50 39
30
0
30
-7
6
-6
5
Uitlenen personeel
5
diverse kosten bevolking
5
5
5
Kosten verkiezingen
33
33
5
Opbrengsten leges Burgerzaken
5
Diverse kosten bestuur
5
Toevoeging aan voorziening wethouders Vastgoed
24 15
15 30
104
-24
7
-30 36
103
30
- 70 -
5
Overige gronden en gebouwen
5
Brandweerkazerne diverse kosten
10
5
Cultuurhuis diverse kosten en baten
25
4
21
5
De Schans diverse kosten en baten
69
99
-30
5
Henschoterhof Algemene baten en lasten
7
10
3 10
26 69
526
724
26 60
5
Vennootschapsbelasting
5
Bijstellen voorziening dubieuze debiteuren
5
Verrekening rijksvergoedingen
52
-52
5
Diverse kosten onvoorzien
322
-322
5
Diverse baten onvoorzien
0
5
Verkoop gronden
5
Afwikkeling posten voorgaande jaren Bedrijfsvoering
152
207 -152
69
69
659
659 60
65 53
20
0
-60 65
23
10
22
-22
5
Premies UWV ontvangen
5
Beleid Communicatie
5
Beleid bedrijfsvoering
10
10
5
Juridische kosten aansprakelijkheidsverzekering
24
24
5
Juridische kosten
5
Overige personeelskosten
5
Diverse opbrengsten HR
6
-6
14
-14
19
19 114
0
1
-1
0
-80
Overheadskosten
34
5
Huisvesting gemeentehuis
34
5
Verbouwing gemeentehuis
87
-87
5
Kantoorbehoefte (kopiëren etc)
9
-9
5
ICT kosten
18
-18
34
- 71 -
Algemene dekkingsmiddelen In de vijf voorgaande programma’s zijn de specifieke lasten en baten per programma opgenomen. Hiernaast zijn er ook lasten en baten die niet rechtstreeks aan deze programma’s zijn toe te rekenen. Het betreffen de algemene uitkering, de algemene belastingen, dividenduitkeringen en stelposten. Deze nemen we op bij de Algemene dekkingsmiddelen.
Wat heeft het gekost? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma verbonden zijn. Bedragen x € 1.000 Realisatie Definitieve Primaire
Realisatie
2020
2019
begroting
begroting
2021
2021
2021
43
93
86
80
110
1
0
0
1
1
1
1
Algemene dekkingsmiddelen Lasten
Realisatie
Algemene belastingen - Onroerende zaakbelastingen, kwijtscheldingen Dividenden Treasury
42
92
85
79
109
Baten
22.129
21.877
20.390
20.387
18.920
18.767
18.713
17.295
17.433
16.078
- Onroerende zaakbelastingen
2.872
2.746
2.696
2.494
2.419
- Hondenbelasting
60
60
65
62
64
- Toeristenbelasting
347
260
236
261
187
Dividenden
11
8
8
0
18
Treasury
72
90
90
137
154
-22.086
-21.784
-20.304
-20.307
-18.810
Algemene dekkingsmiddelen - Algemene uitkering Gemeentefonds Lokale heffingen
Resultaat algemene dekkingsmiddelen
- 72 -
Cijfermatige verschillen gerealiseerde en geraamde cijfers 2021 Prg
Omschrijving afwijking
Nadelig
Voordelig Saldo
REALISATIE Algemene dekkingsmiddelen
43
22.129
-22.086
BEGROTING Algemene dekkingsmiddelen
93
21.877 252
-21.784 -302
TOTAAL VERSCHILLEN
Alg
Voordelig Nadelig
50
TOTAAL VERSCHILLEN
0
50
31
283
-302
Algemene verschillen
0
0
0
0
0
Kleine verschillen < € 5.000 Belastingen
0 0
0
0
212
-212
6
OZB Eigenaar Woningen
44
-44
6
OZB Eigenaar Niet Woningen
44
-44
6
OZB Gebruiker Niet Woningen
37
-37
6
Toeristenbelasting
87
-87
68
-54
68
-68
Algemene Uitkering 6
Algemene uitkering 2021
6
Algemene uitkering oude jaren Treasury
0
0
14 14
0
50
17
14 3
-36
3
-3
6
Dividend inkomsten
6
Rente kortlopende leningen
11
-11
6
Rente Langlopende leningen
36
-36
6
Rente naar programma's
5
5
6
Opbrengst rente uit grondbedrijf
12
12
6
Bankkosten
3
-3
- 73 -
Toelichting op de grotere verschillen tussen de gerealiseerde cijfers over 2021 en de definitieve begroting Algemene dekkingsmiddelen: De algemene uitkering is iets hoger dan geraamd in de najaarsrapportage 2021, namelijk € 68.000. Dit komt vooral door de decembercirculaire 2021. De in de jaarrekening opgenomen algemene uitkering is conform berekening volgens de decembercirculaire en vastgesteld middels overzicht 9, gedateerd 17 december 2020. De laatste bijstellingen over voorgaande jaren leverde een klein nadelig verschil (€ 14.000) op ten opzichte van eerder berekende en verwerkte bedragen in de bijgestelde begrotingen. Lokale heffingen: De onroerende zaakbelastingen van woningen en niet-woningen zijn per saldo € 125.000 hoger dan geraamd. Dit kwam met name tot stand door de controles van een door de gemeente ingehuurd extern bureau om tot een juiste overdracht van de belastingbestanden aan Veenendaal te komen. Deze controles leidden tot een hoger aantal aangeslagen objecten en een meer correcte taxatie van de objecten. De toeristenbelasting laat een positief saldo van € 87.000 zien ten opzichte van de ramingen. De aanslagen over 2019 en 2020 zijn definitief opgelegd. De ramingen voor 2021 zijn gebaseerd op de voorlopige aantallen opgegeven door verhuurders. Door uitbreiding van Vakantiepark De Heigraaf verwachten we dat de opbrengsten voor 2021 veel hoger uitvallen.
Dividend: Door Vitens is in 2021 geen dividend verstrekt, dit conform richtlijnen van de landelijke overheid. De BNG heeft begin 2021 het voornemen geuit wel dividend uit te keren over 2020. De definitieve vaststelling hiervan en de uitkering hebben plaatsgevonden na de zomer. Dit dividend is meegenomen in onze jaarrekening 2021. Doorbelaste kapitaallasten: Door de lage rentestand wordt minder rente op zowel kortlopende als langlopende leningen o/g betaald; op nieuw afgesloten leningen is al een tijd sprake van negatieve rente. De saldering van de rente (ontvangen en betaald) heeft invloed op de rente welke doorberekend kan worden aan exploitatie en grondexploitaties.
Cijfermatige verschillen gerealiseerde cijfers 2021 en de jaarrekening 2020 Verschillen realisatie 2021 ten opzichte van jaarrekening 2020
Baten
Lasten Nadelig
Totaal verschillen
Voordelig 29
Nadelig
Voordelig 1.467
Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering huidig jaar incl. decentralisatie- en integratie uitkeringen
1.293
Algemene uitkering afrekening voorgaande jaren
62
Lokale heffingen Onroerende zaakbelastingen
75
Toeristenbelasting
74
Treasury 19
Dividenduitkeringen Rente kortlopende leningen
8
- 74 -
Rente langlopende leningen
37 15
Doorbelaste kapitaallasten naar exploitatie en grondexploitaties
3
Diverse kleine(re) verschillen per saldo 8
Totaal verschillen
37
37
1.504
Toelichting op de grotere verschillen tussen de gerealiseerde cijfers over 2021 en 2020 en de definitieve begroting Gemeentefonds (algemene uitkering): De in de jaarrekening opgenomen algemene uitkering is gebaseerd op de decembercirculaire. Wel vinden op latere tijdstippen nog aanpassingen plaats op eerder berekende en uitgekeerde algemene uitkeringen. Deze worden echter in volgende jaren verantwoord. Voor de berekening van de cijfers voor 2021 zijn wij uitgegaan van verzamelstaat nummer 9, gedateerd 23 december 2021. Naast de algemene uitkering worden ook integratie- en decentralisatie uitkeringen verstrekt. Een deel van deze uitkeringen is incidenteel voor één of enkele jaren, een deel wordt in een later stadium opgenomen onder de grondslagen voor de berekening van de algemene uitkering. De hogere algemene uitkering ten opzichte van 2020 is vooral het gevolg van toename van het aantal inwoners en woningen en compensatie voor loon- en prijsstijgingen. Algemene belastingen Onroerende zaakbelastingen: De OZB wordt opgelegd aan eigenaren van woningen en eigenaren en gebruikers van niet-woningen. De berekening van de OZB gebeurt op basis van de geraamde WOZ-waarde per 1 januari van het jaar voorafgaand. Onderstaande tabel geeft een overzicht van tarieven en de OZB opbrengsten over 2021 tot en met 2019 zoals verwerkt in de jaarcijfers.
Percentage berekening OZB Woningen – eigenaren Niet-woningen – gebruikers Niet-woningen – eigenaren
Jaar 2021 0,1112% 0,1427% 0,1778%
Begroot 0,1112% 0,1427% 0,1778%
Jaar 2020 0,1042% 0,1396% 0,1739%
Jaar 2019 0,1152% 0,1382% 0,1721%
Jaar 2021 2.084.000 479.000 309.000 2.872.000
Begroot 2.040.000 434.000 272.000 2.746.000
Jaar 2020 1.827.000 404.000 263.000 2.494.000
Jaar 2019 1.766.000 403.000 250.000 2.419.000
Bedragen opbrengsten in € Woningen – eigenaren Niet-woningen – eigenaren Niet-woningen - gebruikers Totaal opbrengsten
Overige belastingen: Naast de genoemde onroerende zaakbelastingen worden nog hondenbelasting, voor eigenaren van één of meerdere honden, geheven én toeristenbelastingen, aan bedrijven en particulieren die commercieel overnachtingsruimte verstrekken. In 2021 zijn de definitieve aangiften toeristenbelasting 2019 ambtshalve opgelegd. De aangiften toeristenbelasting 2020 zijn voorlopig opgelegd en de aangiften voor 2021 moeten nog worden opgelegd. Voor 2021 is een inschatting
- 75 -
gemaakt van de opbrengsten op basis van ingevulde opgaven door de belastingplichtigen. In april/mei 2022 vinden er controles plaats bij de belastingplichtigen door belastingen Veenendaal. Voor de jaren 2019 en 2020 is er een voordeel van € 6.000. De opbrengsten 2021 vallen veel hoger uit aangezien er uitbreiding heeft plaatsgevonden bij vakantiepark De Heigraaf. De resultaten vindt u in hierna opgenomen tabel. Een uitgebreidere toelichting op de bedragen vindt u in paragraaf A – Lokale heffingen. Tarieven Toeristenbelasting, per overnachting Hondenbelasting, per hond Hondenbelasting, kennel
Jaar 2021 € 1,53 € 73,97 € 369,85
Begroot € 1,53 € 73,97 € 369,85
Jaar 2020 € 1,30 € 72,52 € 362,60
Jaar 2019 € 1,27 € 71,10 € 355,00
Bedragen opbrengsten in € Toeristenbelasting - Waarvan afrekening voorgaande jaren Hondenbelasting
Jaar 2021 347.000 6.000 60.000
Begroot 260.000 -60.000
Jaar 2020 261.000 44.000 64.000
Jaar 2019 187.000 -/- 3.000 64.000
Dividenden: De gemeente Woudenberg heeft aandelen in de BNG, Vitens en ROVA. Uit hoofde van deze deelnemingen ontvangt de gemeente jaarlijks dividend. In 2020 zijn op aandringen van de centrale overheid in verband met de corona-crisis dividenduitkeringen zoveel mogelijk on hold gezet. De aandelen ROVA zijn in 2017 aangekocht. Hiernaast heeft de gemeente certificaten van Dataland, een gemeentelijke samenwerkingsorganisatie welke gemeenten ontzorgt, ondersteunt en faciliteert op het gebied van geo-, WOZ- en vastgoedinformatie, oftewel objectinformatie. Dataland wordt per 1 januari 2022 geliquideerd. Een specificatie van de aandelen is als volgt:
BNG Vitens Rova Dataland
Aantal Stuks 3.510 9.683 125 4.718
Boekwaarde € 5.712 € 131.873 € 188.069 € 472
Dividend 2021 € 10.811 € -€ 48.920 € --
Dividend 2020 € -€ -€ 64.626 € --
Dividend 2019 € 10.004 € 8.715 € 59.546 € --
Saldo financiering: Ter financiering van zowel publieke activiteiten als ten behoeve van grondexploitaties worden door de gemeente Woudenberg periodiek gelden aangetrokken, deels kortlopend en deels langlopend gefinancierd. Zowel met het bedrag aan korte en langlopende financieringen als met de verhouding tussen korte en langlopende financiering heeft de gemeente te maken met verhouding renterisiconorm en de gemiddelde kasgeldlimiet. Deze worden nader toegelicht in paragraaf D – Financiering.
- 76 -
In 2021 zijn ter vervanging van een uitstaande lening van € 6 mln, welke in 2021 is afgelost, een nieuwe lening ter grootte van € 5 mln afgesloten. Hiernaast zijn de normale aflossingen op uitstaande leningen gedaan tot een totaal bedrag van € 2,5 mln. Het rentepercentage van de nieuw afgesloten lening is beperkt negatief. Zoals onderstaande tabel toont, bedroeg het saldo van de opgenomen langlopende leningen ten behoeve van de gemeente per 31 december 2021 € 12,626 miljoen. De over 2021 berekende rente bedroeg € 30.000, het gemiddeld rentepercentage over de gemiddeld uitstaande leningen bedroeg 0,531 %. In 2020 was de berekende rente nog € 38.000 en het gemiddeld rentepercentage 0,465 %. Het afnemend gemiddeld rentepercentage is het positieve gevolg van de lage(re) rentepercentages welke over nieuw opgenomen leningen verschuldigd zijn. Hiernaast loopt nog een lening ten behoeve van de woningbouwvereniging, de door de gemeente betaalde rente en aflossing wordt jaarlijks door hen terugbetaald. Voor een beknopte toelichting op opgenomen leningen, betaalde rente en gemiddeld rentepercentage, zie onderstaande tabel. Saldo 2021 Rente 2021 Gemidd.% Saldo 2020 Rente 2020 Gemidd.% Saldo 2019 Rente 2019 Gemidd.% T.b.v woningbouwvereniging 1.426.000 37.000 1.474.000 39.000 1.521.000 39.000 T.b.v.
de gemeente 11.200.000 30.000 0,531% 14.700.000 38.000 0,465% 16.600.000 75.000 0,657% Totaal 12.626.000 67.000 16.174.000 77.000 18.121.000 114.000 Het rente-omslagpercentage is voor 2021 voor de exploitatie vastgesteld op 0%. Het saldo uit hoofde van de financiering bedroeg € 30.000; begroot was € 2.000 nadelig. Het verschil wordt grotendeels bepaald door lagere rente op langlopende leningen.
Kengetallen Volgens de regeling van het Ministerie van BZK, 2015-0000387198, dienen ingaande het verantwoordingsjaar 2015 diverse financiële kengetallen in begroting en jaarrekening vermeld te gaan worden. Een beknopte tabel is opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen. Ter verduidelijking van deze tabellen hebben we in dit programma een toelichting op de tabellen opgenomen. Het betreffen de volgende kengetallen: Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen: Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten en die gelden vervolgens worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningbouwcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn.
Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). Solvabiliteitsratio: Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is bijvoorbeeld sprake van indien een lening is aangegaan, omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
- 77 -
Grondexploitatie: Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of de grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (OZB). Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit De OZB is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst.
De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. De belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB kan ook gekeken worden naar de riool- en afvalstoffenheffing, indien deze heffingen niet kostendekkend zijn, maar lager zijn vastgesteld. Hiervan is bij de gemeente Woudenberg echter geen sprake. Kengetallen 2021 in cijfers 1. Netto schuldquote Bedragen * € 1.000 A: Totaal van de vaste schulden B: Totaal netto vlottende schulden C: Totaal overlopende passiva D: Uitzettingen met rentetypische looptijd > één jaar E: Uitzettingen met rentetypische looptijd < één jaar F: Totaal liquide middelen G: Overlopende activa H: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (18.907-10.121)/41.438 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (27.342-10.021)/37.568 * 100% (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% = (25.461-6.780)/40.626 * 100%
2021 12.712 5.374 821 2.350 6.740 446 585 41.438 21,20%
2020 16.260 10.583 500 2.399 4.741 2.347 535 37.568
2019 18.127 7.151 183 2.451 3.679 25 625 40.626
46,10% 45,98%
- 78 -
2. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen De netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen, sluit onder punt D alle kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen uit. In de uitzettingen door de gemeente Woudenberg zitten geen kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen, gemeenschappelijke regelingen en overige verbonden partijen. Het ratio is evenals onder 1 21,20 %. 3. Solvabiliteitsratio Bedragen * € 1.000 A: Totaal van het eigen vermogen B: Totaal van de passiva (A/B) * 100% 4. Kengetal grondexploitatie Bedragen * € 1.000 A: Totaal “Niet in exploitatie genomen gronden” B: Totaal “Bouwgronden in exploitatie” C: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (A+B)/C * 100% 5. Kengetal structurele exploitatieruimte Bedragen * € 1.000 A: Totaal Structurele lasten B: Totaal Structurele baten C. Structurele toevoeging aan de reserves D. Structurele onttrekkingen aan de reserves E: Totaal saldo baten, exclusief mutaties reserves (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (1.225+187) / 4144 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (-316+346) / 3766 * 100% (((B-A)+(D-C))/E) * 100% = (-2.258+383) / 4062 * 100%
2021 9.509 35.993 26,42%
2020 7.941 43.509 18,25%
2019 8.585 41.787 20,54%
2021
2020
2019
3.566 41.438 8,61%
9.447 37.568 25,15%
12.551 40.626 30,89%
2021 39.340 40.565 109 296 41.438 0,34%
2020 35.612 35.296 311 657 37.568
2019 43.077 40.819 252 635 40.626
0,01% -0,46%
- 79 -
6. Kengetal belastingcapaciteit A. OZB-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten B. Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-lasten C. Afvalstoffenheffing voor een gezin D. Eventuele heffingskorting voor een gezin E. Totale woonlasten voor gezin (A+B+C+D) F. Woonlasten gemiddeld gezin voorgaand begrotingsjaar Belastingcapaciteit
2021 404 233 295 932 811
2020 342 225 265 832 776
2019 362 216 192 771 740
114,92%
107,22%
104,19%
- 80 -
Cijfermatige verschillen gerealiseerde cijfers 2021 en de jaarrekening 2020 Prg
Omschrijving afwijking
Nadelig
Voordelig Nadelig
Voordelig Saldo
REALISATIE Algemene dekkingsmiddelen 2021
43
22.129
-22.086
REALISATIE Algemene dekkingsmiddelen 2020
80
20.387
-20.307
-37
1.742
-1.779
TOTAAL VERSCHILLEN
37
1.742
-1.779
TOTAAL VERSCHILLEN
0
37
201
1.943
-1.779
Algemene verschillen
0
1
2
0
1
Alg
Kapitaallasten, doorberekening rentekosten
Alg
Kleine verschillen < € 5.000 Belastingen
0 0
1
2
0
2
1 464
-462
6
OZB Eigenaar Woningen
258
-258
6
OZB Eigenaar Niet Woningen
74
-74
6
OZB Gebruiker Niet Woningen
46
-46
6
Hondenbelasting
6
Toeristenbelasting Algemene Uitkering
6
Algemene uitkering 2021
6
Algemene uitkering oude jaren Treasury
2
0
0
134
2 86
-86
1.468
-1.334
1.468
-1.468
134 0
36
63
134 11
16
11
-11
6
Dividend inkomsten
6
Rente kortlopende leningen
6
Rente Langlopende leningen
6
Rente naar programma's
31
31
6
Opbrengst rente uit grondbedrijf
32
32
6
Bankkosten
0 34
2
-34
-2
- 81 -
PARAGRAFEN
- 82 -
Paragrafen algemeen Dwarsdoorsnede begroting De voor de programmabegroting verplicht voorgeschreven paragrafen beogen een “dwarsdoorsnede” te geven van de begroting, telkens bezien vanuit een bepaald perspectief. Het gaat daarbij om onderdelen van de financiële functie die betrekking hebben op de kaderstelling voor het beheer. Deze onderdelen hebben betrekking op financiële belangen en raken de hele begroting. Daarnaast zijn ze van belang voor het realiseren van de programma’s. Het doel van de paragrafen is tweeledig. Ten eerste wordt de informatie die in de programma’s en overige financiële stukken versnipperd is weergegeven, gebundeld waardoor de raad een beter inzicht vanuit de verschillende, financieel gezien relevante, invalshoeken wordt verschaft. Daarnaast wordt door middel van de paragrafen aan de raad een instrument aangereikt dat kan fungeren om de kaderstellende en controlerende taak uit te oefenen.
Wettelijk kader Er zijn zeven paragrafen wettelijk voorgeschreven in het BBV. Deze vindt u onderstaand: Lokale heffingen In deze paragraaf vindt u het beleid van Woudenberg met betrekking tot de lokale heffingen. Verder zijn hier opgenomen de belastingvoorstellen en de gevolgen hiervan voor de tarieven. We geven u een overzicht van de totale belastingopbrengsten en geven inzicht in de gevolgen voor de lokale lastendruk. Tenslotte melden wij u het gemeentelijk kwijtscheldingsbeleid voor belastingen. Weerstandsvermogen en risicobeheersing In deze paragraaf wordt ingegaan op het weerstandsvermogen van de gemeente. Het weerstandsvermogen is de mate waarin onze gemeente in staat is de middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening. In de paragraaf wordt aangegeven hoe hoog het weerstandsvermogen is en hoe wij de financiële risico’s schatten. Onderhoud kapitaalgoederen Dit onderdeel gaat in op het onderhoud van de infrastructuur. Wij geven een stand van zaken met betrekking tot het beleid van de gemeente inzake de kwaliteit en onderhoud van de kapitaalgoederen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de totale kosten voor onderhoud kapitaalgoederen zoals opgenomen in de programma’s. Financiering In deze paragraaf gaat het om de uitvoering van de treasuryfunctie.
Dit beantwoordt de vraag hoe het beleid wordt gefinancierd en hoe wordt omgegaan met het uitzetten van geldmiddelen die niet direct nodig zijn. Bedrijfsvoering De paragraaf bedrijfsvoering overlapt programma 5 Dienstverlening.
- 83 -
Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in de partijen waar Woudenberg zich bestuurlijk en financieel aan heeft verbonden. Dat wil zeggen dat de gemeente een zetel of stemrecht heeft in het bestuur en dat de gemeente middelen beschikbaar stelt. In de paragraaf worden de financiële risico’s benoemd en de ontwikkelingen geschetst. Grondbeleid Het grondbeleid kan belangrijk zijn bij het uitvoering geven aan de doelstellingen zoals opgenomen in de programma’s. Daarom is hier een afzonderlijke paragraaf aan gewijd. In deze paragraaf is aangegeven wat de actuele stand van zaken is van de in uitvoering zijnde complexen. Ook wordt er een prognose gegeven van de exploitatieresultaten van de complexen.
- 84 -
A. Paragraaf lokale heffingen Wettelijk kader In de gemeentewet en in enkele bijzondere wetten is geregeld welke heffingen de gemeente aan haar inwoners en bedrijven mag opleggen. Voor alle gemeentelijke belastingen geldt dat het te betalen bedrag niet afhankelijk mag worden gesteld van het inkomen, de winst of het vermogen van een belastingplichtige. Welke heffingen daadwerkelijk worden geheven is de keuze van de raad. Gekozen is om verhoging van de belastingdruk zoveel mogelijk, i.c. tot maximaal het inflatiepercentage, te beperken.
Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid in Woudenberg voor de lokale heffingen is opgenomen in: • Beleidsbegroting 2021-2024 .
Beleid Woudenberg De gemeente Woudenberg kent een aantal heffingen die worden gelegitimeerd op basis van belastingverordeningen die door de raad worden vastgesteld. Deze heffingen zijn te verdelen in belastingen en retributies. Belastingen Onder belastingen moet worden verstaan heffingen van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien in de kosten van openbare voorzieningen en het bestuur en om in de algemene behoeften van de gemeenschap te voorzien. Dit betekent dus dat hier geen individuele prestatie van de overheid tegenover staat maar dat deze gebruikt worden voor collectieve voorzieningen. De opbrengst van deze heffingen is vrij besteedbaar. Verder mag de gemeente de hoogte van de tarieven en de jaarlijkse stijging bepalen. Tot deze gemeentelijke belastingen behoren onroerende zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en toeristenbelasting. Retributies Tot de retributies (ook wel rechten genoemd) behoren de afvalstoffenheffing, rioolheffing, leges, marktgeld en begrafenisrechten. Bij retributies mogen de geraamde inkomsten niet boven de geraamde uitgaven van een dienst uitkomen. Winst maken is niet toegestaan. Bij sommige diensten gelden wettelijk vastgelegde tarieven die landelijk gelijk zijn, bijvoorbeeld voor het opmaken van aktes van de burgerlijke stand of bij het behandelen van naturalisatieverzoeken.
In bepaalde gevallen zijn in hogere wetgeving maximumtarieven opgenomen. Voorbeelden hiervan zijn de afgifte van paspoorten en identiteitskaarten. Voor de hoogte van de tarieven en leges gelden de volgende beleidsuitgangspunten: 1. voortzetten van gemaakte keuzes vanuit het verleden; 2. streven naar 100% kostendekkendheid van tarieven en leges; 3. de lokale lastendruk stijgt in principe niet met meer dan de inflatiecorrectie.
- 85 -
In dit hoofdstuk wordt een eerste inzicht geboden in de ontwikkeling van de belastingen en retributies in het jaar 2021. De ontwikkelingen van de volgende belastingsoorten worden onder de loep genomen: • Onroerende zaakbelastingen • Hondenbelasting • Toeristenbelasting • Afvalstoffenheffing • Rioolheffing • Overige tarieven
BELASTINGEN Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van belastingen over 2021 met vergelijkende cijfers over 2020 (in € 1.000): Belastingsoort OZB-eigenaren OZB-gebruikers Hondenbelasting Toeristenbelasting
Werkelijk 2021 2.563 309 60 347
Begroting 2021 2.475 272 61 260
Werkelijk 2020 2.231 263 62 261
ONROERENDE-ZAAKBELASTINGEN Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden ter zake van binnen een gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven: a. een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient gebruikt, b. een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.
Waardevaststelling op grond van de Wet WOZ Als heffingsgrondslag geldt de WOZ-waarde. De WOZ-waarde is een grondslag voor belastingheffing door de gemeenten, de belastingdienst en de waterschappen. De waarde die moet worden bepaald is die welke aan een onroerende zaak dient te worden toegekend wanneer de volle en onbezwaarde eigendom aan de hoogstbiedende zou kunnen worden overgedragen. Voor niet-woningen (met uitzondering van Rijksmonumenten) geldt dat de gecorrigeerde vervangingswaarde de grondslag is indien deze hoger is dan de waarde in het economisch verkeer. Het tarief van de onroerendezaakbelastingen wordt berekend naar een percentage van de WOZ-waarde. Het percentage wordt jaarlijks door de gemeenteraad vastgesteld. Bij de vaststelling van de begroting 2021-2024 heeft de raad besloten de OZB-tarieven voor het jaar 2021 ten opzichte van 2021 eenmalig met 7,1% te verhogen boven op de reeds in de meerjarenbegroting 2020 opgenomen (inflatie dekkende) 1,5%.
- 86 -
Dit heeft geleid tot de volgende percentages: Tarieven OZB 2021 (percentage)
2020 (percentage)
0,1112%
0,1042%
0,1427% 0,1778%
0,1396% 0,1739%
Woningen Eigendom Niet-woningen Gebruiker Eigendom
De totale opbrengst van de onroerende zaakbelasting was voor 2021 geraamd op € 2.746.000. De totale opbrengst voor 2021 kwam uiteindelijk uit op € 2.872.000; de totale opbrengst voor 2020 bedroeg € 2.494.000. U heeft met het vaststellen van de beleidsbegroting 2021-2024 besloten de OZB, naast de inflatiecorrectie van 1,5%, eenmalig met 7,1% te verhogen. De reden hiervoor was het feit dat de eerste financiële opbrengsten van de bezuinigingsdialoog pas in 2022 kunnen worden ingeboekt. Deze verhoging zorgt ervoor dat alle inwoners en bedrijven in 2021 bijdragen aan de beperking van de afbouw van het voorzieningenniveau.
HONDENBELASTING Onder de naam "hondenbelasting" wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente, mits de hond niet valt onder de uitsluitingsregels als genoemd in de Verordening hondenbelasting 2021. In de begroting 2021-2024 wordt uitgegaan van een jaarlijkse verhoging van 2% voor het tarief hondenbelasting aangezien de verwachting is dat de inflatie de komende jaren gemiddeld 2% zal bedragen. In 2017 heeft een integrale controle op de hondenbelasting plaatsgevonden, voor 2021 heeft er geen controle plaatsgevonden. Tarieven hondenbelasting (per hond) 1e hond 2e en volgende hond Kennel
2021 € 73,97 Idem € 369,85
2020 € 72,52 Idem € 362,60
- 87 -
TOERISTENBELASTING Deze belasting wordt geheven als een bijdrage van toeristen in de kosten van de voorzieningen die de gemeente heeft getroffen. Men moet verblijven in de gemeente in een daartoe strekkende gelegenheid, (bijvoorbeeld een camping) zonder in het bevolkingsregister van die gemeente te zijn opgenomen. Bij de vaststelling van de begroting 2021-2025 heeft de raad besloten het tarief voor toeristenbelasting per overnachting voor 2021 te verhogen met 16% te verhogen bovenop de al reeds verwerkte 2%. De controle op de toeristenbelasting 2021 heeft ten tijde van het samenstellen van de jaarrekening nog niet plaatsgevonden. De bedragen in de jaarrekening zijn gebaseerd op de definitieve aangiften van de belastingplichtigen. Mocht er uit de controle afwijkingen geconstateerd worden zal de definitieve afrekeningen over 2021 worden verwerkt in de jaarrekening 2022. In de jaarrekening 2021 is een bedrag opgenomen als opbrengst toeristenbelasting van € 347.000 waarvan € 6.000 de afrekening van 2019/2020 betreft . Begroot voor 2021 was € 260.000. Vorig jaar hebben wij laten zien dat corona de opbrengsten voor toeristenbelasting in 2020 behoorlijk heeft beïnvloed. Als we nu naar het bijgewerkte overzicht voor 2021 kijken, zien we dat het toerisme in 2021 behoorlijk hersteld is. De extra inkomsten hebben echter vooral te maken met de uitbreiding bij de Heigraaf. belastingjaar
belastingjaar
belastingjaar
2018
2019
2020
jaarrekening 2019
€ 3.143
-€ 190.105
jaarrekening 2020
-€ 431
-€ 43.265
-€ 217.035
€6
-€ 5.850
-€ 341.000
-€ 233.364
-€ 222.885
-€ 341.000
Jaarrekening 2021 -€ 217.611
belastingjaar jaarrekening 2021 -€ 186.962 -€ 260.731 -€ 346.844
Tarief toeristenbelasting 2021 1,53
Per overnachting
2020 € 1,30
2019 € 1,27
RETRIBUTIES: Onderstaande tabel geeft een beknopt overzicht van werkelijke en begrote ontvangsten van retributies over 2021 met vergelijkende cijfers over 2020 (in € 1.000): Soort retributie Afvalstoffenheffing Rioolrecht Begrafenisrechten (excl. aula) Wabo –en RO leges APV- vergunningen Secretarieleges Secretarieleges, af te dragen Overige legesbedragen
Werkelijk 2021 1.512 1.326 141 866 3 104 61 30
Begroting 2021 1.431 1.292 135 836 100 60 26
Werkelijk 2020 1.387 1.253 181 637 7 94 46 23
- 88 -
AFVALSTOFFENHEFFING Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt een directe belasting geheven onder de naam afvalstoffenheffing. De belasting wordt geheven van degene voor wie in de gemeente een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Vanaf 2017 is de gemeente Woudenberg aangesloten bij de ROVA, deze verzorgt de afvalinzameling van particulieren. Om tot grotere afvalscheiding over te gaan wordt gebruik gemaakt van verschillende soorten afvalcontainers, o.a. groen, pmd (plastic, metalen verpakkingen en drankkartons) en restafval. De gemeente rekent een vast bedrag voor afvalstoffenheffing voor 2021 van € 235 per jaar. Dit bedrag is ter dekking van de kosten van inzameling van pmd- en groenafval. Voor de inzameling van het restafval wordt de inwoner op basis van differentieel tarief (diftar) het variabel deel van de afvalstoffenheffing in rekening gebracht, waarvan de hoogte afhankelijk is van het aantal ledigingen wat in een jaar plaatsvindt én de grootte van de bij de bewoner in gebruik zijnde container.
Berekening kostendekkendheid van de heffing Kosten taakveld, incl. rente inkomsten taakveld excl. Heffingen Netto kosten taakveld Toe te rekenen vanuit diverse producten *) overhead 60% van loonkosten BTW Saldo extra lasten in tariefberekening Totale kosten Opbrengsten heffingen Saldo tekort dekkingspercentage Dekking door dividend Rova Gedekt uit voorziening/algemene reserve Ongedekt / restant tekort kosten verwerken in tarief *) 50% vegen wegen 25% Kosten werf voertuigen en terrein 25% kosten gebouw werf 16,6 % van kosten belastingen
Realisatie 2021 1.374.913 348.632 1.026.281 131.807 81.366 272.336 485.509 1.511.790 1.511.790 0 100,0% 48.920
Begroot 2021 1.254.975 214.251 1.040.724 140.287 82.950 271.096 494.333 1.535.057 1.431.443 103.614 93,3% 55.000
Realisatie 2020 1.120.709 138.542 982.167 146.086 75.912 251.137 473.135 1.455.302 1.387.389 67.913 95,3% 64.904
-48.920
48.614
3.009
26.768
25.000
25.583
De afvalstoffenheffing dient ter dekking van de volgende kosten: alle kosten voor het inzamelen, 40.025 56.478 43.134 5.379 3.825 5.832 transport, overslag en verwerken van alle afvalstromen, alle boven- en ondergrondse containers 59.635 54.985 71.537 en de kosten van de milieustraat. De tarieven moeten kostendekkend zijn, eventuele 131.807 140.287 146.086 overschotten op de ontvangen afvalstoffenheffing zijn in het verleden toegevoegd aan een egalisatievoorziening afvalstoffenheffing. Tekorten op de afvalstoffenheffing werden de afgelopen jaren onttrokken aan de voorziening afvalstoffenheffing. Vanaf 2019 is deze voorziening echter leeg en moeten de kosten dus doorgerekend worden via de afvalstoffenheffing. Daarnaast zorgt een hogere rijksbelasting op brandbaar afval, verminderde inkomsten van PMD door vervuiling en hogere kapitaalslasten voor gedane investeringen op milieustraat en nieuw geplaatste ondergrondse containers voor extra kosten. Met het vaststellen van de Verordening Afvalstoffenheffing 2021 is na de forse verhoging in 2020 besloten om in 2021 nog een verhoging op de vastrecht per aansluiting door te voeren, dit gaat om een bedrag van € 25 per aansluiting. Mede door fors extra oud papier opbrengsten voegen we dit jaar € 132.594 toe aan de egalisatie voorziening.
€ 52.140 hiervan heeft te maken met de extra € 10 die geheven wordt om de tekorten uit 2019 die ten laste zijn gegaan van de algemene reserve terug te verdienen. Onderstaande tabel geeft een overzicht van het tarieven over 2021 en 2020: Tarieven afvalstoffenheffing - vastrecht per aansluiting - aanbieden per keer van de 240 liter restafval container - aanbieden per keer van de 140 liter restafval container - aanbieden van een zak restafval (60liter) aan de ondergrondse container - aanbieden grof huishoudelijk en/of gemengd bouw/sloopafval aan de milieustraat per kg
2021 € 235 € 11,50 € 6,50 € 1,90 € 0,15
2020 € 210 € 11,50 € 6,50 € 1,90 € 0,15
- 89 -
RIOOLHEFFING Realisatie Begroot Realisatie Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de Berekening kostendekkendheid van de heffing 2021 2021 2020 kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: Kosten taakveld, incl. rente 547.580 636.189 687.087 a. de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, inkomsten taakveld excl. Heffingen 12.334 0 10.500 alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en Netto kosten taakveld 535.246 636.189 676.587 b. de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde Toe te rekenen vanuit diverse producten *) 86.403 79.985 97.120 87.992 87.885 96.198 hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige overhead 60% van loonkosten 98.716 117.747 136.032 gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel BTW Saldo extra lasten in tariefberekening 273.111 285.616 329.350 mogelijk te voorkomen of te beperken. Totale kosten 808.356 921.805 1.005.937 1. De belasting wordt geheven: Opbrengsten heffingen 1.326.118 1.292.000 1.253.484 a.
van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens Saldo tekort -517.762 -370.195 -247.547 eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op dekkingspercentage 164,1% 140,2% 124,6% Toevoeging aan voorziening 517.762 370.195 247.547 de gemeentelijke riolering, dit is het eigenarendeel; en 0 0 0 b. van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of indirect op de Ongedekt / restant tekort kosten verwerken in tarief *) gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, zijnde gebruikersdeel. 50% vegen wegen 26.768 25.000 25.583 Op 31 oktober 2019 heeft de raad het nieuwe Waterplan 2020-2024 vastgesteld. In het 16,6 % van kosten belastingen 59.635 54.985 71.537 nieuwe beleidsplan zijn de huidige ontwikkelingen verwerkt. Binnen deze ontwikkelingen 86.403 79.985 97.120 valt onder andere de aanstaande invoering van de omgevingswet en het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte. Hiermee verandert het afvalwaterplan (GRP) naar een integraal waterplan passend binnen “het nieuwe waterdenken”. Het waterplan biedt tevens bouwstenen ter voorbereiding op de implementatie van de omgevingswet. In het plan zit ook de financiële onderbouwing voor de rioolheffing in de vorm van een kostendekkingsberekening. Hiermee geldt dit plan tevens als het nog wettelijk verplichte GRP (Gemeentelijk RioleringsPlan).
In het nieuwe Waterplan is besloten om het tarief voor rioolheffing vanaf 2020 te laten stijgen met € 5 per jaar zodat in 2024 het kostendekkend tarief van € 238,82 (excl. inflatie) wordt gerealiseerd.
In onderstaande tabel staan de tarieven 2021 en 2020 vermeld. Tarieven rioolrecht (per aansluiting) Gebruik Eigendom
2021 € 77,70 € 155,45
2020 € 74,85 € 149,76
- 90 -
LEGES Via de legesverordening worden diverse rechten geheven van degenen die gebruik maken van diensten beschikbaar gesteld door het gemeentebestuur. Te denken valt hierbij aan het aanvragen van identiteitskaarten en/of reisdocumenten, (bijwerken) akten van burgerlijke stand, aanvragen wabo-vergunningen, wijzigingen in bestemmingsplannen en toetsing aan welstandscriteria; verlening (of weigering) vergunningen volgens de Algemene Politieverordening. Bij het aanvragen van identiteitskaarten, reisdocumenten en nationalisatiepapieren zijn naast de gemeentelijke legesbijdragen ook bedragen verschuldigd voor rijksleges.
LIJKBEZORGINGSRECHTEN Op basis van de verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten 2021 worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. De raad heeft eind 2012 ingestemd met de handhaving van kwaliteitsbeeld A op de begraafplaats zoals vastgelegd in het Groenbeleidsplan 2011. De raad heeft toen tevens besloten de grafrechten geleidelijk te verhogen met 5% in de jaren 2016-2023. Voor 2024 wordt voorgesteld de tarieven te verhogen met 2%. Op 2 juli 2020 is door de raad een groenbeleidsplan 2020 vastgesteld. Hierin wordt aangegeven dat de begraafplaats bestaat uit kijkgroen met kwaliteitsbeeld A en uit natuurgroen met kwaliteitsbeeld C.
KWIJTSCHELDINGSBELEID Inwoners van Woudenberg met de laagste inkomens hebben de mogelijkheid te verzoeken om voor kwijtschelding van afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting in aanmerking te komen. Hiernaast kan aan inwoners die meerdere jaren een beroep op kwijtschelding hebben gedaan, automatisch kwijtschelding worden verleend. In 2021 zijn er 102 verzoeken om kwijtschelding behandeld. Hiervan zijn 53 verzoeken (deels) gehonoreerd en 31 verzoeken afgewezen en 18 verzoeken ingetrokken. De gehonoreerde kwijtscheldingen worden in mindering gebracht op de opbrengsten afvalstoffenheffing, rioolheffing en hondenbelasting. In de begroting van 2021 was een bedrag opgenomen voor de kwijtscheldingen van € 28.500 en het werkelijke bedrag bedroeg € 39.000.
- 91 -
ONTWIKKELING LOKALE LASTENDRUK In 2021 is de lastendruk voor de burgers conform begroting ten opzichte van 2020 flink gestegen. In vergelijking met andere gemeenten in Nederland is de woonlastendruk 2021 in Woudenberg bovengemiddeld. Gemiddelde woonlasten in Nederland zijn € 811voor een meerpersoonshuishouden. Dit is 4,5% meer dan in 2020. Onderstaand een overzicht van de gemiddelde woonlasten van een meerpersoonshuishouden in de omliggende gemeenten. Gemeente Woonlasten 2021 Woonlasten 2020 Woonlasten 2019 € 579 € 629 € 705 Bunschoten € 652 € 695 € 775 Soest € 862 € 829 Baarn € 1.021 € 605 € 726 € 740 Leusden € 774 € 834 € 786 Scherpenzeel € 588 € 591 € 640 Nijkerk € 773 € 862 € 872 Renswoude € 773 € 743 Amersfoort € 872 € 771 € 832 € 932 Woudenberg € 775 € 823 € 796 Barneveld
- 92 -
B. Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding Het weerstandsvermogen is het vermogen om onverwachte, substantiële kosten op te vangen, zonder dat de uitvoering van de taken en de bedrijfsvoering in gevaar komt. Het geeft de robuustheid van de financiële positie aan. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, inventariseren wij de belangrijkste risico’s. De risico’s zetten we af tegen de middelen en mogelijkheden om de risico’s op te vangen. Beleidskaders Het algemene beeld ten aanzien van het weerstandsvermogen is vastgelegd in de beleidsbegroting 2021-2024. Beleidswijzigingen op dit gebied worden indien van toepassing aan u voorgelegd door middel van een raadsvoorstel. Het beleid van onze gemeente voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de volgende nota’s: Beleidsstuk of beheerplan
Jaar vaststelling
Notitie risicomanagement Notitie stille reserves 2020 Notitie herschikking reserves
2006 2020 2020
Planperiode N.v.t. N.v.t. N.v.t.
Ontwikkelingen Corona Het COVID-19 (Corona) virus heeft net zoals vorig jaar financiële impact op de jaarrekening 2021 en de risico’s, maar ook gevolgen voor veel beleidsterreinen en mogelijk de jaren daarna. Wij proberen de financiële impact in beeld te brengen, de gevolgen voor de verschillende beleidsterreinen zijn lastiger te bepalen. We monitoren onze risico’s en die van onze partners voortdurend en presenteren actuele informatie. Op het gebied van het weerstandsvermogen en risicomanagement zijn er naast de coronapandemie geen externe ontwikkelingen te melden. Risicoprofiel Hier presenteren wij de belangrijkste risico’s. De prioritering van de risico’s vindt plaats aan de hand van de volgende schaalindeling van de kans: Schalen voor de inschatting van de kans dat het risico zich in volle omvang voordoet - Groot (= 60%) : waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot; - Gemiddeld (= 40%) : mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld; - Klein (= 20%) : de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein.
- 93 -
Bij de risico’s maken wij onderscheid tussen structurele risico’s, deze kunnen zich elk jaar weer opnieuw voordoen, en incidentele risico’s. Incidentele risico’s doen zich slechts eenmaal voor. Dit geldt bijvoorbeeld voor de grondexploitaties. Doet het risico zich voor moet er eenmalig een verliesvoorziening gevormd worden en is er geen sprake meer van een risico. Programma risico’s In de volgende tabel presenteren wij de inschatting van de belangrijkste structurele risico’s voor 2021 per programma: Programmarisico’s Rekening Risico Omvang Kans 2021 % risico
Bedrag risico
Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer
537.500
10%
53.750
60%
32.250
Onderwijshuisvesting
149.000
100%
149.000
60%
89.400
Sociaal domein uitgaven
8.000.000
10%
800.000
60%
480.000
Totaal programma 1 - Samenleving
8.686.500
1.002.750
601.650
Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Totaal programma 2 - Leefomgeving
P.m.
-
P.m.
50.000
60%
50.000
30.000 30.000
Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen
2.000.000
5%
100.000
60%
60.000
Salarissen en sociale lasten a.g.v. hoger inwonertal
440.000
50%
220.000
60%
132.000
Totaal programma 5 - Bestuur en dienstverlening
2.440.000
320.000
192.000
Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering
18.500.000
2,5%
462.500
40%
185.000
Herijking algemene uitkering
1.610.000
100%
1.610.000
50%
805.000
Totaal Algemene dekkingsmiddelen
20.110.000
Overige kleine risico's Totaal Opmerking:
2.072.500 0,6%
31.236.500 De risico’s voor de grondexploitatie presenteren wij afzonderlijk.
150.000 3.595.250
990.000 20%
30.000 1.843.650
- 94 -
Toelichting risico’s: Programma 1 - Samenleving - Leerlingenvervoer; Wij zijn wettelijk verplicht om een adequaat systeem van leerlingenvervoer aan te bieden. De kosten van het vervoer zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen, het aantal ritten en de bestemming van de ritten. Doordat het een open-einde regeling betreft, moet als risico rekening worden gehouden met een bedrag van € 53.750 (= +/- 10 % van het huidige budget) met een kans hierop van 60%. Het uiteindelijke risicobedrag komt daarmee op € 32.250. - Onderwijshuisvesting; In 2020 hebt u het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting gemeente Woudenberg (IHP) vastgesteld. Bij de vaststelling van het IHP hebt u structureel € 47.000 beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van De Olijfboom en De Wartburg. Bij de vaststelling van het IHP hebt u besloten het financieel risico op te nemen dat onze gemeente loopt bij mogelijke beslissing van het Rijk om renovatie die de levensduur van een schoolgebouw verlengt onder de verantwoordelijkheid van de gemeente te laten vallen. Indien wij verantwoordelijk worden voor renovatie van scholen zullen in de toekomst de structurele lasten voor de gemeente stijgen met € 149.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 89.400.
- Sociaal domein; De taken en verantwoordelijkheden voor de Jeugdzorg en Wmo (de onderdelen dagactiviteiten en begeleiding) liggen voor een groot deel bij gemeenten. Net als bij leerlingenvervoer, betreft dit ook een open-einde regeling. In gelijke zin wordt ook voor het sociaal domein als risico rekening gehouden met 10% van de totale uitgaven, uitgaande van recente cijfers. 10% van het totale budget van € 8.000.000 is € 800.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 480.000. Programma 2 - Leefomgeving - Volksgezondheid/groen Wij kunnen geconfronteerd worden met ziekten en plagen zoals MKZ, teken en de eikenprocessierups. Voor preventie, toezicht en bestrijding hiervan is een beperkt budget beschikbaar. De kosten voor het bestrijden variëren, afhankelijk van de mate van overlast en de methode van bestrijding. Wij gaan uit van een financieel risico van € 50.000. Vanwege de klimaatverandering is de kans bijgesteld naar 60% met een risicobedrag van € 30.000. Programma 5 - Bestuur en dienstverlening - Gemeenschappelijke regelingen Het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen betekent het gedeeltelijk inleveren van autonomie op bepaalde beleidsterreinen. Besluiten met financiële gevolgen worden genomen door een bovengemeentelijk bestuursorgaan en zijn bindend voor alle deelnemende gemeenten.
Wij kunnen besluiten met betrekking tot nieuw beleid niet zelfstandig beïnvloeden, met als gevolg dat de financiële consequenties een voldongen feit zijn. Als risico nemen we 5% op van de totale bijdrage van € 2.000.000 is € 100.000. De kans hierop ramen we op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 60.000. - Salarissen en sociale lasten als gevolg van hoger inwonertal In 2022 bereiken wij naar verwachting de grens van 14.000 inwoners. Blijft dit gedurende twee jaar op 1 januari zo, dan heeft dit gevolgen voor het loongebouw van onze organisatie, waarbij het tijdstip en de omvang vooralsnog onduidelijk zijn Het risico schatten wij in op € 440.000 met een risico van 50% en een kans van 60%.
- 95 -
Algemene dekkingsmiddelen - Algemene uitkering; De algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor. De hoogte van de algemene uitkering is afhankelijk van heel veel factoren. Uitgaande van een marge van 2,5% van de geraamde algemene uitkering bedraagt het inkomstenrisico € 462.500. Hiervan nemen we 40% is € 185.000 mee als risicobedrag. - Herijking algemene uitkering; Hoewel de algemene uitkering volgens de meest recente planning pas vanaf 2023 wordt herijkt vinden we dit structurele risico te belangrijk om niet al vast te noemen en mee te nemen in de berekening van het weerstandsvermogen. De laatst bekende effecten voor de gemeente Woudenberg zijn zeer ongunstig, namelijk op termijn € 115 per inwoner nadelig. Voor 14.000 inwoners is dit een risico van € 1,6 miljoen. Of het uiteindelijk € 115 wordt is nog onzeker, het uiteindelijke effect van de herijking wordt naar verwachting in de meicirculaire 2022 opgenomen, zodat de herijking per 1 januari 2023 in kan gaan. De kans dat het dan ook daadwerkelijk een nadeel wordt van € 1,6 miljoen ramen we op 50%. Overige kleinere risico’s Het gaat hierbij om diverse risico’s met een beperkte financiële impact (bedragen < € 25.000). Voorbeelden hiervan zijn risico’s in verband met garantstellingen, juridische procedures, rente en vandalisme.
Daarnaast is er een incidenteel risico, de voorziening wethouderspensioenen: Programmarisico’s - incidenteel Rekening Risico 2021 % Voorziening Wethouderspensioenen
1.450.000
Totaal structurele risico's
1.450.000
Omvang risico
10,00%
Kans
145.000
Bedrag risico 60%
87.000
145.000
87.000
Risico’s grondexploitatie De incidentele risico’s voortvloeiend uit de grondexploitaties bedragen per 31 december 2021: Grondexploitatierisico’s
Risico
Nog te realiseren winst
Voorziening
Omvang risico
Kans
Concreet risico
Bouwgronden in exploitatie 1. Amalialaan (10e herziening)
0
0
0
0
0,00%
0
2. Het Groene Woud (afsluiting)
0
0
0
0
0,00%
0
- 96 -
3. Nijverheidsweg (3e herziening)
73.101
849.615
-849.615
73.101
100,00%
73.101
4. Hoevelaar fase 1 (5 herziening)
66.140
338.884
0
0
0,00%
0
5. Spoorzone locatie A2 (3e herziening)
40.561
-9.855
9.855
40.561
100,00%
40.561
6. Spoorzone locatie B (7e herziening)
0
0
0
0
0,00%
0
20,00%
320.000
e
Bouwgronden niet in exploitatie Overige gronden (perceel Laagerfseweg) Totaal
1.600.000 1.779.802
1.178.644
-839.760
113.662
433.662
Toelichting risico’s grondexploitaties: 1. Het risico kan worden opgevangen binnen de grondexploitatie. 2. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 3. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 4. Het risico kan worden opgevangen binnen de grondexploitatie. 5. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. 6. Het te verwachten resultaat is negatief. Hiervoor hebben wij, conform de voorschriften, een voorziening gevormd. Risico’s die zich voordoen komen ten laste van de reserve Grondbedrijf. In totaliteit zijn de risico’s Programmarisico’s (structureel) Programmarisico’s (incidenteel) Risico’s grondexploitaties Totaal
€ € € €
1.843.650 87.000 433.662 2.364.312
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover wij beschikken om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken. De weerstandscapaciteit delen we, net als de risico’s, op in structureel en incidenteel. De structurele weerstandscapaciteit tellen wij vier maal mee voor de berekening van de weerstandsratio. De incidentele eenmaal.
- 97 -
Structurele weerstandscapaciteit De structurele weerstandscapaciteit is opgebouwd uit de: 1. Onbenutte belastingcapaciteit; 2. Vrije begrotingsruimte Toelichting: 1. Onbenutte belastingcapaciteit De onbenutte belastingcapaciteit bestaat uit de mogelijkheden die wij als gemeente nog hebben om binnen de wettelijke grenzen onze belastingopbrengsten te verhogen. De totale onbenutte belastingcapaciteit bedraagt: Belasting c.q. recht
a. Onroerende zaakbelastingen
Begroting 2021
Rekening 2021
1.340.000
1.235.686
b. Rioolheffing
N.v.t.
N.v.t.
c. Leges
P.m.
P.m.
1.340.000
1.327.998
Totaal onbenutte belastingcapaciteit
Ad a. Onroerende zaakbelastingen Voor de OZB kan de zogenaamde artikel 12-norm gehanteerd worden. Op basis van de meicirculaire 2020 is deze norm 0,1809% voor het jaar 2021. (PEW x WW + PGNW x WNWG + PENW x WNWE) / (WW+WNWG+WNWE) waarbij: PEW = OZB-percentage eigenaar woning; PGNW = OZB-percentage gebruiker niet-woning; PENW = OZB-percentage eigenaar niet-woning; WW = waarde woningen; WNWG = waarde niet-woningen gebruikers; WNWE = waarde niet-woningen eigenaren. Totaal WOZ-waarde PEWxWW PGNWxWNWG
0,1112 0,1427 0,1778 1.646.000.000 212.000.000 240.000.000 2.098.000.000 183.035.200 30.252.400
- 98 -
PENWxWNWE Totaal percentage x WOZ-waarde
42.672.000 255.959.600
Gewogen gemiddeld OZB-tarief Normtarief 2021 artikel 12 Onbenutte belastingcapaciteit
0,1220 0,1809 0,0589
x 2.098.000.000 =
1.235.686
Ad b. Brede rioolheffing Bij de rioolheffing is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Er is geen sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Eventuele resultaten worden verrekend met de voorziening Egalisatie riolering Ad. c. Leges Bij de heffing van leges is het uitgangspunt volledige kostendekkendheid. Van belang hierbij is of het totale bedrag aan legesinkomsten de aan de specifieke dienstverlening toegerekende lasten al dan niet volledig dekken. Wij kunnen deze kosten niet volledig per product in beeld brengen, hiervoor is een verfijning van de kostentoerekening noodzakelijk. Gelet op de grote administratieve last die dit met zich meebrengt kiezen wij hier vooralsnog niet voor. De onbenutte capaciteit ramen wij daarom vooralsnog pro memorie. 2. Vrije begrotingsruimte Op basis van onze financiële positie nemen wij hier geen bedrag voor op. Incidentele weerstandscapaciteit Onderdelen van de incidentele weerstandscapaciteit zijn: - Algemene reserve - vrij aanwendbare deel; - Bestemmingsreserves – bestemming nog te wijzigen; - Stille reserves; - Post onvoorziene uitgaven; - Incidentele beleidsruimte. De incidentele weerstandscapaciteit ziet er als volgt uit: Onderdeel Begroting 2021 1. Onbenutte belastingcapaciteit 2. Vrije begrotingsruimte 3. Algemene reserve - vrij aanwendbaar deel