bijlage 6- Paragraaf B Weerstandsvermogen.pdf
Tekst van het document
PA - 9 -
B.
Paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Algemeen Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Woudenberg in staat is middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een graadmeter voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het is immers niet wenselijk dat er direct moet worden bezuinigd en/of omgebogen indien zich onverwachte en substantiële tegenvallers voordoen. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, worden de belangrijke risico’s geïnventariseerd en gerelateerd aan de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om de financiële gevolgen van dergelijke niet begrote zaken te kunnen opvangen.
Kaderstellende beleidsnota’s Het beleid van Woudenberg voor het weerstandsvermogen is vastgelegd in de nota: • Notitie risicomanagement (2006); • Reserves en voorzieningen (jaarlijks via de Kadernota).
Beleid Woudenberg Het algemene beeld ten aanzien van het weerstandsvermogen is vastgelegd in de Kaderbrief 2021-2024 (raadsbesluit 2 juli 2020). Beleidswijzigingen op dit gebied worden periodiek aan de raad voorgelegd door middel van een voorstel.
Weerstandsvermogen Prioritering van risico’s vindt plaats aan de hand van een schaalindeling van de kans. De volgende schaalindeling wordt als leidraad gehanteerd. Schalen voor de inschatting van de kans dat het risico zich in volle omvang voordoet: Groot (= 60%) : waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot. Gemiddeld (= 40%) : mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld. Klein (= 20%) : de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein. In Woudenberg onderscheiden we programmarisico’s en risico’s die voortvloeien uit de grondexploitatie.
Programmarisico’s De programmarisico’s zijn globaal:
PA - 10 -
Begroot bedrag
Programmarisico's
Gevolgen
% risico
Omvang
Leerlingenvervoer
Budgetoverschrijding
562.500
10%
56.250
60%
33.750
Onderwijshuisvesting (renovatie verantwoordelijkheid gemeente)
Structurele hogere investeringskosten (kapitaallasten)
149.000
100%
149.000
60%
89.400
Sociaal domein uitgaven
Budgetoverschrijding
8.000.000
10,0%
800.000
60%
480.000
Volksgezondheid/groen
Ziekten en plagen
50.000
60%
30.000
Juridische procedures
Budgetoverschrijding/imagoschade
Gemeenschappelijke regelingen
Hogere gemeentelijke bijdrage.
Vandalisme
Budgetoverschrijding
Algemene uitkering (incl. sociaal domein)
(Structurele) begrotingstekorten en noodzaak tot bezuinigingen.
17.000.000
per inwoner meegenomen nadelige gevolgen van de herijking welke rechtstreeks in de begroting is verwerkt
(Structurele) begrotingstekorten en noodzaak tot bezuinigingen.
Voorziening pensioenregeling wethouders
Voorziening niet 100 % toereikend t.ov. de verplichtingen.
Stelpost extra rijksmiddelen jeudzorg 2022 - 2024
(Structurele) begrotingstekorten en noodzaak tot bezuinigingen.
pm
Kans
Risicobedrag
20.000
100%
20.000
40%
8.000
2.400.000
5%
120.000
60%
72.000
15.000
60%
9.000
2,5%
425.000
40%
170.000
660.000
50,0%
330.000
40%
132.000
1.300.000
10,0%
130.000
60%
78.000
190.000
100,0%
190.000
40%
76.000
Gewaarborgde geldleningen WBV
Woningbouwvereniging kan lening niet terugbetalen. Afboeken lening leidt tot nadeel in de gemeentelijke begroting.
4.200.000
0,60%
25.200
20%
5.040
Gemeentelijke garantiestelling particuliere hypotheken
Particulier kan hypotheek niet terugbetalen. Afboeken lening leidt tot nadeel in de gemeentelijke begroting.
1.139.000
2,50%
28.475
20%
5.695
Renterisico
Budgetoverschrijding
80.000
40,0%
32.000
60%
pm
Algemene uitkering (herijking ingaande 2022) De berekening van dit risico komt bovenop de reeds 50 euro
Totaal
2.370.925
19.200 1.208.085
PA - 11 -
De risico’s en kansen voortvloeiende uit de grondexploitatie bedragen: Risico's grondexploitaties Bouwgronden In Exploitatie* Ama l i a l a an (9e herzi eni ng) Het Groene Woud (afs l ui ti ng) Spoorzone l oca ti e A2 (2e herzi eni ng) Spoorzone l oca ti e B (6e herzi eni ng) Ni jverhei ds weg (2e herzi eni ng) Hoevel aa r (fa s e 1) 4e herzi eni ng Bouwgronden Niet In Exploitatie Overi ge gronden (perceel La a gerfs eweg)
Omvang
Kans
Risicobedrag
In weerstandscapaciteit
€ 378.246 € 60.688 € 116.987 € 68.628 € 209.288 € 236.815
60%/40% 40% 40% 40% 40% 20%
€ 229.973 € 24.275 € 46.795 € 27.451 € 83.715 € 47.363
€0 € 7.722 € 46.795 € 27.451 € 83.715 €0
€ 1.600.000
20%
€ 320.000
€ 320.000
€ 779.572
€ 485.683
* Bij de grondexploitaties Prinses Amalialaan en Hoevelaar fase 1 is het geraamde exploitatieresultaat hoger dan de verwachte risico’s. Bij deze grondexploitaties is het risicobedrag daarom op nihil gezet. Voor de grondexploitaties Spoorzone A2 en B en Nijverheidsweg is een aparte voorziening gevormd waardoor bij deze grondexploitaties eveneens het risicobedrag op nihil is gezet. Betreffende grondexploitatie Het Groene Woud is een kleiner bedrag in het weerstandscapaciteit meegenomen aangezien nog een klein exploitatieresultaat is voorzien. Het college van burgemeester en wethouders heeft recent besloten het perceel Laagerfseweg voorlopig niet te verkopen. Voor dit perceel is een risicobedrag berekend van € 320.000 en meegenomen in de totale risico’s grondexploitaties. In totaliteit zijn op dit moment de risico’s: Programmarisico’s Risico’s grondexploitaties (alleen materiele vaste activa) Totaal
€ 1.208.085 € 485.683 € 1.693.768
Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Woudenberg beschikt om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in het geval van een calamiteit) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn: • het vrije aanwendbare deel van de reserves; • de stille reserves; • post onvoorziene uitgaven; • onbenutte belastingcapaciteit.
PA - 12 -
In de navolgende tabel is de weerstandscapaciteit voor Woudenberg berekend: Weerstandscapaciteit Woudenberg Weerstandscapaciteit per 1-1-2020: - Algemene reserve *
649.000
- Algemene reserve grondbedrijf **
486.000
- Stille reserves
0
- Onvoorziene uitgaven
0
- Onbenutte belastingcapaciteit ***
1.340.000
Totaal
2.475.000
* De stand van de algemene reserve per 1 januari 2020 is gecorrigeerd met mutaties naar aanleiding van reeds aangegane verplichtingen via raadsbesluiten, welke nog ten laste moeten worden gebracht van de algemene reserve. Een eventueel negatief jaarresultaat 2020 is hierbij niet meegenomen. Ook de aanpassing van de algemene reserve, zoals is voorgesteld in de notitie “herschikking reserves 2020”, is nog niet verwerkt in het bedrag van € 649.000. ** De algemene reserve grondbedrijf wordt voor het bedrag aan risico’s grondexploitaties (= € 486.000) meegenomen bij de berekening van de weerstandscapaciteit. Het resterende deel van deze reserve wordt beschikbaar gehouden voor de toekomstige ontwikkelingen in Woudenberg-Oost. *** Onbenutte belastingcapaciteit: voor de maximale belastingtarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het artikel 12 beleid. Dit betekent dat indien de gemeente Woudenberg niet meer in staat zou zijn om de structureel zich manifesterende risico’s binnen de exploitatie op te vangen, de gemeente door het Rijk gewezen zou worden op de mogelijkheid om de OZB-tarieven te verhogen om zo meer structurele opbrengsten te realiseren. Dit noemt men het artikel 12-beleid.
Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s, de gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit welke uit de risicoberekening voortvloeit, wordt in dit kader afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit waarbij de uitkomst het weerstandsvermogen is. Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
2.475.000 =1,46 1.693.768
Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen groter is dan 1. Groter dan 1 duidt erop dat de beschikbare weerstandscapaciteit toereikend is om de gekwantificeerde risico’s te kunnen dekken.
PA - 13 -
Het klopt dat het weerstandsvermogen, volgens de gebruikelijke berekening, minimaal 1 is echter zouden we de onbenutte belastingcapaciteit niet mee rekenen in het weerstandscapaciteit dan komt het weerstandsvermogen uit op afgerond 0,67. Gezien de grote hoeveelheid risico’s die Woudenberg heeft en het verwachte tekort over 2020 van rond de € 1 miljoen is recent onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de algemene reserve te verhogen naar het niveau van rond de € 2 miljoen zodat zonder de onbenutte belastingcapaciteit de programmarisico’s 2021 en het verwacht tekort over 2020 voor 100% zijn gedekt. De mogelijkheden om de algemene reserve te verhogen is verwerkt in een notitie “herschikking reserves 2020” welke in dezelfde raadsvergadering wordt behandeld als de concept begroting 2021-2024 (raad okt 2020).
Toelichting op berekende risico’s Programma 1 Samenleving Leerlingenvervoer: de gemeente is wettelijk verplicht om een adequaat systeem van leerlingenvervoer aan te bieden. De kosten van het vervoer zijn sterk afhankelijk van het aantal leerlingen, het aantal ritten en de bestemming van de ritten. Doordat het een open-einde regeling betreft, moet als risico rekening worden gehouden met een bedrag van € 56.250 (= +/- 10 % van het huidige budget) met een kans hierop van 60%. Het uiteindelijke risicobedrag komt daarmee op € 33.750. Onderwijshuisvesting: In mei 2020 is het Integraal Huisvestings Plan Onderwijshuisvesting gemeente Woudenberg (IHP) vastgesteld. Bij de vaststelling van het IHP is structureel € 47.000 beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van De Olijfboom en De Wartburg. Bij de vaststelling van het IHP is besloten in de risicoparagraaf van de begroting 2021-2024 het financieel risico op te nemen dat de gemeente loopt bij mogelijke beslissing van het rijk om renovatie die de levensduur van een schoolgebouw verlengt onder de verantwoordelijk van de gemeente te laten vallen. Indien de gemeente verantwoordelijk wordt voor renovatie van scholen dan zal toekomstig gezien de structurele lasten voor de gemeente stijgen met € 149.000. De kans hierop ramen we vrij hoog in op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 89.400.
Sociaal domein: sinds 1 januari 2015 zijn ten aanzien van Jeugdzorg en Wmo (de onderdelen dagactiviteiten en begeleiding) voor een groot gedeelte taken en verantwoordelijkheden bij gemeenten komen te liggen. De transitie is inmiddels afgerond en aan de transformatie wordt hard gewerkt. Net als bij leerlingenvervoer, betreft het ook ten aanzien van Jeugdzorg en Wmo een open-einde regeling. In gelijke zin wordt ook voor het sociaal domein als risico rekening gehouden met 10% van de totale uitgaven, uitgaande van recente cijfers. 10% van het totale budget van € 8.000.000 is € 800.000. De kans hierop ramen we vrij hoog in op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 480.000. Programma 2 Leefomgeving Volksgezondheid/groen: de gemeente kan geconfronteerd worden met ziekten en plagen zoals MKZ, teken en de eikenprocessierups. Voor preventie, toezicht en bestrijding hiervan is een beperkt budget in de begroting beschikbaar. De kosten voor het bestrijden variëren, afhankelijk van de mate van overlast en de methode van bestrijding. Er wordt in de gemeente uitgegaan van een financieel risico van € 50.000. Vanwege de klimaatverandering is de kans bijgesteld naar 60% met een risicobedrag van € 30.000. Programma 3 Veiligheid Veiligheidsregio Utrecht: zie de toelichting op de gemeenschappelijke regelingen hierna.
Programma 5 Dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen: het deelnemen aan gemeenschappelijke regelingen betekent het gedeeltelijk inleveren van autonomie op bepaalde beleidsterreinen. Besluiten met financiële gevolgen worden genomen door een bovengemeentelijk bestuursorgaan en zijn bindend voor alle deelnemende gemeenten. Woudenberg kan besluiten met
PA - 14 -
betrekking tot nieuw beleid niet zelfstandig beïnvloeden, met als gevolg dat de financiële consequenties vaak als voldongen feit in de begroting moeten worden verwerkt. Het risico ramen we op 5% van de totale bijdrage en inkomsten aan gemeenschappelijke regelingen van totaal € 2.400.000 is € 120.000. De kans hierop ramen we vrij hoog in op 60%. Het risicobedrag komt daarmee op € 72.000. Vandalisme: derden veroorzaken schade aan eigendommen van de gemeente. Vaak kan de schade niet verhaald worden op derden (daders zijn niet bekend). De gemeente heeft geen budget in de begroting beschikbaar om de schades te herstellen. De gemeente gaat ervan uit dat de herstelkosten op jaarbasis maximaal € 15.000 bedragen. De kans dat we dit bedrag volledig als kosten krijgen schatten we op 60%. Het risicobedrag is aldus € 9.000. Juridische procedures: voor juridische procedures wordt maximaal € 20.000 (100% van het budget) als financieel risico meegenomen. Dit kan zijn een verkeerde aanbesteding of een onjuiste claimafhandeling. De kans dat dit zich voordoet schatten we op 40% met een risicobedrag van € 8.000. Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering: de algemene uitkering vormt een belangrijke risicofactor binnen de begroting. De hoogte van de algemene uitkering is voor de gemeente afhankelijk van heel veel factoren.
Uitgaande van een marge van 2,5% van de geraamde algemene uitkering bedraagt het inkomstenrisico € 425.000. Hiervan nemen we 40% is € 170.000 mee als risicobedrag. Stelpost Uitkomst onderzoek Jeugdzorg 2022 t/m 2024: In 2019 heeft het kabinet extra middelen voor Jeugdzorg beschikbaar gesteld. Voor de jaren 2019 tot en met 2021 ontvangen de gemeenten extra middelen via de algemene uitkering. Het rijk onderzoekt aanvullend of gemeenten voor de jaren na 2021 structureel extra middelen nodig hebben voor Jeugdzorg. In de meicirculaire 2020 is gemeld dat pas een nieuw kabinet besluiten zal nemen over de uitkomsten van het lopende onderzoek naar de toereikendheid van de middelen voor de jeugdzorg. Vorig jaar hebben het Ministerie van BZK, de VNG en de provinciale toezichthouders als bijlage bij de meicirculaire 2019 een richtlijn opgenomen over hoe gemeenten in hun meerjarenraming met deze onzekerheid kunnen omgaan. Deze richtlijn blijft onverminderd van kracht, ook nu de meerjarenraming van gemeenten zich met ingang van de begroting 2021 uitstrekt tot en met het jaar 2024. De samenvatting van de richtlijn is als volgt: 1. De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2021, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt. 2.
Voor de jaren na 2021 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen (in 2021). 3. Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden. 4. Voorwaarde is dat daarnaast de gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven. Op basis van de € 300 miljoen bedraagt de stelpost voor Woudenberg vanaf 2022 jaarlijks een bedrag van € 190.000. De kans dat de gemeente dit bedrag uiteindelijk niet zal ontvangen schatten wij in op 40%. Het risicobedrag is 40% van € 190.000 is € 76.000. Hiernaast lopen in het kader van woningfinanciering nog door diverse bankinstellingen aan particulieren verstrekte leningen op hypothecaire basis, waarbij de gemeente Woudenberg garant staat voor rente en aflossing. Het saldo van deze leningen is per 31 december 2019 € 1,139 miljoen. Gezien de leeftijd van de hypotheken mag verwacht worden dat bij executieverkoop genoeg (over)waarde aanwezig is om de hypotheek af te lossen. We schatten hierbij het risico op maximaal € 28.475. Hiervan nemen we 20% is € 5.695 als risicobedrag.
PA - 15 -
Het waarborgfonds Sociale Woningbouw (hierna: WSW) staat borg voor de leningen van woningbouwverenigingen. De gemeente Woudenberg heeft ten behoeve van het WSW een achtervangpositie ingenomen voor een totaal bedrag van € 42.000.000. Mocht de woningbouwvereniging niet meer aan haar verplichtingen kunnen voldoen, kan de gemeente aangesproken worden op de door haar ingenomen achtervangpositie. Mocht dit gebeuren dan hebben wij een financiële verplichting van ongeveer € 25.200. Dit betreft een renteloze lening welke te zijner tijd terugbetaald wordt (risicobedrag 20% van € 25.200 is € 5.040). Totaal risicobedrag op gewaarborgde geldleningen is € 10.735. Renterisico: op basis van de liquiditeitsprognose zijn in de begroting 2020 voor de komende vier jaar geen nieuwe geldleningen meegenomen als uitbreiding op de leningenportefeuille. Er blijft wel een risico aanwezig dat een nieuwe geldlening eerder dan 2021 nodig is. De totale rentekosten voor 2020 bedraagt afgerond € 80.000. Het risico dat een nieuwe geldlening nodig is in 2020 is 40%. Het risicobedrag bedraagt 60% van € 32.000 = € 19.200. Reserves en voorzieningen Voorziening pensioenregeling wethouders: deze voorziening is bedoeld om aan de pensioenverplichtingen van (gewezen) wethouders te kunnen voldoen. Jaarlijks wordt deze voorziening gevoed met een bedrag van € 68.000.
De voorziening wordt verder jaarlijks bijgesteld op grond van actuariële berekeningen en kan hierdoor fluctueren. Door de lage rentestand is de kans groot dat de jaarlijkse toevoeging van € 68.000 niet voldoende is. Zodra de rente weer licht zal stijgen, is de jaarlijkse toevoeging wel voldoende. De voorziening bedraagt afgerond € 1,3 miljoen. Het risico ramen we op 10% van € 1,3 miljoen = € 130.000. Hiervan nemen we 60% = € 78.000 als risicobedrag. De risico-inventarisatie heeft betrekking op het jaar 2020. Indien uitgaven als gevolg van optredende risico’s van structurele aard zijn, zullen deze ook structureel in de begroting vanaf 2021 moeten worden verwerkt.
Verplichte uniforme kengetallen (stelselwijziging BBV) Het opnemen van kengetallen in de begroting past in het streven naar meer transparantie omdat daarmee wordt beoogd de raad in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie en over de baten en de lasten van de gemeente. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten welke de raad in haar beoordeling van de financiële positie moet betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven. Zij leveren daarmee ook een bijdrage aan haar kaderstellende en controlerende rol. De kengetallen van Woudenberg zien er als volgt uit: (2021 t/m 2024 nog berekenen) Begroting Kengetallen
Verloop van de kengetallen 2019
2020
2021
2022
2023
2024
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
50,79%
25,65%
10,57%
13,05%
11,99%
8,12%
50,79%
25,65%
10,57%
13,05%
11,99%
8,12%
Solvabiliteitsrisico
30,49%
30,00%
38,17%
40,28%
40,58%
42,03%
Structurele exploitatieruimte
-2,54%
-0,06%
-4,02%
-0,57%
-3,21%
-3,67%
Grondexploitatie
37,47%
17,79%
-7,03%
-0,73%
0,14%
0,15%
Belastingcapaciteit
102,21%
117,66%
119,72%
116,07%
114,18%
112,31%
PA - 16 -
Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de medeoverheid ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Indien sprake is van een forse schuld én veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserve en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie. Daar is onder andere sprake van indien een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen.
Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte een gemeente heeft om de eigen lasten te dragen, of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. De kengetallen moeten daarbij in samenhang worden bezien. Wanneer bijvoorbeeld de grondexploitatie er niet toe bijdraagt om de schuldpositie te verminderen en de structurele exploitatie ruimte negatief is, geeft het kengetal belastingcapaciteit inzicht in de mogelijkheid tot hogere baten. Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente.
Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Belastingcapaciteit De OZB is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomsten. De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of ruimte is voor nieuw beleid.
PA - 17 -
Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. Op voorstel van de stuurgroep die naar aanleiding van het advies door de Commissie vernieuwing BBV is ingesteld, is gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven. In de eerste plaats is voor een landelijk gemiddelde gekozen omdat over het algemeen geen maximum is gesteld aan belastingentarieven, zoals bij de OZB. Daarnaast geeft een gemiddelde meer inzicht in de betekenis van de belastingcapaciteit voor de financiële positie dan wanneer het gerelateerd wordt aan een maximaal te heffen tarief en worden deze gemiddelden ook onderling door gemeenten gebruikt om lasten te vergelijken. Ook is er vanuit de praktijk behoefte bij gemeenten en andere belanghebbende om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten. De hoogte van belastingtarieven komen dus niet in een vacuüm tot stand; er wordt rekenschap gegeven hoe de (eigen) lastendruk (via tarifering) zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. Zo publiceert het Coelo de “Atlas van de Lokale Lasten”, een macro- en micro-overzicht van opbrengsten van de hoogte en ontwikkeling van tarieven, heffingen en woonlasten dat mede daarvoor wordt gebruikt. Ook wordt in de meicirculaire van het gemeentefonds een overzicht opgenomen met de (ontwikkeling van de) gemiddelde lastendruk van de woonlasten van een meerpersoonshuishouden.
Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld (er is dan sprake van belastingcapaciteit die niet benut wordt). De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd. Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen.