beantwoording vragen SGP Regiovisie Specialistische Jeugdhulp.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen SGP-fractie over agendapunt 12 Regiovisie Specialistische Jeugdhulp Raadscommissievergadering van: 07-09-2021 Vraag
Antwoord
1.
Het is ons niet helemaal duidelijk hoe deze visie zich verhoudt tot de BSA samenwerking? Kunt u dat uitleggen?
Alle Nederlandse gemeenten hebben in een norm voor opdrachtgeverschap (NvO) afgesproken om niet vrijblijvende afspraken te maken over de regionale samenwerking in de jeugdhulp. Deze samenwerkingsafspraken zijn belangrijk om specialistische hulp ook in de toekomst te kunnen blijven garanderen. In onze regio werken we al langere tijd samen in het beleid, de regelgeving en de inkoop van de specialistische jeugdhulp. Onze regiovisie voor de specialistische jeugdhulp bouwt voort op wat we eerder hebben afgesproken en vastgelegd in bijvoorbeeld gemeentelijke beleidskaders, de regionale inkoopstrategie, inkoopdocumenten met de BSA en de verschillende transformatieplannen met de BSA. Onze regiovisie is een visie op hoofdlijnen, die de komende vijf jaar (2021-2026) ons kader vormt voor de uitvoering van de regionale samenwerking in de specialistische jeugdhulp. De gesprekken over de manier waarop we de jeugdhulp goed kunnen organiseren en uitvoeren, houden niet op bij de vaststelling van deze regiovisie. Deze regiovisie is bijvoorbeeld onderlegger voor de gesprekken over de inkoop specialistische jeugdhulp 2023. Eind 2022 loopt namelijk het contract met de BSA af en zal een nieuwe aanbesteding plaatsvinden.
2.
Er wordt gesteld dat van de 70.000 jongeren in de regio 9.000 jongeren specialistische jeugdhulp ontvangen. Dat is circa 13%. Klopt dat? En hoe verhoudt zich dat tot jongeren die via BSA worden geholpen? Hoeveel % is dat en zit daar een overlap in?
Het klopt helaas dat 13% van kinderen tussen de 0 en 18 jaar in onze regio een vorm van jeugdhulp ontvangt. Onder dit percentage vallen ook de kinderen die via de BSA worden geholpen. In 2019 hadden de BSA gezamenlijk 2359 unieke cliënten. Welk percentage dat is ten opzichte van de 13% is niet te zeggen, omdat die 13% over unieke cliënten gaat en kinderen meerdere zorgvormen kunnen hebben.
3.
Het is ons niet duidelijk of deze visie al (gedeeltelijk) in werking is of dat deze nog moet worden geimplementeerd. Kunt u dat toelichten?
Zie antwoord 1.
4.
In het raadsvoorstel staat: Inzetten op het creëren van sterkere samenwerkende netwerken tussen de lokale sociale basisinfrastructuur en de specialistische jeugdhulp (via gebiedsgerichte specialistische teams). Dat kunnen we alleen realiseren, als we meer investeren in partnerschap met een beperkter aantal specialistische jeugdhulpaanbieders;
We willen toe naar een partnerschap met 1 juridische entiteit. Hoeveel jeugdhulpaanbieders onderdeel zullen zijn van deze entiteit, hangt voor een belangrijk deel af van de concrete opdrachtomschrijving en de inschrijvers.
Vraag
Antwoord
Hoeveel is een beperkt aantal ongeveer? 5.
In het raadsvoorstel onder het kopje ‘Proces’ staat: … En dat hun professionals goed zijn toegerust om de verbinding te maken met de inwoner, daarbij oog hebben voor diversiteit, religieuze identiteit en cultuursensitief kunnen werken. De kritische kanttekeningen van de aanbieders zijn vooruitlopend op de inkoop 2023. De eerste verkennende gesprekken met het veld zijn medio juni.
Kun u dit iets nader toelichten? Met name de laatste 2 zinnen begrijpen we niet.
Hiermee wordt bedoeld dat de kritische kanttekeningen van de aanbieders op de regiovisie geplaatst moeten worden in het licht van de inkoop 2023. Aangezien dat het moment is dat de in de regiovisie genoemde doorontwikkeling en uitbreiding van de taakgerichte inkoop plaatsvindt, wat gevolgen zal hebben voor de aanbieders. De eerste verkennende gesprekken met het veld over de inkoop 2023 hebben medio juni plaatsgevonden.