Beantwoording technische vragen SGP-fractie over Handelingsperspectief Buitengebied.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen SGP-fractie over agendapunt 9 Handelingsperspectief Raadscommissievergadering van: 10-04-2024
Vraag
Antwoord
Er wordt voor de getalsmatige uitwerking diverse keren gerefereerd aan het concept-UPLG. Is er inmiddels een berekening gemaakt van het benodigde areaal als de resterende 60% van de agrariërs moeten extensiveren zowel provinciaal als binnen onze regio?
Wij hebben van de provincie nog geen uitwerking van het maatregelen pakket van het concept UPLG naar gebied/landschap, dus ook niet voor dit onderdeel.
In het handelingsperspectief wordt o.a. gesproken over de bijdrage van agrarische bedrijven aan voedselzekerheid. De ambitie of doelstelling hieromtrent lezen wij niet terug. Wat betekent het nu concreet in ha. landbouwareaal dat agrariërs in deze regio bijdragen aan voedselzekerheid?
Het HPB is een perspectief en is dus nog niet concreet, het geeft ook geen invulling aan welke type voedsel. Het geeft vooral het perspectief dat er ruimte moet zijn en blijven voor de landbouw als voedselproducent.
Op p. 21 wordt gesteld onder “realiseer meer natuur” dat dat noodzakelijk is om bestaande gebieden rustiger te krijgen. Waarom is “meer natuur” een oplossing voor rustiger natuur in bestaande gebieden en in welke mate sluit dit aan bij de ambities uit GGM. Is dit overlappend of is dit aanvullend op bedoeld?
Pagina 21 gaat over stad en klimaat, in dat kader draagt meer natuur bij aan de spreiding van recreatieve drukte en biedt meer natuur ook mogelijkheden om specifieke gebieden bewust rust te krijgen. Met groen groeit mee zal groen in de buurt van de stad gerealiseerd kunnen worden en is dus zeker sprake van een samenhang.
Is er een reactie- of verwerkingsdocument van het consultatiedocument waaruit te herleiden is hoe de verschillende zienswijzen zijn verwerkt?
Er is gekozen om alleen te werken met een erratumlijst bij het groeidocument en geen een op een lijsten bij te houden van de verwerking van opmerkingen.
Op p. 51 wordt het volgende gesteld: “De transitie naar duurzame landbouw betekent ook dat sommige agrariërs een deel van hun bedrijfsvoering kunnen omschakelen naar andere soorten bedrijvigheid.”. In welke zin heeft het omschakelen van andere soorten bedrijvigheid impact op de transitie naar duurzame landbouw?
Dit biedt naast schaalvergroting ruimte voor de kleinere landbouw bedrijven die wel duurzaam willen doorboeren maar voor een voldoende verdienmodel ook een ander soort bedrijvigheid nodig hebben.