Beantwoording technische vragen SGP-fractie over 11 belastingverordening 2025.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen SGP-fractie over agendapunt 11 Belastingverordeningen 2025 Raadscommissievergadering van: 03-12-2024
Vraag
Antwoord
In het RV stelt u enerzijds dat de WOZ-waarde van woningen en niet-woningen daalt met 0,53% respectievelijk 2,26% (na correcties). In de 1 na laatste alinea op p. 2 beschrijft u een stijging van 1,47% voor woningen en een daling van 0,26% van niet-woningen. Is het verschil tussen deze getallen de kosten voor bezwaar en beroep?
Klopt, het verschil 2 %, heeft betrekking op ingeschatte kosten bezwaar en beroep voor 2025 (op basis van ervaringscijfers).
In lijn met de aangenomen motie van 21 maart 2024 stelt u voor: bij een achteraf ingediende aanvraag wordt de verschuldigde leges verhoogd naar 10 % (met een minimum van € 250). In 2024 was dit 2%.
Leges zijn van toepassing vanaf het moment van indienen van een aanvraag. Dat geldt dus ook bij dit type aanvragen. Het gaat dan om een verhoging van de kosten van die aanvraag. De rekening wordt verzonden na afgifte of weigering van de vergunning, ook gelijk aan “gewone” aanvragen.
Kunt u aangeven welk moment bepalend is voor toepassing van 2% of 10% verhoging van de leges bij een achteraf ingediende aanvraag, is dat het moment van aanvraag (achteraf) of moment van afgifte vergunning?