Beantwoording technische vragen GLPvdA-fractie agendapunt 9 - UPLG.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen PvdA-GroenLinks-fractie over agendapunt 9, UPLG Commissievergadering van: 10 februari 2025
Vraag
Antwoord
Waarom is de keuze gemaakt om voor het opstellen van de zienswijze input te vragen bij de landbouworganisaties, maar niet bij natuurorganisaties/groene organisaties?
In de basis omdat wij geconstateerd hebben dat er (m.u.v. een klein stukje grond) in het UPLG voor Woudenberg geen directe doorwerking is op gebied van natuur en groen. Wij hebben navraag gedaan bij het waterschap of er vanuit water nog aandachtspunten waren. In de zienswijzen wijzen wij vooral op zorgpunten, op het gebied van natuur zien wij die niet direct in onze gemeente. Wij gaan ervan uit dat natuurorganisaties die ook in onze gemeente belangen hebben, in een breed kader (indien aan de orde) een reactie zullen sturen. Op het niveau van het grondgebied van Woudenberg is daar geen aanleiding toe.
Welke technische en bedrijfseconomische doorrekeningen zijn zo mogelijk beschikbaar om te onderbouwen dat de in het ontwerp-UPLG voorgestelde generieke emissiereducties voor het merendeel van de Woudenbergse agrarische bedrijven op dit moment niet realistisch haalbaar zijn? Welke indicatoren acht het college noodzakelijk om in Woudenberg structureel te monitoren om zowel natuur- en waterherstel als het toekomstperspectief van de landbouw te volgen, en hoe zouden deze gegevens ingezet kunnen worden om tijdig bij te sturen in gebiedsprocessen? Welke specifieke sociaal-economische effecten kunnen mogelijk verwacht worden voor Woudenberg (bijv. bedrijfsbeëindiging, opvolging, werkgelegenheid, grondgebruik) en hoe worden deze effecten (eventueel in de toekomst) meegenomen naar de provincie?
Wij beschikken daar niet over, en geven op dit punt ook geen inhoudelijke zienswijze, maar vragen bij provincie aandacht om te zorgen dat reducties ook haalbaar zijn. Wij gaan ervanuit dat de sector zelf de inhoudelijke reactie aan de provincie zal sturen.
Op welke wijze wil het college de door haar bepleite gebiedsgerichte aanpak voor de Gelderse Vallei concreet vormgeven (bijvoorbeeld via gebiedsprocessen, pilots
Wij zijn sinds start UPLG in overleg met Leusden, Renswoude en Rhenen, waar Veenendaal en Amersfoort bij horen. Om een gebiedsproces te starten of pilots moet
Als gemeente hebben wij niet in beeld welke indicatoren essentieel zijn, maar vooral dat er indicatoren zullen moeten zijn, om in gebiedsprocessen ook de haalbaarheid van doelen te kunnen volgen. Uit de gesprekken met de landbouw, bezoeken aan bedrijven tijdens “tour de boer” en elders, horen wij, dat ontwikkelingen op bedrijven stil staan (zonder zicht op aanpassing vergunning zijn investeringen niet mogelijk), dat er weinig bedrijfsopvolgers zijn en dat er grote zorg is dat door wet- en regelgeving opvolging straks niet meer mogelijk is. Er zijn relatief veel bedrijven die verwachten nog wel een jaar of 10 door te kunnen, maar zonder opvolgers houdt het daarna wel op. Er zijn delen van ons buitengebied waar in het verleden veel bedrijven aanwezig waren en waar nu nog enkele bedrijven aanwezig zijn, die daarmee het hele gebied moeten beheren met steeds grotere rijafstanden, wat ook leidt tot ander landgebruik (vee in de wei staat dicht bij de boerderij en niet op grasland op afstand). Deze zorg delen wij regelmatig met de provincie. Maar wij zien in het UPLG geen antwoord op deze zorgen en effecten.
Vraag
Antwoord
of samenwerkingen met Foodvalley), en welke inhoudelijke bouwstenen kan Woudenberg daarvoor aanleveren?
wel duidelijk zijn, wat zo’n proces moet en kan opleveren. Tot op heden is dat niet duidelijk en het concept UPLG ziet voor Woudenberg vooral generieke aanpassingen. In Woudenberg hebben wij veel deskundige boeren die ook deelnemen aan diverse overleggen en pilots in Food Valley en de provincie. Op het moment dat duidelijk is waar een gebiedsproces invulling/antwoord op moet geven, verwachten wij snel met onze boeren en grondeigenaren een start te kunnen maken.