Beantwoording technische vragen GBW-fractie Verordening presidium.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen GBW-fractie over agendapunt 16 Verordening presidium Raadscommissievergadering van: 12-11-2024
Vraag
Antwoord
In de verordening van het presidium, is opgenomen dat elke vergadering van het presidium achter gesloten deuren plaatsvindt, en dus geheimhouding wordt opgelegd.
Er is geen sprake van het opleggen van geheimhouding over een onderwerp. Er kan wel sprake zijn van het opleggen van geheimhouding op informatie, die wordt verstrekt (schriftelijk).
Vraag 1. Wordt bij het opleggen van geheimhouding over een onderwerp op de agenda aangegeven op welke grond dit gebeurt conform artikel van de Gemeentewet met een verwijzing naar de Wet Open Overheid, artikel 5.1 lid 1 en lid 2?
Het opleggen van geheimhouding op schriftelijke informatie en het verstrekken van schriftelijke informatie onder de verplichting tot geheimhouding, wordt geregeld in Hoofdstuk Va Gemeentewet. Geheimhouding moet voor schriftelijke stukken altijd expliciet opgelegd worden. Voor schriftelijke stukken die voorafgaand aan, tijdens of na een besloten vergadering worden overlegd, moet een apart besluit tot geheimhouding worden genomen. Daarbij wordt de grondslag, zowel vanuit de Gemeentewet als de Wet Open Overheid, vermeld. Mondelinge informatie die in een besloten vergadering wordt gedeeld is op grond van artikel 23, vierde lid, van de Gemeentewet, geheim. Dit geldt op grond van de voorgestelde verordening ook voor het presidium.
In de Gemeentewet art 88 lid 5. is opgenomen dat als het college of burgemeester informatie verstrekt aan een commissie waarin leden van de raad zitting hebben, deze informatie ook verstrekt moet worden aan de raad. Vraag 2a. Geldt dit ook voor de informatie van de burgemeester over aangelegenheden die vanwege de vertrouwelijkheid, voorlopigheid of anderszins (nog) niet openbaar gemaakt kan worden (art 3 lid 2 verordening)?
2a. In sommige gevallen kan het voorkomen dat de burgemeester vertrouwelijke informatie wil bespreken met het presidium. Voor dit soort gevallen waarin mondeling informatie wordt gedeeld is uitdrukkelijk geen sprake van toepasselijkheid van artikel 88, vijfde lid, van de Gemeentewet.1
Vraag 2b. Op welke manier komt deze informatie naar de raadsleden toe die geen lid zijn van het presidium?
2b. Indien het presidium besluit dat de geheimhouding op mondelinge informatie die is gedeeld in het presidium wordt opgeheven, dan wordt deze informatie per e-mail door de griffier teruggekoppeld aan de raadsleden die geen lid zijn van het presidium.
1
Zie de Circulaire – toelichting wijzigingen omtrent geheimhouding in de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 6 maart 2023 (Stb. 2023, 444), p. 3.
Vraag
Antwoord
Dit is op dit moment al de gebruikelijke werkwijze.
3. Waarom wordt in de verordening wordt bij schenden van geheimhouding verwezen naar het wetboek van Strafrecht, in plaats van naar de regeling die hiervoor al in de Gemeentewet is opgenomen Art 89 lid 5?
De raad heeft op grond van artikel 89, lid 5, Gemeentewet de mogelijkheid om te besluiten dat een lid dat de geheimhouding schendt, voor de duur van maximaal drie maanden geen geheime informatie verstrekt krijgt. Een dergelijk raadsbesluit staat los van de beoordeling van de strafbaarheid van schending van de geheimhouding in de zin van artikel 272 Wetboek van Strafrecht. Deze laatste is expliciet opgenomen in de verordening, zodat dit voor niemand een verrassing kan zijn.