Beantwoording technische vragen GBW-fractie over agendapunt 7
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen GBW-fractie over agendapunt 7 Begroting 2027-2030 Raadscommissievergadering van: 13 oktober 2026 Vraag | Antwoord 1. Kan het college voor ieder jaar 2027–2030 aangeven welke vrije structurele | Na aftrek van de incidentele lasten/baten zijn dit de huidige begrotingsresultaten als begrotingsruimte daadwerkelijk beschikbaar is, nadat alle incidentele baten en | volgt: lasten buiten beschouwing zijn gelaten? | 2027 : € | 101.000 positief 2028 : € | 248.000 negatief 2029 : € | 81.000 negatief 2030 : € | 407.000 positief De septembercirculaire zal dit beeld beïnvloeden. Dit kan de raad terugvinden in de begroting bij de bijlage “Structureel begrotingssaldo 2027-2030” op bladzijde BIJ 03. Voor de beoordeling of de begroting structureel sluitend is kijkt de provincie naar het 1e en 4e begrotingsjaar. Op dit moment is de vrije structurele ruimte € 100.000. 2. Het coalitieakkoord ‘Samen doen. Voor Woudenberg!’ is volgens de | Ten tijde van het opstellen van de begroting was de vertaling van het coalitieakkoord conceptbegroting beleidsmatig en financieel nog niet verwerkt. Kan het college | naar concrete maatregelen, preventie , prioritering en financiële keuzes nog niet aangeven welke financiële ruimte vanaf 2027–2030 beschikbaar is voor de | gereed. Het streven is dat deze nog dit jaar met uw raad gedeeld wordt.
uitvoering van het coalitieakkoord en welke structurele lasten daardoor nog niet in | Indien de beschikbare financiële saldi onvoldoende blijken om deze claims op te deze conceptbegroting zijn opgenomen? | vangen, worden tevens aanvullende maatregelen gepresenteerd. 3. Waardoor ontstaat de stijging van € 410.743 aan programma 5 toegerekende | De 410.473 heeft betrekking op afschrijvingslasten en loonkosten. De stijging op loonkosten in 2027: betreft dit uitbreiding van formatie, salarisontwikkeling, | loonkosten bedraagt € 355.053 en heeft betrekking op verschuiving van externe gewijzigde toerekening of een combinatie hiervan? | inhuur naar vast in dienst nemen en op de cao-verhoging. 4. In de begroting 2026-2029 stond bij Sport vanaf 2027 € 25.000 aan hogere | De definitieve financiële lasten voor een extra kunstgrasveld zijn nog niet verwerkt in structurele lasten opgenomen voor een extra kunstgrasveld bij de | de begroting 2027-2030. voetbalvereniging. Daarbij werd uitgegaan van een investering van circa € | Een raadsvoorstel hierover wordt aan de raad voorgelegd in de raad van november 800.000. Waar vinden we het kunstgrasveld en de bijbehorende financiële lasten | 2026. terug in de begroting 2027-2030? 5.
Vanaf 2029 wordt rekening gehouden met ongeveer € 500.000 lagere kosten | Huishoudelijke hulp uit de Wmo met vangnet betreft een maatregel uit het voor de Wmo door maatregelen van het Rijk. Tegelijk is nog niet duidelijk hoe die | Coalitieakkoord van het kabinet Jetten. Mensen die dat kunnen, gaan zelf betalen voor Vraag | Antwoord maatregelen er precies uit gaan zien. Waar is die € 500.000 op gebaseerd? En wat | hun huishoudelijke hulp. Huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening binnen de Wet gebeurt er met onze begroting als die besparing uiteindelijk niet wordt gehaald? | maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo) wordt daarom geschrapt met ingang van 1 januari 2029 (€ 1,4 miljard). Voor de mensen die niet zelf hulp kunnen regelen, blijft de gemeente daarin voorzien (€ 430 miljoen). Via het gemeentefonds wordt Woudenberg vanaf 2029 gekort voor € 0,5 mln. Dit bedrag is in de begroting 1-op-1 overgenomen en voorlopig vanaf 2029 als stelpost verwerkt, conform het advies van de VNG en met instemming van de provincie. Als de besparing niet wordt gehaald heeft dit directe financiële gevolgen voor de begrotingsresultaten vanaf begrotingsjaar 2029. 6. In de begroting bedraagt het weerstandsvermogen in 2027 3,69, terwijl een ratio | Het college verwacht dat de komende jaren de gewenste ratio van 4 onder druk komt van minimaal 4 als gewenst is vastgesteld.
Kan het college aangeven hoe het | te staan. weerstandsvermogen zich naar verwachting in 2028–2030 ontwikkelt en op welke | In het Financieel dashboard 2026 (onderdeel kadernota 2027-2030) is daar het wijze en binnen welke termijn weer aan de gewenste ratio van 4 wordt voldaan? | volgende over geschreven: Hoewel de streefwaarden op dit moment (begrotingsjaar 2025) worden gehaald, is de verwachting dat het de komende jaren uitdagend wordt om dit niveau te behouden. Onder andere de uitkomsten van de kerntakendiscussie, diverse (autonome) ontwikkelingen, toenemende wensen en ambities, en een stijging van de geïnventariseerde risico’s zorgen ervoor dat zowel de streefwaarde voor het eigen vermogen per inwoner als de ondergrens voor het weerstandsvermogen onder druk komen te staan. 7. In de paragraaf Financiering wordt aangegeven dat het, afhankelijk van de | We verwachten de investeringskosten Cultuurhuis, Kunstgrasveld en Modulaire Hal te toekomstige ambities rond het Cultuurhuis en de sportvoorzieningen, mogelijk | kunnen financieren zonder leningen aan te trekken. Zodra concreter wordt wat we noodzakelijk is om opnieuw een lening aan te trekken.
Kan het college aangeven | gaan doen met onderwijshuisvesting (renovatie of nieuwbouw Griftschool en Koningin welke investeringen hiervoor op dit moment worden voorzien en welke mogelijke | Julianaschool) zal het aantrekken van leningen nodig zijn. Structurele rentelasten gevolgen dit heeft voor de structurele kapitaallasten en rentelasten in de jaren | komen op z’n vroegst in beeld in de 2e helft van begrotingsperiode 2027-2030. 2027–2030? 8. Voor Hoevelaar fase 3 wordt een risicobedrag van € 1,79 miljoen opgenomen. | In de raadsvergadering van 22 mei 2025 is het raadsvoorstel "samenwerking Kan het college aangeven welke aannames en uitvoeringsrisico’s het belangrijkste | Spoolderberg Hoevelaar Fase 3" behandeld. Hierin eis is de berekening van het risico aandeel hebben in dit bedrag en in hoeverre dit risico kan toenemen wanneer de | opgenomen. ontwikkeling of fasering van Hoevelaar fase 3 wijzigt? Vraag Antwoord 9. De begroting gaat uit van een rente van 0% voor nieuwe investeringen en voor de grondexploitaties, terwijl tegelijkertijd wordt aangegeven dat mogelijk opnieuw leningen moeten worden aangetrokken en dat het rentepercentage voor Hoevelaar fase 3 nog niet bekend is.
Kan het college aangeven welke financiële ruimte in de begroting aanwezig is om een hogere rente op te vangen en vanaf welk rentepercentage dit effect substantieel wordt voor het meerjarig begrotingssaldo? Op dit moment hebben we € 12,5 miljoen bij de schatkist staan aan liquide middelen. Als we hoevelaar fase 3 financieren met projectfinanciering zullen de rentekosten hiervan enkel en alleen op Hoevelaar drukken en zal dit geen extra kosten voor de begroting geven. Bovendien is in het verleden al afgesproken dat rentekosten op grondexploitaties via de reserve grondbedrijf lopen. In onze begroting hebben wij voor de komende 4 jaar € 50.000 aan renteopbrengst staan, Dit heeft betrekking op de rente die wij ontvangen uit schatkistbankieren. Op dit moment is de rente 2% en dat houdt in dat we uitgaan van een minimale stand van 2,5 miljoen bij de schatkist. Er is op dit moment dus ruimte van € 10 miljoen aan liquide middelen om in te zetten voordat investeringen een nadelig effect op de begroting hebben. 10. In de begroting is een risico van € 300.000 opgenomen voor netcongestie.
Kan het college aangeven uit welke mogelijke financiële gevolgen dit bedrag voornamelijk bestaat en in hoeverre hierbij rekening is gehouden met mogelijke vertraging van woningbouw en grondexploitaties? Het risicobedrag van 300.000 is een combinatie van: Lagere rentebaten Lagere opbrengsten leges omgevingsvergunning Lagere opbrengsten gemeentelijke belastingen (minder toename aantal inwoners) Lagere uitkering uit het gemeentefonds (minder toename aantal inwoners) Lagere kosten diverse voorzieningen gemeente tbv inwoners (minder toename aantal inwoners) Het risico van woningbouw en grondexploitatie wordt meegenomen bij de 1ste vaststelling van grondexploitatie Hoevelaar fase 3.