Beantwoording technische vragen GBW-fractie over 8. Bestemmingsplan Voskuilerdijk 26.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen GBW-fractie over agendapunt 8 Voskuilerdijk 26 Raadscommissievergadering van: 10-2-2026
Vraag
Antwoord
1. Uit de participatie blijkt dat er grote zorgen zijn bij omwonenden over de verkeerssituatie op de Voskuilerdijk bij uitbreiding van de mestvergister. De gemeente heeft toegezegd de bermen te verbreden en te versterken met grasbetonblokken zodat passeren iets gemakkelijker kan verlopen. Over verdere maatregelen geeft de gemeente aan met omwonenden in overleg te willen treden om het gevoel van verkeersonveiligheid weg te nemen. Diverse verkeersmaatregelen lijken voor de hand te liggen zoals het instellen van eenrichtingsverkeer voor zwaarverkeer komend vanaf Oud Willear, en voor vertrekkend zwaarverkeer richting Woudenberg en Leusden door het plaatsen van verkeersbord D4 met onderbord welke aangeeft dat deze alleen voor zwaarverkeer geldt, het verlagen van de verkeerssnelheid op de Voskuilerdijk tussen Oud Willaer en Voskuilerweg van 60 naar 30 km en het uitsluitend toestaan van zwaarverkeer in bepaalde uren zodat kwetsbare verkeersdeelnemers geen of minder risico lopen. Overweegt de gemeente als wegbeheerder deze maatregelen te treffen en met de omwonende te bespreken, en zo nee waarom niet, en zo ja waarom is dat niet al eerder gedaan?
Wij gaan eerst in gesprek met de omgeving om de opties en mogelijkheden te bespreken, daarbij komt deze denkrichting mogelijk ook op tafel. Op basis van het gesprek zal bezien worden welke verkeersmaatregelen wenselijk en mogelijk zijn en welk effect die eventueel hebben op andere wegen. Waarna wij zullen besluiten over maatregelen.
2. Grote zorgen bestaan met betrekking tot de geur/stankoverlast nadat de uitbreiding van de mestvergister heeft plaatsgevonden. Met name de nrs. 24 en 28 ervaren nu al geruime tijd overlast. Volgens de stukken ontstaat een gesloten systeem waardoor geen geur/stank kan ontsnappen vanuit de opslag van vaste en vloeibare digistraten. In de huidige installatie zijn beide opvangbakken open (folie op bak vloeibaar digistraat sluit niet af en loopt soms ook over de bakrand naar de sloot) en ook de transportbanden zijn open cq beperkt afgedekt. Kan worden aangegeven of in de nieuwe situatie het volledige proces alleen binnen afgesloten ruimten plaatsvindt, waar dat niet het geval is en welke maatregelen getroffen worden om de geur/stankoverlast te beperken waar verwerking in de open lucht
2 Er zijn geen formele klachten of verzoeken om handhaving ingediend. Naar aanleiding van de richting initiatiefnemer geuite klachten heeft initiatiefnemer nader onderzoek laten uitvoeren, dat onderdeel is van de motivering van het nu voorliggende bestemmingsplan. De belangrijkste bron van geur (de foliebak) wordt vervangen door een inpandige voorziening.
Vraag
Antwoord
noodzakelijkerwijs plaatsvindt? 3. De (voormalige) bedrijfswoning blijft gebruikt worden voor zowel de kippenstal als voor de energiefabriek (de mestvergister) terwijl het bestaande bouwvlak wordt gesplitst in twee delen. Van welk bouwvlak maakt de bedrijfswoning deel uit? Dat laatste kan ook van belang zijn ivm een mogelijke verkoop van één van de twee bedrijven.
De bedrijfswoning van het kippenbedrijf (die in de oude situatie toen mestvergister een nevenfunctie was, ook bedrijfswoning was van de mestvergister) ligt in het agrarische bestemmingsvlak, maar wordt in de nieuwe bestemming ook gekoppeld aan beide activiteiten, ook al zijn die nu in verschillende bestemmingen opgenomen. Deze samenhang blijft ook bij verkoop van één van beide bedrijven bestaan (verkoop wijzigt de bestemming niet) en wordt via de anterieure overeenkomst ook via het privaatrecht benadrukt, voor een mogelijke koper.
4. De freilandkippen krijgen ruimte voor uitloop. Aan deze uitloop zijn risico’s verbonden zoals bodemschade en bodemkaalheid, stikstof- en fosfaatemissies, vliegenoverlast, gezondheidsrisico’s en geur- en landschapsimpact. Hoe weegt de gemeente deze risico’s voor de omwonenden en specifiek voor de omwonenden op de nrs. 24 en 28, en vindt de gemeente deze risico’s acceptabel?
In de huidige bedrijfsvoering van het pluimveebedrijf is ook al sprake van vrije uitloop en dat gebied wijzigt niet of nauwelijks en is geen specifieke bestemmingsplan functie en daarom vind op dit onderdeel geen nader beoordeling of overweging plaats. Ter verduidelijking de vrije uitloop ligt op afstand van nummer 24 en die locatie wordt door het bedrijf en de bedrijfswoning afgeschermd. Aan de zijde van nr 28 wordt na onderling overleg aanvullende landschappelijke inpassing aangebracht.
5. De mestvergister was de afgelopen jaren een nevenfunctie/activiteit van het bedrijf van de initiatiefnemer. Door het afstoten van andere bedrijfsactiviteiten is de mestvergister van nevenfunctie een hoofdfunctie geworden en door de (af)splitsing ontstaat feitelijk een industrieel complex te weten een energiebedrijf dat mest als grondstof voor energie-opwekking verwerkt. In hoeverre past een dergelijk industrieel complex in het lokale VAB-beleid dat in ontwikkeling is, en hoe wordt een eventuele uitbreiding verwerkt in het concept-lokaal VAB-beleid?
De vergister was als nevenfunctie van het pluimveebedrijf op dit adres bestemd. Planologisch was geen sprake van samenhang met andere agrarische bestemmingen van dezelfde eigenaar. Het feit dat de vergister nu een zelfstandige hoofdfunctie wordt, heeft dan ook niets te maken met het afstoten van andere agrarische bouwvlakken. Het feit dat er feitelijk en ruimtelijk in de nieuwe situatie geen sprake meer is van een functie die ondergeschikt is aan de andere, maakt dat er geen sprake meer kan zijn van een nevenfunctie. Het VAB-beleid is niet van toepassing op de overwegingen van dit bestemmingsplan. Er is geen sprake van een stoppend agrarisch bedrijf, maar van een zelfstandige afweging of de aanpassing van het pluimveebedrijf en de vergroting van de mestvergister passend zijn. De overwegingen staan in het bestemmingsplan en het raadsvoorstel.