Beantwoording technische vragen GBW-fractie agendapunt 8 Kadernota.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen GBW-fractie over agendapunt 8 Kadernota 2024-2027 Raads(commissie)vergadering van: 20 juni 2023
Om een vlotte verwerking van alle vragen van alle fracties mogelijk te maken, hebben wij bij het invullen van dit format de volgende verzoeken: Wilt u a.u.b. gebruik maken van dít format en dit format NIET aanpassen door bijv. kolommen toe te voegen Levert u de vragen a.u.b. zo beknopt mogelijk aan | in lettertype Verdana 9 | a.u.b. één vraag per rij Gebruikt u a.u.b. voor ieder onderwerp een afzonderlijk formulier, zodat wij de vragen & antwoorden later bij het desbetreffende agendapunt kunnen opslaan Vraag
Antwoord
Blz. 4 Wanneer kunnen wij de analyse tegemoet zien waarom Woudenberg een “ nadeelgemeente” is en waarom de stijgende WOZ waarden nadelig uitpakt voor onze begroting?
Met behulp van externe ondersteuning wordt op dit moment een analyse gemaakt waarom Woudenberg een nadeelgemeente is. Deze analyse zal na de zomervakantie, als onderdeel van de begrotingsbehandeling, aan de raad worden voorgelegd. In de analyse wordt ook ingegaan op de WOZ-waardes.
Blz 8; Waarom worden de besprekingen over een nieuw contract voor het schoolvervoer zo laat gestart met als gevolg dat het nu nodig is om het lopende contract met 1 jaar te verlengen?
De huidige contracten schoolvervoer zijn afgesloten voor het schooljaar 2017-2018 tot en met schooljaar 2019-2020. Een langere looptijd was mogelijk door gebruik te maken van de in de gunning opgenomen verlenging van vier periodes van elk 12 maanden. Voor het schooljaar 2023-2024 hebben we gebruik gemaakt van de optie om het contract nog één laatste jaar te verlengen. Voor het schooljaar 2024-2025 dient een nieuwe aanbesteding plaats te vinden. De voorbereidingen hiervoor zijn reeds gestart. Wij kunnen voorstellen dat de tekst in de kadernota de indruk heeft gewekt dat de aanbesteding schoolvervoer voor het schooljaar 2023-2024 in had moeten gaan, maar dat is dus niet het geval. Het betreft voornamelijk het uitvoeren van verbeterings- en onderhoudsmaatregelen aan fietspaden en rijbanen in het buitengebied (de wijken Rumelaar-Lambalgen en Geerestein) en aan voet-, fietspaden en rijbanen in de kern (de wijken Nico Bergsteijn en Het Zeeland). De middelen worden o.a. ingezet voor het opleiden van medewerkers, zodat zij in staat zijn om borgingsplannen te toetsen volgens de toegelaten instrumenten (op dit moment zijn dit er vijf). Maar ook voor het monitoren en evalueren van de Wkb. Omdat sprake is van een totaal nieuwe werkwijze voor markt en overheid wordt verwacht dat er de eerste jaren regelmatig aanleiding kan zijn voor aanpassingen en het aanpakken van knelpunten.
Een verbeterslag kan extra kosten met zich meebrengen, met name op het gebied van opleidingen en uitbreiding van (tijdelijke) capaciteit. De vraag welke participatietools moeten worden aangeschaft komt uit het proces van het opstellen van een beleidskader. Het beleidskader fungeert als een richtinggevend
Blz 10; kunt u voorbeelden noemen waar sprake is van achterstallig onderhoud mbt het wegonderhoud. Er is nu immers extra budget benodigd. Blz 16; kunt u voorbeelden noemen waaraan de extra middelen voor de Wet kwaliteitsborging worden besteed?
Blz 20; kunt u toelichten waarom nog geen budget wordt begroot voor aanschaf participatietools? (b.v Citizenlab,Mett, enz.
Vraag
Antwoord document dat de basis legt voor de keuze van tools/middelen. Zowel in het behouden van bestaande als de aanschaf van nieuwe tools (middelen). En het bepalen van prioriteiten hierin. Dit zorgt er straks voor dat de participatietools op een praktische en doelgerichte manier kunnen worden ingezet. Daarnaast vergroot dit de kans op het behalen van beoogde resultaten. Uiteraard blijft de gemeente participeren met de bestaande tools (middelen) en in het proces van het opstellen wordt gekeken of en hoeveel financiële middelen er op dat moment nog beschikbaar zijn voor eventuele aanschaf/doorontwikkeling van participatietools in 2023. Vanaf 2023 is structureel het budget van 15.000 euro begroot en dan is het de bedoeling dat dit (groten)deels ingezet wordt voor de participatietools.
Blz 34; is het niet noodzakelijk om de reserve opleidingskosten personeel te verhogen? Er is immers sprake van veel nieuw personeel.
Blz 36; Na invoering Omgevingswet wordt de reserve afgebouwd. Wordt het restant van de reserve dan toegevoegd aan de Algemene Reserve?
Over aanvullend budget kunnen we nu geen standpunt innemen. Dit willen we onderdeel maken van de integrale afweging bij de begroting, waar het college met een voorstel komt als het gaat om de verhouding vast personeel en inhuur. De uitkomst daarvan bepaalt mede ook de hoogte van het opleidingsbudget. Wat betreft de huidige opleidingsfaciliteiten voor nieuw personeel, hebben we inhouse opleidingen opgezet, gebruikmakend van onze eigen capaciteit en expertise. We hebben bijvoorbeeld een training “hoe werkt je gemeente.”, er wordt gewerkt aan een summer school voor collega’s over duurzaamheid en klimaatadaptatie en er worden in de tweede helft van dit jaar lunchbijeenkomsten over de WOO en de AVG georganiseerd. Allemaal georganiseerd door en voor collega’s. Daarmee stimuleren we de samenwerking en we zien dat collega’s plezier halen uit het bijpraten over en uitleggen van hun eigen vakgebied aan anderen. We hebben in huis veel kennis die we steeds beter willen inzetten. Na de invoering van de Omgevingswet per 1 jan 2024 zal de reserve nog worden gebruikt voor werkzaamheden ten behoeve van de overgangsperiode die in 2024 zullen plaatsvinden. Bij de jaarrekening 2024 zal een voorstel worden gedaan over de bestemming van een eventueel restant van de reserve Omgevingswet.