Beantwoording technische vragen CDA - Rechtmatigheidsverantwoording.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen CDA-fractie bij agendapunt 11 Rechtmatigheidsverantwoording Raadscommissievergadering van: 2 december 2025
Vraag
Antwoord
We lezen in het raadsvoorstel: “Bij de voorbereiding van dit voorstel zijn verschillende interne en externe actoren betrokken geweest.” Welke interne en externe actoren zijn dat??
Interne actoren: afdeling financiën, juridische zaken en MT
Conform artikel 6 is het college bevoegd om de opdracht bij overige controles en opdrachten te verlenen aan een andere dan de door de raad benoemde accountant. Wat zijn redenen om dat te doen?
Redenen om een andere accountant in te schakelen zijn:
Externe actoren: direct de accountant, indirect commissie BBV via hun richtlijnen en adviezen.
Specialistische expertise – bijvoorbeeld wanneer een forensisch onderzoek nodig is dat de door de raad benoemde accountant niet kan uitvoeren. Onafhankelijkheid – bijvoorbeeld wanneer de door de raad benoemde accountant bij een bepaald dossier zijn eigen werk zou controleren of wanneer een gevoelig onderzoek maximale objectiviteit vraagt. Capaciteit of doorlooptijd – bijvoorbeeld wanneer de door de raad benoemde accountant in een drukke periode geen ruimte heeft om een subsidiecontrole binnen de gestelde termijn uit te voeren. Wettelijke of externe vereisten – bijvoorbeeld wanneer een specifieke rijks- of EUsubsidie verplicht stelt dat de controle door een gecertificeerd of voorgeschreven controle-instantie wordt uitgevoerd. Behoefte aan een second opinion – bijvoorbeeld bij een complex of politiek gevoelig dossier waarbij het college een onafhankelijke herbeoordeling wil laten uitvoeren door een andere partij dan de door de raad benoemde accountant.
Wordt de raad vooraf geïnformeerd wanneer het college besluit om een andere accountant in te schakelen?
Het college hoeft de raad niet vooraf te informeren wanneer het besluit om een andere accountant in te schakelen voor “overige controles en opdrachten”. Bestuurlijk wordt dit gezien als een uitvoeringsbevoegdheid van het college.
Vraag
Antwoord
In praktijk heeft dit de afgelopen jaren overigens niet plaatsgevonden. Het college zal eventueel achteraf via de P&C cyclus de raad informeren over dergelijke gevallen.
Wat zijn de consequenties voor de nalevingslasten wanneer de rapportagegrens op € 25.000 gehandhaafd blijft?
Een lagere rapportagegrens leidt eventueel tot meer administratieve inzet binnen de financiële afdeling, omdat ook kleine afwijkingen moeten worden verantwoord en toegelicht. Dit gaat ten koste van de leesbaarheid van de rechtmatigheidsparagraaf en vraagt bovendien om meer afstemming met de accountant om deze kleinere bedragen te beoordelen.