Beantwoording fractievragen delegatie, adviesrecht en participatie Omgevingswet-PvdAGL.pdf
Tekst van het document
Beantwoording vragen PvdA/GL-fractie over agendapunt 8 Commissievergadering van 12-01-22 Vraag
Antwoord
De implementatie van de Omgevingswet vraagt om een andere manier van samenwerken tussen raad en college en inwoner. Om een beeld te krijgen van de praktische consequenties zouden wij het op prijs stellen om dit aan de hand van voorbeelden te kunnen uitleggen. Is het mogelijk om, bijv. aan de hand van de drie beslispunten (1. Delegatiebesluit 2. Adviesrol Raad 3. Verplichte participatie) aan te geven wat dit zou hebben betekend voor bestemmingsplannen die recent in de Raad zijn besproken? Daarbij is te denken aan: Haarweg 8 Zegheweg 8a Nico Bergsteijnweg 64 De Meent 9 Uiteraard in relatie tot het voorstel wat nu voorligt.
Bij alle vier de voorbeelden is het de vraag of men een omgevingsplan zou opstellen of kiest voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). De Omgevingswet biedt meer dan de huidige wet de mogelijkheid om met vergunningen in plaats van herzieningen van bestemmingsplannen te werken. Voor het advies recht gaan wij er dus vanuit dat gekozen wordt voor een BOPA en dus de vraag of advies van de raad aan de orde is. Kiezen partijen voor een herziening van het omgevingsplan, dan is adviesrecht en delegatie niet aan de orde en blijft de raad bevoegd. Voor het delegatiebesluit is bij deze vier plannen weinig verschil, het voorstel is vooral een technische afhandeling, die bij deze vier zaken niet of op dezelfde wijze aan de orde is. Als er sprake is van een BOPA, dan is op basis van adviesrecht het volgende nodig: Haarweg 8: valt onder de ontwikkeling van 1 of meerdere woningen in het buitengebied (artikel 2.1 adviesrecht). Hiervoor is advies van de raad nodig. Zeghegweg 8a sloop bedrijfsgebouw voor 7 woningen. Het gaat om de ontwikkeling van 4 of meer woningen in het stedelijk gebied (artikel 1.1) en plan vaste niet in de wijzigingsbevoegdheid. Advies van de raad is dus nodig. Nico Bergsteijnweg 64: het herontwikkelen van een voormalig bedrijfspand, toevoegen 4 woningen.
Het gaat dus om de transformatie van bestaande gebouwen en omliggende gronden ten behoeve, hetgeen niet in een wijzigingsbevoegdheid is geregeld (artikel 1.2). Hiervoor is advies van de raad nodig. De Meent 9: het gaat om functieverandering, de sloop van bebouwing en het toevoegen van 3 woningen. Hiervoor is advies van de raad nodig. Plan past niet in een wijzigingsbevoegdheid, dus sprake van een nieuwe overige functie en meer dan 1 woning in het buitengebied (dus artikel 2.3 en 2.1). Het verschil is dus vooral dat de raad binnen de 8 weken met een advies moet komen, als dit via vooroverleg niet al eerder aan de orde geweest is. De lijst met ontwikkelingen waar participatie verplicht wordt gesteld is gelijk aan de lijst met adviesrecht. Bij alle benoemde ontwikkelingen zou dan ook sprake zijn geweest van verplichte participatie. De participatiewijzer zou bij deze vier aan de voorkant meer helderheid geven in de mate van acties en de stappen die gedaan moeten worden. Bijvoorbeeld bij de
Vraag
Antwoord Zegheweg 8a: aan de voorkant meer duidelijkheid dat een inspraak periode van een week te kort is. Bij de Nico Bergsteijnweg 64 was sprake van geschaad vertrouwen gezien de historie. Met de participatiewijzer in de hand was bv. de score wat betreft maatschappelijke impact hoger geweest (en dus ook de totale score). De initiatiefnemer had het participatietraject dan ook anders in kunnen richten. Bij Haarweg 8 was het proces vergelijkbaar geweest en was het dus nog steeds mogelijk dat na afloop van de participatie formele zienswijzen ingediend worden. Over het algemeen kan worden gesteld dat de participatiewijzer een duidelijker beeld schetst wat van wie verwacht wordt.