9.b Staten brief 8 juli update-windenergie-en-OER-medio-2026
Tekst van het document
1 van 8 Statenbrief Aan Provinciale Staten Onderwerp Update windenergie en OER medio 2026 Datum 07‑07‑2026 Documentnummer UTSP-1470936935-87384 Domein/opgave SLO Team ENT Portefeuillehouder Van Essen Bijlagen Geen Geachte leden van Provinciale Staten, Essentie / samenvatting: Met deze brief informeren we u over de voortgang van grootschalige opwek in de provincie. Voor alle gebieden waar provinciale projectbesluitprocedures voor windenergie worden doorlopen is de afgelopen periode de onderzoeksopzet vastgesteld en zijn er afspraken gemaakt over lokaal eigendom en participatie. Hiermee is of wordt fase 3 van het Beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie en worden de onderzoeken (projectMER) nu uitgevoerd of opgestart. Ook in alle gemeentelijke gebieden zijn stappen gezet in de procedure. Het proces van opvang van planuitval in de regio Amersfoort en de ontwikkelingen rondom de OER projecten wordt verder toegelicht. Inleiding: Voorgeschiedenis: Om de in het Klimaatakkoord afgesproken opwekcapaciteit van zonne- en windenergie op land te realiseren hebben 30 regio’s in het kader van de Regionale Energie Strategie (RES) in 2021 een bod gedaan richting het Rijk. In de afgelopen jaren hebben wij samen met de drie regio’s in de provincie Utrecht gewerkt aan het halen van het bod voor grootschalige duurzame elektriciteit van in totaal 3,05 TWh in 2030.
Regio Foodvalley ligt gedeeltelijk in Gelderland, waarmee het Utrechtse deel van de drie regio’s opgeteld 2,4 TWh omvat. Deze boden zijn vastgelegd in de RES’en 1.0 welke op 30 juni (regio Foodvalley en regio Amersfoort) en 6 oktober 2021 (regio U16, en in juni 2025 herijkt waarbij de ambitie gelijk is gebleven) door uw Staten en andere RES- partners zijn vastgesteld. Realisatie van de boden is noodzakelijk voor het behalen van de door u in de Omgevingsvisie opgenomen doelstelling om in 2030 minimaal 55% van het elektriciteitsgebruik in de provincie Utrecht op te wekken uit hernieuwbare bronnen. Op 21 september 2022 heeft u een besluit genomen over het statenvoorstel Tussenbalans Regionale Energiestrategieën (RES) Provincie Utrecht. Hierin is besloten dat de provincie start met een projectprocedure indien er op 1 december 2022 onvoldoende windlocaties in beeld zijn om 1 TWh windenergie in 2030 te realiseren. Zoals aangegeven in de Statenbrief Voortgang Windenergie van 14 februari 2023 waren de totale plannen van gemeenten onvoldoende (concreet) om zicht te hebben op realisatie van de afgesproken doelstelling voor 2030. In de periode erna is dit beeld niet verbeterd, zoals ook blijkt uit monitoring sindsdien, waaronder de meest recente foto RES van 3 juli jl. waarin aangegeven wordt dat het doel uit beeld verdwijnt.
Omdat uit de eerste Tussenbalans is gebleken dat aanvullende windlocaties nodig zijn voor de realisatie van de totale 2,4 TWh zijn we begin 2023 gestart met de eerste stappen van een projectprocedure en is een kennisgeving voornemen en participatie gedaan. Ook is de verkenningsfase gestart met onder meer een plan- 2 van 8 m.e.r. procedure ten behoeve van locatiekeuzes voor windenergie. Voor dit planMER is een concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld en op 14 februari 2023 in ontwerp ter inzage gelegd. In de Nota van Beantwoording is een reactie gegeven op de zienswijzen die daarop zijn ingediend. In het Coalitieakkoord 2023-2027 is uitgewerkt hoe het proces zoals aangekondigd in de Tussenbalans wordt vormgegeven. Hierin is het belang van het verbeteren van de balans tussen zonne- en windenergie en het halen van de doelstelling van 2,4 TWh duurzame opwek bevestigd. Dit betekent dat er geen apart doel voor windenergie is, zoals bijvoorbeeld de eerdergenoemde 1 TWh, maar dat het gaat om realisatie van de totale doelstelling van de RES’en via wind en zonne-energie.
Daarbij kregen RES-regio’s en gemeenten extra tijd om het vastgestelde RES doel met zon en/of windprojecten concreet te maken In het startgesprek deel 1 dat op 11 oktober 2023 heeft plaatsgevonden zijn we met uw Staten aan de hand van de Statenbief proces windenergie in gesprek gegaan over het vervolgproces. In januari 2024 bent u geïnformeerd over de uitkomsten van het planMER en het burgerforum windenergie, die samen hebben geleid tot de 27 meest kansrijke gebieden voor windenergie. In maart 2024 is de motie ‘wie goed doet, goed ontmoet’ aangenomen, waarin u oproept gemeenten met reeds concrete plannen voor klimaatneutrale energieopwekking als laatste te overwegen voor projectbesluiten voor windenergie. In juni 2024 heeft u het Beleidskader lokaal eigendom en participatie bij windenergieprojecten vastgesteld waarmee lokaal eigendom in de projectbesluiten voor windenergie wordt geborgd. Op 17 september 2024 hebben wij een besluit genomen over de Tussenbalans RES II. Hierin is geconstateerd dat gemeenten in de eerste helft van 2024 veel extra plannen hebben geconcretiseerd én dat het nodig is om aanvullend projectbesluitprocedures voor 0,25-0,5 TWh voor windenergie te vervolgen in de regio’s U16 en mogelijk Foodvalley.
Op 16 oktober 2024 heeft u in het tweede startgesprek op basis van dit besluit over de Tussenbalans RES II aandachtspunten kunnen meegeven voor het besluit over de gebieden. Dit besluit baseert zich voor de regio U16 op de uitgevoerde verkenning conform de Werkwijze Programma’s en Projectbesluiten. In januari 2025 bent u geïnformeerd over de Keuze gebieden projectbesluiten windenergie provincie Utrecht waarmee de aanvullende benodigde opwek om het doel van RES U16 te halen ingevuld wordt. In december 2025 hebben we u geïnformeerd over de procedures die doorlopen worden voor windenergie. De afgelopen maanden bent u geïnformeerd over het vaststellen van de onderzoeksopzetten en het sluiten van omgevingsovereenkomsten voor verschillende gebieden. Gebieden provinciaal projectbesluit windenergie Voor alle vier de gebieden waar we als provincie een projectprocedure voor doorlopen zijn de samenwerkingsafspraken/omgevingsovereenkomsten ondertekend door initiatiefnemers en is de onderzoeksopzet vastgesteld door GS. Nu de omgevingsovereenkomsten getekend zijn, is voor alle projecten het lokaal eigendom geborgd en volgen initiatiefnemers een uitgebreid participatieplan. Hiermee is fase 2 van het Beleidskader lokaal eigendom afgerond voor deze projecten. De overeenkomsten zijn voor alle vier de gebieden erg vergelijkbaar.
De grootste verschillen zijn dat voor Wijk bij Duurstede op verzoek van de meedenkgroep al veel inhoudelijke punten over hinderbeperking zijn opgenomen. In alle gebieden zullen ook in de volgende fase verder gesprekken gevoerd worden over inhoudelijke punten en waar nodig aanvullende afspraken gemaakt worden over bijvoorbeeld hinderbeperking. De onderzoeken voor het projectMER zijn of worden conform de onderzoeksopzet gestart. In het projectMER worden voor verschillende alternatieven (variaties in opstellingen) de milieueffecten beoordeeld. Aan de hand van de uitkomsten van deze onderzoeken zal een voorkeursalternatief (optimale opstelling en hoogtes) gekozen worden. Hiervoor wordt in de omgeving en bij stakeholders input opgehaald in een participatieproces. Deze input wordt door de initiatiefnemers meegenomen in de keuze van het voorkeursalternatief. Het voorkeursalternatief wordt vervolgens voorgelegd aan de provincie, waarna GS besluit of hieraan verder medewerking verleend wordt. Hierbij zal het voorkeursalternatief en de totstandkoming daarvan getoetst worden aan het door u vastgestelde Beleidskader lokaal eigendom en participatie en de Omgevingsvisie- en verordening. Dit besluit biedt initiatiefnemers perspectief dat de gekozen opstelling de basis vormt voor het opstellen van het (ontwerp-)projectbesluit.
Vervolgens kunnen initiatiefnemers de vervolgonderzoeken uitvoeren ter onderbouwing van het projectbesluit en vergunningen. Daarnaast worden met alle initiatiefnemers anterieure overeenkomsten gesloten waarin, onder andere, afspraken gemaakt worden over plankosten en nadeelcompensatie. Lopik 3 van 8 In dit gebied zijn de initiatiefnemers Eneco en energiecoöperatie Lek en IJsselstroom (LIJS). In maart hebben we u middels de statenbrief onderzoeksopzet windenergie de Copen geïnformeerd over het vaststellen van de onderzoeksopzet en het sluiten van de samenwerkingsafspraken tussen Eneco, coöperatie LIJS en Stichting Inwonersvertegenwoordiging Energietransitie Lopik (SIEL). De grondeigenaren zijn via afspraken met initiatiefnemer Eneco betrokken bij het project. De onderzoeken zijn conform de onderzoeksopzet gestart. Hierin stond beschreven dat er een belemmeringenstudie uitgevoerd zou worden om te bepalen welke alternatieven in de projectMER verder onderzocht gaan worden. Dit wordt besproken met de werkgroep bestaande uit Eneco, LIJS, SIEL, gemeente Lopik en provincie Utrecht. Daarnaast wordt er ook gewerkt aan een model hoe de 50% lokaal eigendom samen met de gemeente verder ingevuld zal worden. Dit wordt samen met coöperatie LIJS de komende tijd verder uitgewerkt.
Wijk bij Duurstede In dit gebied zijn de initiatiefnemers de grondeigenaren die hun gronden ter beschikking stellen, Pronewable Development, energiecoöperatie EWEC en de energiecoöperatie die ontstaan is uit de meedenkgroep: CG78. In maart hebben we u middels de statenbrief Onderzoeksopzet en omgevingsovereenkomst windenergie Wijk bij Duurstede geïnformeerd over het vaststellen van de onderzoeksopzet en het sluiten van de omgevingsovereenkomst. De onderzoeken zijn gestart en zoals ook opgenomen in de onderzoeksopzet worden in het projectMER alle gronden binnen het plangebied onderzocht. Dat betekent dat, ondanks dat de betrokken grondeigenaren alleen aan de noordzijde van het kanaal gevestigd zijn, op dit moment ook de zuidkant onderzocht wordt. Op die manier is alle informatie beschikbaar om uiteindelijk een voorkeursalternatief te kiezen, rekening houdend met grondeigenaren die op dat moment mee willen werken. Montfoort Oudewater In dit gebied zijn de initiatiefnemers energiecoöperaties Lek en IJsselstroom en De Windvogel en GreenTrust. Tegelijk met deze statenbrief informeren wij u in een afzonderlijke statenbrief ook over de Omgevingsovereenkomst voor het gebied Montfoort – Oudewater. In februari jl. is ook de Onderzoeksopzet windenergie Montfoort Oudewater vastgesteld.
De onderzoeken starten en voor het bepalen van de alternatieven worden de meedenkgroep, gemeenten en andere belangrijke stakeholders geconsulteerd. Gezien de brede provinciale ontwikkelingen (zoals opgaven voor natuur en landbouw) rondom het projectgebied wordt met het nabijgelegen Landgoed Linschoten gewerkt aan een gebiedsagenda voor het landgoed, waarbij relaties worden gelegd met andere provinciale beleidsopgaven. Ook bij het lopende gebiedsproces in Oudewater Noord wordt toegewerkt naar een breder gebiedsperspectief waarin meerdere provinciale opgaven een plek krijgen. Stichtse Vecht In dit gebied zijn de initiatiefnemers energiecoöperaties EENS en De Windvogel. Tegelijk met deze statenbrief informeren wij u in een afzonderlijke statenbrief ook over de Omgevingsovereenkomst voor het gebied in Stichtse Vecht, met daarbij de onderzoeksopzet, het participatieplan en de samenwerkingsafspraken als bijlage. De onderzoeken zullen na de zomer opgestart worden op basis van de onderzoeksopzet. De participatie zal na de zomer door lokale energiecoöperatie EENS verder uitgewerkt worden met een groot aantal rondetafelgesprekken. Gebieden gemeentelijk besluit windenergie Verschillende gemeenten trekken zelf de procedure voor windenergie.
Het bevoegd gezag ligt hiervoor op dit moment nog bij de provincie met uitzondering van de Isselt in Amersfoort, maar we hebben aangegeven dat we bereid zijn om dit aan gemeenten over te laten als ze met een voortvarende aanpak, een duidelijk planning en opwekdoel hun procedure voortvarend en zorgvuldig doorlopen. Medio vorig jaar hebben we aan gemeenten meegegeven ervanuit te gaan dat ze Q3 2026 een vergunningsaanvraag in behandeling konden nemen en dat dit dan het moment was om de bevoegdheid formeel aan gemeenten over te laten. Bij veel gemeenten wordt er dit najaar nog geen vergunningsaanvraag in behandeling genomen, maar er worden wel concrete stappen gezet in de procedure. Daarom kiezen wij er op dit moment niet voor om de procedure als provincie over te nemen, maar bieden we gemeenten de ruimte om dit de komende periode zelf te doen. Hierbij maken we afspraken waarin duidelijk wordt wat de planning is, het opwekdoel en het moment van overlaten bevoegd gezag. 4 van 8 Utrecht (Lage Weide) De gemeente Utrecht werkt aan een plan voor het plaatsen van windmolens op bedrijventerrein Lage Weide conform het besluit van de gemeenteraad over de nota 'Opwekgebieden voor schone energie in Utrecht'. De gemeente heeft hier, als mede-initiatiefnemer in deze fase, een onderzoeksplan voor gemaakt: de Notitie reikwijdte en detailniveau (NRD) en deze begin 2026 ter inzage gelegd.
Op basis van de definitieve NRD worden een milieueffectrapportage (projectMER) en Omgevingsrapport, waarin andere stedelijke belangen worden meegenomen, opgesteld. Op basis van de resultaten van deze onderzoeken stelt de gemeente eind 2026 / begin 2027 een Nota van Uitgangspunten (NvU) op, waarin staat onder welke voorwaarden een windinitiatief op Lage Weide mogelijk is. In 2027 zal de raad een besluit nemen over de NvU, waarop aansluitend in de tweede helft van 2027 een vergunningsaanvraag voorbereid kan worden. Vijfheerenlanden De gemeenteraad van Vijfheerenlanden heeft drie zoekgebieden voor windenergie aangewezen. Voor elk zoekgebied wordt een onderzoek (projectMER) gedaan om te kijken of het gebied geschikt is voor windenergie. Inwoners die binnen 1500 meter van een zoekgebied wonen denken mee over dit onderzoek. Zij vormen samen met de gemeente en belangenorganisaties een Lokaal Bestuur Wind (LBW) per zoekgebied. De eerste onderzoeken, o.a. ecologische onderzoeken, zijn gestart en de participatie met LBWs hierover loopt. Dit moet leiden tot gezamenlijke kaderstellende afspraken. De gemeente en de provincie zijn bezig om afspraken te maken over o.a. rolverdeling, activiteiten en planning voor de windplannen in deze gebieden. Deze afspraken zullen dan worden vastgelegd in een bestuursovereenkomst die in beide colleges ter besluitvorming voorgelegd wordt.
De overeenkomst wordt nog aan de gemeenteraad ter instemming voorgelegd. Zodra deze bestuursovereenkomst door de colleges is vastgesteld zal hij met PS gedeeld worden. In de bestuursovereenkomst wordt afgesproken dat er 80 GWh in de gebieden mogelijk gemaakt wordt. Daarnaast wordt een planning opgenomen waarin staat dat toegewerkt wordt naar een vergunningsaanvraag begin 2027. De Bilt Gemeente de Bilt doorloopt een proces voor meest kansrijk gebied voor windenergie 67. In 2025 heeft het KNMI aangegeven dat de plaatsing van windturbines bij bepaalde windrichtingen naar verwachting gevolgen heeft voor de uitkomst van de metingen op hun meetveld. Uit onderzoek naar aanleiding van dit bericht blijkt dat realisatie van twee windturbines op deze locatie technisch mogelijk is, maar gepaard gaat met een stilstandsregeling die leidt tot aanzienlijke opbrengstderving, waardoor het project in principe niet meer financieel haalbaar is, hiervoor worden opties bekeken wat eventuele mogelijkheden zijn. Door deze technische belemmering loopt het proces vertraging op en zal het niet haalbaar zijn om in Q3 2026 een vergunningaanvraag in behandeling te nemen. We gaan ervan uit dat, als deze belemmering opgelost kan worden, de gemeente de verdere procedure voortvarend doorloopt. Vanwege verkiezingen en nieuwe coalitievorming is dat op dit moment echter nog niet duidelijk.
Amersfoort (de Isselt) Er is vertraging opgetreden in de voorbereiding van de vergunning van Wind op Isselt. De ontwikkelaar van het project heeft niet zoals oorspronkelijk gepland in oktober 2025 een vergunning aangevraagd, maar vanwege benodigd nader onderzoek op het gebied van externe veiligheid in relatie tot een nabijgelegen bedrijf, de aanvraag in januari 2026 ingediend. In het besluit over de noodzaak van aanvullende projectbesluiten windenergie in juli 2025 hebben wij aangegeven dat de gemeente eind 2025 een ontwerpbesluit moest nemen en wij anders alsnog het bevoegd gezag van de gemeente zouden terugnemen. Omdat het hier een technische onmogelijkheid betreft zullen wij deze stap nu niet zetten. Inmiddels heeft het college een ontwerpbesluit ter inzage gelegd. Hierop hebben wij een zienswijze ingediend waarin we onze waardering hebben uitgesproken, wij aangeven bevoegd gezag aan gemeente laten indien in november 2026 een vergunning verleend wordt. Woerden/Montfoort Gemeenten Woerden en Montfoort zijn samen bezig om windenergie in gebied 24 (Reijerscop-Cattenbroek) mogelijk te maken. Het plan wordt uitgewerkt als één ruimtelijke procedure met één participatieproces. Dit is 5 van 8 conform de bestuursovereenkomst die de provincie Utrecht en de gemeenten Woerden en Montfoort in 2025 met elkaar hebben vastgesteld en destijds met u is gedeeld.
Gemeente Woerden heeft in 2025 een toetsingskader voor windenergie in Reijerscop vastgesteld. Op basis hiervan heeft een lokaal consortium, bestaande uit Woerden Energie, Coöperatieve vereniging van grondeigenaren en grondpachters Reijerscop en Windunie een plan ingediend. Gemeente Montfoort heeft in 2025 een aanmeldprocedure voor een lokaal consortium geopend. Op basis hiervan is een consortium, bestaande uit Windunie, Pure Energie en coöperatie Lek en IJsselstroom en coöperatie Iedereen geselecteerd. De gemeente werkt op dit moment een toetsingskader uit dat na de zomer voorgelegd wordt aan de gemeenteraad. Initiatiefnemers in beide gemeenten werken nu samen aan de verdere uitwerking van de plannen. Hiervoor wordt na de zomer een onderzoeksopzet opgesteld op basis waarvan de onderzoeken (projectMER) daarna opgestart kunnen worden. Inwoners en overige belanghebbenden zullen hierbij door de initiatiefnemers betrokken worden in een participatietraject. Conform afspraak in de bestuursovereenkomst wordt gewerkt aan 70 GWh in de gemeente Woerden en 40 GWh in de gemeente Montfoort (110 GWh totaal). In de oorspronkelijke planning in de bestuursovereenkomst was voorzien om eind 2026 een vergunningsaanvraag in behandeling te nemen, maar dit zal in de tweede helft van 2027 worden, mede omdat gemeente Montfoort meer tijd wilde voor het participatieproces over het toetsingskader.
Er is daarom gezamenlijk gewerkt aan een nieuwe planning. Planuitval RES regio Amersfoort Zoals in de statenbrief van 8 juli 2025 is aangegeven, wordt op dit moment geen projectprocedure vervolgd in de regio Amersfoort, ondanks dat deze regio onvoldoende concrete plannen heeft om haar RES-bod te halen. We hebben de regio toen ook verzocht om medio 2026 duidelijk te maken hoe de planuitval opgevangen wordt. Daarvoor heeft de regio in afstemming met ons een ambtelijk overdrachtsdocument opgesteld wat nieuwe gemeenteraden ondersteunt bij de keuzes voor het opvangen van planuitval. Hierin staan potentiële gebieden voor windenergie, gebaseerd op de door ons in 2023 uitgevoerde planMER. Daarnaast hebben gemeenten zelf een aantal extra gebieden voor windenergie geïdentificeerd. Inmiddels zijn of worden binnenkort in de meeste gemeenten de nieuwe colleges geïnstalleerd. Op basis van wat we nu weten over de politieke inzet door de diverse nieuwe coalities lijkt de kans aanwezig dat de regio de genoemde planuitval voldoende kan compenseren en dat mogelijk daarmee het planuitval in de regio volledig door gemeenten zelf opgevangen wordt. Direct na het zomerreces zullen we daarom met regio Amersfoort bestuurlijk overleg voeren om gezamenlijk de balans op te maken.
We gaan er nu van uit dat we uiterlijk in nov bestuurlijke afspraken hebben gemaakt over de de compensatie van planuitval, inclusief in elk geval de minimaal beoogde opwek, keuze bevoegd gezag, en planning per gebied . In het geval het toch nodig blijkt om aanvullend gebieden aan te wijzen voor provinciale projectbesluiten zal het proces zoals eerder doorlopen in de RES-regio U16 gevolgd worden. Dit zal na het zomerreces duidelijk zijn. In RES-regio U16 is voor het aanwijzen van gebieden voor een projectbesluit voor windenergie gekeken naar verschillende criteria, aansluitend bij het advies van het burgerforum uit 2023: prioriteit voor het onderdeel leefomgeving gevolgd door ecologie, clustering, aansluiting bij hoofdinfrastructuur en toepassing van de motie ‘Wie goed doet, goed ontmoet’. De motie roept op om gemeenten met concrete plannen als laatste te overwegen voor een projectbesluit. Indien dit aan de orde is, wordt in de regio Amersfoort zoveel mogelijk dezelfde werkwijze aangehouden, waarbij opgemerkt moet worden dat het aansluiten op hoofdinfrastructuur en clustering in deze regio minder makkelijk is en dat voor toepassing van de motie gekeken wordt naar zowel vergunde plannen als de in de coalitieakkoorden opgenomen concrete plannen.
Gebied 99 in Rhenen samen met Wageningen Samen met de gemeenten Wageningen en Rhenen en provincie Gelderland bespreken we de rolverdeling in dit gebied, waaronder het bevoegd gezag. Hierover wordt nog afgestemd en de precieze invulling van de ruimtelijke procedure is op dit moment nog niet vormgegeven. Momenteel wordt een ecologisch onderzoek uitgevoerd naar aanwezige soorten en natuurwaarden. Het Utrechtse deel van dit gebied overlapt grotendeels met het militair erfgoed van de Grebbelinie. Inmiddels is daarom een cultuurhistorisch onderzoek in gang gezet om de mogelijkheden voor windenergie in dit gebied nader te onderzoeken. Eind 2026 kan op basis van de 6 van 8 resultaten van deze onderzoeken worden besloten of de procedure voor windenergie in gebied 99 verder vervolgd wordt. Oplossingen aansluiten windprojecten ivm netcongestie Provincie Utrecht heeft de afgelopen periode gesproken met netbeheerders TenneT en Stedin over de aansluitbaarheid van duurzame opwek projecten de komende jaren. Gezamenlijk wordt hard gewerkt aan netuitbreidingen om de netcongestie in het FGU netwerk op te lossen. Zodra deze zijn gerealiseerd komt er meer ruimte op het elektriciteitsnet en kunnen daarmee (grote) opwekprojecten weer met gegarandeerde transportcapaciteit aangesloten worden.
Tot het einde van de congestieperiode hebben de netbeheerders aangegeven dat zij op momenten in het jaar ruimte zien voor (grote) opwekprojecten, mits projecten volgens de juiste voorwaarden en contracten worden aangesloten. Dit betekent dat projecten wel aangesloten kunnen worden, maar op sommige momenten afgeschakeld moeten worden als er teveel elektriciteit geleverd wordt. Tot het einde van de congestieperiode kan aansluiten van nieuwe (grote) opwekprojecten dus alleen via een flexibele en capaciteit sturende contractvorm. Deze tijdelijke contracten en voorwaarden worden door de netbeheerders uitgewerkt. Na de congestieperiode kan de tijdelijke contractvorm overgaan naar een contract met gegarandeerde transportcapaciteit. Aangezien de overbelasting op invoeding vooral tijdens de zonnige uren plaatsvindt, is de kans groter dat de voorwaarden beter passen bij windenergieprojecten dan zonne-energieprojecten. Het toepassen van een energieopslagsysteem zoals een batterij kan hierbij extra helpen voor een betere benutting van het elektriciteitsnet ook na de huidige periode van ernstige netcongestie. De komende tijd werken provincie Utrecht, Tennet en Stedin verder samen om de voorwaarden voor eerder aansluiten van duurzame opwekprojecten te concretiseren.
Hierbij zal ook per windenergieproject samen met de initiatiefnemers van de verschillende projecten verder uitgewerkt worden wat de mogelijkheden zijn, waarbij ook gekeken wordt naar lokale afname. OER trajecten In het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER) onderzoekt het Rijk waar rijksgronden zo optimaal mogelijk en met maatschappelijk draagvlak kunnen worden ingezet voor het opwekken van hernieuwbare energie. Als provincie zijn we als projectpartner betrokken bij verschillende OER-trajecten: A2- Zuid, A12 en A27. In totaal is hier circa 65 hectare in beeld voor zonnevelden. Voor deze drie projecten zijn intentieverklaringen ondertekend, wat betekent dat de voorverkenningsfase is afgerond en dat deze projecten zich nu in de verkenningsfase bevinden. In juli 2025 zijn uw Staten met een memo geïnformeerd over het tekenen van de intentieverklaring van OER A27 en de stand van zaken per project. Per project volgt hieronder een korte update: • Het project A2-Zuid is de afgelopen tijd gepauzeerd geweest vanwege capaciteitsproblemen bij Rijkswaterstaat, maar dit zal vanaf de zomer weer worden opgestart. In dit project is 20 hectare aan (beperkt) kansrijke percelen in beeld. • Bij het A27-project zijn geen provinciale percelen in beeld, maar we zijn als provincie betrokken omdat de scope deels overlapt met het cultuurhistorisch erfgoed van de Nieuwe Hollandse Waterlinie.
Naar verwachting wordt de Samenwerkingsovereenkomst (SOK) voor dit project begin 2027 ondertekend, waarna de tender kan starten in het voorjaar van 2027. De scope bestaat uit 10 hectare (beperkt) kansrijke gronden. • In het A12-project wordt 4,9 hectare aan provinciale percelen ingebracht als onderdeel van de scope. Deze percelen liggen in de gemeente Woerden, deels ten zuidwesten van de kern Woerden en deels bij de parkeerplaats Hellevliet ten zuidoosten van de kern Harmelen. Het streven is om voor OER A12 in september 2026 de SOK te ondertekenen en daarmee de verkenningsfase af te ronden. De tender zal dan starten in Q1 2027. In totaal is er 33 hectare aan (beperkt) kansrijke percelen in beeld voor dit project. Eerder was de provincie ook betrokken bij de projecten A2-Noord, A28 en A1. Inmiddels is de provincie niet meer betrokken bij deze projecten of zijn deze stopgezet: 7 van 8 • Voor de projecten A2-Noord en A28 geldt dat er geen provinciale percelen in de scope zijn en de provincie geen bevoegd gezag is, waardoor er geen rol meer is voor de provincie in deze projecten. • Het project A1 was in de zomer van 2025 stilgelegd voor één jaar en is in april 2026 definitief stopgezet.
Het project is financieel niet haalbaar, omdat veel gronden niet kunnen worden meegenomen vanwege onduidelijkheid over de uitbreidingsplannen voor knooppunt Hoevelaken (MIRT), een nieuwe MIRT- verkenning voor het traject Eemnes-Zeewolde en het zelfstandig ontwikkelen van zonne-energie bij het Beltgat door de gemeente Baarn. De uitgevoerde analyses, documentatie en verslaglegging blijven bewaard, zodat deze informatie bij toekomstige kansen of initiatieven kan worden benut. Rol van GS: GS zijn bevoegd gezag voor de projectbesluitprocedure voor windenergie. De doorlopen stappen zijn onderdeel van het gehele proces om te komen tot een projectbesluit. Over dit proces hebben wij een Startgesprek deel 1 en Startgesprek deel 2 gevoerd, waarin u aandachtspunten hebt mee kunnen geven. PS hebben verder in juni 2024 het beleidskader Lokaal Eigendom en Participatie vastgesteld. Hierin staat dat de initiatiefnemer afspraken maakt met de omgeving en deze vastlegt in een omgevingsovereenkomst. Deze afspraken moeten volgens het beleidskader ambtelijk getoetst worden door de provincie. Dit is in alle vier de provinciale projectprocedures ook gebeurd en hiermee is duidelijk dat de initiatiefnemers door kunnen naar fase 3 waarin de onderzoeken zullen plaatsvinden.
We ondersteunen gemeentelijke projecten, toetsen de projecten aan beleid en houden uw Staten op de hoogte van de voortgang middels brieven zoals deze. Verder neemt de provincie deel in de OER-trajecten en worden uw staten geïnformeerd over mijlpalen in deze trajecten. Beleidscyclus: Deze brief geeft een stand van zaken van de ontwikkelingen van grootschalige duurzame opwek zoals beschreven in het programma energietransitie 2026-2030. Het dient alleen ter informatie aan uw staten en is geen formele stap in de procedure. Vervolgprocedure / voortgang: De projectbesluiten verkeren in de fase ‘verkenning’ zoals aangegeven in de werkwijze-programma-s-en- projectbesluiten. Deze fase uit de werkwijze is nu nog niet afgerond en deze statenbrief is daarom bedoeld als tussentijdse informatie. Momenteel worden onderzoeken in het kader van de alternatievenafweging uitgevoerd. Initiatiefnemers kiezen vervolgens een voorkeursalternatief (opstelling met posities van de windturbines) waarvoor ze voornemens zijn een aanvraag in te dienen. De verwachting is dat zij dit voorkeursalternatief aan GS zullen voorleggen ter instemming. Wij zullen na toetsing aan het Beleidskader lokaal eigendom en participatie en de Omgevingsvisie- en verordening besluiten of we voornemens zijn hier medewerking aan te verlenen, zodat de initiatiefnemers de benodigde vervolgonderzoeken kunnen uitvoeren.
Het voorkeursalternatief is daarmee een extra stap om initiatiefnemers meer zekerheid te bieden om vervolgonderzoeken uit te voeren voor de gekozen opstelling. Het wordt door initiatiefnemers gekozen en als GS geven we slechts aan medewerking te verlenen en voldoen we aan de genoemde werkwijze. Dit besluit zal naar verwachting rond het einde van 2026 per gebied genomen worden. Hiermee wordt de verkennende fase van de projectprocedure afgerond. U wordt dan met een statenbrief geïnformeerd die ter bespreking wordt geagendeerd conform stap 2 van de werkwijze. De ontwerp-projectbesluiten zijn voorzien in de loop van 2027. Dit is dus later dan de tweede helft van 2026 zoals wij eerder met u hebben gecommuniceerd. De statenbrief die nu voorligt wordt niet automatisch ter bespreking geagendeerd. Indien het nodig is aanvullende projectbesluiten in regio Amersfoort te nemen wordt u hierover in het najaar van 2026 geïnformeerd. Tot slot wordt op korte termijn meer duidelijkheid verwacht over Rijksnormen voor windparken. Zodra hier meer over bekend is, informeren wij u hierover. 8 van 8 Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, mr. J.H. Oosters Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen