8. Intrekking 12 Woo-verzoeken (Geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
2.3S10UD 23sosi
D. SOOAII —D
-
Gemeente Woudenberg
2.3S10S2-D
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Haarlem
Ar
251053
-D
Zaak-ID:
„3Silyy-D
gn SUIS >
Gemeenteraad, B&W
en
Datum:
3 november 2025
Zaaknummer(s):
0 4 NOV 2025
D. D
beh.
Burgemeester
hoort bij:
5 eh
diverse
Betreft:
arnbtenaar
> >.
Intrekking Woo-verzoeken
1305
7
—
Z.35/303Geachte
(Woo-)medewerker gemeente, B&W, Gemeenteraad
en
Ì B D
Burgemeester,
Bij dezen trek ik alle 12 (Woo-)verzoeken die ik bij uw gemeente heb ingediend in. Ik heb voldoende data verzameld. Het eigenlijke onderzoeksobject van deze casestudie was ‘de aanvang van de procedure’; niet de inhoudelijke beoordeling van die verzoeken. U kunt overgaan tot afsluiting van alle dossiers op mijn naam. De uitkomst
juridische procedures kan mede worden besluitketen wordt ingericht. In een veranderende wereld
wijze waarop een waarin Al automatisering van Woo-verzoeken mogelijk zal maken is het van belang in kaart te brengen waar misbruik mogelijk is. Mijn onderzoek richt zich erop hoe u mijn ‘lastige’ Woo-verzoeken en een vermoeden van misbruik heeft aangevlogen. En welke juridisch-technische implicaties uw kadering zou kunnen hebben bij een vervolg van de procedures. Ik breng u graag op de hoogte van de resultaten zodra de analyse voltooid is. In deze brief deel ik alvast enkele voorlopige van
beïnvloed door de
—
—
observaties. De Raad
en
de
Burgemeester als zelfstandig bestuursorgaan
In ECLE:NL:RVS:2025:894
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) openbaarmaking van documenten waarop geheimhouding rust, altijd ook moet worden opgevat als verzoek om opheffing van die geheimhouding. Een opheffingsverzoek moet worden doorgezonden als de beslissingsbevoegdheid bij een ander dat
een
herhaalt de
verzoek
orgaan rust. In die uitspraak voor zich moeten beslissen.
om
onderstreept de Afdeling ook dat beide bestuursorganen ieder
In
mijn verzoeken heb ik expliciet verwezen naar de opheffing van de geheimhouding. Toch is veruit het grootste deel van communicatie vanuit gemeenten stelselmatig vanuit alleen B&W gedaan.! Ook als de communicatie zag op de verzoeken opheffing geheimhouding (de opheffingsverzoeken). De opheffingsverzoeken betroffen in principe alle drie de
bestuursorganen binnen uw gemeenten.” Die verzoeken vielen onder de gemeentewet, zodat !
Een kleine minderheid van de gemeenten (vermoedelijk <5%) heeft ook namens de raad en/of burgemeester gecommuniceerd. ? Zoals u weet zijn sinds 1 april 2023 de burgemeester, B&W en de Raad alle drie bevoegd geheimhouding op te leggen, en dus ook op te heffen. Daarvóór waren dat B&W en de Raad. Dat betekent dat elk cluster van vier verzoeken dat ik indiende tien verzoeken opheffingen geheimhouding inhielden (4x Raad, 4x B&W en 2x Burgemeester) en 4 Woo-verzoeken. De termijnen van die opheffingsverzoeken zijn ingegaan op het moment dat het verzoek gedaan is, ongeacht het feit dat die verzoeken op dat moment mogelijk nog onduidelijk waren. In totaal liepen bij uw gemeente technisch gezien dus 42 termijnen ten aanzien van mijn 12 verzoeken: 12x onder
de Woo
en
30x onder de gemeentewet.
d a a r v o o r e e n b e s l i s t e r m i j n v a n ac h t w e k e n g o l d .’ B & W k a n di e t e r m i j n ni et o p s c h o r t e n v o o r d e R a a d , t e nz i j d ie b e v o e g d h e i d e x p l i c i e t i s g e d e l e g e e r d * én B & W e x p l i c i e t m e d e d e e l t da t he t ( o o k ) n a m e n s d e R a a d c o m m u n i c e e r t . > M e e s t a l g e b e u r d e d at la a t s te n ie t. B o v e n d i e n m o e t v o o r o p s c h o r t i n g v a n de g e m e e n t e w e t t e r m i j n e xp l i c i e t h e t o p h e f f i n g s v e r z o e k g e n o e m d w o r d e n ( e n n ie t a l l e e n h e t W o o - v e r z o e k ) . O o k da t g e b e u r d e m e e s t a l ni et. H e t v o o r g a a n d e b e t e k e n t da t b i j v r i j w e l al le g e m e e n t e n de t e r m i j n e n v o o r de o p h e f f i n g s v e r z o e k e n o n g e a d r e s s e e r d d o o r l i e p e n ; ze lf s als d e W o o - t e r m i j n e n w e l w a r e n o p g e s c h o r t . ®
D i t i s v o o r u r e l e v a n t o m t e w e t e n o m d a t d e g e m e e n t e w e t n i e t is u i t g e s l o t e n v a n d e
bes tuu rlij ke d w a n g s o m . In dien d e W o o - v e r z o e k e n i nm i dd e ls bui ten b e h a n de l i n g w a r e n g e s t e l d , z o u d a a r — i n i e d e r g e v a l t ij d e li j k — g e e n b l o e d u i t v l o e i e n . ’ M a a r als u d e W o o v e r z oe k e n in b e h a nd e l i n g had g e n o m e n , h ad u in t h e o r i e te gen e e n v e e l v o u d a a n be stu url ijk e d w a n g s o m m e n k u n n e n aa nl op en .® Op d e ( ve e l vo u d a a n ) o p h e f f i n g s v e r z o e k e n m o es t na m el i jk s t e e d s a f z o n d e r l i j k w o r d e n b es l i st d o o r B u r g e m e e s t e r , B & W en d e R a a d . ’ D e A f d e l i n g b e p a a l d e i n E C L I : N L : R V S : 2 0 1 6 : 3 1 4 0 w e l i s w a a r d a t b e h a n d e l i n g v a n h et o p h e f f i n g s b e s l u i t de b e s l i s t e r m i j n v a n he t W o o - v e r z o e k w e l o p s c h o r t , m a a r ni et a n d e r s o m . O p s c h o r t i n g v i a 4 : 1 5 , e e r s t e l i d , o n d e r a, v a n d e A w b h a d u i t k o m s t k u n n e n b i e d e n , m a a r d a t h a d d a n w e l
m o e t e n w o r d e n i n ge r o e pe n do or h e t b et re ff en de b e st u ur s or g a an ; v oor afl oop v an d e a c h t w e k e n t e r m i j n . N a e e n i n g e b r e k e s t e l l i n g h a d da t n ie t m e e r g e r e p a r e e r d k u n n e n w o r d e n . O o k i n h et k a d e r v a n b e r o e p e n n i e t - t i j d i g ! ® h a d d e n de g e m e e n t e w e t - t e r m i j n e n e e n l el i jk e s c h a d e p o s t k u n n e n w o r d e n . H o e w e l i k e r v a n u i t g a da t d e z e k w e t s b a a r h e i d i s o p g e m e r k t , v al t o p da t m a a r e e n k l e i n p e r c e n t a g e g e m e e n t e n d a a d w e r k e l i j k n a m e n s de R a a d ( e n d e Burgemeester) heeft gec ommu nice erd. Steeds opnieuw opschorten Sommige gemeenten hebben de (Woo-)beslistermijn steeds opnieuw opgeschort na mijn reactie op een informatieverzoek. '' Een nieuwe opschorting impliceert echter dat de oude is gestopt (door het verstrekken van informatie door de aanvrager). Om te voorkomen dat steeds dagen ‘weglekken’ tussen de brieven , verdient het technisch gezien de voorkeur vast te stellen dat de (initiéle) schorsing ‘doorloopt’ tot ook de nieuwe vragen beantwoord zijn.
Geen bestuurlijke aangelegenheid Mijn voorlopige indruk is dat sommige gemeenten verzoeken buiten behandeling hebben gesteld omdat deze niet onder de definitie van een bestuurlijke aangelegenheid zouden vallen. Naar mijn mening staat ECLI:NL:RVS:2016:659 aan die buitenbehandelingstelling in de weg. De verzoeken hielden desondanks een moeilijke opgave in , waarop vrijwel nooit binnen de wettelijke termijnen beslist had kunnen worden. Het enige ventiel voor de Woo-termijnen is 3 Zie artikel 4:13 , tweede lid , van de Awb 4 Gedelegeerd daarvoor moet zijn niet alleen de bevoegdheid over Woo-verzoeken te beslissen namens de Raad , maar ook de bevoegdheid over opheffingen van geheimhouding te beslissen namens de Raad. 5 Voor de burgemeester ligt dat anders omdat die onderdeel uitmaakt van B&W , maar technisch gezien kan dat ook in uw nadeel uitgelegd worden (het betreft immers verzoeken onder verschillende wetten). 6 En zelfs ongeacht of al op de Woo-verzoeken was beslist. 7 De Raad , B&W en de Burgemeester die op een ingebrekestelling onder de gemeentewet zouden moeten beslissen , zouden dan komen tot ‘geen belang’ en dus ook een buiten behandelingstelling. Dat type besluit is op grond van Artikel 4:17 , zesde lid , onder b , van de Awb uitgesloten van de bestuurlijke dwangsom.
8 Namelijk in theorie tien per cluster: Zie hiervoor.
° Zie ook: ECLI:NL:RVS:2025:894.
10 Zoals bedoeld in artikel 6:12 van de Awb. "l Ren verzoek op grond van artikel 4.1 , vijfde lid , van de Woo.
bij een bestuursrechtelijke procedure. Deelbesluiten kunnen dit probleem alleen dan oplossen als de aanvrager meewerkt en maken de gemeente kwetsbaar voor rechterlijke dwangsommen als besproken termijnen niet gehaald worden. gegeven
in artikel 8.4
van
de Woo, welk artikel pas opgaat
Voorlopige conclusie Uit de veelvoud
van
data kan
meestal niet
voorlopig worden opgemaakt
dat de
aangeschreven gemeenten
volledig opheffingsverzoeken
op de verzoeken hebben gereageerd. De termijnen van de zijn zelfs vrijwel nooit geadresseerd. Dat is zorgwekkend
verzoeken in dit geval
bijzonder omvangrijk
en
gedetailleerd van aard waren.
indiening zou mogen worden verondersteld dat gemeenten zich bewust “technische’ verplichtingen.
van
aangezien de Gezien de wijze
waren
van
hun
dwangsom stellen onhaalbaar? In de Memorie van Toelichting bij de Wet dwangsom uit 2004 werd onder meer vermeld dat de wet naar verwachting geen grote financiële gevolgen zou hebben voor bestuursorganen of de bestuursrechtspraak./? Destijds werd aangenomen dat bestuursorganen slechts in zeer uitzonderlijke gevallen een dwangsom zouden verbeuren. In de praktijk worden thans miljoenen begroot voor dwangsommen, ook door gemeenten. Gemeenten vertegenwoordigen veruit de grootste groep bestuursorganen die deze discrepantie zou kunnen aankaarten bij de landelijke politiek en beschikken gezamenlijk over een ongekende hoeveelheid data. Is de
opdracht die de Woo
en
de Wet
De komende maanden zal ik de verzamelde gegevens onderzoeken
wat
de verschillende
aanvliegroutes van de gemeenten zijn geweest
juridisch-technische implicaties daarvan. samenwerking op heb. Mocht Ik
analyseren. In het bijzonder zal ik
Daarnaast ben ik benieuwd of er
en
de
onderlinge
of uitwisseling tussen gemeenten plaatsvindt waar ik mogelijk nog geen zicht u informatie hierover willen delen, dan waardeer ik dat zeer.
hoop dat mijn bevindingen kunnen bijdragen aan een constructieve dialoog over mogelijke
procedurele verbeteringen ten aanzien van de Woo Hartelijk bedankt
voor
(geanonimise rd)
uw
en
de Wet
dwangsom.
geduld en hoogachtend, verblijf ik, met vriendelijke groet,
2
Tweede Kamer der Staten-Generaal, vergaderjaar 2004-2005, Kamerstuk 29934, nr. 3: “Dit wetsvoorstel heeft verwachting geen grote financiële gevolgen voor bestuursorganen of voor de bestuursrechtspraak. Wat de bestuursorganen betreft, mogen we ervan uitgaan dat zij over voldoende middelen beschikken om hun taken naar behoren uit te voeren, dus ook binnen de gestelde termijnen. Na de valbijl ondervinden uitsluitend de bestuursorganen die hun zaakjes dan nog niet op orde hebben, financiële gevolgen in de zin van het betalen van dwangsommen. Dit is te voorkomen of te beperken door in de aanloopfase waar nodig organisatorische maatregelen te treffen die ook los van dit wetsvoorstel al nodig zouden zijn of door waar nodig wettelijke termijnen aan te passen opdat die in alle gevallen haalbaar zijn.” naar
—
—