7. RIB stand van zaken natuurbrandbeheersing (geanonimiseerd).pdf
Tekst van het document
RAADSINFORMATIEBRIEF
Gemeente
Aan de gemeenteraad
W oudenberg d b
07-07-2025 Z.350416
Datum:
Zaaknummer: Documentnummer B&W
vergadering
D.299952 08-07-2025 M. Jansen
van:
Portefeuillehouder: Behandelend
ambtenaar:
:
X
Onderwerp:
RIB
Graag 1.
leden
van
informeren
de
wij
van
Harten
(geanonimiseerd) |
Bijlagen:
Geachte
—
stand
van
zaken
natuurbrandbeheersing
raad, u
over
het
volgende.
Inleiding
in Nederland dit voorjaar (waaronder die bij Ede, op 3 april jl.), is duidelijk geworden hoe urgent het is om het risico op een onbeheersbare natuurbrand te beperken door preventieve maatregelen. In de provincie Utrecht speelt het risico op natuurbranden vooral op de Utrechtse Heuvelrug, na de Veluwe het één na grootste aaneengesloten bos- en heidegebied van Nederland. Kenmerkend voor het gebied is de grote verwevenheid tussen natuur en gebruiksfuncties zoals wonen, zorg, recreatie en dergelijke. In deze brief kunt u lezen over de ontwikkelingen op het gebied van natuurbrandbeheersing en de stand van zaken van de gezamenlijke aanpak Met
de
recente
natuurbranden
weer
natuurbrandbeheersing op de Utrechtse Heuvelrug. Deze aanpak is een samenwerking van de provincie Utrecht, de Veiligheidsregio Utrecht (VRU), de terrein beherende organisaties en de gemeente(n). Nagenoeg gelijktijdig met deze raadsinformatiebrief ontvangen de leden van Provinciale Staten een zogenoemde Statenbrief van Gedeputeerde Staten van Utrecht. Ook uw collega-raadsleden van de overige acht natuurbrandgemeenten’ ontvangen een soortgelijke raadsinformatiebrief. 2.
Kern
Bij natuurbrandrisicobeheersing is sprake van een diffuse verantwoordelijkheidsverdeling, waarbij preventieve maatregelen over het algemeen alleen tot stand kunnen komen op basis van vrijwillige medewerking van veel verschillende partijen. Er is wettelijk ook niet bepaald welke partij “de knoop kan doorhakken” wanneer verschillende belangen tegen elkaar moeten worden afgewogen.
1
Onder
andere: Staatsbosbeheer,
Grondbezit 2
Utrechts
Landschap,
Natuurmonumenten
en
het Utrechts Particulier
(UPG)
Gemeenten
Baarn, Leusden,
Rhenen, Woudenberg,
De Bilt, Amersfoort, Zeist, Soest
en
Utrechtse
Heuvelrug
3
Vandaar dat er ook bij het Rijk steeds meer aandacht voor natuurbrand is en het ministerie van Landbouw , Visserij , Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) de coördinerende rol op dit thema heeft opgepakt voor zover het gaat om risicobeheersing (denk aan preventie en mitigatie). Het ministerie van Justitie en Veiligheid (J en V) heeft de verantwoordelijkheid voor de bestrijding en crisisbeheersing. Het ministerie van LVVN pleit daarom al langer voor natuurbrandbeheersing versterken door een integrale aanpak en een goed functionerend stelsel van natuurbrandpreventie en -mitigatie , met een heldere verantwoordelijkheidsverdeling. Voor het uitvoeren van de benodigde maatregelen op de Utrechtse Heuvelrug is de komende jaren beduidend veel capaciteit en geld nodig. De samenwerkende organisaties kijken hiervoor expliciet naar het ministerie van LVVN. Algemeen is bekend dat de landelijk beschikbare € 30 mln voor concrete maatregelen in de komende jaren onvoldoende is om in heel Nederland de noodzakelijke natuurbrandpreventieve maatregelen te nemen. Alleen al voor de hoofdcompartimentering (zie 3) op de Utrechtse Heuvelrug is de grove inschatting dat voor de gehele realisatie ca € 5 mln nodig is voor concrete eenmalige maatregelen. 3.
Toelichting | gezamenlijke aanpak voor de Utrechtse Heuvelrug In het afgelopen jaar is de samenwerking tussen de provincie Utrecht , de VRU , de negen natuurbrandgemeenten en natuurterreineigenaren op de Utrechtse Heuvelrug geïntensiveerd. De urgentie van en gezamenlijke verantwoordelijkheid voor natuurbrandbeheersing onderkennen al deze partijen , die samen de Stuurgroep Natuurbrandbeheersing i. o. vormen. Als bestuurlijk ambassadeur natuurbrand van de VRU en vertegenwoordiger van de negen natuurbrandgemeenten is Frits Naafs (burgemeester gemeente Utrechtse Heuvelrug) voorzitter van deze Stuurgroep. In de Stuurgroep zijn de provincie Utrecht , de VRU , de gemeenten , Staatsbosbeheer , Utrechts Landschap , Natuurmonumenten en het Utrechts Particulier Grondbezit (UPG) bestuurlijk vertegenwoordigd. Het wordt steeds inzichtelijker welke maatregelen nodig zijn om de Utrechtse Heuvelrug natuurbrandveiliger te maken. Tegelijkertijd wordt helder dat dit helaas niet “van vandaag op morgen” geregeld is. Sommige maatregelen kunnen op korte termijn al genomen worden , voor andere maatregelen is meer tijd nodig. Denk bijvoorbeeld aan andere boomsoorten aanplanten in bestaand bos; dit kan alleen geleidelijk gebeuren en het kost dan al gauw 10 tot 15 jaar voordat het helemaal klaar is.
Drie sporen Binnen de gezamenlijke aanpak natuurbrandbeheersing wordt momenteel gewerkt met drie sporen: hoofcompartimentering (I) , gebiedsgerichte aanpak (II) en maatschappelijke veerkracht (III). Uiteindelijk gaat het om een totaalpakket aan preventieve maatregelen voor dit gebied , dat samen met een effectieve natuurbrandbestrijding , moet zorgen voor een goede balans tussen veiligheid , natuurwaarden en gebruiksfuncties. Er is inzet door veel verschillende partijen nodig; ook om organisaties die niet vertegenwoordigd zijn in de Stuurgroep , denk o. m. aan ondernemers , zorginstellingen en vele verschillende eigenaren , waarbij op hun grond maatregelen aan de vegetatie nodig zijn. Op dit moment gebeurt alles op vrijwillige basis. Dat maakt het complex. Daarom zoeken de partijen in de Stuurgroep de komende tijd naar de meest optimale governance voor een effectieve uitvoering van het benodigde maatregelpakket in de komende jaren , gepaard 3 Kamerbrief over investeren in de preventie en mitigatie van natuurbranden | Kamerstuk | Rijksoverheid. nl
gaand met een heldere verantwoordelijkheidsverdeling tussen partijen. Daarbij is het ook van belang dat op landelijk niveau (in een convenant) de rollen en verantwoordelijkheden van de verschillende partijen worden verhelderd en afgesproken. Hoofdcompartimentering Utrechtse Heuvelrug I. Het doel van compartimentering is het beheersbaar houden van een natuurbrand doordat een brand , idealiter , op de compartimentsgrenzen kan worden afgeremd of gestopt (al of niet met brandweeroptreden). Een extern bureau heeft begin 2025 onderzocht of en zo ja , hoe de grote infrastructuurlijnen op de Utrechtse Heuvelrug hiervoor gebruikt kunnen worden . Het blijkt op de Utrechtse Heuvelrug goed mogelijk om tot een indeling in hoofdcompartimenten te komen , die begrensd worden door rijkswegen , provinciale wegen , enkele gemeentelijke wegen , spoorwegen en hoogspanningstracés. Door het adviesbureau is daar een afgewogen voorstel voor gedaan aan de provincie Utrecht , waarbij rekening is gehouden met o. m. natuur- en maatschappelijke waarden , aanwezige risicolocaties en uitvoerbaarheid. In totaal gaat het om 182 km aan hoofdcompartimentsgrenzen , waarmee het gebied wordt opgedeeld in 29 compartimenten. Met remote sensing en veldwerk is de vegetatie op en langs die infrastructuur grenzen geanalyseerd.
Daaruit blijkt grofweg dat 1/3 deel van die voorgestelde grenzen al functioneert en dat er op 2/3 deel van die grenzen maatregelen nodig zijn om deze (beter) te laten functioneren. De noodzakelijke inrichtingsmaatregelen zijn door het adviesbureau bepaald en via een GIS-systeem inzichtelijk gemaakt. Belangrijk om hierbij op te merken is dat er nergens grootschalige kap nodig is om tot een functionerende hoofdcompartimentering te komen. Ook ontstaat er bij het nemen van maatregelen naar verwachting weinig spanning met natuurwaarden. Het gaat vooral om heel gerichte uitkap van specifieke naaldbomen en daarnaast om nieuwe aanplant van loofbomen. Een managementsamenvatting van het rapport en het rapport zelf zijn als bijlagen toegevoegd. De partijen in de Stuurgroep hebben besloten zich in te spannen om relatief eenvoudige maatregelen op korte termijn tot uitvoering te brengen; de voorbereidingen daarvoor zijn gestart. Daarbij gaat het vooral om opslag van naaldhout verwijderen , “springers” , 4 “brandtrappen” en op sommige plekken om de aanplant van loofhout. Er zijn veel eigenaren nodig om deze maatregelen langs de infrastructuur uit te voeren en de realisatie vindt plaats op vrijwillige basis. Dat maakt het nog steeds een complex proces , waarbij gezocht moet worden naar de meest optimale manier om dit te faciliteren , financieren en vergund te krijgen.
Daarnaast is geleidelijke omvorming van naaldhout naar loofhout nodig. Dit kost meer tijd , omdat zoveel mogelijk aansluiting gezocht wordt bij werkzaamheden in reguliere beheercycli. II. Gebiedsgerichte aanpak specifieke risicogebieden binnen de Utrechtse Heuvelrug De VRU heeft de 16 meest risicovolle gebieden op de Utrechtse Heuvelrug geïdentificeerd , waar sprake is van een gestapeld risico , bijvoorbeeld doordat meerdere kwetsbare functies , zoals zorginstellingen , campings of recreatieterreinen , in elkaars nabijheid liggen. Het is de bedoeling dat een gebiedsgerichte aanpak van deze gebieden 4 Verwijderen
springers is: het verwijderen van een enkele boom of enkele bomen die verhoogd of zeer brandbaar zijn om te voorkomen dat de brand overslaat (van boomkroon naar boomkroon). Verwijderen van brandtrappen is: het verwijderen van laaghangende takken van naaldbomen om te voorkomen dat de brand zich van de grond naar de boomkronen verplaatst. ,
,
fasegewijs wordt uitgerold , waarbij jaarlijks gestart wordt met een aantal nieuwe risicogebieden. Dit stelt betrokken partijen in staat om gefaseerd te leren , op te schalen en waar nodig bij te sturen. Een kaart met daarop de beoogde hoofdcompartimentering en gebiedsgericht aan te pakken risicogebieden is bijgevoegd als bijlage 3. Deze gebiedsgerichte aanpak bestaat uit drie fasen: • Fase 1 – Analyse en advies: In deze fase wordt per gebied een eerste analyse uitgevoerd van de aard en omvang van het natuurbrandrisico , op basis van vegetatiestructuur , gebruiksfuncties en ontsluitbaarheid. Ook wordt in kaart gebracht welke partijen betrokken zijn en , in samenspraak met hen , welke risico’s prioriteit krijgen en welke preventieve en mitigerende maatregelen denkbaar zijn. • Fase 2 – Duiding en haalbaarheid: In deze fase worden per gebied de eerder geïdentificeerde maatregelen vertaald naar concrete uitvoeringsacties , zoals brandwerende zones creëren in de vegetatie , vluchtroutes en ontsluitingsstructuur verbeteren en het beheer aanpassen op kritieke plekken. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de samenhang met andere beleidsopgaven , zoals biodiversiteitsherstel , recreatief medegebruik en zorgcontinuïteit.
Daarnaast wordt onderzocht hoe samenwerking tussen stakeholders kan worden vormgegeven , op welke manier afspraken kunnen worden geborgd in beleid en beheer en hoe monitoring ingericht kan worden. Ook wordt verkend hoe de uitvoering kan worden gefaciliteerd en gefinancierd. • Fase 3 – Realiseren , beheren en evalueren: In deze fase worden de maatregelen , voor zover mogelijk , daadwerkelijk uitgevoerd en wordt geborgd hoe beheer , onderhoud en monitoring plaatsvinden. Ook wordt bekeken hoe de geleerde lessen kunnen worden ingezet voor toepassing in andere gebieden. Drie risicogebieden gestart in 2024 , door naar fase 2 In 2024 is gestart met drie risicogebieden , als pilotgebieden. Voor de risicogebieden Kamp van Zeist (gemeenten Soest en Zeist) en Overberg (gemeente Utrechtse Heuvelrug) is fase 1 in 2024 afgerond. Risicogebied Berg en Bosch (gemeente De Bilt) is een half jaar vertraagd en heeft fase 1 in mei 2025 afgerond. In 2025 is fase 2 ingegaan voor deze risicogebieden. Omdat ook hier alles op basis van vrijwilligheid gerealiseerd wordt , vraagt dit om zorgvuldig procesmanagement , transparante communicatie en het bouwen aan vertrouwen en gezamenlijk eigenaarschap met alle betrokken stakeholders. Binnen de gemeenten van de drie pilotlocaties zijn de burgemeesters aangesteld als coördinerend bestuurders.
Omdat natuurbrandbeheersing een opgave is die meerdere domeinen raakt (van vergunningverlening , toezicht en handhaving tot ruimtelijke ordening en strategisch beleid) , wordt er binnen deze gemeenten gewerkt aan het structureel beleggen van dit thema binnen de organisatie. Vier nieuwe risicogebieden fase 1 opgestart in 2025 In 2025 is gestart met fase 1 voor vier nieuwe gebieden: Bosch en Duin (gemeente Zeist) , Doorn-West (gemeente Utrechtse Heuvelrug) , Gebied Henschotermeer (gemeenten Utrechtse Heuvelrug en Woudenberg) en Grebbeberg (gemeente Rhenen). De huidige planning is om begin 2026 op basis van de resultaten , per gebied te besluiten of en hoe een volgende fase wordt opgestart.
III.
Versterken van de maatschappelijke veerkracht , o. m. door gerichte risicocommunicatie Dit jaar vindt er evenals vorig jaar een algemene publiekscampagne plaats , vanaf de start van het natuurbrandseizoen in maart , in nauwe samenwerking met de VRU en de natuurbrandgemeenten. De publiekscampagne ligt in het verlengde en ter versterking 5 van de landelijke campagne “Voorkomen van Vuur is jouw Natuur” vanuit Brandweer Nederland die in april 2025 gelanceerd is. De publiekscampagne kent twee doelstellingen: bewustwording en waarschuwing. Bij het verhogen van de natuurbrandfase op de Utrechtse Heuvelrug wordt , via social media en de website van de VRU en gemeenten , extra aandacht besteed aan de gevaren. Ook vindt er op dit moment een inventarisatie plaats van de Groene Entrees en Toeristische Overstap Punten (TOP’s) op de Utrechtse Heuvelrug , waar uniforme bebording kan komen , die recreanten wijst op het risico van natuurbrand en hoe te handelen. Naast de publiekscampagne en bebording worden recreatieondernemers en inwoners van de natuurbrandgemeenten voorgelicht over preventie. Eén van de voorbeelden hierbij is het veilig inrichten van de tuin (“Fire Wise”). De raad is eerder door middel van een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de gebiedsgerichte aanpak rondom het Henschotermeer (fase 1). De startbijeenkomst met stakeholders uit dit gebied is na de zomervakantie.
5 https://www. brandweer. nl/onderwerpen/natuurbrand-voorkomen/