7.b 02 PvA opstellen warmteprogramma Woudenberg versie college 20 mei 2025.pdf
Tekst van het document
Plan van aanpak Opstellen warmteprogramma Gemeente Woudenberg 2026 – 2030 Z.347275/D.284872
1
Inhoudsopgave 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding .............................................................................................. 3 1.1.
Aanleiding .................................................................................. 3
1.2.
Opgave en doel .......................................................................... 5
1.3.
Samenhang ................................................................................ 5
1.4.
Resultaat .................................................................................... 5
Aanpak, fasering en planning ............................................................. 6 2.1.
Aanpak ....................................................................................... 6
2.2.
Fasering en planning ................................................................. 6
Organisatie, communicatie en participatie ........................................ 7 3.1
Organisatie ................................................................................ 7
3.2.
Communicatie ........................................................................... 7
3.3.
Participatie ................................................................................ 8
Inzet, kostenraming en dekking.......................................................... 8 4.1
Inzet ........................................................................................... 8
4.2
Kosten ........................................................................................ 8
4.3
Dekking ...................................................................................... 8
Risico’s ................................................................................................ 9
2
1. Inleiding Voor u ligt het plan van aanpak voor het opstellen van het warmteprogramma voor de gemeente Woudenberg. Het plan van aanpak geeft inzicht in het doel van het project en de projectstappen om te komen tot een warmteprogramma. Tevens geeft het inzicht in de inrichting van de gemeentelijke projectorganisatie, het participatietraject en de rol van het college en de gemeenteraad. Daarbij geeft dit plan van aanpak inzicht in de wettelijke kaders en de uitgangspunten voor een op te stellen warmteprogramma. Tenslotte is het ook de basis voor de aanbesteding voor het opstellen van het warmteprogramma.
1.1. Aanleiding In de gemeente Woudenberg wordt, net als in alle andere gemeenten in Nederland, overgegaan van warmte uit fossiele brandstoffen naar warmte uit duurzame bronnen. Dit betekent dat alle woningen, bedrijfsgebouwen en maatschappelijk vastgoed van het aardgas af gaan. Uiterlijk in 2050 zijn alle gebouwen over op een alternatieve, duurzame warmtebron en van het aardgas af. Dit doen we zodat we de negatieve effecten op het klimaat zoveel mogelijk beperken en daardoor ook de doelstellingen uit het Klimaatakkoord (2019) gaan halen. Bovendien beperken we onze afhankelijkheid van aardgas uit het buitenland. In 2021 heeft de gemeente Woudenberg een Transitievisie Warmte opgesteld. Hierin staat beschreven welke warmte-oplossingen per wijk de meest voor de hand liggende opties zijn. Vanuit deze Transitievisie Warmte (TVW) wordt het tijdspad en de route voor de warmtetransitie in alle woningen en gebouwen beschreven om inzichtelijk te krijgen hoe we de overstap kunnen maken naar een duurzame energiebron voor ruimteverwarming, warm tapwater en koken zonder gas. In de TVW worden voor de warmteopties voorkeuren aangegeven, maar worden nog geen definitieve keuzes gemaakt. Daarvoor worden wijkuitvoeringsplannen opgesteld, samen met verschillende partijen en eigenaren in een wijk.
Elke vijf jaar actualiseren In het Klimaatakkoord (2019) is afgesproken dat gemeenten elke vijf jaar een Transitievisie Warmte (TVW) vaststellen. De gemeente Woudenberg heeft in 2021 de TVW vastgesteld, wat dus betekent dat uiterlijk 2026 een nieuwe TVW moet worden vastgesteld. Met de inwerkingtreding van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) wijzigt de Omgevingswet en moet in plaats van een transitievisie warmte een warmteprogramma worden vastgesteld. In een warmteprogramma beschrijft een gemeente de aanpak van het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Hierin staat welke wijken, buurten en dorpskernen in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe dat gebeurt.
Na het vaststellen van het warmteprogramma zal de participatie met inwoners geïntensiveerd worden. Het warmteprogramma vormt namelijk de basis om te komen tot wijkuitvoeringsplannen. Hierin wordt nader uitgewerkt op welke alternatieve warmtebron een specifieke wijk over gaat en hoe de gemeente dit traject begeleid. In die fase worden de gevolgen voor individuele inwoners concreter.. Netcongestie Door de warmtetransitie is het nodig dat we steeds meer duurzame opgewekte energie produceren en worden fossiele brandstoffen deels vervangen door elektriciteit. Dat vraagt meer van het huidige elektriciteitsnet dan het net op dit moment aankan. Als gevolg hiervan ervaren gebruikers de komende jaren steeds vaker congestie – filevorming – op het elektriciteitsnet. Om de huidige infrastructuur geschikt te maken voor de energietransitie, breiden netbeheerders het elektriciteitsnet uit en passen het aan. In de tussentijd gaat de elektrificatie in hoog tempo door en groeit de vraag naar ruimte op het elektriciteitsnet harder dan er gebouwd en aangelegd kan worden. Gevolg is een aansluitstop voor sommige grootverbruikers en in een aantal gemeenten wachttijden voor aansluitingen van woningeigenaren en ondernemers. De oplossing ligt in de verzwaring van het elektriciteitsnet en het efficiënter gebruiken van elektriciteit.
Hiervoor is een goede samenwerking tussen gemeenten en de netbeheerders essentieel. Verplichtingen rond het warmteprogramma Uit de huidige en verwachte wetgeving vloeit een aantal verplichtingen en vereisten voort over de inhoud van een warmteprogramma en het proces rondom de totstandkoming daarvan: • Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw): Met de Wgiw wordt het warmteprogramma als verplicht programma in de Omgevingswet opgenomen. Dit betekent dat iedere gemeente een warmteprogramma moet vaststellen. Het wetsvoorstel voor de Wgiw is erop gericht om gemeenten de bevoegdheden te geven die nodig zijn om regie te voeren in de wijk- of gebiedsgerichte aanpak van de warmtetransitie. Een belangrijk instrument uit de Wgiw is de aanwijsbevoegdheid. Op 23 april 2024 is de Wgiw aangenomen door de Tweede Kamer en op 10 december 2024 door de Eerste Kamer. De wet is gepubliceerd in de Staatscourant en daarmee is de Wgiw definitief en is. Het is de bedoeling dat de wet per 1 juli 2025 van kracht is. • Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Bgiw): Het bijbehorende Bgiw werkt de eisen uit die betrekking hebben op de termijn waarop het warmteprogramma wordt vastgesteld en geactualiseerd: • Het eerste warmteprogramma wordt vastgesteld uiterlijk 31 december 2026. • Het warmteprogramma wordt ten minste elke 5 jaar geactualiseerd.
3
•
•
• Het eerste warmteprogramma heeft betrekking op de periode tot 31 december 2035 met een doorkijk naar 2050. Voor daaropvolgende warmteprogramma’s verschuift dit telkens 5 jaar. Het Bgiw bevat ook eisen over de inhoud van een warmteprogramma. Zo moet een warmteprogramma een vooruitblik en een terugblik bevatten. Omgevingswet: De Omgevingswet stelt eisen aan ieder programma, dus ook aan het warmteprogramma. Deze vereisten zijn voornamelijk procedureel van aard. De Omgevingsvisie is een strategisch instrument, wat het langetermijnbeleid van de gemeente bevat. In de Omgevingsvisie wordt inzicht in de gewenste ontwikkeling van Woudenberg voor alle terreinen van de fysieke leefomgeving, waarbij aspecten als gezondheid, duurzaamheid en sociale cohesie ook een onderdeel zijn. De Omgevingsvisie moet een duidelijk raamwerk bieden voor programma’s (dit is een nieuw instrument onder de Omgevingswet, waarin het te voeren beleid wordt uitgewerkt) en omgevingsplannen. In het warmteprogramma wordt ingezoomd op het warmtevraagstuk. In het Omgevingsplan moet juridisch worden bepaald op welke moment een wijk aardgasvrij moet zijn (het aanwijsbesluit) en daarmee welke warmte oplossing daar komt. Het warmteprogramma dient ook als voorbereiding van het besluit in het Omgevingsplan. Wet collectieve warmte (Wcw): De Wet Collectieve Warmte (Wcw) vervangt de huidige Warmtewet.
Het doel van de nieuwe wet is enerzijds om de ontwikkeling van nieuwe warmtenetten te vergemakkelijken en zo de energietransitie te bevorderen. Anderzijds is deze wet er ook om betaalbaarheid, betrouwbaarheid en duurzaamheid van collectieve warmtelevering te waarborgen. Dat gebeurt onder andere door gemeenten meer regie over de warmtetransitie te geven. Een gemeente kan een warmtekavel vaststellen, al dan niet in samenspraak met gemeenten in de regio. Dat is nodig om de transitie tegen de laagste nationale kosten te laten plaatsvinden. Als het warmtekavel is vastgesteld, kan een gemeente ook een warmtebedrijf aanwijzen. Dat warmtebedrijf stelt dan eerst een globaal en later een uitgewerkt kavelplan op. Het warmtebedrijf is verantwoordelijk voor het aanleggen en exploiteren van het warmtenet. Burgers hebben straks onder de Wcw een aansluitrecht en het warmtebedrijf een aansluitplicht op een warmtenet. De Wcw dwingt ook af dat aangewezen warmtebedrijven voor meer dan 50% in handen moeten zijn van publieke partijen. Als er tijdens de zogeheten ingroeiperiode van 7 jaar na inwerkingtreding van de wet geen bedrijf beschikbaar met een publiek meerderheidsbelang, is het ook mogelijk om een privaat bedrijf aan te wijzen.
Voor kleine warmtesystemen met maximaal 1.500 aansluitingen (wat mogelijk in Woudenberg van toepassing is) zijn de regels wat soepeler. Zij kunnen om ontheffing vragen voor het verbod op het leveren en transporteren van warmte. Zij hoeven dan niet door de gemeente aangewezen te zijn om toch warmte te kunnen leveren. De Wcw noemt wel een aantal voorwaarden waar deze kleine warmtesystemen in zo'n geval aan moeten voldoen. De Wcw treedt naar verwachting 1 januari 2026 in werking, afhankelijk van de behandeling door de Tweede en Eerste Kamer. Nieuwe inzichten verwerken Aan de hand van nieuwe inzichten wordt het wellicht mogelijk om voor een aantal wijken keuzes te maken over de toekomstige warmtevoorziening in de wijken. Sinds het vaststellen van de TVW in 2021 is er veel gebeurd. Er is landelijk de afgelopen jaren veel kennis opgedaan op het gebied van warmte systemen, zowel collectief als individueel. In Woudenberg zijn we aan de slag gegaan (en gaan we verder) met onderzoeken van de warmtepotentie van riothermie en aquathermie. In de regio wordt de potentie van riothermie onderzocht. De energiecoaches van Energie in Woudenberg hebben veel inwoners bereikt en geholpen bij het verduurzamen van hun woning en om ze zo voor te bereiden op een nieuwe warmte-oplossing.
Daarnaast is na het opstellen van de TVW netcongestie als een grote belemmering naar boven gekomen voor het elektrificeren van de energievoorziening. Daarom heeft het aanjagen van nieuwe individuele all electric oplossingen op dit moment niet de voorkeur. Bij keuze voor collectieve all electric oplossingen wordt gekeken naar slim aanstuurbare oplossingen. Handelingsperspectief Inwoners en ondernemers van Woudenberg zijn gebaat bij helderheid en handelingsperspectief. Het warmteprogramma stelt hen in staat om bij huidige keuzes voor warmtevoorziening rekening te houden met toekomstige scenario’s. In het Warmteprogramma staat beschreven welke wijken en buurten in de komende 10 jaar van het aardgas gaan en hoe de toekomstige warmte oplossing eruit gaat zien (voor zover dat al mogelijk is). Daarnaast bevat het warmteprogramma ook een planning voor alle wijken die alle partijen houvast geeft.
4
Met ingang van 2026 is er de verplichting voor aanschaf van een hybride warmtepomp bij vervanging van een Cv-ketel1. Voor inwoners is het belangrijk om te weten of de gemeente concrete plannen heeft voor hun wijk, zodat zij geen dubbele kosten hoeven te maken. Met dit programma proberen we daar inzicht in te geven. Veranderingen in de samenleving Naast techniek is ook de samenleving veranderd. Met de oorlog in de Oekraïne is er een stijging van de energieprijzen geweest en is ‘energiearmoede’ ontstaan. Door de stijging van energieprijzen hebben inwoners een extra financiële prikkel gekregen om te verduurzamen. En daardoor hebben inwoners een grotere behoefte aan duidelijke keuzes vanuit de gemeente met betrekking tot de warmtetransitie. Dit vraagt niet alleen om een wijkaanpak, maar ook om een aanpak per doelgroep. Dit vraagt om duidelijke keuzes en om de maatschappij daar in mee te nemen.
1.2. Opgave en doel De opgave van het Warmteprogramma is om de TVW uit 2021 te herijken en de visie voor de overgang naar duurzame warmtevoorzieningen in Woudenberg verder uit te werken. Het doel is om te komen tot een aardgasvrije en klimaatneutrale gemeente in 2050. In het Warmteprogramma beschrijven we hoe we het gebruik van fossiele brandstoffen voor verwarming kunnen verminderen (met als einddoel volledig uitfaseren in uiterlijk 2050) en vervangen door hernieuwbare energiebronnen.
1.3. Samenhang Klimaatakkoord, Expeditie Duurzaamheid en aanpak Duurzaamheid, uitvoeringsplan Duurzaamheid 2024-2030, NIP (EDC), RES-regio Amersfoort.
1.4. Resultaat Als resultaat zien we een Warmteprogramma voor de gemeente Woudenberg voor ogen die de organisatie, inwoners en ondernemers duidelijkheid en handelingsperspectief biedt. Het warmteprogramma bevat zowel een terugblik als een vooruitblik. Het moet de volgende elementen bevatten: 1. Evaluatie Transitievisie Warmte 2021 De Transitievisie Warmte is het uitgangspunt voor het nieuwe beleid. De afgelopen jaren zijn er stappen gezet in het klaar maken van woningen voor een andere warmtebron dan aardgas.
1
Het kabinet-Schoof wil de warmtepomp-verplichting afschaffen. Dat staat in het regeerprogramma. Een verdere uitwerking van dit plan volgt.
Een beschikbare evaluatie van dit beleid geeft input voor de nieuwe beleidscyclus van de komende jaren. De evaluatie moet niet alleen zichtbaar maken wat de afgelopen jaren gedaan is, maar ook of de uitgangspunten uit 2021 als basis kunnen blijven dienen, of bijstelling nodig hebben, De evaluatie geeft een overzicht van de bereikte resultaten (uitgesplitst naar locatie, resultaat/ voortgang, aantal gebouwen aardgasvrij, aantal gebouwen geïsoleerd, infrastructuur ter vervanging aardgas, totale kosten infra (mln. €), gemiddelde warmtebehoefte (kWh/m2) (over 2026 en 2035), lopende zaken en nog uit te voeren acties voor de komende jaren. 2. Uitgangspunten voor beleid en keuzes Het Warmteprogramma geeft antwoord op de vraag welke rol we als gemeente hebben bij het uitvoeren van het beleid, binnen de wettelijke kaders. Het warmteprogramma voldoet aan de huidige en de verwachte wet- en regelgeving (zoals Wgiw en Wcw).
Zodoende bevat het warmteprogramma de volgende onderdelen: Uitgangspunten Regierol gemeente Aankaarten “kennis leemtes” + vervolgstappen Overzicht warmtebronnen of warmte alternatieven per locatie Aantal gebouwen dat naar verwachting wordt geïsoleerd Tijdspad voor inwoners: o Welke bronnen voor welke wijken bruikbaar zijn o Tijdspad welke wijken wanneer aardgasvrij zijn o Hoe en hoeveel woningen voor 2035 zijn geïsoleerd en/of aardgasvrij zijn gemaakt o Doorkijk naar 2050 Uitvoeringsagenda Planning & begroting De basis voor uitvoeringsplannen 3. Technische analyse, inclusief trends en ontwikkelingen In de technische analyse wordt een beeld geschetst van de huidige situatie van de gemeente Woudenberg. Hierbij komen onder andere de huidige energievraag, de analyse van de gebouwde omgeving, het bedrijventerrein en het buitengebied en de beschikbare warmtebronnen aan bod2. Deze analyse vormt de basis van de visie en vanuit hier wordt er gekeken naar de toekomst. Er wordt gebruikt gemaakt van de gegevens die landelijk
2
De TVW was primair gericht op woningen in bebouwde kom. In het warmteprogramma zal ook aandacht zijn voor bedrijven(terreinen) en het buitengebied.
5
beschikbaar worden gesteld door PBL en deze worden vertaald naar de situatie in Woudenberg.3 We hebben aandacht voor alle nu denkbare bronnen van warmte, zoals elektra, aquathermie, riothermie, restwarmte, geothermie, groen gas (m.n. mestvergisting) en mogelijke andere nieuwe bronnen. Naast de inhoudelijke vereisten zijn op het vaststellen van een warmteprogramma ook procedurele vereisten van toepassing. Deze procedurele vereisten volgen uit de Omgevingswet en gelden voor ieder verplicht programma: • Het programma wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. • Bij het vaststellen van een programma wordt aangegeven hoe inwoners, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken en wat de resultaten daarvan zijn. • De voorbereiding van de besluitvorming over het warmteprogramma moet volgens de uniforme openbare voorbereidingsprocedure plaatsvinden. • Een warmteprogramma is vaak plan-MER-(beoordelings)plichtig. De inschatting is nu dat voor het warmteprogramma in Woudenberg een plan-MER nog niet aan de orde is. Daarnaast wordt er een plan-MER voor de Omgevingsvisie uitgevoerd. Naast bovenstaande regels is bij besluitvorming ook ongeschreven recht van toepassing.
2. Aanpak, fasering en planning 2.1. Aanpak Voor het herijken van de TVW en het opstellen van een Warmteprogramma zal een extern bureau worden ingehuurd, die de documenten opstelt en het proces begeleidt. De opdracht zal bestaan uit twee percelen: 1. Het laten opstellen van het warmteprogramma (met score op kennis en ervaring) (incl. evaluatie TVW) 2. Het laten uitvoeren van de benodigde data-analyse voor het opstellen van het warmteprogramma en tevens voor monitoring in de daaropvolgende jaren, (eventueel in samenwerking met de provincie Utrecht), waarbij we zeker stellen dat wij eigenaar zijn van de data bij faillissement, afronding opdracht etc. De TVW is een beleidsdocument, vastgesteld door de gemeenteraad. Een warmteprogramma is wettelijk een product dat het college dient vast te stellen. De verwachting is dat de hoofdlijn van beide documenten vergelijkbaar is. Daarmee is lastig uit te leggen dat nu geen sprake meer is van een raadsbevoegdheid. De uiteindelijke uitvoering van het WP, het vastleggen van warmtekavels en aanwijzingsbesluiten in het omgevingsplan en vanaf welke datum een bepaalde wijk gasloos is, zijn raadsbevoegheden.
In het proces van de Omgevingsvisie zal nog een gesprek plaats vinden tussen college en raad over de Woudenbergse wijze van werken met programma’s, namelijk een kaderstellend document op wijkniveau waarin bovenstaande raadsbevoegdheden aan bod komen en vaststelling van het formele WP door het college.
2.2. Fasering en planning 1) Opstellen plan van aanpak Q1 ‘25 2) Vaststellen plan van aanpak door College Q2 ‘25 3) Aanbesteding/opdrachtverlening onderzoeksbureau(s) Q2 ‘25 4) Start uitvoering/onderzoek Q2 ‘25 a. Opstellen projectteams. Intern & extern b. Uitgangspunten formuleren en vaststellen door college c. Monitoring en resultaat Transitievisie Warmte 2021 d. Analyse huidige situatie gemeente Woudenberg e. Analyse trends, ontwikkelingen & leemtes in kennis f. Participatie (2 momenten) Q2 – Q3 ‘25
3
Bij het opstellen van de TVW bleek dat de schaalgrootte waarmee het PBL rekent te grofmazig is voor de schaalgrootte van Woudenberg. Ook bij het Warmteprogramma is dit waarschijnlijk een belangrijk aandachtspunt.
6
g. Uitvoeringsstrategie 2026-2035 Q4 ‘25 5) Warmteprogramma vaststellen door College en de Raad (afhankelijk van stand van zaken wetgeving en planning rond gemeenteraad verkiezingen Q1 26 6) Vaststellen warmteprogramma (door nieuwe college en raad) Q2/Q3 ‘26
3. Organisatie, communicatie en participatie 3.1 Organisatie In de komende periode wordt er een projectstructuur opgezet met een projectleider, projectgroep en interne klankbordgroep. De gemeentelijke organisatie is verantwoordelijk voor het aanhaken van de eigen organisatie, het bestuur en de bestuurlijke besluitvorming (documenten). Het bureau bereidt de gesprekken/vergaderingen voor, leidt ze en werkt op basis van deze gesprekken aan het opstellen van een Visie en de Uitvoeringsagenda. Dit doet zij in nauwe afstemming met de projectleider en waar nodig met de projectgroep. • • • • •
•
Bestuurlijke opdrachtgever: Daphne Boeve – De Kruif Ambtelijk opdrachtgever afdelingshoofd fysiek Domein Ambtelijke projectleider: José van Beeck/ Karen Kuperus Medewerkers uit de teams: Fysiek Domein Stakeholders voor het opstellen: o Omnia Wonen o Waterschap Vallei en Eem o Stedin o Stichting Duurzaam Woudenberg o Zon op Woudenberg o Inwoners Stakeholders voor de uitvoering (aanvullend op bovenstaand): o SHOW (huurdersvereniging Omnia wonen) o BSW (bedrijvenkring Scherpenzeel Woudenberg) o DES/ODW (winkeliersvereniging) o Verpachters/landgoederen o LTO o VvE’s o Lokale installateurs o RES-regio Amersfoort o Raad en College Gemeente Woudenberg o Provincie Utrecht o Scholen o Sport- en culturele verenigingen
3.2. Communicatie Vanuit communicatie willen wij bijdragen aan een open en transparant participatietraject. Door dit traject samen met collega’s, stakeholders, partners en inwoners te doen, bieden we ruimte voor samenspel en creëren we draagvlak en commitment. We willen open en
7
transparant zijn in alle processtappen die gemaakt worden, zodat de doelgroepen begrijpen waarom we bepaalde stappen zetten en beslissingen nemen. Het doel is dat het Warmteprogramma helderheid en handelingsperspectief biedt voor alle betrokkenen.
4. Inzet, kostenraming en dekking 4.1 Inzet
3.3. Participatie De warmtetransitie gaat iedereen raken. Het betrekken van inwoners en belanghebbenden is daarom belangrijk. Het participatietraject is essentieel om: • Tijdig alle belangen op tafel te krijgen, om zo tot een goede inhoud van het warmteprogramma te komen. Hiermee voorkomen we verrassingen later in het proces en worden inwoners niet geconfronteerd met hogere kosten. • Deskundige en lokale kennis, concrete wensen en eventuele zorgen op te halen. Op deze manier kunnen mogelijkheden worden onderzocht en tussentijdse ontwikkelingen worden verwerkt in het warmteprogramma. • Betrokkenen zorgvuldig en goed te informeren over de inhoud en het besluitvormingsproces. Wanneer belanghebbenden het gevoel hebben dat hun stem gehoord is, zijn ze eerder geneigd veranderingen te accepteren en ondersteunen. Het warmteprogramma heeft een relatief hoog abstractieniveau en zal voor veel inwoners niet veel nieuws brengen dan het proces van de TVW. Gelijktijdig heeft dat proces geleerd dat kennisdeling en bewustwording voor dit onderwerp essentieel zijn en ertoe kunnen leiden dat mensen starten met no-regret maatregelen.4 Voor de participatie met inwoners en ondernemers zetten we dan ook in op treden 4 en 5 (informeren en raadplegen). De uitvoering daarvan zal samen met het bureau worden bepaald.
Het doel is vooral bewoners mee te laten denken met ontwerpprincipes voor de warmtetransitie. Mede als voorbereiding op de wijkaanpak in de uitvoering. Tijdens één of meerdere informatieavonden, gecombineerd met andere duurzaamheidsonderwerpen, gaan we inwoners informeren over het proces en op een laagdrempelige manier vragen om input te geven. Het adviesbureau adviseert in welke vorm hier invulling aan wordt gegeven, in overleg met de afdeling communicatie en afstemming met de mogelijk gelijktijdige participatie rond de Omgevingsvisie.
Tot Q1 ‘26: • •
Projectleider: ca. 500 uur (8 uur p/w) – Projectleiding, interne bijeenkomsten, extern bijeenkomsten/participatie. Ambtelijke leden werkgroep: ca. 20 uur (schatting van 4 bijeenkomsten + voorbereiding + naleeswerk) (hierin hebben zitting: medewerker beheer openbare ruimte, medewerker wijkuitvoering warmte, medewerker communicatie, medewerker databeheer, medewerker omgevingsvisie, medewerker sociaal domein (armoedebestrijding), aangevuld met externe partijen als Omnia wonen, Stedin, waterschap en SDW?
4.2 Kosten De kosten voor het externe bureau, eventuele locaties en onvoorzien worden geschat op €50.000. Op dit moment wordt nog wel onderzocht of het warmteprogramma aan een plan-MER dient te worden onderworpen. Dit kan mogelijk nog tot aanvullende kosten leiden. Verbinding met opstellen omgevingsvisie
4.3 Dekking De kosten worden gedekt uit de CDOKE-middelen (voor personeel) en de bestemmingsreserve duurzaamheid. De eventueel benodigde middelen voor een plan-MER zijn hier waarschijnlijk ook uit te dekken.
4 Mocht uit de data blijken dat er een afwijkende oplossingen ten opzichte van de TVW voor de hand liggen, wordt communicatie hier op aangepast.
8
5. Risico’s Het warmteprogramma wordt tijdens het proces van het opstellen een verplicht instrument op basis van de Omgevingswet. De einddatum van 2050, waarin alle woningen en bedrijven “gasloos” moeten zijn, lijkt nog ver weg, maar is dat niet. Zeker niet in de wetenschap dat het praktisch niet mogelijk zal zijn om als heel Nederland pas na 2040 ineens alle wijken van het gas te halen. Voorkeur is dan ook dat het geleidelijk zal gebeuren. Gedurende proces krijgen wij ondersteuning van NPLW en provincie Utrecht, kan soms wat later zijn dan wij concept producten te hebben, zal dan achteraf worden verwerkt. In dat traject ook 2 bestuurlijke bijeenkomsten. Door de huidige situatie van netcongestie, welke mogelijk verlengd zal worden als All electric de voornaamste oplossing blijft, is het lastig om stappen te maken in de aanpak. Er zal binnen het WP dan ook een koers moeten ontstaan, die rekening houdt met de lange termijn en aansluit bij het actuele tekort aan netcapaciteit, dus een grote mate van voorbereiding en voorsorteren. Het aantal bestaande bronnen voor alternatieve warmte in Woudenberg was bij de TVW beperkt.
Hoewel onderzoek gedaan wordt en er theoretisch diverse ideeën zijn voor nieuwe bronnen of ander inzet van bronnen, is het anno 2025 een gegeven dat er nog geen duidelijk beeld zal zijn voor een alternatieve warmtebron voor grote delen van de kern en het buitengebied. Deze versie van het WP zal hierin een vervolgstap moeten bieden, maar kan waarschijnlijk nog geen definitieve antwoorden geven. Het gaat in het bijzonder om de landelijke zoektocht over warmtenetten maatschappelijk niet een veel betere (lees maatschappelijk kosten efficiënt) oplossing zijn dan individuele all electric oplossing (al dan niet in combinatie met individuele grondwarmte pompen). Dit WP zal daarmee voor grote delen van Woudenberg nog geen eindoplossing in beeld brengen, maar wel duidelijk maken welke no-regret (altijd nodige en nuttige) voorbereidingen pandeigenaren kunnen doen. Elke gemeente in Nederland is bezig met (de voorbereidingen van) het opstellen van een WP. Het verkrijgen van een geschikt bureau dat een WP voor Woudenberg kan opstellen, kan lastig zijn.
9