6.b Ambtelijk overdrachtsdocument opvang planuitval (Geredigeerd).pdf
Tekst van het document
INFORMATIEDOCUMENT
Overdrachtsdocument planuitval RESAmersfoort
INFORMATIEDOCUMENT
Overdrachtsdocument
planuitval
De
RES-Amersfoort
|
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
IN OPDRACHT
VAN
Regio
Amersfoort
PLAATS
Rotterdam
DATUM
26 maart 2026
STATUS
DEFINITIEF
Rebel
Wijnhaven 3011
WH
23 ROTTERDAM
NEDERLAND
+31
10275
59
95
info@rebelgroup.com www.rebelgroup.com
ABEL
OVERDRACHTSDOCUMENT
PLANUITVAL
RES-AMERSFOORT
Inhoudsopgave 1
Context 1. 1 1. 2 1. 3 1. 4 1. 5 1. 6
2
3. 2 3. 3 3. 4 3. 5 3. 6 3. 6. 1 3. 6. 2
Voortgang tot en met 2024 Ontstaan van planuitval
Reactie provincie en regio Aanleiding voor het overdrachtsdocument Leidende principes als basis voor invulling van de planuitval 7
Regionaal voorstel invulling RES-bod Status RES-bod inzake wind juni 2025 Status RES-bod inzake zon op land juni 2025 10
Analyse opwekpotentie overgebleven gebieden voor wind planMER Aanvullende gebieden voor wind (buiten planMER) Opwekmogelijkheden wind potentieel kansrijke gebieden Conclusies analyse opwekpotentie wind Analyse mogelijkheden zon Analyse Netimpact Stedin Potentieel kansrijke locaties zon gekoppeld aan aansluitlocaties. Netimpact zon en wind
Scenario’s voor opvang planuitval 4. 1 4. 1. 1 4. 2 4. 2. 1 4. 2. 2 4. 2. 3 4. 2. 4 4. 2. 5 4. 2. 6 4. 3 4. 3. 1 4. 3. 2 4. 3. 3 4. 3. 4 4. 3. 5 4. 3. 6 4. 3. 7 4. 4 4. 4. 1 4. 4. 2 4. 4. 3
4
RES-Amersfoort en doelstellingen
Uitkomsten analyse opwekpotentie wind , zon en netimpact 3. 1
4
aanleiding
Stand van zaken RES bod 2. 1 2. 1. 1 2. 1. 2
3
en
22
Algemene dilemma's en kanttekeningen Uitgangspunten per scenario Scenario 1: Ruimtelijke inpasbaarheid leidend Waarom dit scenario 1? Kenmerkende verdeling gebieden scenario 1 Onderbouwing scenario 1 Netaansluitbaarheid scenario 1 Argumenten vóór dit scenario 1 Argumenten tegen dit scenario 1 Scenario 2: Eerlijke verdeling Waarom dit scenario? Kenmerkende verdeling gebieden – wind scenario 2 Kenmerkende verdeling gebieden - zon op land scenario 2 Onderbouwing scenario 2 Netaansluitbaarheid Scenario 2 Argumenten voor dit scenario 2 Argumenten tegen dit scenario 2 Scenario 3: Brede blik - combinatiescenario wind én zon Waarom dit scenario 3? Kenmerkende verdeling gebieden wind en zon scenario 3 Netaansluitbaarheid scenario 3
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
2
4. 4. 4 4. 4. 5 4. 4. 6 4. 5 4. 5. 1 4. 5. 2 4. 5. 3 4. 5. 4 4. 5. 5 4. 5. 6
Onderbouwing scenario 3 Argumenten vóór dit scenario 3 Argumenten tegen dit scenario 3 Scenario 4: Maximaal benutten Waarom dit scenario 4? Kenmerkende verdeling gebieden scenario 4 Onderbouwing scenario 4 Netaansluitbaarheid scenario 4 Argumenten vóór dit scenario 4 Argumenten tegen dit scenario 4
5
Risico’s
39
6
Aanbevelingen voor besluitvorming
41
Bijlage I aantallen windturbines
en
opwekpotentie
41
Bijlage II RES-bod Amersfoort
43
Bijlage III aansluitmogelijkheden wind op land
45
Bijlage IIII : Regionaal stakeholdergesprek november 2025
47
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
3
1
Context en aanleiding
1. 1
RES-Amersfoort
en
doelstellingen
De RES Regio Amersfoort is één van de regionale samenwerkingsverbanden binnen de landelijke Regionale Energiestrategie (RES). In deze regio werken binnen het Bestuurlijk Overleg Energie zeven gemeenten (Amersfoort Soest Eemnes Bunschoten Baarn Woudenberg Leusden) de provincie ,
,
,
,
,
,
,
Utrecht netbeheerder Stedin en het Waterschap Vallei en Veluwe samen aan het realiseren van duurzame energieopwek. Op 1 juli 2021 is de RES 1. 0 vastgesteld waarin de regio zich heeft gecommitteerd aan een gezamenlijke opgave van 05 TWh grootschalig opgewekte duurzame elektriciteit in 2030. Deze ambitie is op 29 juni 2023 opnieuw bevestigd met de vaststelling van RES 2.0 waarin de inzet op zon en wind richting realisatie is voortgezet. ,
,
,
1. 2
,
Voortgang tot en met 2024
In januari 2024 heeft de provincie Utrecht de Utrechtse RES regio’s waaronder RES Regio Amersfoort via een brief over meest kansrijke locaties opgeroepen om vervolgstappen te zetten in de concretisering en bestuurlijke borging van wind- en zonneprojecten. In de loop van het voorjaar van 2024 heeft de regio in voortgangsdocumenten en bestuurlijke overleggen bevestigd dat er op basis van de toen bekende projecten voldoende plannen en perspectief waren om het RES‑bod van 05 TWh te realiseren. ,
,
,
,
Hierbij werd de kanttekening gemaakt dat aanzienlijke inspanningen nodig waren.
nog geen
projecten operationeel
waren en
dat hiervoor nog
Als vervolg hierop hebben de zeven deelnemende gemeenten (Amersfoort Baarn Bunschoten Eemnes Leusden Soest en Woudenberg) op 12 juli 2024 een gezamenlijke reactie aan de provincie gestuurd. De gemeenten stelden daarin concrete locaties en projecten voor wind op land zon op dak en zon op land voor. ,
,
,
,
,
,
In september 2024 werd deze voortgang in de statenbrief Tussenbalans II 1 onderschreven door de provincie. De provincie concludeerde in deze tussenbalans dat de RES Regio Amersfoort op koers lag om het RES‑bod te behalen en dat op dat moment geen projectbesluitprocedures nodig waren. Eerder in het voorjaar hebben Provinciale Staten op 20 maart 2024 de motie 2 ‘Wie goed doet goed ontmoet’ aangenomen waarin het uitgangspunt van wederkerigheid is vastgelegd: gemeenten die aantoonbaar bijdragen aan hun RES‑opgave worden niet als eerste extra belast bij aanvullende provinciale ,
,
maatregelen. 1. 3
Ontstaan
van
planuitval
In december 2024 veranderde de uitgangspositie voor de regio ingrijpend. Het Ministerie van Defensie besloot dat windturbines niet langer zijn toegestaan op defensieterreinen waaronder het Militair Oefenterrein Leusderheide Vlasakkers en locaties binnen het project OER A28. Door dit rijksbesluit viel een substantieel deel (02 TWh) van de beoogde windopgave weg. Hierdoor ontstond binnen de RES Regio Amersfoort planuitval met directe gevolgen voor het behalen van het afgesproken RES‑bod. In hoofdstuk 2 wordt dit in meer detail toegelicht. ,
,
,
,
1 https://utrecht. bestuurlijkeinformatie. nl/Document/View/b12a62dc-6bae-4ae0-a48f-695a8328b7bb 2 https://www. stateninformatie. provincie-utrecht. nl/Vergaderingen/Provinciale-Staten/2024/20-maart/10:30/Actualiteitenmoties-Meest-kansrijke-gebiedenvoor-windenergie-1/M24-21-wie-goed-doet-goed-ontmoet-ingediend-door-VVD-50PLUS. pdf
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
4
Eerder was ook in de gemeente Baarn besloten om te stoppen met verder onderzoek naar mogelijkheden plaatsing van windturbines. Uit de PlanMER (2023) en een quick scan (2024) van de provincie bleek dat daar mogelijk ruimte is voor één windturbine. In november 2024 heeft de Baarnse gemeenteraad besloten om geen verdere stappen te zetten voor windenergie vóór de gemeenteraadsverkiezingen in 2026. Dit betekent dat verkenningen en planvorming rond windturbines in Baarn zijn gestopt en dat de gemeente deze stappen overlaat aan de volgende gemeenteraad om in het kader van de regionale opgave opnieuw te beoordelen. 1. 4
Reactie provincie en regio
Naar aanleiding van het Defensie besluit heeft de provincie Utrecht op 14 januari 2025 de regio verzocht om een inhoudelijke reactie op de ontstane planuitval en een voorstel hoe deze kan worden opgevangen. Het Bestuurlijk Overleg Energie heeft namens de RES-regio hierop gereageerd in een brief op 15 mei 2025 waarin zij aangeeft vast te houden aan het RES‑bod van 05 TWh eerdere bestuurlijke afspraken voort te zetten (met uitzondering van projecten die door rijksbesluiten) en de planuitval gezamenlijk realistisch en met een brede blik te willen opvangen. ,
,
,
,
Deze inzet is vervolgens toegelicht
de betrokken RES partijen. Via raadsinformatiebrieven zijn de gemeenteraden geïnformeerd over de context van de planuitval de regionale reactie richting provincie en de gekozen gezamenlijke aanpak zijn uiteengezet. De kern van de aanpak richt zich met name op het opvangen van de planuitval met wind om de verhouding zon/ wind goed te houden (50/50 verdeling). aan
,
,
Op 8 juli 2025 heeft de provincie Utrecht de energieregio Amersfoort geïnformeerd dat er extra tijd wordt gegeven om de planuitval zelf op te vangen. Daarbij is vastgelegd dat uiterlijk vóór het zomerreces van 2026 duidelijk moet zijn hoe de planuitval wordt gecompenseerd met zon en wind op land. Als belangrijke voorwaarde geldt wel dat de beoogde 02 TWh zon op dak binnen de 05 TWh opgave wordt gerealiseerd. Indien de plannen voor de realisatie van 02 TWh wind binnen de opgave van 05 TWh niet tijdig en voldoende concreet zijn zal de provincie in één of meer aanvullende gebieden een projectbesluit nemen. Met de komst van de Omgevingswet en de (aankomende) Energiewet is vastgelegd dat de provincie voor windparken met een opgesteld vermogen van 15 tot 100 MW verplicht een projectbesluit moet nemen. De Provincie kan deze bevoegdheid gemotiveerd overdragen aan de gemeente. Voor kleinere projecten blijft de gemeente in principe bevoegd gezag maar de provincie kan ook bij projecten onder 15 MW een projectbesluit vaststellen als sprake is van een provinciaal belang of als dat nodig is om de realisatie van de RES‑opgave te borgen. In dat geval kan het ,
,
,
,
,
,
projectbesluit het omgevingsplan aanpassen en gelden de provinciale regels rechtstreeks voor het project. Hierbij zal gebruik gemaakt worden van de verdiepende analyse met de regio en de uitgangspunten zoals beschreven in de Tussenbalans II waaronder de motie Wie goed doet goed ,
,
ontmoet.
1. 5
Aanleiding
het overdrachtsdocument
voor
Als reactie op dit uitstel heeft het Bestuurlijk Overleg Energie op 25 september 2025 besloten om de gezamenlijke weg te vervolgen en een overdrachtsdocument op te stellen voor de nieuwe colleges en gemeenteraden. Met het overdrachtsdocument wordt getracht de nieuwe raden te voorzien van feitelijke en technische analyses. Hierbij is op zo objectieve mogelijke wijze gekeken naar een realistisch palet aan opties om de planuitval te compenseren met voornamelijk wind op basis van de criteria ruimtelijke mogelijkheden netaansluitbaarheid. ,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
5
Deze analyse is daarmee beperkt in haar omvang en vraagt verder aanvullend onderzoek waar nodig. Naast dit document zal een bestuurlijke oplegger inzicht geven in de bestuurlijke kaders en besluitvormingsruimte en processen die nodig zijn om richting zomerreces 2026 tot besluitvorming te
komen. 1. 6
Leidende principes als basis voor invulling van de planuitval
Binnen de samenwerking zijn door de RES partijen een aantal leidende principes afgesproken die de onderlegger vormen voor het opvangen van de planuitval. Deze principes komen voort uit verschillende eerdere brieven tussen de regio en provincie besluiten en een GS motie. De principes zijn gebruikt om richting te geven aan de analyse die heeft plaatsgevonden (zie hoofdstuk 2). ,
Leidende principes: • De planuitval wordt gezamenlijk opgepakt. De regio wil op een realistische manier invulling geven aan het gezamenlijke vervolg.3 • Commitment aan het RES-bod van 05 TWh. Gemeenten houden zich aan de afspraken die in de zomer van 2024 zijn afgesproken. Alle projecten die toen zijn vastgesteld gaan onverkort door met uitzondering van de projecten die door toedoen van het Rijk zijn weggevallen 1 en met inachtneming van de motie zoals door de gemeenteraad van Baarn is aangenomen (d. d. 27 november 2024) waardoor na de verkiezingen Baarn weer open staat voor windlocatie onderzoek.4 • Brede blik op oplossingsrichtingen. Het vervolg wordt benaderd vanuit een brede blik niet alleen gericht op de kansrijke locaties uit de provinciale PlanMER maar ook op andere (planMER)-locaties en alle mogelijkheden voor duurzame opwek mogelijk ook voorbij 2030 5 • Tijdige duidelijkheid richting zomerreces 2026. Uiterlijk voor het zomerreces 2026 moet duidelijk zijn hoe de planuitval opgevangen wordt met zonne- en windenergie op land om invulling te geven aan de 05 TWh. Hierbij is afgesproken is dat Zon op Dak (ZoD) niet meegenomen wordt voor het opvullen van de planuitval 6 ; • Eerlijk verdeling van de opgaven. Belangrijk uitgangspunt voor het vervolg is het principe van een eerlijke verdeling van de opgave.
Concreet betekent dit dat gemeenten die op dit moment al een groot deel van de projecten voor hun rekening nemen niet extra belast kunnen worden met toekomstige projecten. Ook niet als de meest kansrijke locaties juist in die gemeenten liggen. Hiermee wordt recht gedaan aan het proces dat in 2024 is doorlopen en de afspraken die toen zijn gemaakt 7 ; • Gemaakte keuzes worden bestuurlijk geborgd. In coalitieakkoorden en/of raadsvoorstellen met duidelijkheid over locatie minimale opwek planningen bevoegd gezag en ook bij voorkeur initiatiefnemers in beeld 8 ; • Wie goed doet goed ontmoet. De regio handelt in lijn met het principe ‘wie goed doet goed ontmoet’:9 gemeenten die aantoonbaar bijdragen aan de RES‑opgave worden niet als eerste extra belast. ,
,
,
,
.
,
,
,
,
,
3 4
,
15 mei 2025 – Regionale reactie op planuitval
De mogelijke windlocatie van Baarn is geen onderdeel van de planuitval en blijft onderdeel van het oorspronkelijke RES bod. . 5 15 mei 2025 - Regionale reactie op planuitval 68 juli 2025 – Provinciaal besluit ‘Noodzaak aanvullende projectbesluiten windenergie’ 715 mei 2025 – Regionale reactie op planuitval 88 juli 2025 – Provinciaal besluit ‘Noodzaak aanvullende projectbesluiten windenergie’ 920 maart 2024 – PS-motie ‘Wie goed doet , goed ontmoet’
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
6
2
Stand
2. 1
Regionaal voorstel invulling RES-bod
Met
van
zaken RES bod
brief aan de provincie van 12 juli 2024 heeft de RES Regio Amersfoort een regionaal voorstel gedaan voor de invulling van het RES-bod van 05 TWh duurzame elektriciteit in 2030. De voorgestelde invulling voor wind op land zon op land en zon op dak (d. d. 12 juli 2024) is weergegeven in tabel 1. Het volledige bod zoals destijds ingediend is opgenomen in bijlage II. een
,
,
TABEL 1 INVULLING VAN WIND EN ZON OP LAND EN ZON OP DAK BINNEN HET RES-BOD 05, TWH
TRAJECT
Wind op land Wind op Isselt Knooppunt Hoevelaken / Poort van Amersfoort OER A28: Leusderheide OER A28: Vlasakkers Wind Baarn Totaal zon op land Gerealiseerd regio Amersfoort
TWH (OPWEK)
GEMEENTE(N)
002 001
Amersfoort Amersfoort
0128 0085 001 0253 ,
Soest / Amersfoort / (Leusden) Soest / Amersfoort Baarn
003 0018
Regio Amersfoort Eemnes / Bunschoten / Amersfoort / Baarn Amersfoort / Leusden / Soest
, ,
, ,
,
,
OER A1
,
OER A28: Staat bij Soest Zon Eemnes 1 Zon Eemnes 2 Zon Baarn OER A12 Zon Woudenberg Zon Bunschoten 1 Zon Bunschoten 2
Totaal
00025 0025 001 0002 0002 0008 0004 0011 01125 ,
Dak Regio Amersfoort Regionale aanpak Totaal
0053 02 0253 ,
Eindtotaal
06185 ,
Zon
,
Eemnes Eemnes Baarn
, ,
,
Woudenberg Woudenberg Bunschoten Bunschoten
,
, ,
,
op
Gerealiseerd Ntb
,
,
In juni 2025 is de voortgangsrapportage RES Regio Amersfoort gepubliceerd waarin de meest recente ,
stand van zaken is weergegeven. 2. 1. 1
Status RES-bod inzake wind juni 2025
Na het wegvallen van de windlocaties
defensieterrein resteert binnen het oorspronkelijke RES-bod wind land alleen de vergunningsaanvraag voor Wind op Isselt (Amersfoort) met een verwachte opwek van circa (bijgesteld van 002 TWh) 004 TWh. voor
op
op
,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
7
Ten opzichte van de beoogde 02 TWh windenergie resteert daarmee een opgave van circa 016 TWh wanneer Wind op Isselt gerealiseerd wordt. De vergunningaanvraag voor Wind op Isselt loopt (aanvraag januari 2026) ; er is nog geen besluit genomen of het project gerealiseerd gaat worden. Wanneer Wind op Isselt niet wordt gerealiseerd betekent dit 2 tot 3 extra windturbines voor de RES ,
,
,
opgave.
Conclusie Ten opzichte van de beoogde 02 TWh windenergie resteert daarmee een opgave van circa 016 TWh (exclusief mogelijk wegvallen van Wind op Isselt). Dit komt grofweg neer op 8–10 moderne windturbines (afhankelijk van type norm en exacte inpassing). ,
,
,
Status RES-bod inzake zon
2. 1. 2
Van de beoogde 01 TWh ,
van
de resterende
land juni 2025
op
land is momenteel circa 003 TWh gerealiseerd (tabel 2) ; de invulling circa 007 TWh is weergegeven in tabel 3.
zon op
opgave van
,
,
TABEL 2 OVERZICHT VAN DE GEREALISEERDE ZONNEVELDEN INZAKE ZON OP LAND (VOORTGANGSRAPPORTAGE RES REGIO AMERSFOORT , JUNI 2O25)
ZONNEVELDEN Maatweg
Hoevelakense Beek Eemnes 1
Totaal
TWH 001 0012 00059 00279 ,
GEMEENTE
,
Amersfoort Amersfoort
,
Eemnes
,
TABEL 3 RESTERENDE OPGAVE ZON OP LAND (VOORTGANGSRAPPORTAGE RES REGIO AMERSFOORT , JUNI 2O25)
ZONNEVELDEN OER* A1
TWH 0006 ,
GEMEENTE
Amersfoort Baarn Bunschoten ,
,
,
Eemnes OER** A28 Zon Eemnes 1 Zon Eemnes 2 Zon Baarn OER A12 Zon Woudenberg Zon Bunschoten 1 Zon Bunschoten 2
00025 0025 001 0002 0002 0008 0004 0011 0002 0064 , (zonder OER) , , , , , , , ,
Amersfoort Leusden Soest ,
,
Eemnes Eemnes Baarn
Woudenberg Woudenberg Bunschoten Bunschoten Leusden
Emelaarsweg Totaal Voor de OER trajecten geldt dat de realisatieverwachtingen sterk zijn afgenomen. * De vermogenspotentie van het project OER A1 is gedurende het project steeds verder afgenomen. Als gevolg van de beperkte mogelijkheden wordt in de stuurgroep overwogen of dit project nog moet doorlopen. ** Het ambtelijk kernteam Rijkswaterstaat OER A1 en A28 heeft aangegeven dat OER A28 traject voor nu is stop gezet. Bijbehorende opwek wordt daarom niet langer als realistisch beschouwd. In de stuurgroep OER wordt hierover besloten. ,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
8
Ten opzichte van het voorstel uit juli 2024 zijn er meerdere wijzigingen opgetreden: • De zonopgave van het OER A28-traject is ondergebracht in OER A1. • Het OER A1-traject wordt ambtelijk beschouwd als niet realistisch. De gronden van Rijkswaterstaat rond het verkeersknooppunt Eemnes zijn niet meer beschikbaar voor energieopwekking i. v. m. de voorgenomen verbreding van de wegen. De resterende gronden binnen OER A1 zijn te beperkt voor haalbare businesscases. In de stuurgroep OER wordt besloten of het traject wordt stopgezet.
Conclusies en kanttekeningen zon op land De totale potentiële opwek voor zon op land is afgenomen van 01125 TWh (juli 2024) naar circa 00919 TWh (juni 2025). Hoewel dit nog steeds in de buurt komt van de beoogde 01 TWh moet van deze 00919 TWh nog circa 0064 TWh daadwerkelijk worden gerealiseerd met de kanttekening dat voor de OER-trajecten de realisatieverwachting bijna nihil is. Dit vertaalt zich in een beleidsrealistische bandbreedte van circa 128–213 hectare 10 (inclusief randen infrastructuur landschappelijke inpassing niet volledig volleggen etc. ) als orde‑van‑grootte voor het ruimtelijk beslag. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
,
10Gerekend met 03–05 , , GWh/ha
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
9
3
Uitkomsten analyse opwekpotentie wind
3. 1
Analyse opwekpotentie overgebleven gebieden voor wind
De opwekpotentie voor windenergie
,
netimpact
zon en
-
planMER
de overgebleven zoekgebieden uit het planMER van Utrecht is na het wegvallen van de OER‑locaties nader onderzocht. Een werksessie heeft hiervoor plaatsgevonden met alle RES gemeenten (met uitzondering van Baarn) en provincie. Hieruit zijn een aantal gebieden naar voren gekomen als potentieel kansrijk zijn gekwalificeerd. Deze gebieden zijn weergegeven in paars in afbeelding 1. Deze potentieel kansrijke gebieden voor windenergie in RES Amersfoort zijn gebaseerd op een ruimtelijke analyse waarbij naast hoeveelheid woningen in de buurt vooral vanuit landschap cultuurhistorie en ecologie is gekeken in welke (deel)gebieden windenergie mogelijk zou kunnen zijn. De insteek is daarmee anders dan het burgerforum uit 2023 waarbij de hoeveelheid woningen bepalend was. Dit is de reden dat bijvoorbeeld het oorspronkelijke meest kansrijke gebied 93 niet uit deze analyse naar voren komt als potentieel kansrijk. van
,
,
,
Opgemerkt moet worden dat ruimtelijke inpassing en aandacht voor ruimtelijke kwaliteit geen aparte keuzeoptie is maar een vast uitgangspunt in de wijze waarop de RES‑regio naar locaties voor energieopwek kijkt en heeft gekeken. In de provinciale planMER is uitgebreid onderzocht wat de effecten zijn op landschap ecologie cultuurhistorie en leefomgeving en juist op basis van die analyse zijn de meest kansrijke zoekgebieden geselecteerd. In de aanvullende uitwerking voor RES Amersfoort is op dit fundament voortgebouwd: de paarse en aanvullende gebieden zijn gekozen omdat hier binnen de huidige kennis en randvoorwaarden de combinatie van energieopwek en omgevingskwaliteit het meest zorgvuldig en uitlegbaar kan worden gemaakt. Dit betekent dat ruimtelijke kwaliteit landschappelijke inpassing en samenhang met andere opgaven (zoals natuur landbouw en recreatie) bij verdere uitwerking steeds als randvoorwaarde moeten worden meegenomen. ,
,
,
,
,
,
,
,
Hieronder volgt een beschrijving van deze gebieden (nrs. 75 77 82 86 91 92 94): ,
,
,
,
,
,
Gebied 75 is potentieel kansrijk doordat het relatief goed scoort op ecologie en het aantal woningen in de buurt. Het belangrijkste aandachtspunt is dat er invloed optreedt op cultuurhistorische objecten. Gebied 77 is landschappelijk relatief goed inpasbaar. Het belangrijkste aandachtspunt zijn de te verwachtte ecologische effecten. Gebied 82 komt naar voren omdat de aandachtspunten die er in dit gebied zijn op het gebied van ecologie en cultuurhistorie (Grebbelinie) in het meest oostelijke deel overkomelijk zijn en er in dat deel van het gebied ook kan worden aangesloten bij de geplande windturbines bij De Isselt. Dit deelgebied is hieronder uitgebreider beschreven als uitbreiding gebied 82. In gebied 86
koppeling gemaakt kunnen worden met het bedrijventerrein. De zuidwestelijke en zuidoostelijke delen van gebied 86 zijn om deze reden relatief kansrijker dan de andere delen. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met de ontwikkelingen van het hoogspanningsstation en bedrijventerrein in dit gebied. zou een
Gebied 91 is vooral potentieel kansrijk in combinatie met gebied 95. Deze gebieden kunnen dan gecombineerd worden om te voorkomen dat een solitaire windturbine wordt geplaatst in gebied 91. Het belangrijkste aandachtspunt is het effect op de Grebbelinie.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
10
Vooral het noordwestelijke deel van gebied 92 is potentieel kansrijk door relatief goede score op gebied van ecologie en nabijheid van woningen. Het belangrijkste aandachtspunt is het effect op de Grebbelinie. ,
In gebied 94 is het oostelijke deel potentieel kansrijk omdat dit niet in de Grebbelinie ligt en er landschappelijk relatief minder negatieve impact is dan in andere gebieden. Het belangrijkste ,
aandachtspunt is de invloed op het waardevolle landschap. Voor al deze gebieden geldt dat het geen makkelijke gebieden zijn: de meeste zijn immers eerder naar aanleiding van het planMER niet als meest kansrijk beoordeeld. Op basis van de ruimtelijke analyse zijn dit echter wel de betere opties van de onderzochte gebieden. De provincie is dan ook van mening dat dit de potentieel meest kansrijke gebieden zijn. 11 De aanvullende windanalyse actualiseert de eerdere planMER‑analyse met recente BAG‑gegevens en rekent zes combinaties van turbinetypen en normenkaders (200/241 meter en 45 dB 47 dB 2× ,
,
tiphoogte) door zodat per gebied duidelijk wordt hoeveel turbines daar redelijkerwijs passen en welke jaarlijkse opwekbandbreedte daarbij hoort. ,
Aanvullende gebieden
3. 2
voor
wind (buiten planMER)
Tevens zijn er naast de planMER locaties 3 aanvullende gebieden onderzocht die zijn aangedragen door de gemeente Amersfoort Soest en Leusden. Deze gebieden hebben niet de status van de ,
andere gebieden aangezien het gebied in het planMER Utrecht niet is onderzocht. ,
Amersfoort - locatie De Wieken ; Voor bedrijventerrein De Wieken is een verdiepende haalbaarheidsscan 12 uitgevoerd gericht op de mogelijkheden voor één of meer windturbines in het gebied tussen A1 knooppunt Hoevelaken A28 de Barneveldse Beek en de gemeentegrens van Amersfoort. De conclusie is dat bij de standaardnormen uit het Ontwerpbesluit Windturbines Leefomgeving vrijwel geen plaatsingsruimte bestaat ; wel ontstaan er kansen bij gemotiveerd maatwerk op geluid en aanvullende mitigerende maatregelen op 2–3 deelgebieden voor moderne turbines met een tiphoogte van circa 150–170 ,
,
,
,
meter. Soest - uitbreiding gebied 82 richting Isselt In een recente quickscan 13 is aanvullend op de bestaande PlanMER‑gebieden een mogelijke uitbreidingszone van zoekgebied 82 verkend in de richting van Amersfoort/Isselt. Het gaat om een verbreding van het huidige gebied 82 waarbij gekeken is naar ruimte voor extra turbineposities langs de as Soest–Isselt en naar de theoretische opwekpotentie die hiermee gemoeid kan zijn. Deze zone ,
,
,
,
maakt nog geen onderdeel uit van de formele PlanMER‑nummering maar sluit wel aan bij de bestaande energie‑infrastructuur rond Soest 2 en de (beoogde) opwekclusters bij Isselt. ,
11BAG
= Basisregistratie
Adressen en Gebouwen
12Pondera - Verdieping haalbaarheidsscan Windturbines bedrijventerrein De Wieken Amersfoort d. d. 18 december 2025 13Arcadis -Quick Scan Windenergie 2026 d. d. 5 februari 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
11
Leusden - Noordzijde A28 afrit 5 Maarn. Voor Leusden geldt dat het paarse gebied (94) niet goed scoort op in de aansluiting op landschappelijke structuren en het effect op landschappelijke waarden. Leusden heeft daarop gezocht naar een alternatief gebied Noordzijde A28 afrit 5 Maarn. In een extra analyse 14 is dit gebied nabij bestaande infrastructuur nader onderzocht. De analyse gaat uit van maximaal 6 moderne turbines van ongeveer 6–7 MW met 62. 5 –100 GWh per jaar gezamenlijke productie uitgaande van 2. 500– 3. 500 vollasturen per jaar. De daadwerkelijke productie hangt af van het aantal realiseerbare posities definitieve turbinetypes militaire en ecologische randvoorwaarden en de uitkomsten van vervolgonderzoek. ,
,
,
,
,
14Bosch & van Rijn , Opwekpotentie RES Amersfoort d. d. 27 februari 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
12
AFBEELDING 1 KAART MET INSCHATTING VAN DE KANSRIJKHEID BINNEN DE ZOEKGEBIEDEN
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
13
De potentieel kansrijke gebieden die hierboven beschreven zijn zijn – indicatief - weergegeven in afbeelding 1 in paars samen met de drie aanvullende locaties. De in grijs weergegeven overige ,
,
zoekgebieden (onderdeel van uitkomst planMER Utrecht) zijn ruimtelijk minder inpasbaar. Redenen hiervoor zijn o. a. omdat er bij de PlanMER toekomstige woongebieden niet zijn meegenomen of ander gebruiksfuncties (bv camping) geconstateerd zijn die volgens planMER methodiek niet als gevoelige locatie gelden maar in de algemene beeldvorming dat wel zijn. Deze gebieden worden verder gezien als aanvullend maar worden verder niet in scenario’s meegenomen (zie hoofdstuk 4). 3. 3
Opwekmogelijkheden wind potentieel kansrijke gebieden
Voor de analyse van de potentieel kansrijke paarse gebieden en de 3 aanvullende locaties zijn scenario’s uitgewerkt op basis van een combinatie van twee turbinehoogten en drie normatieve kaders. Wat ,
betreft de turbinehoogten is aangesloten bij: • de tiphoogte van 241 meter zoals gehanteerd in het planMER Windenergie Utrecht ; • de tiphoogte van 200 meter zoals opgenomen in de Uitvoerbaarheidsanalyse ontwerp windturbinebepalingen (opgesteld het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat). ,
,
.
De volgende drie normen zijn onderzocht: • Norm 1: 47 dB Lden (huidige geluidsnorm en grenswaarde in de landelijke conceptnormen) ; • Norm 2: afstandsnorm van 2× de tiphoogte (zoals opgenomen in het Ontwerpbesluit
windturbines leefomgeving) ; Norm 3: 45 dB Lden (standaardwaarde in de landelijke conceptnormen).
•
Binnen de potentieel kansrijke (paarse) gebieden leidt de toepassing van de standaarduitgangspunten (2x tiphoogte en 45 dB Lden voor alle solitaire woningen) tot een orde‑grootte van circa 30–35 mogelijke turbineposities met bijbehorende opwekpotentie van ruwweg 03–04 TWh per jaar bij moderne turbines en gebruikelijke vollasturen. Wanneer voor een deel van de solitaire woningen niet strikt aan 2x tiphoogte en 45 dB Lden wordt vastgehouden en maatwerk wordt toegepast neemt de plaatsingsruimte in deze paarse gebieden toe tot circa 35–40 mogelijke turbineposities en schuift de gezamenlijke opwekpotentie op richting ongeveer 04–05 TWh per jaar ; deze bandbreedte is indicatief en afhankelijk van uiteindelijke turbinetypes exacte positionering en de ruimte die lokaal wordt geboden voor maatwerk op geluid slagschaduw en externe veiligheid op dit moment moet dit verder worden onderzocht. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Locatie De Wieken – Amersfoort Alleen bij gemotiveerd maatwerk (afwijken tot 47 dB Lden en 41 dB Lnight en aanvullende mitigerende maatregelen) ontstaan op 3 deelgebieden binnen de Wieken kansen voor turbines met een tiphoogte van circa 150–170 m. Als deze locatie als aanvullende optie naast deze potentieel kansrijke (paarse) gebieden wordt meegenomen neemt de potentiële capaciteit indicatief toe met circa maximaal 6 extra turbineposities met een orde‑grootte van ongeveer 10–20 GWh per turbine per jaar afhankelijk van definitieve turbinetypes exacte positionering natuur‑ en veiligheidsrandvoorwaarden en de reserveringen rond knooppunt Hoevelaken en omliggende infrastructuur. ,
,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
,
14
Locatie Soest - uitbreiding gebied 82 naar de Isselt Wordt deze aanvullende locatie als optie naast de potentieel kansrijke (paarse) gebieden meegenomen dan betekent dit indicatief een extra opwekpotentie van ongeveer 21–63 GWh per jaar uitgaande van maximaal 3 turbines van circa 6–7 MW en 3. 000–3. 500 vollasturen. Hierbij is er de kanttekening dat deze bandbreedte afhankelijk is van de uiteindelijke opstelling (lijn of driehoek) turbinetype netinpassing en afspraken over participatie en grondvergoedingen. ,
,
,
,
Locatie Leusden – Noordzijde A28 afrit 5 Maarn Uit de analyse komt naar voren dat in de meest kansrijke varianten er indicatief ruimte is voor maximaal 6 moderne turbines. Op basis van een globale orde‑grootte (turbines van circa 6–7 MW en 3. 000–3. 500 vollasturen) komt dit neer op ongeveer 625–100 GWh per jaar gezamenlijke productie met de kanttekening dat dit een indicatieve bandbreedte is die afhankelijk is van uiteindelijke typekeuze exacte positionering netinpassing en maatwerkafspraken. ,
,
3. 4
,
,
Conclusies analyse opwekpotentie wind
TABEL 4 OPWEKPOTENTIE WIND
Waarde 10 gebieden
Aspect
Aantal potentieel kansrijke gebieden
Toelichting Kansrijke paarse gebieden inclusief drie aanvullende locaties (De Wieken Soest uitbreiding 82 Leusden Noordzijde A28 afrit 5 ,
,
Maarn).
Aantal mogelijke turbineposities
52-54 turbines
Gezamenlijk aansluitvermogen Vollasturen per turbine Bruto technische opwekpotentie
Circa 165. 5 -195 MW
Benodigde opwek (planuitval) Conclusie kwantitatief Belangrijkste kanttekeningen
Circa 016 TWh/jaar
Bij toepassing standaarduitgangspunten en maatwerk op geluid/afstand max binnen alle paarse en aanvullen gebieden meegenomen. 1395 MW potentieel kansrijke gebieden+ circa 30–55 MW 3 aanvullende gebieden. Representatieve bandbreedte voor moderne turbines in regio. Theoretisch maximaal haalbaar bij volledige benutting circa 6–7 MW per turbine 3. 000– 3. 500 vollasturen. Weggevallen windopgave door Defensiebesluit. ,
,
3. 000–3. 500 uur/jaar 095–11 TWh per ,
,
jaar.
,
,
Ruimschoots voldoende Netcapaciteit natuur Defensie geluid lokale kaders Lager dan theoretisch maximum ,
,
Feitelijk realiseerbaar
,
,
Theoretische potentie dekt planuitval ,
,
maar…
Zeer grote afslag waarschijnlijk omdat niet alle
posities beleidsmatig wenselijk/realiseerbaar zijn. Scherpe keuzes fasering en regie noodzakelijk. ,
De analyse opwekpotentie wind laat zien dat binnen de combinatie
gebieden en aanvullende kansrijke locaties in theorie voldoende opwekpotentie aanwezig is om de weggevallen windopgave van circa 016 TWh per jaar in te vullen maar dat dit alleen lukt bij een substantiële benutting van de beschikbare turbineposities. In de geselecteerde potentieel kansrijke gebieden en de drie aanvullende gebieden telt dit op tot ongeveer 35–40 moderne windturbines met een gezamenlijk aansluitvermogen met een indicatieve bandbreedte van in de orde van 165. 5-195 MW hierbij uitgaand van 30–55 MW voor de drie extra locaties gebaseerd op 1–3 of 2–3 turbines van 5–7 MW. ,
,
van paarse
,
,
,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
15
Bij een representatieve bandbreedte van 3. 000–3. 500 vollasturen per jaar komt dit overeen met een bruto technische opwekpotentie van circa 04–05 TWh per jaar waarmee de resterende windopgave in kwantitatieve zin ruimschoots kan worden gedekt mits voldoende posities daadwerkelijk tot ontwikkeling komen en beperkingen vanuit netcapaciteit ruimtelijke inpassing natuur en externe veiligheid zorgvuldig worden meegenomen. ,
,
,
,
,
,
Daarbij geldt uitdrukkelijk dat niet alle theoretisch mogelijke posities beleidsmatig wenselijk of realiseerbaar zijn: ontwikkelingen rond defensie natuur (NNN weidevogelgebieden) geluid en slagschaduw lokale uitnodigingskaders en netcongestie zullen het aantal feitelijk realiseerbare turbines naar beneden bijstellen. De analyse onderstreept daarmee dat de regio met de huidige set aan kansrijke gebieden een realistisch handelingsperspectief heeft om de wind‑planuitval op te vangen maar dat dit vraagt om scherpe keuzes welke gebieden prioriteit krijgen in relatie tot de beschikbare netcapaciteit en actieve regie op de verdeling van projecten over gemeenten en deelnetten. ,
,
,
,
,
,
Analyse mogelijkheden zon
3. 5
Uit de analyse zon op land 15 blijkt dat binnen de RES Regio Amersfoort gerichte kansen liggen voor grootschalige zon op land met name in gebieden zonder harde belemmeringen zoals bebouwing geplande woningbouw en natuurgebieden (NNN). De meest kansrijke mogelijkheden concentreren zich in gebieden nabij infrastructuur bedrijventerreinen rioolwaterzuiveringsinstallaties en onderstations waar combinaties met andere functies mogelijk zijn. ,
,
,
van Antea zijn de groene gebieden op de kaart nadrukkelijk als indicatieve kansen aangemerkt voortkomend uit een GIS‑quickscan op basis van belemmeringen en enkele businesscase‑parameters. Op basis van deze analyse kunnen geen sluitende uitspraken worden gedaan over de geschiktheid van een specifieke locatie of de omvang en dat nader onderzoek nodig is naar ruimtelijke inpasbaarheid lokaal beleid natuur en businesscase ; de kaart laat dus kansrijke zones zien geen exacte projectlocaties.
,
,
In de analyse ,
,
,
,
realisatie van zonnevelden vraagt de afgelopen jaren om zorgvuldige aandacht voor landschappelijke inpassing natuur en participatie. Dit heeft geleid tot projecten met voldoende schaalgrootte – veelal zonnevelden van ongeveer 10–20 hectare met bijbehorend vermogen rond 5– 10 MW – om zowel technisch als financieel haalbaar te zijn binnen de beschikbare ruimte op geschikte locaties. In de analyse vertaalt dit naar een potentiële opwek van ongeveer 70 MW uitgaande van ongeveer 14 kansrijke locaties (zie afbeelding 2 en 3) van 10 ha en een aansluiting van 5 MW. De
,
,
In een deel van de regio liggen gebieden met complexere randvoorwaarden zoals weidevogelgebieden militair historisch erfgoed (onder andere de Grebbelinie) en de groene contour. Ontwikkeling is hier niet uitgesloten maar vraagt wel om aanvullende maatregelen zorgvuldige landschapsinpassing en maatwerk waardoor het tempo en de prioritering per locatie kan verschillen. ,
,
,
,
,
succesvolle projecten zijn netcapaciteit (nabijheid van bestaande netinfrastructuur en aansluitcapaciteit) en een haalbare businesscase essentiële randvoorwaarden. zon op land kan een waardevolle bijdrage leveren aan de regionale energieopgave en vormt een belangrijke aanvulling op wind waarbij beide bronnen elkaar versterken in een gebalanceerde energiemix. Voor
,
15Antea 20260303-0506158. 100-aanvulling-zon-op-land-res-regio-amersfoort-met-bijlagen-definitief-revisie-2 – d. d. 3 maart 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
16
De grootste kansen voor
land liggen in gebieden zonder harde belemmeringen met voldoende schaalgrootte goede netaansluiting. Deze zijn weergegeven met groen/lichtgroen in afbeelding 3 waarbij rekening is gehouden met gemeentelijke verrijking en aanvullende overwegingen zoals opgenomen in bijlage IV. Door een integrale afweging van ruimtelijke technische en financiële factoren in samenspraak met gemeenten en netbeheerder kunnen deze kansen daadwerkelijk worden benut. zon op
,
en een
,
,
,
,
AFBEELDING 2 OVERZICHT KAART RES-AMERSFOORT
3. 6
- MOGELIJKE
LOCATIES VAN ZON OP LAND
Analyse Netimpact Stedin
De netimpactanalyse
Stedin is opgesteld om binnen de RES Regio Amersfoort inzicht te geven in de technische aansluitbaarheid voor wind en zon op het elektriciteitsnet. De analyse richt zich op de technische mogelijkheden en fasering richting 2030 en 2035. van
1) Op dit moment wordt door TenneT
Stedin onderzoek gedaan of er tijdens de congestieperiode ruimte is voor opwekprojecten en of we deze ruimte ter beschikking kunnen stellen middels een aangepast (flexibel) contract. 2) Voor de analyse is rekening gehouden met nieuwe stations (tot 2030) en uitbreidingen van bestaande stations (2035) volgens het investeringsplan van Stedin. Stedin geeft aan dat geplande investeringen mogelijk niet door kunnen gaan door omstandigheden. Dan kunnen de conclusies anders uitvallen. 3) Er is bij de analyse geen rekening gehouden met de business case. Er is enkel gekeken naar de technische aansluitbaarheid. en
Voor de netimpactanalyse wordt gekeken naar aansluitvermogen in MW en niet naar jaarlijkse opwek in TWh. Het elektriciteitsnet wordt namelijk belast op basis van het maximale gelijktijdige vermogen dat wordt ingevoed niet op basis van de totale energieproductie per jaar. MW geeft de piekbelasting weer terwijl TWh de jaarlijkse productie aangeeft. Het aansluitvermogen bepaalt de benodigde kabels ,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
, ,
17
transformatorcapaciteit niet op TWh.
en
belasting
van
stations ; daarom sturen netbeheerders
op
MW (of MVA)
en
Door planuitval is circa 78 MW van het oorspronkelijke RES-bod van 85 MW windvermogen komen te vervallen. Om deze vervallen windopgave opnieuw in beeld te brengen zijn zoekgebieden geselecteerd (zie analyse wind paragraaf 3.3) deze gebieden combineren relatief goede ruimtelijke geschiktheid met een redelijke netafstand en opwekpotentie met een gezamenlijk potentieel van circa 170 tot 195 MW ,
,
,
,
aan
3. 6. 1
mogelijk windvermogen. Potentieel kansrijke locaties zon gekoppeld aan aansluitlocaties.
Voor zonne-energie zijn op basis van de zon analyse potentieel kansrijke gebieden onderzocht. Deze zijn weergegeven als groen/lichtgroene locaties uit de zonanalyse van afbeelding 2 16 maar zeggen niets zegt over locaties op detailniveau. Deze selectie is gemaakt op basis van clusters van 10 hectare en het kunnen koppelen van zon‑ en windlocaties voor een efficiënte netinpassing met een gezamenlijk potentieel van circa 70 MW. Deze zoekgebieden zijn door Stedin vertaald naar aansluitcapaciteit uitgaande van de meest logische aansluitlocaties op het net. Er zijn geen concrete locaties in beeld. De aansluitlocaties voor de groene/lichtgroene locaties zon worden weergegeven in de onderstaande afbeelding 3 ,
,
,
AFBEELDING 3 – KANSRIJKHEID ZON OP LAND MET ONDERSTATION STEDIN (LINKS) , VERTAALD NAAR AANSLUITCAPACITEIT (RECHTS)
3. 6. 2
Netimpact zon en wind
Onderstaande tabel geeft per station weer hoeveel extra vermogen (MW) aan wind en zon wordt verwacht indien alle onderzochte projecten voor zon en wind worden gerealiseerd en aangesloten. Tevens is aangegeven waar op basis van deze optelsom knelpunten worden verwacht richting 2030. TABEL 5 - MW AAN EXTRA WIND EN ZON PER STATION (INDIEN ALLE GEBIEDEN EN LOCATIES WORDEN AANGESLOTEN)
STATION
Bunschoten 10 kV Doorn 1 10 kV
2030 MW WIND 9 45 ,
2030 MW ZON 10 5
2030 TOTAAL MW 19 95 ,
16Zie Antea rapportage 0506158. 100-aanvulling-zon-op-land-res-regio-amersfoort-met-bijlagen-definitief-revisie-2 d. d. 3 maart 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
18
Leusden 10 kV* Leusden 2 10 kV* Soest 1 21 kV* Soest 2 50 kV* Zeist 10 kV
0 36 405 63 0
20 10 20 0 5
,
20 46 605 63 5 ,
Richting 2030 wordt op de volgende stations een capaciteitsbeperking verwacht indien alles wordt aangesloten: • Stationbeperking: Doorn 1 (10 kV) Leusden (10 kV) Leusden 2 (10 kV) en Soest 1 (21 kV). • Station én deelnetbeperking: Soest 2 (50 kV). ,
,
Netimpact wind op land De gebieden 75 77 82 86 91 92 94 en 95 worden beschouwd als potentieel kansrijke (paarse) zoekgebieden naast de drie aanvullende kansrijke gebieden in Amersfoort Soest en Leusden. De andere gebieden zijn de ‘grijze’ gebieden en worden minder kansrijk geacht. (zie afbeelding 1). ,
,
,
,
,
,
,
,
TABEL 6 AANSLUITMOGELIJKHEDEN WIND OP LAND TOT 2030 OP BASIS VAN DE GESELECTEERDE GEBIEDEN (AFBEELDING 1)
GEBIED
MW (AANSLUITVERMOGEN)
AANTAL TURBINES
75
135 ,
3
77
135 ,
3
82
180
4
83
90 ,
2
85
45 ,
1
86
90 ,
2
87
45
1
88
180
4
90
95 ,
2
91
90
2
92
135
3
94
90 ,
2
95
90
2
Subtotaal De Wieken (Amersfoort) Soest – uitbreiding locatie 82
1395
31
6–20
Maximaal 3
12–20
Maximaal 6
,
,
,
,
,
,
,
MEEST LOGISCHE AANSLUIT PUNT Soest 1 21 kV Soest 1 21 kV Soest 2 50 kV Soest 1 21 kV Soest 1 21 kV Bunschoten 10 kV Doorn 10 kV Soest 2 50 kV Leusden 2 10 kV Leusden 2 10 kV Soest 2 50 kV Leusden 2 10 kV Leusden 2 10 kV
AFSTAND (KM)
GEMEENTE
55
Eemnes/Baarn
8
Eemnes
,
15
Soest
4
Soest
4
Amersfoort
,
25
Bunschoten
7
Woudenberg
9
Leusden
,
25
Leusden
85
Woudenberg/Utrechtse Heuvelrug
10
Woudenberg/Leusden
35
Leusden
10
Woudenberg
Soest 1 21 kV
4-5
Amersfoort
Soest 2 50 kV
15
Soest
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
,
,
,
,
19
richting de Isselt Leusden – Noordzijde A28 afrit 5 Maarn
12-20
Totaal
165. 5-195
Leusden 2 10 kV ( < 10 MW) of Soest 2 50 kV (10 > MW)
Maximaal 3
3. 5
Leusden
Op basis van deze tabel is het mogelijk om ca. 50 % van de projecten aan te sluiten. Op het deelnet Soest 2 50 kV is er grofweg ruimte voor 80 MW aan invoeding net als in de vorige RES analyse. Met de selectie voor de kansrijke gebieden dient hier dan dus rekening mee gehouden te worden. ,
Niet alle projecten zullen worden aangesloten. Relevanter dan het totale vermogen is daarom de afstand tot een station met beschikbare ruimte. Gebieden met een korte afstand tot een aansluitpunt hebben een betere technische uitgangspositie (tabel 4). TABEL 7 OVERZICHT AFSTAND TOT MEEST LOGISCHE AANSLUITPUNT (2030) ≤ 3 KM (GUNSTIG)
4–8 KM (MIDDELMATIG)
82 – Soest 2 (15 km) 86 – Bunschoten (25 km) 94 – Leusden 2 (35 km) Uitbreiding locatie 82 richting de Isselt – Soest (15 km)
83 – Soest 1 (4 km) 85 – Soest 1 (4 km) 87 – Leusden (7 km) 77 – Soest 1 (8 km)
,
,
,
≥ 9 KM (MINDER
GUNSTIG) 88 – Soest 2 (9 km) 92 – Soest 2 (10 km) 95 – Leusden 2 (10 km)
,
91 – Leusden 2 (85 km) Noordzijde A28 afrit 5 Maarn Leusden (35 km) De Wieken Amersfoort (4-5 km) ,
,
• • • •
Gebieden ≤ 3 km hebben een technisch gunstige uitgangspositie mits er netruimte beschikbaar is. Gebieden 4–8 km zijn haalbaar maar kennen hogere aanlegkosten. Gebieden ≥ 9 km vragen langere kabeltracés en kennen hogere complexiteit en uitvoeringsrisico richting 2030. Een grotere afstand tot het meest logische aansluitpunt is één van de elementen die de businesscase kan bemoeilijken (hogere kabelkosten meer uitvoeringsrisico) maar sluit op zichzelf geen gebied uit. ,
,
,
Zon op land Voor zon op land zijn kansrijke gebieden onderzocht 17 Hieronder is per gebied het meest logische aansluitpunt en de geschatte hemelsbrede afstanden. Ze zijn geschat omdat soms de locatie aansluitpunt en soms ook de locaties van stations niet 100% vast staat. De daadwerkelijke kosten worden betaald over de kabel per meter. Dus de hemelsbrede afstand geeft een inschatting. .
,
,
17Netimpactanalyse wind en zon - RES Amersfoort februari 2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
20
TABEL 8 OVERZICHT AFSTAND TOT MEEST LOGISCHE AANSLUITPUNT (2030) OP BASIS VAN AFBEELDING 3
GEBIED 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11
MW 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5 5
MEEST LOGISCH AANSLUITPUNT Soest 1 21 kV Bunschoten 10 kV Bunschoten 10 kV Soest 1 21 kV Soest 1 21 kV Soest 1 21 kV Leusden 2 10 kV Zeist 10 kV Leusden 2 10 kV Leusden 10 kV Doorn 10 kV
AFSTAND (KM) 35 5 45 1 5 4 3 4 4 3 6 ,
,
Uit de analyse van Stedin blijkt dat richting 2030 er voor zon op land op zich voldoende stationcapaciteit is maar door de combinatie met wind is het deelnet Soest 2 de beperkende factor ; zonder fasering en herspreiding kunnen niet alle beoogde wind- én zonprojecten tegelijk worden aangesloten. ,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
21
4
Scenario’s
voor opvang
planuitval
De scenario’s in dit hoofdstuk bouwen voort op de analyses uit hoofdstuk 3. Daarin is per gebied een
beeld geschetst van de kansrijkheid
,
op
basis van ruimtelijke kwaliteit en netaansluitingen.
In dit hoofdstuk worden deze inzichten samengebracht in vier mogelijke scenario’s om de planuitval op te vangen. Elk scenario gebruikt dus dezelfde onderliggende gegevens maar maakt verschillende keuzes in de manier waarop de meest kansrijke gebieden worden gecombineerd en over gemeenten ,
worden verdeeld. De in dit hoofdstuk beschreven scenario’s zijn nadrukkelijk geen kant‑en‑klare keuzepakketten waaruit raden één voorkeursvariant zouden moeten kiezen maar verkenningen die laten zien welke ,
combinaties van locaties vermogens en fasering in theorie mogelijk zijn binnen de huidige ruimtelijke en nettechnische randvoorwaarden. De scenario’s dienen daarmee als hulpmiddel om zicht te krijgen op orde van grootte spreiding over gemeenten belasting van het net en de bijbehorende risicobeelden zodat raden beter onderbouwde keuzes kunnen maken over richtinggevende besluiten vervolgstappen en lokale participatieprocessen. Het is aan de nieuwe raden en colleges om al dan niet in combinatie met elementen uit meerdere scenario’s een eigen voorkeurskoers te bepalen ; de scenario’s leggen op zichzelf geen bestuurlijke keuze vast en hebben geen juridische status. ,
,
,
,
,
,
,
Ook als de scenario's inhoudelijk en technisch logisch lijken blijven er onzekerheden op het gebied van bestuurlijke besluitvorming regionale samenwerking netcapaciteit en uitvoerbaarheid en risico’s die in hoofdstuk 6 staan beschreven. Dit hoofdstuk benoemt een aantal kanttekeningen en dilemma's expliciet zodat nieuwe raden zich een reëel beeld kunnen vormen van de argumenten voor- en tegen bij zowel het wel als het niet maken van keuzes. ,
,
,
,
Algemene dilemma's
4. 1
en
kanttekeningen
Ongeacht de precieze mix van zon en wind blijven er fundamentele bestuurlijke onzekerheden en risico’s. De onderstaande dilemma's gelden voor alle scenario's en vormen de context waarbinnen bestuurlijke keuzes gemaakt moeten worden : Regie versus provinciale interventie De regio moet kiezen tussen zelf regie nemen of het risico lopen dat de provincie projectbesluiten neemt wat lokaal als verlies van invloed op locatiekeuze schaal en fasering kan worden ervaren. Anderzijds betekent dit dat de regio niet verantwoordelijk is en minder ambtelijke capaciteit hoeft in te zetten en niet als het eerste aanspreekpunt fungeert voor inwoners in het participatieproces. ,
,
Hieruit zijn drie opties af te leiden: • Optie 1: vanuit een individuele bijdrage per gemeente behouden de gemeenten gezamenlijk als regio de regie. • Optie 2: op verzoek van de regiogemeenten kiest de provincie via een projectbesluit de te ontwikkelen locaties en bereidt projectbesluiten voor. • Optie 3: de gemeente levert geen/onvoldoende concrete bijdrage aan de regionale opgave en de provincie neemt daarom mogelijk een projectbesluit voor windenergie in die gemeente.
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
22
Haalbaarheid 2030-doelstelling Het is onzeker of de volledige 05 TWh in 2030 haalbaar is omdat tegelijkertijd ook Zon op Dak zon op land en netuitbreidingen moeten worden gerealiseerd ; vertraging op één onderdeel vergroot de druk op de rest. Netcongestie is daarnaast een hele belangrijke zo niet beslissende factor in het wel of niet halen van de doelstellingen. ,
,
,
,
Tijdsdruk Tijdsdruk richting zomerreces 2026 vraagt om bestuurders.
een
snelle en actieve opvolging door raden en
Regionale solidariteit Regionale solidariteit staat onder spanning: als gemeenten het niet eens worden over de verdeling is het risico groot dat vooral de gemeenten met resterende ruimte en netcapaciteit de feitelijke invulling leveren terwijl anderen zich (deels) onttrekken aan de opgave. ,
,
Netcongestie Netcongestie betekent dat technisch kansrijke projecten niet automatisch aansluitbaar zijn ; keuzes over fasering clustering en volgorde zullen in samenspraak met netbeheerders worden bepaald. ,
Uitvoeringsrisico's Ook bij het wél maken van keuzes blijven er substantiële uitvoeringsrisico's: procedures kunnen stranden businesscases kunnen verslechteren door hogere kosten of extra eisen en aanvullende maatregelen zoals opslag en inzet congestieverzachters kunnen nodig worden om projecten überhaupt aan te sluiten. ,
4. 1. 1
,
Uitgangspunten
per
scenario
Voor elk scenario zijn de volgende uitgangspunten gebruikt: • Planuitval bedraagt 02 TWh/j (200 GWh/j) ; dit wordt in elk scenario minimaal gerealiseerd. In de scenariobeschrijvingen wordt voor de leesbaarheid gewerkt met afgeronde • bandbreedtes per gebied gebaseerd op de Bosch & Van Rijn‑analyse voor moderne turbines in de orde van 200 tot 241 meter tiphoogte. • Als een grove gemiddelde waarde wordt als vuistregel wordt aangehouden: 1 windturbine produceert gemiddeld 15 GWh/j. en sluit daardoor niet eenduidig aan bij 1 van deze twee ,
.
,
hoogtecategorieën. Er zijn circa 10 windturbines nodig om het planuitval volledig op te vangen met wind uitgaande van tiphoogte van 241 meter zoals gehanteerd in het PlanMER Windenergie Utrecht (zie hoofdstuk 3). De vergunningaanvraag voor Wind op Isselt loopt (aanvraag januari 2026) ; er is nog geen besluit genomen of het project gerealiseerd gaat worden. Wanneer Wind op Isselt niet wordt gerealiseerd betekent dit 2 tot 3 extra windturbines voor de RES opgave. Deze extra opgave zit nu niet in de scenario’s. Wel is in de scenario’s rekening gehouden met overcapaciteit omdat niet alle projecten doorgang kunnen vinden. De grijze gebieden uit PlanMER (behalve de gebieden 81 en 84 omdat deze wegvallen vanuit OER A28. 18 ) spelen een rol als aanvullende opties wanneer de regio in de toekomst méér ruimte wil zoeken dan in de huidige scenario’s al is meegenomen. Uit de aanvullende analyse die de provincie Utrecht en de RES gemeenten met uitzondering van Baarn in het kader van de aanvulling op PlanMER hebben opgesteld komen 8 potentieel kansrijke gebieden naar voren (paarse kansrijke gebieden – zie afbeelding 1 van hoofdstuk 3): ,
,
,
•
•
18Zie afbeelding 1
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
23
75 77 82 86 91 92 94 95 aangevuld met de gebieden de Wieken (Amersfoort) uitbreiding gebied 82 richting Isselt (Soest) en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn (Leusden). Deze gebieden worden gelijkelijk meegenomen in de scenario’s het verschil tussen de grijze nrs.
,
,
,
,
,
,
,
,
,
•
,
gebieden inclusief de aanvullende gebieden is dat de paarse gebieden en de drie aanvullende gebieden omwille van hun kansrijkheid dieper zijn geanalyseerd. Maximaal aansluitbare windturbines per aanvullend kansrijk gebied zijn gebaseerd op basis van de Bosch & Van Rijn analyse (inclusief de Wieken) 19 en quickscans voor het aanvullende gebied in Leusden Soest en Amersfoort 20 Voor zonprojecten wordt uitgegaan van mogelijkheden van in totaal van maximaal 100 MW verdeeld over kansrijke gebieden van 10 hectare zonder specifieke locaties met geïnstalleerd vermogen van 10 MW. Qua aansluiting wordt uitgegaan van een aansluitcapaciteit van 50% van de MWp (5 MWp) geïnstalleerd vermogen conform bepalingen van de laatste SDE subsidieregeling en zorgt voor een betere benutting van het net. en paarse
•
,
•
,
,
De scenario’s worden hieronder verder beschreven Hierbij zijn de volgende gebiedsverschillen per ,
scenario van belang: Scenario 1: Ruimtelijke inpasbaarheid leidend • Concentratie op 5 locaties in 3 gemeenten (gebieden 91 92 en 95 in Woudenberg De Wieken in Amersfoort en uitbreiding locatie 82 richting de Isselt in Soest) min. 7 – max. 16 turbines 100% wind 0% zon. • De drie kerngebieden in de Woudenberg/Leusden-zone (91 92 95) vormen de basis ; De Wieken en uitbreiding 82 zijn aanvullende locaties met extra ruimtelijke onzekerheden. • Aansluitpunten: Leusden 2 10 kV (gebieden 91 en 95) Soest 2 50 kV (gebied 92 en uitbreiding 82) en Soest 1 21 kV (De Wieken). ,
,
,
,
,
,
,
,
Scenario 2: Eerlijke verdeling • Grootste spreiding: 5 windlocaties en meerdere zonlocaties verdeeld over Soest Bunschoten Leusden Woudenberg en Baarn (uitsluitend zon). • Inclusief gebieden met grotere afstand tot onderstations: gebied 91 (circa 85 km) en 95 (circa 10 km) wat de netaansluitkosten verhoogt. • Alle betrokken gemeenten leveren een bijdrage terwijl Amersfoort en Eemnes voor de opvang van de planuitval nadrukkelijk worden ontzien. • In de meeste gemeenten wordt een combinatie van wind en zon ingezet zodat de opgave per gemeente met meerdere typen projecten kan worden ingevuld. ,
,
,
,
,
,
,
,
Scenario 3: Brede blik • Focus op 3 sterkste windgebieden (82 86 en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn) in combinatie met 10 zonlocaties. • Wind: concentratie op technisch en ruimtelijk beste locaties (min. 9 – max. 17 turbines). Zon: spreiding over 4 gemeenten (Soest Bunschoten Leusden Woudenberg) 50 MW 625 • GWh/jr. • Verhouding: circa 67% wind en 33% zon in jaarlijkse opwek ; totaal 020–039 TWh/jr. ,
,
,
,
,
,
,
,
,
Scenario 4: Maximaal benutten • Concentratie op 3 locaties (gebied 77 Eemnes gebied 82 Soest en Noordzijde A28 afrit 5 Maarn Leusden) min. 14 – max. 26 turbines 100% wind geen zon. • Maximale benutting van opwekpotentie: 225–453 GWh/jr wat de planuitval ruimschoots dekt. ,
,
,
,
,
19Bosch & van Rijn , Opwekpotentie RES Amersfoort d. d. 27 februari 2026 20Arcadis – memo quickscan windernergie gemeente Soest Soest d. d. 05-02-2026
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
24
• •
Soest levert de grootste bijdrage (6–12 turbines in gebied 82) gevolgd door Eemnes (4–7 turbines in gebied 77) en Leusden (4–7 turbines op Noordzijde A28 afrit 5 Maarn). Overige gemeenten leveren in dit scenario geen directe bijdrage aan de opvang van de ,
planuitval. De verschillende scenario’s laten zien welke keuzemogelijkheden de regio heeft
ook welke terugkerende spanningsvelden steeds opnieuw opspelen: ruimtelijke kwaliteit netcapaciteit bestuurlijke verdeling en tempo van realisatie. maar
,
,
4. 2
Scenario 1: Ruimtelijke inpasbaarheid leidend
4. 2. 1
Waarom dit scenario 1?
,
Dit scenario gaat uit van opwek binnen de paarse gebieden en aanvullende gebieden waar realisatie het meest kansrijk is vanuit ruimtelijke inpasbaarheid. Het scenario is gebaseerd op de potentieel kansrijke paarse gebieden (zoals aangewezen in de gezamenlijke analyse provincie-gemeenten) en de aanvullende gebieden. TABEL 9 VERDELING WINDTURBINES SCENARIO 1
Gebied
Gemeente
Aansluitpunt
Afstand (km)
91
Leusden 2 10 kV
8. 5
92
Woudenberg/Utrechtse Heuvelrug Woudenberg/Leusden
Soest 2 50 kV
10
95
Woudenberg
Leusden 2 10 kV
10
De Wieken
Amersfoort
(Amersfoort) Uitbereiding locatie 82 richting de Isselt
Aantal turbines Min 1 –
Opwekpotentie (GWh/jr) 21
4 Min 2max 3 Min 1max 2 Min 2 max 4 Min 1 max 3
0-60
max
Soest 1 21 kV
Leusden
4-5 15 ,
Soest 2 50 kV
25-45 0-30 30-60 21-63
(Soest)
Totaal
Min 7 – max
4. 2. 2
76- 258
16
Kenmerkende verdeling gebieden scenario 1 •
Wind: concentratie op 5 locaties in 3 gemeenten (minimaal 7 maximaal 16 turbines 100% wind 0% zon). Gemeenten: wind in Woudenberg (gebieden 91 92 en 95) Amersfoort (De Wieken) en Soest (uitbreiding locatie 82 richting de Isselt). Aansluitpunten: Leusden 2 10 kV (gebieden 91 en 95) Soest 2 50 kV (gebied 92 en uitbreiding 82) en Soest 1 21 kV (De Wieken) ,
,
• •
4. 2. 3
,
,
,
Onderbouwing scenario 1
Scenario 1 richt zich uitsluitend op wind (100% wind 0% zon). Dit scenario veronderstelt dat de planuitval primair met windenergie wordt opgevangen conform het streven om de 50/50-verhouding zon-wind in de RES te behouden en de bestaande zonopgave niet verder te belasten met aanvullende zonprojecten voor de opvang van de planuitval. ,
,
21 Uitgaande van
15 GWh/j
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
25
Geen zonnevelden in dit scenario. De focus ligt op kwalitatief optimale windlocaties. De aanvullende locaties De Wieken en de uitbreiding van locatie 82 richting de Isselt hebben extra ruimtelijke en beleidsmatige onzekerheden. Maatwerk is nodig voor geluid en veiligheid normen bij De Wieken NNN- en grondeigenaarsvraagstukken spelen ook bij de uitbreiding van locatie 82. Mocht een van deze locaties wegvallen dan bieden de drie gebieden in de zuidelijke Woudenberg/Leusden-zone (91 92 en 95) samen nog steeds een opwekpotentie van circa 25–160 GWh/jaar wat het overgrote deel van de ,
,
,
,
planuitval dekt. Ruimtelijke toelichting scenario 1: keuze voor kansrijke locaties In dit scenario is bewust gekozen voor de paarse zoekgebieden en drie aanvullende locaties omdat deze na planMER en nadere regionale analyse ruimtelijk als relatief geschikt naar voren komen in vergelijking met andere zoekgebieden. Hier is gekeken naar de combinatie van landschap bestaande infrastructuur cultuurhistorische waarden en ecologie: zones waar wind kan aansluiten bij infrastructuurassen bestaande energieclusters of minder kwetsbare landschappen scoren hoger dan bijvoorbeeld delen van het open weidevogellandschap of de meest kwetsbare delen van de Grebbelinie waar de ruimtelijke en ecologische impact van turbines veel ingrijpender zou zijn. Daarmee zegt dit scenario niet dat de Grebbelinie of weidevogelgebieden minder belangrijk zijn maar dat op deze geselecteerde locaties de balans tussen opwek bescherming van kernkwaliteiten en uitlegbaarheid richting omgeving het meest kansrijk wordt geacht ,
,
,
,
,
,
,
,
,
4. 2. 4
Netaansluitbaarheid scenario 1
De uitbreiding van locatie 82 heeft met 15 km de kortste afstand tot het meest logische aansluitpunt (Soest 2 50 kV) en heeft daarmee de technisch gunstigste uitgangspositie. De Wieken sluit aan op Soest 1 21 kV op 4–5 km afstand wat als acceptabel wordt beschouwd. De gebieden 91 92 en 95 hebben grotere afstanden tot hun aansluitpunten (85–10 km) wat hogere kabelkosten met zich meebrengt en de businesscase onder druk kan zetten. De spreiding over drie verschillende stations Leusden 2 10 kV Soest 2 50 kV en Soest 1 21 kV voorkomt overbelasting van één enkel station en past binnen de bandbreedtes die Stedin voor 2030 als technisch haalbaar inschat. ,
,
,
,
,
,
,
4. 2. 5
,
Argumenten vóór dit scenario 1
Ruimtelijke inpasbaarheid als uitgangspunt • Het scenario maakt een selectie op basis van ruimtelijke kwaliteit (PlanMER en aanvullende analyses) en technische haalbaarheid • De drie kerngebieden 91 92 en 95 zijn door vanuit het PlanMER proces aangemerkt als potentieel kansrijk. • Landschappelijke inpasbaarheid is relatief goed: uitbreiding 82 sluit aan bij de geplande turbines bij De Isselt wat de effecten op landschap en cultuurhistorie beter uitlegbaar maakt. ,
,
Concentratie op beperkt aantal locaties • Vijf locaties in drie gemeenten (Woudenberg Amersfoort Soest) leidt tot een overzichtelijk projectportfolio. • Eenvoudigere coördinatie met initiatiefnemers omwonenden en andere stakeholders doordat het aantal betrokken partijen beperkt blijft. ,
,
,
Efficiënte netinzet • Spreiding over drie verschillende aansluitpunten — Leusden 2 10 kV Soest 2 50 kV en Soest 1 21 kV voorkomt overbelasting van één enkel station en past binnen de bandbreedtes die Stedin voor 2030 en 2035 als technisch haalbaar inschat. ,
OVERDRACHTSDOCUMENT PLANUITVAL RES-AMERSFOORT
26
•
De uitbreiding van locatie 82 heeft met 15 km de kortste afstand tot Soest 2 50 kV en heeft daarmee de technisch gunstigste uitgangspositie van alle locaties in dit scenario ; De Wieken op 4–5 km van Soest 1 21 kV is eveneens gunstig. ,
Robuustheid door reservecapaciteit De bovengrens van 16 turbines biedt reservecapaciteit: mocht één locatie wegvallen door • bezwaren vergunningsproblemen of grondeigenaarsweigeringen dan kunnen de overige locaties de planuitval nog steeds grotendeels opvangen. De drie kerngebieden 91 92 en 95 bieden samen al een opwekpotentie van circa 25–135 • GWh/jr wat het overgrote deel van de planuitval dekt zonder de aanvullende locaties. Het scenario sluit aan bij het principe van regionale regie behouden: de regio benut de • potentieel kansrijke gebieden zoals gezamenlijk aangewezen in de analyse met provincie en ,
,
,
,
gemeenten. 4. 2. 6
Argumenten tegen dit scenario 1
Ongelijke verdeling over gemeenten • Woudenberg Soest en Amersfoort leveren in dit scenario de volledige extra windbijdrage terwijl gemeenten als Baarn Eemnes Leusden en Bunschoten buiten beeld blijven. De concentratie van turbines in Woudenberg (gebieden 91 92 én 95) legt een relatief zware • last bij één gemeente. De gebieden 91 92 en 95 liggen op 85–10 km van hun meest logische aansluitpunten- de • categorie " minder gunstig " volgens de Stedin netimpactanalyse. Dit leidt tot hogere kabelkosten meer uitvoeringsrisico en een lastigere businesscase wat de kans op initiatiefnemers verkleint. Een slechtere businesscase vergroot de kans dat projecten niet tijdig voor 2030 gerealiseerd • worden. ,