CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

5. Kadernota 2026-2029.pdf

Gemeenteraad 10 juli 2025, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 17: Kadernota 2026-202919.408 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

2026 2027 2028 -750.184 -683.719 -942.915 -300.000 -797.000 -1.169.000 -1.050.184 -1.480.719 -2.111.915 665.000 1.316.000 1.933.000 -385.184 -164.719 -178.915

2029 -537.915 -1.391.000 -1.928.915 1.933.000 4.085

Zoals uit de tabel blijkt, blijft er sprake van een tekort in de jaren 2026 tot en met 2028. We verwijzen in dit verband naar het onderdeel ‘VNG-advies en sluitende begroting in 2029’ aan het einde van dit hoofdstuk waar nadere toelichting hierop wordt gegeven.

Ontwikkelingen, wensen en ambities Het college kiest er bewust voor om, ondanks financiële druk, te blijven investeren in voorzieningen die bijdragen aan de leefbaarheid, sociale samenhang en toekomstbestendigheid van Woudenberg, maar vooral ook omdat het juist in een kerntakendiscussie belangrijk is naar de lange termijn te kijken, en daarom nu toekomstige investeringen in beeld te brengen. Daarbij wordt een balans gezocht tussen noodzakelijke investeringen, beheersbaarheid van de lasten en het behoud van een gezonde financiële positie.

Kadernota 2026-2029

26

Onder de belangrijkste ontwikkelingen vallen onder andere de herijking van het gemeentefonds, stijgende bouw- en onderhoudskosten en toenemende maatschappelijke opgaven. Ambities, zoals de ontwikkeling van het Cultuurhuis en de renovatie van sporthallen, vragen om zorgvuldige financiële afwegingen. Binnen dit kader formuleert het college ook wensen, zoals investeringen in sportvoorzieningen en de uitbreiding van sociaal-maatschappelijke capaciteit. Ontwikkelingen, Ambities & Wensen Herijking gemeentefonds Toevoeging reserve sportpark De Grift (stijging investeringen door inflatie) Toevoeging reserve onderhoud gebouwen (nieuwe MJOP's) IHP Onderwijs (renovatie tlv gemeente?) Totaal Ontwikkelingen:

2026 0 -50.000 -50.000 0 -100.000

2027 -222.000 -50.000 -50.000 -150.000 -472.000

2028 2029 -444.000 -666.000 -50.000 -50.000 -50.000 -50.000 -300.000 -300.000 -844.000 -1.066.000

Ambities: Pand cultuurhuis Dekking kapitaallasten cultuurhuis reserve OZB verhogende maatregelen wegens pand cultuurhuis Kosten beheer cultuurhuis (personeel) Renovatie sporthallen Totaal Ambities

0 0 0 -50.000 0 -50.000

0 0 0 -50.000 -100.000 -150.000

-147.009 65.569 81.440 -50.000 -100.000 -150.000

Wensen: Sporthal (tijdelijke hal) Sportvelden (vervanging natuurgrasveld naar kunstgrasveld) Subsidie CDKS, extra FTE Totaal Wensen Totaal ontwikkelingen, ambities & wensen

-60.000 0 -90.000 -150.000 -300.000

-60.000 -60.000 -60.000 -25.000 -25.000 -25.000 -90.000 -90.000 -90.000 -175.000 -175.000 -175.000 -797.000 -1.169.000 -1.391.000

-147.009 65.569 81.440 -50.000 -100.000 -150.000

Ontwikkelingen Herijking gemeentefonds De herijking van het Gemeentefonds blijft een bron van zorg en onzekerheid. Hoewel er op termijn meer duidelijkheid wordt verwacht over de herverdeling, zal dit naar verwachting nadelig uitpakken voor de gemeente Woudenberg. Op basis van de huidige informatie is Woudenberg tot 2031 een nadeelgemeente, met uiteindelijk een structureel tekort van €115 per inwoner. Afgelopen februari is door de minister van BZK een brief naar de Tweede Kamer gestuurd waarin is aangegeven dat de ingroei van het herverdeeleffect vanaf 2027 stapsgewijs wordt vervolgd, met een maximum van €15 per inwoner per jaar. Er is inmiddels al €37,50 per inwoner verwerkt in de algemene uitkering. Wij conformeren ons in het financiële beeld aan deze vervolgstappen. Dit is ook in overeenstemming met de lijn van de provinciale toezichthouder. Toevoeging reserve sportpark De Grift (stijging investeringen door inflatie) Ten behoeve van een nieuwe gebruiksovereenkomst met de Stichting Beheer Sportpark de Grift (ingaande 2026) wordt op dit moment door een extern bureau een nulmeting gedaan. Het extern bureau stelt voor de gemeente een onderhoudsplan op met indicatieve kostenramingen voor het onderhoud en de vervangingsinvesteringen voor de komende jaren van het Sportpark. Afgelopen jaar is veld 6 van het Sportpark gerenoveerd en dit jaar volgt veld 5.

Op basis van het bestek en de offertes van beide velden is te zien dat de vervangingsinvesteringen veel hoger uitvallen dan in het huidige onderhoudsplan (2021-2025) was voorzien. Er is sprake van een stijging van 60%. Door de loon- en prijsstijgingen van de afgelopen jaren en de hogere kosten van materialen zullen de toekomstige vervangingsinvesteringen hoger uitvallen dan is meegenomen in de reserve Sportpark De Grift. De hoogte van de huidige reserve Sportpark De Grift is gebaseerd op het onderhoudsplan 2021-2025 met als prijspeil 2021. De verwachting is dat het nieuwe onderhoudsplan zal laten zien dat de reserve Sportpark De Grift verhoogd moet worden. De stand van de reserve Sportpark De Grift bedraagt per 1 januari 2025 € 242.000. Op dit moment wordt Kadernota 2026-2029

27

jaarlijks een bedrag van € 56.473 toegevoegd aan de reserve Sportpark De Grift en we gaan voorlopig ervan uit dat de jaarlijkse toevoeging met maximaal € 50.000 stijgt. Toevoeging reserve onderhoud gebouwen (nieuwe MJOP's) Recent zijn door een extern bureau de meerjarenonderhoudsplannen (MJOP’s) van de gemeentelijke gebouwen opgesteld. Intern wordt op dit moment inzichtelijk gemaakt welk bedrag nodig is voor groot onderhoud aan de gebouwen voor de komende 5 jaar en de komende 10 jaar. De hoogte van de reserve onderhoud gebouwen is op dit moment € 597.000. De huidige reserve onderhoud gebouwen is gebaseerd op de MJOP’s van 2015. Door de hoge inflatie van de afgelopen paar jaar zijn de onderhoudskosten enorm gestegen. Om het groot onderhoud voor de komende jaren te kunnen bekostigen zal de reserve onderhoud gebouwen flink verhoogd moeten worden. Nu wordt jaarlijks een bedrag van € 50.000 toegevoegd aan de reserve onderhoud gebouwen. Op dit moment wordt nog doorgerekend hoeveel incidenteel en structureel nodig is om het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen voor de komende tien jaar te kunnen bekostigen. Via resultaatbestemming jaarrekening 2024 zal het college aan de raad vragen eenmalig een bedrag toe te voegen aan de reserve onderhoud gebouwen. Daarnaast wordt voorgesteld € 50.000 extra structureel toe te voegen aan de reserve onderhoud gebouwen.

IHP Onderwijs (renovatie tlv gemeente) In 2020 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting gemeente Woudenberg (IHP) vastgesteld. Bij de vaststelling van het IHP is besloten om het financieel risico op te nemen dat onze gemeente loopt bij de mogelijke beslissing van het Rijk om renovatie die de levensduur van een schoolgebouw verlengt onder de verantwoordelijk van de gemeente te laten vallen. Hiertoe is op dit moment een wetsvoorstel in voorbereiding. Als het wetsvoorstel is bekrachtigd, zullen de structurele lasten in de toekomst met minimaal € 149.000 toenemen. Het is overigens nog onduidelijk of gemeenten daarin gecompenseerd worden door het Rijk. Het bedrag van € 149.000 is reeds een aantal jaren als risico in de begroting opgenomen. Dit bedrag is gebaseerd op renovatiekosten met prijspeil 2020. Gezien de stijging van bouwkosten (verwerkt in de normvergoedingen van de VNG) in de afgelopen paar jaar is de verwachting dat de structurele lasten zullen stijgen naar € 300.000. Voor 2027 wordt 50 % van dit bedrag ingeboekt en vanaf 2028 wordt de volledige € 300.000 ingeboekt. De eerste schoolgebouwen waarvoor deze nieuwe verantwoordelijkheid gevolgen zal hebben, zijn naar verwachting Kindcentrum Koningin Juliana en de Griftschool.

Ambities Pand Cultuurhuis verbouwing (Dekking kapitaallasten Cultuurhuis reserve & OZB verhogende maatregelen wegens pand Cultuurhuis) De verbouwing van het pand van het Cultuurhuis ad. € 3,2 miljoen brengt jaarlijkse kapitaallasten met zich mee van € 147.009. Deze extra lasten worden deels gedekt door de nog te vormen reserve dekking kapitaallasten Cultuurhuis (€ 65.569 per jaar) en deels via een extra OZB-verhoging van 2,39 % (€ 81.440 per jaar). De OZB-verhoging van 2,39 % komt bovenop de € 450.000 OZB-verhoging die wordt voorgesteld bij de voorgelegde maatregelen. De nieuwe reserve kapitaallasten wordt gevormd door een uitname uit de Algemene Reserve. Kosten beheer Cultuurhuis (personeel) Naast de verbouwingskosten brengt het beheer van het Cultuurhuis ook structurele kosten met zich mee, met name op het gebied van personeel en facilitaire ondersteuning. Voor de jaren 2024 (deels) en 2025 is daar € 50.000 beschikbaar voor gesteld door de raad. De extra lasten van € 50.000 voor

Kadernota 2026-2029

28

de jaren 2026 en verder dienen zijn nu verwerkt in het financieel beeld voor de komende jaren. Vanwege de nog lopende evaluatie over het beheer is deze investering opgenomen als ambitie. Renovatie sporthallen Een andere belangrijk ambitie betreft de noodzakelijke renovatie van sportcomplex De Camp. Een deel van dit complex is in 2029 veertig jaar oud. De gemeente heeft in het onderzoek inzake de sportaccommodaties, dat gelijktijdig met deze kadernota ter besluitvorming aan u voorligt, een eerste beeld geschetst van de technische en financiële mogelijkheden voor een renovatie, waarmee de sportaccommodaties weer jaren mee kunnen en voldoen aan de eisen van deze tijd. Bij renovatie van sportcomplex De Camp (gedeeltelijk) zal aan de gemeente een bijdrage gevraagd worden. Daarbij kan gedacht worden aan een eenmalige bijdrage en/of een structurele bijdrage aan Stichting ABC. Kijkend naar de toekomst is het bovendien verstandig om jaarlijks te gaan sparen om de voorzieningen op peil te kunnen houden. Daarom wordt structureel een bedrag van € 100.000 ingeboekt vanaf 2027.

Wensen Sporthal (tijdelijke hal) Door toenemende druk op de bestaande sportaccommodaties en de geplande renovatie van de sporthallen is de behoefte aan een tijdelijke sporthal naar voren gebracht. De kosten van deze tijdelijke voorziening zijn opgenomen in het hiervoor genoemde onderzoeksrapport inzake de sportaccommodaties. Door de toenemende druk op de bestaande sportaccommodaties en de groei van het aantal inwoners van Woudenberg is de behoefte aan een tijdelijke sporthal naar voren gebracht. Op basis van ervaringscijfers van Stichting ABC wordt er voorlopig vanuit gegaan dat de extra lasten voor de gemeente jaarlijks c.a. € 60.000 zullen bedragen om een kostendekkende exploitatie voor de tijdelijke sporthal te realiseren. Sportvelden (vervanging natuurgrasveld naar kunstgrasveld) Vanuit de sportverenigingen is de wens geuit om een natuurgrasveld te vervangen door een kunstgrasveld. Dit sluit aan bij de behoefte aan intensiever en duurzamer gebruik van sportvelden, mede gezien de toenemende sportdeelname. De investering vraagt om eenmalige dekking, maar draagt bij aan efficiënt ruimtegebruik en lagere onderhoudskosten op lange termijn. De investering van een kunstgrasveld bedraagt ca. € 800.000. De extra lasten voor de gemeente wordt geschat op structureel € 25.000 per jaar.

Hierbij wordt rekening gehouden dat een deel van de extra lasten wordt doorberekend aan de sportverenigingen. Subsidie CDKS, extra FTE Coöperatie De Kleine Schans speelt een belangrijke rol in het bevorderen van sociaal-culturele activiteiten binnen de gemeente. Vanwege toenemende vraag en verbreding van het takenpakket is de wens geuit om de subsidie structureel uit te breiden ten behoeve van een extra fte (jaarlijkse kosten € 90.000). Hiermee kan CDKS haar rol als maatschappelijke partner versterken en beter inspelen op lokale behoeften. We willen deze wens honoreren gelet op de zorgen over de maatregelen in het Sociaal Domein en de impact daarvan op de wachtlijsten.

Voorgelegde maatregelen Zoals hiervoor beschreven heeft het college bij het opstellen van het voorstelde pakket aan maatregelen de uitkomsten van het participatieproces betrokken bij haar besluitvorming. De dilemma’s waarover de verschillende gremia met elkaar in gesprek zijn geweest vormden het inhoudelijke kader voor het maken van keuzes binnen de kerntakendiscussie. Het doel hiervan was het voeren van een waardegedrevengesprek om richting te geven aan de bezuinigingsopgave en tegelijkertijd recht te doen aan de waarden en prioriteiten die leven in de samenleving.

Kadernota 2026-2029

29

De maatregelen die nu voorliggen, zijn geen losse ingrepen maar het resultaat van een zorgvuldige weging tussen maatschappelijke meerwaarde, financiële haalbaarheid en bestuurlijke verantwoordelijkheid. De dilemma’s zijn als volgt:       

Dilemma 1: Een levendig en goed onderhouden dorp vs. gelijkblijvende belastingen. Dilemma 2: Schaarste in zorg gelijk verdelen vs. kiezen voor kwetsbare doelgroepen. Dilemma 3: Ruimte voor wensen en ambities vs. focus op bestaande taken. Dilemma 4: Een levendig dorp vs. een goed onderhouden dorp. Dilemma 5: Digitale en collectieve hulp vs. fysieke en individuele ondersteuning. Dilemma 6: Nabije en toegankelijke gemeente vs. vergroten van zelfredzaamheid. Dilemma 7: Preventie vs. behoud van huidige toegang tot zorg.

De maatregelen zijn in het licht van deze dilemma’s tot stand gekomen. Het college heeft geprobeerd recht te doen aan de diverse perspectieven van de diverse gremia. Sommige keuzes zijn moeilijk omdat de potentiële impact voor inwoners groot is of kan. De inzet is evenwel gericht op het behouden van een leefbare, zorgzame en financieel gezonde gemeente – ook op de lange termijn. Titel maatregel

Bedragmax

Stelpost vrijval BTW- compensatiefonds Kostendekkendheid leges OZB verhogen: stijging tarief Toeristenbelasting verhogen: Schatkistbankieren Gemeentehuis op vrijdag sluiten Abonnementen versoberen/ verminderen Onvoorzien wegen verlagen Vervallen kapitaalslasten nieuwe fietsverbinding en speelvoorzieningen Beëindigen toevoeging reserve IBOR Dividend uitkering ROVA naar algemene middelen Geen aanvulling reserve Omgevingsvisie/ omgevingsplan Bijstelling van het budget onafhankelijke clientondersteuning Geen ambulante begeleiding J eugd meer door zorgaanbieder Meer inzetten op collectieve voorzieningen (J eugd) Beperken toegang jeugdzorg Besparing door transformatie jeugdzorg Strengere toegang huishoudelijke hulp Ambulante begeleiding door Sociaal Team Subsidies SWO stopzetten of afschalen We werken met opstapplaatsen, zodat het taxivervoer in het dorp minder km. hoeft af te leggen Procesverbetering aanvraag leerlingenvervoer / Langere beschikkingen leerlingenvervoer en ouders geld geven om vervoer zelf te regelen Onderbesteding Openbare Ruimte Niet meer monitoren van het vegen van de goten door extern bureau

191.000 50.000 450.000 45.000 50.000 78.000 10.000 20.000 19.000 35.000 50.000 40.000 15.000 200.000 100.000 69.000 57.000 200.000 35.000 17.000

Totaal

1.933.000

32.000

Dilemma Financieel beleid Dilemma 1 & 3 Dilemma 1 & 3 Dilemma 1 & 3 Financieel beleid Dilemma 6 Dilemma 6 Dilemma 4 Dilemma 4 Dilemma 4 Dilemma 1 & 3 Dilemma 4 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6 Dilemma 2,5 & 6

10.000

Dilemma 2,5 & 6 150.000 Dilemma 4 10.000 Dilemma 4

Financieel beleid (niet gekoppeld aan een dilemma) Binnen de technische mogelijkheden die passen binnen het financieel beleid zijn twee maatregelen geïdentificeerd: het vrijvallen van de stelpost BTW-compensatiefonds en het structureel opnemen van rente-inkomsten uit schatkistbankieren. Gezamenlijk leveren deze maatregelen een structurele besparing op van € 241.000. Versterken inzet op preventie (dilemma 7)

Kadernota 2026-2029

30

In het dilemma inzet op preventie of geïndiceerde zorg is een duidelijke voorkeur gegeven aan gerichte preventie. Het college kiest daarom voor continuering van de inzet op preventie. We verwachten hierdoor de geïndiceerde zorg te kunnen beperken c.q. beheersen, zonder dat we hiervoor een besparing inboeken. Kiezen voor specifieke doelgroepen in het sociaal domein, meer inzet vrijwilligers en collectief aanbod en vergroten van de zelfredzaamheid (dilemma 2, 5 en 6) Vanuit het dilemma van het gelijk verdelen van de schaarste in de zorg versus het kiezen voor specifieke doelgroepen in het sociaal domein was de rode draad: focus op inwoners die het hardst nodig hebben. Als keuzes gemaakt moeten worden gaat het naar jeugdzorg maar kleine nuancen zijn nodig in de doelgroep. Ook was er een duidelijke rode draad bij het inzetten van collectief aanbod en vrijwilligers en het vergroten van de zelfredzaamheid. Vanuit deze visie kiest het college voor een aantal meer generieke en gerichte maatregelen op de geïndiceerde zorg waarmee ingrepen in beleid voor kwetsbare doelgroepen vermeden worden.

Het gaat om het meer inzetten op collectieve voorzieningen, het niet meer inzetten van ambulante begeleiding vanuit een zorgaanbieder maar inzet vanuit Coöperatie De Kleine Schans en het beperken van de toegang tot gespecialiseerde jeugdzorg als problemen elders liggen dan in de jeugdzorg (bijvoorbeeld bij echtscheidingsproblematiek, relatieproblematiek of GGZ-problematiek). We verwachten met de transformatiedoelen en afspraken die met MetMaya zijn gemaakt verder te kunnen besparen op de geïndiceerde zorg en we verscherpen de toegang op de huishoudelijke hulp door een aantal maatregelen. Bij de inzet van de Senioren Welzijnsorganisatie (SWO) kiest het college voor het vragen van een kostendekkende eigen bijdrage door deelnemers. Tot slot is in deze categorie een maatregel opgenomen om de organisatie en werkwijze van het leerlingenvervoer te verbeteren door o.a. te gaan werken met opstapplaatsen bij scholen. Dit totaalpakket levert een besparing van € 735.000. Een goed onderhouden en levendig dorp (dilemma 4) De discussie over een levendig of goed onderhouden dorp leverde een gemiddelde uitkomst op. Op beide werden mogelijkheden gezien. Per saldo werd iets meer waarde gehecht aan een levendig dorp dan aan een goed onderhouden dorp. Daardoor is meer gekeken naar maatregelen ten aanzien van de openbare ruimte.

Vanuit de realisatiecijfers van de achterliggende jaren op het onderhoud van de openbare ruimte zien we mogelijkheden voor het scherper begroten op diverse posten van wegen en groen. Het gaat dan bijvoorbeeld om gereserveerde kapitaallasten die niet meer nodig zijn omdat de investering al in de begroting staat. Daarnaast gaat dit om budgetten voor verkeersmaatregelen, onderhoud wegen, openbare verlichting, onderhoud groen, gladheidsbestrijding en energiekosten. De monitoring van het vegen van de goten door een extern bureau zal worden gestopt. Dit alles levert een besparing van € 274.000 op. Dienstverlening en bedrijfsvoering (dilemma 6) We concentreren onze dienstverlening en bedrijfsvoering op vier dagen per week. Dit betekent dat vrijdag het gemeentehuis gesloten wordt voor zowel inwoners als personeel. Op vrijdag kan thuis gewerkt worden. Dit bespaart naar verwachting € 78.000. Daarnaast reduceren we de kosten van abonnementen en lectuur. Dit levert een aanvullende besparing van € 10.000 op. Inkomsten verhogen (dilemma 1 en 3) De bespreking van het dilemma ambities verkleinen versus bezuinigen op bestaande taken én het dilemma over bezuinigen versus belastingverhoging heeft een uitkomst in de midden van deze schalen opgeleverd. De rode draad hierop was: er is niet aan te ontkomen dat we iets met OZB doen, maar we willen deze gericht inzetten voor aantal specifieke doelen.

Om deze reden kiest het college voor een gerichte verhoging die gekoppeld is aan het in stand houden van en het investeren in concrete voorzieningen: onderwijshuisvesting, de beheerdersfunctie van het Cultuurhuis en de sportaccommodaties. Dit vormt een ‘mandje van Kadernota 2026-2029

31

investeringen’ van € 535.000. Daar tegenover zetten we daarom voor een groot deel een OZBverhoging (c.a. 85 % van de investeringen). Als onze inwoners een verhoging van de belastingen krijgen is het wenselijk dat toeristen hierin volgen. Daarom stellen we voor bij de toeristenbelasting een even grote stijging door te voeren. Dit geeft een aanvullende opbrengst van € 45.000. Daarnaast wordt scherper gekeken naar het in rekening brengen van kostendekkende tarieven voor (bouw)leges. Dit leidt tot het eerlijker verdelen van de kosten over degenen die daar ook daadwerkelijk profijt van hebben c.q. diensten van de gemeente afnemen. Hiervoor wordt € 50.000 ingeboekt. Tot slot wordt het dividend van ROVA (€ 50.000) op in de algemene middelen in plaats van in de berekening van de afvalstoffenhefing.

VNG-advies en sluitende begroting in 2029 De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) bracht medio mei 2025 een begrotingsadvies uit over de omgang met de structurele tekorten en onzekerheden in het gemeentefonds, met nadruk op de jeugdzorg. Het advies bevat vijf begrotingsadviezen. Hieronder lichten we toe hoe deze adviezen verwerkt zijn in deze kadernota: 1. 2026 en 2027: probeer de begroting sluitend te maken, maar geef de effecten van de kortingen transparant weer Dit advies wijkt af van de eis van de toezichthouder dat de meerjarenbegroting in het eerste (2026) of het laatste jaar (2029) sluitend moet zijn. Het college stelt voor om, in afwijking van het advies van de VNG, te richten op een sluitende begroting in 2029. Deze keuze is gebaseerd op meerdere overwegingen:  Positieve resultaten in voorgaande jaren In de periode 2022–2025 zijn er positieve jaarresultaten geboekt, mede door de efficiënte en doelmatige opvang van Oekraïense vluchtelingen. Conform eerdere kennisgeving van de provincie wordt de opvang van Oekraïense vluchtelingen vooralsnog financieel neutraal in de begroting verwerkt. Om 2026 sluitend te krijgen zullen maatregelen uit het pakket naar voren moeten worden gehaald. Indien de opvang van Oekraïense vluchtelingen daadwerkelijk doorloopt is de verwachting dat met deze middelen wederom een positief sluitende jaarrekening gepresenteerd kan worden.

In dit licht acht het college het onwenselijk om al in 2026 ingrijpende en mogelijk pijnlijke maatregelen te nemen die later mogelijk niet nodig blijken te zijn.  Onzekerheden rondom jeugdzorg Het Rijk werkt aan hervormingen binnen de jeugdzorg, onder meer op basis van de aanbevelingen van de commissie Van Ark. De exacte uitwerking en financiële consequenties hiervan zijn echter nog niet duidelijk. Het college vindt het belangrijk om deze ontwikkelingen eerst af te wachten. Zodoende wordt dit zekerheidshalve nu niet meegenomen. Waarbij uiteraard nauwgezet gevolgd wordt wat het Rijk besluit op dit dossier.  Tijd voor implementatie van maatregelen Diverse voorgestelde maatregelen vragen voorbereidingstijd en kunnen niet allemaal per 2026 gerealiseerd worden. Daarom heeft het de voorkeur om maatregelen die nog niet zijn ingeboekt in 2026 wel beleidsmatig voor te bereiden, maar nog geen onomkeerbare stappen te zetten. 2. Middelen terugwerkende kracht: benut het nog te verwachten incidentele geld voor compensatie 2023 en 2024 om gaten in 2026 en 2027 te dichten of in te zetten in het stelstel Het voorstel is om het incidentele geld dat mogelijk beschikbaar komt voor compensatie over de jaren 2023 en 2024 te benutten om tekorten in 2026 en 2027 op te vangen of in te zetten binnen het jeugdzorgstelsel.

Eventuele tekorten in die jaren kunnen dan gedekt worden uit de algemene reserve, die naar verwachting wordt aangevuld met deze

Kadernota 2026-2029

32

incidentele middelen. Op deze wijze wordt invulling gegeven aan het begrotingsadvies van de VNG. 3. 2028 en 2029: breng baten en lasten jeugdhulp in balans met stelpost Van Ark waarbij er een realistische raming is gemaakt van de lasten voor jeugdhulp Er is een aantal aanvullende maatregelen met betrekking tot de jeugdhulp gepresenteerd in de Voorjaarsnota van het rijk, waaronder het invoeren van een eigen bijdrage en het sturen op de trajectduur. De toezichthouders hebben aangegeven dat zij toestaan dat gemeenten deze maatregelen budgetneutraal meenemen, bijvoorbeeld door middel van een stelpost (“besparing trajectduur” en “Inkomsten eigen bijdrage”). Het rijk is verantwoordelijk voor tijdige invoering van wet- en regelgeving. Bij uitstel of afstel van wet- en regelgeving geldt dat dit voor rekening en risico rijk is. Het college heeft dit begrotingsadvies opgevolgd en heeft, zoals beschreven in hoofdstuk 2 algemene dekkingsmiddelen, een stelpost opgenomen voor de “stelpost begrotingsadvies VNG’ 4. Voor 2028 en 2029 wordt een stelpost opgenomen die is gebaseerd op de historische groei van de jeugdzorgkosten.

Tegelijkertijd worden de baten verhoogd met een stelpost getiteld “Deskundigencommissie Van Ark 2027”, Het college acht het niet realistisch om, gezien de huidige onzekerheden op jeugdzorg met significante stijgingen van de kosten, een betrouwbare raming te baseren op historische groei. Daarom is ervoor gekozen om op dit moment geen stelpost op te nemen voor de inschatting van de kosten van jeugdzorg waartegenover opbrengsten zouden staan in 2028 en 2029. Onze toezichthouder de provincie Utrecht heeft, in de lijn van het college, aangegeven dat zij niet akkoord gaan met het opnemen van stelposten die gebaseerd zijn op de historische groei. Hieronder de maatregelen verdeling per jaar: Titel maatregel

2026

2027

2028

2029

Stelpost vrijval BTW- compensatiefonds Kostendekkendheid leges OZB verhogen: stijging tarief Toeristenbelasting verhogen: Schatkistbankieren Gemeentehuis op vrijdag sluiten Abonnementen versoberen/ verminderen Onvoorzien wegen verlagen Vervallen kapitaalslasten nieuwe fietsverbinding en speelvoorzieningen Beëindigen toevoeging reserve IBOR Dividend uitkering ROVA naar algemene middelen Geen aanvulling reserve Omgevingsvisie/ omgevingsplan Bijstelling van het budget onafhankelijke clientondersteuning Geen ambulante begeleiding J eugd meer door zorgaanbieder Meer inzetten op collectieve voorzieningen (J eugd) Beperken toegang jeugdzorg Besparing door transformatie jeugdzorg Strengere toegang huishoudelijke hulp Ambulante begeleiding door Sociaal Team Subsidies SWO stopzetten of afschalen We werken met opstapplaatsen, zodat het taxivervoer in het dorp minder km. hoeft af te leggen Procesverbetering aanvraag leerlingenvervoer / Langere beschikkingen leerlingenvervoer en ouders geld geven om vervoer zelf te regelen Onderbesteding Openbare Ruimte Niet meer monitoren van het vegen van de goten door extern bureau

191.000 50.000 78.000 10.000 20.000 19.000 35.000 40.000 15.000 57.000 -

191.000 50.000 225.000 22.500 50.000 78.000 10.000 20.000 19.000 35.000 50.000 40.000 15.000 100.000 50.000 57.000 100.000 35.000 8.500

191.000 50.000 450.000 45.000 50.000 78.000 10.000 20.000 19.000 35.000 50.000 40.000 15.000 200.000 100.000 69.000 57.000 200.000 35.000 17.000

191.000 50.000 450.000 45.000 50.000 78.000 10.000 20.000 19.000 35.000 50.000 40.000 15.000 200.000 100.000 69.000 57.000 200.000 35.000 17.000

-

-

32.000

32.000

150.000 -

150.000 10.000

10.000 150.000 10.000

10.000 150.000 10.000

Totaal

665.000

1.316.000

1.933.000

1.933.000

Verdeling per programma

Kadernota 2026-2029

33

Kerntakendiscussie (voorgelegde maatregelen) 1. Samenleving 2. Leefomgeving 4. Ruimte, wonen en ondernemen 5. Dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen Totaal

2026 72.000 224.000 40.000 88.000 241.000 665.000

2027 365.500 284.000 40.000 88.000 538.500 1.316.000

2028 735.000 284.000 40.000 88.000 786.000 1.933.000

2029 735.000 284.000 40.000 88.000 786.000 1.933.000

Hoofdstuk 4. Dashboard financiële gezondheid 2025 Woudenberg (totaal beeld 2024 t.o.v. 2023) Jaarlijks wordt bij de kadernota een actualisatie van het dashboard financiële gezondheid Woudenberg bijgevoegd. Dit naar aanleiding van de wens van de gemeente Woudenberg om de financiële gezondheid van de gemeente nu en in de toekomst in beeld te hebben en te houden. Bij de behandeling van de begroting 2024-2027 zijn via een memo bij vijf relevante indicatoren een target of streefwaarde vastgesteld. Via een jaarlijkse update wordt inzichtelijk gemaakt of bij deze vijf relevante indicatoren de vastgestelde target of streefwaarde is gehaald. De vijf relevante indicatoren zijn: 1. Eigen vermogen (per inwoner); 2. Weerstandsratio; 3. Actualiseren beheer- en investeringsplannen; 4. Investeringsquote (%); 5. Raming (herverdeling) gemeentefonds. De externe deskundige die het Woudenbergse dashboard heeft ontwikkeld, heeft dit voorjaar het dasboard geactualiseerd. In bijlage A bij deze kadernota treft u de geactualiseerde versie, te weten het dashboard financiële gezondheid 2025, aan. In dit dashboard is nog geen rekening gehouden met de cijfers uit het positieve jaarresultaat 2024. Bij het totaalbeeld en voor de vijf bovengenoemde indicatoren zijn in de bijlage voor een goed vergelijk zowel de actuele scores van 2024 als de scores van 2023 weergegeven.

Hierna wordt ten aanzien van bovengenoemde vijf indicatoren kort ingegaan op de verschillen ten opzichte van het dashboard 2024 (totaal beeld 2023). 1. Eigen vermogen (per inwoner)

streefwaarde met minimale ondergrens

€ 1.500 € 1.000

Het eigen vermogen per inwoner is een maat voor de buffer die de gemeente heeft voor het opvangen van tegenvallers en deze wordt berekend aan de hand van de stand van de reserves. In het uitgebrachte dashboard 2024 stond deze voor Woudenberg op € 1.059 per inwoner (cijfers jaarrekening 2022). Door de toevoeging van het jaarrekeningresultaat 2023 is de streefwaarde bijna bereikt. In het dashboard 2025 staat het eigen vermogen per inwoner voor 2023 namelijk op € 1.450. Dit is een forse stijging en procentueel een hogere stijging dan de stijgingen van het gemiddelde van Nederland en van de referentiegemeenten. Het gemiddelde eigen vermogen per inwoner berekend Kadernota 2026-2029

34

over het gemiddelde in Nederland is in het nieuwe dashboard namelijk gestegen van € 2.177 (cijfers 2022) naar € 2.242 (cijfers 2023). Bij de referentiegemeenten is een stijging zichtbaar van € 1.865 (cijfers 2022) naar € 1.882 (cijfers 2023). Hoewel Woudenberg nog niet in de buurt van deze gemiddelden komt, is Woudenberg door de forse toevoegingen aan de reserves wel dichter naar deze gemiddelden toegegroeid. Als bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 echter wederom een (forse) toevoeging aan de algemene reserves en/of bestemmingsreserves wordt gedaan, is het de verwachting dat het eigen vermogen per inwoner in 2024 de streefwaarde van 1.500 haalt. Gezien de kerntakendiscussie, de ontwikkelingen, wensen en ambities voor de komende jaren wordt het moeilijk de gerealiseerde streefwaarde van 1.500 in 2024 de komende periode vast te houden.

2. Weerstandsratio

absolute ondergrens van 4

De weerstandsratio betreft de omvang van de geïnventariseerde risico’s ten opzichte van de aanwezige reservecapaciteit. Daardoor wordt deze ratio door twee componenten beïnvloed, namelijk de aanwezige reservecapaciteit en de geïnventariseerde risico’s. De hiervoor onder “1. Eigen vermogen (per inwoner)” beschreven toevoegingen aan de algemene reserves vanuit het jaarrekeningresultaat 2023 heeft dan ook direct effect op het weerstandsratio. Waar de weerstandsratio in het dashboard 2024 voor 2024 op 3,43 was gesteld, is deze in het dasboard 2025 voor 2025 gestegen naar 4,31. Daarmee is de absolute ondergrens van 4 in 2025 gehaald. Indien vanuit het jaarrekeningresultaat 2024 bijvoorbeeld een (forse) toevoeging aan de algemene reserves gedaan wordt, is de kans groot dat het weerstandsratio verder stijgt dan 4,31 mits de geïnventariseerde risico’s niet stijgen. 3. Actualiseren beheer- en investeringsplannen

vanaf begroting 2026 is 80% < 5 jaar

Stapsgewijs worden, waar nodig, de beheer- en investeringsplannen geactualiseerd. De streefwaarde van 80 % van de beheer-en investeringsplannen vanaf de begroting 2026 geactualiseerd te hebben zal waarschijnlijk niet gehaald worden. Bij de begroting 2026-2029 zal aangegeven worden welke beheer- en investeringsplannen we in 2026 gaan actualiseren. Ook zal in deze begroting een classificering van financiële importantie worden gekoppeld aan de lopende beheer- en investeringsplannen waar deze van toepassing is. 4. Investeringsquote (%)

consequent en tijdig ramen

De investeringsquote is de indicator die de toename van de vaste activa op de balans de achterliggende vier jaar meet ten opzichte van de baten van de gemeente. Het is een indicator van de instandhouding van het voorzieningenniveau van de gemeente. Het dashboard 2025 laat ten aanzien van de investeringsquote een onveranderd beeld zien ten opzichte van de quote in het dasboard 2024. Met 0,18 voor 2023 blijft deze ruim onder de signaalwaarde van 1 en ruim onder het gemiddelde van Nederland (3,0) en van de referentiegemeenten (8,98). De afgelopen jaren zijn er weinig nieuwe investeringen gedaan. Vanaf 2024 zijn wel meer investeringen opgenomen. De verwachting is dat de investeringsquote van Woudenberg stijgt naar 3,27 in 2027. Dit is ten opzichte van de houdbaarheid van de begroting een gunstige ontwikkeling. 5. Raming (herverdeling) gemeentefonds

lobby en aandacht blijven vragen

De uitkomst van de herverdeling van het Gemeentefonds in 2022 laat zien dat de Gemeente Woudenberg € 115 per inwoner achteruit gaat. Er is een ingroeipad afgesproken tot 2025 dat Kadernota 2026-2029

35

maximeert op € 37,50 per inwoner. Dit ingroeipad is verwerkt. Het overige deel is verwerkt in de risicoparagraaf met 60% kans. Dit is financieel technisch conform de regels. Het risico vanaf 2027 (conform kamerbrief) en verder is verwerkt in het financieel beeld voor de kadernota 2026-2029 (inclusief cijfers kerntakendiscussie) en wordt meegenomen in het creëren van een sluitend perspectief. Daarmee is er sprake van een gezond uitgangspunt. Ten aanzien van de raming van het gemeentefonds biedt de voorjaarsnota 2025 van het Rijk verlichting voor de financiële situatie van gemeenten, maar lost deze de financiële problematiek niet structureel op. Het college zal samen met alle gemeenten en de VNG, zoals de afgelopen periode, een eenduidig en krachtig appel blijven doen op de landelijke politiek om op te komen voor de positie van gemeenten en de uitvoerbaarheid van hun wettelijke taken. Verder blijft de wethouder financiën actief betrokken bij de financiële kopgroep van de K80 om daar aandacht te blijven vragen voor de financiële situatie van kleine gemeenten. En om mede via deze kopgroep ook aangehaakt te blijven bij de lopende onderzoeken inzake de herverdeling van het gemeentefonds. Overige indicatoren Van alle indicatoren uit het dashboard valt er één in het bijzonder op. Dat is de indicator “Structurele exploitatieruimte”.

Deze indicator geeft aan of de begroting structureel en reëel in evenwicht is. Het gaat hierbij om het onderscheid tussen structurele en incidentele inkomsten en uitgaven. De structurele exploitatieruimte laat zien in hoeverre we structureel middelen beschikbaar hebben voor (noodzakelijke) beleidsinitiatieven. Voor 2024 heeft deze indicator een 8 en voor de jaren daarna een 4. De toegekende cijfers van 8 en 4 zijn gebaseerd op de begrotingsresultaten van de begroting 2025-2028. Begrotingsjaar 2025 heeft een positief resultaat van € 0,3 miljoen en de begrotingsjaren 2026-2028 hebben allen een negatief resultaat van € 0,5 miljoen tot € 0,9 miljoen.

Conclusie Alles overziend zijn door de forse toevoegingen aan de reserves vanuit het jaarrekeningresultaat 2023 zowel het eigen vermogen per inwoner als het weerstandsvermogen gestegen. De indicator van het eigen vermogen per inwoner haalt bijna de afgesproken streefwaarde van 1.500 en het weerstandsvermogen stijgt boven de afgesproken absolute ondergrens van 4. We halen het streefbedrag net niet en het is lastig om deze de komende jaren te behouden. Met de uitkomsten van de jaarrekening 2024 erbij verwachten we dan in ieder geval wel voor nu het streefbedrag te gaan halen. Gezien de kerntakendiscussie, de ontwikkelingen, wensen en ambities voor de komende jaren en een stijging van de geïnventariseerde risico’s wordt het moeilijk de afgesproken streefwaarde van 1.500 en de afgesproken absolute ondergrens van 4 de komende jaren vast te houden. Ten aanzien van het actualiseren van de beheer- en investeringsplannen en de investeringsquote wordt bij de begroting 2026-2029 een actualisatie opgenomen. Tot slot blijft het van belang om aandacht te blijven vragen voor de raming (herverdeling) van het gemeentefonds.

Kadernota 2026-2029

36

Hoofdstuk 5. Financiële positie (reserves/ weerstandsvermogen) Bij het beoordelen van de financiële positie van de gemeente spelen het weerstandsvermogen en de risico’s een belangrijke rol. In deze notitie komen de reservepositie en de risico’s aan de orde. Eerst geven we een beeld bij welke reserves en voorzieningen er per 1 januari 2025 een mutatie plaatsvindt als gevolg van de jaarrekening 2024 en reeds genomen raadsbesluiten, daarna komt de reservepositie (reserves beschikbaar voor algemene middelen) en het weerstandsvermogen van de gemeente aan de orde.

Reserves en voorzieningen De stand van de reserves en voorzieningen per 1 januari 2025 is als volgt (het resultaatbestemming 2024 ad. € 3,6 miljoen is nog niet in deze cijfers verwerkt):

Kadernota 2026-2029

37

Oud saldo

Mutaties

Mutaties

Nieuw saldo

01-01-2025

bij

af

01-01-2025

Algemene reserve

9.329.000

-

-

9.329.000

Algemene reserve grondbedrijf

2.835.000

-

-

2.835.000

Reserve overlopende kredieten

1.056.000

-

-

1.056.000

Reserve dorpsvoorzieningen

919.000

-

-

919.000

Reserve kapitaallasten Centrumplan fase 2

565.000

-

-

565.000

Reserve kapitaallasten cultuurhuis

113.000

-

-

113.000

Reserve speelvoorzieningen

152.000

-

-

152.000

Reserve wegen

701.000

-

-

701.000

Reserve civiele kunstwerken

246.000

-

-

246.000

Reserve opleidingskosten personeel

59.000

-

-

59.000

Reserve co-financiering

367.000

-

-

367.000

Reserve kapitaallasten machinepark

179.000

-

-

179.000

Reserve sociaal domein

677.000

-

-

677.000

Reserve huisvesting basisonderwijs

678.000

-

-

678.000

Reserve onderhoud gebouwen

597.000

-

-

597.000

Reserve IBOR

161.000

-

-

161.000

Reserve ICT

113.000

-

-

113.000

Reserve omgevingswet

272.000

-

-

272.000

Reserve omgevingsplan en visie

160.000

-

-

160.000

Reserve duurzaamheid

864.000

-

-

864.000

Reserve Sportpark De Grift

242.000

-

-

242.000

Reserve ontheemden

300.000

-

-

300.000

Voorziening pensioenregeling wethouders

1.324.000

-

-

1.324.000

Voorziening wachtgeld wethouders

66.000

-

-

66.000

Voorziening verlofdagen

449.000

-

-

449.000

Voorziening reparatie-uitkering WW

20.000

-

-

20.000

353.000

-

-

353.000

6.556.000

-

-

6.556.000

Voorziening egalisatie afvalstoffenheffi ng Voorziening egalisatie riolering Voorziening sociaal statuut

48.000

48.000

Voorziening afbouwregeling vergoeding oud papier

21.000

21.000

TOTAAL

29.422.000

-

-

29.422.000

Reserves Enkele reserves worden nader toegelicht: Algemene reserve Saldo per 1-1-2025: € 9.329.000 Met het oog op de continuïteit van de bedrijfsvoering is het wenselijk een robuuste algemene reserve aan te houden. De reserve dient als buffer voor het opvangen van risico’s en verplichtingen waar geen voorzieningen voor zijn gevormd en ter dekking van onverwachte tekorten op de jaarrekening. Het saldo van de algemene reserve bedraagt per 31 december 2024 € 9.329.000, zoals verwerkt in de jaarrekening 2024. Een eventuele toevoeging vanuit het resultaatbestemming 2024 ad. € 3,6 miljoen is nog niet in het saldo per 31 december 2024 verwerkt. Er zijn reeds verplichtingen Kadernota 2026-2029

38

aangegaan voor een bedrag van € 387.000 vanwege investeringskredieten die nog ten laste komen van de algemene reserve. Algemene reserve grondbedrijf Saldo per 1-1-2025: € 2.835.000 Deze reserve dient ter dekking van alle risico’s die de gemeente loopt ten aanzien van grondexploitaties. Ook afwaardering van gronden komt ten laste van deze reserve. De reserve wordt gevoed uit de resultaten van de lopende grondexploitaties. De raad heeft in april 2016 besloten de voordelige en nadelige exploitatieresultaten van de deelprojecten herontwikkeling Woudenberg-Oost te labelen in de algemene reserve grondbedrijf. Verderop in deze notitie wordt een meerjarig verloop van deze reserve in beeld gebracht. Het meerjarig verloop van deze reserve is uitgesplitst in een algemeen deel en een deel Woudenberg Oost. Reserve overlopende kredieten Saldo per 1-1-2025: € 1.056.000 Bij de vaststelling van de najaarsrapportage 2020 (raad december 2020) is besloten de reserve overlopende kredieten in te stellen. Het komt regelmatig voor dat incidentele budgetten/kredieten een doorlooptijd hebben van meer dan een jaar of door uitstel opnieuw aangevraagd worden via de gebruikelijke tussentijdse financiële rapportages.

Op dit moment hebben we nog verplichtingen in de algemene reserve betreffende restant investeringskredieten die een vertekend beeld geven van wat er nog in de algemene reserve beschikbaar is aan algemene middelen ter dekking van een begrotingstekort of ingeschatte risico’s. Daarom is besloten deze posten op te nemen in de nieuwe reserve overlopende kredieten. Investeringskredieten, die nog niet zijn afgerond en doorlopen naar een volgend jaar, worden voortaan verwerkt in de reserve overlopende kredieten. En voorbeeld hiervan is het krediet doorontwikkeling buitendienst en een verwachte aanpassing algemene uitkering onderdeel WOZ. Reserve ontheemden Saldo per 1-1-2025: € 300.000 De gemeente behaalt een positief resultaat op de opvang van Oekraïense vluchtelingen. Op dit moment worden ongeveer 270 plekken aangeboden. Dit gebeurt op meerdere gemeentelijke locaties. Omdat de opvang efficiënt georganiseer is, is de regeling van het Rijk ruim voldoende om de opvang te creëren. Waar sommige gemeenten hebben gekozen voor opvang in bijvoorbeeld hotels, zijn de locaties van de gemeente Woudenberg in eigen beheer. Inmiddels wordt voor elke locatie wel huur betaald. Een deel van het werk dat plaatsvindt voor de doelgroep (koken en vertalen) vindt plaats door Oekraïense vluchtelingen die de gemeente Woudenberg in dienst heeft.

Dit gaat om tijdelijke dienstverbanden, waarvan we weten dat we die ook alleen tijdelijk kunnen aanbieden. Dit is immers geen werk wat de gemeente blijvend zal uitvoeren. We voorzien vanwege de langdurige opvang, maar ook vanwege de mogelijke taakstelling uit de spreidingswet dat de gemeente kosten zal maken om ontheemden (Oekraïne en asiel) op te vangen. Met deze reserve kan een deel van die kosten worden opgevangen. Reserve dorpsvoorzieningen Saldo per 1-1-2025: € 919.000 Ter bestemming van het rekeningresultaten 2022 en 2023 is in totaal € 700.000 (2 x € 350.000) toegevoegd aan de reserve dorpsvoorzieningen. Vervolgens zijn bij de begroting 2024, de kadernota 2025 en de najaarsrapportage 2024 memo’s gevoegd met concrete bestedingen vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. Hierna volgt een overzicht met de stand van zaken en een aanvullend nieuw voorstel. Ten aanzien van een aantal bestedingen (te weten de voorstellen met *) heeft de raad reeds een besluit genomen om de betreffende middelen voor deze doelen beschikbaar te stellen vanuit de Kadernota 2026-2029

39

reserve dorpsvoorzieningen. Voor de overige bestedingen en de nieuw toegevoegde bestedingen is enkel sprake van een reservering vanuit de reserve en zullen voor de daadwerkelijke uitname aparte raadsvoorstellen aan uw raad worden voorgelegd. Onderwerp

Saldo reserve dorpsvoorzieningen 1 Compensatie stijgende energiekosten inwoners / garantstelling cultuur-en sportverenigingen 2 Openbare ruimte Dorpshart - incidentele maatregelen * 3 Dorpsrand * 4 Businesscase Cultuurhuis - krediet vervolgonderzoek * 5 Onderzoek toekomst sporten Woudenberg * 6 Toegangshek voormalige buitenplaats Groenewoude* 7 Onderzoek horeca 8 Subsidieaanvraag 't Schilt * 9 Monument stil geboren kind * 10 Actualiseren monumentenlijst * 11 Evaluatie verkeerscirculatie centrum * 12 Subsidieaanvraag Stichting Grebbelinie * Resterende ruimte

Inschatting ten Reeds Inschatting ten tijde van najaars- verantwoord in tijde van rapportage 2024 jaarrekening kadernota 2026 1.006.800 -100.000 -25.615 -50.000 -40.000 -65.000 -10.000 -150.000 -22.390 -50.000 -50.000 -40.000 403.795

-16.024 -31.256 -22.390 -18.120 -40.000 -127.790

919.000 -100.000 -9.591 -50.000 -8.744 -100.000 -18.250 -10.240 -150.000 0 -50.000 -31.880 0 390.295

+ = voordelig - = nadelig

1. Compensatie stijgende energiekosten inwoners / garantstelling cultuur-en sportverenigingen Door twee sportverenigingen is in 2024 een verzoek ingediend voor compensatie van stijgende energiekosten. Eén van de sportverenigingen heeft het verzoek ingetrokken en de andere sportvereniging dient nog te reageren op aanvullende vragen die door de gemeente zijn gesteld. De gemeente zal nog onderzoeken of een nieuwe aanvraag compensatie stijgende energiekosten voor cultuur- en sportverenigingen door de gemeente gefaciliteerd kan worden. Voorlopig blijft € 100.000 beschikbaar in de reserve dorpsvoorzieningen. 2. Openbare ruimte Dorpshart - incidentele maatregelen De kleine verbeteringen in het dorpshart zijn in 2024 en 2025 doorgevoerd. De werkelijke kosten bedragen € 25.615.

3. Dorpsrand Voor de ontwikkelingen in de zuidelijke dorpsrand is in september 2024 door de raad een krediet van € 50.000 beschikbaar gesteld. In 2025 worden de uitgaven ten laste van de reserve dorpsvoorzieningen gebracht. 4. Businesscase Cultuurhuis - krediet voor vervolgonderzoek In november 2023 heeft de raad het college de opdracht gegeven om ten aanzien van twee scenario’s uit het rapport “Scenariostudie Cultuurhuis Woudenberg” een financieel dekkingsplan op te laten stellen. Hiervoor heeft de raad eenmalig een bedrag van € 40.000 beschikbaar gesteld welke gefinancierd wordt vanuit de reserve dorpsvoorzieningen. De uitgaven voor 2024 zijn € 31.256. Voor uitgaven in 2025 is nog beschikbaar € 8.744.

Kadernota 2026-2029

40

5. Onderzoek toekomst sport in Woudenberg In juli 2024 is voor het onderzoek naar sport in Woudenberg door de raad een krediet beschikbaar gesteld van € 65.000. De uitname uit de reserve dorpsvoorzieningen vindt in dit kader in 2025 plaats. 6. Restauratie Hek Ridderhofstad Groenewoude In 2025 wordt het rijksmonument Hek Ridderhofstad Groenewoude gerestaureerd. De kosten voor de restauratie van het hek bedragen € 18.250. De restauratiekosten worden gedekt uit de reserve dorpsvoorzieningen. In de reserve dorpsvoorzieningen is € 10.000 gereserveerd voor de restauratie. Bij de laatste update over de reserve dorpsvoorzieningen (raad dec 2024) is reeds aangegeven dat de eerste inschatting van € 10.000 niet voldoende zal zijn. Binnen de reserve dorpsvoorzieningen is voldoende ruimte om de hogere kosten uit te dekken. 7. Onderzoek horeca Naar aanleiding van de Visie op de Retail, die wijst op de noodzaak van een beperkte uitbreiding van dag- en/of avondhoreca in het centrum, is er een onderzoek uitgevoerd naar de versterking van de horeca. Het onderzoek heeft een analyse gemaakt van de huidige horecasituatie en onderzocht of er marktruimte en behoefte is. De conclusie van dit onderzoek is dat er zeer beperkte uitbreidingsmogelijkheden zijn om vraag en aanbod in balans te houden.

Het is vooral belangrijk dat het centrum van Woudenberg een trekker heeft waardoor de horeca en detailhandel worden versterkt. In de voorjaarsrapportage 2025 wordt aan de raad voorgesteld het onderzoek naar de versterking van de horeca ad. € 10.240 te bekostigen uit de reserve dorpsvoorzieningen. 8. Subsidieaanvraag ’t Schilt In september 2024 is door de raad besloten om Tennisvereniging ’t Schilt een subsidie te verstrekken van € 150.000 als bijdrage voor het plaatsen van een padelhal. Deze subsidie wordt in 2025 verstrekt. 9. Monument stil geboren kind De gedenkboom als monument voor stil geboren kinderen is inmiddels onthult en daarmee is dit plan uitgevoerd en afgerond in 2024. 10.Actualiseren monumentenlijst Het bedrag van € 50.000 voor het actualiseren van de monumentenlijst is financieel verwerkt in de begroting 2025 ten laste van de reserve dorpsvoorzieningen. De uitgaven zullen vanaf 2025 worden gemaakt. 11.Evaluatie verkeerscirculatie centrum Bij de besluitvorming over de verkeerscirculatie van het centrum in 2016 heeft de gemeenteraad een bedrag van € 50.000 gereserveerd voor de uitvoering van een evaluatie. Dit bedrag zou ten laste komen van de reserve dorpsvoorzieningen. De uitvoering van deze evaluatie is op dit moment in volle gang. De uitgaven tot en met 2024 bedragen € 18.120 en komen ten laste van de reserve dorpsvoorzieningen.

Voor 2025 en verder blijft nog beschikbaar € 31.880. 12.Subsidieaanvraag Stichting Grebbelinie Stichting Grebbeline heeft een subsidieaanvraag ingediend voor het vervangen van een bestaande loopgraaf. Dit gaat om een subsidie van € 40.000 welke financieel is verwerkt in de najaarsrapportage 2024. De raad heeft besloten om de subsidie te financieren uit de reserve dorpsvoorzieningen. De subsidie is in 2024 verstrekt. Reserve duurzaamheid Saldo per 1-1-2025: € 864.000 Kadernota 2026-2029

41

Vanuit de jaarresultaten 2022 en 2023 is in totaal € 700.000 gestort in de reserve duurzaamheid. Op het gebied van duurzaamheid is de opgave groot. Het Rijk heeft zich gecommitteerd aan de afspraken uit het Parijs-akkoord, waar een stevige reductie van CO2 is afgesproken. De gemeente ontvangt ten aanzien van duurzaamheid gelden van het Rijk die op dit moment alleen ingezet kunnen worden voor het aannemen of inhuren van personeel. Uitvoeringskosten voor relevante projecten dienen bekostigd te worden uit de reserve duurzaamheid of de algemene middelen. Vooral de inzet op isolatieacties blijft de komende 10 jaar de basis. Gelijktijdig willen we inzet plegen op het gebied van de warmtetransitie en alternatieve warmtebronnen onderzoeken; gas als energiebron moet worden afgebouwd. Dit vraagt veel aandacht en geld. Daarnaast zal de focus de komende jaren liggen op het informeren en stimuleren van inwoners en het isoleren van woningen.

Tot en met 2030 verwacht het college de reserve duurzaamheid in te gaan zetten voor de volgende projecten: Raming2024-2030 Stand van de reserve Duurzaamheid per 1 jan: Ten laste van de reserve: Digitaal energieloket Gemeentelijke bijdrage SMP Energie in Woudenberg ZonOpWoudenberg EDC eigen bijdrage USET eigen bijdrage Aardgasvrije wijken Overige marketing/ communicatie materialen Overige projecten Opstellen verplichte warmteprogramma Voortzettingisolatieacties Onderzoek investeringalternatieve bronnen Verduurzamen bedrijven Investeringskrediet deelmobiliteit Circulaire economie

2025 863.506

2026 629.911

2027 503.493

2028 377.075

2029 262.380

2030 177.685

-5.732 -7.500 -15.000 -30.000 -10.000 -11.723 -10.000 -5.000

-2.195 -7.500 -15.000

-2.195 -7.500 -15.000

-2.195 -7.500 -15.000

-2.195 -7.500 -15.000

-2.195 -7.500 -15.000

-10.000 -11.723 -25.000 -5.000 -10.000

-10.000 -11.723 -25.000 -5.000 -10.000

-10.000

-10.000

-10.000

-25.000 -5.000 -10.000

-25.000 -5.000 -10.000

-25.000 -5.000 -10.000 -50.000

-30.000 -10.000

-30.000 -10.000

-10.000

-10.000

Stand van de reserve Duurzaamheid per 31 dec:

629.911

377.075

262.380

177.685

42.990

-50.000 -23.640

-10.000 -30.000

-50.000 -15.000

503.493

Voorzieningen Enkele voorzieningen worden nader toegelicht: Voorziening afbouwregeling vergoeding oud papier Saldo per 1-1-2025: € 21.000 Vanaf het 4e 2023 kwartaal wordt het oud papier niet meer opgehaald door verenigingen. De vergoeding die zij voor deze werkzaamheden ontvingen zijn gestopt. Als compensatie voor het opvangen van de minder inkomsten is een afbouwregeling overeengekomen. Tot en met 2026 zal er jaarlijks een vergoeding uitgekeerd worden. In 2023 is een voorziening voor het gehele bedrag gevormd. Voorziening verlofdagen Saldo per 1-1-2025: € 449.000 Via de jaarrekening 2022 is de voorziening verlofdagen gevormd. Vanaf 2022 dient de gemeente, conform de financiële regelgeving (BBV), de voorziening verlofsparen te hebben gevormd. Bij verlofsparen is er sprake van arbeidskosten gerelateerde verplichtingen die een niet voorspelbare opbouw hebben en daarmee ook een onvoorspelbare afbouw kennen. Hiervoor dient een voorziening te worden gevormd. De hoogte van de voorziening zal jaarlijks op nieuw berekend en afgestemd worden met de accountant. Kadernota 2026-2029

42

Reservepositie De gemeente Woudenberg heeft twee reserves die beschikbaar zijn voor algemene middelen, financiële tegenvallers en overige risico’s. Per 1 januari 2025 is de stand van deze reserves: Algemene reserve Algemene reserve grondbedrijf Totaal

€ 9.329.324 € 2.834.573 € 12.163.897

Tot en met 2029 verwachten we de volgende mutaties bij de algemene reserve: Saldo eind 2022

3.664.909

mutaties 2023: - toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2022

2.001.751

- toevoeging i.v.m. reservepositieverbetering 2023

1.000.000

- toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2022 en terugbetaling aan het rijk opvang Oekraïne

300.000

- aanwending i.v.m. kosten onderzoek businesscase Cultuurhuis

-65.000

- aanwending i.v.m. terugbetaling aan het rijk opvang Oekraïne 2022

-300.000

Saldo eind 2023

6.601.660

mutaties 2024: - toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2023

2.834.939

- aanwending i.v.m. kosten eenmalige afschrijving Parklaan 6-10

-82.500

- aanwending i.v.m. externe kosten kerntakendiscussie

-24.775

Saldo eind 2024

9.329.324

mutaties 2025: - toevoeging i.v.m. overschot jaarrekening 2024 - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2025

pm pm

- aanwending i.v.m. kosten inrichting en overdracht aankoop Parklaan 6-10

-30.000

- aanwending i.v.m. kosten aanschaf EHRM systeem

-20.000

- aanwending i.v.m. externe kosten kerntakendiscussie

-12.425

- aanwending i.v.m. kosten versneld afschrijven investering verkeersmaatregelen Europaweg/ Stationsweg

-325.000

Saldo eind 2025

8.941.899

mutaties 2026: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2026

pm

Saldo eind 2026

8.941.899

mutaties 2027: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2027

pm

Saldo eind 2027

8.941.899

mutaties 2028: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2028 - aanwending i.v.m. overheveling naar reserve kapitaallasten verbouwing Cultuurhuis

pm -1.211.385

Saldo eind 2028

7.730.514

mutaties 2029: - toevoeging/ aanwending i.v.m. geraamd overschot/ tekort begrotingsjaar 2029 Saldo eind 2029

pm 7.730.514

In bovenstaand overzicht is het geraamd overschot jaarrekening 2024 p.m. meegenomen. Inmiddels is bekend dat het jaarresultaat 2024 rond de € 3,6 miljoen voordelig zal bedragen. In dezelfde raadsvergadering, als waar besluitvorming plaatsvindt over deze kadernota, zal de raad een besluit nemen over de bestemming van het voordelig jaarresultaat 2024. De verwachting is dat een deel van het voordelig resultaat 2024 zal worden toegevoegd aan de algemene reserve. Per 1 januari 2025 bedraagt de algemene reserve € 9,3 miljoen en loopt deze iets terug naar € 8,9 miljoen eind 2025. Vanaf 2026 zal de algemene reserve waarschijnlijk dalen als gevolg van ingeschatte begrotingstekorten. Voorlopig zijn de begrotingsjaren 2026-2029 PM geraamd. Indien de raad een definitief positief besluit neemt over de verbouwing van het Cultuurhuis zal in 2028 € 1,2

Kadernota 2026-2029

43

miljoen uit de algemene reserve worden gehaald voor de nieuwe reserve kapitaallasten verbouwing Cultuurhuis.

Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is te omschrijven als ‘de mate waarin de gemeente Woudenberg in staat is middelen vrij te maken om incidentele financiële tegenvallers op te vangen, zonder dat dit ten koste gaat van het bestaande beleid inzake de gemeentelijke dienstverlening’. Het weerstandsvermogen is een graadmeter voor de robuustheid van de financiële positie van de gemeente. Het is immers niet wenselijk dat er direct moet worden bezuinigd en/of omgebogen indien zich onverwachte en substantiële tegenvallers voordoen. Om vast te kunnen stellen of het weerstandsvermogen voldoende is, worden de belangrijke risico’s geïnventariseerd en gerelateerd aan de middelen en mogelijkheden die de gemeente heeft om de financiële gevolgen van dergelijke niet begrote zaken te kunnen opvangen. Prioritering van risico’s vindt plaats aan de hand van een schaalindeling van de kans. De volgende schaalindeling wordt als leidraad gehanteerd. Schalen voor de inschatting van de kans:  Groot (= 60%) : waarschijnlijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is groot.  Gemiddeld (= 40%) : mogelijk, de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is gemiddeld.  Klein (= 20%) : de kans dat de gebeurtenis zich voordoet is klein. In Woudenberg hebben we 2 soorten risico’s, namelijk : programmarisico’s (structureel en incidenteel) en risico’s die voortvloeien uit de grondexploitatie.

In de volgende tabel staat een inschatting van de belangrijkste structurele risico’s voor 2026: Programmarisico’s Programma 1 - Samenleving Leerlingenvervoer Onderwijshuisvesting Sociaal domein uitgaven Totaal programma 1 - Samenleving Programma 2 - Leefomgeving Volksgezondheid/groen Totaal programma 2 - Leefomgeving Programma 5 - Dienstverlening Gemeenschappelijke regelingen Ontwikkelingen HRM Totaal programma 5 - Dienstverlening Algemene dekkingsmiddelen Algemene uitkering Herijking gemeentefonds (€ 115,00 – € 37,50 p/inw.) Totaal Algemene dekkingsmiddelen Overige kleinere risico’s

Totaal structurele risico's

Begroting 2026

Risico %

Omvang risico

Kans

Bedrag risico

676.000 149.000 12.000.000 12.825.000

10% 100% 10%

67.600 149.000 1.200.000 1.416.600

60% 60% 40%

40.560 89.400 480.000 609.960

P.M. 0

-

50.000 50.000

60%

30.000 30.000

2.800.000 7.500.000 10.300.000

5% 5%

140.000 375.000 515.000

60% 60%

84.000 225.000 309.000

24.996.000

2,5%

624.900

40%

249.960

1.147.000

100%

1.147.000

60%

688.200

-

1.771.900 200.000

20%

938.160 40.000

26.143.000

49.268.000

3.953.500

1.927.120

De incidentele programmarisico’s geven het volgende beeld te zien: Programmarisico’s - incidenteel

Begroting 2025

Programma 5 - Bestuur en dienstverlening Voorziening Wethouders-pensioenen Totaal programma 5 - Dienstverlening Loon- en prijsstijgingen

1.324.000 1.324.000 250.000

Totaal incidentele risico's

1.578.000

Kadernota 2026-2029

Risico % 10% 100%

Omvang risico 132.800 132.800 250.000

382.800

Kans

60% 60%

Bedrag risico 79.440 79.440 150.000

229.440

44

De risico’s op het gebied van de grondexploitaties zien er als volgt uit: Grondexploitatierisico’s

Risico

Nog te realiseren winst

Voorziening

Omvang risico

Kans

Bedrag risico

Bouwgronden in exploitatie 1. Hoevelaar fase 1 (8e herz)

41.653

182.500

0

0

40%

0

2. Hoevelaar fase 2 (1e herz)

159.180

278.151

0

0

40%

0

1. Overige gronden Laagerfseweg

1.600.000

20%

320.000

2. Overige gronden Parklaan 6-10

1.262.000

20%

252.400

700.000

60%

420.000

4.470.900

40%

1.788.300

Bouwgronden niet in exploitatie

3. Overige gronden Dorpsstraat 20-22 Bouwgronden nog niet in exploitatie 1. Hoevelaar fase 3

Totaal incidentele grondexploitatierisico's

200.833

460.651

0

8.032.900

2.780.700

Door de aankoop van de gronden Parklaan 6-10, de gronden Dorpsstraat 20-22 en de deelneming Hoevelaar fase 3 zijn de grondexploitatierisico’s gestegen van € 0,7 miljoen naar € 2,8 miljoen. In de algemene reserve grondbedrijf is exact € 2,8 miljoen beschikbaar om de grondexploitatierisico’s te kunnen dekken. In totaliteit zijn op dit moment de risico’s: Programmarisico’s (structureel) Programmarisico’s (incidenteel) Risico’s grondexploitaties Totaal

€ 1.927.120 € 229.440 € 2.780.700 € 4.937.260

Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente Woudenberg beschikt om niet-geraamde kosten die onverwachts en substantieel zijn (bijvoorbeeld in geval van een calamiteit) te dekken. Onderdelen van de weerstandscapaciteit zijn:  het vrije aanwendbare deel van de reserves;  de stille reserves;  post onvoorziene uitgaven;  onbenutte belastingcapaciteit;  vrije begrotingsruimte.

In de navolgende tabel is de weerstandscapaciteit voor Woudenberg berekend:

Kadernota 2026-2029

45

Weerstandscapaciteit Woudenberg Weerstandscapaciteit per 1-1-2025: - Algemene reserve

9.329.324

- Algemene reserve grondbedrijf

2.834.572

- Stille reserves

0

- Onvoorziene uitgaven

0

- Onbenutte belastingcapaciteit *

1.671.000

- Vrije begrotingsruimte

0

Totaal

13.834.896

* Onbenutte belastingcapaciteit: voor de maximale belastingtarieven wordt gebruik gemaakt van de normen voor het artikel 12-beleid. Dit betekent dat indien de gemeente Woudenberg niet meer in staat zou zijn om de structureel zich manifesterende risico’s binnen de exploitatie op te vangen de gemeente door het Rijk gewezen zou worden op de mogelijkheid om de OZB-tarieven te verhogen om zodoende meer structurele opbrengsten te realiseren. Dit noemt men het artikel 12-beleid.

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit Om te bepalen of het weerstandvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico’s en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en beschikbare weerstandcapaciteit. De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicoberekening voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen. Ratio weerstandsvermogen =

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/3259/documents/65083