4b. Einderapportage Toekomstverkenning O-gen 4-12-2020.pdf
Tekst van het document
Van Coöperatie O-gen naar Platforms Landelijke Gebied
IN OPDRACHT VAN WERKGROEP TOEKOMSTVERKENNING O -GEN EVELINE VAN WESTEROP HENK FOLKERTS ROWENA ACHTERKAMP
Eindrapportage 4 december 2020
Inhoud Deel 1: Organisatie en opdracht 1. 2. 3. 4.
Situatie en aanleiding Vraag aan Rijnconsult en gevolgde aanpak Projectorganisatie, deelnemers en bijeenkomsten Stappen en structuur rapportage
Deel 2: Onderzoek 5. 6. 7. 8.
Waar komen we vandaan Waar staan we nu (o.a. SWOT) Wat willen en kunnen we Mogelijke scenario’s voor O-GEN
Deel 3: Advies en vervolgstappen 9. Advies: Waar willen we naar toe 10. Toelichting op het advies 11. Vervolgstappen: Hoe komen we daar Bijlage
Deel 1: Organisatie en opdracht
1. 2. 3. 4.
Situatie en aanleiding Vraag aan Rijnconsult en gevolgde aanpak Projectorganisatie, deelnemers en bijeenkomsten Stappen en structuur rapportage
3
1. Situatie Gebiedscoöperatie O-gen is in 2014 opgericht en richt zich op de vitaliteit en kwaliteit van het landelijke gebied in de regio’s Amersfoort, Foodvalley, de Utrechtse Heuvelrug, de Kromme Rijnstreek en Noord-Veluwe. O-gen telt zo’n 275 leden: 30 publieke partners, 30-40 organisaties uit het maatschappelijke middenveld en verder zijn het instellingen, bedrijven en inwoners. In de loop van 2019 is de wijze van financiering vanuit de Provincie Utrecht voor O-gen aangepast. Begin 2020 is geconcludeerd dat het continueren van O-gen op eigen kracht mede daardoor niet langer haalbaar is. Voor de ledenorganisatie en andere betrokken partijen en stakeholders wordt nu gezocht naar een andere vorm van samenwerking. De leden willen nog steeds van betekenis zijn voor het buitengebied en willen daar in blijven ondernemen.
4
2. Vraag aan Rijnconsult en gevolgde aanpak Vraag Voer een verkenning uit naar eventuele nieuwe mogelijke vormen van samenwerking tussen leden, stakeholders en andere betrokkenen. Gevolgde aanpak
1
2
Exploreren Op de agenda
• • • •
Thema’s, inhoud en richting Leidende waarden en principes Draagvlak en wensen voor samenwerking Totaalplaat en SWOT
3
Op de agenda • •
•
juli – september 2020
Analyse & Ontwerp
Scenario’s ontwikkelen Ontwerp van een mogelijk samenwerkingsverband, incl. juridische constellaties en randvoorwaarden Governancemodel en besturing
sept – oktober 2020
Conclusies & Aanbevelingen Op de agenda
• • •
Hernieuwde positionering, strategie en rol Vaststellen benodigde middelen en capaciteit Eindrapportage
november 2020
5
3. Stappen en structuur rapportage Aanbevelingen voor het vervolg
Hoe komen we daar? 2021
Input vorige stappen Advies
Waar willen we naar toe? 2022
Mogelijke scenario’s
Waar komen we vandaan? 2018
Waar staan we nu? 2020 Enquête en interviews Ontwikkelingsfasen SWOT
Wat willen/kunnen we? Mogelijke thema’s Enquête en interviews Wensen dialoogsessie 18 sept
6
4. Projectorganisatie, deelnemers, bijeenkomsten Projectorganisatie
72
Gebiedscoöperatie O-gen Formeel Opdrachtgever
Gebiedsraad
Werkgroep Verkenning Toekomst Leden representatie Gedelegeerd Opdrachtgever
Ambtelijke begeleiding
Verdiepende interviews
Deelnemers Enquête
Klankbord Vast aanspreekpunt
11
respondenten, waarvan:
1. Ondernemer (29%) 2. Anders (25%) 3. Advies (14%) 4. Agrarische ondernemer (8%) 5. Gemeente (8%) 6. Recreatieve instantie (6%) 7. Onderwijs en/of onderzoeksinstelling (4%) 8. Culturele instantie (4%) 9. Belangenbehartiger (1%) 10. Waterschap (0%) 11. Provincie (0%)
verdiepende gesprekken met:
1.Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug 2. Provincie Utrecht 3. Gemeente Wageningen 4. Gemeente Ede 5. LTO GelderseVallei 6. Landbouwnetwerk Regio Foodvalley 7. Gemeente Bunnik 8. Gemeente Leusden 9. Regio Foodvalley– Regiodeals 10. Provincie Gelderland 11.VZ gebeidsraad
Afkomstig uit: 1.Regio Foodvalley (46%) 2.Utrechtse Heuvelrug (26%) 3.Kromme Rijnstreek (13%) 4.Regio Noord-Veluwe en Amersfoort (15%)
Rijnconsult
Verkenner
Timeline Bijeenkomsten
18 sept. Gebiedsraad Vaststellen SWOT
7 okt Werksessie scenario’s
Aanvullend onderzoek
28 okt Toetsen scenario’s en conceptrapportage bij
Gesprek provincie
9 november Opleveren eindadvies
December Besluitvorming in de Gebiedsraad (door werkgroep)
7
Deel 2: Onderzoek 5. 6. 7. 8.
Waar komen we vandaan Waar staan we nu (o.a. SWOT) Wat willen/kunnen we Mogelijke scenario’s voor O-GEN
8
5. Waar komen we vandaan? Organisatie
Werkorganisatie Directie en management Aantal leden:275; 30 publieke partners; 40 organisaties
Governance/bestuur
Coöperatie. Gebiedsraad als hoogste orgaan Audit commissie, renumeratiecommissie
Aandachtsvelden
Vitaliteit en kwaliteit van het landelijk gebied Veel thema’s
Positionering
Ontwikkeling en uitvoering van projecten
Werkgebied
Noord Veluwe, Regio Amersfoort, Food Valley, Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijn
Rol
Uitvoeringsorganisatie
Samenwerking
Samenwerking met andere organisaties/netwerken is beperkt 9
6. Waar staan we nu? SWOT* (1) Sterk (behouden)
Zwak (loslaten/verbeteren)
1. 2. 3. 4. 5.
1. 2. 3. 4. 5.
Verbinden Netwerkfunctie (bestuurlijk) Integrale oplossingen Ruimtelijke vraagstukken In bredere context plaatsen
Focus/ te breed werkgebied Inzicht in vraag/aanbod/synergie Gemeenschappelijkheid Te projectgericht (uitvoering) Gedragen missie/visie/strategie
Kans (op investeren)
Bedreiging (voorkomen)
1. 2. 3. 4. 5.
1. 2. 3. 4. 5.
Belangstelling voor landelijk gebied Natuur inclusieve landbouw Gesprekspartner voor o.a. provincie Samenwerking (bijv. Foodvalley, Stimuland) Lokaal voor lokaal / kringloop
Toegevoegde waarde niet onderkend Concurrerende initiatieven Onvoldoende mandaat/middelen Verschillend beleid van provincies Tegengestelde belangen
* Vanuit O-GEN gezien en gebaseerd op inventarisatie en prioriteitsstelling op bijeenkomst gebiedsraad 18 september 2020
6. Waar staan we nu? Ontwikkelingsfasen (2) Ontmantelen werkorganisatie
Ontwikkeling
Scenario 1
Scenario 2
Scenario 3
Scenario 4
Rechtmatigheidsdiscussie
Groei van gebiedscoöperatie O-gen in thema’s , projecten en werkgebied
SVGV
Fase I
Fase II
Fase III
Fase IV
Tijd
7. Wat willen/kunnen we? (1) Mogelijke thema’s • Landschap
• Klimaatadaptatie
• Cultuurhistorie
• Water
• Erfgoed
• Energietransitie
• Vrijkomende agrarische bebouwing
• Ruimte en/of grond gebruik • Stikstof
• Terreinbeheer
• Boerenland vogelbeheer
• Biodiversiteit • Natuurherstel
• Korte ketens
• Natuur inclusieve landbouw
• Kringlooplandbouw
• Toerisme en recreatie
• Agrarisch ondernemerschap
• Et cetera…
12
7. Wat willen/kunnen we? (2) Resultaten Enquête •
•
•
•
• •
Goed vertegenwoordigd onder de respondenten: Regio Foodvalley (46%), Utrechtse Heuvelrug (26%). Minder vertegenwoordigd: Kromme Rijnstreek, Regio Noord-Veluwe, Regio Amersfoort Contacten en netwerk (72%), samenwerking (57%) en kennis en inspiratie (46%) zijn de meest genoemde redenen voor lidmaatschap. Andere redenen: solidariteit met de streek of zorgen om de samenwerking tussen publiek en privaat. Draagvlak voor vervolgsamenwerking lijkt onder deze groep van respondenten aanwezig. ‘Unieke insteek, groot netwerk in de landbouw’. Maar, ook kritische geluiden. ‘Gebrek aan focus, wat is de toegevoegde waarde?’ Top-5 onderwerpen waarop men wil samenwerken: energietransitie (49%), landbouw (47%), landschap (44%, natuur- en terreinbeheer (43%), recreatie en toerisme (42%). Echter, sommigen geven aan dat de samenwerking integraal moet plaatsvinden. Bereidheid onder respondenten om tijd, kennis en contacten te investeren, sommigen geven aan geld te willen investeren. Onduidelijk is of dit voor projecten of voor de organisatie O-gen geldt.
13
7. Wat willen/kunnen we? (3) Resultaten Interviews • • • • •
• • • •
•
'Het is een sympathieke club. Dat het zo heeft moeten lopen is heel spijtig.' 'De laatste 2 jaar was O-gen weinig zichtbaar en lag de focus te veel op het overleven.’ ‘De toegevoegde waarde zat vooral in de uitvoeringsorganisatie (werkorganisatie)’ ‘O-gen bediende veel thema's, maar in hart en nieren is het een club van de landbouw.’ O-gen heeft onvoldoende de rol gepakt in de plan en visieontwikkeling rondom de transitieopgave voor het buitengebied ‘Het is een enorm werkgebied. De regionale (culturele) verschillen zijn groot.’ ‘Soms leek de oriëntatie meer op de Gelderse Vallei te liggen.' 'De organisatiegraad in onze regio is hoog. Het netwerk is sterk en ontwikkelt zich constant. O- gen moet daarin mee. Partijen vinden elkaar hoe dan ook. ’ 'Als de coöperatie met elkaar verder wil, moet het een goede visie en ambitie neerzetten. Alleen dan kan O-gen een goede gesprekspartner zijn. De legitimiteit moet uit de achterban komen.’ 'De kracht van O-gen is het verbinden. Het faciliteren van ongebruikelijke gesprekken in een veilige setting. En dat het een brug wist te slaan tussen beleid en uitvoering.’
14
7. Wat willen/kunnen we? (4) Dialoog Gebiedsraad* Vraag: Wat denken jullie dat en realistisch (haalbaar) scenario is? • • • •
Verder als netwerkorganisatie of Focussen op de uitvoering of Aansluiten bij andere initiatieven of Helemaal stoppen of …………..
Antwoord: Verder als Netwerkorganisatie: o Gericht op ontwikkelingen aanjagen o Duidelijk opdracht hebben, wil het slagen o Hieruit projecten laten ontstaan o Ontmoeten, hieruit kan iets ontstaan o Kansen ophalen Werkwijze: Lokaal organiseren, initiatief nemen, vertrouwen en verbinden, regierol oppakken. Ruimte is schaars, mogelijk werkgebied verkleinen naar enkele gemeenten, niet regeren vanuit torentje want dan mis je draagvlak en aansluiting op wat er lokaal speelt. * Werksessie met Dialoogmap tijdens bijeenkomst met Gebiedsraad op 18 september 2020
8. Mogelijke scenario’s (1). Opzet Op basis van de SWOT, de interviews, de enquête en de dialoogmap zijn een viertal scenario’s uitgewerkt.
Uit bovenstaande stappen kwamen twee onderwerpen die discussie opriepen: ‘we moeten minder breed werken met minder thema’s’ en ‘welke positionering is verstandig: doorgaan als uitvoeringsorganisatie of toch meer opereren als netwerkorganisatie’ Die twee zijn in een assenstelsel als uitersten genomen. Elk kwadrant wat daarbij ontstond is met enkele woorden beschreven en samengevat in één trefwoord. Daarna zijn per scenario de nadelen (rood) en voordelen (groen)beschreven.
In de volgende slide is dat weergegeven.
16
8. Mogelijke scenario’s: Uitwerking Verlies van veel leden Verlies van integrale blik/sterke punten Verlies van thema’s/risicovol (afh. 1 thema) Overzichtelijk en concreet
Uitvoeringsorganisatie
Te veel concurrentie met anderen Financiering lastig, Slaagkans klein Gepasseerd station, draagvlak laag
2 Uitvoering projecten, Veel thema’s, alle regio’s
1 Uitvoering projecten, Focus op 1 thema
‘Vechten’
‘Verminderen’
Breed
Smal 4 Anticiperen/agenderen/afstemmen Focus op 1 thema
3 Anticiperen/agenderen/afstemmen Deelregio's, Bottom up thema’s
‘Versmallen’ Verlies van veel leden Te afhankelijk van 1 thema Minder zichtbaar/kleine kritische massa Overzichtelijk en nauwelijks risico
‘Versterken’
Netwerkorganisatie
Lage kosten (kleine organisatie) Vraag/aanbod/synergie gericht Maatwerk per deelregio en thema Past in de geest van handelingskader (omgevingswet) 17
8. Mogelijke scenario’s (3). Discussie met stuurgroep* De voorkeur van de stuurgroep gaat uit naar scenario 3: Versterken. Daarbij worden wel een aantal vragen/aanvullingen/inkleuringen met elkaar gedeeld: • Situatie kan per deelregio verschillen; je zou bijna driedimensionaal plaatje willen; • Zou je aan anticiperen, agenderen, afstemmen niet ook ‘adviseren’ moeten toevoegen. Dan ben je duidelijker zichtbaar en wordt je meerwaarde beter ervaren; • Je moet wel publieke waarde van de samenwerking blijven benadrukken en er voor willen betalen; • O-gen heeft ook een duidelijke meerwaarde voor de provincies (o.a. in hun acteren naar de gemeenten). • In de positionering niet te veel nadruk op lobbyen; het gaat vooral om onafhankelijkheid, verbinden en vertrouwen. • In het landelijk gebied zijn boeren belangrijke gebruikers van de grond. Zorg dat die de toegevoegde waarde van O-gen zien en blijven meedoen. Er is ook even gesproken over de deel regio’s en de bottom up werkwijze: • Op zich belangrijk, maar kijk uit voor versnippering en bestuurlijke drukte. • Deel regio's zijn belangrijk gezien verschillen in cultuur, geografie etc. maar dat laat onverlet dat er ook een koepel nodig is om samenhang te bewaken. * d.d. 7 oktober 2010
18
Deel 3: Advies en vervolgstappen 9. Advies: Waar willen we naar toe 10. Toelichting op het advies 11. Vervolgstappen: Hoe komen we daar
19
9. Advies: Waar willen we naar toe?(1) Positionering Positionering Kies voor de functie van netwerkorganisatie: een gebiedsplatform per deelgebied. Gericht op het oplossen van maatschappelijke opgaven en een integrale aanpak (dus meerdere thema’s) per deelgebied. Profileer je niet als politiek orgaan of extra bestuurslaag. Deelgebieden: Regio Amersfoort, Foodvalley (Gelderse Vallei), Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijnstreek en Noord-Veluwe. Aansluiten bij het handelingskader (omgevingswet), beleid provincies en Evaluatie AVP (Aanbeveling 9 en 10). Sluit daar waar mogelijk aan bij bestaande netwerken en start iets nieuws daar waar deze nog niet zijn.
Platforms Landelijk Gebied (PLG) PLG Kromme Rijn PLG Utrechts Heuvelrug PLG Regio Amersfoort
PLG NoordVeluwe PLG Gelderse Vallei
Doel van de platforms Versterken van de vitaliteit en kwaliteit van het landelijke gebied. Centraal thema hierbij ruimte en grondgebruik (Landbouw, Landschap, Leefbaarheid). Rol Bouw de huidige uitvoeringsrol om in een sterk verbindende rol. Een plek waar ‘iedereen met elkaar aan tafel zit’. Benadruk de neutrale, onafhankelijke positie en zorg voor kennis van het deelgebied. Focus op anticiperen, agenderen, afstemmen en adviseren. Bepaal per deelgebied in welke mate een adviserende rol financierbaar is. Kies een nieuwe naam. Bijv. Platform Landelijk Gebied (PLG). Met deelgebied namen: Bijv.: PLG Kromme Rijn etc.
Strategie Kies voor een strategie die in ieder geval rust op de volgende pijlers: • Van ‘onderop’ werkwijze/initiatief: het begint bij bedrijven, burgers, bewoners, bestuur. • Een actieve betrokkenheid van de private sector. Zorgen voor beweging en dialoog • Kies voor maatwerk per deelgebied, sluit aan waar mogelijk bij bestaande netwerken in het deelgebied (bijvoorbeeld Heuvelrug Alliantie en Landbouwnetwerk FoodValley) • Bepaal vervolgens of en wat je samen op overkoepelend niveau wilt doen • Lange termijn focus en een stap voor stap ontwikkeling van initiatieven.
* AVP= Evaluatie Agenda Vitaal Platteland Utrecht
9. Advies: Waar willen we naar toe?(2) Organisatie & werkwijze per deelgebied* * Ter illustratie. Gebaseerd op positieve ervaringen bij andere platforms. Maar: ieder deelgebied ontwikkelt/kiest eigen aanpak.
Platform Landelijk Gebied • Netwerk van leden • Informatie-uitwisseling en co-creatie d.m.v. thematafels, netwerkbijeenkomsten, nieuwsbrieven, website, projecten
Organisatie Platform per deelgebied
Leden PLG Stuurgroep PLG Werkgroep
.
Coördinator
Gebiedsplatform stuurgroep per deelgebied: • Samenstelling: ca. 5 – 8 organisaties; bijv. gemeente(n), ondernemers, omgeving, ngo’s, provincie. Onderzoek en onderwijs evt. als agenda lid; • Functie: Bieden van bestuurlijk platform. Afstemmen visie, beleid en activiteiten. Faciliteren en aanjagen co-creatie. Mede organiseren van bijeenkomsten, informatie-uitwisseling; • Werkwijze: bijv.: 4 tot 5 keer per jaar bijeenkomst van 2 uur. Jaarlijks korte werkplannen. Monitoring activiteiten • Op agenda tijdens bijeenkomst: beleid, voortgang activiteiten, communicatie (eventueel) Werkgroep per deelgebied De stuurgroep kan overwegen een ondersteunende, ambtelijke werkgroep in te stellen (qua samenstelling bijv. een afspiegeling van de stuurgroep) voor inhoudelijke voorbereiding van activiteiten, projecten, thema’s, bijeenkomsten
Coördinator per deelgebied • Afkomstig van: extern of intern. Onafhankelijkheid. Ervaring met netwerksamenwerking. Verbindend. • Activiteiten: Ondersteunen stuurgroep. Coördinatie activiteiten. Voorbereiden, begeleiden stuurgroep bijeenkomsten (en evt. werkgroep bijeenkomsten) • Inzet: 1 dag per week exclusief advisering, 3 dagen per week inclusief advisering 21
9. Advies. Waar willen we naar toe? (3) Kostenraming
De out of pocket kosten voor bovenstaande werk organisatie hangen erg af van de keuze voor intensiteit van de werkzaamheden (wel/niet adviesrol) en de vraag of de coördinatoren/programma manager uit één van de eigen organisaties komt en gefinancierd wordt of dat externen worden ingehuurd. In onderstaande kostenraming zijn deze mogelijkheden uitgewerkt per deelgebied per jaar Coördinatie Intern Met of zonder advies
Coördinatie Extern Zonder advies (1 dag/week)
Coördinatie Extern Met advies (3 dagen/week)
Coördinatie: -
Coördinatie: 40 k
Coördinatie: 120 k
Communicatie: 10 k
Communicatie: 10 k
Communicatie: 10 k
Totaal: 10 k
Totaal: 50 k
Totaal: 130 k
9. Advies. Waar willen we naar toe? (4) Processtappen 1. Handhaaf (in eerste instantie) de huidige vijf deelgebieden. Sluit daar waar mogelijk aan bij andere bestaande netwerken, daar waar dit aanvullend/versterkend is. Redenen: het betreft verschillende landschappen die verschillen in grondgebruik, soort (boeren)bedrijven, oppervlakte, historie, betrokkenheid bedrijfsleven en cultuur. Bovendien gaven veel gesprekspartners aan dat het huidige werkgebied van O-gen wel erg groot is. 1. Organiseer per deelgebied een bijeenkomst (met ca. 4 tot 6 deelnemers vanuit publiek én privaat) Bepaal samen doel, ambitie, meerwaarde en inrichting van het afstemmingsplatform in het deelgebied. Kies 3 a 4 thema’s die van belang zijn. Ga na welke stakeholders nog ontbreken. Ga na of de gebiedsomvang nog aangepast moet worden (bijv. uitbreiding, inkrimping of samenvoeging). 2. Inventariseer per deelgebied de wenselijkheid van een mogelijk overkoepelend overleg (bijv. gezamenlijke thema’s, projecten, aanspreekpunt voor provincies, leren van elkaar). Een alternatief voor een vaste koepelorganisatie is het toepassen van een roulerende koepelfunctie door de verschillende deelgebieden. Eén van de deelgebied deelnemers fungeert dan indien nodig als juridische entiteit.
9. Advies. Waar willen we naar toe? (5). Succesfactoren
Kijkend naar het verleden en de voorgestelde nieuwe positionering, organisatie en werkwijze zijn de volgende punten (willekeurige volgorde) van belang: 1. Voorkom een te grote afhankelijkheid van 1 of 2 financiers; 2. Zorg voor een goede balans tussen - en inbreng van - publiek en privaat ofwel overheden (bestuur), ondernemers (bedrijven) en omwonenden (burgers); 3. De rol van netwerkorganisatie vraagt andere competenties en aansturing dan een uitvoeringsorganisatie. Borg en bewaak die nieuwe rol; 4. Bij een netwerkorganisatie doen anderen het werk en bij een uitvoeringsorganisatie doe je het werk zelf. Dus laat het netwerk het werk doen. Een netwerkorganisatie is op zichzelf leeg maar bestaat uit de optelsom van haar deelnemers; 5. Beperk bestuurlijk gedoe, het aantal vergaderingen en de lengte ervan. Het werk moet niet tijdens de vergaderingen gebeuren maar juist tussen de vergaderingen door. Dat vraagt eigenaarschap en verantwoordelijkheid nemen van de deelnemers; 6. Betrek de achterbannen van de deelnemers voldoende bij het netwerk en ‘ververs’ regelmatig personen. Dat houdt de continuïteit erin: Dus: regelmatig van kop wisselen.
9. Advies: Waar willen we naar toe? (6) Samengevat Uitgangspunt
Maatwerk per deelgebied, Gebiedsplatform voor co-creatie, aansluiten bij andere netwerken in het deelgebied indien dit versterkend is.
Domein
Vitaliteit en kwaliteit van het landelijk gebied
Rol
Netwerkorganisatie: anticiperen, agenderen, afstemmen en adviseren Projecten zoveel mogelijk elders bij deelnemers of anderen beleggen
Activiteiten
Per deelgebied: thema’s bepalen, projecten stimuleren, coördinator aanstellen, beleid afstemmen, communicatie en positionering verzorgen Evt. overkoepelend overleg: gezamenlijke speerpunten, overleg met provincies
Organisatie
Deelgebied: stuurgroep (evt. ondersteund door werkgroep) plus coördinator
Werkgebied
Deelgebieden vooralsnog: Noord Veluwe, Regio Amersfoort, Food Valley (Gelderse vallei), Utrechtse Heuvelrug, Kromme Rijn
10. Toelichting op advies (1) Verschillen Verschil tussen netwerkorganisatie en uitvoeringsorganisatie Kenmerk
Netwerk Organisatie (gebiedsplatform)
(Project)Uitvoeringsorganisatie
Rol
Afstemmen, agenderen, aanjagen
Uitvoeren
Kosten
Beperkt << 100k
Vaak groot >> 100k
Scope
Breed (meerdere thema's)
Smal (bepaald thema, project/programma
Risico (functioneel)
Geen
Beperkt
Tijdsframe
In principe permanente rol
Eenmalige rol (per project/programma)
Verschil gebiedsplatforms met: Economic Board
• •
Is veelal adviescommissie voor bepaald innovatieprogramma Veelal tijdelijk karakter
Regiodeal
• • •
Vooral actief voor uitvoering geselecteerd projectenprogramma Moet aansluiten op landelijke thema’s. Dus landelijke betrokkenheid. Ook regiodeal heeft vaak een beperkte, tijdelijke looptijd.
Regio Foodvalley
• • •
Geheel ‘publiek’ Bestuurlijke samenwerking, meer en formeler dan alleen afstemming Gaat over meer thema’s, namelijk ook over mobiliteit, economie, werkgelegenheid en wonen
Landbouwnetwerk Regio Foodvalley
•
Is ook afstemmingsplatform, structuur is nagenoeg gelijk (Landbouwoverleg / Delegatie / netwerkregisseur / themagroepen). Focus op het thema Landbouwtransitie en vitaal platteland. Minder gericht op versterking natuur & landschap en recreatie. Daar lijkt afstemming/samenwerking mogelijk.
•
10. Toelichting op advies (2) Legitimatie en meerwaarde van gebiedsplatforms*
Legitimatie: Waarom samenwerken in publiek – private gebiedsplatforms • Zelfde doel: versterken landelijk gebied • Zelfde belangen: werkgelegenheid, leefomgeving, ruimtelijke structuur, co – creatie, kennis • Afstemming van beleid (beperkt verkeerde beslissingen, dus toekomst vaste investeringen) • Aanspreekpunt voor - en gezamenlijke communicatie met - andere deelgebieden, provincies • Versnelling in besluitvorming: pro actieve afstemming, agendering en actie Meerwaarde gebiedsplatform • Stakeholders zitten dichtbij: mensen maken het gebied; • Onafhankelijk en neutraal. Het is vooral een plek van verbinding • Integrale aanpak en optimale aansluiting bij de kracht van de betreffende deelgebied/landschap; • Brengt kansen, knelpunten, actoren en geldstromen bij elkaar • Faciliteert en stimuleert innovatie en co-creatie • Vermindert overlegbijeenkomsten (veel 1 op 1 overleg wordt vervangen door gezamenlijk overleg)
* Door hun legitimatie en meerwaarde bieden publiek – private gebiedsplatforms een unieke basis voor het oplossen van de vraagstukken voor vandaag en morgen.
10. Toelichting op advies (3) Waarom vooralsnog huidige deelgebieden handhaven* Enkele punten die de deelgebieden gemeenschappelijk hebben: • Betrokkenheid en actief op hetzelfde domein: het buitengebied; • Behoefte aan kennis en innovatie • Behoefte aan afstemming van activiteiten, communicatie en beleid • Publiek – privaat moet zoveel mogelijk in balans zijn • Samenwerking en afstemming tussen stad en platteland • Enkele thema’s zoals ruimtedruk en energietransitie
Enkele accenten per deelgebied (grondgebruik, geografie, thema’s) Deelgebied
Accenten
Noord Veluwe
Relatief kleine agrarische bedrijven. Spanning tussen agri en natuur. Gebied is klein. Uitbreiding naar noorden (Oldebroek, Hattem) of zuiden (Renkum)?. Thema’s: Vrijkomen agrarische gebouwen, energie, natuur?
Regio Amersfoort
Veel melkvee. Steden (o.a. Amersfoort) willen groeien. Thema’s: ruimtedruk (Veluwe komt in de knel), schaalvergroting melkvee, verkaveling, recreatie?. Er bestaan raakvlakken met Food Valley. Samenvoegen of gebruik gemeenschappelijke voorzieningen is optie die kan worden besproken.
Food Valley (Gelderse Vallei)
Divers en groot gebied. Sterke kernen (Barneveld/pluimvee). Spanning stadsuitbreiding (Ede, Veenendaal) en natuur, landbouw. Thema’s: Stikstof, Natuur inclusieve landbouw?. Eventueel samengaan met Regio Amersfoort. In afstemming met Landbouwnetwerk.
Utrechtse Heuvelrug
Nationaal park geworden (in evaluatie). Landbouw (beperkt) langs de flanken. Publiek en particulier bos- en landschapsbeheer. Thema’s: recreatie, vrijkomende gebouwen, biomassa?
Kromme Rijn
Oud, zelfstandig gebied ook qua ligging en anders dan de Vallei. Melkvee, fruit. Thema’s: wateropgave (voor landbouw), energie, natuur en recreatie?
* Illustratief en indicatief bedoeld. Afkomstig uit gesprekken, bijeenkomsten en eigen waarnemingen.
Stappen op weg naar nieuwe situatie 1.
Vorm (bijv. uit de Gebiedsraad) een kleine (tijdelijke) werkgroep die de rapportage bespreekt met provincies Gelderland en Utrecht 2. Bespreek het aanbod met de provincies Gelderland en Utrecht: Platforms Landelijk Gebied per deelgebied, die bijdragen aan de opgave rondom het Vitale Platteland (zie ook evaluatie APV), inclusief de daaraan gekoppelde financieringsvraag voor de ontwikkeling van deze platforms (en/of de aansluiting hiervan bij bestaande netwerken in het deelgebied). Go no go: Neem een besluit over vervolgstappen Mogelijke vervolgstappen: 3. Zoek/benoem twee trekkers/aanspreekpunten per deelgebied (1 publiek, 1 privaat) 4. Regel tijdelijke ondersteuning. Twee opties: a) Externe begeleider voor alle deelgebieden voor 2,5 dag per week gedurende drie maanden. Kostenindicatie: 40 k (= 8 k per deelgebied) b) Maak per deelgebied een begeleider vrij uit (en op kosten van) één van deelnemende organisaties (bijv. gemeente) en laat die coachen door een externe adviseur met ervaring met clusterontwikkeling. Kostenindicatie: 20k (= 4 k per deelgebied) 5. Organiseer per deelgebied een bijeenkomst met stakeholders (zie ook slide 9.4) Go no go: Neem een besluit per deelgebied over definitieve inrichting platform, eventueel overkoepelend overleg ed. 6. Richt vervolgens de organisatie van de gebiedsplatforms in, inclusief beknopt werkplan 7.
Evalueer na een jaar de organisatie en resultaten van de gebiedsplatforms * AVP= Evaluatie Agenda Vitaal Platteland Utrecht
Bijlage
30
Bijlage: Invulling adviesrol (naast de coördinerende rol) Mogelijke activiteiten adviesrol • Gevraagd en ongevraagd advies geven over thema’s en projecten • Bezoeken van stakeholders in het gebied • Een actieve rol bij het ontwikkelen van projecten • Uitvoeren communicatie Adviesrol: wat is het wel
Adviesrol: wat is het niet
• Aanjagen/initiëren van projecten • Verbinden en uitleggen van posities • Adviesvragen inventariseren/doorverwijzen
• Uitvoeren van projecten • Lobby werk om iets te bewerkstelligen • Zelf advieswerk uitvoeren
Voordelen aanvullen coördinerende rol met adviesrol: • Efficiënt vanuit organisatie en aansturing. Je combineert coördinatie en advies • Versterkt de zichtbaarheid/nut van het platform voor de leden • Aantrekkelijk voor platformdeelnemers Nadelen aanvullen coördinerende rol met adviesrol: • Gevaar dat je weer opschuift richting Uitvoeringsorganisatie. En wellicht zijn er anderen die het advieswerk (bijv. op projectbasis) kunnen/willen doen. Als je dat zelf oppakt kan dit je onafhankelijkheid/neutraliteit aantasten. • Vraagt (min of meer vaste) extra financiële middelen van de leden 31