3. Procesvoorstel participatie Beleidskader v2.1.pdf
Tekst van het document
Procesvoorstel participatie Beleidskader Sociaal Domein 2026-2029
1
Inhoud Samenvatting ........................................................................................................................................ 4 Aanleiding.............................................................................................................................................. 5 Noodzaak nieuw beleidskader ......................................................................................................... 5 Aanpak participatie ............................................................................................................................. 6 Waarom participatie? ........................................................................................................................ 6 Waar participeren we over? .............................................................................................................. 6 Niveau van participatie...................................................................................................................... 7 Het participatievoorstel bouwt inhoudelijke kapstok verder uit:................................................... 7 Hoe gaan we participeren? ...............................................................................................................
7 Afbeelding 1: tijdlijn fasering ....................................................................................................... 10 Met wie participeren we? ................................................................................................................ 10 Participeren met maatschappelijke partners ............................................................................... 10 Aansluiten bij reguliere contactmomenten ................................................................................... 11 Participatie als start om tot beleidskader te komen ..................................................................... 11 Inhoudelijke uitgangspunten voor conceptbeleidskader ........................................................... 12 Uitgangspunten ................................................................................................................................ 12 •
Op basis van vertrouwen ................................................................................................... 12
•
Positieve Gezondheid ........................................................................................................ 12
•
Transformatie ..................................................................................................................... 13
Opzet beleidskader ......................................................................................................................... 13 Figuur 1.1 Opzet beleidskader .................................................................................................... 13 Inwoners hebben een actieve gezonde leefstijl ............................................................................ 14 Inwoner hebben de mogelijkheden om mee te doen en zich te ontwikkelen ............................ 14 Inwoners hoeven niet in armoede te leven .................................................................................... 15 Inwoners krijgen passende ondersteuning als dit nodig is .......................................................... 15 Bijlagen ................................................................................................................................................ 16 Bijlage 1: Borging richtlijnen en criteria Participatieverordening .............................................. 17 Bijlage 2: Planning Participatie ........................................................................................................ 19 Bijlage 4: Leden ALV CDKS ...............................................................................................................
22 Bijlage 5: relevante ontwikkelingen in het sociaal domein ........................................................ 23 Bijlage 6: Terugkoppeling inwonersavond Samen werken aan een gezond en weerbaar Woudenberg........................................................................................................................................ 26
2
Projectstructuur Opdrachtgever: Ambtelijk opdrachtgever: Projectleider: Opsteller: Startdatum: Einddatum:
H.J. Dekkker M. Meeuwenoord Procesregisseur sociaal domein B. Lankheet Januari 2026 Mei 2026
3
Samenvatting De gemeente Woudenberg werkt aan een nieuw beleidskader voor het sociaal domein voor de periode 2026–2029. Dit kader is gebaseerd op eerder ontwikkelde uitgangspunten en vier maatschappelijke doelen. Deze doelen zijn tot stand gekomen in samenspraak met inwoners en onze uitvoeringsorganisatie CDKS. In de huidige fase richt de participatie zich uitsluitend op het concretiseren en prioriteren van de maatschappelijke effecten die bij deze doelen horen. Het doel is om te komen tot een beleidsproduct dat richting geeft aan de inzet van de gemeente binnen het sociaal domein. Participatie is een essentieel onderdeel van dit proces. Enerzijds versterkt het de inhoudelijke kwaliteit van het beleidskader door praktijkervaringen en perspectieven van maatschappelijke partijen te integreren. Anderzijds helpt het bij het maken van keuzes, aangezien de beschikbare middelen in het sociaal domein beperkt zijn. Door deze partners te raadplegen over de relevantie en urgentie van effecten, ontstaat een gedragen prioritering die richting geeft aan het beleid én expliciteert welke effecten buiten de scope vallen. De participatie wordt vormgegeven in verschillende fasen. In een eerder stadium is samen met inwoners en Coöperatie De Kleine Schans een start gemaakt met de uitgangspunten en maatschappelijke doelen.
In februari 2026 starten we met het raadplegen van maatschappelijke partners met een conceptlijst van maatschappelijke effecten. Zij kunnen aanvullingen doen en aangeven welke effecten volgens hen het meest relevant zijn voor Woudenberg. Na het verwerken van hun input wordt ook het conceptbeleidskader voorgelegd ter toetsing op herkenbaarheid, uitvoerbaarheid en draagvlak. Deze fasen worden uitgevoerd via digitale consultatie en bestaande overlegstructuren. Er is bewust gekozen voor het participatieniveau raadplegen en niet voor samen maken of samen beslissen. Dit waarborgt een heldere rolverdeling: de gemeente is stelselverantwoordelijk en behoudt regie over het beleidsproces en uiteindelijke product. Raadpleging biedt ruimte voor betekenisvolle invloed, zonder onduidelijkheid over mandaat of verantwoordelijkheden. De participatie richt zich op maatschappelijke partners die direct bijdragen aan de uitvoering van het sociaal domein. Inwoners zijn eerder betrokken bij het formuleren van de maatschappelijke doelen en worden daarom niet opnieuw geraadpleegd. Via deze aanpak wordt recht gedaan aan de gemeentelijke participatieverordening en wordt gewerkt aan een beleidskader dat inhoudelijk sterk, uitvoerbaar en maatschappelijk gedragen is.
4
Aanleiding Noodzaak nieuw beleidskader Het sociaal domein in Woudenberg is volop in ontwikkeling. De behoeften van inwoners veranderen, nieuwe regionale samenwerkingsverbanden ontstaan en actuele maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen vragen om het vernieuwen van onze prioriteiten. Het huidige beleidskader voor het sociaal domein besloeg de periode 2019–2022 en is inmiddels verlopen. Sindsdien hebben zich op lokaal, regionaal en landelijk niveau diverse relevante ontwikkelingen voorgedaan, zoals: • De uitrol van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en het sportakkoord; • De start van het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA); • De hervormingsagenda en de taakgerichte inkoop en het partnerschap met MetMaya; • De kerntakendiscussie. In bijlage 5 bieden we een nadere uitwerking van relevante ontwikkelingen zowel in de afgelopen periode als in de nabije toekomst binnen het sociaal domein, waarop het beleidskader richting en ordening moet bieden. Daarnaast staan we niet stil in het sociaal domein. Ook de reguliere taken binnen het sociaal domein zijn doorgegaan en verder ontwikkeld. Deze dynamiek onderstreept de noodzaak voor een nieuw beleidskader waarin we onze visie actualiseren, lokale context verbinden aan regionale & landelijke ontwikkelingen, en richting geven aan toekomstige inzet.
5
Aanpak participatie Waarom participatie? Het basis beleidskader Sociaal Domein beschrijft onze uitgangspunten en de maatschappelijke doelen die we de komende periode willen nastreven. Deze worden aangevuld met maatschappelijke effecten. We realiseren deze maatschappelijke doelen niet alleen, maar samen met inwoners, mantelzorgers, vrijwilligers en maatschappelijke partners. Deze partners bieden waardevolle perspectieven die ons helpen het beleidskader beter aan te laten sluiten op de praktijk. Daarom betrekken we hen actief bij de totstandkoming van het nieuwe beleidskader. Met dit participatievoorstel zorgen we ervoor dat het beleidskader aangevuld wordt met: • Inzicht in praktijkervaringen: Wat zijn de prioriteiten vanuit het perspectief van onze maatschappelijke partners? Waar lopen zij tegenaan? • Versterking van de beleidskwaliteit: Door input op te halen uit verschillende handelingspraktijken, vergroten we de relevantie en uitvoerbaarheid van het beleid. Daarnaast: • Recht doen aan onze participatieverordening: Bij het voornemen tot beleidswijziging betrekken we onze maatschappelijke stakeholders in de voorbereiding, zoals vastgelegd in de gemeentelijke verordening.
Waar participeren we over? Op basis van de relevante ontwikkelingen in het sociaal domein (zie bijlage 5) werken we toe naar een set van maatschappelijke effecten die aansluiten bij onze vier maatschappelijke doelen: • Inwoners hebben een actieve gezonde leefstijl • Inwoner hebben de mogelijkheden om mee te doen en zich te ontwikkelen • Inwoners hoeven niet in armoede te leven • Inwoners krijgen passende ondersteuning als dit nodig is Met deze effecten maken we het mogelijk om de maatschappelijke doelen om te zetten in concrete effecten. Deze kunnen we vervolgens aan de hand van indicatoren meetbaar maken. We beantwoorden daarmee op elke doel de vraag: "Over vier jaar willen we deze maatschappelijke impact/dit effect realiseren op doel X." Participatie dient niet alleen ter verrijking van de inhoud, maar speelt ook een cruciale rol in het proces van prioritering. Gezien de beperkte middelen binnen het sociaal domein, zijn we genoodzaakt om scherpe keuzes te maken in de wijze waarop we kwetsbare inwoners ondersteunen. Door aan de hand van de input van maatschappelijke partners te bepalen welke effecten prioriteit krijgen, maken we expliciet welke doelen we in de komende beleidsperiode nastreven en welke effecten buiten de reikwijdte van het beleid vallen.
De geprioriteerde set met maatschappelijke effecten bepaalt voor de komende 4 jaar waar we onze capaciteit, energie en financiële middelen aan besteden en geeft daarmee dus ook aan welke onderwerpen we niet nastreven. Het raadplegen op deze afweging draagt bij aan transparantie, legitimiteit en doelgerichtheid in het sociaal beleid van Woudenberg.
6
Niveau van participatie De participatieverordening kent 3 verschillende niveaus van participatie: 1. Raadplegen 2. Samen maken 3. Samen beslissen We kiezen in dit participatievoorstel voor het eerste niveau: we gaan de verschillende partners in het sociaal domein raadplegen of zij inhoudelijke wijzigingen, toevoegingen, verwijderingen of prioritering adviseren op de maatschappelijke effecten. Door te raadplegen, en niet samen te maken en te beslissen, behouden we een heldere rolverdeling. De gemeente Woudenberg is de enige partij die stelselverantwoordelijk is op het sociaal niveau. Door te raadplegen behouden we onze regie maar bieden wel ruimte voor invloed. ‘Samen maken en ‘samen beslissen’ suggereert een coproductie, wat niet altijd past bij beleidsvorming op strategisch niveau. Raadpleging biedt ruimte voor betrokkenheid, zonder onduidelijkheid over het mandaat. Het participatievoorstel bouwt een inhoudelijke kapstok verder uit: Het beleidskader Sociaal Domein wordt opgebouwd vanuit eerder ontwikkelde uitgangspunten en maatschappelijke doelen, zie hiervoor pagina 12 en verder. Deze vormen het fundament voor het beleid dat richting geeft aan onze inzet voor de komende jaren.
In deze fase van het proces richten we de participatie specifiek op het concretiseren en prioriteren van de maatschappelijke effecten: Hoe gaan we participeren? Conceptlijst met maatschappelijke effecten: Voordat we het gesprek aangaan met partners, stellen we ambtelijk een concept-lijst met beoogde maatschappelijke effecten op. Dit doen we om richting te geven aan het participatieproces en om te zorgen dat gesprekken doelgericht en concreet zijn. De lijst is geen definitieve keuze, maar een startpunt voor dialoog en aanscherping. De concept-lijst wordt voorbereid op basis van: • gemeentelijke visie, lokale ontwikkelingen en strategische doelen, • wettelijke kaders en relevante beleidsdocumenten. De conceptlijst geeft een helder startpunt voor gesprek met de maatschappelijke partners. Het draagt bij aan de efficiëntie: partners kunnen beter reageren op een concreet voorstel dan op een blanco vel. Conceptlijst in participatiesessies De conceptlijst van maatschappelijke effecten wordt gebruikt in de eerste participatiesessies. Na deze sessies wordt een definitieve lijst van effecten opgesteld en opgenomen in het conceptbeleidskader dat ter vaststelling vastgelegd aan de gemeenteraad. We sluiten zoveel mogelijk aan bij bestaande overlegmomenten met maatschappelijke partners om de participatie goed te kunnen introduceren.
De uiteindelijke participatievorm is digitaal, bijvoorbeeld via een enquête of vragenlijst. Op een later moment toetsen we of het eindproduct, het beleidskader als geheel, past bij de visie van de betrokken partijen. Bij het verwerken van input van maatschappelijke partners is het belangrijk om rekening te houden met hun verschillende achtergronden, rollen en expertises, omdat dit bepaalt hoe hun feedback wordt geïnterpreteerd en gewogen. Specialistische organisaties, zoals IDH 7
Schuldhulpmaatje, leveren vaak diepgaande inhoudelijke opmerkingen die van grote waarde zijn voor detail en vakinhoudelijke kwaliteit, terwijl bredere partners, zoals de Algemene Ledenvergadering van CDKS, juist een integrale blik bieden en samenhang tussen domeinen signaleren. Door deze verschillen bewust mee te nemen in de verwerking van feedback en transparant te communiceren over de weging, ontstaat een zorgvuldig en evenwichtig proces waarin zowel specialistische diepgang als brede toepasbaarheid een plek krijgen. Fasering en activiteiten in de totstandkoming van het Beleidskader Sociaal Domein 2026-2029 Om tot een gedragen en uitvoerbaar beleidskader Sociaal Domein te komen, kiezen we voor een participatieproces in verschillende fasen. Deze aanpak sluit aan bij onze gemeentelijke participatieverordening en doet recht aan de samenwerking met maatschappelijke partners. Sinds 2023 hebben we verschillende stappen gezet, die zich laten indelen in vier fases. Fase 1: Eerste Inventarisatie & inhoudelijke participatie (2023) Als eerste is in deze fase gekozen om oude beleidskader 2019-2022 tijdelijk te verlengen. Op deze manier blijft een richtinggevend document voorhanden om beleidskeuzes in het sociaal domein op te baseren. Vervolgens is gestart met de inhoudelijke voorbereidingen voor het beleidskader. In deze fase zijn de maatschappelijke doelen voorbereid.
Deze geven een basis waarop het verdere beleidskader, met prioritering en maatschappelijke effecten doorontwikkeld kan worden. In deze eerste fase heeft participatie plaatsgevonden met inwoners en onze uitvoeringsorganisatie Coöperatie De Kleine Schans: • In juni 2023 heeft een inwonersessie plaatsgevonden; 12 inwoners hebben deelgenomen aan deze inwonersavond. Zij zijn verdeeld over thematische tafels, per maatschappelijk doel 1 tafel, waar zij hun ideeën hebben kunnen uiten over de inhoud van de maatschappelijke doelen. De uitkomst van deze sessie laat zich kenmerken dat de maatschappelijke doelen op steun kunnen rekenen van de inwoners, de input die terugkwam had vooral te maken met het verder uitwerken van de maatschappelijke doelstellingen in prioriteiten en maatschappelijke effecten. • In augustus 2023 is gesproken met CDKS. De verschillende teams van de Coöperatie zijn gemixt en verdeeld over de thematische tafels. Dit gesprek is gestructureerd verlopen met 3 vragen per maatschappelijk effect: o Wat zien de professionals in de praktijk o Waar is behoefte aan, en bij wie? o Welke drempels zijn er? Tevens zijn de opbrengsten van de inwonersavonden besproken. Vanuit CDKS konden de maatschappelijke effecten ook op bijval rekenen. De professionele invalshoek van de teams zet de maatschappelijke doelen in een lokale context.
Fase 2: Doorontwikkeling en participatieplan (2025) De vertraagde afronding van verschillende impactvolle inhoudelijke ontwikkelingen in het sociaal domein, de ambtelijke capaciteit die hiermee gemoeid was en het doorlopen van de kerntakendiscussie heeft ertoe geleid dat de realisatie van het beleidskader na deze sessies, niet eerder kon worden opgepakt. Fase 2 is in augustus 2025 gestart en is de fase waarin het beleidskader zich nu bevindt. Verschillende ontwikkelingen hebben plaatsgevonden: • Er is een inhoudelijke basis opgesteld voor het beleidskader, waarin de uitgangspunten zijn opgesteld en de maatschappelijke doelen worden geborgd. • Op grond van de nieuwe participatieverordening is dit plan van aanpak voor participatie opgesteld. 8
Na besluitvorming op dit participatieplan wordt een start gemaakt met de daadwerkelijke participatie in fase 3. Fase 3: Inhoudelijke participatie maatschappelijke partners (februari – april 2026) In deze fase halen we input op bij maatschappelijke partners over een conceptlijst van maatschappelijke effecten. We benaderen deze stakeholders actief. We vragen hen om hun visie op de maatschappelijke effecten en op het concept beleidskader. Dit maakt dat deze fase uiteenvalt in 2 onderdelen: een fase 3a: input op maatschappelijke effecten en een fase 3b: input op het concept-beleidskader. We vatten deze hieronder samen: Fase 3a: Inhoudelijke participatie Doel: Verzamelen van input op de conceptlijst van maatschappelijke effecten die aansluiten bij de vier maatschappelijke doelen. Deze input helpt bij het aanscherpen en prioriteren van de indicatoren die richting geven aan het beleid. Wat leggen we voor? • Een conceptlijst van maatschappelijke effecten per doel. • De vraag: Welke effecten zijn volgens u het meest relevant voor Woudenberg? • De vraag: Mist u nog belangrijke effecten? Vorm: • Digitale vragenlijst/enquête. • Aansluiten bij bestaande overlegmomenten met maatschappelijke partners. • Mogelijkheid tot schriftelijke of mondelinge toelichting. Doelgroep: • Maatschappelijke partners (zorg, welzijn, onderwijs, sport, vrijwilligersorganisaties).
Fase 3b: Toetsing concept beleidskader Doel: Toetsen of het conceptbeleidskader aansluit bij de visie en verwachtingen van onze maatschappelijke partners. Dit draagt bij aan draagvlak en borging van het beleid. Wat leggen we voor? • Conceptbeleidskader Sociaal Domein. • De vraag: Herkennen jullie de visie, uitgangspunten en doelen? • De vraag: Sluit dit aan bij jullie praktijk en ervaringen? Vorm: • Digitale consultatie (vragenlijst of korte review). • Presentatie in bestaande overleggen/netwerken. • Mogelijkheid tot schriftelijke reactie of gesprek, binnen 4 weken. Doelgroep: • Maatschappelijke partners (gericht op uitvoerbaarheid en aansluiting op praktijk). Fase 4: Vaststelling en evaluatie (najaar 2026) De input uit fase 3 wordt verwerkt in het definitieve beleidskader Sociaal Domein 2026-2029, dat ter besluitvorming wordt voorgelegd aan college en raad. Tot slot evalueren we het participatieproces om inzicht te krijgen in wat goed werkt en wat in de toekomst verbeterd kan worden.
9
Afbeelding 1: tijdlijn fasering
Met wie participeren we? Het sociaal domein is van én voor de samenleving. Daarom is het belangrijk om bij het opstellen van het nieuwe beleidskader niet alleen vanuit de gemeentelijke organisatie te denken, maar juist ook de perspectieven van maatschappelijke partners mee te nemen. Zij hebben ieder hun eigen ervaringen, kennis en rol in het sociaal domein, en leveren waardevolle input op de inhoud en de uitvoerbaarheid van het beleid. De beoogde gesprekspartners zijn uitgewerkt in bijlage 3 en 4. Participeren met maatschappelijke partners Bij het samenstellen en prioriteren van de maatschappelijke effecten raadplegen we de vele maatschappelijke partners die het lokale sociaal domein kent. We kiezen ervoor om de doelgroep van individuele inwoners in dit proces niet te raadplegen. Hiervoor hebben we verschillende redenen: - Inwoners zijn al geraadpleegd bij het opstellen van de maatschappelijke doelen en de uitgangspunten. - De maatschappelijke partners spreken we vaak en daarmee kunnen we snel schakelen. Deze partners zijn een brede thematische vertegenwoordiging van de onderwerpen in het sociaal domein en kunnen de belangen van kwetsbare inwoners goed vertegenwoordigen. In het participatieproces maken we een bewuste keuze in de maatschappelijke partners die we willen betrekken.
We richten ons op die partijen die direct bijdragen aan de maatschappelijke doelen en uitvoering van het sociaal domein. 10
Dit betekent dat we een onderscheid maken tussen partners die beleidsmatig meedenken, binnen een van de vele netwerken binnen het sociaal domein en partijen die volgend zijn op het beleid, zoals gecontracteerde zorgverleners. Deze laatste groep vragen we niet om te participeren. Een uitwerking van de beoogde maatschappelijke partners is te vinden in bijlage 3 en 4. Aansluiten bij reguliere contactmomenten We werken al intensief samen met de geselecteerde maatschappelijke partners. Om de participatie vorm te geven sluiten we zoveel mogelijk aan bij reguliere overlegmomenten zoals accounthoudersoverleggen, subsidiegesprekken en kwartaalrapportages. Deze momenten vinden plaats in februari en maart 2026 en vormen fase 3 van het participatietraject. Tijdens deze reguliere overleggen: • Lichten we op hoofdlijnen de participatievraag toe; • Verwijzen we naar de digitale enquête; • Noteren we relevante feedback en vragen die tijdens het gesprek naar voren komen. Deze werkwijze voorkomt de noodzaak tot het organiseren van aanvullende bijeenkomsten en draagt bij aan een efficiënte inzet van tijd en middelen. Voor organisaties die niet in deze periode worden gesproken, plannen we een afzonderlijk moment in om hen alsnog uit te nodigen voor participatie op het conceptbeleidskader.
Fase 3b (toetsing conceptbeleidskader) is een schriftelijke fase, we leggen het conceptbeleidskader ter inzage en nodigen maatschappelijke partners uit om reactie te geven. Voor de beide fases reserveren we een bedrag van € 3.000,- uit het innovatiebudget sociaal domein. Dit budget is bestemd voor zaalhuur, brieven, communicatie- en presentatiemateriaal. Participatie als start om tot beleidskader te komen Participatie vormt de kern van het proces om te komen tot een nieuw beleidskader. Het einddoel is om samen met inwoners en maatschappelijke partners te zorgen voor een beleidskader dat aansluit bij de lokale praktijk, breed gedragen wordt en bijdraagt aan de maatschappelijke doelen van Woudenberg. Het inhoudelijke gesprek met inwoners en CDKS (fase 1) heeft geleid tot uitgangspunten en maatschappelijke doelen die het speelveld bepalen voor verdere participatie. Hieronder beschrijven we de inhoudelijke uitkomsten uit fase 1 waarmee de inhoudelijke basis wordt gelegd voor participatie in fase 3 en verder.
11
Inhoudelijke uitgangspunten voor conceptbeleidskader Uitgangspunten Het beleidskader sociaal domein is ingebed in landelijke en lokale ontwikkelingen en bewegingen. Dit is ook terug te zien in de uitgangspunten die de leidende principes van het beleidskader vormen: op basis van vertrouwen en met de bril op van ‘Positieve Gezondheid’ werken we aan de transformatie. • Op basis van vertrouwen Vertrouwen in de (lokale) overheid, in inwoners en in organisaties is essentieel voor een goed functionerende samenleving, effectieve samenwerking en sociale stabiliteit. Dit uitgangspunt komt bijvoorbeeld terug in de hervormingsagenda jeugd, waarin ‘vertrouwen in en versterking van de directe leefomgeving en sociale basis’ een van de belangrijkste onderdelen van de visie vormt. Of in Participatiewet in balans die expliciet kiest voor ‘menselijke maat, vertrouwen en vereenvoudiging’. Ook in het vastgestelde beleidskader participatie (april 2025) wordt belang gehecht aan het vertrouwen in inwoners en organisaties. Ook het beleidskader werkt op basis van vertrouwen. We zetten niet langer primair in op controle en wantrouwen, maar geloven dat inwoners willen en kunnen bijdragen binnen hun eigen mogelijkheden. Dit schept ruimte voor: • Eigen regie van inwoners. • Menselijke maat in uitvoering. • Vereenvoudiging van regels en minder nadruk op verplichtingen en sancties.
Dit sluit aan bij de bredere beweging in het sociaal domein: van systeemlogica naar relationele logica. Waar vroeger de nadruk lag op strikte regels, handhaving en uniformiteit, kiezen we nu voor maatwerk, dialoog en partnerschap. We realiseren ons dat vertrouwen van inwoners in de lokale overheid niet vanzelfsprekend is en zien hierin een dalende trend. Daarom zien wij dit als een gezamenlijke opgave om te versterken. Vertrouwen is wederkerig: inwoners en organisaties moeten kunnen rekenen op een betrouwbare overheid, en wij willen op onze beurt vertrouwen geven aan hen. We doen dit op twee manieren: door in het beleidskader vertrouwen expliciet als uitgangspunt vast te leggen en door tijdens het participatietraject maatschappelijke organisaties die de belangen van inwoners vertegenwoordigen actief te raadplegen. • Positieve Gezondheid Het begrip Positieve Gezondheid is een benadering die niet de ziekte, maar een betekenisvol leven van mensen centraal stelt. De nadruk ligt op veerkracht, eigen regie en het aanpassingsvermogen van de mens om te gaan met de pieken en dalen die in het leven voorkomen in plaats van op de beperkingen of ziekte zelf. Gezondheid is een middel om een betekenisvol leven te kunnen leiden in plaats van als doel op zich.
In ons beleidskader sociaal domein 2019 kozen we dit begrip al als uitgangspunt: het sloot goed aan bij onze visie en de wijze waarop we onze inwoners wilden benaderen: namelijk met de mens en zijn sociale netwerk centraal en het potentieel van mensen dat wordt benadrukt. Het uitgangspunt van ons beleid is dat waar mogelijk iedereen zingeving ervaart en vaardigheden ontwikkelt om de uitdagingen van het leven aan te kunnen.
12
• Transformatie De noodzaak voor een nieuw beleidskader komt voort uit landelijke, regionale en lokale ontwikkelingen. Al deze ontwikkelingen hebben als gemene deler 'de transformatiegedachte’. Deze transformatie in het sociaal domein is een structurele omslag van een aanbodgerichte, professionele zorgverlening naar een vraaggerichte, integrale en preventieve benadering. De eigen kracht van burgers, hun sociale netwerk en samenwerking staan centraal. Gemeenten spelen een belangrijke rol: zij bepalen lokaal beleid, organiseren ondersteuning, werken samen met vele maatschappelijke partners, stimuleren preventie en eigen kracht. Binnen gemeente Woudenberg wordt al jaren gewerkt aan de transformatie en zijn mooie stappen gezet. De visie achter Coöperatie De Kleine Schans is hier een goed voorbeeld van. Ook voor de komende periode zal de transformatie een leidend principe zijn van ons beleid. Opzet beleidskader De opzet van het beleidskader hebben we als volgt voor ogen: de basis van het beleidskader wordt gevormd door overkoepelende relatief abstracte maatschappelijke doelen die voortkomen uit de visie. Deze abstracte maatschappelijke doelen vertalen we naar concrete maatschappelijke effecten.
Deze effecten formuleren we door onszelf de vraag te stellen: als we op hoofdlijnen deze maatschappelijke doelen nastreven, welke effecten willen we dan over vier jaar kunnen zien? En hoe zijn deze effecten te meten? Oftewel, aan welke prestatie-indicatoren kunnen we aflezen in hoeverre we deze effecten hebben bereikt en we dichter bij ons doel zijn gekomen. Het beleidskader geeft straks helderheid over de maatschappelijke doelen en maatschappelijke effecten. Wat geen onderdeel is van het beleidskader is waar we de komende jaren op inzetten om de doelen te verwezenlijken en effecten te sorteren. Die acties zijn onderdeel van een later op te stellen uitvoeringsprogramma. Figuur 1.1 Opzet beleidskader
13
Maatschappelijke doelen voor conceptbeleidskader Bij het ‘sociaal domein’ denken we vaak aan de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de participatiewet. Het begrip strekt zich daarnaast ook uit over sport, cultuur, onderwijs, lokaal gezondheidsbeleid, Voorschoolse en Vroegtijdse Educatie, Passend onderwijs en leerlingenvervoer, leerplicht, volwasseneneducatie, onderwijshuisvesting, bibliotheekbeleid, Jeugd en jongerenwerk, vrijwilligersbeleid, suïcidepreventie, inburgering, inclusie en diversiteit, sociaal werkbedrijf, minimabeleid schuldhulpverlening, re-integratie, preventie en welzijn. Al deze onderwerpen zijn van belang en tegelijkertijd is het ondoenlijk om zonder duidelijke keuzes richting te geven aan het beleid en de doelen die we willen bereiken. Deze keuzes worden gestuurd door de verschillende ontwikkelingen die al in gang zijn gezet of binnen afzienbare tijd op ons afkomen. Reeds gestart: • Gezond en actief leven akkoord (GALA) • ONS Woudenberg • Bibliotheekwet • Hervormingsagenda jeugd • Taakgerichte inkoop MetMaya Komt op ons af: • Nieuwe inkoop Wmo • Participatiewet in balans • Aanvullend zorg- en welzijnsakkoord (AZWA) • Uitvoering transformatieplan Samen Sterker Eemland Een uitgebreid overzicht is te vinden in bijlage 5 bij dit plan.
Deze ontwikkeling zijn de basis voor vier overkoepelende maatschappelijke doelen die met elkaar de spanwijdte van het sociaal domein omvatten: • Inwoners hebben een actieve gezonde leefstijl • Inwoners hebben de mogelijkheden om mee te doen en zich te ontwikkelen • Inwoners hoeven niet in armoede te leven • Inwoners krijgen passende ondersteuning als dit nodig is Inwoners hebben een actieve gezonde leefstijl We zetten ons in voor een dorp met weerbare, gezonde mensen een gezonde leefomgeving, met een sterke sociale basis. We starten vroeg met fysieke en mentale gezondheid, al in de eerste 1000 dagen, bevorderen dit en houden aandacht voor kwetsbare mensen. In eerste instantie geven mensen zelf invulling aan een zo gezond mogelijk leven. Waar nodig wordt dit door de gemeente en/of maatschappelijke partners gestimuleerd, gefaciliteerd en ondersteund op een manier die aansluit bij de behoefte en de mogelijkheden van de inwoners. Inwoner hebben de mogelijkheden om mee te doen en zich te ontwikkelen De gemeente is verantwoordelijk voor het creëren van een stimulerende omgeving waarin inwoners zich ontwikkelen op het gebied van leren, werken, participeren, inburgering zelfredzaamheid en het zelfstandig onderhouden van een maatschappelijk netwerk. Er is dus een behoefte aan instellingen als bibliotheken, voor- en vroegschoolse educatie (VVE) en volwasseneneducatie.
We hebben als gemeente dus een (preventieve) taak in hulp bij persoonlijke ontwikkeling en het wegnemen van belemmeringen. We stellen ons als doel dat 14
iedereen die dat wil in Woudenberg de mogelijkheden krijgt om mee te doen en zich te ontwikkelen gedurende het leven. Inwoners hoeven niet in armoede te leven Bestaanszekerheid is fundamenteel voor zowel individuen als de samenleving als geheel. Het vormt de basis voor een menswaardig bestaan en is een voorwaarde voor participatie, gezondheid, ontwikkeling en sociale stabiliteit. Hoe groot het effect van armoede is op de kwaliteit van leven van mensen, is de afgelopen jaren steeds inzichtelijker geworden. Gemeenten staan dichtbij de inwoner en hebben belangrijke taken op het gebied van minimabeleid en schuldhulpverlening: wij kunnen een rol spelen bij het voorkomen van armoede. In de gemeente Woudenberg is het ons doel om de ondersteuning aan financieel kwetsbare inwoners zodanig geregeld te hebben dat niemand in armoede hoeft te leven. Inwoners krijgen passende ondersteuning als dit nodig is Sinds de transities werkt de gemeente aan het waarborgen van toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de zorg op de lange termijn. We doen dit door intensief samen te werken met maatschappelijke partners aan preventie, meer laagdrempelig en collectief aanbod en meer zorg dichtbij de mensen. Dit vraagt ook om ‘demedicaliseren’ en ‘normaliseren’. Niet elke hulpvraag is een zorgvraag en niet bij elke zorgvraag is ondersteuning van een zorgprofessional noodzakelijk.
Stevige sociale netwerken, lotgenotencontact, vroege signalering en waar nodig een brede en snelle probleemverheldering zijn essentieel in het ondersteuningsaanbod. Ons doel is om te zorgen voor een goed vindbaar, toegankelijk en dekkend aanbod van hulp en ondersteuning. Dit start bij een stevige sociale basis met basisvoorzieningen, via een lokaal collectief ondersteuningsaanbod en loopt verder tot aanvullende professionele hulp dat na indicatie door CDKS toegankelijk is. Op deze manier krijgen alle inwoners toegang tot het aanbod dat voor hen passend is.
15
Bijlagen 1. 2. 3. 4. 5. 6.
Borging richtlijnen en criteria Participatieverordening Planning Participatie Beoogde participerende partijen Leden ALV CDKS Relevante ontwikkelingen in het sociaal domein Terugkoppeling inwonersavond ‘Samen werken aan een gezond en weerbaar Woudenberg’
16
Bijlage 1: Borging richtlijnen en criteria Participatieverordening Dit participatievoorstel is gebaseerd op de Participatieverordening Woudenberg 2025. Het doel van de verordening is om de samenwerking tussen gemeente en inwoners te versterken door inwoners en andere belanghebbenden te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. Het beleidskader Sociaal Domein 2026-2029 stelt voor een langere periode vast hoe we het sociaal domein in Woudenberg willen vormgeven. Het is dus passend om inwoners en andere belanghebbende te betrekken bij het opstellen van het beleidskader. Op grond van artikel 4 lid 3 dient in het participatievoorstel in elk geval een besluit te zijn genomen over de onderstaande zaken: a. Doel van participatie Inzicht krijgen in de praktijkervaringen van inwoners en maatschappelijke partners. Hierdoor kunnen we prioriteiten aanwijzen en onderbouwde keuzes maken die aansluiten bij hun ervaringen over wat we wél en níet uitvoeren in het beleidskader sociaal domein. b. Het onderwerp We vragen participatie op het beleidskader Sociaal Domein 2026-2029. Concreet vragen we participatie op: - De omschrijving en prioritering van de maatschappelijke effecten die aansluiten bij de vier maatschappelijke doelen. - Het toetsen van het conceptbeleidskader op herkenbaarheid, uitvoerbaarheid en draagvlak c.
Niveau van participatie/mate van invloed - Fase 3a: Raadplegen – betrokkenen leveren input op inhoud en prioritering van de concept maatschappelijke effecten. - Fase 3b: Raadplegen – betrokkenen geven feedback op het conceptbeleidskader.Partijen worden uitgenodigd het concept te lezen en binnen 4 weken van hun reactie te voorzien. Er is geen sprake van samen maken of samen beslissen, maar wel van betekenisvolle consultatie. d. De kaders waarbinnen het proces plaatsvindt De beleidskader sociaal domein valt binnen de volgende wettelijke beleidskaders: o Participatiewet o Wmo 2015 o Jeugdwet e. Manier waarop het bestuursorgaan op voorhand over deze kaders communiceert Het sociaal domein in Woudenberg kent veel relevante betrokkenen. Om inspraak relevant vorm te kunnen geven willen we de participatie gekaderd vormgeven. We doen dit binnen bestaande verbanden van lokale maatschappelijke organisaties, zoals de ALV van CDKS, in plaats van alle deelnemers hierop apart te bevragen. Dit voorkomt dat we een ongestructureerde en moeilijk interpreteerbare stroom aan reacties ontvangen. Met inwoners hebben al bijeenkomsten plaatsgevonden voor het vormgeven van de maatschappelijke doelen die uitgangspunt zijn voor het beleidskader sociaal domein. f.
Manier waarop en tijdvak waarin ingezetenen en belanghebbenden hun inbreng kunnen leveren o Fase 3a (februari- maart 2026): Digitale enquête + input via bestaande overleggen. 17
Fase 3b (april–mei 2026): Digitale consultatie + presentaties + mogelijkheid tot schriftelijke reactie of gesprek. g. Manier waarop democratische waarden in de participatieprocedure worden gewaarborgd o We organiseren participatie via bestaande overlegstructuren om toegankelijkheid en efficiëntie te waarborgen. o We nodigen alle betrokken partijen actief uit om hun stem te laten horen in het gesprek. o We nemen besluiten op basis van meerderheid, met expliciete aandacht voor minderheidsbelangen. o We betrekken maatschappelijke partners om ook de belangen van moeilijk bereikbare groepen te vertegenwoordigen. Zij zijn tevens goed in staat om de belangen van minderheden te verwoorden. h. een begroting van de kosten Bij de participatie van maatschappelijke partners maken we zoveel mogelijk gebruik van bestaande overlegstructuren. Hieraan zijn geen kosten verbonden. Voor overige zaken reserveren we € 3000,- uit het innovatiebudget, voor onder andere het organiseren van fysieke bijeenkomsten ten behoeve van de participatierondes. o
18
Bijlage 2: Planning Participatie Voorbereiding (jan 2026) • Vaststellen projectstructuur en rollen • Opstellen conceptlijst maatschappelijke effecten • Afstemmen met communicatie en participatieadviseur • Voorbereiden digitale vragenlijst/enquête • Akkoord collegevoorstel participatieplan 16 december 2025 • Akkoord gemeenteraad participatieplan 29 januari 2026 Inhoudelijke participatie (februari 2026) • Doel: Input ophalen op conceptlijst maatschappelijke effecten • Activiteiten: o Digitale uitvraag via enquête o Aansluiten bij bestaande overleggen met maatschappelijke partners o Schriftelijke/mondelinge toelichting mogelijk • Doelgroepen: o Zorg, welzijn, onderwijs, sport, vrijwilligersorganisaties o Optioneel: inwoners (afweging i.v.m.
lopend traject huishoudelijke hulp) Toetsing conceptbeleidskader (maart–april 2026) • Doel: Toetsen op herkenbaarheid, uitvoerbaarheid en draagvlak • Activiteiten: o Digitale consultatie (vragenlijst of korte review) o Presentatie in netwerken/overleggen o Mogelijkheid tot schriftelijke reactie of gesprek • Doelgroepen: o Inwoners o Maatschappelijke partners Verwerking en afronding (april–mei 2026) • Verwerken input uit beide participatierondes • Finaliseren beleidskader • Opstellen implementatieplan met tijdslijnen en verantwoordelijkheden • Voorbereiden bestuurlijke besluitvorming • Afsluiting project/analyse uitkomsten/participatieverslag (reactienota en procesevaluatie)
19
Bijlage 3: Beoogde participerende partijen Beoogde participerende partijen Omschrijving Afkorting Overlegtafel/netwerk Algemene Ledenvergadering Coöperatie De Kleine Schans Adviesraad Sociaal Domein Basisscholen
ALV CDKS
Reguliere vergaderingen ALV CDKS
ASD
Regulier ambtelijk inhoudelijk overleg ASD Lokale educatieve agenda Individueel benaderen
LEA
Beheerstichtingen Sportaccommodaties Bibliotheek Buurtsportcoaches Coöperatie De Kleine CDKS Schans (uitvoeringsteams) Culturele verenigingen Gebiedsteam MetMaya GGD IDH Schuldhulpmaatje Jeugd-Punt Kansrijke start Kinderopvang (en VVE) MetMaya Onafhankelijke Cliëntondersteuning Programmacoördinator Cultuurhuis Regionaal consulent aangepast sporten Schuldhulpverlening Stadsring Scholen speciaal onderwijs Sportakkoord Sportverenigingen
Beoogd Opmerkingen gespreksdatum Zie volledige lijst deelnemers in bijlage 4
Ambtelijk overleg Sportakkoord 2.0 Accounthoudersoverleg Individueel benaderen Regulier afstemmingsoverleg Regulier afstemmingsoverleg Regulier afstemmingsoverleg Accounthoudersoverleg Ketenoverleg LEA Accounthoudersoverleg Subsidiegesprek Kwartaaloverleg bestuur stichting Cultuurhuis Individueel benaderen Accounthoudersoverleg
OOGO
Op overeenstemming gericht overleg Overleg sportakkoord 2.0 Individueel benaderen 20
Steunsystemen (Ons Woudenberg) Stichting Cultuurhuis Stichting Welzijn SWO Ouderen Toegankelijkheidspanel Vluchtelingenwerk
Stuurgroepoverleg Kwartaaloverleg bestuur stichting Cultuurhuis Breed overleg Regulier overleg Subsidie-overleg
21
Bijlage 4: Leden ALV CDKS Leden ALV CDKS Aan de hand kindercoaching Alzheimer Café Woudenberg Beweging 3.0 Buurtgezinnen De Kleine Schans Charim (locatie Groenewoude) Ergotherapie Geeresteingroep Gemeente Woudenberg HipHelpt Woudenberg-Scherpenzeel Huisartsen Humanitas Humanitas DMH Jeugd-Punt Leliezorggroep (Huize Nieuwoord) Mee Dichtbij Moria Zorghoeve Nederlandse Patiënten Vereniging Platform van de kerken SWO Vereniging Senioren Belangen WIJKfysio Youké Zorgboerderij De Breehoef
22
Bijlage 5: relevante ontwikkelingen in het sociaal domein Relevante ontwikkeling: Aanbesteding Taakgerichte inkoop Wmo Nieuwe inkoopprocedure voor Begeleid Wonen en Beschermd Wonen Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Het GALA staat is gericht op het bevorderen van gezondheid en preventie voor alle inwoners, met als doel een gezonde generatie in 2040 die opgroeit, leeft en ouder wordt in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. Hitteplan Ontwikkeling van een gemeentelijk protocol om kwetsbare inwoners te beschermen in periodes van extreme hitte. Hoevelaar Fase 3 Ontwikkeling van de openbare ruimte in een nieuwe woonwijk waarin de fysieke inrichting sociale verbinding en een gezond en actief leven faciliteert. Huishoudelijke hulp Participatie huishoudelijke hulp en nieuwe aanbesteding Implementatie nieuwe wijze van cliëntervaringsonderzoeken Wmo en Jeugdwet We implementeren een nieuw cliëntervaringsonderzoek wat leidt tot verdere verdieping in de evaluatie van de cliënttevredenheid Implementatie SROI-beleid Regionaal SROI-beleid (social return on investment) heeft een impact op lokale inkoopprocedures. Het nieuwe beleid beoogt de kansen van mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt te vergroten Implementatie sociaal raadslieden We starten met een pilot voor het aanbieden van de ondersteuning van sociale raadslieden.
Zij kunnen inwoners ondersteunen met hulp en advies op vragen rondom geld, werk, wonen, zorg en juridische zaken Implementatie toegankelijkheidspanel We blijven het toegankelijkheidspanel inzetten om te participeren in het verbeteren van inclusie en toegankelijkheid in Woudenberg, vooral bij de evaluatie en opstellen van beleid. Inrichting Zuidelijke Dorpsrand (Workoutveld) We starten met de inrichting van een Workoutveld om in de openbare ruimte de mogelijkheid te bieden om te werken aan gezondheid. Integraal Zorgakkoord (IZA)/Aanvullend Zorg en Welzijn Akkoord (AZWA) We blijven samenwerken met de partijen binnen IZA/AZWA om sociale preventie en ondersteuning verder te versterken. Op deze manier wordt zorg & ondersteuning toekomstbestendig gemaakt. Kansrijke start We werken samen binnen het actieprogramma om ons te richten op het ondersteunen van (aanstaande) ouders in een kwetsbare situatie tijdens de eerste 1000 dagen van hun kind. Kamers met aandacht 23
We voeren een pilot uit en implementeren kamers met aandacht, waarin jongeren in een kwetsbare situatie een betaalbare kamer krijgen bij particulieren die hen niet alleen woonruimte bieden, maar ook persoonlijke aandacht en ondersteuning op weg naar zelfstandigheid. Kerntakendiscussie We implementeren de voorstellen uit de kerntakendiscussie. Dit betekent bijvoorbeeld een verdere ontwikkeling van het collectief aanbod bij CDKS. Uitwerken aanbevelingen Onderzoek Toekomst sportaccommodaties We zetten het onderzoek voort en werken de mogelijke businesscases verder uit om tot een goed onderbouwde besluitvorming te komen over de toekomst van de lokale sportaccommodaties. Goede en toegankelijke sportvoorzieningen in onze gemeente dragen positief bij aan de gezondheid van onze inwoners. Ons Woudenberg (steunsystemen) We verdiepen de samenwerking met ONS Woudenberg. Hierin brengen we inwoners, gemeente en organisaties samen en versterken sociale samenhang en leefbaarheid in Woudenberg, door het stimuleren van buurtcontact, gezamenlijke activiteiten en het luisteren naar wat inwoners nodig hebben Participatiewet in balans De participatiewet in balans wil dat iedereen moet kunnen beschikken over een toereikend en zeker bestaansminimum. Mensen moeten daarnaast gestimuleerd en ondersteund worden om naar vermogen deel te nemen op de arbeidsmarkt en aan de samenleving.
Partnerschap MetMaya We gaan verder met het implementeren van ons partnerschap met MetMaya om een sterk en toekomstbestendig model voor jeugdzorgaanbod in onze regio te ontwikkelen. Toekomst sociaal werkbedrijf RWA/Amfors We werken toekomstscenario’s uit voor Amfors en SW-bedrijven om inzicht te krijgen in mogelijke richtingen voor duurzame, inclusieve en doelmatige sociale werkvoorziening in de regio. Toeslagenaffaire Er blijft een aanbod van advies en financiële ondersteuning voor slachtoffers van de toeslagenaffaire. Tevens vertalen we de landelijke conclusies naar lokale uitgangspunten: we mogen de menselijke maat niet verliezen bij de beoordeling van toegang tot onze voorzieningen. Transformatie-opgaven In Woudenberg werken we actief aan de transformatieopgave in het sociaal domein door de sociale basis te versterken, preventie centraal te stellen en zorg en ondersteuning beter te verbinden, zodat inwoners eerder passende hulp krijgen en volwaardig kunnen meedoen. We versterken de rol van CDKS en andere maatschappelijke partners, bijvoorbeeld scholen, om preventie vorm te geven Wet stelsel openbare bibliotheekvoorzieningen (Wsob) De gemeente ontwikkelt, in lijn met de nieuwe wetgeving, een toegankelijke en kwalitatieve bibliotheekvoorziening die aansluit bij lokale behoeften en maatschappelijke opgaven. Welzijn doorontwikkelen 24
Met CDKS werken we aan de ontwikkeling van toegankelijk en eigentijds aanbod dat inwoners ondersteunt bij meedoen, gezondheid, ontmoeting en zelfredzaamheid. Wet versterking regie volkshuisvesting Zowel lokaal als regionaal ontwikkelt Woudenberg beleid dat aansluit op de Wet versterking regie volkshuisvesting, met speciale aandacht voor aandachtsgroepen, zodat er voldoende betaalbare en passende woonruimte komt voor kwetsbare inwoners en de regie op de woningbouwopgave wordt versterkt.
25
Bijlage 6: Terugkoppeling inwonersavond Samen werken aan een gezond en weerbaar Woudenberg Tafel 1: Inwoners hebben een gezonde en actieve leefstijl: Wat opviel: ❖ Het belang van sporten wordt onderschreven. Onder meer omdat sporten een ontmoetingsplek is, zorgt voor sociale contacten en bijdraagt aan elkaar kennen en dus voor elkaar kunnen zorgen. ❖ Er wordt aandacht gevraagd voor verschillende doelgroepen: ➢ Ouderen: ▪ Voor ouderen is de drempel om te sporten hoog; ▪ Zij ondervinden bij het wandelen soms fysieke drempels door bijv. scheve stoeptegels; ▪ De huidige mogelijkheden sluiten niet aan bij de behoeften en mogelijkheden van de ouderen. ➢ Kinderen met een rugzakje: ▪ Buurtgezinnen zou de kinderen waar zij respijtzorg voor bieden kunnen stimuleren om te gaan sporten; ▪ Er zou meer aandacht kunnen zijn voor kinderen die buiten Woudenberg naar school gaan en daardoor bij de sportvereniging in een groep komen die elkaar wel kent van school, maar waarin zij niemand kennen; ▪ De buurtsportcoaches zouden ook meer aandacht kunnen besteden aan kinderen uit het speciaal onderwijs; ▪ Wat zou kunnen helpen is als kinderen in het begin een buddy hebben die hen introduceert en wegwijs maakt.
➢ Huishoudens met een minimuminkomen: ▪ Deelname aan het Jeugdsportfonds; ▪ Het verhogen van de contributie voor mensen die het kunnen betalen, zodat er een potje ontstaat waaruit mensen die het niet kunnen betalen (een deel van) de contributie vergoed kunnen krijgen. ➢ Een overkoepelende actie is dan dat professionals en verenigingen weten wat er is aan mogelijkheden en regelingen, zodat ze mensen daarnaar kunnen verwijzen. ❖ Rol van de gemeente: ➢ Een stimulerende rol, maar geen dwingende rol. Oftewel wel beïnvloeden, maar niet bemoeien: ▪ Deze rol kan onder meer ingevuld worden door beter te kijken naar wat inwoners nodig hebben om te sporten en daarop in te spelen. Denk hierbij aan aspecten als het overwinnen van schaamte, financiële drempels, fysieke drempels etc.; ▪ En de gemeente kan middels subsidie een regulerende rol spelen bij de contributies, waardoor sporten voor meer huishoudens betaalbaar is; ▪ Meer aandacht voor communicatie over mogelijkheden om te sporten en de voorzieningen die daarvoor al beschikbaar zijn. Deze communicatie moet niet alleen gericht zijn op inwoners, maar ook professionals en verenigingen. 26
Tafel 2: Inwoners met lichte hulpvragen kunnen terecht bij laagdrempelige ondersteuning Wat opviel: ❖ Men kan zich op zich vinden in de beweging om bij lichte hulpvragen laagdrempelige ondersteuning te bieden. Het is belangrijk dat er een zorgkaart is, zodat mensen (letterlijk) weten waar ze met een hulpvraag terecht kunnen. En we moeten opletten dat ingewikkelde zorgvragen niet bij vrijwilligers komen liggen. ❖ Er wordt aandacht gevraagd voor vrijwilligers en mantelzorgers: ➢ Hoe voorkom je overbelasting bij deze mensen?; ➢ Zorg dat respijtzorg geboden wordt; ➢ Luister naar de behoefte van mantelzorgers; ➢ Zorg dat het makkelijker en minder belastend wordt om vrijwilligerswerk en mantelzorgtaken te doen. Bijvoorbeeld door ondersteuningsvragen in kleinere taken op te delen of vorm te geven in kortdurende projecten. Zo zal het meer mensen aanspreken om hulp te vragen en te bieden; ➢ Mantelzorg moet niet verplicht worden onder de noemer ‘eigen kracht’; ➢ Inwoners (zonder expertise) die willen helpen, kunnen niet verantwoordelijk gehouden worden. De verantwoordelijkheid moet bij het sociaal team of een hulpverlener blijven liggen. ❖ Veel ondersteuning wordt geboden vanuit de kerk. Voor mensen die niet kerkelijk zijn, kan dit een drempel vormen. Voor hen is er dan te weinig aanbod.
❖ De combinatie van doelgroepen (zoals jongeren en ouderen) worden als een kans gezien: ➢ In gezamenlijke woonprojecten: Ouderen hebben dan aanspraak en krijgen ondersteuning. Jongeren hoeven meer huur te betalen in ruil voor klusjes en hulp; ➢ In de opa en oma databank, waar ouderen gematcht worden met kinderen: verminderd eenzaamheid, ontlast ouders en is leuk voor kinderen; ➢ Voor laagdrempelig ontmoeten wordt ook de combinatie van doelgroepen genoemd als kans. ❖ Ideeën voor normaliseren/laagdrempelige ondersteuning: ➢ Centraal praatpunt begeleid door een psycholoog/docent/lotgenoten en normaliseren in praktijk; ➢ Cultuurhuis/koffie inloopochtenden om netwerk op te bouwen; ➢ Ouderencafé; ➢ Menza voor 50+ (goedkoop samen eten); ➢ Plekken voor jongeren. ❖ Ideeën t.a.v. de laagdrempelige plekken: ➢ Hoeft geen vaste plek te zijn; ➢ Hoeft niet voor maar 1 doelgroep te zijn; ➢ Laagdrempelig ontmoeten kan ook een wandeling zijn; ➢ Kunnen de scholen als locatie dienen (die staan ’s avonds leeg).
27
Tafel 3: Inwoners hebben de mogelijkheden zich te ontwikkelen Wat opviel: ❖ Investeer in gezinnen: die zijn de sociale basis. Investeer ook in ouders/ouderschap, partnerrelaties. ❖ Er is nu te weinig aanbod voor de doelgroep 12-16-jarigen. Bij het uitbreiden van activiteiten voor deze doelgroep is belangrijk dat jongeren deze zelf kunnen ontwikkelen. ❖ Er is te weinig aandacht voor ouderen die niet digitaalvaardig zijn. Voor hen moet face-toface, analoog en telefonische contact mogelijk blijven. ❖ Woningvraagstuk: het zou mooi zijn als er een plek is voor kinderen die uit huis willen en af en toe (geen 24/7) zorg nodig hebben vanwege een kwetsbaarheid. Bijv. zoiets als de Grasboom (dat zijn woning voor mensen met ASS) ❖ Het is belangrijk om oog te hebben voor verschillende doelgroepen, zoals ouderen, jongeren en gezinnen. Zonder dat je deze doelgroepen in een zoek zet. Een voorbeeld hiervan is eenzaamheid bij ouderen. Tafel 4: Inwoners hoeven niet in armoede te leven. Wat opviel: ❖ Men was verdeeld over de stelling: De eisen en voorwaarden van regelingen moeten streng zijn zodat mensen waar het eigenlijk niet voor bedoeld is het ook niet krijgen. (Ook al zullen daardoor anderen, mensen voor wie het wel bedoeld is, hierdoor buiten de boot vallen.) Uiteindelijk wilden de meesten de gulden midden weg: iedereen met recht moet het krijgen en iedereen zonder recht niet.
Maar er waren ook mensen die vonden dat je er niet aan ontkomt dat mensen het krijgen die er eigenlijk geen recht op hebben. En dat beperkt misbruik altijd zal bestaan, maar dit percentage zo laag is, dat je die niet als meetlat moet gebruiken. ❖ Velen waren voorstander van maatwerk. Dat je rekening kan houden met de specifieke mogelijkheden, intenties en behoeften van mensen. Bijvoorbeeld door onderscheid te maken tussen mensen met schulden en mensen die wel financieel overzicht hebben. Of denk aan zelf weten waar het geld van minimaregelingen aan wordt uitgegeven, eventueel m.b.v. een budgetcoach. ❖ Kinderen moeten mee kunnen doen. Regelingen die bestemd zijn voor kinderen, moeten ook daadwerkelijk bij kinderen terecht komen. ❖ Rol gemeente: ➢ Zorgen dat de regelingen helder, redelijk en billijk zijn; ➢ Zorgen dat er een vangnet is voor mensen die buiten de regelingen vallen, maar wel hulp nodig hebben; ➢ Zorgen dat inwoners weten welke regelingen er zijn. Ideeën voor het bereiken van de doelgroep die geopperd werden waren: 28
▪ ▪ ▪ ▪
Thuiszorg (ouderen); Verenigingen; Scholen; Kerken.
Tafel 5: Inwoners krijgen passende hulp als dat nodig is. Wat opviel: ❖ Men was het eens met de stelling dat het leven niet maakbaar is. Maar dit vraagt een cultuuromslag die niet eenvoudig te bereiken is. En die begint bij het omarmen van de gedachte dat niet iedereen hetzelfde is. En dat je goed bent, zoals je bent. ❖ Ideeën t.a.v. het sociaal team: ➢ Zorg voor voldoende diversiteit in het team; ➢ Investeer in ervaringsdeskundigheid. ❖ Ideeën t.a.v. werkwijze bij het verstrekken van zorg: ➢ Langere indicaties ▪ Ieder (half) jaar gesprekken en moeten toelichten wat niet gaat om indicatie te laten verlengen is belastend voor ouders en kind; ▪ Kijken naar uitbreiding mogelijkheden om zorgtrajecten vaker op een waakvlam te zetten. In principe staat de persoon/het huishouden dan weer op eigen benen, maar is er nog af en toe contact om de vinger aan de pols te houden. ➢ Betrekken gezin/netwerk ▪ Als ouders met een hulpvraag van een kind komen en het probleem eigenlijk bij de ouders blijkt te liggen, ga dan samen met hen aan de slag. Maar zorg dat het kind ondertussen wel de hulp krijgt die het nodig heeft; ▪ Zorg dat je het hele gezin/systeem betrekt. Vraag hierbij ook ieder gezinslid apart wat volgens diegene het kernprobleem is/bij wie dat ligt. Mogelijk krijg je dan een ander antwoord dan vooraf gedacht; ▪ Dring geen netwerk op waar dat niet gaat.
29