3. bijlage 1. Ingevuld Aanvraagformulier Basis VU 2024.pdf
Tekst van het document
Aanvraag Vangnetuitkering Participatiewet over 2024 Versie: basisverzoek
Wat is een vangnetuitkering? Gemeenten ontvangen op grond van de Participatiewet budget voor bijstandsuitkeringen en loonkostensubsidies. Dit budget wordt ook wel het BUIG-budget genoemd. Gemeenten die een tekort hebben kunnen in aanmerking komen voor een vangnetuitkering. De voorwaarden op hoofdlijnen: -
het tekort is groter dan een bepaalde toegangsdrempel; het college verklaart maatregelen te hebben getroffen om te komen tot tekortreductie; het college geeft een toelichting op deze verklaring; de gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college.
Hoe verloopt de aanvraagprocedure? Het college dient het aanvraagformulier in bij de onafhankelijke Toetsingscommissie vangnet Participatiewet. De commissie moet de aanvraag uiterlijk op 15 augustus 2025 hebben ontvangen. Het ingevulde aanvraagformulier dient voor instemming aan de raad te worden voorgelegd en wordt na ondertekening aangeboden aan de commissie via de website.
Basisformulier Dit betreft het basisformulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 geen vangnetuitkering hebben ontvangen, maken gebruik van dit formulier. Gemeenten die over 2022 en/of 2023 wel een vangnetuitkering hebben ontvangen dienen gebruik te maken van het uitgebreide formulier. Uitzondering hierop betreft gemeenten tot 5.000 inwoners. Deze mogen te allen tijde gebruik maken van het basisformulier, ook als in de voorafgaande jaren een vangnetuitkering is toegekend.
Aanpassingen in het format van de pagina’s met vragen en ondertekening niet toegestaan Voor de juistheid en de beoordeling van de aanvraag is het niet toegestaan dat u het format van de pagina’s met de vragen en ondertekening aanpast.
Meer informatie Op de website van de Toetsingscommissie staat een verdere toelichting op dit formulier: https://www.toetsingscommissievp.nl/vangnetuitkering-2024 De toetsingscommissie heeft een checklist gemaakt voor gemeenteraadsleden. Het is een handzaam lijstje vragen en aandachtspunten. Raadsleden kunnen dit lijstje gebruiken bij het beoordelen van de vangnetaanvraag van het college. Deze checklist is opgesteld in samenwerking met raadsleden uit verschillende gemeenten en de Nederlandse Vereniging voor Raadsleden. De checklist staat samen met andere informatie op de website van de VNG: https://vng.nl/artikelen/vangnetuitkering-participatiewet-informatie-voor-raadsleden
1. Verklaring college bij een basisverzoek 1
Dit gedeelte bestaat uit de volgende onderdelen: -
Samenvatting van de verklaring De beschrijving van de wijze waarop de gemeenteraad is geïnformeerd door het college A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
2
Samenvatting van de verklaring van het college De verklaring van het college bestaat uit vier subonderdelen: A) analyse van de oorzaken van het tekort, B) getroffen maatregelen om het tekort te reduceren, C) beoogd effect van de genoemde maatregelen & D) ondertekening door het college. Het college geeft hieronder een samenvatting van onderdeel A, B en C. Die geeft de gemeenteraad een kernachtig overzicht, op basis waarvan het raadslid kan vaststellen waarmee hij of zij instemt. Voor het gemeenteraadslid dat zich wil verdiepen in de verklaring van het college, wordt verwezen naar onderdelen A, B, C en D van het aanvraagformulier. Richtlijn voor de omvang van de samenvatting van de drie onderdelen is in totaal maximaal 300 à 400 woorden.
A. Samenvatting onderdeel analyse van de oorzaken van het tekort Het college maakt in dit onderdeel duidelijk wat het probleem is. Het tekort op de BUIG in 2024 is vooral gelegen in de piek in instroom in het laatste kwartaal van 2024, die met name statushouders en jongeren met psychische kwetsbaarheid betrof. Deze twee groepen stromen laat uit, waardoor er trechtervorming is ontstaan. B. Samenvatting onderdeel getroffen maatregelen om het tekort te reduceren. Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen afdoende is om de geschetste problemen aan te pakken In 2024 zijn verschillende maatregelen ingezet om de uitstroom uit de bijstand te bevorderen. De kern van de aanpak is maatwerkbegeleiding, waarbij cliënten persoonlijke ondersteuning krijgen, afgestemd op hun situatie, vaardigheden en eventuele belemmeringen. Mensen die nog niet werkfit zijn, ontvangen brede ondersteuning op alle leefgebieden. Degenen die dat wel zijn, gaan direct een traject richting werk in. Een belangrijke stap is het stimuleren van parttime werk als tussenfase naar volledige participatie. Twintig personen zijn inmiddels parttime aan het werk; voor sommigen is dit een eindstation, voor anderen een opbouwtraject. Daarnaast wordt er interculturele coaching ingezet, met name voor statushouders.
Deze begeleiding helpt hen de Nederlandse werkcultuur te begrijpen en zich beter voor te bereiden op de arbeidsmarkt. Voor 2025 worden extra maatregelen getroffen, waaronder de inzet van een regionaal verbinder die innovatieve trajecten voor statushouders ontwikkelt en bemiddelt tussen hen en werkgevers. Verder is extra re-integratiebudget aangevraagd vanwege stijgende kosten en een groter bijstandsbestand. Ook wordt ingezet op versterkte samenwerking met lokale werkgevers, onder meer via het platform Woudenberg werkt samen, om meer werkplekken te creëren voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Tot slot wordt door het inzetten van taal/werkbuddy's de afstand tot de arbeidsmarkt verkleind en het taalniveau verhoogd.
3
C. Samenvatting onderdeel beoogd effect van de genoemde maatregelen Het college maakt in dit onderdeel duidelijk dat dit pakket van maatregelen tezamen leidt tot tekortreductie, waarbij het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief is beschreven en inzichtelijk is gemaakt. Samenvattend bieden deze maatregelen een integrale en toekomstgerichte aanpak om inwoners perspectief op werk te geven en hun afhankelijkheid van de bijstand structureel te verminderen, wat zowel kwalitatieve als kwantitatieve voordelen oplevert voor het BUIG-budget.
Op welke wijze heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd? In dit onderdeel beschrijft het college op hoofdlijnen hoe het de raad betrokken heeft bij het proces vanaf de signalering van het tekort. Daarbij gaat het om het proces van het bepalen en treffen van maatregelen tot aan het moment van het voorleggen van de verklaring van het college aan de raad. Het college geeft aan op welke momenten het de gemeenteraad heeft geïnformeerd. Het college dient hiervoor een X te plaatsen voor het betreffende onderdeel. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. Op welke momenten werd de raad geïnformeerd over beleid, uitvoering en sturing van de Participatiewet en meer specifiek over het tekort op de BUIG, de maatregelen en de beoogde effecten daarvan? X
Moment in het proces De kadernota, de begroting.
X
Voorjaars- en najaarsbericht en jaarrekening. In de najaarsnota is opgenomen dat er mogelijk een overschrijding van meer dan 7.5% op de BUIG wordt voorzien. Maand-, kwartaal- of halfjaarrapportage. (ook wel genoemd Turap, Marap etc) Beleidsplannen, strategie- of koersdocumenten, plannen van aanpak of evaluaties. Informatie over bestandsontwikkelingen of over de voortgang van maatregelen. Nieuwsbrieven, bijeenkomsten en/of presentaties.
4
Samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad In de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad staat op hoofdlijnen op welke onderwerpen de raad heeft gereageerd op de verklaring van het college. De onderdelen van de verklaring zijn vaak al eerder in de raad besproken. Het gaat dus om het gehele proces vanaf de signalering van het tekort. Verder betreft het hier alleen onderwerpen die in de raadsbesluiten zijn opgenomen, die afwijkend zijn van het raadsvoorstel. Om de beschrijving zo eenvoudig mogelijk te houden wordt gebruik gemaakt van een checklist die kan worden aangevuld. Het verzoek is om aan te kruisen welke onderwerpen in de raadsbesluiten zijn opgenomen. Nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden plaatst het college een X voor de betreffende onderdelen. In de onderste regels is ruimte voor aanvullingen. X
Typering van de reacties die in de raadsbesluiten zijn opgenomen gedurende het gehele proces Expliciet goedkeurend, waardering over analyse en maatregelen uitgesproken Impliciet goedkeurend, is behandeld als hamerstuk Afkeurend en gevraagd het plan te herzien Verzoek om onderdelen van de globale analyse te herzien of aan te vullen Verzoek om bepaalde maatregelen te schrappen of aanvullend maatregelen te treffen. Verzoek om het tempo van invoering en/of uitvoering van maatregelen te versnellen. Verzoek om extra informatie over maatregelen Verzoek om meer informatie t.a.v. de beoogde effecten van maatregelen Verzoek om gerealiseerde effecten te monitoren en terug te koppelen Motie om een andere beleidsmaatregel te treffen
NB: bovenstaande tabel dient pas te worden ingevuld nadat de behandeling in de gemeenteraad heeft plaatsgevonden.
5
1. Verklaring college bij een basisverzoek Dit gedeelte bestaat uit de volgende vier onderdelen: A. Analyse van de oorzaken van het tekort B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren C. Beoogde effect van de genoemde maatregelen D. Ondertekening door het college
A. Analyse van de oorzaken van het tekort Hieronder beschrijft het college de analyse van de oorzaken van het tekort. Wat valt er onder de BUIG-uitgaven 1) Bijstandsuitkeringen (Participatiewet) Algemene bijstand Bijzondere bijstand IOAW (Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers) IOAZ (voor zelfstandigen) 2) Loonkostensubsidies (voor mensen met een arbeidsbeperking) Gemeenten kunnen een deel van het BUIG-budget gebruiken voor mensen met minder verdiencapaciteit. Berekening tekort BUIG Op basis van de gegevens van Beeld van de Uitvoering is onderstaand tekort berekend voor 2024: Budget BUIG 2024 Kosten BUIG 2024 Tekort Resultaat in %
€1.801.544 €2.020.058 €-218.514 €-12.13%
Om voor een vangnetuitkering in aanmerking te komen dient het tekort hoger te zijn dan 7.5%, hieraan voldoet de gemeente Woudenberg. Naar verwachting zal de vangnetuitkering €41.655 bedragen.
Analyse bestand Algemeen Volgens de meest recente gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) bedroeg de bijstandsdichtheid in de gemeente Woudenberg in juni 2024 1.9% van alle huishoudens. Ter vergelijking: het landelijke gemiddelde in Nederland lag in dezelfde periode aanzienlijk hoger, namelijk 4.7% van alle huishoudens. En in Bunnik, een met Woudenberg vergelijkbare gemeente, ontving 2.2% van alle huishoudens een bijstandsuitkering. In de afgelopen 12 maanden is het aantal inwoners in de gemeente Woudenberg toegenomen met 180 inwoners. Deze toename is vooral het gevolg van een positief binnenlands migratiesaldo (+94 6
inwoners). In de gemeente zijn er het afgelopen jaar meer mensen komen wonen vanuit een andere gemeente dan er vertrokken. Woudenberg kende daarnaast ook een positief buitenlands migratiesaldo (+60 inwoners; hogere immigratie dan emigratie). De natuurlijke aanwas had eveneens een positief effect (meer geboortes dan sterfgevallen) op de ontwikkeling van het aantal inwoners (+26 inwoners). Huisvesting statushouders De gemeente Woudenberg voldoet momenteel aan haar taakstelling voor de huisvesting van statushouders en loopt zelfs voor op schema. In de tweede helft van 2024 had de gemeente de opdracht om 21 statushouders te huisvesten. Uiteindelijk zijn er 23 personen gehuisvest, waardoor Woudenberg met een voorsprong van twee statushouders aan 2025 is begonnen. Onder de 23 personen vallen ook veel meerderjarige kinderen en zelfstandig recht op een uitkering hebben. Bijstandsbestand De afgelopen jaren had Woudenberg een stabiel bestand van mensen dat gebruik maakt van een uitkering volgens de participatiewet van rond de 95 huishoudens. Ieder jaar stroomden er ongeveer evenveel mensen in- als uit de uitkering.
Door een verandering in de samenstelling van de groep mensen die gebruik maakt van een bijstandsuitkering en met name het laatste kwartaal van 2024 een hogere instroom dan verwacht, mede door het kunnen voldoen aan de taakstelling huisvesting statushouders, is er sprake van een trechtervorming. In de bijstand In januari 2023 maakten 99 huishoudens gebruik van de participatiewet, in januari 2024 waren dat er 107 om in december 2024 te eindigen op 116 huishoudens. We zien twee doelgroepen die de uitstroom uit de bijstand afremmen: 1. Statushouders, zij hebben recht op bijstand en doorlopen na hun vestiging een inburgeringstraject van drie jaar. Gedurende deze periode is uitstroom naar fulltime werk niet mogelijk, wat resulteert in een langduriger beroep op de bijstand. Ook na afronding van de inburgering blijkt de stap naar duurzame arbeidsmarktparticipatie vaak complexer en trager dan bij inwoners met een Nederlandse achtergrond. Dit patroon zien we niet alleen in Woudenberg, maar binnen de gehele arbeidsmarktregio. Daarnaast vangt Woudenberg in verhouding veel Oekraïense vluchtelingen op. Opvallend is dat vrijwel alle Oekraïners werkzaam zijn. In de praktijk merken we dat werkgevers een duidelijke voorkeur hebben voor Oekraïense arbeidskrachten ten opzichte van statushouders. Dit vormt een extra belemmering voor de participatie van statushouders op de arbeidsmarkt. 2.
Een onverwacht sterk toenemende groep jongeren met psychische problematiek, die tijdelijk niet in staat zijn om te werken of een opleiding te volgen, maar geen recht hebben op een Wajong-uitkering. Deze groep komt wel in aanmerking voor algemene bijstand. In 2024 was er een stijging van drie naar vijftien jongeren (waarvan tien onder de 21 jaar). Een extra belemmerende factor is de lange wachtlijsten voor psychische hulp, waardoor het lang duurt voordat een jongeren de eerste stappen naar herstel kan zetten. Dit sluit aan bij de landelijke trend van een toename van jongeren met een psychische kwetsbaarheid in de bijstand. 7
Landelijk zien we geen directe toename in het aantal bijstandsgerechtigden, maar wel een toename in de complexiteit van de problematiek. Veel mensen zijn niet direct werkfit, wat hun re-integratie naar werk bemoeilijkt. Deze ontwikkeling is ook zichtbaar in Woudenberg. Participatieladder De participatieladder is een hulpmiddel dat gemeenten gebruiken om in kaart te brengen hoe actief mensen deelnemen aan de samenleving. De ladder laat zien in hoeverre iemand in staat is om te werken of maatschappelijk actief te zijn, en wat ervoor nodig is om een stap verder te komen richting betaald werk. De ladder bestaat uit zes treden, waarbij trede 1 het laagst is (weinig tot geen participatie), en trede 6 het hoogst (volledig betaald werk). De ladder helpt professionals om passende begeleiding en ondersteuning te bieden aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt.
De cijfers op de participatieladder laten zien dat een aanzienlijk deel van de bijstandsgerechtigden zich nog in de begin- of middenfase van maatschappelijke participatie bevindt. De grootste groep – 72 personen – zit op trede 3.1, waar zij nog midden in hun inburgeringstraject zitten. Voor deze groep is op korte termijn geen uitstroom naar werk te verwachten; zij hebben eerst afronding van hun taal- en integratieverplichtingen nodig. 8
Daarnaast bevindt een grote groep zich op treden 2.0 en 2.1 (samen 44 personen), waar sprake is van beginnende of beperkte participatie. Dit zijn mensen die bijna de AOW-leeftijd hebben bereikt of psychische of lichamelijke beperkingen hebben waardoor betaald werk niet tot de mogelijkheden behoord. Slechts een klein deel bevindt zich op de hogere treden die zicht bieden op werk: Kortom: de uitstroomkansen naar werk op korte termijn zijn beperkt. Het merendeel van de mensen bevindt zich nog in voortrajecten van inburgering, activering of maatschappelijke participatie. Het vergroten van uitstroomperspectief vraagt dus om langdurige en intensieve begeleiding, maatwerk en investering in ontwikkeling en taalvaardigheid. In 2024 zijn er 43 mensen ingestroomd in de bijstand en konden er 31 mensen (gedeeltelijk) kunnen uitstromen met onderstaande redenen: Aanvang studie
3
Arbeid in dienstbetrekking (fulltime of parttime)
11
Zelfstandig beroep of bedrijf
2
Verhuizing andere gemeente
5
Pensioengerechtigde leeftijd bereiken
6
Overig
4
B. Getroffen maatregelen om het tekort te reduceren Hieronder beschrijft het college maatregelen die zijn getroffen om een bijdrage te leveren aan het reduceren van het tekort. De uitvoering van onze taken ten aanzien van de Participatiewet, waaronder de re-integratie en uitstroombevordering, heeft gemeente Woudenberg ondergebracht bij De Kleine Schans De uitvoering van de re-integratietaken wordt gedaan een re-integratieconsulent. Gezien de kleine schaal van de gemeente Woudenberg is er slechts één re-integratieconsulent voor 24 uur per week. Deze persoon werkt ook 8 uur per week als inburgeringscoach. Deze re-integratiecoach zet diverse 9
instrumenten, waaronder loonkostensubsidie, jobcoaching, opleidingen, taalstages, simpel switchen en werkervaringsplekken in om het aantal uitkeringsgerechtigden te beperken waarbij de specifieke situatie van de uitkeringsgerechtigde het uitgangspunt is: maatwerk. In 2024 is de volledige caseload in kaart gebracht en daarin zijn verschillende routes bepaald. Getracht wordt de volledige begeleiding steeds meer te finetunen. De volgende maatregelen zijn in 2024 ingezet om snellere uitstroom te bevorderen. 1. Maatwerk begeleiding: Maatwerkbegeleiding voor cliënten, afgestemd op hun persoonlijke situatie en mogelijkheden, waarbij rekening gehouden wordt met vaardigheden en ervaring maar er vooral ook aandacht is hebben voor eventuele belemmeringen op weg naar werk, daar zit naar onze mening de crux. In de eerste fase wordt er een schifting gemaakt tussen mensen die redelijk werkfit zijn en mensen die dat om allerlei redenen nog niet zijn. Voor mensen die nog niet werkfit zijn, wordt breed gekeken naar álle leefgebieden die een rol spelen in hun dagelijks functioneren. Denk aan ondersteuning vanuit het sociaal team bij sociaal-emotionele problematiek, interculturele coaching, taalondersteuning via taalklassen bij de bibliotheek, het regelen van kinderopvang, of deelname aan een taalstage of vrijwilligerswerk.
Alles is erop gericht om de randvoorwaarden op orde te krijgen en de afstand tot de arbeidsmarkt te verkleinen. Mensen die wel werkfit zijn, stromen door naar een gericht traject richting werk. Een belangrijke meerwaarde in onze aanpak is dat de re-integratieconsulent ook fungeert als inburgeringscoach. Hierdoor is hij nauw betrokken bij het volledige traject – van het ondertekenen van de participatieverklaring tot aan de uiteindelijke uitstroom naar werk. Deze continue begeleiding zorgt voor vertrouwen, consistentie en een sterkere band tussen inwoner en begeleider. Gedurende het hele proces worden inwoners “aan de hand meegenomen”, maar er wordt ook voortdurend gewerkt aan het bevorderen van zelfredzaamheid. Het doel is dat mensen uiteindelijk zelf de regie pakken over hun toekomst en duurzaam uitstromen naar werk dat bij hen past – het liefst zelfs naar hun droombaan. Daarbij houden we altijd oog voor persoonlijke belemmeringen, en zetten we gericht ondersteuning in waar nodig. 2. Parttime werken als opstap naar duurzame uitstroom Afgelopen jaar is er in het beleid meer nadruk gelegd op parttime werken als eerste stap richting volledige en duurzame uitstroom uit de bijstand. Deze aanpak is gebaseerd op de overtuiging dat werkritme, structuur en sociale interactie essentieel zijn voor een succesvolle re-integratie op de arbeidsmarkt.
Door mensen te laten beginnen met een aantal uur per week werken, wordt de drempel verlaagd en ontstaat er ruimte om in eigen tempo te wennen aan de verantwoordelijkheden die werk met zich meebrengt. Het opdoen van succeservaringen, hoe klein ook, draagt bij aan het zelfvertrouwen en de motivatie van mensen die vaak al langere tijd buiten het arbeidsproces staan. Op dit moment werken 20 personen parttime Voor een deel van hen is dit het maximaal haalbare, bijvoorbeeld vanwege fysieke of psychische beperkingen. Voor anderen is parttime
10
werk juist een opbouwtraject: een tussenfase waarin zij langzaam toewerken naar meer uren en uiteindelijk volledige participatie. 3. Interculturele coaching Een belangrijke maatregel die we in 2024 hebben ingezet om uitstroom naar werk te bevorderen, is het intensiveren van interculturele coaching voor statushouders. Zoals eerder genoemd, vormt deze groep een groot deel van ons bijstandsbestand. Tijdens de begeleidingsgesprekken is steeds duidelijker geworden dat veel van hen niet alleen praktische ondersteuning nodig hebben, maar ook begeleiding in het leren navigeren binnen de Nederlandse arbeidsmarkt, die vaak sterk verschilt van de arbeidsmarkt in hun land van herkomst. Deze vorm van begeleiding richt zich op het begrijpen van de Nederlandse werkcultuur, normen en verwachtingen op de werkvloer, en het aanleren van een proactieve houding. Denk hierbij aan het leren communiceren met werkgevers, omgaan met hiërarchie en feedback, het belang van punctualiteit en zelfstandigheid. De eerste ervaringen met deze aanpak zijn positief: deelnemers voelen zich beter begrepen en zijn gemotiveerder om hun traject te doorlopen.
Extra maatregelen voor 2025 4. Project regionaal verbinder In de arbeidsmarktregio is er voor de gehele regio een regionaal verbinder aangesteld die een spilfunctie gaat krijgen in het bemiddelen van statushouders en werkgevers. Het is de verwachting dat door het opzetten van innovatieve projecten en programma's de arbeidsparticipatie van statushouders wordt versneld en vergroot. Deze initiatieven zullen aasluiten aan bij de behoeften van zowel statushouders als de regionale arbeidsmarkt. Momenteel is er een pilot gestart om statushouders al in de opvang toe te leiden naar werk. Op het moment dat ze huisvesting krijgen hebben ze al werk en kunnen ze wellicht werken en inburgeren combineren. 5. Vrijmaken van extra re-integratiebudget In de Voorjaarsnota is een verzoek gedaan om extra re-integratiebudget. Sinds 2020 is het beschikbare budget voor re-integratiemiddelen – zoals scholingstrajecten en taaltrainingen gericht op sectorspecifiek vakjargon of certificering – niet meer aangepast. Dat was tot nu toe ook niet strikt noodzakelijk, gezien de relatief stabiele omvang van het bijstandsbestand. Inmiddels is de situatie echter veranderd. Door een toename van het aantal mensen in de bijstand, in combinatie met de inflatie en de fors gestegen cao-lonen in het afgelopen jaar, zijn de kosten voor in te kopen trajecten aanzienlijk toegenomen.
Hierdoor is het huidige reintegratiebudget onvoldoende om in de benodigde ondersteuning te voorzien.
Samenwerking met lokale werkgevers verstevigen Om extra werkplekken te kunnen creëren willen we nauwer gaan samenwerken met lokale bedrijven. We hebben bijvoorbeeld het platform ‘Woudenberg werkt samen’ een platform waarin diverse maatschappelijke initiatieven zich verenigen met als doel het voor werkgevers 11
zo makkelijk mogelijk te maken maatschappelijk verantwoord te ondernemen en een duurzame economie te bevorderen. Het college onderzoekt of we dit platform het komende jaar kunnen door ontwikkelen op het gebied van activiteiten gericht op het samenbrengen van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en lokale werkgevers.
Inzet vrijwilligers als taal/werkbuddy voor statushouders Het college onderzoekt de mogelijkheid om een pool van vrijwilligers te vormen die als taal/werkbuddy’s worden gekoppeld aan statushouders. Deze buddy’s bieden praktische ondersteuning bij het oefenen van werkgerelateerde taal, het begrijpen van de Nederlandse werkcultuur, het voorbereiden op sollicitaties en eventueel iemand een paar keer laten meelopen op het eigen werk.
C. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Hieronder maakt het college inzichtelijk dat de getroffen maatregelen bijdragen aan het reduceren van het tekort. Hierbij gaat het om een inschatting van het beoogde effect. De getroffen maatregelen zijn gericht op het verhogen van de uitstroom uit de bijstand en dragen daarmee bij aan het reduceren van het tekort op het BUIG-budget. Beoogd effect van de genoemde maatregelen op de tekortreductie Het college verwacht dat het integrale pakket van maatregelen substantieel bijdraagt aan het reduceren van het tekort op het BUIG-budget, zowel op korte als lange termijn. 1. Maatwerkbegeleiding Door individuele ondersteuning die rekening houdt met persoonlijke omstandigheden en belemmeringen, wordt de effectiviteit van re-integratietrajecten verhoogd. Deze aanpak leidt tot een verhoogde uitstroom uit de bijstand en draagt bij aan het verkorten van de uitkeringsduur. 2. Parttime werk als opstap Het aanbieden van parttime werk verlaagt de drempel naar arbeidsdeelname, waardoor meer cliënten werkervaring opdoen en sneller uitstromen. Dit bevordert niet alleen het zelfvertrouwen, maar helpt ook om het werkritme en de sociale interactie op een laagdrempelige manier op te bouwen. 3.
Interculturele coaching Deze begeleiding verbetert het begrip van statushouders voor de Nederlandse arbeidsmarkt, wat hun zelfredzaamheid en uitstroom bevordert. Door het aanleren van vaardigheden zoals communiceren met werkgevers en omgaan met feedback, worden statushouders beter voorbereid op de arbeidsmarkt. 4. Regionale verbinder De aanstelling van een regionaal verbinder versterkt de samenwerking tussen gemeenten en werkgevers, waardoor meer en eerder in het proces passende werkplekken voor statushouders ontstaan. Dit leidt tot een snellere toeleiding naar werk en verkort de periode van uitkeringsafhankelijkheid. 5. Extra re-integratiebudget Het vrijmaken van extra middelen maakt het mogelijk om meer maatwerktrajecten en scholing aan te bieden, wat de effectiviteit van re-integratie-inspanningen verhoogt. Hierdoor kunnen meer cliënten succesvol uitstromen naar werk, wat bijdraagt aan het terugdringen van het financiële tekort op het BUIG-budget. 6. Taal/werkbuddy’s 12
Door regelmatige interactie met een werkbuddy kunnen statushouders hun taalvaardigheid verbeteren en vertrouwd raken met de Nederlandse werkcultuur, wat hun zelfvertrouwen en inzetbaarheid vergroot. De persoonlijke band tussen statushouder en buddy bevordert sociale integratie en vermindert gevoelens van isolatie. Het begeleiden bij sollicitaties en introductie in het Nederlandse werkleven verhoogt de kans op een succesvolle plaatsing. Kwantitatieve effecten: Hoewel exacte cijfers afhankelijk zijn van de uitvoering en lokale omstandigheden, is op basis van eerdere ervaringen en landelijke benchmarks te verwachten dat deze maatregelen leiden tot een hogere uitstroom uit de bijstand en verkorting van de uitkeringsduur. Dit resulteert in lagere uitkeringslasten en draagt direct bij aan het terugdringen van het financiële tekort op het BUIGbudget. Samenvattend bieden deze maatregelen een integrale en toekomstgerichte aanpak om inwoners perspectief op werk te geven en hun afhankelijkheid van de bijstand structureel te verminderen, wat zowel kwalitatieve als kwantitatieve voordelen oplevert voor het BUIG-budget.
13
D. Ondertekening Een verzoek tot vangnetuitkering dient door het college van burgemeester en wethouders te worden ingediend, ook indien de uitvoering van de Participatiewet aan een samenwerkingsverband is overgedragen. Omdat de financiering van de bijstand via de gemeenten verloopt, is het aan de colleges en raden van gemeenten om de aanvraag op te stellen en in te dienen. De ondertekening geschiedt door burgemeester en secretaris. De ondertekening is volledig indien de naam van de gemeente en de naam van de ondertekenaar zijn ingevuld, de datum is ingevuld en de handtekeningen zijn gezet. De verklaring is slechts geldig indien het college deze met het door de minister van SZW ter beschikking gestelde aanvraagformulier heeft aangeboden aan de raad. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woudenberg verklaart dat het vóór 15 augustus 2025 de genoemde maatregelen heeft getroffen om te komen tot tekortreductie. Datum: ___________ De secretaris,
Naam van de ondertekenaar: Z.D.M. van den Boogaard De burgemeester,
Naam van de ondertekenaar: M. Jansen-van Harten
14
2. Instemming gemeenteraad In artikel 10, eerste lid, onderdeel d, Besluit Participatiewet staat dat de verklaring van het college de instemming van de gemeenteraad moet hebben. De instemming is pas geldig indien de verklaring aan de raad is aangeboden in de vorm van het door de minister vastgestelde aanvraagformulier.
De gemeenteraad stemt in met de verklaring van het college. Daarmee bevestigt de gemeenteraad dat het college: 1. 2. 3.
voldoende duidelijk heeft gemaakt wat de oorzaken zijn van het tekort; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat het pakket van maatregelen effectief is om de geschetste problemen aan te pakken, binnen de mogelijkheden die de gemeente heeft; voldoende duidelijk heeft gemaakt dat dit pakket van maatregelen, voor zo ver door de gemeente beïnvloedbaar is, leidt tot een beoogde tekortreductie. Daarbij wordt het effect van deze maatregelen kwantitatief dan wel kwalitatief inzichtelijk gemaakt.
Ondertekening De ondertekening geschiedt door voorzitter en griffier. De gemeenteraad dient voor het moment van indiening van het verzoek zijn instemming te hebben gegeven. De aanvraag dient uiterlijk 15 augustus 2025 door de Toetsingscommissie te zijn ontvangen. De gemeenteraad van de gemeente Woudenberg stemt in met de onder 1 door het college van deze gemeente afgegeven verklaring. Met de ondertekening gaat de gemeenteraad akkoord met de beschrijving van de wijze waarop hij is geïnformeerd door het college en met de weergave van de samenvatting van de opvattingen van de gemeenteraad. De voorzitter,
Naam van de ondertekenaar: ___________ De griffier,
Naam van de ondertekenaar: ___________
15