CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

24b. Bijlage CA contouren RMP Midden Nederland.pdf

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken8.690 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

De

van Q itQštßprngirn

QnrnQnWQr

nm regio

ing binnen het Regionaa iddnnm-NnnnrQnd

nQanannan

ënanQn

Q Vnmunrnamim nemannnmnwímn

l

el

Ing

'QQOQUl'¿QQÖUUl'U,I'CUQI'Q'QOOIIOUQI'IO...U'UOQUUQQUQW

1.1

Aanleiding en achtergrond

1.2

Opzet en afbakening Regionaal Mobiliteitsprograrnma

1.3

Samenwerking in de regio Midden~Nederland

2

Midden-Mede rland...

3 6

Waar willen we naartoe?

8

2.1

Doelen Regionaal Mobiliteitsprogramma

2.2

Leidende principes samenwerking

Midden-Nederland

8 10

Waar staan we nu?

N

3.1

De regionale C02~uitstoot

3.2

Voorbeeldprojecten

14 14

duurzame mobllrtert

17

Hoe gaan we verder?

21

4.1

Van contourendocument naar RMP1.0: proces en organisatie

4.2

Organisatie

4.3

Kansen voor regionale samenwerkingsinitiatíeven

4.4

Eerste beeld van de effecten van verduurzamingsmaatregele nmaatregelen

21 23

23

Bijlage: Mobiliteitssamenwerkingen in de regio Midden Nederland

r

25 27

l lel l n al

Binnen de provincie Utrecht gaan bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en overheden actief samenwerken aan een schoon, slim en energiezuinig mobiliteitssysteem Het samenwerkingsprogramma dat hieraan ten grondslag komt te liggen is het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RM van de regio Middeanederland. ln dit programma geeft de regio MiddemNederland invulling aan de nationale en internationale klimaatafspraken. Het in 2019 door het Kabinet vastgestelde Klimaatakkoord stelt voor Nede rlancl de volgende doelstelling: in 2030 minder broeikasgassen uit dan we in 1990 deden. Voor stoten we in Nederland bijna de helft 2050 is de doelstelling een 95% reductie van broeikasgasemissíesten opzichte van 1990. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma vloeit voort uit de afspraken in het Klimaatakkoord. Uitgangspunt is dat er regionaal maatwerk nodig is in de transitie naar schone, slimme en energiezuinige mobiliteit. Overheden hebben in het Klimaatakkoord daarom de afspraak gemaakt om een landsclekkend geheel van Regionale Mobiliteitsprogramma's te ontwikkelen. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma van de regio Midden-\Nederland is daarmee een instrument om op regionaal

schaalniveau toe komstbestendige mobiliteitsoplossingen te realise ren. Om tot een gedegen same nwerkingsprogramma te komen, is het van belang de samenwerking in de

regio goed te organiseren. Voorligge nd document fungeert als eerste stap in deze richting en gaat in op de hoofdlijnen van de samenwerking.. Het geeft de contouren aan van hoe we als samenwerkende

partijen de verduurzaming van de mobiliteit in Midden-Mede rland gaan realiseren. Daarom heet dit

document het contou re ndocu ment of contouren~Rlle. Van april tot en met september 2021 werken we het contou rendocume nt uit tot een concreet gezamenlijk programma van l-let document dat dit programma beschrijft noemen we het Regionaal ve rduurzamíngsmaatregele Het Regionaal Mobiliteitsprogramma 1.0 vormt het Mobiliteitsprogramma 1.0 of het RMP startpunt van de uitvoe ringsfase. Dit contourendocu ment heeft twee hoofddoelstellingen: Het maken van afspraken overde manier van samenwerken in de uitwerkingen het Regionaal Mobiliteitsprogramma van de regio Midde anederland.,

uitvoering van

van de sector mobiliteit in de provincie Utrecht als Het in kaart brengen van de C02~uitstoot uitgangspunt voor de inhoudelijke uitwerking van de ve rduurzamingsmaatregelen in het

Regionaal Mobiliteitsprogramma.

ien

orïriitioiriilrrriropro tro reororr

voor de Wirei pro

rïrrrr ii rrerïirr

Wittner"

thllül¿

ll

'zi

WEDHT

o

ram root oo mmorpg onromešrnr. na tot W

mor-eurorear

De mobiliteitsstromen in de provincie Utrecht kenmerken zich door een samenhangend mobiliteitsproflelwaarín vanwege de centrale ligging doorgaande stromen in alle windrichtingen een dominante plek innemen. Dit is onderandere te zien ln de referentierapportage 2030 Utrecht Nabi' van U Ned, waarin de onderverdeling van de wegverkeersstromen in doorgaand verkeer en verkeer met herkomst en/of bestemming in de regio Utrecht is weergegeven. Op de snelwegen richting de regio Utrecht bedraagt het percentage doorgaand verkeer zonder herkomst en/of bestemming in de een hoog percentage vergeleken bij andere regio op de meeste wegen tussen de 30en stedelijke regio's. Alleen vanuit de richting Arnhem is het percentage doorgaand verkeer lager 17% Deze hoge percentages van doorgaand verkeer geven de provincie Utrecht een specifiek mobiliteitspatroon waarmee rekening gehouden moet worden bij het opstellen van het mobiliteitsbeleid. Dit is reden om te kiezen voor het opstellen van een Regionaal Mobiliteitsprogramma voor de gehele provincie Utrecht: het Regionaal Mobiliteitsprogramma

Midden-Nederland. bilirgitrprogrornmo is gezomen/ljk inrtru r ent De Utrechtse gemeenten, Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht werken samen aan de uitwerking Regionoo/

r

en uitvoering van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma is daarmee een gezamenlijk eigendom van de betrokken partijen. Uit de betrokken partijen is een voor de begeleiding van de uitwerking van het ambtelijk kernteam gevormd dat verantwoordelijk

Regionaal Mobiliteitsprogramma. Het Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden~Nederland wordt voorgelegd aan de regionale bestuurstafels van de regio's Amersfoort, Foodvalley en UlOen aan de lokale wethouders en/ofColleges.

eenrooorrlir/in einenaprrrerrrrnrrroe

i 2

te er jaar n

rai

ron roerenfile/ileder irilaiiil ir

Het proces van de totstandkoming van de eerste ve rsie van het Regionaal Mobiliteitsprogramma

rs verdeeld ln twee fasen. De eerste fase bestaat uit de uitwerking van het contourendocu ment waarin de betrokken partijen de leidende principes en spelregels vastleggen voor de samenwerking en besluitvorming over het programma. Ook komen in dit document de doelstellingen aan de orde die de deelnemende partijen formuleren als uitgangspunt voor de uitwo rkíng en uitvoering van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. l-let resultaat van deze fase is het contouren-RlVl P wat nu voorligt.

centraal die een plek krijgen in het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Deze fase leidt tot de eerste versie van een adaptief programma, het zogenaamde RMP1.0. Dit document vormt het overzicht van de verduurzamings~ /mobiliteltsmaatregelen en markeert de start van de uitvoering van het programma. De verdeling van het proces in een contourenfase en een RMP1.0-fase is visueel weergegeven in Figuur ln de tweede fase staat de uitwerking van de verduurzamingsmaatregelen

eenen

lnriehten

enen

mm

y“verriehten

x

Figuur

verre

Proces van opstellen ContouremRMP en RMR 1.0

liviobillrelrspren vellen ander viffboefdthernnie Het Regionaal Mobiliteitsprogramma heeft als doel om inzichtelijk te maken welke il 2

elen

Repro

mobiliteitsmaatregelen op welk moment en op welke schaal in de provincie Utrecht ingezet gaan worden terve rduurzamlng van de mobiliteit en reductie van de C02~uitstoot.Het lnterprovinciaal hebben teruitwerking van het en de Vereniging Nederlandse Gemeenten Overleg

Klimaatakkoord een handreiking en 'dummy' opgesteld voor regionale overheden die hen verder helpen bijde invulling van het programma.. De handreiking bevat een 'groslijst' van mobiliteitsmaatregelen die bijdragen aan ve rduurzaming van de mobiliteit. Deze maatregelen zijn samen te vatten onder de volgende vijf thema's: Doorontwíkkeling van duurzame energiedragers in mobiliteit; Stimulering van gebruik van elektrische personenve rvoermiddelen

Verduurzamlng van logistiek en goederenvervoer; Verduurzamíng van pe rsonenmobíliteít door stimuleren van gebruik van openbaar vervoer, fiets en andere duurzame ve rvoermodaliteiten; 0

Verkenning van nieuwe vormen van bekostiging van mobiliteit.

De handreiking prese nteert een vijfentwintigtal maatregelen die vallen onder deze thema's en

bijdragen aan verduurzamíng en reductie van de Cor-uitstoot. De in de handreiking genoemde maatregelen hanteren we als uitgangspunt voor de uitwerking van het programma voor de regio Midden~Nederland

“De

“mei

“we

of?

n

iiegiinnnni sifininnnni l/erkeereninnnnenfieniiiirnnniinnïinniíineien

iiiieilíirnrn ninrn

oplossingsrichting al besloten dat Het Utrech s Verkeer- en Vervoerberaad (UVVB) heeft voor deze in belangrijke mate bijdraagt aan het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Dat is het programma

Multimodaal Verkeersmanagement. Dit programma gaat begin 2021 van start als opvolgervan het dat op 31 december 2019 is geëindigd. RVM programma Regionaal VerkeersManagement betrofeen brede samenwerking van wegbeheerders in de Regio Midden -Nederland Het doelvan het RVM-programma

was een betere benutting van het regionale mobiliteitssysteem door inzet van

ve rkeersmanagement.

ln Multimodaal Verkeersmanagement zetten we de essentiële onderdelen van regionaal vanuit het oude programma RVM in 2021 en 2022 voort. We verbeteren de

ve rkeersmanagement

uitvoering waar dat nodig is. Daarnaast faciliteert Multimodaal Verkeersmanagement de transitie naar een multimodaal en samenhangend mobiliteitssysteem. MultimodaalVerkeersmanagement is het beter op elkaar afstemmen van de verschillende modaliteiten (auto, fiets, OV en voetgangers) in

een live-situatie door het beschikbareve rkeersnetwerk optimaal te benutten. Ontstaat erschaarste? Dan bepalen streefwaarden de kwaliteit van doorstroming voor de verschillende modaliteiten (wie geven we wanneer prioriteit en waarom?). Multimodaalve rkee rsmanagement zorgt vooreen

optimaal basisniveau van het bestaande ve rkeersnetwerk, zodat schaarste uitblijft of de gevolgen beperkt blijven. Multimodaal Verkeersmanagement draagt daarmee bij aan belangrijke opgaven zoals het optimaliseren van de benutting van de bestaande infrastructuur, het verhogen van ve rkeersveiligheíd en het vergroten van de leefbaarheid. Multimodaal Verkeersmanagement daarom bij aan de doelstellingen van het Regionaal Mobiliteitsprogramma.

een

draagt

biedt ineervvn inde voer pnrinere Midden-Nederland betrokken partners hebben in hun eigen mobiliteitsvlsies al veelal ambities uitgesproken ten aanzien van het ve rduurzamen van mobiliteit en het reduceren van CDT-uitstoot.Deze ambities fungeren als startpunt voor de uitwe rking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. De betrokken partners zien meerwaarde in het gezamenlijk nastreven van hun ambities binnen het same nwerkingskader van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Deze meerwaarde is als volgt te karakte rise ren: .1M

een eninnnniilnlnbiliteitep

De bij het Regionaal Mobiliteitsprogramma

0

0

Samen is meerdan alleen: samenwerking leidt tot een efficiëntere inzet van beschikbare middelen en menscapaciteit;

Optimaal schaalniveau zoeken: door programmatische samenwerking kunnen maatregelen op hun optimale schaalniveau uitgevoerd worden; Niet iedereen het eigen wiel laten uitvinden: uitwisselen van kennis en expertise leidt tot een

0

effectieve aanpak en kostenbesparingen Sterke onderhandelingspositie creëren: een ste rk same nwerkingsprogramma geeft een betere onde rhandelingspositie tegenover Rijk en Europa bij het zoeken naar (aanvullende) middelen.

lW iii .fi

Senilnne

iiegin

en Reninnnie iinereienrrniobiiiieiiïeiiirnnrnrnnrn

Naast mobiliteit vormt ook elektriciteit

Ir

van de the ma's in het Klimaatakkoord. Voorde regionale

uitwerking van de maatregelen onderdit thema is Nederland verdeeld in dertig zogenaamde Ene rgleregio's. ln het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke Ene rgie regio een plan opstelt hoe in de

betreffende regio het best duurzame elektriciteit op land kan worden opgewekt: de Regionale Een aantalvan de mobiliteitsmaatregelen die in het Klimaatakkoord zijn Ene rgiestrategie opgenomen heeft betrekking op het stimuleren van de toepassing van aandrijftechnle ken voor vervoermiddelen die vrij zijn van de emissie van schadelijke stoffen. Voorwaarde voor een emissíevrije werking van deze technieken is dat niet alleen de aandrijftech niek zelf emissievrij is,

maar ook de voor de aandrijving benodigde energie duurzaam wordt opgewekt ('from well to wheel).h Het uitstippelen en uitvoeren van strategieën voor de opwekking van elektrische energie bijvoorbeeld door zon of wind valt onder het thema 'elektriciteit' en is daarmee onderdeel van de

Regionale Energiestrategíeën. Het stimuleren van de ontwikkeling en toepassing van duurzame aandrijftechnieken voor vervoermiddelen behoort daarentegen tot het domein van de Regionale Mobiliteitsprogramma's. Ook de ontwikkeling van energiebronnen die buiten het thema 'elektriciteit' vallen, zoals biobrandstoffen, behoort tot het thema 'mobiliteit' en krijgt daarmee een plek in het

Regionaal Mobiliteitsprogramma. Voldoende schone energie en de beschikbaarheid van de benodigde laad- en tankinfrastructuur zijn daarmee belangrijke voorwaarden voor een transitie naar uitstootvríje mobiliteit. i 21lil

.Somerlhohg ileglohool ohí/iteitsprogro

rooie

eo .Échohe loeli tooerrdo

In januari 2020 hebben Rijk, provincies en gemeenten

het Schone Lucht Akkoord gesloten. Doelvan het Schone Lucht Akkoord is te komen tot een permanente verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland. Afoblliteit is eert van de thema's in het Schone Lucht Akkoord. De mogelijke maatregelen die het Schone Lucht Akkoord noe mt op het gebied van mobiliteit liggen zowel op het gebied van personenvervoer als van goederenvervoeren vertonen veeloverlap met die in het Klimaatakkoord. Bij de uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma voor Middenwederland is dan ook de veronderstelling dat de in dit kader uit te voeren maatregelen tevens een substantiële bijdrage leveren aan het behalen van de doelstelling van het Schone Lucht Akkoord.. Vooruitlopencl op het Schone Lucht Akkoord heeft de provincie Utrecht in 2018 het initiatief genomen om in samenwerking met gemeenten en andere stakeholdersde Uitvoe ringsagenda

Schone Lucht Regio Utrecht op te stellen., De uitvoeringsagenda is in 2018 door de samenwerkende partners ondertekend en sindsdien in uitvoering. Op het gebied van mobiliteit bevat de uitvoe ringsagenda vooral initiatieven gericht op het stimuleren van het gebruik van openbaar vervoeren fiets en het verschonen van de binnenvaart. Gezien de sterke inhoudelijke raakvlakken tussen het Regionaal Mobiliteitsprogramma en de uitvoeringsagenda Schone Lucht voor de regio Midde n~Neïderlandis een nauwe afstemming tussen deze twee programma's gewenst.

.Eliiamehvrerki rig ln de regio Midden

Nederland wordt op verscheidene vlakken samengewerkt aan mobiliteit

Bedrijven, instellingen, belangenorganisaties en overheden uit de regio ziijn onderdeelvan allerlei samenwerkingsverbanden in de vorm van bijvoorbeeld Green Deals,samenwerkingsakkoorden en de Regionale Energiestrategíeën. De uitwerking en uitvoering van het Regionaal Mobiliteitsprogramma betreft eveneens een samenwerking tussen de genoemde partijen. Waar mogelijk bouwen we voort op bestaande samenwerkingen.

Overheden werken vanuit verschillende belangen en focus samen aan het mobiliteitssysteem van de regio binnen het eigen mandaat. Figuur 2 geeft een overzicht van de huidige samenwerking tussen de overheden in de regio als het gaat orn mobiliteit. Voor een uiteenzetting van de in Figuur 2 opgenomen partijen zie bijlage

Samenwerking rijk, provincie, Um en gemeente Utrecht op wonen, werken, bereikbaarheiden leefbaarneid

Bespreking imoT`Viliteitsdoseierrs oeverIt heden en mobiliteitspartnere in de provincie Utrecht

Gemeentelijke samenwerking op onder andere mobiliteit

Uitvoeringsorgenisatiea Provincies en gemeenten

Figuur

Huidige samenwerking tussen overheden in de regio MiddemNederlond op mobiliteit

Het Utrechts Verkeer en Vervoer Be raad (UVVB) en het Manageme ntoverlegverkeeren Vervoer (MOVV) spelen een belangrijke rol in de totstandkoming van het Regionaal Mobiliteitsprogramma.

Het UVVB is het bestuurlijk platform voor de provincie Utrecht waar beleidsontwikkelingen op het gebied van mobiliteit van bovenlokaal belang worden besproken. Het Manageme ntoverleg Verkeer en VervoerUVlOVV) is het ambtelijk overleg dat de bespreking in het UVVB voorbereidt. Het UVVB

en MOVV bestaan uit de provincie Utrecht, de gemeenten in de provincie Utrecht (vertegenwoordigd in de vorm van de regio's UlO, Amersfoort en Foodvalley), Rijkswatetaat, ProRailen NS. Daarnaast vindt op regionaal niveau bestuurlijke afstemming plaats.

*eem

o

Het klimaatakkoord maakt onderscheidtussen vijfthema's: elektriciteit, gebouwde omgevhg, lndustr'e, landbouw en landgebruik en mobiliteit. Voor alle the ma's samen formu eert het Nederland te Klimaatakkoord de doelste ling om ln 2030 49% en in 2050 95% van de COyuitstoot hebben gereduceerd ten opzichte van het refe re nt'ejaar 1990..Deze doelstelling is het Klimaatakkoord niet uitgewerkt ln reductie pe rce ntages perthema. Voor elk the ma ls een the atafel in het leven ge roe pe samengesteld uit vooraanstaande vertegenwoordigers uit het betreffende veld. Voor het thema mobiliteit' is dat de Mobiliteitstafel De leden van deze Tafel hebben voor de uitwerkï* gvan de gezamenlijk een toekomstbee d opgesteld dat fungeert als maatregelen tervercluurzaming van de mobiliteit. Tabel 1 geeft een beschrijving van het

toekomstbeeld van de Mobilitetstafe

Zeromemissieis de norm¿e l ektrische personenauto's worden concurrerend Trr.:rnd breken door voor e ektrische voertuigen 2025). iandinfrasjmctuur wordt verder uitgerold, inclusief eventuele neteanpaeaingen

frii

ne e groei van elektrischebeste busjes, (DV-“bussen en iche vrachtauto's in 2025 zerowernseiemilieuzone in vee binne eden).

Zeromemiosieis de normraeffrrde breken door

Uok voor zwaar wegvervoer komen er steeds meer elektriecheaiternatieven 'barterije e rieohen waterstof) in ebru'k. Tijde ijk ge ruikt zwaar bio wegve rvoerdunrzame en synthetische biofuela/ ke rosrne/b'oLi '16 s ove rgangsbeloidnaar zeroemissie energiedragers. Duurzame biobrandstoffen bi” voorkeur voor moda ite iron waarvoor nog geen a ternatieven voor handenzijn (echeepveart en luchtvaart Ook: opkomst e ektrisch inc. watereto¿g aanpassing aad-en tank nfrastmotuur.

Zeromemiseie wor dominant (wete retof elektrisch en norm in vrachtverkeer; eefrijdende voertuigen breken door; e e arischen synthetieohe brandstoffen vormen hybr standaarden

Personenvervoer: zeroo missieam xa elten worden eteede aantrekke iikeron e uiten steeds beter ope; aan. iSim laden' wordt een standaardvoor elektrische voertuigen en daarmee onderdeelvan het e elrtrioteitseysteom. nformatiesystemen bepalen steeds vaker reiagedragr lin Je ruimte ij; e ordening wor en duuoaamhe'ds~en bereikbaarheidscrrteria zwaarwegend

Dominant: schone mobi liteit is een dienst; ve rvoe rsrniddelenzijn laagdrempelig toegankelijk, eigen bezit (vooraf in Stede ijke gebieden minder noodzake ijk en aantrekko i Mob: i eitsrzri eria rnedeetrtrctnrerend voor Steden zijn i erichtop inrichti optimae bereikbaarhei met bijeen re aandachtvoor lopen, fie enen OV.

Logistiek: stedelike zero-emissie milieuzones nemen grote v ucht, evena s bunde ing van toeleverende

voertuigen

o

Ketenregie en innovatieve zerr„r-~~errrireiemv zijn de norm

concepten

regiois door vorvoerstromen naar enbinnen stedeliike ketenregie en innovatieve ogistieke systemen, Personenvervoer: reisgedrag meer contextafnankelj met grotere Vaker gecombineerde ve rvoersovstemen ro voor CWen fiets. Meer thuiswerken en te eoonfe reren...

Logistiek: grotere

Tabel

ro* voor multi moda e hubs

uit het Klim oordkkoord Toekomstbeeldvon de Mobiliteitstofel

auto'e Aeiden 0iglta e innovaties; en ze íirl'fdende tot geheel nieuwen moe' ijk voorspelbaar mobiliteitsgedrag,

Mu timoda e hubs hebben centrale `arnieriornt'lziein ogistieke ketens.,

Het door de Mobiliteitstafel geschetste toekomstbeeld vormt het vertrekpunt voor de uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland. Als eerste stap in het proces formuleren we

een aantal doelstellingen die we als regio Midden-Nederland gezamenlijkwillen nastreven ter realisatie van het toe komstbeeld van duurzame mobiliteit. Daarbij maken we onderscheid tussen

inhoudelijke doelstellingen en same nwe rkingsdoelstellingen. De inhoudelijke doelstellingen hebben betrekking op de inrichting en uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen op het ge bied van mobiliteit. De samenwerkingsdoelstellingen leggen de basisvoor de manier waarop we als regio samen willen gaan optrekken in het Regionaal Mobiliteitsprogramma.

Voorde uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland is een RM ke rnteam in het leven geroepen dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van een aantal Utrechtse gemeenten, Rijkswaterstaat Midde n-Nede rland en de provincie Utrecht. Op het inhoudelijke vlak heeft het kernteam de nationale doelstellingen en hettoekomstbeeld uit het Klimaatakkoord als uitgangspunt genomen en die 'doorve rtaald' naar regionale doelstellingen voor een duurzaam mobiliteitssysteem in de regio Midden-Nederland. Deze doelstellingen zijn als volgt geformuleerd:

Werealiseren in2030 een mate van C02reductie die een substantielebijdrag'wj'ri i

algemene doelstelling in het

49% CIZ-reductie in Klimaatakkoordvan 2030teopzich

kunnen bijsturen

Op het vlak van samenwerking heeft het kernteam de volgende doelstellingen benoemd:

Samenwe rkingsdoelstellingen

We werken samen vanuit een gedeelde visie op de ve rduurzaming van het mobiliteltssvsteem met aandacht voor de samenhang tussen de modaliteiten auto, openbaarvervoar, fiets, lopen en goede re nvervoervia de weg, overwateren per spoor.. w

We bepalen samen het optimale schaalniveauvoor de uitvoering van de verduurzamingsmaatregelen. We doen lokaal wat beter lokaal?kan en werken samen op regionaal en/of bovenregionaal niveau waar dit meerwaarde biedt.

u

Binnen de lokale, regionale en bovenregionale samenwerkingsverbanden zoeken we samen naar maatschappelijk draagvlak voor de uitvoering van de maatregelen voor het ve rduurzamen van het mobiliteitssysteem.

We streven naar een zo efficiënt mogelijke inzet van kennis, capaciteit en financiële middelen waarbij we de krachten bundelen en van elkaar leren. Waar nodig en nuttig werken we beleidsveld ove rstijgencl samen orn opgaven die verschillende werkte meinen beslaan integraal uitte werken en uitte voeren We werken samen aan een maximale lobbykracht richting Rijk en Europa voor het verkrijgen van financiele middelen ter uitvoering van de ve rduurzamingsmaatregelen„

De doelstellingen fungeren als vertrekpunt voor de verdere uitwerking van het Regionaal Moblllteltsprogramma tot het RMP

tel cl n d e pri n til p es sa rn e n e r k l n Om houvast te hebben in de samenwerking tussen de betrokken partijen ln het Regionaal Mobiliteitsprogramma werken we met leidende principes.. De ze principes zijn afgeleid van de in de 2

vorige paragraaf geformuleerde doelstellingen en geven richting aan de wijze van samenwerking en te realiseren..Ze vormen de inzet van instrumenten en maatregelen orn de beoogde C02-reductie dan ook een belangrijk element in de contouren van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Het vervolg van deze paragraaf geeft een overzicht van de in Figuur 3 opgenomen leidende principes die

het kernteam heeft gefor

F íguur

uleerd voor de

aniervan samenwerken.

Leidende principes voor samenwerking in RMR

een werken von 5555

nitvoerin g 555geven non 55555

55m biiïre om

kíiirrio 5:5555 Mobiliteitsprogramma is het startpunt van langdurige samenwerking om mobiliteit te Regionaal Het verduurzamen en uitvoering te geven aan de afspraken in het Klimaatakkoord. De uitwerking en uitvoering van het programma zijn een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de provincie Utrecht, de Utrechtse gemeenten en Rijkswaterstaat. We werken samen vanuit een gezamenlijke ambitie om te ve rduurzamen, maarvarië ren onderling in tempo en passen de wijze van samenwerking aan afhankelijk van de aard en kenmerken van de betrokken partijen en het onderwerp. Hierbij zoeken we steeds naar het optimale schaalniveau voor samenwerking aan de maatregelen om mobiliteit te ve rduurzamen. Dat betekent lokaal waar dat beter is (bijvoorbeeld slim parkeerbeleid) en (bovenjregionaal waar dit meerwaarde biedt (bijvoorbeeld de aanleg van lange afstandssnelfietsroutes). iedere partij draagt naar vermogen en draagkracht bij. Zo veel als mogelijk bespreken we de voortgang in bestaande regionale overleggen. We zijn terughoudend met het organiseren van nieuwe overlegstructuren. Wanneer we in de toekomst afspraken maken over gezamenlijke financiën, leveren van menskracht of andere juridisch bindende activiteiten, leggen we dit vast in een samenwerkingsovereenkomst. We bouwen voorrop

2

beieid en

de

mobiiicn toe voornieuvve ninrregeien

ze kerin de beginfase ~vooral bestaan uit maatregelen die grotendeels al in beleids~ en uitvoeringsprogramma's van de partners staan en waar budget voor beschikbaar is. Voor het benoemen en uitwerken van nieuwe maatregelen gebruiken we de trias mobilica als methodieki. De trias mobilica bevat vuistregels voor het ve rduurzamen van mobiliteit. Eerst wordt gekeken naar de duurzaamste oplossing (minderreizen), dan naar het verschuiven van mobiliteit naar een meer duurzame ve rvoerwijze of het verduurzamen van mobiliteit die niet van vervoe rwijze kan of wil Het RMP 1.0 zal

veranderen (naarvoertuigen met minderof geen uitstoot van schadelijke stoffen). Daarbij valt te denken aan de volgende concrete uitgangspunten:

u

Verminderen kan door het stimuleren van thuiswerken, maar ook door het bouwe n van woningen dichtbij voorzieningen en OV-haltes. Verschuivenis mogelijk door het bevorderen van reizen met duurzame vervoerwijzen ten koste van de minder duurzame vervoerwijzen. Hierbij is het belangrijk om re kening te houden met de technologische ontwikkeling door de tijd heen.. Een vervoerwijze die op een bepaald moment relatief minder duurzaam is kan mogelijk later door technologische innovaties wel concurreren met andere vervoerwijzen. Verschenen betekent dat er schonere brandstoffen of zero emissie voertuigen worden gebruikt in plaats van voertuigen die rijden op fossiele brandstoffen.

5 ge wif5op u wen de en werking en ber progrn (RM het Mobiliteitsprogramma versie van Regionaal de om eerste we Het jaar 2021 gebruiken

55

we rken odnp tief en

vorm te geven. Dat betekent het uitwerken van een eerste overzicht van lopende maatregelen en het inrichten van de benodigde samenwerkingsstructuuren organisatie. Na vaststelling van het RMP 1.0 staat de organisatiestructuur. Vanaf dan ligt de focus op het uitvoeren en uitwerken van aanvullende maatregelen om het mobiliteitssysteem te ve rduurzamen. Daarbij monitoren we zowel de ontwikkeling van de (ZOZ-uitstoot alsgevolg van mobiliteit in de provincie Utrecht als de voortgang resultaten van de uitgevoerde maatregelen. Op basis hiervan kunnen we onze inzet of uitvoering bijstellen en waar nodig intensiveren. Zo bouwen we het programma en de uitvoering daarvan

en

gemaakt om te ondersteunen bij het en lPO hebben een handreiking 'Regionale Mobiliteitsprogramma's' ln de handreiking wordt de trias mobilica als methodiek opstellen van de Regionale Mobiliteitsprogramma's. 1 VNG

toegepast:

httb5zi/vne.nl/nieuw5/handreikingmregionalewmobiliteitsbrouramm55

stapsgewijs op. Het programma is adaptief van aard. Dat betekent dat we gebruik maken van voortschrijdende inzichten en inspelen op veranderende omstandigheden. Deze inzichten passen we toe om het programma continu te verbeteren en aan te scherpen, zonderdaarbij de langete rmijndoelstelling uit het oog te verliezen.

e ri

.ten n

een r

kro rit reno

rfe frer

or

g

nn reported

rn oorlrlrlen

in te retteo

0m de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te realiseren is samenwerking een vereiste. Maar niet alle deelnemende partijen hebben dezelfde hoeveelheid aan menskracht, geld en /of kennis beschikbaar. Bij dieuitvoering van het Regionaal Moblliteitsprogramma komt het erop aan dat we uitgaan van het principe van inbreng naar vermogen. Dit is belangrijk omdat we willen voorkomen dat partijen afhaken vanwege een gebrek aan middelen. Dit betekent dat partijen die meer middelen in wat voor vorm dan ook tot hun beschikking hebben ook een groteraandeel op zich nemen in de

samenwerking. Ook kleinere partijen moeten aan grootschalige verduurzamingsprojecten kunnen deelnemen, zeker als dit leidt tot een betere effectiviteit van het project. Zo komen we tot samenwerkingsverbanden die over het geheel gezien op de meest (kosten)effectieve wijze en opde juiste geografische schaalaan duurzame mobiliteitsmaatregelen werken. ln het RlVlPLOworden de samenwerking en de wijze waarop kennis, capaciteit en middelen worden ingezet verder uitgewerkt. ide leooenerrgrkrçfelde relatie met andere jrnolïrrirrerrsjrpoo ven Het mobiliteitssysteem faciliteert onze maatschappelijke en economische processen. Belangrijk is dat

Z ir

er sprake is van een goede doorstroming van ons mobiliteitssysteem en dat dit op een veilige manier gebeurt. Doorstroming, ve rkeersveilígheld en externe veiligheid zijn naast duurzaamheid belangrijke randvoorwaardenvoor het mobiliteitssysteem. Bij de ve rduurzaming van het mobiliteitssysteem is

het zaak orn deze randvoorwaarden niet uit het oog te verliezen en structureel een plek te geven in de uitwerking van de verduurzamingsmaatregelen Door deze randvoorwaarden in een vroeg stadium in de uitwerking te betrekken is het mogelijk ze integraal in de planuitwerking mee te nemen en efficiencywlnst te boeken. Ook is het noodzakelijk om de relatie te leggen met andere beleidsterreinen alswoningbouw en recreatie. Verduurzamlng van de mobiliteit die nt voorop te staan bij de uitwerking van de ontsluiting van nieuwe woningbouwlocatles en recreatievoorzieningen.

Z

fr

We creeren ro

errrn en teren te vo o r leren en een

Van veel maatregelen uit het Klimaatakkoord is nog niet precies bekend welke bijdrage ze leveren Het Regionaal Mobiliteitsprogramma is daarom deels ook een aan reductie van de COzwuitstoot. zoekproces naar de optimale samenstelling van het maatregelenpakket. Leren en experimenteren

het programma. Het is zaak dat we ons dit realiseren en dat vormen daarom een belangrijk aspect we onzekerheden niet uit de weg moeten en kunnen gaan. Daarentegen 'ishet nodig om lef te tonen en bij de uitwerking van maatregelen 'onze nek uit te steken', zeker in de aanvangsfase van het Regionaal Mobiliteitsprogramma. Om snel gevoel te krijgen voor de effecten van maatregelen en zo nodig te kunnen bijsturen ls de beschikbaarheidvan een adequaat monitoringsínstrument onmisbaar. De uitwerking en toepassing van een effectief monitoringinstrument krijgen dan ook een

belangrijke plek binnen het Regionaal Mobiliteitsprogramma. We sluiten hierbij zoveel mogelijk aan bij de landelijks ontwikkelinge n op dit gebied. Het Rijk heeft in de Monitor Klimaatbeleid, een bijlage in het Klimaatakkoord, een aantal ke rnindícatoren benoemd voor het thema Mobiliteit. Het monitoren van deze ke rnlndicatoren geeft een beeld van de ontwikkelingen ten aanzien van het zichtbare dejuiste voorwaarden voor de transitie naar duurzame mobiliteit, scheppen van beleidsrelevante resultate Daarnaast werkt het CROW aan een (gedragslveranderíngen en

uniforme monitoraanpak voor Regionale Mobiliteitsprogramma's.

Wij zullen ons bij deze initiatieven

aansluiten om een uniforme werkwijzevan de monitoringte ve rgelijkbaarheid van de monitoringsresultaten

stimuleren en daarmee de onderlinge op landelijke schaal te waarborgen.

Watoot ii i iiiW regionaie iii De afspraken in het Klimaatakkoord zijn leidend voor de uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma Midden-Nederland. Het Klimaatakkoord gaat oververscheide ne sectoren waar de sector Mobiliteit ereén van is. Voorde sector Mobiliteit is er wat betreft de reductie in C02 geen individuele doelstelling geformuleerd. ln het verlengde hiervan heeft het kernteam besloten om in het voorliggende contoure ndocu ment geen kwantitatieve doelstelling ten aanzien van C02-

reductie te formuleren. ln de huidige situatie is ersimpelwegte weinig houvast om zo'n doelstelling op te baseren. Gaandeweg de uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma ontstaat er meer inzicht in de effectiviteit van de maatregelen. Zodra ervoldoende grond is zal het programma alsnog worden voorzien van een kwantitatieve doelstelling voor C02ßreductíe. Orn alvast enig gevoelte krijgen bij het reductiepotentieelvoor de sector Mobiliteit in de regio Midde n-Nederland geeft deze paragraaf een beeld van de huidige inzichten in de effectiviteit van de

denkbare mobiliteitsmaatregelen. Daaraan voorafgaand laten we zien hoe het is gesteld met de tussen 1990 en nu met een doorkijk naar 2030. De berekeningen ontwikkeling van de Cozwuitstoot zijn uitgevoerd doorve rkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng. in WW WWÉW iWiidrieniiWWri/Wnri

WWWde thiWrinoiWWrWÉi

Eii ii

ln Figuur 4 is de ontwikkeling van de (ZOZ-emissies van de sector Mobiliteit in de provincie Utrecht weergegeven voor de tljdsperiode van i990 tot en met 2030, Het betreft de totale uitstoot van de sector inclusief het doorgaande verkeer zonder herkomst en/ofbestemming in de provincie Utrecht..

Ook de andere broeikasgassen naast C02zijn omgerekend naar GGZ-equivalenten zodat een beeld van de totale uitstoot van broeikasgassen in de provincie Utrecht door de sector Mobiliteit ontstaat van de Een belangrijke notie hierbij is dat het overgrote gedeelte van de broeikasemissles sector Mobiliteit in de regio Middeaneclerland bestaat uit COZwemíssíes.

g

ca'

1995

1990

2000

2005

2010

W Personenauto

W 9estelauto

e Vrachtauto

n Reoreatievaert

n Binneneoheepvaart

W Mobiele werktuigen

Figuur

Rednotreopgave 49 fi

Reduweümave:

2,5

2015 Autobuesen

2020

1,47 Mwn

2025

W

Vaatgeeteld beleid

W

Vastgesteld

1990

voorgenomen beleid

2030

W Tweewieier

ri Ctverig

COz¿emíssies provincie Utrecht sector mobiliteit

De figuur geeft aan hoe de uitstoot van broeikasgassen zich heeft ontwikkeld van 1990 tot 2018 en zich naar verwachting zal ontwikkelen tussen 2019 en 2030. Voorde prognose van de ontwikkeling van 2019 tot 2030 is uitgegaan van in vastgesteld en voorgenomen verd uurzamingsbeleld.,

ln Figuur 5 zijn de (ZOZ-emissies van de sector Mobiliteit in de provincie Utrecht uitgesplitst naar

vervoermiddelvoordejaren 1990 en 2020 en de verwachte verdeling voor 2030. Uit de figuur blijkt dat in 2020 de uitstoot van de vervoermiddelen in de provincie Utrecht in totaal zo'n 3,16 Megaton COZ-equivale nt bedraagt.

Overig

5

8

m

2

Mobiele werktuigen

m

Binnenscheepvaart

m

Recreatievaart weewieler

S3,15 8

E

Autobussen Vrachta uto

1

estelauto

Personenauto

0,5

Reductieopgave 49%

1990 Figuur

2020

sector Mobiliteit COB-emissies

1990

2030

de provincie Utrecht voor het jaar 1990, 2020 en 2030.

ln Tabel 2 is een ove rzicht weergegeven van de bijdrage die de verschillende modaliteiten leve ren

aan het totaal van de uitstoot van C02~equivalenten voor dejaren 1990, 2020 en 2030. Uit

bovenstaande figuren en Tabel 2 blijkt dat ongeveer 88% van de emissies in de regio in 2020 afkomstig zijn van personenauto's vrachtauto's en bestelauto's

Uitstaat

Aandeel

[Mme (302-qu

Uitstaat

Aandeel

[Mme GGz-ee]

58%

Persanenaato

1,56

gegtglauèto

0,20

Vrachtauw Autobussen Tweewieler Recreatievaart

0,56

21%

0,55

0,05

12%

01,04

Binnenscheepvaart Mobiele werktuigen

Tabel

1,76

Uitstøat

Aandeel'

[Mme mem]

N

56%

0,30 18%

1,52

53%

0,36

13%

0,53

19%

0,02

0,03

0,04L

0,04

0,00

0,01

0,01

0,11

0,15

0,15

0,13

0119

0,19

0,03

0,02

Bijdrage modaliteiten aan totale C02~uitstoatin provincie Utrecht voor de jaren 1990, 2 20 en 2030

Het personenvervoer heeft het grootste aandeel in de totale emissie van C02-equivale nten voor de sector Mobiliteit. Om effectieve maatregelen te kunnen nemen als regio ls inzicht in de verschillende reismotieven binnen het personenvervoervan

belang. Tabel 3 geeft de motiefve rdeling van de

gemaakte kilometers. Hierbij is alleen gekeken naarve rplaatsingen met herkomst en/ofbestemming ln de Provincie Utrecht omdat de veronderstelling is dat die in tegenstelling totdoorgaande

verplaatsingen

belnvloedbaarzíjn door regionaal mobiliteitsbeleid.

Tabel

De motiefverdeling von de gemaakte kilometers, exclusief het doorgaande verkeer voor het personenvervoer

Als we de landelijke reductie~opgave van 49% op vertalen naar het domein van mobiliteit in de provincie Utrecht, dan blijkt dat de opgave voor Utrecht nog hoger uitkomt dan namelijk op Dit is te verklaren door het feit dat het aandeel van de provincie Utrecht in de landelijke C02ultstoot tussen 1990 en 2018 is gestegen van 8,4 naar Het gevolg hiervan is dat voor de provincie Utrecht een extra inspanning zou moeten worden geleverd om te komen tot een landelijke reductie van Een reductlempgave van 52% komt in absolute zin neerop een reductie van 1,47 Megaton. Dit betreft een immense opgave. 0m een gevoel te geven wat dit in de praktijk zou kunnen betekenen voor het in te zetten mobiliteitsbeleid, is een aantal rekenvoorbeelden uitgewerkt. De re kenvoorbeelden geven aan wat een bepaalde mobiliteitsve rschuiving zou betekenen voor de C02~uitstootin de provincie Utrecht. De rekenvoorbeelden en hun directe individuele effecten op de C02~uitstootzijn opgenomen in Tabel

09 Nlton 20 Mton 07 Mton 16 Mton 30 Mton 17 Mton Tabel

De verwachte C02~reductie von de rekenvoorbeelden

De re ke nvoorbeelden maken duidelijk dat relatief vergaande mobiliteitsve rschuivingen op zichzelf in de meeste gevallen een relatief beperkte (ZOZ-reductie met zich meebrengen. Een modalshüft van 10% van de auto naar het OV lijkt misschien niet zo moellijkte realiseren, maar schijn bedriegt. Voor

de regio Midden-Nederland komt dit bijvoorbeeld neer op 45% meertreinritten en 104% meer ritten met de bus en de tram.. Dat zou het vasysteem in zijn huidige vorm niet aankunnen. De conclusie van deze analyse luidt dan ook dat een COzwreductie in de orde van grootte van 50% vraagt om vergaande mobiliteitsmaatregelen. ln de huidige situatie is het daarom niet zinvol om een kwantitatieve doelstelling voor de in 2030 in de provincie Utrecht te behalen COzwreductie te formuleren. Mee inzicht in de aard en omvang van de in het Regionaal Mobiliteitsprogramma op te nemen maatregelen en hun te verwachten effecten is daarvoor noodzakelijk. Als onderdeel van het ulitwe rkíngsproces van het Rllel.0voe ren we diepgaandere analyses uit naar de effecten van de

Zodra we voldoende inzicht hebben in deze mogelijke mobiliteitsmaatregelen op de (ZOZ-uitstoot. effecten zul en we concrete doelstellingen formule ren voor de te rea iseren reductie in COZ-uitstoot binnen het domein van mobiliteit.

Voorbee

fooien nurrarne rno

ln de regio Midden-Nederland zijn ertal van veelbelovende initiatieven gaande waarbij verschillende partijen samenwerken aan schone, slimme en energiezuinige mobiliteit in de regio. Deze paragraaf beschouwt ter inspiratie vijf van dit soort initiatieven waarbij partijen de handen ineen hebben geslagen om het mobiliteitssysteem van de Regio Midden-Nederland te verduurzamen. estunrisokkoord Zero Emissie Bos

3 21

ln april 2016 is het Bestuursakkoord Ze ro Emissie Regionaal Ope nbaarvervoer per Bus verder lnte rprovinciaal Overleg lPO Bestuursakkoord ZEBgenoemd gesloten tussen ministerie van

Metropoolregio Rotterdam Den Haag en Vervoerregio Amste rdam. Het BestuursakkoordZEBis als van de maatregelen op het gebied van mobiliteit opgenomen in het Klimaatakkoord. Het Bestuursakkoor stelt de ambitie dat het regionaal busvervoer in 2030 of zoveel eerderals mogelijk vo ledig emissievrij is bij de uitlaat. 0m deze ambitie te rea ïiseren ebben de deelnemende partijen

de vo gende doe stellingen geformuleerd: u u

U'teríjk 2025 zijn alle nieuw instromende bussen emissievrij aan de uitlaat 'tank-to-wheel' De nieuwe bussen maken in 2025 gebruik van 100% hernieuwbare energie of brandstof die met het oog op de economische ontwikkeling zoveel moge ijk regionaal wordt opgewekt;

OV-concessies hebben een zo gunstig mogelijke score op well~to~wheel C02~emissie per reizige rski

Als uitvloeiselvan het Bestuursakkoord neemt het aantal zero emissie bussen in de provincie Utrecht na een aarzelend begin nu snel toe. ln 2019 heeft de provincie Utrecht als concessieverlenersamen met de vervoerders afspraken gemaakt om in 2028 100 procent schoon en duurzaam openbaar realiseren. Eind 2020 was de stand van zaken dat erin de twee Utrechtse concessies OV en Syntus Utrecht 38 zero emissie bussen rondreden. In de eerste helft van 2021 wordt dit aantal met 35 bussen uitgebreid. Met deze instroom bedraagt het aandeelvan zero emissie bussen in Ook op landelijke niveau heeft het Bestuursakkoord ertoe geleid dat de provincie Utrecht zo'n

vervoerte

3 3 fšlelrrrisefrverraderln de gerrreenrefronten Stichting Duurzaam Vervoer Houten zet zich in voor het realiseren van kleinschalig vervoer in Houten in het gebied binnen de Rondweg en direct aan de Rondweg grenzende bestemmingen net buiten de Rondweg. Het vervoeris specifiek bedoeld om Senioren, Gehandicapten en Mindervaliden in Houten

bij te staan, maar is voor iedereen beschikbaar.Hetvervoer wordt volledig elektrisch uitgevoerd met Elektrokarren (zie figuur De Elektrokarren zijn een groot succes, het gebruik is gegroeid van 2200 ritten per jaar in 2017 naar 9000 ritten in 2019.

Figuur

Elektrokorren stichting Duurzaam Vervoer Houten

Houten staat nationaal bekend als de Fietsstad. Dat heeft ve el voordelen vanuit het oogpunt van duurzaamheid, maarleverttegelijkertijd ook een behoefte op aan niet auto gebonden ve rvoeralte rnatieven bij mensen die niet overeen auto beschikken en voor wie de fiets ook geen optie is. Doel van hetde elektrokarren is om dit type reiziger in staat te stellen enigszins comfortabel van A naar B te reizen zonderveel kilometers te hoeven afleggen. Met dit doel is de stichting Duurzaam Vervoer opgericht met ondersteuning van de Gemeente Houten, Stichting Van Houten Co, Kids Lodge, Stichting Gehandicapten Houten Samenwerkende Bonden Ouderen Houten (SBOH) en de Lions Club Houten. ln de eerstejaren heeft de gemeente dit initiatief gesubsidieerd, aangevuld met een subsidie voorverkeersveiligheid van de provincie Utrecht. 33 d

Sne/flersrontes

De provincie Utrecht heeft de ambitie om samen metgemeenten

nieuwe snelfietsroutes in de regio Utrecht aan te leggen. Dit doet zij door bestaande fietsverbíndingen te verbeteren en aan elkaarte verbinden, zodat fietsers ongehinderd, veilig, snel en comfortabel kunnen doorfietsen. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om ook voor lange re afstanden de fiets te pakken. Dat draagt bij aan een bereikbare, gezonde en aantrekkelijke provincie. Het voorbereiden en aanleggen van de snelfietsroutes duurt in totaal ongeveer drie jaar. In deze periode werken provincie en gemeenten nauw samen. De eerste stap is het afstemmen met betrokken gemeenten en het tekenen van inte ntieove reenkomsten tussen de provincie en de gemeenten waarde routes doorheen lopen. ln deze overeenkomst spreken provincie en gemeenten af dat ze de snelfietsroute in principe willen aanleggen. De mogelijke tracés van de route worden verkend en erwordt een (globale) kostenraming gemaakt. Dit verplicht de gemeente nog niet tot een vervolg. Voor het aanleggen van de snelfietsroutes is onderzoek nodig, bijvoorbeeld naar de planten

en die ren in het gebied waarde routes doorheen gaan. Daarnaast kan perge meente een bewonersavond of 'ontwerpatelier' worden georganiseerd, waarin de wensen en behoeften van de omgeving worden verzameld. Op basis hiervan kunnen voorlopige ontwerpen worden gemaakt. Ook

worden afspraken gemaakt tussen de betrokken partijen wie wat gaat doen en wat het gaat kosten. Denk hie rbíj aan het beheervan de snelfietsroutes, want als de perfecte snelfietsroute ereenmaal ligt moet het asfalt wel netjes en glad blijven.

Wliiiti:

pr nes en or anisatre

Na de bespreking van het contourendocument in de Regionale Bestuursover eggen en de vatste *in door de lokale wethouders en/of Colleges volgt de uitwerking van het Regionaal Mobiliteitsprogramma tot het RMPlß. Het proces van contou re ndocu ment tot RMP1„0~ is

weergegeven in Figuur

inrichten

Figuur

Vermits?ten

het proces von Contouren-RMP naar het RMP 1.0

Vanaf april tot en met oktober 2021 werken we aan de inrichting van het RMP 1.0 waarbij de uitwerking van de concrete verduurzamingsmaatregelen en het opzetten van een programmaorganisatie centraal staan. ln overleg met de betrokken Utrechtse gemeenten is afgesproken dat deze eerste versie van het RMP een 'beleidsarm' karakter heeft. Dit betekent concreet dat deze versie nog geen harde ambities en doelstellingen bevatten aanzien van de te realiseren mate van en daarnaast alleen verduurzamingsmaatregelen omvat die al in uitvoering zijn in de C02~reductie regio Midden-Nederand De reden om te kiezen voor een eerste beleidsarmevers'e van het RMP ligt in de gemeenteraadsverkiezingen die in maart 2022 plaatsvinden. De verwachting is dat veel van de Utrechtse gemeenteraden in het najaarvan 2021 geen besluit meerover de vorm van deelname aan het Regionaal Mobiliteitsprogramma willen nernen. De zittende gemeenteraden schuiven deze besluitvorming naar verwachting door naar de nieuwe gemeenteraden die vanaf 2022 actief zijn. Om toch in het najaarvan 2021 met een RMPl.0 van start te kunnen gaan wordt de eerste versie van het RMP daarom een ve rzameldocurnent van al lopende regionale mobiliteitsmaatregelen waardoor besluitvorming door de zittende gemeenteraden niet nodig is. De fase van uitwerking van de eerste 'beleidsarme' versie van het RMP1.0 heeft de volgende

kenmerken:

v

itwerken van maatregelen die we gaan uitvoeren als onderdeel van het RMP1\.0 ntwerpen van een organisatiestructuur om de maatregelen te gaan uitvoeren

Werkwijze:

Analyse ren van de effecten van mogelijke maatregelen ep de (ZOZ-“uitstoot inventariseren wateral ln uitvne ring is aan verduurzamlngsmaatregelen Vaststellen welke bijdrage die leveren aan reductie van de (ZOZ-uitstaat Afspraken maken hee we die maatregelen gaan uitvoeren inrichten van een nrganisatie voor prngrammamanageme nt uitvoeringspartners en nmgevingspart ners Deelnemers: ke rn partners (provincie en ge mee nte

Qlåi

Activiteiten: Bijeenkomsten regionaal kernteam veer opstellen RMP 1.0 Sessiels) met uitvee rlngspartne rs voor leveren van inbreng in RM P 1,0 Sessiels) met emgevingspartners vnor leve ren van in bre ng in RMP 1,0 Onderzoek naar kasteneffectiviteit van bestaande en nieuwe maatregelen Opzetten menitnrinstrume nt voor perindíek meten van resultaten van maatregelen

Resultaat: u

Een RMP L0 geschikt voer bespreking dear het UVVB in het najaar van 2021,. Een erganisatie voer prngrammamanagement.

De inrichtingsfase werkt toe naar bespreking van het RMP 1.0 in het Utrecht Verkeer-en De UVVBwbíjeenkømst waarin de bespreking ep de agenda staat is gepland op Vervoe rbe raad bktoberZOZl., en vaststelling van het RMP volgt de uitvne rlngsfase..TDeze inrichtingsfase Na de 11

fase heeft de volgende kenmerken:

Doel: U itvne ring:geven aan het programma u Monitoren en ze nodig bijsturen van de maatregelen Formuleren van cnncrete ambities en doelstelling ten aanzien van de reductie van de C0? uitstoot

Dodrnntwikkelen van het RMP met nieuwe maatregelen

iii.

Werkwijze:

v

Coördíne ren en aansturen van maatregelen ddor middel van pregrammamanagement Permanente aandacht voor monitdring van effecten van maatregelen Zn nodig bijsturen van maatregelen op basis van mzonitnrlngsresultaten Afleiden van best practices en kennis delen Analyseren van witte vlekken in maatregelenpakket en ze nodig treffen van aanvullende maatregelen Deelnemers: Kernpartners en uitvoeringspartners

Activiteiten u Bijeenkemsten regienaal kernteam voor begeleiden van uitvoering van RMP LO w Sessie(s) met nitvee ringspartne rs en omgevingspartners ter inter-matie oververlonp RMP 1,0 U Uitvoe ren periodieke manitaring van effectiviteit maatregelen

Resultaat: Een effectief RegionaalMebiliteitsprbgramma gefnrmuleerde doelstellingen voor 2030,

U

dat optimaal is wege rust: op het bereiken van de

d 2 r a n ieat i e Voorde uitwerking van het contoure ndocu ment en het Regionaal Mobiliteitsprogramma organisatiestructuur opgezet met diverse rollen.

is een

Regiononlkernteom

Er is een centrale rol weggelegd voor het RMR-kernteam. De provincie Utrecht heeft het initiatief genomen tot de vorming van het kernteam. De leden zijn afkomstig van een aantal Utrechtse

Rijkswaterstaat en de provincie Utrecht. Dit team begeleidt de uitwerking van het contou re ndocume nt en blijft in stand tijdens de in richtingsfase waarin het contou rendocu me nt wordt uitgewerkt tot het RMP De ke rnteamleden dragen bij aan de totstandkoming van de tussen* en eindproducten. Daarbij leggen zij de verbinding met anderen gemeenten in hun subregio en informeren zij hen tussentijds over de voortgang van het uitwerkingsproces. gemeenten,

Utrech rs VerkeerWen Vervoerberood (UVVB) en Monogementoverleg Verkeer en VervoedMO VV) Het voorliggende contoure~n~RMP en het RMP1.0 worden bestuurlijk besproken in het Utrechts Verkeers- en Vervoersberaad UVVB). Het Management Overleg Verkeer en Vervoer (MOVV) fungeert hiervoor als ambtelijkvoorportaal en bereidt de bespreking door het UVVB voor. Voorafgaand vindt op regionaal niveau bestuurlijke afstemming plaats om bespreking in het UVVB voor te bereiden. Hierna zal het vastgesteld worden in de lokale gremia die daarvoor zijn dan wel

colleges danwel Raden..Het contouren¿RMP en de eersteversie van het RMPleluiten aan bij bestaande afspraken in het Klimaatakkoorcl en regionale en lokale mobiliteitsplan nen en vergen geen besluitvorming in gemeenteraden. ar

i o ri a le eamen erki n ge i ri i ati i even De COZ-reductieopgave waarde regio MiddenNederlancl voor staat is niet alleen een regionale opgave. Mogelijke maatregelen uit Europees- en rijksbeleid hebben ook een grote invloed, zoals bijvoorbeeld de emissienormen voor voe rtuigen of het beprijzen van autogebruik. Daarnaast er voor veel maatregelen afstemming nodigtussen rijk en regio. Naast het Europees- en rijksbeleid kan regionaal beleid binnen het kaderivan de Regionale Mobiliteitsprogramma's ook een grote impact hebben. Het programma dient zich daarbij te richten op onderwerpen waarop regionale overheden en andere stakeholders grip hebben. Thema's waarop in de regio Midden~Nederland al wordt d

n een

r

samengewerkt zijn:

Verbeteren van fiets- en OV-netwerken; 0

0

Ruimtelijk beleid en parkeerbeleid;

Verduurzarnen logistiek; Samen duurzaam inkopen; Regionaal stimuleren elektrisch vervoer; Slim Reizen en Slim Sturen (bijvoorbeeld Mobility as a Service

Het Regionaal Mobiliteitsprogramma 1.0 geeft verdere invulling aan de inhoud van de samenwerking op deze thema's. Het vervolg van deze paragraaf geeft een eerste beeld hoe de regionale ve rduurzamingsmaatregelen gestalte kunnen krijgen.

d

eieren iron fiets en iii/lenerwerken

ji

iient de reiziger een goed alternatief geboden te en OV-netwe rken zijn essentie worden voor de auto.. Voldoende kwaliteit en capaciteit van de Samenwerking op regionaal en OV. het fiets naar de shift randvoorwaarden voor een modal en/of nationaa niveau in het verbeteren van iiets- en 0V~infrastructuur biedt veel kansen. De OV* Om het aantal autokšilometers te verminderen

concessies en het doelgroepenve rvoer bieden ook mogelijkheden voor het efficlë nt ve rduurzamen van het mobi lteltssysteem. iiurrn reiifšaaien en per eerrrerd De overheden ln de regio hebben grote

d i ij

oed op jet maken van ruimte íjke keuzesj Ruimte ijke keuzes in de woningbouwopgave in relatie tot fiets en OV-lnirastructuur kunnen bijvoorbeeld een groot effect hebben op beperking van het autogebrulk en daarmee op de C02-uitstootvan de sector Mobí itelt. De rulmtelij ke inrichting van woningbouw ocaties, met maatrege en zoalshet hanteren van lage parkeernormen en het bouwen rondom 0V~locaties, is bij uitstek een aange egenheíd die op regionaalmen lokaal niveau in samenwerking wordt bepaald.. ri ji i

ij/erdrjnjrrrdrrre

tre Zeges

Verduurzamen van de logistiek gaat over het verminderen van vrachtwagen en bestelautokllometers, het verschonen van bestaande voer- en vaartuigen, en het stimuleren van alternatieve duurzame re ve rvoerswijzen zoals bijvoorbeeld de bakfiets. De regio kan actief samenwerken als het gaat om emissievrije zones voor sta slogistie het realiseren van logistieke hubs en het creëren van transportcorrídors. did

ionren

uurjrdorn

inkopen

Rijkswaterstaat, waterschappen en de provincie beheren de wegen en vaarwegen in de regio MiddeneNederand. ln de aanleg en het beheeren onderhoud van de wegen en vaarwegen, ook wel G rond~ Weg- en Waterbouw *GWW genoemd, wordt veel we rk aanbesteed. l-lierbij wordt op een r te nsieve wijze zwaar logistiek en bouwmateriaal ingezet. Door met overheden in de regio samen te werken kunnen menskracht, ge d en /of kennis gedeeld worden orn aanbestedingen zo duurzaam en kosten efficiënt mogelijk ln te richten en logistieke ve rplaatsin gen en bouwactivitelten Gemeenten,

zo duurzaam mogelijkte late n p ïaatsvlnden. Samenwerking in het verduurzamen van de eigen voeren vaartuigen van de verschillende overheden kan schaalvoordeel opleveren.

dit ii

Regleneelrrlmdlereh

elekrrlerrr vervder

Een groot deelvan de maatregelen uit de Nationale Agenda Laadinfrastructuur(NAL),

een samenwerkingsverband om laadinfrastructuurvoorelektrische voertuigen uit te rollen, wordt regionaal geïmplementeerd. Deze maatregelen zijn gericht op de stimulering van het gebruik van

elektrische voertuigen.. De Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht werken samen met de overheden uit de provincies Noord-llolland en Flevoland aan het stimuleren van laadinfrastructu ur en elektrisch vervoer in het verband van de MRA-E (zie ook par. Samenwerking in het aanbesteden van laadinfrastructuur kan aanzienlijke schaalvoordelen teweegbrengen. Daarnaast biedt regionale samenwerking ook kansen om de realisatiete rmíjn te verkorten. .ii/lm Relzerr

ede

Het slim managen van mobiliteit heeft de potentie om het aantal vervoe rsbewegingen van bedrijven

en instellingen te verminderen en een verschuiving van het gebruik van de auto naar duurzamere ve rvoerwíjzen te stimuleren. Het slim managen van mobiliteit kan bijvoorbeeld door een andere wijze van reizen, het verspreiden van de reisvraag over de dag, reizen meteen andervervoersmiddel

of doorthuis te werken of leren. Het slim managen van mobiliteit kan hiermee positieve effecten hebben op die uitstoot van C02, fijnstof en NOX.Daarnaast kan met het slimmer managen van mobiliteit ook een maatschappelijke kostenrednctie worden bereikt, bijvoorbeeld door een lage re vraag naar infrastructuurcapacitelt. Samenwerking tussen overheden, bedrijven en instellingen is essentieel in het creëren van deju'lste voorwaarden om het reizen slimmer in te richten. Met goede ruimtelijke keuzes, infrastructuuren alternatieve ve rvoersmogelijkheden voorhanden kunnen bedrijven samenwerking met overheden slimmer gaan reizen. Goedopweg, een samenwerking tussen Rijk, regio en bedrijfsleven, houdt zich bezig met de uitvoering van projecten in de regio Midde n~Nederland met als doel om slimmerte reizen en het aantal autokilometers te reduce ren (zie ook par. Slim ,sturen ven verkeer ln hun hoedanigheid van wegbeheerder sturen Rijkswaterstaat, Utrechtse gemeenten en de provincie Utrecht het verkeer in de Regio Midden~Nederland door middel van verkeersmanagement. Het slim en multimodaal sturen van het wegverkeer is ge richt op het beter benutten van de huidige

infrastructuur. Dit heeft als positief neveneffect vermindering van de uitstoot van fijnstof, NOx en C02~equivalenten. ln de Regio Midden-Nederland wordt deze aanpak in 2021 en 2022 belegd in het programma Multimodaal Verkeersmanagement.

Multimodaal Verkeersmanagement is het beter op elkaar afstemmen van de verschillende modaliteiten (auto, fiets, OV en voetgangers) in een live~sítuatiedoor het beschikbare ve rkeersnetwerk optimaal te benutten. Het programma Multimodaal Verkeersmanagement is het resultaat van de gezamenlijke ambitie van Utrechtse wegbeheerders om regionaal ve rkeersmanagement optimaal te borgen, concrete stappen te zetten richting multlmodaal verkeersmanagement en de succesvollesamenwerking tussen de; regionale wegbeheerders voort te Zetten.

kerste beeld van

effecten va n verd u ll rze ml rige

r

Deze paragraaf geeft een eerste beeld van het mogelijke effect van verschillende typen

mobiliteitsmaatregelen

op de COZ-emíssie van de mobiliteitssector in de regio Midden~Nederland De

mogelijke effecten van maatregelen zijn individueel beschouwd, synergie meffectenvan een combinatie van maatregelen zijn buiten beschouwing gelaten. De in deze paragraaf beschreven inzichten zijn afkomstig van de door ve rkeerskundig adviesbureau Goudappel Coffeng uitgevoerde

studie naar COZ-emissies van de sector mobiliteit in de provincie Utrecht.

Samenwerking rijk, provincie, Uw en gemeente Utrecht op wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid

Bespreking; mobiliteftsdnssiers ovee heden en mobiliteitspartners in de provincie Utretht

y

Gemeentelijke

samenweritrng UR onder andere mobiliteit

Ummfï¿gmfßanisaties Provincies en gemeenten

Het Utrechts Verkeer en Vervoer Be raad (UVVB) is het afstemmingsgremium voor de bestuurlijke agenda op het gebied van verkeer*en vervoer in de regio. Het Managementoverleg Verkeer en

Vervoer (MOVV) het ambtelijk overleg dat de bespreking in het UVVB voorbereidt. Het UVVB en MOVV bestaan uit de provincie Utrecht, de gemeenten in de provincie Utrecht (vertegenwoordigd in de vorm van de regio's UlO, Amersfoort en Foodvalley), Rijkswaterstaat, ProRailen NS. Daarnaast

vindt op regionaal niveau bestuurlijke afstemming plaats.

De gemeenten in de regio werken samen in drie regio's op basis van drie separate bestuursconvenanten, namelijk in de regio U10, de regio Amersfoort en d e regio Foodvalley. Duurzame mobiliteit is een belangrijk onderwerp binnen deze samenwerkingsverbanden. De regio

bestaat uit de gemeenten Utrecht, Stichtse Vecht, Wijk bij Duurstede, IJsselstein, Utrechtse Heuvelrug, Zeist, Houten, Bunnik, Nieuwegein, De Bilt, Woerden, De Ronde Venen, Lopik, Montfoort, Oudewateren Vijfhee renlanden. De Regio Amersfoort wordt gevormd door de gemeenten Amersfoort, Baarn, Barneveld, Bunschoten, Eemnes, Leusden, Nijkerk, Soesten Woudenberg. De Regio Foodvalley bestaat uit de gemeenten Barneveld, Ede, Nijkerk, Rhenen, U10

Renswoude, Scherpenzeel, Veenendaalen Wageningen.

U Ned is een samenwerkingsverband tussen de ministeries van infrastructuur en Waterstaat, BinnenlandseZaken en EconomischeZaken en Klimaat, de provincie Utrecht, de gemeente Utrecht

en de regio-organisatie UlO. Binnen U Ned wordt samengewerkt aan maatregelen voor de regio Utrecht op het gebied van wonen, werken, bereikbaarheid en leefbaarheid.

In Goedopweg werken de provincie Utrecht, de gemeenten

Utrecht en Amersfoort, Rijkswaterstaat

en het ministerie van lnfrastructuuren

Waterstaat samen aan een goede bereikbaarheid en een

gezonde leef* en werkomgeving in de regio Utrecht., Goedopweg is de uitvoeringsorganisatie voor de korte termijn aanpak van U Deze aanpak bestaat uit projecten die het gedrag van verkeersdeelnemers beïnvloeden om op andere wijze te reizen, op een andertijdstíp te reizen, met een andervervoersmiddel te reizen otthuis te werken. Het doelvan de aanpak is om een goede bereikbaarheid en een gezonde leefw-en werkomgeving te realiseren ln de regio. tt¿i~t

Binnen lVlRA~Ewerken de provincies Noord¿Holland, Flevoland en Utrecht en alle lnliggende

samen in het stimuleren van elektrisch vervoer.. De lVlRA~Ewerkt mee aan de uitvoering van de Nationale Agenda LaadinfrastructuurlNAL) en initieert en realiseert ook projecten op he t gebied van elektrisch vervoer en de laadínfrastructuur. Uitgangspunt bij deze projecte n is de gemeenten

koppeling van duurzame mobiliteit met duurzame opwekking, opslag en te ruglevering van energie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/1242/documents/31376