CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

22.c Bijlagen bij de toelichting.pdf

Gemeenteraad 25 januari 2024, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken28.424 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

FF Voskuilerdijk 26 Okt.23-v1

3

Versie: 16 oktober 2023

3 Relevante wetgeving De natuur in Nederland is beschermd. Er zijn beschermde gebieden en beschermde soorten. De bescherming is per 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie is in de meeste gevallen bevoegd gezag voor ontheffingen en vergunningaanvragen. Voor wat betreft de Europees beschermde gebieden en daarin levende soorten sluit de Wet hierop aan (Habitat- en Vogelrichtlijn en Verdrag van Bern en Bonn). Dit omvat ook de bescherming van de Natura 2000-gebieden. Ook de soortbescherming sluit aan bij de Europese regelgeving. Alle in het wild voorkomende vogels zijn beschermd (art. 3.1 Wnb, conform Vogelrichtlijn). Verder alle soorten uit de Habitatrichtlijn (strikt beschermde soorten, art. 3.5 Wnb). Tot slot is er nog een nationale lijst met ‘Andere soorten’. Deze nationaal beschermde soorten (art. 3.10 Wnb, 1e lid) zijn aangewezen in de Bijlage bij de Wnb. Onderdeel A betreft een verbod op het opzettelijk doden of vangen van de genoemde in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Onderdeel B verbiedt het opzettelijk plukken, verzamelen, afsnijden, ontwortelen of vernielen van de genoemde vaatplanten in hun natuurlijke verspreidingsgebied. In het voorliggende onderzoek worden de consequenties in beeld gebracht van de beoogde plannen en vindt toetsing plaats.

Als door het treffen van maatregelen tijdens de werkzaamheden en na de realisatie van het project, wordt voorkomen dat er verbodsbepalingen uit de Wnb worden overtreden én de functionaliteit van beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen komt niet in het geding, is er geen ontheffing nodig. In sommige gevallen is het noodzakelijk of raadzaam om vooraf een ontheffing aan te vragen bij de Provincie. Ook kan het zijn dat voor een aantal van de geplande activiteiten vrijstelling geldt. Dit kan per provincie enigszins verschillen. Als het plan invloed heeft op Natura 2000-gebied of gelegen is in het Natuurnetwerk Nederland moet dit inzichtelijk worden gemaakt en is mogelijk een vergunning noodzakelijk. Ook hiervoor is de provincie het bevoegd gezag. Een samenvatting van de natuurwetgeving is weergegeven in Bijlage 3.

4 Aanpak Natuurtoets De voorliggende quickscan is gebaseerd op een locatiebezoek, beschikbare gebiedskennis, verspreidingsgegevens en bekende ecologische principes. Hieruit moet blijken of en zo ja welke beschermde soorten in het plangebied voorkomen of kunnen voorkomen (hoofdstuk 4). Verder is gekeken of de voorgenomen activiteiten invloed hebben op beschermde gebieden (hoofdstuk 5). Als er effecten mogelijk zijn zal kort worden ingegaan op mogelijke mitigerende (verzachtende of inpassings-) en compenserende maatregelen. Ook op basis van de algemene zorgplicht kan het nodig zijn maatregelen te treffen.

4.1

Gewenste ontwikkeling

Het plan omvat sloop van de oostgevels van de stallen en verlenging daarvan met ca. 40m in oostelijke richting. De bouw van een extra vergister, ten zuiden van de bestaande vergisters. Vervangen van de na-opslag door een opslagbassin. Deze activiteiten vallen onder de definitie van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling op basis van de Wet natuurbescherming.

FF Voskuilerdijk 26 Okt.23-v1

4

Versie: 16 oktober 2023

De effecten op beschermde soorten zijn beoordeeld op basis van de diverse uit te voeren activiteiten. Uitgangspunten hiervoor zijn: - het slopen van de oostgevels van de stallen - het verlengen van de beide pluimveestallen met ca. 40m - het realiseren van een extra mestvergistingstank - het realiseren van een na-opslag tank op de plek van de bestaande opslag.

4.2

Bronnenonderzoek

Het plan ligt in kilometerhok x:160/y:456. Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen is gebruik gemaakt van openbaar toegankelijke en betrouwbare bronnen, zoals verspreidingsatlassen, rapporten, recente artikelen en internetsites (zie literatuurlijst). Met deze gegevens in combinatie met een locatiebezoek en ecologische kennis kan een goede inschatting worden verkregen van de locatie en het belang daarvan voor verschillende soorten.

4.3

Locatiebezoek

Tijdens een locatiebezoek op 7 september 2023 is het gebied en de directe omgeving opgenomen. Het bezoek levert informatie over de op dat moment aanwezige soorten. Een quickscan is geen volledige inventarisatie. Om toch een goed beeld te krijgen van te verwachten soorten is een locatiebezoek bij de quickscan wel van groot belang. Samen met beschikbare literatuurgegevens is dan een inschatting te maken van de geschiktheid van het plangebied voor mogelijk hier voorkomende beschermde soorten. De resultaten zijn weergegeven in de hoofdstukken per soortgroep.

5 Effecten plan/activiteiten op Flora en Fauna Dit hoofdstuk gaat in op de vraag of er beschermde soorten voorkomen in of om het plangebied. Hierbij zijn de meest voorkomende soortgroepen apart benoemd.

5.1

Vaatplanten

Het plangebied ligt midden in agrarisch gebied, in hoofdzaak bestaand uit bemeste weilanden. Op ca. 150m ten noorden van het plangebied ligt een bosstrook langs de Voskuilerdijk. Op ca. 300m ten zuiden en ruim 450m ten zuidoosten van het plangebied ligt ook een aantal bosgebiedjes. De locatie waar de uitbreiding van de stallen is gepland bestaat uit verharding en bemest weiland. De locatie van de nieuwe vergister bestaat uit erfverharding. De bestaande na-opslag bestaat uit een omhullende grondwal met een groot afdekzeil. De grondwal en omliggende gronden bestaat uit grasland met kruiden (foto). Er zijn geen beschermde soorten aangetroffen of te verwachten. Er is bij verdere realisatie van de plannen geen sprake van overtreding van art. 3.5 of 3.10 Wnb. Het aanvragen van een ontheffing is voor de nog aanwezige flora niet nodig.

FF Voskuilerdijk 26 Okt.23-v1

5

Versie: 16 oktober 2023

5.2

Amfibieën en reptielen

Tijdens het veldbezoek zijn geen amfibieën of reptielen aangetroffen. Wegens het ontbreken van geschikt oppervlaktewater is het plangebied geen biotoop voor deze diergroepen. Het terrein is geen typisch leefgebied voor reptielen. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen vooralsnog niet nodig.

5.3

Vlinders en libellen

Tijdens het veldbezoek zijn alleen dagpauwoog en een koolwitje gezien. Het plangebied is geen biotoop voor beschermde soorten. Een ontheffing op basis van art. 3.5 of 3.10 van de Wnb is voor deze soortgroepen niet nodig.

5.4

Zoogdieren

Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten aangetroffen. In de wijdere omgeving zijn waarnemingen bekend van das, boommarter en eekhoorn. De bestaande situatie voorziet niet in kap van bomen. De kippenschuur is vanwege de kans op vogelgriep goed afgesloten voor vogels en daarmee ook voor eventuele marters. Er verdwijnen met zekerheid geen vaste verblijfplaatsen van grotere zoogdieren. Bij de planrealisatie kan een klein aantal verblijfplaatsen van de algemene en laag beschermde kleine zoogdieren verloren gaan. Het aanvragen van een ontheffing is voor deze soorten hier echter niet nodig, omdat hiervoor behoudens de algemene zorgplicht, vrijstelling geldt conform de Interim Omgevingsverordening. 5.4.1 Vleermuizen Volgens de literatuurgegevens komen in de wijdere omgeving van het plangebied diverse soorten vleermuizen voor, zoals de gewone en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, gewone grootoorvleermuis en de laatvlieger. Deze soorten zijn strikt beschermd onder de Wet natuurbescherming, op basis van Bijlage IV van de Habitatrichtlijn. Zowel de zomer- als winterkolonies, als paarplaatsen en kraamkamers zijn beschermd tegen verstoring en vernietiging. Ook belangrijke foerageerroutes zijn beschermd. Op basis van de literatuurgegevens en de waarnemingen ter plaatse zijn geen (potentiële) verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen of te verwachten.

Er verdwijnen geen bomen en de te slopen kopgevels van de stallen zijn niet geschikt voor vleermuizen. Ook het dakvlak van de stallen is niet toegankelijk voor vleermuizen. Bomen zijn niet aanwezig. Er vindt geen aantasting plaats van verblijfplaatsen, (potentieel) onmisbare vliegroutes en foerageergebied. Er is als gevolg van de beoogde ingrepen geen schade te verwachten op vleermuizen. Het aanvragen van een ontheffing op basis van de Wnb is voor zoogdieren niet nodig.

5.5

Vogels

Op basis van waarnemingen tijdens het veldbezoek, de terreingesteldheid, waarnemingen uit de directe omgeving, bekende verspreidingsgegevens en ervaring is een inschatting gemaakt over mogelijk aanwezige soorten in het gebied. Er is geen broedvogelinventarisatie uitgevoerd. Tijdens het bezoek zijn de volgende vogels rond het gebied gehoord en/of gezien: koolmees, merel, witte kwikstaart en zwarte kraai.

FF Voskuilerdijk 26 Okt.23-v1

6

Versie: 16 oktober 2023

Er is specifiek gelet op de aanwezigheid van nesten en/of roestplaatsen van uilen en/of huismussen. Deze zijn niet aangetroffen en ook niet te verwachten. De stallen zijn ivm de vogelgriep goed afgesloten voor wilde vogels. Onder de overstek van de pluimveeschuur zijn diverse nesten aanwezig van de boerenzwaluw (foto). Nestplaatsen van de boerenzwaluw vallen onder categorie 5 van jaarrond beschermde nesten. Dat zijn nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Deze zijn buiten het broedseizoen niet beschermd. Categorie 5-soorten zijn wel jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Indien dit het geval is, is een omgevingscheck benodigd. In dit geval kunnen de boerenzwaluwen na realisatie van de uitbouw weer onder de nok van de oostgevel broeden. Het is dus vooral van belang dat buiten het broedseizoen wordt begonnen met de uitbouw. Bij voorkeur is deze gerealiseerd voordat het nieuwe broedseizoen begint. Dan is er voor de zwaluwen geen enkele belemmering. Ook zijn er voldoende omliggende gebouwen waarheen de vogels (tijdelijk) kunnen uitwijken.

Aan de oostzijde van de stallen is nog een kapschuur aanwezig voor het opvangen van de mest. In de kapschuur zijn geen poepsporen of braakballen gezien die wijzen op een verblijfplaats van bijv. een kerkuil. De locatie voor de geplande vergister bestaat uit kale erfverharding. De wallen van de naopvang bestaan uit gras en kruiden. Hier kan in het voorjaar een enkele grondbroeder nestelen. Alle broedende vogels zijn beschermd totdat de jonge vogels zijn uitgevlogen. Het advies is dan ook om de werkzaamheden buiten het broedseizoen te starten. Er zijn verder geen andere beschermde soorten in het plangebied aangetroffen of te verwachten. Gezien de situatie zal verdere realisatie van het plan geen negatief effect hebben op broedvogels. 5.5.1 Vogels algemeen In het algemeen geldt dat ingrepen in een plangebied tijdens het broedseizoen (15 maart – 15 juli - huismus 15 augustus) sterke negatieve effecten hebben op de meeste vogelsoorten door vernietiging van broedplaatsen en verstoring van de reproductie. Wettelijk gezien is dat verboden (art. 3.1 Wnb). Verstoring van broedvogels is in sommige gevallen wel toegestaan, mits er geen negatief effect is op de populatie (art. 3.1 lid 5). Het beschadigen of vernietigen van nesten is wel verboden en dient te allen tijde te worden voorkomen.

Dit is mogelijk door gefaseerd te werken en de uitvoering in elk geval op te starten buiten het broedseizoen van de aanwezige vogels. Is dat niet mogelijk dan dient aantoonbaar te zijn onderzocht (deskundige) dat er geen vernietiging van nesten van broedvogels zal plaatsvinden.

FF Voskuilerdijk 26 Okt.23-v1

7

Versie: 16 oktober 2023

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2567/documents/50537