2023-06-06 beantwoording TV IS.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen over de ingekomen stukken Raadscommissievergadering van: 06 - 06 - 2023
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder 1. Informatie over cijfers discriminatie 2022 | B. van Burgsteden | Wethouder Van de Graaf
2.
ENSIA 2022 | W. Bast | Burgemeester Jansen
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
G. Heldoorn, SGP
1.
H. van de Wetering, PVDAGL
1.
Niet-wettelijke discriminatiegronden zijn gronden waarop de melder zich gediscrimineerd voelt, maar deze niet beschermd worden in de wetgeving rondom discriminatie. Dit betekent dat de melding ook niet getoetst kan worden bij het College voor de Rechten van de Mens. Art.1 MN registreert deze meldingen wel. Veel gronden waar wel op getoetst kan worden komen voort uit de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB). Voorbeelden van niet-wettelijke discriminatiegronden kunnen zijn: Opleidingsniveau, bijvoorbeeld het weigeren van MBO studenten bij een horecagelegenheid of bij het aanbieden van verzekeringen. - Discriminatie vanwege inkomen, bijvoorbeeld het weigeren van diensten vanwege te laag inkomen. Alle discriminatiemeldingen die bij Art.1 MN binnenkomen worden door hen behandeld. Zo nodig wordt de gemeente daarover benaderd. De gemeente heeft een overleg met diverse professionals waarin casuïstiek besproken kan worden en ontwikkeling ingezet. 1. Dit zijn twee losstaande punten. Vanuit de BIO worden er maatregelen voorgesteld. Sommige zijn verplicht andere niet. Hiernaast is bij veel maatregelen het antwoord “ja, maar”. Dit betekent dat een maatregel wel is doorgevoerd, maar bijvoorbeeld niet voor alle onderdelen
G. Heldoorn, SGP
Wat zijn niet wettelijke discriminatiegronden? Kunt u daar een voorbeeld van geven?
‘De ontwikkeling van discriminatie van Woudenbergers en in het bijzonder de voorvallen die ook in Woudenberg plaatsvinden, wordt nauwlettend in de gaten gehouden.’ Op welke wijze? 02.e 1. Er staat: De BIO is nog niet (volledig) geïmplementeerd in de organisatie, er worden daarom op dit moment geen controles uitgevoerd op naleving van de BIO voor de WOZ.
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
binnen een gemeente. Vanuit de BIO zijn er controles die puur technisch zijn en controles die betrekking hebben op hoe je als afdeling je werk veilig doet. De technische maatregelen zijn gemeente breed doorgevoerd. De controles binnen de afdeling vinden wel plaats, maar deze zijn nog niet concreet aangepast zodat deze aansluiten bij de vragen die vanuit de BIO worden gesteld.
P. van Schaik, GBW
3.
Memo bij Maatwerk deelrapport Mobiliteit | T. van Etten | Wethouder De Kruif
J. Stalman, VVD
2.
Wat is hiervan het risico voor de gemeente en/of de inwoners?
2. Zoals gezegd worden er organisatie breed technische maatregelen doorgevoerd. Er is voor de WOZ geen groter risico dan bij andere onderdelen die worden geëvalueerd. Tegelijkertijd is een zeker risico niet uit te sluiten.
1.
Is de BIO nu volledig geïmplementeerd in de organisatie? Zo nee, wanneer wordt de afronding voorzien?
1.
2.
Wanneer verwacht u dat de uitwisseling van Stuf-TAKS bestanden wordt vervangen door xml-berichtenverkeer?
03.b Er wordt gesproken dat dit document
2
Het implementeren van de BIO is een continu proces. Hiernaast wordt de BIO in 2023 geëvalueerd en kunnen er naar aanleiding hiervan ook weer aanpassingen gedaan worden. Aan een volledige afronding is dan ook bijna geen einddatum te plakken. Het is een continu proces van evalueren en verbeteren waar nodig. In afwachting van een eventuele overgang naar GBLT ligt hier momenteel geen prioriteit. Dit ook omdat wij afhankelijk zijn van de doorontwikkeling van de software door de leverancier. Een harde datum is momenteel niet te geven.
Zoals in de memo verwoord hebben wij met de provincie afgesproken om dit document te delen
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
gebruikt kan worden bij maatwerk iom de provincie, maar de gepresenteerde cijfers zijn gewoon feiten, te weten; 1. Tussen 2032-2040 groeien we toch met 2859 inwoners, 1177 huishoudens en 1027 aan nieuwbouw woningen, correct? 2. Wat is er dan maatwerk als je weet dat wij aan deze behoefte willen voldoen?
maar de discussie over de inhoud en uitkosten van dit document pas te voeren als wij een totaal beeld hebben van de onderzoeksopgave van de maatwerkverkenning. Wij zullen ons dat ook beperken in onze antwoorden. 1. De onderzoekers hebben voor dit onderzoek gebruik gemaakt van prognoses. Tot 2030 is zeker hoeveel woningen gebouwd mogen worden. Na 2030 is die zekerheid er niet. Dus deze cijfers moet u zien als prognose. 2. Via de niet openbare ingekomen stukken van 12 april 2022 hebben wij de afspraak met de provincie over de aanpak om te komen tot een invulling van het maatwerk uit het Ontwikkelbeeld met u gedeeld. De maatwerkverkenning is bedoeld om antwoord te geven in het verschil tussen het provinciaal beleid dat uitgaat van bouwen bij knooppunten en in andere dorpen alleen ten behoeve van Vitaliteit en de Woudenbergse wens om te blijven voorzien in de eigen behoefte van bedrijven en woningen. In hoeverre is de wens van Woudenberg passend bij de vitaliteitsuitgangspunten van de provincie. 3. Zoals benoemd in de memo, trekken wij uit dit rapport nog geen conclusies. 4. Deze rapportage richt zich met name op de N224 ter hoogte van Woudenberg, het onderzoek met de buurgemeenten kijkt breder en moet inzicht geven in het totaal van de N224. Dit rapport geeft mede aan dat het onderzoek over het totaal van de N224 nodig is.
3. 4.
5.
Wat voor conclusies trekt de gemeente zelf uit dit rapport. Hoe staat dit onderzoek in relatie tot het gewenste verkeersonderzoek mbt knelpunten, Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg. Afgelopen jaren zijn er diverse moties en amendementen aangenomen die naar de provincie toe pleiten voor oa. meer bedrijventerreinen en ruimte om te bouwen. In hoeverre kunt u op basis van dit onderzoek nog uitvoeringen geven aan deze wensen van de Raad.
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
5 Op basis van dit onderzoek vallen op dat punt nog geen conclusies te trekken, daarvoor is eerst het brede antwoord op de maatwerk verkenning nodig, dus ook het onderdeel Vitaliteit. J. Bessembinders, CDA
1.
2.
3.
4.
5.
Maatwerk Mobiliteit Woudenberg: Dit rapport richt zich uitsluitend op verkeersbeperkende maatregelen. Waarom is nieuwe infrastructuur, zoals een nieuw aan te leggen ontsluiting, niet meegenomen in de scenario’s? Het Memorandum bij het rapport stelt op pag 6 dat de provincie Utrecht en “deze partijen” gezamenlijk voornemens [zijn] een netwerkstudie voor de lange termijn uit te voeren. Is dit rapport daarvan het resultaat of moet die netwerkstudie nog plaatsvinden? Uit de tabel op pag. 56 blijkt dat 5% minder mobiliteit op de N-wegen in absolute zin weinig effect heeft, ziet het College dat ook zo? Waarom wordt de maatregel om verkeer vanuit Scherpenzeel en Renswoude via andere routes dan door Woudenberg om te leiden (bijvoorbeeld via N802 en de westkant van de N224) qua haalbaarheid laag ingeschat? Het gaat immers om bestaande wegen. Het onderzoek geeft geen antwoord op de vraag wat de N224 nog aankan (maximale capaciteit) Klopt dat?
1.
2.
3.
4.
Nieuwe infrastructuur past niet in het beleid van de provincie, er is dan ook overeengekomen om dit buiten de scoop van het onderzoek te houden. Wel is de impact van bv. de verandering van doorgaand verkeer vanuit Scherpenzeel in beeld gebracht. De netwerkstudie moet nog starten, dat betreft het onderzoek samen met de gemeenten Scherpenzeel en Renswoude en provincies Utrecht en Gelderland. Het is een studie en rapport van een deskundig bureau, waar wij als college inhoudelijk nog geen standpunt over hebben. Technische kunnen wij stellen: op wegvakniveau zijn de effecten beperkt in relatie tot de theoretische capaciteit. Bepalend is de afwikkelingscapaciteit op de kruisingen/aansluitingen. De afname zal daar (gering) effect hebben maar is geheel afhankelijk hoe de kruispuntbewegingen afnemen/veranderen. Het is moeilijk om bestaande plaatsingspatronen te veranderen zonder vergaande maatregelen, welke weer ongewenste neveneffecten kunnen hebben. Het zal waarschijnlijk ook financiële en
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
5. H. van de Wetering, PVDAGL
1.
2.
Bij dit memo zit geen Collegeadvies. Kunt u duiden wat de bedoeling is van dit memo en wat het college verder van plan is met het onderzoek? Hoe verhoudt dit onderzoek zich tot andere thema’s zoals de woonvisie/ onwikkelbeeld/ gebiedsvisie?
ruimtelijke besluiten vragen die niet passen in bestaand beleid, daarmee dus laag in haalbaarheid. Ja, die vraag wordt door dit rapport niet beantwoord. 1. Zoals in de memo verwoord hebben wij met de provincie afgesproken om dit document te delen maar de discussie over de inhoud en uitkosten van dit document pas te voeren als wij een totaalbeeld hebben van de onderzoeksopgave van de maatwerkverkenning. Als college hebben wij alleen besproken memo en rapport ter informatie met u te delen. Daarom is ook geen sprake van een college besluit. Provincie en gemeente gaan verder met het andere deel van de maatwerk opdracht, op het moment dat alle onderzoeksvragen beantwoord zijn zullen wij als college een standpunt in nemen en dat met u delen danwel bespreken (afhankelijk van aard en inhoud van de stukken). 2. Het onderzoek is onderdeel van de beantwoording van de onderzoeksvraag naar aanleiding van de maatwerk afspraak in het ontwikkelbeeld. Samen met het onderdeel Vitaliteit zal dit een basis zijn om als provincie en gemeente een conclusies te trekken op de maatwerkvraag en daarmee basis voor besluitvorming over de lange termijn ontwikkelrichting van Woudenberg. Het ontwikkelbeeld regio Amersfoort is een gebiedsuitwerking van de provinciale Omgevingsvisie. De woonvisie Woudenberg
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
J. de Vogel, SGP
1.
1.
2.
Het Maatwerkonderzoek Mobiliteit N224 is vooral vanuit een kwantitatieve inslag benaderd, waarbij de kwalitatieve inslag rondom drukte- en veiligheidsbeleving van aanwonenden, beleving van verkeersdeelnemers, volksgezondheid etc. niet is meegenomen. In hoeverre worden deze meer kwalitatieve elementen meegenomen als onderdeel van de vervolgstappen, bijvoorbeeld vanuit een breder perspectief van Vitaliteit? In paragraaf 4.3.1 van het Maatwerkonderzoek mobiliteit lezen we: “Zowel in de ochtend- als avondspits leiden de intensiteiten op de wegvakken rondom Woudenberg volgens het verkeersmodel nergens tot capaciteitsproblemen.” Deze conclusie wordt getrokken op basis van de vergelijking van de verkeersintensiteit versus de wegvak capaciteit. Voor het westelijk deel van de N224 (referentiepunt Rumelaarseweg) wordt gerekend met een wegvakcapaciteit van 1500 en het oostelijk deel met 1200. o Klopt het dat de capaciteit van 1500 de Personenauto equivalent (Pae) betreft, zijnde niet gecorrigeerd voor vrachtverkeer, waarbij de gemeten c.q. geprognosticeerde (964 mvt) waarden het aantal motorvoertuigen (mvt) betreft? Zo ja, wat zou de wegvakcapaciteit zijn wanneer met vergelijkbare
2. a.
b.
c.
zal invulling geven aan onze locatie visie. Deze rapportage richt zich sec op de Mobiliteit, tav Vitaliteit volgt een aparte rapportage, welke samen de basis moeten geven voor de beantwoording van de maatwerk vraagstelling. De beleving van de inwoners zal daarbinnen geen onderwerp zijn. Op deze vragen de volgende ambtelijk technische antwoorden: De pae waarde is een gecorrigeerd getal, een personenauto telt als 1 pae, middelzware voertuigen tellen voor 1,5 pae en zware voertuigen tellen voor 2 pae. De pae waarde is de gangbare waarde om de wegvak capaciteit aan te geven. De genoemde getallen komen allemaal uit het model en zijn dus van dezelfde grootheid, in dit geval pae. Benoemd is wegvak capaciteit, in de betreffende paragraaf wordt aangegeven dat de problemen ontstaan bij de kruisingen/aansluitingen. De theoretische wegvak capaciteit verandert niet door de kruisingen/aansluitingen aan het uiteinde van een wegvak. Voor kruisingen/aansluitingen is de afwikkelcapaciteit bepalend, deze wordt bepaald aan de hand van de kruispuntstromen qua omvang en hoe deze onderling conflicteren. Zoals aangegeven ontstaat het oponthoud bij de kruisingen/aansluitingen dat zijn weerslag heeft op het wegvak. Theoretisch gezien heeft het wegvak voldoende capaciteit maar zit het probleem bij kruisingen/aansluitingen.
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
o
o
3.
Antwoord
maatstaven (appels en appels) zou worden gerekend? Klopt het dat genoemde theoretische wegvakcapaciteit uitgaat van >1,5km nietonderbroken wegvak en voor dit onderzoek niet gecorrigeerd is voor afwijkende omstandigheden, zoals op- en afritten? Meer specifiek: de onderbrekingen van de verkeerslichten bij m.n. kruising Europaweg en kruising Rumelaarseweg lijken niet gecorrigeerd voor te worden in de theoretische wegvakcapaciteit. Is dit een correcte veronderstelling en zo ja, welke invloed heeft dit op de wegvakcapaciteit? Hoe weegt u de zeer matige doorstroming (afbeelding 2.6) o.b.v. tellingen in 2022 ten opzichte van de conclusie uit 4.3.1 dat o.b.v. de theoretische benadering zelfs in 2040 de verkeersintensiteit “nergens tot capaciteitsproblemen” leidt?
Wat gaat het college met de uitkomsten van dit rapport richting de provincie doen en hoe ziet en vervolgtraject er concreet uit qua mijlpalen en tijdslijn?
3 Zoals in de memo aangeven is dit een deelrapport. Provincie en gemeente zijn nog bezig met het vraagstuk Vitaliteit. Op het moment dat de gezamenlijke ambtelijke organisatie dit opleven, zal ook een concept opgeleverd worden die invulling geeft aan de maatwerk opdracht, zoals hieronder verwoord (zie ook ingekomen stukken 12 april 2022). Verwachting is dat de bestuurlijke gesprekken in najaar 2023 zullen plaatsvinden en eventuele besluitvorming basis kan vormen voor volgende ronde van het programma wonen en werken. Los daarvan kunnen wij stellen dat de gesprekken rond dit rapport mede geleidt hebben tot het onderzoek over de N224 dat beide provincies gaan starten met Renswoude, Scherpenzeel en Woudenberg. Maatwerk opdracht Met deze opdracht willen we de informatie verzamelen en voorstellen doen met betrekking tot de toekomstige ontwikkeling van Woudenberg qua wonen en werken in relatie tot vitaliteit. De informatie heeft betrekking op de verwachte ontwikkeling van demografie van Woudenberg, de daarmee (deels) verband houdende mobiliteitsontwikkeling en de regionale functie van Woudenberg ten opzichte van buurgemeenten. De opzet is beperkt: de verwachting is dat gebruik kan worden gemaakt van bestaande informatie.
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
Te verwachten Resultaat: Een notitie die inzicht geeft in de toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van Woudenberg, die de basis kunnen zijn voor nadere bestuurlijke afspraken tussen provincie en gemeente. Dit kunnen ook procesafspraken betreffen, bijvoorbeeld in de vorm van als… dan kan een besluit over … aan de orde zijn 4.
Niet openbaar - Concept Plan Utrecht | T. Zeeuwe | Wethouder van de Graaf
H. van de Wetering, PVDAGL
1. 2. 3. 4.
5.
Niet openbaar - Opvanglocatie Parklaan 6 – Nidos | T. Zeeuwe | Wethouder van de Graaf
H. van de Wetering, PVDAGL
1.
Wat is de route (tijdsplanning) die voor het plan Utrecht is voorzien? Welke aandachtspunten worden vanuit de gemeente Woudenberg onder de aandacht gebracht bij de provincie? Hoe worden inwoners (in een zo vroeg mogelijk stadium) betrokken? Hoe wordt de raad hierin verder meegenomen?
In hoeverre is er een rol voor DKS bij de begeleiding van deze jongeren?
1. Het streven van de provincie Utrecht is om het bestuursakkoord voor het zomerreces te sluiten. 2. De aandachtspunten vanuit de gemeente Woudenberg kunt u vinden in het collegeadvies behorende bij deze ingekomen stukken. Een van de aandachtspunten is het binnen de asielketen brengen van de opvang van minderjarige statushouders en de algemene taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Deze heeft namelijk een belangrijke bijdrage in de asielketen. 3. Op het moment dat wij aan de slag gaan met de uitwerking dan gaan wij de inwoners in een zo vroeg mogelijk stadium betrekken. 4. U ontvangt op korte termijn een raadsinformatiebrief met meer informatie over het Plan Utrecht. Als wij concrete stappen gaan zetten om te kijken welke mogelijkheden Woudenberg heeft dan betrekken wij u als raad in een vroeg stadium. Op dit moment zijn wij met diverse partijen in overleg om te kijken op welke manier wij de begeleiding het beste vorm kunnen geven. De Kleine Schans is een belangrijke Woudenbergse partner in het Sociaal Domein die wij zeker betrekken en kijken of en hoe wij de
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
6.
Pilot Taal en Werk asiel - gemeente Utrechtse Heuvelrug | T. Zeeuwe | Wethouder Van de Graaf
7.
Verkenning samenwerking RUD en ODRU | Maurice Dings | Wethouder Molenaar
8.
Memo aanvullende regeling energiearmoede | P. van Zoeren | Wethouder Van de Graaf
Vraagsteller & Fractie
G. Heldoorn, SGP
Vraag
1.
Kan dit ook consequenties hebben voor Woudenbergse asielzoekers? Zo ja, welke?
Antwoord
samenwerking vorm kunnen geven. Wel zien wij gelet op deze zeer specifieke doelgroep daar ook enkele uitdagingen. Op dit moment hebben wij geen asielzoekers in Woudenberg. In Woudenberg hebben wij op dit moment alleen opvang voor statushouders en Oekraïense vluchtelingen, waar dit niet voor van toepassing is. Wij staan wel van harte achter de uitgangspunten van de pilot.