CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2023-02-02 beantwoording TV IS versie 2.pdf

Gemeenteraad 2 februari 2023, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken2.190 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Beantwoording technische vragen over de ingekomen stukken Raadsvergadering van: 02 - 02 - 2023

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder 1. Burgerbrief over allerlei onderwerpen | 2.

Reactie op brief seniorenadvies bureau omtrent energiearmoede | P. van Zoeren| Wethouder Van de Graaf

3.

Subsidies 2023 | A. Pozsgai | Wethouder Van de Graaf en Molenaar

Vraagsteller & Fractie

Vraag

G. Heldoorn, SGP

Ad. 03.b 1. Waar wordt de subsidie voor de adviesraad sociaal domein voor gebruikt? Ad. 03.a Er wordt gesteld dat op basis van de Subsidieregels Peuteropvang er een subsidie wordt verstrekt voor reguliere kindplaatsen met ouders die geen recht hebben op KOT. 1. Kan worden aangegeven wat de redenen zijn waarom deze ouders geen recht hebben op KOT? 2. Er wordt aangegeven dat het uitgangspunt binnen deze regeling is dat het budget wordt verdeeld op basis van een gemeentelijke inschatting vooraf. Wat zijn de criteria die worden gebruikt bij deze gemeentelijke inschatting? Ad. 03.b 3. Wat is de reden dat de overige sportverenigingen zoals de voetbal, korfbal, volleybal niet op het overzicht zijn opgenomen? Deze vraag is ook van toepassing voor de stichting ABC en

B. de Jong, GWB

Antwoord

Voornamelijk voor kosten secretariële ondersteuning en vacatiegelden (vergoeding voor het voorbereiden en deelnemen aan vergaderingen). 1. In beginsel hebben ouders die niet werken geen recht op KOT, maar daar kan een uitzondering op worden gemaakt in speciale gevallen. Bijvoorbeeld als ouders een opleiding of inburgeringscursus volgen. De regelgeving, voorwaarden en financiering komen voort uit de belastingwet. 2. De inschatting wordt gedaan op basis van de bezetting van de kinderopvang, waarbij ook gekeken wordt naar het beschikbare budget in de gemeentelijke begroting. 3. De sportbijdragen zijn in principe geen subsidies, zoals de accountant dit heeft opgemerkt. Deze bijdragen worden verstrekt op basis van een overeenkomst.

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder 4.

Startnotitie handelingsperspectief Buitengebied | K. Kuperus | wethouder Molenaar

Vraagsteller & Fractie

Vraag

H. van de Wetering, PVDAGL

1.

2.

3. 4.

stichting Griftpark. ‘Door de koppeling met de GGA is sprake van het risico dat mensen niet meer willen participeren’. Welke afweging heeft het college gemaakt om GGA en Handelingsperspectief toch gezamenlijk op te pakken? Welke stakeholders/ gebiedspartijen uit onze gemeente/ regio worden betrokken bij de aanpak (en uitgenodigd voor de startbijeenkomst op 14 maart)? Is er overleg gevoerd met stakeholders uit onze gemeente over de aanpak? Zo ja, wat is hiervan het resultaat geweest? De verschillende programma’s en de ligging van Woudenberg ten opzichte van Foodvalley en Utrechtse Heuvelrug maakt dat er bestuurlijk en ambtelijk op verschillende borden geschaakt moet worden. Hoe wordt dit organisatorisch (bestuurlijk en ambtelijk) ingevuld?

Antwoord

1 Het is geen expliciete keuze van ons college. Het GGA is een proces van de provincie, het handelingsperspectief een proces van de Regio Amersfoort (de gezamenlijke gemeenten) en de provincie Utrecht. Het handelingsperspectief komt voort uit de actiepunten van het Ontwikkelbeeld Regio Amersfoort. Bij een eerste verkenning met een vertegenwoordiging van stakeholders, kwam vanuit die gebiedspartijen de wens om participatie zoveel mogelijk te combineren, dus te voorkomen dat “dezelfde mensen” in korte tijd vergelijkbare gesprekken moeten voeren over net iets andere onderwerpen, maar met grote overeenkomst. Vanuit beide processen is geoordeeld dat het voorkomen van dubbele participatie wenselijk is en het streven moet zijn. Maar dat in de uitwerking goed bezien moet worden hoe dit vorm te geven en of het in de tijd en vanuit zorgvuldigheid mogelijk is. 2 In overleg met de regionale stakeholders wordt dit op dit moment nog concreet gemaakt. 14 maart is een regio brede bijeenkomst voor en met raadsleden. Wij mogen dan ook aannemen dat het dan vooral gaat om de overkoepelende partijen en dat bij de 3 gebiedsateliers vooral de lokale partijen benaderd worden. 3 Het is een regio proces, dus hierbij is afstemming geweest met de regionale stakeholders, die ook een goed beeld hebben van de lokale stakeholders. Te denken valt aan de koepels voor landgoederen, natuur- en milieu,

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder

Vraagsteller & Fractie

Vraag

Antwoord

landbouw en water. En hen wordt voor het gebiedsatelier ook gevraagd om per gebied de lokale groepen en vertegenwoordigers uit hun achterban door te geven.

J. Westenberg, GWB

04.b De startnotitie beschrijft de werkwijze om de komen tot een handelingsperspectief, oftewel een toekomstbeeld van het buitengebied. Naast allerlei beleidsvoornemens en bestuurdersbetrokkenheid is de inbreng van inwoners en in het bijzonder van jongeren essentieel als toekomstige erfgenamen van onze regio? 1. Hoe wordt de inbreng van jongeren op alle aspecten geborgd en worden de uitkomsten ook met hen gedeeld en besproken en benut? 2. In het college-advies wordt enerzijds gesproken over in het bijzonder betrekken van Barneveld en Nijkerk en anderzijds over dat deze gemeenten

4 Door als wethouder toe te treden tot de stuurgroep van het handelingsperspectief (en meest overkoepelende en voor Woudenbergs grondgebied voornaamste proces) zitten wij dicht bij het proces. Daarnaast door formele en informele bestuurlijke gesprekken op de hoogte te blijven van de andere regio’s. Ambtelijk door de inzet van de strategisch beleidsadviseur ruimtelijke ordening, die zowel de ambtelijk vertegenwoordiger is bij de Stichting Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug als in het ambtelijk overleg van de regio Amersfoort en via het VAB proces met Renswoude. 1 Op dit moment wordt uitgewerkt hoe jongeren te betrekken, daarbij zal waarschijnlijk gebruik gemaakt gaan worden van netwerken zoals jong-RES, jongerenafdelingen van partijen en van andere stakeholders. 2 Het is het directe gevolg van het feit dat Nijkerk en Barneveld op sommige beleidsonderdelen (wonen, werken en mobiliteit) ruimtelijk een belangrijke samenhang hebben met de regio Amersfoort (burgers en bedrijven kijken niet naar gemeente of provinciegrenzen). Beiden gemeenten zijn op die onderdelen ook volwaardig onderdeel van de regio

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder

Vraagsteller & Fractie

Vraag

3.

4.

J. de Vogel, SGP

1.

zich richten op de afstemming binnen de eigen provincie. Dat lijkt een contradictie in zich te hebben. Kan het college dat toelichten? De verkeersverbindingen leggen ook beslag op de beschikbare ruimte incl. buitengebied. Visie op mobiliteit is daarom eveneens essentieel. Het stimuleren van OV-verbindingen (en daarmee het afremmen van autogebruik), en het ontwikkelen van een goed fietsnetwerk ook voor woonwerkverkeer, en het doortrekken van fietsverbindingen naar de dorpskernen waaronder Woudenberg, zal tot verlichting kunnen leiden van de filedruk en terugdringen van het gebruik van sluipwegen in het buitengebied. Deelt het college deze visie van Gemeentebelangen, en is het college voornemens om mobiliteit (auto, trein, vrachtverkeer, bus, fiets) onderdeel te laten uitmaken van het handelingsperspectief? In de startnotitie is opgenomen dat de grenzen van maakbaarheid zijn bereikt en dat niet langer te ontkennen valt dat negatieve effecten zijn ontstaan. Deelt het college dit en kan het college aangeven welke negatieve effecten zij onderkent en opgelost wenst te zien?

In hoeverre is er bestuurlijke, uitvoeringstechnische en geografische

Antwoord

Amersfoort. Maar gelijktijdig loopt onder andere rond het proces rond het landelijk gebied via de provinciale lijn richting het rijk. Niemand zit te wachten op dubbel werk. Deze gemeenten hebben geoordeeld dat het voor hen belangrijker is om zich voor het landelijk gebied te richten op de provincie Gelderland (via Food Valley). Gelijktijdig weet iedereen in het buitengebied dat de provinciale grens ruimtelijk niet of nauwelijks aanwezig is en dat het voor het behalen van de doelstellingen van belang is om conclusies af te stemmen en te leren van elkaar. En dat gaat dan ook gebeuren. 3 De basis keuzes die verband houden met mobiliteit zijn gemaakt in het Ontwikkelbeeld regio Amersfoort en worden in dat kader verder vormgegeven. In de perspectief komt mobiliteit natuurlijk wel in beeld, maar vooral gekoppeld aan de specifieke buitengebied vraagstukken. 4 Lange tijd heeft het beeld geheerst dat de ruimtelijke ordening van Nederland maakbaar was. De laatste jaren is er meer aandacht (ook in het Ontwikkelbeeld regio Amersfoort) voor de wenselijkheid water en bodem leidend te laten zijn. Om daarmee een keuze te kunnen maken tussen de verschillende ruimte vragers. 1 De provincie heeft voor het ULG aangesloten bij de bestuurlijke regio waar ook dit perspectief

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder

Vraagsteller & Fractie

Vraag

2.

3.

4.

5.

coherentie tussen het Handelingsperspectief en Uitvoeringsstrategie Landelijk Gebied (ULG)? In geval afwijking tussen beide instrumenten, op welke wijze wordt gelijkschakeling bewerkstelligd? Vervolgvraag: valt Woudenberg geografisch in Eemland of in Gelderse Vallei? Kunt u toelichten wat u in het CA concreet bedoelt met “Parallelle trajecten zoals … kunnen straks aftappen uit het integrale Handelingsperspectief”? U schrijft in het CA dat vanwege te uiteenlopende tijdspaden er niet voor is gekozen om de GGA’s vanuit de ULG te combineren met het Handelingsperspectief. Ook schrijft u dat het wel raadzaam is dat deze twee processen gezamenlijk optrekken. Kunt u toelichten hoe dat praktisch zal werken gezien de verschillende tijdslijnen? In hoeverre zijn de illustraties in de startnotitie bij bijv. 4.1 en 4.2 puur illustratief? Zou dit een uitkomst kunnen zijn uit het proces of is dit de richting die wordt ingezet bij de aftrap van de gebiedsateliers? In de startnotitie wordt op verschillende plekken het belang van aandacht voor de agrarische sector en zijnde belangrijke stakeholder (47% van het areaal) in het buitengebied onderschreven. Op welke wijze wordt expliciet c.q. gericht ook de agrarische sector betrokken bij de totstandkoming van het Handelingsperspectief?

Antwoord

betrekking op heeft, en heeft het streven om de uitkomsten van beide trajecten zoveel mogelijk te “ zwaluwstaarten.” Geografisch is het formele antwoord: Heuvelrug en Gelderse Vallei, waarbij het grootste deel van de gemeente onder de Gelderse Vallei valt (Eemland start geografisch bij Amersfoort). Bestuurlijk: Regio Amersfoort. 2 Op dit moment is niet uitgesloten dat het ULG en de GGA’s door de kader van het rijk vragen om ander processen of tijdlijnen. Op dit moment zijn de aandachtspunten (onderzoek/aandacht vragen) van handelingsperspectief ruimer dan die van het ULG. Gedacht is dat als vanuit het ene proces informatie verkregen wordt deze ook bruikbaar is als input voor het andere traject. Dat alles om te kunnen voldoende aan de begrijpelijke wens van de stakeholders om het gebied niet vanuit de proces apart te bevragen. 3 Helaas is de praktische uitwerking nog niet gereed en wordt juist aan die puzzel gewerkt en zal in de praktijk moeten blijken welke combinatie mogelijk is . Voor het handelingsperspectief wordt uitgegaan van zorgvuldigheid en ruimte voor overleg en verkenning, dat schuurt met de harde data die het rijk aan de provincie geeft voor het ULG. De praktische vormgeving, zal dan ook maatwerk worden in de afstemming tussen beide processen. 4 Beiden zijn illustratief maar wel gebaseerd op de

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder

Vraagsteller & Fractie

Vraag

Antwoord

vastgestelde kaders, zoals POVI, BOVI, ontwikkelbeeld en RES. 5 Een handelingsperspectief zonder inbreng van de agrarische sector en de andere grondeigenaren is onmogelijk. Op verschillende wijze wordt overlegd hierover met de agrarische sector. Gelet op alles wat landelijk aan de orde is rond het landbouw dossier en de grote onzekerheid van deze sector, is nog niet duidelijk wat het meest passend en haalbaar is. 5. 6.

Onderzoek Nationale ombudsman naar participatie en invloed in de Participatiewet | Reactie brief koninklijke horeca Nederland inzake tijdelijk verruimde terrassen |Y. Versteeg| Burgemeester Jansen en Wethouder De Kruif

B. de Jong, GWB

Aangegeven wordt dat de gemeente Woudenberg gezien de uitzonderlijke situatie in 2020 en 2021 af heeft geweken van regelgeving en daarmee heeft meegewerkt aan tijdelijk verruimde terrassen. Een aantal ondernemers heeft hiervan gebruik gemaakt. De gemeente is niet van plan om in het algemeen de huidige regels voor terrassen of de bestemming permanent te wijzigen. 1.

2.

7.

8.

Houtstook - reactie college op brief werkgroep Partij voor de Dieren | W. Haver| Wethouder De Kruif Nadere regels verordening sociaal domein |R.

H. van de

1.

Kan worden aangegeven wat het terugdraaien van deze tijdelijke verruiming van terrassen betekent voor de ondernemers in Woudenberg? Zijn er ondernemers die nu nog gebruik maken van de tijdelijke verruiming van terrassen en dit zo dus niet meer kunnen?

Wat is de reden dat de Adviesraad

1.

2.

De gedoogbeschikkingen zijn afgegeven tot en met 31 december 2021. In 2022 moesten de terrassen dus weer voldoen aan de geldende regels. In de gedoogbeschikkingen die zijn afgegeven is aangegeven dat als in de toekomst permanent gebruik gemaakt wil worden van een afwijking van het bestemmingsplan daar eerst een aanvraag voor ingediend moet worden. Tot op heden hebben wij geen aanvragen ontvangen. Als het terrasseizoen weer begint wordt er gecontroleerd op de geldende regels.

De rol van de Adviesraad Sociaal Domein is

Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder de Paus/M. Meeuwenoord| Wethouder Van de Graaf

Vraagsteller & Fractie Wetering, PVDA/GL

Vraag

sociaal domein geen input heeft geleverd aan de actualisatie?

Antwoord

om het college gevraagd en ongevraagd te adviseren nieuw beleid aangaande het sociaal domein en/of zaken die een ingrijpende wijziging betekenen in de manier waarop dienstverlening en/of ondersteuning is georganiseerd. Daarom wordt de Integrale Verordening Sociaal Domein ieder jaar ter advisering aan de adviesraad voorgelegd. De nadere regels zijn een uitwerking van de kaders die in Integrale Verordening zijn vastgelegd en opnieuw advies vragen is daarom niet nodig. De nadere regels worden jaarlijks geüpdatet op basis van de aangepaste verordening. Dit verschil is ook terug te zien in het feit dat de gemeenteraad een besluit neemt over de verordening en de nadere regels een collegebevoegdheid zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/2171/documents/43286