2022-11-08 Beantwoording TV IS.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen over de ingekomen stukken Raadscommissievergadering van: 08 - 11 - 2022 Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder Uitspraak RvS Zuiderbroek-Griftdijk | K. Kuperus | Wethouder H. Molenaar 2. Reactie minister op motie Steun voor de boer | K. Kuperus | Wethouder H. Molenaar 3. Brief inwoner Woudenberg |
Vraagsteller & Fractie
1.
Vraag
Antwoord
----H. van Veldhuizen (SGP)
1. 2.
Wat doet de gemeente met deze brief? Wordt er een inhoudelijk antwoord gestuurd?
U heeft als gemeenteraad de mogelijkheid om deze brief ter afhandeling in handen te geven van het college van B&W. Dan ontvangt u een afschrift van de beantwoording. Ten aanzien van de gemeenteberichten, hiervoor is in het verleden een andere afweging gemaakt door de gemeenteraad naar aanleiding van bezuinigingen. Ten aanzien van de Brinkkanterweg, dit kunnen wij in handen geven van de beleidsadviseur verkeer om als suggestie naar te kijken. Deze klacht is bekend en naar oplossingen wordt gezocht.
3. Brief inwoner Woudenberg |
H. van de Wetering (PvdA)
3. Brief inwoner Woudenberg |
J. Stalman (VVD)
Deze brief is gericht aan de gemeenteraad. Alvorens mogelijk vanuit de raad te reageren is het goed om ook de opinie van het college te vernemen. Hoe luidt deze op de genoemde drie onderwerpen? 1. Is deze situatie u bekend, weliswaar praten wij over Scherpenzeel, maar de weg ligt ook voor een deel in Woudenberg, en derhalve zou overlast, cq. de verhoging van de verkeersdrukte.
1
Ten aanzien van de gemeentelijke lasten, heeft u in de begroting vastgesteld dat deze slechts met het indexatietarief worden verhoogd, voor de afvalstoffenheffing is een uitzondering gemaakt en wordt deze in het geheel niet verhoogd. Zie bovenstaand antwoord.
Zie bovenstaand antwoord.
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
4. Beoordeling Interbestuurlijk toezicht Informatie- en archiefbeheer | A. Uithof | Burgemeester M. Jansen
Vraagsteller & Fractie
P. van Schaik (GBW)
Vraag
Antwoord
2.
Zo, ja, is er overleg met de gemeente Scherpenzeel m.b.t. de verhoogde verkeersdrukte?
1.
Volgens het Verbeterplan is een Digitale bewaarstrategie gepland eind 2023. Is het niet mogelijk om dit op te stellen in samenwerking met andere gemeenten, of als basis, stukken te gebruiken van andere gemeenten, om dit te bespoedigen? Digitale bewaarstrategie wordt steeds belangrijker. Denk hierbij ook aan WOO verzoeken.
2.
Invoering WOO; staat in het Verbeterplan opgenomen voor eind 2023. De WOO is ingevoerd per 1-52022 met een beperkt overgangsrecht. Is het college het met ons eens dat de invoering nu al noodzakelijk is? Ziet het college mogelijkheden om het invoeringsproces te versnellen?
3.
Is het mogelijk om over een half jaar, bij de ingekomen stukken, een update te ontvangen van het
2
1. Er is nauw en intensief contact met Archief Eemland. Daarbij wordt er door de gemeente Woudenberg ook deelgenomen aan regio overleggen. Onderling worden documenten gedeeld. Zo ook over dit onderwerp. Het is een lopend project waar enige tijd in gaat zitten om het gereed te krijgen. Dit soort projecten moet naast het reguliere werk worden opgepakt. Wij moeten prioriteiten stellen. Dit voor het eind van 2023 klaar te hebben gaat niet lukken. 2. Voor de implementatie van de WOO is een projectgroep samengesteld. Deze bestaat uit een juridisch medewerker, ICT manager en Senior DIV-er. Samen hebben zij een voorstel geschreven voor de implementatie. Aan het college is gevraagd om capaciteit vrij te maken voor het implementeren van de WOO. De WOO is inderdaad al in werking getreden. De juridisch medewerker behandeld nu de WOO verzoeken. Nog niet alle categorieën moeten nu verplicht gepubliceerd worden. De categorieën waarvoor dat wel geldt worden op dit moment al gepubliceerd. 3. Dat is mogelijk. De stand van zaken wordt sowieso altijd tijdens het SIO overleg besproken. Dit vindt twee keer per jaar plaats met de
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord Verbeterplan?
5. Taakstelling statushouders 2022-1 | G. Leusink | B&A
H. van de Wetering (PvdA)
Goed dat we naar de laagste trede van de interventieladder afschalen. Er is echter nog wel een verzoek om de komende periode extra in te blijven zetten op huisvesting van vergunninghouders. We zijn benieuwd of daar een plan van aanpak voor is.
6. Woonbehoefteonderzoek 2022 | G. Leusink | Wethouder M. van de Graaf
J. Stalman (VVD)
1. 2.
3. 4. 5.
6. 7.
De aangenomen motie om het vereveningsfonds te onderzoeken bij het WBO mist, graag een toelichting. Waarom is er nu het WBO en pas in Q3 2023 de woonvisie, het WBO is de basis voor de woonvisie, maar dan alweer gedateerd?? Het WBO is de basis voor een update van de woonvisie, is dat correct? Waarom staat de woonvisie voor nu dan op Q3 2023? Een jaar na dato is er pas de mogelijkheid om de woonvisie een update te geven, wat is de waarde van dit WBO t.a.v. de nog op te stellen woonvisie? Wat is de waarde van het WBO, behalve een vaststelling van wat wij lezen? De gemeente geeft aan het doorstromen te stimuleren, nergens staat de wijze waarop, hoe gaat u de doorstroom stimuleren/faciliteren?
3
gemeentearchivaris, ICT manager, gemeentesecretaris en de senior DIV-er. Op dit moment resulteert de samenwerking tussen Omnia Wonen en de gemeente in het behalen van de taakstellingen. Deze goede samenwerking willen we voortzetten om ook aan de opkomende opgave te voldoen. Daarnaast is het goed om te melden dat wij, zoals het er nu uitziet, aan het eind van dit jaar voorlopen op de taakstelling en dus voldoen aan de extra inzet. 1. Het onderzoek naar het vereveningsfonds hoort niet thuis in een onderzoek waar de woonbehoefte in kaart wordt gebracht. Het woonbehoefteonderzoek gaat over het onderzoek naar de woonbehoefte en het uitzoeken van een middel is hiervoor niet de juiste plek. Dit hadden wij eerder moeten communiceren, excuses hiervoor. De opkoopbescherming is een middel dat op dit moment wordt onderzocht en bij het onderzoek naar dit middel wordt er ook advies gevraagd over het vereveningsfonds. 2. Het opstellen van de Woonvisie begint in Q1 van 2023. Hierdoor kan het WBO direct gebruikt worden als input. Het vergt echter tijd en ambtelijk capaciteit om in Q3 te komen tot een gedegen Woonvisie. Daarbij gelet op het feit dat er bij de Woonvisie, waarschijnlijk, ook veel landelijke instrumenten toegevoegd kunnen worden is er meer tijd nodig om de Woonvisie te kunnen schrijven.
Het is ook niet te voorkomen dat er een kleine overbrugging is mede in verband met de beschikbaarheid van (jaar)cijfers voor het woononderzoek. We proberen de Woonvisie in de eerste helft van 2023 aan te leveren, maar kunnen hiervoor geen
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
3.
4. 5.
6.
7.
6. Woonbehoefteonderzoek 2022 | G. Leusink | Wethouder M. van de Graaf
H. van de Wetering (PvdA)
1.
2.
Het WBO 2022 laat een jaarlijkse stijging zien van 140-145 woningen per jaar. Hoe verhoudt deze extra stijging (tov WBO 2020) zich tot de huidige nieuwbouwplannen (Hoevelaar)? Er is behoefte aan 250 extra sociale
4
1.
harde toezegging doen. Het WBO is één van de onderdelen die gebruikt wordt als input voor de woonvisie. Naast het WBO worden onder andere het coalitieakkoord, de Nationale Prestatieafspraken en de Bouw- en Woonagenda hiervoor gebruikt. Het opstellen van de Woonvisie vergt inspanning in tijd en capaciteit, waardoor Q3 haalbaar is. Het WBO kijkt ook naar de verwachtingen in de woonbehoefte. Deze verwachtingen worden gebruikt als input bij het opstellen van de Woonvisie, dat eerder start dan een jaar na dato. Het is een informatief document dat als input wordt gebruikt voor de Woonvisie en de invulling van woningbouwprojecten. Het beleid in Woudenberg is dat wij bouwen naar behoefte en mede daardoor is het in kaart houden van de behoeft van groot belang. De aantallen te bouwen verschillende typen woningen (koop en huur) in verschillende prijsklassen worden mede op basis van het WBO bepaald. De uitwerking van de constateringen uit het WBO worden opgenomen in de Woonvisie en concreet uitgewerkt in maatregelen. Daarnaast is het WBO gezamenlijk en mede in opdracht met Omnia Wonen uitgevoerd en wordt het stimuleren van doorstroom ook opgenomen in de Prestatieafspraken met Omnia Wonen. Op korte termijn zijn er nog voldoende plannen om te voorzien in de behoefte, Op de langere termijn, vanaf 2030, zijn er extra plannen nodig om de extra voorspelde groei t.o.v.
het vorige WBO op te vangen.
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
3.
Antwoord
huurwoningen (ongeveer 17% van het bouwprogramma). Echter de landelijke richtlijn is 30%. Hoe ziet u de uitwerking hiervan in de Woudenbergse praktijk? Net als in 2020 wordt ‘de verleiding van ouderen’ om door te stromen als belangrijk middel gezien. Welke initiatieven zijn er tot nu toe genomen en bent u van plan te nemen om ouderen ‘te verleiden’ en samen met ouderen te kijken wat er nodig is?
2.
3.
6. Woonbehoefteonderzoek 2022 | G. Leusink | Wethouder M. van de Graaf
J. de Vogel (SGP)
1.
2.
Op welke wijze wordt het WBO als input gebruikt voor de Woonvisie 2023+, herkent u de conclusies uit dit WBO en in hoeverre vormt het college zelf een visie n.a.v. dit WBO? Op welke wijze wordt dit WBO gebruikt voor projecten die in tussentijd aan bod komen, concreet bijvoorbeeld Hoevelaar
5
1.
In de nieuwe Woonvisie wordt verkend in hoeverre we kunnen streven naar een woningvoorraad met 30% sociale huurwoningen. De impact van deze landelijke richtlijn wordt dus nader onderzocht in de Woonvisie. Ook in de prestatieafspraken 2023 wordt opgenomen dat wij samen met Omnia Wonen kijken naar de mogelijkheid voor het toevoegen van extra sociale huurwoningen. Er komt in 2023 een landelijke definitie van sociale huurwoningen. Aan de hand van deze definitie moet elke gemeente in kaart brengen welk percentage aan sociale huurvoorraad er is. Op basis van dat percentage moet elke gemeente een planning maken om naar 30% sociale huurvoorraad te bouwen. Samen met Omnia Wonen wordt er gekeken welke experimenten hiervoor kunnen worden ingezet. Dit wordt opgenomen in de Prestatieafspraken. U kunt hierbij denken aan soortgelijke projecten als Hoevelaar en de Nijverheidsweg. Daarnaast is één van de ingevoerde initiatieven het behoud van 75% inschrijfduur dat is opgenomen in de Huisvestingsverordening.
De conclusies uit dit WBO zijn middels onderbouwing opgesteld door een onderzoeksbureau. De woonbehoefte wordt meegewogen in het opstellen van de Woonvisie. De uitkomsten en de impact hiervan worden door het college nader afgewogen in de Woonvisie. Bij de uitwerking in de Woonvisie 2023 worden
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
3.
4.
5.
6.
7.
Antwoord
Fase 2? Het WBO geeft aan dat de huidige plancapaciteit ca. 1350 woningen betreft. Kunt u aangeven op welke projecten/zoekgebieden deze zijn gealloceerd? Tot 2032 is behoefte voor ca. 17% van het totale bouwprogramma aan sociale woningbouw. Hoe verhoudt zich dit tot het doel om 30% sociale woningbouw te realiseren? Saldo verhuisbewegingen: is het tendens zoals geschetst in o.a. paragraaf 2.3 vergelijkbaar met omliggende gemeenten? Kunt u de context schetsen waarom de Primos 2021 gegevens t.o.v. de Primos 2019 gegevens een dergelijk deviërend beeld laat zijn, met in 2032 een 10 procentpunt hogere groei t.o.v. 2021? Enerzijds lezen we dat verdunning van de huishoudens toeneemt, anderzijds als we de groei van de bevolking t.o.v. de groei van het aantal huishoudens met elkaar vergelijken o.b.v. Primos 2021 wordt dat verschil juist beperkt. a. Met andere woorden: begrijpen we correct dat het aantal huishoudens in 2032 met ca. 6,6%pnt harder groeit dan het aantal inwoners, in tegenstelling tot het grotere verschil o.b.v. Primos 2019? b. Wanneer voorgaande correct is, is dan de constatering terecht dat verdunning zeer beperkt toeneemt en anderzijds relatief t.o.v. de vorige meting afneemt? c. Kunt u dat verschil tussen beide
6
2.
3. 4.
5.
6.
7.
ook het coalitieakkoord en de Nationale Prestatieafspraken meegenomen. De resultaten uit het WBO laten geen grote afwijkingen zien ten opzichte van de eerdere woonbehoefte onderzoeken. Het beleid in Woudenberg is dat wij bouwen naar behoefte. Dit geldt ook voor Hoevelaar fase 2. De uitkomsten van het woonbehoefte onderzoek zijn daarin leidend voor het opstellen van het stedenbouwkundig plan. Deze woningen zijn voorzien in zowel vastgestelde plannen (bijv. Hoevelaar) als nog zachtere plannen. In de nieuwe Woonvisie wordt verkend in hoeverre we kunnen streven naar een woningvoorraad met 30% sociale huurwoningen. De impact van deze landelijke richtlijn wordt dus nader onderzocht in de Woonvisie. De in- en uitstroom is voor de gemeente Woudenberg onderzocht. Hierin is wel veel beweging van en naar omliggende gemeenten te zien. De vergelijking met andere gemeenten is niet meegenomen in dit onderzoek. Dat is het gevolg van huishoudensvorming van binnenuit (o.a. starters, scheidingen) en instroom van buitenaf, mede door de aantrekkelijke ligging ten opzichte van de Randstad en de ruime voorraad aan betaalbare grondgebonden woningen. In ons antwoord zijn wij er vanuit gegaan dat u doelt op het feit dat als het aantal inwoners groeit ook automatisch het aantal huishoudens groeit en de stijging dus niet een direct gevolg is van verdunning, maar ook van een stijgend aantal inwoners. A.
Ten opzichte van Primos 2019 (het
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
8.
6. Woonbehoefteonderzoek 2022 | G. Leusink | Wethouder M. van de Graaf
J. Westenberg (GBW)
1.
Antwoord
metingen verklaren? Op pagina 42 staat: “het merendeel van de woningen moet een koopprijs hebben onder de €290.000 om woningen betaalbaar te houden”, op pagina 6 wordt de samenvattend weergegeven dat diezelfde categorie een koopprijs van maximaal de NHGgrens (2022: €355.000) moet hebben. a. Hoe verhoudt zich dit tot elkaar, ook in aanmerking nemende dat de NHG-grens voor 2023 naar €405.000 gaat? b. Op welke manier worden deze 2 verschillende grootheden vertaald naar beleid? c. Wat zijn de mogelijkheden om de maximale koopprijs van 290.000 te realiseren, in aanmerking nemende dat de wens is om 78% grondgebonden woningen te realiseren (p. 45)?
Op blz. 48 van het WBO is het wensprogramma opgenomen. Hier worden andere categorieën woningtypen en prijzen gehanteerd, dan gebruikelijk in Woudenberg. Bijv. goedkope koop tot €290.00, terwijl wij €200.000 hanteren.
7
8.
1.
prognosemodel dat in het vorige WBO is toegepast) worden er met Primos 2021 (nieuwste prognoses) over de periode van 2022-2032 6,6% meer huishoudens verwacht. B. In dit woonbehoefteonderzoek wordt van de nieuwste prognose uitgegaan (Primos 2021). Deze cijfers laten in de periode 2022-2032 een groei van 20,4% inwoners zien een groei van 27% huishouders. Dit betekent dat het aantal huishoudens sterker stijgt dan het aantal inwoners. De aanleidingen van deze huishoudensgroei zijn o.a. huishoudensverdunning, natuurlijke bevolkingsgroei en instroom van buitenaf. C. De tabellen tonen een verschil tussen de prognoses op basis van Primos 2019 en Primos 2021 ten opzichte van het jaar 2022. Voor dit WBO is Primos 2021 toegepast, zodat er van de nieuwste prognoses wordt uitgegaan. A. Er wordt beschreven tot maximaal de NHG-grens. €290.000 valt onder deze NHG-grens. In de Woonvisie wordt nader onderzocht welke grenzen er voor de segmenten worden toegevoegd. Ook hierin wordt gekeken naar de definities zoals landelijk bepaald gaan worden. B. Dit volgt in de Woonvisie 2023. C. Dit wordt nader onderzocht bij het opstellen van de Woonvisie. Voor het woononderzoek is uitgegaan van cijfers van het Socrates 2020, gebaseerd op het landelijke WoOn 2018. De categorieën die in Woudenberg gehanteerd worden sluiten niet aan bij de cijfers die in Socrates 2020 en WoOn 2018 gehanteerd worden.
Voor het onderzoek
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
2.
3.
4.
Antwoord Waarom wordt voor ons WBO niet als uitgangspunt genomen de typen, categorieën en prijzen die wij hanteren? De categorie Betaalbare koop ontbreekt zelfs. Graag een reactie van het college hierop. Als raad hebben wij een aantal middelen vastgesteld om meer invloed te krijgen op de koopmarkt. Als voorbeeld: het antispeculatiebeding en de zelfbewoningsplicht. De opkoopbescherming wordt nog juridisch getoetst. Waarom zien wij in het WBO geen doorrekeningen van deze effecten? Nu zien we dat veel koopwoningen terechtkomen bij mensen van buiten onze gemeente. Ook in de prognose wordt gerekend met veel instroom van buiten. Wij willen toch getoetst hebben of deze maatregelen het door ons gewenste effect gaan hebben? Graag een reactie van het college. Wij zien dit als een gemis in het WBO. Op blz. 37 wordt geschreven dat “ maar weinig sociale huurwoningen in Woudenberg worden toegewezen aan Woudenbergers” Ongeveer de helft wordt toegewezen aan mensen buiten Woudenberg. Deze toedeling is toch wettelijk vastgesteld en kan op dit moment nog niet anders? Het lijkt door deze opmerking of er geen behoefte is in Woudenberg. In de Raadsvergadering van 22 februari 2022 is de motie van Gemeentebelangen, en ondersteunt door de CU, in stemming gebracht
8
2.
3.
4.
zijn wij echter afhankelijk van deze landelijke cijfers. Dit om een onderbouwende raming te geven. In de Woonvisie wordt deze behoefteraming omgezet en wordt hiervoor op gemeentelijk niveau beleid bepaalt. Het woonbehoefteonderzoek is een onderzoek naar de woonbehoefte op basis van de huidige uitgangspunten. Het onderzoek naar de gewenste effecten van deze separate instrumenten worden niet onderzocht in het WBO. Het WBO is een onderzoek naar het woonbehoefte en niet te toetsing van ingestelde instrumenten. Daarnaast zijn deze instrumenten recent ingesteld en is er meer tijd nodig om de gewenste effecten in kaart te brengen. Dit is een constatering n.a.v. het woonbehoefteonderzoek en zegt in die context niks over de behoefte. De huidige wet schrijft voor dat 25% van de woningen met voorrang toegewezen mag worden aan Woudenbergers. Op dit moment kan dit wettelijk gezien niet anders. In de praktijk zien we echter dat een veel hoger percentage sociale huurwoningen toegewezen wordt aan Woudenbergers. Dit is circa 70% per jaar. Het onderzoek naar het vereveningsfonds hoort niet thuis in een onderzoek waar de woonbehoefte in kaart wordt gebracht. Het woonbehoefteonderzoek gaat over het onderzoek naar de woonbehoefte en het uitzoeken van een middel is hiervoor niet de juiste plek. Dit hadden wij eerder moeten communiceren, excuses hiervoor.
De opkoopbescherming is een middel dat op dit moment wordt onderzocht en bij het onderzoek naar dit middel wordt er ook advies gevraagd over het
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
5.
6.
7.
Antwoord om in het WBO ook het instellen van het vereveningsfonds ter stimulering van de bouw van sociale huurwoningen te onderzoeken. Hiervoor is ook budget door de Raad vrijgemaakt. De motie is unaniem door de Raad aangenomen. Het blijkt dat hier in het WBO 2022 geen rekening mee is gehouden. Wanneer kunnen wij de uitkomsten van het onderzoek tegemoet zien? Wat is de reden dat geen uitvoering aan de motie is gegeven? Hoe wordt dit hersteld en wat dat betekent voor de besluitvorming op het WBO en aansluitend de Woonvisie? De woningmarkt maakt turbulente tijden door met stijgende bouwkosten, oplopende rentetarieven, duurzaamheidsopgaven, stikstofcrisis, etc.. De vraag naar woningen is groot o.a. door de opgave om toenemende aantallen statushouders te huisvesten, de trek van stad naar dorp, etc.. Dat vergt van gemeenten om vooral vaart te maken met de realisatie van woningen. Het beschikken als burger over een woning is een grondrecht. Het college stelt voor om uiterlijk in het 3e kwartaal de Woonvisie te laten vaststellen. Gelet op de urgentie zou het 2e kwartaal logischer zijn. Kan het college toezeggen alsnog de Woonvisie in het 2e kwartaal aan te bieden aan de raad? Indien het college dat niet kan toezeggen, dan is de vraag welke
9
5.
6.
7.
8.
vereveningsfonds. Het onderzoek naar het vereveningsfonds hoort niet thuis in een onderzoek waar de woonbehoefte in kaart wordt gebracht. Het woonbehoefteonderzoek gaat over het onderzoek naar de woonbehoefte en het uitzoeken van een middel is hiervoor niet de juiste plek. Dit hadden wij eerder moeten communiceren, excuses hiervoor. De opkoopbescherming is een middel dat op dit moment wordt onderzocht en bij het onderzoek naar dit middel wordt er ook advies gevraagd over het vereveningsfonds. Het opstellen van de Woonvisie begint in Q1 van 2023. Hierdoor kan het WBO direct gebruikt worden als input. Het vergt echter tijd en ambtelijke capaciteit om in Q3 te komen tot een gedegen Woonvisie. We proberen de Woonvisie in de eerste helft van 2023 aan te leveren, maar kunnen hiervoor geen harde toezegging doen. Zoals bij punt 6 is aangegeven kosten het opstellen van een Woonvisie tijd. Hier zijn, mede gelet op de beperkte ambtelijke capaciteit, geen mogelijkheden om dit te versnellen. Het staat u als Raad uiteraard vrij om een andere opdracht mee te geven alleen zien wij hier een grote uitdaging in ambtelijke capaciteit en tevens de uitwerking van de Nationale prestatieafspraken. Ten opzichte van het vorige WBO zijn er geen grote significante verschillen te zien op korte termijn.
Daarnaast wordt het WBO 2022 op dit moment al gebruikt voor het invullen van het stedenbouwkundig plan bij bijvoorbeeld Hoevelaar fase 2. Het WBO is samen in opdracht met Omnia
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag
8.
9.
Vraag over de externe betrekkingen
Regiodag BOSD | M. Meeuwenoord |M. van de Graaf
G. van der Linden (CU)
Antwoord keuzes de Raad moet maken omdat alsnog mogelijk te maken, en wanneer de keuzes aan de Raad worden voorgelegd? Het WBO levert bouwstenen voor de Woonvisie, het bijsturen van nieuwbouwprojecten en voor prestatieafspraken met de woningcorporatie(s). Welke bijsturing stelt het college voor t.a.v. nieuwbouwtrajecten (bijv. Hoevelaar 2 en 3) en t.a.v. de prestatieafspraken met OMNIA Wonen, en wanneer komt het college daarmee naar de Raad? Gemeentebelangen is een sterk voorstander van transparantie van bestuur en inspraak door en voor inwoners, en stelt daarom voor om een openbare informatieavond te doen organiseren voor de Raad en de inwoners m.b.t. de conceptWoonvisie. Wij stellen ons voor dat dan het WBO-2022 wordt besproken en toegelicht, de regionale afspraken m.b.t. de woningbouw en het Convenant Duurzame Woningbouw. Neemt het college dit voorstel over?
Naar aanleiding van het document bij agendapunt 6 (Project ‘Afspraken intergemeentelijke samenwerking uitvoering sociaal domein’) Hoe kijkt de gemeente Woudenberg aan tegen de: 1. Nieuwe/aangepaste samenwerkingsafspraken 2024;
10
9.
Wonen uitgevoerd, waardoor de uitkomsten ook door Omnia Wonen worden gehanteerd. Voor de zomerperiode heeft KAW de uitkomsten van het WBO middels een presentatie aan de raad toegelicht. In het kader van het opstellen van de Woonvisie worden de vormen van participatie op dit moment onderzocht. Participatie is ook een onderdeel van het collegewerkprogramma.
Sinds de transitie van de Jeugdwet en de nieuwe Wmo in 2015 werken we regionaal samen in het sociaal domein ten aanzien van de inkoop van zorg, het contractbeheer, het accountmanagement en de data en monitoring. In 2019 hebben we met betrekking tot deze taken samenwerkingsafspraken vastgelegd in een dienstverleningsovereenkomst. Deze
Ingekomen stuk | Behandelend ambtenaar | Portefeuillehouder
Vraagsteller & Fractie
Vraag 2. 3.
Antwoord Organisatie centrumgemeente functie; Opstellen bijbehorende documenten (zoals mandaatbesluiten, verwerkersovereenkomsten e.d.)?
11
overeenkomst loopt af op 31-12-2023. Het document bij agendapunt 6 beschrijft hoe we met elkaar tot een herijking van de afspraken gaan komen. 1. We staan hier positief tegenover. Zeker in het licht van de nieuwe taakgerichte inkoop. 2. Ten aanzien van de organisatie centrumgemeente functie zijn we benieuwd naar de consequenties, welke tijdens dit project inzichtelijk gemaakt zullen worden. Tevens wachten wij met smart op de hervormingsagenda aangaande de jeugdwet, waarin het rijk meer duidelijkheid over de wijze van samenwerking gaat scheppen. 3. Het opstellen van de bijbehorende documenten zien wij als een logisch voortvloeisel van de samenwerkingsafspraken die we zullen maken en de juridische samenwerkingsvorm die we gaan kiezen.