2022-06-30 beantwoording TV IS.pdf
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen over de ingekomen stukken Raadsvergadering van: 30-06-2022
Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar 01. Jaarverantwoording Kinderopvang 2021 A. Pozsgai 02. Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2 L. Toppen & K. Kuperus
Vraagsteller & Vraag Fractie Geen vragen ontvangen
Antwoord
Henk van de Wetering /Fractie PvdA-GroenLinks
Er wordt (nog) niet gestuurd op het volledig circulair maken van deze wijk, wel is duurzaamheid een belangrijk uitgangspunt voor deze wijk, zie masterplan en projectplan.
‘De ambitie is om aantrekkelijke en diverse woonmilieus te realiseren binnen bestaande landschappelijke en groene waarden’. In hoeverre wordt gestuurd op het volledig circulair maken van deze woonwijk, bijv. door het aanleggen van voldoende zonnepanelen op alle woningen (ook appartementen en vrijstaande huizen)? (In Hoevelaar fase 1 is sprake van een beperkt aantal zonnepanelen, ook wel genoemd ‘schaamtepanelen’). In de inspraakreactie wordt gevraagd om een richtafstand van 30 m te hanteren als afstand van het bouwvlak tot het rioolgemaal. Hoewel wordt gemotiveerd dat een afstand van 10 m acceptabel is, vragen wij ons af of de 30 m. niet een verstandiger keuze is, juist ook voor de toekomstige bewoners. Graag uw visie hierop.
De ontsluiting van deze wijk over de Spoorlaan mag in theorie haalbaar zijn, in de praktijk lijkt dit een twijfelachtige, ook gezien de het vrachtverkeer op deze weg en de verkeersproblematiek op de N224. Welke mogelijkheden ziet u om de ontsluiting
1
De 30 meter is een richt afstand, daar kan gemotiveerd van afgeweken worden. Daarnaast is zorgvuldig ruimte gebruik van belang. In dat kader is bezien in hoeverre bij dit gemaal en deze locatie afgeweken kan worden. Op basis daarvan concluderen wij dat 10 meter geen probleem is als het waterschap tijdig en passend onderhoud doet aan haar installaties. Hier mogen we als gemeente vanuit gaan. Daarmee hier dus mogelijk om efficiënt om te gaan met de ruimte. De ontsluiting van Hoevelaar Fase 2 loopt over de Laan door Hoevelaar via Fase 1 naar de provinciale weg N224. De in het vastgestelde Masterplan Hoevelaar opgenomen ontsluiting via een nieuw tracé naar de Parallelweg is pas aan de orde bij de ontwikkeling van Fase 3. Het
Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
passend in de tijd veilig en zo optimaal mogelijk te laten zijn?
masterplan geeft aan dat het restant van de spoorlaan op termijn een recreatieve functie krijgt. Gaat hier om een nieuwbouw locatie met een uitgebalanceerde stedenbouwkundige opzet waar met deze hoogte geen probleem is te verwachten. Het is iets anders dan een inbreiding in bestaand gebied. Vanuit diverse duurzaamheidsaspecten is compact bouwen ook zeer gewenst. Aan de oostzijde van het plangebied is na overleg met de aangrenzende agrariër een zone opgenomen waar de hoogte expliciet wordt beperkt. Voor de rest van het gebied is compact dus hoger bouwen, passend in het totaal concept gewenst. 1 Deze vraag heeft geen betrekking op dit bestemmingsplan, de mobiliteit van Hoevelaar is opgenomen in de lange termijn kaders. 2 In het bestemmingsplan wordt verwezen naar de CROW (conform ons huidige parkeerbeleid) en in het stedenbouwkundig plan wordt rekening gehouden met die normen. Gezien het ruimte beslag van parkeerplekken is verstandig om uit te gaan van die normen, minder aanleggen is makkelijker dan later als nog ruimte zoeken. Mocht later gewenst zijn de parkeernorm naar beneden bij te stellen, dan kan dat alsnog bij het woonrijp maken. 3 Nog niet bekend. Het laadpalen beleid is daarbij van toepassing en zal in de fase van woonrijp maken worden ingevuld. 4 Wij zijn de mogelijkheden en wenselijk aan het bezien en zal aan de orde komen bij bouw- en woonrijp maken.
02. Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2 L. Toppen & K. Kuperus
Peter van Schaik/GBW
Er is een afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor de realisatie van appartementengebouwen met maximaal 4 bouwlagen. Gezien de onrust die er in Woudenberg is geweest bij 3 bouwlagen op het Julianaplein (is gehandhaafd) en Klein maar Fijn Wonen die op verzoek van omwonenden is aangepast van 3 naar 2 bouwlagen roept dit vragen op bij de GBWfractie. Hoe stelt het college zich dit voor?
02. Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2 L. Toppen & K. Kuperus
Peter van Schaik/GBW
Verkeer, kwaliteit van lucht 1. In hoeverre heeft u al contact met de provincie om toekomstgericht om te gaan met mobiliteit” Zie Regionale mobiliteitsplan 1.0 en ontwikkeling 2.0. 2. U hanteert nog “oude” parkeerplek normering. Hoe rijmt u dit met het Herijkte uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit en het Regionale Mobiliteitsplan 1.0? 3. Hoeveel laadpalen worden er voor elektrische auto’s in de wijk geplaatst? 4. Is het mogelijk om hier tegelgoten te plaatsen? Zie uw beleidsregels “oplaadinfrastructuur”. 5. Hoe wordt de bereikbaarheid van het openbaar vervoer geregeld in de wijk Hoevelaar? 6. Wat gaat u doen om het fietsverkeer te stimuleren? Kan de wijk rekenen op een
2
Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar
02. Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2 L. Toppen & K. Kuperus
Vraagsteller & Fractie
Peter van Schaik/GBW
Vraag
Antwoord
infrastructuur waarbij de fiets en voetganger voorrang hebben? 7. Bent u het met ons eens dat het jaargemiddelde concentraties stikstofdioxide en fijn stof, ruimschoots boven de grenswaarden ligt, in plaats van eronder? Zie herijking uitvoeringsprogramma luchtkwaliteit WHO-advieswaarden 2021.
5 Bij de keuze voor deze locatie en in het masterplan Hoevelaar is rekening gehouden met deze afstanden. De bebouwingsdichtheid van de wijk is hierop afgestemd, hogere dichtheid in de omgeving OV-opstappunten. 6 De stedenbouwkundige inrichting van fase 2 sluit aan bij het Masterplan Hoevelaar. Een belangrijk uitgangspunt van het Masterplan is een goede fietsstructuur en 30 km wijken. De wenselijkheid van eventuele aanvullende verkeersbesluiten komt aan de orde in de fase van uitvoering van de inrichting. 7 Deze vraag kunnen wij in het kader van dit bestemmingsplan niet plaatsen, het bestemmingsplan is getoetst en voldoet aan de huidige geldende wettelijke normen.
Ecologie
1 Voor ligt het bestemmingsplan, gebaseerd op een stedenbouwkundig. In de voorbereiding van dit stedenbouwkundig plan zijn diverse gemeentelijke diensten betrokken geweest. De keuzes voor de feitelijke invulling van de openbare buitenruimte komt in de fase van voorbereiding van het woonrijp maken. Het groenbeleidsplan vorm daarvoor de basis. 2 Het groenbeleidsplan is mede op basis van participatie tot stand gekomen en in de fase van woonrijp maken worden de betreffende bewoners betrokken. 3 zie 2. 4 De natuurbeschermingswet en daarmee de Quick scan flora en fauna vormen de basis voor afwegingen rond beschermde en andere planten
1. Wanneer gaat u met de gemeentelijke dienst om tafel om tot “gedragen keuzes” te komen ten aanzien van de groenvoorziening in de buitenruimte? Zie het beleidsplan Hoevelaar fase 2. 2. Wat zijn de criteria die u gebruikt om tot “gedragen keuzes” te komen in gemeente Woudenberg? 3. Gaat u daar ook burgers met verstand van ecologie en Flora en Fauna bij betrekken? 4. De Quick scan Flora en Fauna geeft aan dat er drie beschermde diersoorten zijn gevonden; de vleermuis, kerkuil en
3
Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar
Vraagsteller & Fractie
Vraag
5. 6.
7.
8.
9.
Antwoord
steenuil. Toch worden vanuit het landelijk gebied veel dieren uit hun woongebied verdreven. Hoeveel dierensoorten en insectensoorten zullen verdreven worden bij bebouwing van de wijk? Wat gaat u doen om deze dieren naar een ander leefgebied te verplaatsen? Hoe verloopt “de verbinding tot Europa en de rest van de wereld voor de genoemde dieren”” Wij denken dan ook aan de verbinding richting Scherpenzeel, Leusden, Maarn en Leersum, dwars door de wijken van Woudenberg heen? Zie Groenbeleidsplan. Wat vindt u ervan dat in het plan geen rekening wordt gehouden met egels, amfibieën, reptielen etc.? Dit zijn ook beschermde diersoorten. Welke insecten vindt u relevant in dit gebied en wat doet u om het leefgebied te verrijken voor hen en verrijkt te houden voor hen, denk hierbij aan maai, snoei en onderhoudsbeleid dat rekening houdt met de leefbaarheid van dieren en minder rekening houdt met netheid en overzichtelijkheid? De voorbeelden suggereren dit namelijk. Welke insecten vindt u minder relevant, denk hierbij aan de honingbij en de wilde bij, de mug, de sprinkhaan en de vlieg b.v.? Het verschil van insecten is
4
en diersoorten. Aanvullend werken wij in Woudenberg met een ecologisch werkprotocol, dat met name in de fase van bouwrijp maken diersoorten de tijd en ruimte biedt om tijdig het gebied te verlaten. 5 Voor beschermde soorten zal op basis van de Quick scan een vervolg komen en een plan met maatregelen. Voor de andere soorten wordt via het ecologisch werk protocol gewerkt, dat geeft door de wijze van werken, dieren de kans om tijdig het werk gebied te verlaten.> 6 Het masterplan Hoevelaar vormt de basis en verbinding tussen de drie fasen, het raamwerk dat door het masterplan gevormd wordt geeft o.a. een raamwerk voor groen en water en sluit aan op de stapstenen in bestaand stedelijk gebied. 7 Het bestemmingsplan is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving en de Quick scan op de soorten zoals benoemd in de natuurbeschermingswet. Niet aan de orde om bij dit bestemmingsplan een discussie of mening te vormen over de soorten zoals landelijk beschermd zijn. 8 Bij aanleg, beheer en onderhoud van deze wijk vormt het groenbeleidsplan het uitgangspunt. 9 Bij het opstellen van dit bestemmingsplan is geen aanleiding of noodzaak om aanvullend aan ons algemene beleid rekening te houden met (bepaalde) insecten. Het groenbeleidsplan is hier het uitgangspunt.
Ingekomen stuk & Behandelend ambtenaar
Vraagsteller & Fractie
Vraag
Antwoord
gebaat bij een zeer nauwkeurig en uitgedacht beleid die rekening houdt met bijvoorbeeld de vliegafstanden die het ene insect wel kan maken en de andere niet. Een diversiteit van insecten hebben minder aan wat bloemen zaaien die afgemaaid worden, terwijl ze nog veel voeding geven aan insecten en kleine dieren, zoals in de late lente en het late najaar. 02. Bestemmingsplan Hoevelaar fase 2 L. Toppen & K. Kuperus
Peter van Schaik/GBW
In hoeverre past het woningbouwprogramma zoals opgenomen in dit Ontwerpbestemmingsplan met de verdeling van de type en aantallen woningen in het onlangs gepresenteerde Woningbehoefte onderzoek 2022?
03. Bestemmingsplan Klein Moorst 3-5 L. Toppen & K. Kuperus 04. Bestemmingsplan Moorsterweg 3 L. Toppen & K. Kuperus
Geen vragen ontvangen Geen vragen ontvangen
5
In hoofdlijnen komt het overeen en dat is voor het bestemmingsplan voldoende basis. De verschillende deelfasen en het totale stedenbouwkundig plan zullen, als het WBO 2022 definitief en beschikbaar is, op details nader bezien worden en bijgesteld.