2.d Bijlage 3 Verslag bespreking Verificatiegesprek IBT omgevingsrecht 2023-2024 gemeente Woudenberg 20241121.pdf
Tekst van het document
Verslag bespreking
Naam Vergadering Datum Aanwezig
Verslaglegging Documentnummer
Verificatiegesprek IBT omgevingsrecht 2023-2024 gemeente Woudenberg 21-11-2024 Fardo Visch (afdelingsmanager fysiek domein, gemeente Woudenberg) Roos Epke (handhavingsjurist, gemeente Woudenberg) Thomas van Walchren (interbestuurlijk toezichthouder, provincie Utrecht) Jeroen van Dam (interbestuurlijk toezichthouder, provincie Utrecht) Jeroen van Dam UTSP-390265605-28783
Op 18 november 2024 vond een digitaal verificatiegesprek plaats in het kader van interbestuurlijk toezicht (IBT) over de taakuitvoering van de gemeente Woudenberg op het gebied van omgevingsrecht. Voorafgaand aan het gesprek is het conceptbeoordelingsformulier (Excelbestand) aan de gemeente toegezonden. De gemeente heeft hierop niet gereageerd. Deze reactie is tijdens het verificatiegesprek besproken. IBT licht de beoordelingssystematiek achter en het doel van het beoordelingsformulier toe. Het beoordelingsformulier maakt transparant welke wettelijke criteria worden beoordeeld en hoe daarop door de gemeente wordt gescoord maar ook welke maximale score per criterium kan worden behaald. Zo kan de gemeente per criterium zien of eraan voldaan wordt en waar zij kan verbeteren om een hogere beoordeling krijgen. Het beoordelingsformulier is zo ingestoken dat elk jaar een of meerdere criteria door de gemeente kunnen worden opgepakt. En er zijn criteria waar relatief snel aan kan worden voldaan (bijv. toevoegen van werkwijzen, voorbereiding toezicht, controlefrequentie) en criteria waarbij fundamentele beleidskeuzes moeten worden gemaakt (bijv. doelen, benodigde capaciteit) en waar langer de tijd voor moet worden genomen. Aan de hand van de handreiking, die correspondeert met het beoordelingsformulier, kan de gemeente gericht werken aan verbeterpunten.
De bedoeling is dus dat gemeenten ieder jaar verbetering laten zien en niet qua kwaliteit stilstaan (niks doen aan verbetering) of zelfs achteruitgaan. Gemeente geeft aan dat de doorontwikkeling van de U&H-strategie als gevolg van uitval van personeel voorlopig bij een andere handhavingsjurist moet worden belegd die dit er dus ‘bij’ gaat doen. Gemeente bekijkt of dit als inhuuropdracht kan worden uitgezet. Gemeente geeft verder aan dat de afdelingsmanager fysiek domein begin volgend jaar vertrekt en er dus een nieuwe afdelingsmanager moet worden gezocht.
1 van 2
IBT spreekt haar zorgen uit over de robuustheid van de VTH-organisatie van de gemeente. Doordat de personele capaciteit beperkt is, leidt uitval of vertrek van personeel direct tot problemen in de uitvoering. De gemeente geeft in de U&H-strategie zelf ook aan dat wat de uitvoering van de wettelijke VTH-taken betreft de beschikbare personele capaciteit al lager is dan de berekende benodigde personele capaciteit. Waar een tekort bestaat wordt personeel ingehuurd. De benodigde capaciteit om de U&H-doelen te bereiken zijn in het geheel nog niet inzichtelijk gemaakt en geborgd in de begroting. Ook zijn de Kwaliteitscriteria al een aantal jaren achtereen niet geëvalueerd, waardoor de gemeente geen inzicht heeft in de robuustheid van de organisatie en de deskundigheid van het personeel. IBT raadt aan om de Kwaliteitscriteria op korte termijn alsnog te evalueren en de resultaten ervan helder aan het college en de gemeenteraad te presenteren. IBT raadt ook aan om met betrekking tot de prioriteitenstelling, de daarop gebaseerde U&H-doelen, de werkzaamheden en de benodigde personele capaciteit om die U&H-doelen te bereiken een aantal scenario’s uit te werken en deze voor te leggen aan het college. Die scenario’s kunnen worden gerelateerd aan diverse ambitieniveaus, zoals hoge, middelhoge en lage ambities.
In het scenario met hoge ambities worden bijvoorbeeld voor alle prioriteiten U&H-doelen gesteld en wordt de personele capaciteit die benodigd is om deze doelen te bereiken in de begroting geborgd. In het scenario met lage ambities worden daarentegen voor weinig prioriteiten U&H-doelen gesteld en worden de daarvoor benodigde personele middelen in de begroting geborgd. Het is vervolgens aan het college en, als er extra financiële middelen nodig zijn, de raad om hierover een politiekbestuurlijke keuze te maken. Op deze manier kunnen in de U&H-strategie heldere politiekbestuurlijke keuzes worden gemaakt waarbij rekening wordt gehouden met de (toekomstige) financiële positie van de gemeente. IBT spreekt, tot slot, haar waardering uit voor de constructieve opstelling van de gemeente en biedt aan om conceptstukken tegen te lezen als daar behoefte aan is. Ook biedt IBT aan om met de gemeente enkele werksessies te houden waarbij dieper op bepaalde onderwerpen uit de U&H-strategie wordt ingegaan.
2 van 2