2.c STEV - Jaarrekening 2025 met getekende controleverklaring
Tekst van het document
Naast de signaleringswaarden vergelijken we de resultaten met scholen met een vergelijkbare leerlingenpopulatie (op basis van schoolweging). Dit geeft een inhoudelijk kader voor het gesprek met scholen over opbrengsten, schoolnormen en schoolambities. Verschillen per vakgebied Wanneer we stichtingbreed naar de drie domeinen kijken, zien we duidelijke verschillen: - | Lezen: 97,7% behaalt 1F en 69,1% behaalt 2F. Lezen laat over meerdere jaren een relatief stabiel beeld zien en is binnen STEV het sterkst presterende domein. - | Taalverzorging: 92,6% behaalt 1F en 52,1% behaalt 2F. Het beeld is wisselend; vooral het streefniveau vraagt verdere versterking en duiding. - | Rekenen-wiskunde: 88,2% behaalt 1F en 35% behaalt 1S. Rekenen blijft het grootste aandachtspunt: zowel het fundamentele niveau (1F) als het streefniveau (1S) blijven achter. We zien dat 11,8% van de leerlingen het fundamentele rekenniveau (1F) niet behaalt; voor het streefniveau rekenen (1S) geldt dat circa 65% dit niveau niet bereikt. Rekenen blijft daarmee ook in 2026 het gezamenlijke speerpunt. Trend en duiding De trendfiguren hieronder laten zien dat | lezen | op stichtingsniveau relatief stabiel blijft en dat verschillen tussen scholen vooral zichtbaar worden op het streefniveau.
Interventies en acties worden daarom gericht ingezet op | de scholen waar | opbrengsten onder de schoolnorm | of verwachting blijven. Jaarverslag STEV 2025 | 26 Jaarverslag STEV 2025 27 Taalverzorging vroeg in 2025 nadrukkelijk om extra analyse. Door uitgebreidere domeinanalyse (spelling, werkwoordspelling en interpunctie) is het gesprek over oorzaken en aanpak inhoudelijker geworden. Op stichtingsniveau is nog geen eenduidige “gemene deler” zichtbaar; de verschillen zijn vaak school- of groepsspecifiek. Wel zijn er duidelijke goede voorbeelden: meerdere scholen scoren (zeer) sterk op 1F en/of boven de schoolnorm op 2F. Deze voorbeelden worden actief gedeeld en besproken binnen de kwaliteitsnetwerken. Rekenen is in 2025 steviger geherpositioneerd. Eerder ingezette interventies hebben de neerwaartse trend nog onvoldoende doorbroken. In december van het voorafgaande jaar is de bestaande koers geëvalueerd en beëindigd, waarna in 2025 is gestart met een nieuwe, st apsgewijze en planmatige rekenaanpak. Daarbij is een STEV -breed rekenplan opgesteld en gedeeld met schoolleiders, kwaliteitscoördinatoren en rekencoördinatoren, met focus op didactiek, analyse en curriculumontwikkeling. De eerste effecten hiervan worden met name verwacht in de eindresultaten van 2025–2026, met als doel duurzame kwaliteitsverbetering in plaats van kortetermijnwinst.
Instrumenten en gerichte ondersteuning In 2025 is het gebruik van de STEV-tool ‘Op weg naar’ doorontwikkeld en breder ingezet. Deze tool ondersteunt scholen bij het inzichtelijk maken van de leerlingontwikkeling (groep 3 t/m 8) richting de referentieniveaus; taalverzorging is hierin toegevoegd, naast rekenen en lezen. Dit versterkt de dataduiding en het opbrengstgerichte gesprek binnen en tussen scholen. Op basis van de resultaten zijn aandachtscholen benoemd en wordt ondersteuning geïntensiveerd waar nodig. Onderwijskundige en onderwijsprogrammatische ontwikkelingen In 2025 heeft STEV verder gewerkt aan de ontwikkeling en versterking van het onderwijsprogramma binnen de scholen. Daarbij staan de ambities uit het ambitieboek 2024–2028 centraal, met specifieke aandacht voor kansrijk leren, inclusief wereldburgerschap en samen educatief partnerschap. Binnen STEV wordt gewerkt aan een breed onderwijsaanbod waarin basisvaardigheden, burgerschap, digitale geletterdheid en persoonsvorming met elkaar in samenhang worden ontwikkeld. Scholen geven hier binnen de gezamenlijke kaders eigen invulling aan, passen d bij hun leerlingpopulatie en onderwijsconcept. In 2025 is extra aandacht besteed aan het versterken van de basisvaardigheden taal en rekenen. Op basis van analyses van onderwijsresultaten zijn gerichte interventies ingezet en is een STEV -breed rekenplan ontwikkeld.
Daarnaast is gewerkt aan de verdere o ntwikkeling van burgerschapsonderwijs. De nieuwe conceptkerndoelen voor burgerschap zijn betrokken bij de actualisering van de burgerschapsplannen van de scholen. Ook is verder gebouwd aan thematisch onderwijs, wereldburgerschap en de voorbereiding op toekomstige curriculumontwikkelingen. Daarbij wordt actief gebruikgemaakt van kennisdeling tussen scholen, bovenschoolse leerteams, professionele netwerken en externe samenwerkingspartners. Op deze wijze werkt STEV aan een samenhangend en toekomstgericht onderwijsprogramma dat aansluit bij maatschappelijke ontwikkelingen en de behoeften van leerlingen. Jaarverslag STEV 2025 28 Onderwijs aan nieuwkomers In 2025 verzorgde STEV nieuwkomersonderwijs op vijf locaties: De Egelantier (Soest), ’t Kruisrak (Bunschoten), De Lijster (Barneveld), De Uitkijck (Baarn) en de Griftschool (Woudenberg). Deze voorzieningen zijn structureel onderdeel geworden van ons onderwijsaanbod. Tegelijkertijd blijft de instroom van nieuwkomers onvoorspelbaar en divers, wat vraagt om blijvende flexibiliteit en nauwe samenwerking met gemeenten, samenwerkingsverbanden en andere ketenpartners. Waar het nieuwkomersonderwijs eerder vooral lokaal en vanuit urgentie werd ingericht, ontwikkelt STEV zich nadrukkelijk richting een meer samenhangende en duurzame aanpak.
Nieuwkomersonderwijs zien wij niet uitsluitend als taalonderwijs, maar als een brede re maatschappelijke opdracht waarin onderwijs bijdraagt aan participatie, welzijn en kansengelijkheid van leerlingen die nieuw zijn in Nederland. Om beter zicht te krijgen op de kwaliteit en inrichting van het onderwijs aan nieuwkomers, is in 2024 een STEV -brede inventarisatie uitgevoerd. Deze bracht de overeenkomsten, verschillen en ontwikkelbehoeften tussen de voorzieningen in kaart. Hieruit kwam een gedeelde ambitie naar voren: het versterken van samenwerking, kennisdeling en gezamenlijke kwaliteitsontwikkeling. In 2025 is deze inventarisatie afgerond en vertaald naar een eerste gezamenlijk kader voor nieuwkomersonderwijs binnen STEV. De analyse laat zien dat de betrokkenheid en inzet op de locaties groot is, maar dat er verschillen bestaan in onder meer intakepro cedures, toetsing, overdracht, sociaal-emotionele ondersteuning en kwaliteitsmonitoring. De uitkomsten hebben geleid tot een ontwikkelagenda. Hierin staan onder andere het werken aan meer eenduidigheid in intake en leerlingvolgsystemen, het versterken van NT2 -expertise, het verbeteren van overdracht en nazorg, en het structureel betrekken van gemeenten en netwerkpartners. In 202 6 zal ook een start gemaakt worden met de inrichting van een lerend netwerk voor nieuwkomersonderwijs, gericht op kennisdeling en professionalisering.
Met deze stappen zet STEV de beweging voort van een voornamelijk lokaal georganiseerde voorziening naar een duurzaam, bestuurlijk geborgd onderdeel van de kwaliteitscyclus. Doel blijft om samen te werken aan passend, kansrijk en toekomstgericht onderwijs voor nieuwkomers. Internationalisering In 2024 heeft STEV zich georiënteerd op internationalisering en mogelijke samenwerkingen. Daarbij is onder meer gekeken naar scholen die werken met IPC, waarin internationalisering een vaste plek in het curriculum heeft. De inzichten die dat opleverde, heb ben geleid tot een herijking van ons beleid: waar voorheen werd gesproken over duurzaam burgerschap, spreken we nu van wereldburgerschap. Elementen van internationalisering zijn toegevoegd aan het STEVig‑programma, waarbij scholen ruimte behouden om – aansluitend op hun eigen leerlingpopulatie – aanvullende keuzes te maken. In 2025 zijn de ontwikkelingen op het gebied van thematisch werken en internationalisering verder doorgezet. Na de presentatie van de projectleider van het Amersfoorts model, in december 2024 , Jaarverslag STEV 2025 29 brachten in maart en april 2025 verschillende schoolleiders een bezoek aan basisschool AIS in Amersfoort. Ondanks dat verdere samenwerking met AIS is uitgebleven, heeft dit ons niet weerhouden onze blik te blijven verruimen.
Schoolleiders hebben actief onderzocht wat we kunnen leren van onderwijs over de grens. Zo reisden twee schoolleiders af naar Zuid ‑Afrika met de organisatie Onderwijs maak je samen. Hun opgedane inzichten deelden zij in het DP, waarbij de koppeling werd gemaakt naar onze eigen context. Belangrijke thema ’s daarbij waren: onderwijskwaliteit, ondernemerschap, diversiteit en kansengelijkheid. Daarnaast is in 2025 een subsidie vanuit Erasmus+ toegekend. Dit maakte het mogelijk om voorbereidingen te treffen voor een studiereis naar Estland. In september 2026 zullen zowel schoolleiders als KC’ers naar Estland afreizen om te onderzoeken welke eleme nten uit het daar gehanteerde onderwijs inspirerend en toepasbaar kunnen zijn binnen STEV. Ook wij hebben buitenlandse gasten ontvangen. Eind 2025 hebben we een aantal Spaanse docenten op vier van onze scholen ontvangen. Zij hebben gesprekken op de scholen gevoerd en meegekeken in de klassen en ons onderwijssysteem. Onderzoek Binnen STEV is in een eerdere fase een professioneel kader voor leerteams ontwikkeld. Dit kader beschrijft wat wij verstaan onder een professioneel leerteam en biedt daarmee een gezamenlijke basis voor het werken in leerteams. Vanuit dit kader is de kwalit eitskaart ‘Werken in leerteams’ opgesteld.
Deze kwaliteitskaart is praktisch van aard en dient als leidraad voor schoolteams en leerkrachten om doelgericht en effectief samen te werken in leerteams. De kaart bevat concrete handvatten en sluit aan bij de ondersteuningsbehoeften van scholen. STEV stimuleert onderzoeksmatig en evidence -informed werken als onderdeel van de kwaliteitscultuur. Onderzoek wordt ingezet om onderwijsontwikkelingen te onderbouwen, zicht te krijgen op de effectiviteit van interventies en kennis binnen en tussen scholen te delen. Professionele leerteams vormen hierbij een belangrijk instrument om praktijkervaringen, data en onderzoeksinzichten te verbinden aan schoolontwikkeling en kwaliteitsverbetering. In 2025 is de kwaliteitskaart officieel vastgesteld. In hetzelfde jaar lag het accent op het uitrollen van de kwaliteitskaart en het opdoen van ervaring in de praktijk: scholen hebben de werkwijze toegepast binnen bestaande of nieuw gevormde leerteams en verkend wat nodig is om dit duurzaam te borgen. Waar scholen daar behoefte aan hadden, is bovenschoolse ondersteuning beschikbaar gesteld om de implementatie te versterken. We hebben twee bovenschoolse leerteams: Leerteam Rekenen en Leerteam Kleuteronderwijs.
De bovenschoolse leerteams hebben in 2025 meerdere onderzoeken vormgegeven en uitgevoerd, gericht op het versterken van onderwijskwaliteit, het onderwijsaanbod, het gebruik van data en het delen van kennis binnen de organisatie. De onderzoeken richtten zich onder meer op de ontwikkeling van rekenonderwijs, de kwaliteit van het kleuteronderwijs, het gebruik van leerlinggegevens voor Jaarverslag STEV 2025 30 onderwijsverbetering en de effectiviteit van onderwijsinterventies. Interventies en verbeterplannen worden hierbij evidence informed onderbouwd, waardoor keuzes beter gefundeerd worden en schoolontwikkeling doelgerichter kan plaatsvinden. Toekomstige ontwikkelingen In 2026 wordt de inzet en werking van de kwaliteitskaart ‘Werken in leerteams’ geëvalueerd, zodat opbrengsten en aandachtspunten systematisch kunnen worden geduid en vervolgstappen kunnen worden bepaald. Daarnaast zet STEV in op de verdere versterking van onderzoeksmatig en evidence- informed werken binnen de organisatie. De ambitie is om onderzoeksvaardigheden, datagebruik en professionele reflectie nog sterker te verbinden aan schoolontwikkeling en kwaliteitszorg. De bovenschoolse leerteams blijven hierin een belangrijke rol vervullen.
De komende jaren wordt verkend hoe kennisdeling, praktijkonderzoek en gezamenlijke ontwikkelvragen structureler kunnen worden georganiseerd, zodat opbrengsten niet alleen op schoolniv eau, maar ook bovenschools benut kunnen worden. Daarbij wordt ook gekeken naar de verdere inzet van data -analyse, interne evaluaties en praktijkgericht onderzoek ter ondersteuning van onderwijsverbetering. STEV verwacht dat onderzoek en kennisontwikkeling daarmee een steeds steviger onderdeel zullen vormen van de kwaliteitscultuur en van de wijze waarop onderwijsontwikkelingen worden onderbouwd en geëvalueerd. Inspectie In 2025 zijn er geen kwaliteitsonderzoeken uitgevoerd door de Inspectie van het Onderwijs (IvhO). Wel heeft de Vliegeniers een onaangekondigd bezoek van inspectie gehad. Dit was een positief bezoek en hier kwamen geen bijzonderheden uit. Zoals ieder jaar heeft ook in 2025 een gesprek plaatsgevonden tussen STEV en de contactinspecteur, ditmaal in de vorm van een formeel bestuursgesprek. Tijdens dit gesprek zijn de bestuurlijke kwaliteitszorg, relevante ontwikkelingen binnen de organisatie en ontwikkelingen in het toezichtkader van de inspectie bespro ken. De inspectie kan, indien daartoe aanleiding bestaat, op eigen initiatief of in overleg met het bestuur een steekproef of kwaliteitsonderzoek uitvoeren op school- of bestuursniveau.
In 2025 w aren er echter geen signalen die aanleiding gaven tot het uitvoeren van een dergelijk onderzoek. Visitatie Er heeft geen bestuurlijke visitatie plaatsgevonden in 2025. Passend onderwijs Alle STEV-scholen werken actief aan het realiseren van passend onderwijs, met als uitgangspunt dat leerlingen zoveel mogelijk binnen de reguliere setting worden ondersteund. Daarbij wordt ingezet op het versterken van de basisondersteuning en het verder on twikkelen van inclusief onderwijs. Door verbeteringen in klassenmanagement, differentiatie en de inzet van aanvullende ondersteuning slagen scholen er steeds beter in om leerlingen met uiteenlopende onderwijs - en ondersteuningsbehoeften passend onderwijs t e bieden. Tegelijkertijd blijft het lerarentekort een Jaarverslag STEV 2025 31 structurele uitdaging, omdat dit de verdere versterking van didactisch handelen en de uitbreiding van passend onderwijs kan belemmeren. Ook in 2025 blijft het ondersteunen van leerlingen met verschillende onderwijs - en ondersteuningsbehoeften een belangrijk speerpunt. Scholen werken hierin nauw samen met hun samenwerkingsverband (SWV) en regionale partners om de basisondersteuning te verst erken, preventief te handelen en specialistische ondersteuning waar nodig toegankelijk te houden.
STEV is, conform de door de minister vastgestelde gebiedsindeling, aangesloten bij drie samenwerkingsverbanden: SWV de Eem (2602), SWV Rijn en Gelderse Vallei (2510) en SWV Zeeluwe (2509). SWV de Eem Binnen SWV de Eem is in 2025 verder gewerkt aan het versterken van de basisondersteuning en het realiseren van inclusiever onderwijs. STEV ziet inclusief onderwijs hierbij niet als een afzonderlijk beleidsdoel, maar als een vanzelfsprekend uitgangspunt: verschillen tussen leer lingen worden erkend en ondersteuning wordt zoveel mogelijk binnen de reguliere setting georganiseerd. De middelen vanuit het bestuursarrangement zijn in 2025 primair ingezet op schoolniveau, waarbij scholen verantwoordelijkheid droegen voor een doelgerichte inzet passend bij hun ondersteuningsbehoeften. Het bestuur had hierin een faciliterende en monitoren de rol. De inzet richtte zich met name op het versterken van basisvaardigheden en didactisch handelen, het vergroten van preventief handelen binnen de ondersteuningsstructuur en het uitbreiden van expertise rondom gedrag, cognitief sterke leerlingen en meertaligheid. Op meerdere scholen zijn concrete stappen gezet in het versterken van instructiekwaliteit, differentiatie en planmatig werken.
Zo is gewerkt met expliciete instructiemodellen (zoals EDI) en gezamenlijke lesontwikkeling, en zijn ondersteuningsstructuren aangescherpt door het herijken van ondersteuningsniveaus en het werken met kwaliteitskaarten. Ook is de inzet van kwaliteitscoördinatoren en onderwijsondersteunend personeel versterkt, waardoor ondersteuning vaker preventief en binnen de groep kon worden georganiseerd. Daarnaast is geïnvesteerd in het vergroten van het handelingsrepertoire van leerkrachten, onder meer op het gebied van gedrag, meer- en hoogbegaafdheid en pedagogisch klimaat. Eerste stappen zijn gezet in het versterken van expertise rondom meertaligheid en nieuwkomersonderwijs. De ontwikkeling van de basisondersteuning laat een gedifferentieerd beeld zien. Op een aantal scholen is deze stevig verankerd, terwijl andere scholen zich nog in een gerichte ontwikkelfase bevinden. Bestuurlijk wordt deze ontwikkeling systematisch gevolgd via interne audits, zelfevaluaties en voortgangsgesprekken. De ingezette aanpak heeft bijgedragen aan stabiele en overwegend lage verwijzingscijfers naar het gespecialiseerd onderwijs. Dit bevestigt dat in toenemende mate passende ondersteuning binnen de eigen school kan worden georganiseerd. Jaarverslag STEV 2025 32 SWV Rijn en Gelderse Vallei Binnen SWV Rijn en Gelderse Vallei is in 2025 verder ingezet op het versterken en borgen van de basisondersteuning.
De middelen zijn primair op schoolniveau ingezet, met als doel het vergroten van de professionele slagkracht van leerkrachten en het bieden van passende ondersteuning aan leerlingen met uiteenlopende onderwijsbehoeften. Een belangrijk speerpunt was het verder verfijnen van differentiatie binnen de klas. Door de inzet van kwaliteitscoördinatoren en onderwijsondersteunend personeel werden leerkrachten ondersteund in het versterken van instructiekwaliteit en het afstemmen van onderwijs op verschillen tussen leerlingen, met nadruk op de kernvakken rekenen, spelling en begrijpend lezen. Daarnaast was er specifieke aandacht voor leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften, waaronder NT2 - en VVE -leerlingen. Door gerichte begeleiding, pre -teaching en ondersteuning binnen en buiten de groep werd gewerkt aan een betere aansluiting binnen het reguliere onderwijs. De inzet kreeg concreet vorm in het coachen van teams door kwaliteitscoördinatoren, het versterken en borgen van ondersteuningsstructuren en het ontwikkelen van gezamenlijke werkwijzen binnen scholen. Ook is geïnvesteerd in de aansluiting tussen voorschool en basisschool en in de verdere professionalisering van teams. Deze inzet laat zien dat de middelen niet alleen bijdragen aan directe ondersteuning van leerlingen, maar ook aan structurele verbetering van het onderwijs en de kwaliteit van de basisondersteuning.
SWV Zeeluwe Binnen SWV Zeeluwe is in 2025 ingezet op het versterken van passend en inclusief onderwijs, met specifieke aandacht voor het voorkomen van verwijzingen en thuiszitten. De ondersteunings - middelen zijn doelgericht ingezet om leerlingen zo veel mogelijk binnen de reguliere setting te begeleiden. De inzet richtte zich op het bevorderen van inclusie, onder meer door het inzetten van specialistische expertise op het gebied van hoogbegaafdheid, gedrag en NT2 -ondersteuning. Door aanvullende begeleiding en de inzet van onderwijsassistenten konden leerli ngen met uiteenlopende ondersteuningsbehoeften binnen de school worden ondersteund, wat bijdroeg aan het voorkomen van verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs . Daarnaast is geïnvesteerd in preventieve ondersteuning om thuiszitten te voorkomen. In 2025 is het gelukt om, op één tijdelijke uitzondering na, leerlingen binnen het onderwijs te behouden en passende trajecten te organiseren waar nodig. Samenwerking met lokale partners, waaronder jeugdhulp en gemeentelijke ondersteuning, speelde hierin een belangrijke rol. Door korte lijnen en gezamenlijke afstemming konden ondersteunings - vragen tijdig worden opgepakt en werd gewerkt aan passende oplossingen voor individuele leerlingen.
De ervaringen in 2025 laten zien dat gerichte inzet van expertise en samenwerking bijdragen aan een inclusiever onderwijsaanbod en het versterken van ondersteuning binnen de reguliere setting. Jaarverslag STEV 2025 33 2.2 Personeel en strategisch HR beleid Over dit maatschappelijke thema , aangewezen door de Minister van OCW, moeten zich op grond van de Regeling jaarverslag artikel 4 lid 6 nader verantwoorden. Strategisch HR beleid In 2024 is het strategisch HR -beleid 2024-2028 vastgesteld. De visie van het strategisch HR -beleid vloeit voort uit het strategisch beleid van STEV zoals verwoord in het ambitieboek 2024-2028. Tijdens dialoogsessies is input opgehaald bij a fvaardigingen van diverse geledingen zoals schoolleiders, medewerkers en GMR . Samen is gekeken naar de belangrijkste HR thema’s en gewenste activiteiten. Dit heeft geleidt tot het vaststellen van een HR agenda met duidelijke bouwstenen die richting geven aan de activiteiten op het gebied van HR voor de periode 2024-2028. Elk kalenderjaar zullen er een aantal activiteiten worden uitgewerkt waarbij het streven is dat alle genoemde activiteiten uiterlijk 2028 zijn gerealiseerd. Daarnaast worden reeds uitgezette acties jaarlijks gemonitord en geëvalueerd. De drie hoofdthema’s binnen het nieuwe strategisch HR beleid zijn: 1. Het vinden, binden en boeien van personeel 2. Het bevorderen van vitaliteit 3.
Kansrijk vakmanschap en kansrijk organiseren Personeelstekort Het onderwijs kampt al langer met een tekort aan personeel en dit probleem groeit. Het personeelstekort in het onderwijs is een landelijk probleem en ook buiten het onderwijs toont de arbeidsmarkt tekorten. Ook binnen STEV merken we dat (tijdelijke) vacatu res moeilijker ingevuld worden. Daarnaast herkennen we, in lijn met het landelijke beeld, de toegenomen mate van ervaren werkdruk. Binnen STEV zien we de uitdaging om, met goed werkgeverschap, te anticiperen op deze thema’s. Een oplossing is niet eenvoudig. We hebben te maken met een politiek en maatschappelijk probleem. Tegelijkertijd zoeken we met elkaar actief naar kansen. Het vinden, binden en boeien van nieuwe én bestaande collega’s heeft dan ook een belangrijke plek binnen ons strategisch HR-beleid. In 2024 heeft STEV het initiatief genomen om, samen met partners uit de educatieve en pedagogische sector, een regionale arbeidsmarktactiviteit te organiseren. Het doel hiervan is het versterken van de regionale samenwerking en het vergroten van de aantrekkelijkheid van werken in het onderwijs. Dit initiatief heeft inmiddels een structureel karakter gekregen en wordt jaarlijks in de regio georganiseerd onder de naam ‘carrièrebeurs’.
Zowel op bestuurlijk niveau als op schoolniveau is daarnaast actief ingezet op het vergroten van de online zichtbaarheid en het versterken van de positieve naamsbekendheid van STEV en haar scholen.
Jaarverslag STEV 2025 34 In 2025 hebben zeven STEV-scholen het predicaat Klassenwerkplek ontvangen. Dit predicaat is een erkenning voor scholen in het primair onderwijs die volgens hun eigen medewerkers een goede en aantrekkelijke werkplek bieden. Het bijbehorende onderzoek geeft inzicht in de factoren die van invloed zijn op werkgeluk en maakt het mogelijk om gerichte verbeterpunten in de werkomgeving te identificeren. De uitkomsten bieden concrete handvatten om het werkplezier verder te versterken en dragen bij aan het behoud van professionals binnen het onderwijs. Aantrekkelijk werkgeverschap Bij STEV willen we met een bindend en boeiend HR-beleid, dat aansluit bij de schoolontwikkelingen, een aantrekkelijke werkgever zijn voor professionals die hun loopbaan in het onderwijs willen vormgeven. In 2025 hebben we binnen dit thema de vergoedingsregeling voor onderwijsassistenten geëvalueerd en aangepast. Daarnaast keren we een (tijdelijk) hogere vergoeding voor woon - werkverkeer uit en hebben we subsidie aangevraagd om deel te nemen aan de pilot Meerurenmaatwerk, welke eind 2025 is toegekend. Zij-instromers Voor het continueren van de inzet van zij -instromers zijn in het schooljaar 2025 –2026 twee medewerkers boven formatief aangesteld. Gedurende vijf maanden doen zij ervaring op voor de groep.
Dit vergroot de kans op een positieve uitkomst van het geschiktheidsonderzoek, een voorwaarde om zij-instromer te kunnen worden. Deze twee medewerkers zijn per 1 februari 2026 gestart met de zij-instroomopleiding. Gedurende de tweejarige opleiding bieden we zij -instromers één dag per week ruimte voor intervisie, coaching en samenwerking met hun duo collega. In het eerste leerjaar wordt deze dag bovenschools bekostigd; in het tweede leerjaar vindt bekostiging plaats vanuit de (flank)subsidie. In totaal waren er in 2025 negen zij -instromers werkzaam op verschillende scholen van STEV, waarvoor subsidie is aangevraagd bij DUO. Drie van hen hebben in 2025 hun opleiding succesvol afgerond. Daarnaast is voor één medewerker subsidie aangevraagd bij DUS-I voor het volgen van de versnelde Flex-opleiding en is voor tien onderwijsassistenten subsidie aangevraagd voor het volgen van de deeltijd-PABO. Kweekvijver schoolleiders en kwaliteitscoördinatoren We werken actief aan het creëren van een eigen kweekvijver. Door leerkrachten mét ambitie tot schoolleider of kwaliteitscoördinator de mogelijkheid te geven om deze opleiding te volgen, draagt STEV daarnaast ook bij aan de maatschappelijke opdracht om het schoolleiderstekort te verkleinen. De middelen voor deze opleiding zijn opgenomen in de begroting onder de post ‘professionalisering´.
Jaarlijks wordt hiervoor in de begroting € 30.000 gereserveerd. De kaders voor de kweekvijver worden in 2026 verder uitgewerkt. Ziekteverzuim Het gemiddelde verzuimpercentage binnen STEV lag in 2025 op 6,25%. Dit is relatief hoog, maar wel lager ten opzichte van het kalenderjaar 2024 (gemiddeld 6,71%) alsook afgezet tegen het landelijk gemiddelde (7,2% in 2023). Er zijn helaas geen recentere landelijke cijfers bekend. Er wordt actief gezocht naar oplossingen buiten het verzuim om, bijvoorbeeld in de vorm van verlof (conform CAO PO). Daarnaast heeft HR regelmatig overleg | met schoolleiders wanneer de school medewerkers heeft die > 6 weken ziek zijn en vindt er elke 6-8 weken Sociaal Medisch Overleg plaats tussen schoolleiders, HR, de bedrijfsarts en de bedrijfsverpleegkundige. Als we de cijfers van 2025 | vergelijken met die van | 2024, dan zien we een afname in het verzuimpercentage maar een toename van het aantal verzuimmeldingen (239 in 2025 en 212 in 2024). Het huidige beleid gericht op het terugdringen van verzuim blijft | gehandhaafd. Er is een bedrag van ruim € 938.400, | - uitgegeven aan vervangingskosten. De lasten voor opname Bapo/duurzame | inzetbaarheid | bedroegen | € | 149.600, | -, | voor | ouderschapsverlof | € | 188.000, | -, ziektevervanging € 423.800, | - en zwangerschapsverloven € 177.000, | -.
Van het UWV is € 140.000, | - aan zwangerschaps- | en ouderschapsuitkeringen ontvangen. Per saldo wordt € 798.000, | - als last. Middels een bovenschoolse afdracht van 6,6% via de salarissen is € 717.300, | - gedekt, het resterende tekort is gedekt vanuit bovenschoolse midde | len. Voor vervangingen is € 54.200, | - aan ingehuurd personeel | uitgegeven, de rest is middels reguliere formatie, w.o. de STEV-poolers en tijdelijke uitbreidingen ingevuld. Daarnaast is een bedrag van € 208.000 uitgegeven aan arbo gerelateerde zaken zoals | de kosten voor de bedrijfsarts, tweede spoortrajecten en begeleiding vanuit de providerboog (bedrijfspsycholoog, bedrijfsmaatschappelijk werker | , loopbaancoaching etc.). Verruimen providerboog We hebben in 2025 een budgetcoach toegevoegd aan de providerboog. Hiermee willen we onze medewerkers ondersteunen in financieel uitdagende tijden. We hopen dat deze maatregel helpt om eventuele financiële druk te verlichten en bijdraagt aan het welzijn van onze medewerkers. PAGO / PMO Een Periodiek ArbeidsGezondheidskundig | Onderzoek (PAGO) of Preventief Medisch Onderzoek (PMO) moet volgens artikel 18 van de Arbowet door de werkgever aan werknemer worden aangeboden.
Het verschil tussen deze twee is dat een PAGO vooral bedoeld is om werkgerelateerde gezondheidsrisico’s van medewerkers in kaart te brengen terwijl een PMO meer kijkt naar de algehele gezondheid van medewerkers. Dus niet alleen de risico’s binnen het werk maar juist ook naar iemand levensstijl en conditie. We hebben hiervoor budget opgenomen in onze providerboog zodat jaarlijks 25 medewerkers van STEV gebruik kunnen maken van de mogelijkheid om een PMO, via de schoolleider, aan te vragen bij de Arbo Unie. Jaarverslag STEV 2025 | 35 Jaarverslag STEV 2025 36 Tabel tijdige aanwezigheid verklaring omtrent het gedrag (VOG) Wij hebben onze accountant geen opdracht gegeven om de werkzaamheden (zoals opgenomen in bijlage IV van het Onderwijsaccountantsprotocol) inzake de tijdige aanwezigheid van de VOG in 2025 uit te voeren. De workflow omtrent de aanstelling van personeel is dusdanig ingericht dat het ontbreken van of te late ontvangst van een VOG niet meer kan voorkomen. Een aanvullende controle door een accountant is daarom niet noodzakelijk. Voor wat betreft de aanwezigheid van VOG’s is over 2025 het volgende te melden: Nieuwe VOG’s in 2025 VOG aanwezig op ingangsmoment VOG te laat aanwezig VOG niet aanwezig Nieuwe medewerkers in loondienst 75 0 N.v.t. Nieuwe personen niet in loondienst met een VOG verplichting 13 0 N.v.t.
We hebben de volgende maatregelen genomen om een te late aanlevering van VOG’s te voorkomen: - Via het nieuwe onboardingsproces van nieuwe medewerkers kunnen arbeidsovereenkomsten pas ingaan na de aanwezigheid van een geldige VOG; - 0-regels van korttijdelijke medewerkers worden afgesloten per datum verlopen VOG . Zo voorkomen we dat er een vervanging wordt ingeboekt zonder aanwezige geldige VOG. Uitkeringen na ontslag In 2025 hebben we aan uitkeringskosten € 37.690,- betaald. Dit betreft voormalig medewerkers die een aanvullende uitkering op de WW uitkering ontvangen (WW plus). De kosten voor uitgekeerde transitievergoedingen bedroegen in 2025 € 15.511,-. In het afgelopen jaar heeft ons beleid gericht op de beheersing van uitkeringen na ontslag zich geconcentreerd op het waarborgen van een rechtvaardige en efficiënte afhandeling van ontslagprocedures. Hierbij hebben we de volgende maatregelen genomen: 3. Transparante communicatie: We hebben gezorgd voor duidelijke en tijdige communicatie met werknemers over hun rechten en plichten bij ontslag. Dit omvat informatie over de voorwaarden voor het verkrijgen van een WW -uitkering (en eventueel WW+ uitkering) en de stappen die moeten worden genomen om deze aan te vragen. 3.
Ondersteuning en begeleiding: We bieden uitgebreide ondersteuning aan werknemers die worden ontslagen, inclusief juridisch advies en hulp bij het vinden van nieuw werk. Dit helpt om de overgang naar werkloosheid zo soepel mogelijk te maken en de duur van de uitkeringen te beperken. 3. Preventieve maatregelen: Waar mogelijk proberen we medewerkers te herplaatsen binnen de organisatie . Hierdoor hebben we het aantal aan te vragen WW -uitkeringen kunnen verminderen. Dit draagt bij aan een lagere belasting van het uitkeringssysteem. Door deze maatregelen hebben we een effectief beleid gevoerd dat zowel de belangen van de werknemers als die van de organisatie beschermt. Jaarverslag STEV 2025 37 Aanpak werkdruk Voor het kalenderjaar 2025 bedraagt dit € 338,61,- per leerling. Scholen zetten deze middelen in om de werkdruk te verlagen. Bij STEV wordt de inzet opgenomen in het werkverdelingsplan. Tegelijkertijd evalueren scholen in dit plan hoe de werkdrukmiddelen in het afgelopen schooljaar zijn ingezet en/of deze inzet heeft geleid tot werkdrukvermindering bij de teamleden. De personeelsgeleding van de MR van de school dient in te stemmen met het plan. Deze middelen zijn apart zichtbaar gemaakt in de formatieplannen.
STEV-breed zien we dat de middelen veelal worden ingezet voor aanstelling van vakdocenten, ondersteuning door onderwijsassistenten of het regelmatig uitroosteren van leerkrachten om ze meer ambulante tijd te geven. Incidenteel kiezen scholen ervoor om het volledige werkdrukbudget toe te voegen aan de formatie om een extra groep te kunnen formeren. De scholen ontvingen in 2025 € 652.500,- aan werkdrukmiddelen en hebben dat in samenspraak met de PMR-geledingen ook uitgegeven. Banenafspraak De banenafspraak dateert uit 2013 en is een afspraak tussen kabinet en sociale partners om meer werkplekken te creëren voor mensen met een beperking. Mensen met een arbeidsbeperking hebben vaak extra begeleiding nodig of een aangepaste werkplek. Bijvoorbeeld omdat zij een geestelijke of een lichamelijke beperking hebben. Daarom vinden zij lastiger een baan. Bij alle onderwijs ondersteunende vacatures op het stafkantoor of op onze scholen (bijvoorbeeld huismeester, conciërge) wordt getoetst of het een vacature betreft die door iemand ingevuld kan worden met een zogeheten afstand tot de arbeidsmarkt. Indien dit het geval is, worden deze vacatures, naast de reguliere werving tevens uitgezet bij het werkgeverservicepunt van het UWV. In 2025 zijn er geen medewerkers aangenomen vanuit de banenafspraak. Professionalisering “Een leven lang leren” staat centraal binnen STEV.
Alle medewerkers zijn op de hoogte van recente ontwikkelingen op hun vakgebied en blijven vanuit hun eigen ambitie voortdurend werken aan hun eigen vaardigheden. Door samen te werken en zich te ontwikkelen binnen professionele leerteams, leren collega’s van en met elkaar. Wij ondersteunen onze professionals bij hun persoonlijke ontwikkeling en het versterken van hun vakmanschap, zodat zi j kunnen voldoen aan de eisen van deze tijd, vitaal blijven en plezier hebben in hun werk. We kien voor een ontwikkelingsgerichte benadering die hen ruimte geeft om verantwoordelijkheid te (leren) nemen voor de ontwikkeling van hun eigen talenten en professie. Jaarverslag STEV 2025 38 STEV Academie Sinds maart 2025 hebben we binnen STEV een nieuw leerplatform: de online STEV-academie. Iedere collega heeft toegang tot dit platform, waar men zich kan aanmelden voor online en klassikale trainingen en bijeenkomsten. Daarnaast fungeert het leerplatform als een centrale verzamelplek voor de STEV -netwerken en bovenschoolse leerteams, zoals het netwerk van KC’ers, interne contactpersonen en de bovenschoolse leerteams rekenen en kleuteronderwijs. Het platform biedt een s timulerende omgeving waarin collega’s van en met elkaar leren.
Het is onze ambitie dat het leerplatform zich ontwikkelt tot een soort ‘talententinder’, waarbij expertises van medewerkers worden gekoppeld aan specifieke vragen en behoeften binnen STEV. Hoewel de STEV-academie een breed scala aan scholingsmogelijkheden biedt, erkennen we ook het belang van maatwerk op schoolniveau. Daarom is er een professionaliseringsbudget van € 500 per fte beschikbaar gesteld. Dit budget kan worden ingezet voor scholing en train ing die niet in het standaardaanbod van de STEV -academie is opgenomen, maar wel aansluit bij de specifieke behoeften en wensen van het team of de individuele medewerker. Jaarlijks stelt elke school voorafgaand aan het nieuwe schooljaar een professionaliseringsplan op. Hierin zijn alle professionaliseringsactiviteiten opgenomen die vanuit de school worden ingezet. Daarnaast organiseren we jaarlijks in oktober een STEV -brede studiedag. Tijdens deze studiedag in 2025 zijn, naast een boeiende lezing, diverse workshops aangeboden. Naast een intern aanbod bieden we, in samenwerking met de HU en vanuit de Onderwijsregio ook een training coachvaardigheden voor schoolleider en schoolopleiders zodat zij nieuwe collega’s op de scholen, collega’s in opleiding en zij-instromers nóg beter kunnen begeleiden.
Jaarverslag STEV 2025 39 2.3 Huisvesting & facilitaire zaken Voor STEV vormen de schoolgebouwen en de schoolpleinen het visitekaartje voor huidige en potentiële ouders en leerlingen. STEV erkent de samenhang tussen een schoon, goed onderhouden gebouw en een plezierige werk- en leeromgeving. De gebouwen en de bijbehorende schoolpleinen voldoen aan de veiligheidseisen. In het strategisch beleid van STEV is duurzaamheid een van de hoofdpijlers. STEV streeft verdere verduurzaaming van haar schoolgebouwen na. ‘Bijna energie neutraal ‘(BENG) is dan standaard en waar mogeli jk ‘energieneutraal’ (ENG) Daarom zijn in de afgelopen jaren op veel scholen zonnepanelen geplaatst. Er moet wel sprake zijn van een haalbare businesscase. Hierbij wordt gelet op de verwachte levensduur van een gebouw, maar ook op de technische realiseerbaarheid en de economische effecten op de langere termijn. Het huisvestingsbeleid van STEV is uitgewerkt in een meerjarig huisvestingsplan voor onderhoud en kapitalisatie voor de komende 40 jaar. Zo wordt enerzijds gezorgd voor passende huisvesting voor scholen en anderzijds voor bouwkundig advies ten aanzien van planning en uitvoering van het meerjarig onderhoud. Sinds augustus 2021 werkt STEV met Anculus voor het onderhoud van een groot deel van haar gebouwen. Anculus inspecteert eens in de drie jaar het gebouwenbestand van STEV.
Mede op basis van de inspectie wordt er jaarlijks een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. In de MJOP’s wordt ook de uitkomsten van de integrale huisvestingsplannen (IHP’s) van de diverse gemeenten meegenomen. Het geplande onderhoud wordt afgestemd op de nog te verwachtte levensduur van het gebouw. We volgen voor de vorming van de voorziening, de in de IHP’s vermelde jaren waarin vervangende nieuwbouw ofwel vernieuwende renovatie gepland zijn. Daarbij houden we rekening dat het IHP een uitloop van een jaar kent. Er zijn een 3-tal gebouwen niet in eigendom. Bij De Lijster wordt gehandeld alsof ze in eigendom is, Anculus verzorgd daar het onderhoud. Bij de Plantijn ligt het onderhoud van het gebouw bij de beheerscommissie. Bij de Egelantier is een concept afspraak dat de gemeente het buitenonderhoud doet tegen een jaarlijkse vaste vergoeding. STEV is verantwoordelijk voor het binnen onderhoud. Bij STEV liggen de gemiddelde onderhoudskosten per werkelijke m², de komende 10 jaar op € 39 per jaar in 2024 was dat € 35. We zien dat onderhoudskosten harder stijgen als CBS prijsindex. In de komende 15 jaar zullen een aantal gebouwen de 40 jaar grens passeren en daarmee in aanmerking komen voor renovatie. In kader van duurzaamheid zullen d eze gebouwen bij vernieuwbouw/vervangende nieuwbouw meteen energieneutraal worden gemaakt.
Maar ook wanneer in kader van groot onderhoud ingrijpende werkzaamheden moeten worden uitgevoerd, zal worden gekeken wat vanuit oogpunt van milieu en circulariteit de meest gunstige oplossing is. Op dit moment wordt vanuit de beheer commissie van de Plantijn onderzocht om de energievoorziening te verduurzamen. STEV staat daar als medegebruiker van het gebouw positief tegenover. Nieuwbouw De Dorpsbeuk in Scherpenzeel bestaat inmiddels 40 jaar en is de laatste school in Scherpenzeel die nog geen nieuwbouw heeft gekregen. In 2025 is door de gemeenteraad ingestemd met de bouw van een nieuwe school. Eind 2024 heeft het college en de gemeenteraad van Bunschoten ingestemd met Jaarverslag STEV 2025 40 een uitbreiding van het aantal lokalen van basisschool ’t Kruisrak. In 2025 is hard gewerkt aan plannen voor deze uitbreiding, waarvan de oplevering in 2027 is gepland. 2.4 Financieel beleid Planning & control cyclus STEV heeft haar planning en control gebaseerd op de Plan-Do-Control-Act (PDCA) -cyclus. Dit principe wordt binnen alle onderdelen van de organisatie toegepast. Hierbij vormen plannen de basis voor de uitvoering en de evaluatie van resultaten van de uitvoering input voor bijsturing en bijstelling van plannen.
In de financiële cyclus zien we dit terug in de “Planning en Control jaarcyclus” welke omvat: de meerjarenbegroting, de kwartaalrapportages, de jaarrekening, maandelijkse salarisanalyses, het (bestuurs-)formatieplan. In de cyclus rapporteert het bestuur aan de raad van toezicht en voert het bestuur voortgangsgesprekken met schoolleiders. Doelen en resultaten De financiële middelen zijn ondersteunend aan de inhoudelijke koers van STEV. STEV heeft voldoende financiële middelen om inhoudelijke ontwikkelingen te ondersteunen. Opstellen (meerjaren)begroting Vanuit de besturingsfilosofie van STEV komt ook het financiële beleid cyclisch tot stand. Voorafgaand aan de begroting is een financiële-kaderbrief opgesteld en besproken in het schoolleidersoverleg, de GMR en de RvT. Op basis van de kaderbrief hebben de schoolleiders de schoolbegrotingen opgesteld en is de begroting voor het bestuursbureau alsook voor alle bovenschoolse activiteiten begroot. In het bovenschoolse budget zijn naast de lasten voor centrale ondersteuning en meerjarig onderhoud, activiteiten op genomen dienend aan de uitvoering van de strategische beleidsthema`s en activiteiten, het strategisch HR beleid en de STEV-academie. Toekomstige ontwikkelingen De positie van het openbaar onderwijs in de regio blijft kwetsbaar. Dat heeft enerzijds te maken met de verzuiling en anderzijds speelt hierbij ook segregatie een rol.
We zetten bij STEV in op het versterken van de marktpositie door het creëren van stabiel e scholen waar goed onderwijs wordt gegeven. Dat laat onverlet dat we de ontwikkeling van de leerlingenaantallen nauwgezet blijven volgen. In 2025 zitten twee scholen met het leerlingenaantal onder de wettelijke instandhoudingsnorm. In 2025 is daarom een s amenwerkingsovereenkomst aangegaan met PCBO Baarn-Soest om zodoende gebruik te kunnen maken van de wettelijke uitzonderingsregel ‘toepassing gemiddelde schoolgrootte’.
Jaarverslag STEV 2025 41 Treasury STEV heeft in 2024 het treasury-statuut opnieuw vastgesteld. Dit statuut is aangepast naar de meest recente regelgeving. Aangezien STEV haar beschikbare reserves uit overheidsmiddelen heeft verkregen/verkrijgt, is het passend om de beschikbare middelen risicomijdend te beheren. In 2024 is er voor gekozen om een deel van de liquide middelen in deposito’s vast te leggen. Eind 2025 hebben we twee deposito’s die in maart en juni 2026 aflopen. Eigen vermogen STEV STEV kent op 31 december 2025 een eigen vermogen boven de signaleringsgrens van de Inspectie. Hier zijn meerdere oorzaken voor. Het positieve resultaat over het jaar 2025 zorgt ervoor dat het eigen vermogen toeneemt. Verder zijn enkele in 2025 geplande investeringen in verduurzaming van schoolgebouwen en investeringen in ICT doorgeschoven naar 2026, wat heeft bijgedragen dat we ultimo 2025 de signaleringswaarde licht overschrijden. Van het eigen vermogen zit overigens € 987.287,- in bestemmingsreserves, het betreft middelen met een specifiek bestedingsdoel. Hoewel er gericht wordt gestuurd op een doelmatige besteding van deze middelen, zien we naaste een afname van de reserves toch ook een toename. Enerzijds betreft het middelen welke ultimo kalenderjaar beschikbaar zijn gesteld vanuit samenwerkingsverbanden en welke in het verslagjaar redelijkerwijs nog niet konden worden besteed.
Anderzijds middelen van specifieke rijkssubsidies zoals verbetering van basisvaardigheden, waarvan nog niet bestede middelen beschikbaar zijn om ingezette processen te continueren. De kosten van het onderhoud stijgen de laatste jaren fors, dit heeft zijn weerslag in de dotatie aan de onderhoudsvoorziening. Maar ook de uitgaven voor investeringen in verduurzamings - maatregelen, op ICT -gebied, of de herinrichting van een scholen zullen er toe leiden dat we weer onder de signaleringsgrens zullen zakken. Dit heeft nog niet direct consequenties, maar is wel aandachtspunt in het beleid. Nationaal Programma Onderwijs In 2021 is STEV gestart met het doelmatige besteden van deze middelen. Binnen STEV investeren we in het handelingsvermogen van scholen en individuele medewerkers met het oog op de versterking van het vakmanschap en de kwaliteitscultuur, dienend aan de ontwikkelkansen van onze leerlingen. Tot 2023 hebben we middelen ontvangen van de overheid. Tussentijds is er vanuit de subsidie basisvaardigheden ook op dezelfde doelen middelen ingezet, waardoor de uitgaven voor NPO zijn vertraagd. Vanuit de bestemmingsreserve blijven de middelen ten behoeve van de scholen beschikbaar. Jaarverslag STEV 2025 42 Basisvaardigheden STEV heeft in 2023 voor 8 scholen € 1,2 miljoen subsidie basisvaardigheden ontvangen en in 2024 voor de overige 4 scholen een bedrag van € 754.000,-.
De eerste tranche van de subsidie is in 2025 afgelopen. Aan het eind van 2024-2025 bleek dat een eventueel overschot niet terugbetaald behoeft te worden wanneer wordt voldaan het het uitvoeren van de geplande activiteiten. Van deze eerste tranche was ultimo 2025 nog € 151.000, - niet besteed. Dit overschot is toegevoegd aan een bestemmingsreserve en blijft analoog aan de resterende NPO-middelen beschikbaar voor de scholen om de activiteiten verder voort te zetten. Allocatie van middelen In de kaderbrief en in het bestuursformatieplan worden de uitgangspunten voor de verdeling van middelen vastgelegd en verder uitgewerkt. Beide documenten worden conform de besturingsfilosofie besproken in het directieoverleg, de GMR en de RvT. Daarbij is d e school het uitgangspunt. Er wordt gewerkt met toedeling van middelen per school. Hierdoor heeft de schoolleider meer inzicht in de herkomst en de uitgaven van de school. Er is een afdracht vanuit de rijksbekostiging, welke ingezet wordt op gezamenlijke a ctiviteiten zoals het uitvoeren van de strategische doelen, de academie, personele kosten als ARBO, kosten voor vervanging, werving en afvloeiingskosten etc.
Ook de lasten voor de uitvoering van het groot onderhoud, zoals deze blijken € € Beschikbare middelen NPO in bestemmingsreserve ultimo 2024 674.718 Uitgaven 2025 Salarislasten 107.237 Personeel niet in loondienst 149.362 Overige personele lasten 1.783 Instellingslasten 9.743 Totale lasten 268.124 Nog beschikbaar voor NPO in 2025 en verder 406.594
uit het meerjarenonderhoudplan worden gezamenlijk gedragen. Andere kosten voor huisvesting, zoals energie, schoonmaak en andere dagelijkse kosten worden op schoolniveau gedragen. Onderwijsachterstand middelen De middelen worden op basis van de bekostigingssystematiek gealloceerd naar de scholen zoals beschreven in het bestuursformatieplan. Daar waar er twee locaties onder één BRIN-nummer vallen, worden de middelen tussen de twee locaties verdeeld op basis van de schoolprofielen. Voor deze Rijksbekostiging wordt 10% afgedragen ter dekking van bovenschoolse uitgaven. Deze afdracht is lager dan de bovenschoolse afdracht over de basisbekostiging. De OAB-middelen worden opgenomen in de formatieve ruimte van de scholen, waardoor de scholen kleinere groepen kunnen maken en/of meer onderwijsassistenten kunnen inzetten. De keuze van de inzet van de middelen wordt bepaald door de schoolleider/team omdat die het beste zicht heeft op de gewenste inzet van de middelen. Vordering OCW Per 1 januari 2023 is de bekostiging van het primair onderwijs na de wetswijziging vereenvoudigd. Daarmee is de bekostigingssystematiek gewijzigd. Bij de overgang van de oude naar de nieuwe bekostigingssystematiek zijn schoolbesturen door de regelgeving en besluitvorming van de minister met een groot materieel probleem geconfronteerd.
Waar de schoolbesturen in een (school)jaar normaal gesproken 100% aan bekostiging ontvangen, is dat in de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek circa 93% voor het schooljaar 2022/2023. Schoolbesturen in de PO | -sector werden daardoor in de periode augustus tot en met december 2022 door de minister met circa 7% ge | kort op hun bekostiging. STEV heeft met andere onderwijsorganisaties een procedure aangespannen tegen het Rijk. De rechtbank heeft op 21 juni 2024 het beroep gegrond verklaard. Ook het hoger beroep eind 2025 stelde de schoolbesturen in het gelijk. Op 25 maart 2026 heeft ook de Raa | d van State de schoolorganisaties in het gelijk gesteld. Voor STEV bedraagt het nettobedrag van de vordering €692.000,-. Verhoogd met wettelijke rente over de periode 2023 | -2025 is dat bedrag € | 827.000,-. Aangezien dit nu een harde vordering is geworden, i | s dit bedrag als vordering op de balans per 31 december 2025 opgenomen en in het resultaat verantwoord.. Arbeidsmarkttoelage Halverwege | 2021 | kondigde | het | kabinet | de | arbeidsmarkttoelage | aan. | Doel | van | deze arbeidsmarkttoelage | is om leraren zoveel mogelijk te behouden op de scholen met veel leerlingen die te maken hebben met grotere risico op achterstanden.
Ondanks het feit dat de sector het op prijs stelt dat extra middelen beschikbaar komen voor de grote arbeidsmarktproblematiek, | geven vakbonden en de PO-raad aan dat de sector behoefte heeft aan structurele middelen in plaats van incidentele middelen. Aansluitend bij het standpunt van de PO- raad en de bonden, omtrent de wijze van toekenning van de middelen, is het CvB van mening dat Jaarverslag STEV 2025 | 43 Jaarverslag STEV 2025 44 deze tijdelijke toelage niet aansluit op de STEV-praktijk. Deze laat een andere werkelijkheid zien dan door de minister wordt weergegeven. Niettemin is door OCW besloten de regeling door te zetten. De AMT-gelden blijven, vooralsnog, voortbestaan als tijdelijke toelage waarbij ook een herverdeling van scholen plaatsvindt. Werd de toelage in 2024 nog verdeeld over alle STEV scholen, heeft de GMR in 2025 ingestemd met de toekenning aan medewerkers van de scholen welke daadwerkelijk arbeidsmarkttoelage ontvangen. Daarbij is één generiek geldend percentage (4,79%) voor medewerkers van die scholen afgesproken. Uitbetaling heeft volgens afspraken in de CAO in juli en december plaatsgevonden. Bijzondere bekostiging professionalisering en begeleiding starters en schoolleiders Deze subsidie van € 113.817, -, is toegerekend aan de scholen. Dit bedrag is 50% lager dan de toekenning tot en met 2024. De andere helft wordt ingezet via de onderwijsregio’s.
Hiervan is uiteindelijk weer een bedrag van € 98.400, - vanuit onderwijsregio bij de scholen terecht gekomen. De scholen hebben de middelen ingezet in de formatie. Vanuit die middelen is de begeleiding van beginnende leraren en deskundigheidsbevordering van leerkrachten en schoolleiding betaald. 2.5 Continuïteitsparagraaf STEV kent een intern risicobeheer- en controlesysteem. Er vinden over de realisatie ten opzichte van de begroting periodieke financiële managementrapportages plaats aan het bestuur. Dit wordt gedaan door het bestuursbureau. Binnen het bestuursbureau zijn diverse functionarissen werkzaam, waarbij de minimale (cont role-technische) functiescheiding wordt geborgd, deels doorgevoerd in het financiële systeem (AFAS). In de periodieke financiële managementrapportages worden risico’s ten aanzien van de begrotingsdoelstelling en gerapporteerd aan bestuur en RvT. Ook maakt een herziene inschatting (prognose) onderdeel uit van deze rapportages. Indien de rapportage aanleiding geven tot bijsturing zal dat worden opgenomen in de tussenrapportage. Eind 2024 is een bijgestelde risico analyse gemaakt, deze analyse wordt elke twee jaar bijgesteld. Vanuit de risico analyse is er een aparte paragraaf in zowel de begroting als het jaarverslag opgenomen. In de nieuwe risicoanalyse is vastgesteld dat het benodigde weerstandsvermogen € 1,3 mln. zou moeten zijn.
Indien we dat bedrag indexeren zou dat ultimo 2025 €1,35 mln bedragen Risico’s en onzekerheden We benoemen hierna voor een aantal aandachtsgebieden de belangrijkste risico’s en onzekerheden zijn. We geven daarbij aan hoe wij er als organisatie mee omgaan. Strategie De toenemende en veranderende wet - en regelgeving vormt een strategisch risico. Nieuwe of aangescherpte regelgeving kan leiden tot noodzakelijke aanpassingen in beleid en prioriteiten. STEV monitort deze ontwikkelingen en stuurt waar nodig bij in haar strategische koers. Een ander belangrijk strategisch risico voor STEV betreft de toenemende krapte op de arbeidsmarkt. In het kader van de ‘war for talent’ bestaat het risico dat onvoldoende gekwalificeerd personeel kan worden aangetrokken en behouden, Jaarverslag STEV 2025 45 STEV anticipeert hierop door het voeren actief HRM -beleid, gericht op duurzame inzetbaarheid en aantrekkelijk werkgeverschap. Hiermee wordt beoogd zowel de instroom als het behoud van personeel te versterken en de organisatiecultuur verder te professionaliseren. Operationele activiteiten Binnen de operationele activiteiten onderkent STEV meerdere risicogebieden: Organisatie We schatten het risico op een onvoldoende werkende organisatie laag in. We hebben veel organisatorische maatregelen genomen om de kwaliteit op orde te houden. Daarnaast zijn er veel evaluatie momenten ingebouwd.
Wel een risico is de relatief kleine scholen die we hebben, daarmee zijn we kwetsbaar. Personeel Het lerarentekort vormt een structureel risico. Ondanks dat vacatures regionaal veelal nog ingevuld kunnen worden, neemt de landelijke krapte toe en is het steeds moeilijker om bij aanvang van het schooljaar alle vacatures tijdig ingevuld te krijgen. Ook bestaat daardoor het risico van een groeiende afhankelijkheid van zzp’ers en uitzendkrachten. We werven actief leerkrachten die werkzaam zijn in onze bovenschoolse invalpool. Zo beperken we ook de noodzaak tot inhuur van extern personeel. Leerlingenaantallen Fluctuaties in leerlingenaantallen vormen een belangrijk operationeel risico. Een onverwachte groei kan leiden tot personeelstekorten, terwijl een daling kan resulteren in onderbenutting van capaciteit en druk op de exploitatie. Daling in leerlingaantallen kan uiteindelijk betekenen dat een school noodgedwongen haar deuren moet sluiten. Ofwel op grond van wet- en regelgeving, maar meer nog dat vanwege de geringe omvang van de school het minimaal wenselijke kwaliteitsniveau kan worden gewaarborgd. STEV behee rst dit risico door periodieke monitoring van leerlingenaantallen ten opzichte van prognoses en door de personeelsformatie hier tijdig op aan te passen.
Huisvesting Op het gebied van onderwijshuisvesting bestaat het risico dat gebouwen niet langer voldoen aan actuele onderwijskundige, technische en wettelijke eisen. Daarnaast leiden veroudering en stijgende onderhoudskosten tot financiële druk. Door landelijke problematiek rondom nieuwbouw bestaat bovendien het risico dat gebouwen langer in gebruik moeten blijven dan wenselijk. We verkleinen het risico door een meerjaren onderhoudsplan op te stellen en ook een doorkijk te hebben naar de komende 40 jaar, waarbij we vroegtijdig met de verschillende gemeentes in gesprek gaan over de huisvesting van onze scholen.. Financiële positie Hoewel de huidige financiële positie van STEV goed is, wordt deze door een aantal eerder genoemde risico’s beïnvloed. Fluctuaties in leerlingenaantallen hebben directe gevolgen voor de bekostiging, terwijl stijgende personeelskosten, mede door externe inhuur, en toenemende onderhoudslasten de exploitatie Jaarverslag STEV 2025 46 onder druk zetten. Een aanvullend risico betreft de onzekerheid omtrent wet - en regelgeving, waardoor bekostiging mogelijk wegvalt, zoals bijvoorbeeld de onzekerheid omtrent de continuering van de kleine scholentoeslag en (meerjarige) subsidies, waaronder gemeentelijke bijdragen. Dit heeft impact op de financiële positie.
STEV anticipeert hierop door actief de personeelsformatie af te stemmen op leerlingprognoses, het hanteren van meerjaren onderhoudsplannen en het maken van meerjarige afspraken met Gemeentes en samenwerkingsverbanden. Financiële verslaggeving Verandering in wettelijke vereisten ten aanzien van de wijze van rapporteren, maar ook de toegenomen complexiteit als gevolg van het groeiende aantal subsidies vormen een belangrijk risico voor de financiële verslaggeving. Subsidies brengen aanvullende eisen met zich mee ten aanzien van aanvraag, administratie en verantwoording, wat leidt tot hogere administratieve lasten en een verhoogd risico op fouten. We beperken de risico’s door te werken met gerenommeerde financiële software, zodat wij aan toekomstige verslaggevingsvereisten kunnen blijven voldoen; en voor wat betreft de subsidies interne procedures en interne controlemaatregelen te hanteren Wet- en regelgeving Verandering in wet- en regelgeving kunnen een aanzienlijke impact op de bedrijfsvoering hebben. Te denken valt aan verandering in verantwoordingsverplichtingen en administratieve regels. Zo vereisten aangescherpte regels rondom de inzet van zzp’ers, aanvullende interne beheersmaatregelen.
Onzekerheid en onduidelijk omtrent het al dan niet structureel worden van meerjarige gerichte subsidies, maar ook aanpassingen in de basisbekostiging, manen tot voorzichtigheid in beleidskeuzes. Uiteindelijk kan verandering in wet - en regelgeving leiden tot andere strategische keuzes en noodzakelijke aanpassingen in de organisatie. Wij blijven de ontwikkelingen actief volgen en passen beleid en processen hier waar nodig op aan. Jaarverslag STEV 2025 47 2.6 Informatiebeveiliging en privacy (IBP) Normenkader IBP-FO Naast deze algemene wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) moet STEV voldoen aan het Normenkader Funderend Onderwijs. Dit is een sectorale invulling van (o.a.) de eisen uit de AVG en geven concrete normen weer voor een veelvoud van thema’s, allen rakend aan privacy en informatiebeveiliging. Voor het normenkader geldt dat met een volwassenheidsmodel wordt gewerkt waarbij is bepaald dat een organisatie voldoende in control is als deze volwassenheidsniv eau 3 behaalt (schaal 1 tot 5). Dat is dan ook als (wettelijke) norm vastgesteld. Het normenkader Funderend Onderwijs is daarmee een belangrijk richtinggevend instrument.
Hoewel de landelijke deadline voor het behalen van niveau 3 is verschoven naar eind 2029, geldt er vanaf 2027 een inspanningsverplichting om via zelfevaluatie aan te tonen waar de organisatie staat. In 2025 heeft STEV het door Kennisnet gedefinieerde groeipad gevolgd, waarbij actuele thema’s met voorrang zijn behandeld. Veel normen starten bij het vaststellen van beleid. Hierin worden de kaders afgesproken die vervolgens geïmplanteerd kunnen worden. In 2025 zijn de volgende beleidsdocumenten geïnitieerd en zijn in de consultatie- en/of goedkeuringsfase: - Beschikbaarheid, Integriteit en Vertrouwelijkheid classificatie - Bedrijfscontinuïteit - Bewaartermijnen - Change Management en Configuratie Management - Regeling FG - Artificial Intelligence (AI) Technische beveiliging In 2025 zijn diverse technische maatregelen genomen om de beveiliging van de STEV Microsoft- en Google-omgevingen te verbeteren. Zo is de centrale configuratie van Windows en Google computer verder aangescherpt en is inloggen op STEV accounts vanuit het buitenland beperkt. In 2026 wordt de beveiliging van de fysieke infrastructuur op de locaties verder verbeterd door de implementatie van ‘Veilig Internet’-aansluitingen via SIVON, inclusief beheerde firewalls. Bewustzijn De mens is de belangrijkste schakel in cyberveiligheid.
Via de maandelijkse nieuwsbrief wordt structureel aandacht besteed aan AVG en veilig digitaal handelen. Om de basiskennis te borgen, is een AVG -training in de STEV Academie verplicht gesteld voor alle medewerkers. Daarnaast is de samenwerking met 'Phished' verlengd. Deze service traint medewerkers door middel van gesimuleerde phishing-e-mails; bij een onverhoopte klik volgt direct een kort educatief moment. Jaarverslag STEV 2025 48 Verwerkingsovereenkomsten en DPIA’s (Data Protection Impact Assessment) STEV maakt gebruik van de Dienst Verwerkersovereenkomsten van Kennisnet om afspraken met leveranciers centraal te valideren en te beheren. Standaard worden alle verwerkersovereenkomsten en DPIA’s gevalideerd door de Functionaris Gegevensbescherming alvorens zij worden getekend. In 2026 zal een nieuw proces geïmplementeerd worden voor de aanschaf van lesmethoden en applicaties. Hierbij wordt geborgd dat een verwerkersovereenkomst en (indien nodig) een DPIA standaard onderdeel zijn van de besluitvorming voordat een applicatie of lesmethode in gebruik wordt genomen. AVG Audits Samen met de externe Functionaris Gegevensbescherming zijn er AVG audits uitgevoerd op de Griftschool, Jan Ligthartschool en ’t Kruisrak. Voor elke school is een AVG stoplicht ontwikkeld waarin alle te nemen acties met bijbehorende risicokwalificaties staan.
Dit dynamische overzicht geeft per locatie inzicht in de openstaande actiepunten en risico’s. De voortgang wordt periodiek besproken met de betreffende schoolleiders. Beveiligingsincidenten In 2025 zijn 20 beveiligingsincidenten gemeld. Geen van deze incidenten is geclassificeerd als een datalek dat gemeld moest worden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP). De incidenten hadden hoofdzakelijk betrekking op het niet vergrendelen van schermen of het onjuist opbergen van fysieke informatie. Deze praktijkvoorbeelden worden anoniem gebruikt in de nieuwsbrief om de alertheid te vergroten. 3. | Verantwoording van de financiën 3.1 Ontwikkelingen in meerjarig perspectief Leerlingen 2024 | 2025 | 2026 | 2027 | 2028 Aantal leerlingen per 1 februari | 2035 | 1996 | 1982 | 2037 | 2085 Aantal leerlingen per 1 oktober | 1908 | 1911 | 1944 | 1990 | 2029 Met de overgang naar de nieuwe bekostigingssystematiek in 2023, is de teldatum overgegaan van 1 oktober naar 1 februari. Voor de volledigheid presenteren we beide reeksen. Temeer omdat de 1 oktober telling nog maatstaf is voor de instandhoudingsnorm. Waar ten tijde van de begroting de verwachting was dat we per 1 februari 2026 zouden uitkomen op 1.998 leerlingen, zijn dat er uiteindelijk 1.982 geworden.