CConstaterende datWoudenberg
Koppel je AI →
Document · PDF

2.b statenbrief voortgang-aanpak-netcongestie november 2025.pdf

Gemeenteraad 18 december 2025, gemeente WoudenbergBij agendapunt: 6: Ingekomen stukken3.875 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statenbrief

Aan Provinciale Staten Onderwerp Datum Documentnummer Van Telefoonnummer E-mailadres Domein/opgave Team Portefeuillehouder Bijlagen

Voortgang aanpak netcongestie 04‑11‑2025 UTSP-1457258195-10103 Hans Rijnten/ Wouter Aben 0621124703/ 0641351078 Hans.rijnten@provincie-utrecht.nl wouter.aben@provincie-utrecht.nl SLO KNC Van Essen Geen

Geachte leden van Provinciale Staten, Essentie/ samenvatting: Veel maatschappelijke ontwikkelingen staan onder druk door netcongestie. Ook provinciale opgaven op het gebied van wonen, werken, opwek van hernieuwbare energie en verduurzaming worden hard geraakt. De oplossing hiervoor bestaat uit twee elementen: het vergroten van de capaciteit van het netwerk en het beter benutten van het bestaande netwerk. Door vertraagde netuitbreidingen neemt de druk op het netwerk verder toe. Daarmee groeit ook het belang van succesvolle implementatie van de congestiemaatregelen als netbewust laden en tijdelijke regelbare opwek. Voor de schaarse ruimte die nog wel op het netwerk beschikbaar is, wordt door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) een nieuw prioriteringskader uitgewerkt. Hiermee wordt de netbeheerders de mogelijkheid gegeven om voorrang te geven aan projecten die bijdragen aan maatschappelijke doelen. Voor de lange termijn wordt via het Integraal Programmeren gewerkt aan het energiesysteem van de toekomst met de energievisie als uitgangspunt. Inleiding: Voor de zomer bent u met een Statenbrief (UTSP-1457258195-8669) geïnformeerd over de voortgang met betrekking tot de aanpak netcongestie. Kort daarna is aanvullend nieuws met u gedeeld over de vertraagde uitbreiding van het hoogspanningsnet in Flevoland, Gelderland en Utrecht (FGU) (UTSP-1457258195-8856).

In de provincie Utrecht gaat het specifiek om de projecten Utrecht Noord en Amersfoort Noord. Daarnaast zijn er in oktober door het Ministerie van Klimaat en Groene Groei twee Kamerbrieven gepubliceerd. Op 6 oktober 2025 over de aanpak netcongestie vanuit het landelijk actieprogramma netcongestie (LAN) en op 16 oktober 2025 naar aanleiding van het bestuurlijk overleg van Minister Hermans met de drie provincies Flevoland, Gelderland en Utrecht (FGU), de netbeheerders (TenneT, Stedin en Liander) en de ACM. Laatstgenoemde Kamerbrief is in combinatie met een memorandum vanuit de Energy Board op 17 oktober 2025 met uw Staten gedeeld. In deze Statenbrief informeren wij u over de volgende onderwerpen: 1. Herijking prognoses netbelasting FGU; 2. De voortgang op de prioritaire netuitbreidingen; 3. Voortgang op de flextender en netbewust bouwen; 4. De wijziging van het prioriteringskader van de ACM; 5. De voortgang van het Integraal Programmeren (P-MIEK); 6. Voorgestelde wijzigingen van de omgevingsverordening t.b.v. netcongestie.

1 van 7

1. Herijking prognoses netbelasting FGU (Flevoland, Gelderland en Utrecht) De prognoses voor de netbelasting laten zien dat de groei van de elektriciteitsvraag minder hard gaat dan eerdere berekeningen lieten zien. Door de vertraging op het hoogspanningsstation in Utrecht Noord moeten we echter een langere periode overbruggen. Met de huidige planning duurt dit tot 2033 in plaats van 2029 waarbij het worstcasescenario vertraging tot 2035 is. Het uiteindelijke probleem is door deze vertraging uiteindelijk groter. Met het pakket van versnellingsmaatregelen blijven we samen met het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG) en de netbeheerders inzetten op versnelling om eerdere realisatie toch mogelijk te maken. Tegelijkertijd zien we ook de eerste positieve resultaten van de impact van noodmaatregelen in het FGUgebied, zoals netbewust laden en regelbare opwek, met de kanttekening dat die nog wel daadwerkelijk moeten worden geïmplementeerd. De belangrijkste netuitbreidingen in de provincies Flevoland en Gelderland (waar bestaande stations worden uitgebreid) lopen wel op schema. Hierdoor concentreert het probleem zich na 2029 vooral op de provincie Utrecht. Een volgende rekenronde moet inzichtelijk maken hoeveel capaciteit er nog daadwerkelijk beschikbaar is.

Op basis van deze beschikbaarheid en de bijkomende opbrengst van de maatregelen zal dan per periode worden bepaald hoeveel capaciteit kan worden uitgegeven aan nieuwe ontwikkelingen. Dit zogenaamde ‘hand aan de kraan’ principe zal in samenhang met het nieuwe prioriteringskader van de ACM (zie verderop) in de komende periode verder worden uitgewerkt. Vanwege het grote aandeel kleinverbruikaansluitingen in de provincie Utrecht, zijn met de Minister tot slot afspraken gemaakt over een versnelde en samenhangende uitrol van slimme maatregelen voor kleinverbruik uit het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) om de verdere groei van de netbelasting na 2029 in onze provincie op te vangen. Het is onze wens om de provincie Utrecht hiervoor als pilotregio voor slim kleinverbruik in te zetten. 2. Voortgang netuitbreiding In deze Statenbrief gaan we in op de ontwikkelingen bij een aantal prioritaire projecten in de provincie Utrecht. Over de voortgang op een aantal projecten bent u recent ook al geïnformeerd via aparte Statenbrieven, bij de betreffende projecten zal hier ook naar worden verwezen. Naast de concrete projecten die zijn vastgesteld in de P-MIEK 2.0, worden ook twee andere projecten besproken met impact op de provincie Utrecht: Amsterdam Zuid Oost en Arkel. 2.1.

Breukelen Kortrijk 380kV Provinciale Staten (PS) hebben het provinciaal inpassingsplan (PIP) Uitbreiding Hoogspanningsstation Breukelen Kortrijk op 2 oktober 2024 gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan is op ondergeschikte onderdelen aangepast naar aanleiding van zienswijzen en enkele ambtelijke wijzigingen. Zoals verduidelijking van conclusies van onderzoeken naar magneetvelden, waterhuishouding en geluid, aanpassing van tekst in verband met invoering van de Omgevingswet en aanpassing van een regel in verband met een betere juridische borging van de landschappelijke inpassing. Tegen het vastgestelde PIP is een tweetal beroepen ingediend bij de Raad van State. Er is een verweerschrift uitgebracht. Nu wordt gewacht op een datum voor een zitting. Op 4 juni 2025 hebben PS het onteigeningsbesluit genomen voor de ontwikkeling van Breukelen-Kortrijk. De vervolgstap voor de onteigeningsprocedure kent twee processen. De bekrachtigingsprocedure en de schadeloosstellingsprocedure. De provincie heeft de processtukken aangeboden aan de rechtbank MiddenNederland voor de bekrachtigingsprocedure. De zitting staat gepland op 3 februari 2026. TenneT heeft de schadeloosstellingsprocedure opgestart. Ondertussen werkt TenneT verder aan de technische voorbereidingen, waaronder waterhuishouding, voorbelasting, ecologische onderzoeken, transformatortransport en benodigde vergunningen. 2.2.

Utrecht Noord 150kV Op 10 juni 2025 is een Statenbrief (UTSP- 1457258195-8730) met een update over de voortgang van Utrecht Noord met PS gedeeld, kort daarna is via een memorandum ook het persbericht van TenneT over de vertraging op dit project met PS gedeeld (UTSP-1457258195-8856). Voor het TenneT station op de zoeklocatie Haarrijn is de participatie op 28 september 2025 afgerond. Dit heeft veel reacties van omwonenden opgeleverd, daarnaast zijn verschillende aanvullende gesprekken met bewoners gevoerd. Dit wordt verwerkt in een Nota van

2 van 7

Antwoord. Medio november wordt de voorkeurslocatie van TenneT voorgelegd aan Gedeputeerde Staten met het verzoek de nadere verkenning hierop te richten, evenals het opstarten van de verdere verkenning en participatie voor de bijbehorende kabeltracés. Hierover zullen PS via een aparte brief worden geïnformeerd. Naast het TenneT deel van het project Utrecht Noord wordt ook gezocht naar een geschikte locatie voor een Stedin station. Op 15 oktober heeft Stedin bekend gemaakt op welke locaties zij verder zal participeren, dit omvat ook locatie Haarrijn. De haalbaarheidsstudie met vijf kansrijke locaties is gepubliceerd op de website van Stedin: Stedin.net - Utrecht Noordwest. Omwonenden en belanghebbenden zijn geïnformeerd over het proces en hoe zij hierin mee kunnen denken. Indien beide stations op dezelfde locatie landen, is het voornemen om dit gezamenlijk met de kabeltracés in één projectbesluit uit te werken. Utrecht Noord is tevens onderdeel van de projectenaanpak netcongestie, waarin KGG samen met netbeheerders en medeoverheden werkt aan snellere realisatie van prioritaire netcongestieverlichtende projecten. Deze aanpak uit zich in beleidsmaatregelen, aanpassing van wet- en regelgeving, gebiedsinvesteringen, het optimaliseren van de werkwijze van TenneT en meer betrokkenheid van het Rijk bij het versnellen van individuele projecten. 2.3.

Amersfoort Noord 150kV De uitbreiding van het net met een 150 kV station (TenneT) en het opknippen van het net in een ‘pocketstructuur’ in op zichzelf staande delen heeft ten doel om netcongestie voor de regio Flevoland, Gelderland, Utrecht-regio te verminderen. Onderdeel hiervan is het realiseren van kabeltracés en drie middenspanningsstations in Soest, Amersfoort en Nijkerk (GLD). Gedeputeerde Staten van de Provincie Utrecht, als bevoegd gezag, heeft op 14 oktober 2025 het besluit genomen om het Verkenning & Participatie (V&P) traject op te starten voor de locatie Bunschoten Haarbrug (deelgebied 6) voor het TenneT station alsook de kabelverbindingen. Het participatietraject loopt af op 10 december 2025, daarna zal TenneT dit verwerken tot een Nota van Antwoord. Meer informatie is te vinden in de Statenbrief van 14 oktober 2025 (UTSP1457258195-9963). 2.4. Utrecht Lage Weide 150kV De uitbreiding van het Stedin station Lage Weide, gelegen op het Eneco-terrein bij de energiecentrale op industrieterrein Lage Weide, is van groot belang in de aanpak van netcongestie op het Stedin netvlak in de stad Utrecht. Samen met de netbeheerders Stedin en TenneT, de gemeente Utrecht, de provincie Utrecht, de RUD en Eneco wordt gewerkt aan capaciteitsuitbreiding in dit drukke gebied. Om dit mogelijk te maken vindt er o.a.

uitruil van gronden plaats, worden assets van Stedin en Eneco ‘ontvlochten’ en worden ook de vergunningen tegen het licht gehouden. Daarnaast wordt er, in samenhang met de P-MIEK verkenningsprojecten waterstof en elektriciteit, gewerkt aan een toekomstvisie voor de Eneco-centrale en de rol van regelbaar vermogen in de lange termijnontwikkeling van het Utrechtse energiesysteem. Hierover zullen PS in Q1 2026 geïnformeerd worden (i.h.k.v. de bredere uitkomsten van de pMIEK verkenningsprojecten). 2.5. Amsterdam Zuidoost 380 KV Om aan de toekomstige elektriciteitsvraag in de regio van Amsterdam Zuid Oost te voorzien is TenneT op zoek naar een locatie voor de ontwikkeling van een groot hoogspanningsstation (ca. 20 hectare exclusief landschappelijke inpassing). Twee van de zoekgebieden voor dit station liggen in de provincie Utrecht, tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en Gein (meer informatie op TenneT - Amsterdam Zuidoost). De concept NRD (Notitie Reikwijdte en Detailniveau) voor de plan MER (Milieu Effect Rapportage) wordt begin november gepubliceerd en ter inzage gelegd. Hierin komt naar voren dat zoeklocatie D reeds is afgevallen, deze blijkt technisch ongeschikt. De omgeving zal hierover door de initiatiefnemer TenneT worden geïnformeerd.

Er is een verkennende HIA (Heritage Impact Assessment) uitgevoerd over de mogelijke impact op het UNESCO Werelderfgoed gebied de Hollandse Waterlinies. De komende maanden zal een volwaardige HIA worden uitgevoerd en zal ook met PS gedeeld worden (uiterlijk q4 2026). In het afgelopen BO van 1 oktober jl. is er door de provincie aangegeven dat het belangrijk is om de HIA zo snel mogelijk definitief te maken omdat locatie C in het Gein dan mogelijk zal komen te vervallen. Tevens is er hulp van de eigen erfgoed experts aangeboden om het proces te bespoedigen.

3 van 7

2.6. Baarn/ Soest 150kV Dit nieuwe station is onderdeel van het cluster Amersfoort Noord. Bevoegd gezag ligt bij gemeente Soest. Gemeente Soest streeft ernaar om samen met Stedin dit jaar nog een locatie te selecteren. Ingebruikname 2031-2033, e.e.a afhankelijk van de voortgang op het TenneT project van Amersfoort Noord. 2.7. Driebergen 150kV Dit project wordt op dit moment door Stedin opgestart. Er moeten hier meerdere opgaves (uitbreidingen en vervangingsopgaven) gecombineerd worden. Gesprekken met de gemeente lopen hierover. Verwachte ingebruikname Stedin: 2032-2034. TenneT moet ook uitbreiden, daar is de verwachte ingebruikname 20312033. 2.8. Oudenrijn 150kV De omgevingsplanwijziging om het nieuwe station en de kabeltracés planologisch vast te leggen wordt voorbereid door gemeente Utrecht. Het omgevingsplan heeft ter inzage gelegen en eind mei 2025 heeft een informatiebijeenkomst voor de omgeving plaatsgevonden. Er lopen gesprekken over de grondverwerving, indien het niet lukt er minnelijk uit te komen dan zal dit project vertraging oplopen. Ingebruikname naar verwachting 2029-2031. 2.9. Soest 2 150kV Betreft vervanging van 150/50/10kV Stedin-transformatoren. Stedin onderzoekt momenteel of dit binnen de hekken kan plaatsvinden. Medio 2026 wordt hierover meer duidelijkheid verwacht. Verwachte ingebruikname (Stedin): 2030-2031.

TenneT zal hier ook werkzaamheden verrichten, dit start op een later moment. Bevoegd gezag ligt bij de gemeente Soest. 2.10. Veenendaal 1 150kV Betreft uitbreiding van een bestaand station, binnen de hekken. De TenneT-schakeltuin wordt inpandig gebouwd i.v.m. een naastgelegen woonwijk. Wel is naar verwachting een omgevingsplanwijziging nodig i.v.m. benodigde aanpassing geluidsproductieplafond als gevolg van de Stedin-transformatoren. Stedin introduceert hier daarnaast het 21kV net. Stedin heeft een afhankelijkheid met TenneT ivm de inpandige schakeltuin en het ondergrondse leidingwerk. De verwachte ingebruikname datum van TenneT is 2028, voor Stedin is dat 20312033. Daarnaast brengt TenneT de bovengrondse hoogspanningslijnen ondergronds tot en met 2026. Hiervoor loopt een apart project dat momenteel al in uitvoering is. 2.11. Station Arkel 150 KV Op het station in Arkel (Zuid Holland) wordt 100 Megawatt extra vermogen gerealiseerd door een combinatie van uitbreiding en technische maatregelen. Per direct is hiervan 25 MW beschikbaar, in 2027 komt er een volgende 75 MW beschikbaar door een tijdelijke uitbreiding. Dit betekent dat er op dit netvlak, waar ook de gemeente Vijfheerenlanden onderdeel van is, ruimte is voor nieuwe aansluitingen. Hierdoor kan een aanzienlijk deel van de huidige wachtlijst voor grootverbruikers in dit gebied weer worden aangesloten.

Grootverbruik klanten op de wachtlijst in dit gebied zijn hierover in oktober 2025 geïnformeerd. Hoewel er ruimte is voor nieuwe aansluitingen is dit helaas onvoldoende om te voorzien in alle bestaande of nieuwe aanvragen. Het gebied blijft dus in congestie tot verdere netuitbreiding gerealiseerd is en nieuwe aanvragen zullen op een wachtlijst belanden (meer informatie op Stedin.net). 3. Congestiemaatregelen In de vorige Statenbrief zijn de congestiemaatregelen uitgebreid besproken. We praten u graag bij over de voortgang op enkele cruciale maatregelen: 3.1. Regelbare opwek (Flextender) Om kwetsbare punten in het stroomnet op piekmomenten te kunnen ontlasten wordt regelbaar vermogen ingezet. Het doel is om in totaal 60 MW flexibel vermogen te realiseren. De aanbesteding hiervoor is door Stedin en TenneT afgerond. Een eerste locatie voor 30 MW aan flexibel vermogen is beoogd op het

4 van 7

bedrijvenpark Strijkviertel in de gemeente Utrecht. De participatie met de omgeving hierover wordt opgestart. Door de tijdelijke inzet van gasgestookte generatoren op piekmomenten kan verduurzaming en elektrificatie op andere plekken in de provincie Utrecht doorgang vinden. Er wordt gezocht naar extra locaties om ook de resterende 30 MW te realiseren. Hierbij is aandacht voor beperkingen op het gebied van o.a. geluid en stikstof. Meer informatie hierover kunt u vinden op: Gerichte inzet van generatoren tegen overvol stroomnet in provincie Utrecht grote stap dichterbij | Stedin. 3.2. Netbewuste nieuwbouw Zoals aangekondigd in de vorige Statenbrief is onderzocht welke factoren de toepassing van netbewust bouwen belemmeren. Uit dit onderzoek blijkt dat er geen regels zijn die dit in de weg staan. De inzet van een experimenteerregeling is daarom niet nodig. Wel bestaan er aannames over mogelijke belemmerende regels en beleid dat onbedoeld beperkend kan werken. Goede voorlichting is daarom essentieel. Netbeheerders, de provincies FGU en bouwende partijen hebben kennis gebundeld op de website netbewustbouwen.com. Daarnaast is er onderzoek gedaan naar energieconcepten en bijbehorende meerkosten van netbewuste bouw ten opzichte van traditionele bouw. Hieruit blijkt dat het merendeel van de woningbouwprojecten al goede concepten toepast maar er nog ruimte voor verbetering is.

Informatie over de meerkosten zijn te vinden in het rapport Netbewuste nieuwbouw (peildatum juni 2025). Om netbewuste nieuwbouw te kunnen borgen, worden hiervoor normen uitgewerkt. Deze normen worden vervolgens opgenomen in de aangepaste energietoets in de gewijzigde omgevingsverordening, welke in december 2025 met PS gedeeld zal worden. Deze stappen volgen uit de afspraken van de Woontop en in gezamenlijkheid met het ministerie van VRO, Bouwend Nederland, Neprom, Techniek NL, NetbeheerNL, Aedes, provincies Flevoland en Gelderland en de drie netbeheerders Enexis, Stedin en Alliander. 4. Prioriteringskader netaansluitingen ACM Inmiddels wachten meer dan 1500 aanvragen op aansluiting in de provincie Utrecht. Om te voorkomen ‘dat de basisschool moet wachten op het datacenter’ heeft de ACM een prioriteringskader opgesteld. De eerste versie van dit prioriteringskader is begin dit jaar in een rechterlijke uitspraak als ontoereikend beoordeeld, waarbij vanuit juridisch oogpunt met name de motivering van de prioritaire functies tekort is geschoten. In juni 2025 heeft de ACM daarom een aangepast voorstel gepubliceerd. Het voorgestelde kader bestaat uit drie prioritaire categorieën: 1. congestieverzachters (o.a. batterijen, warmtekrachtkoppeling-installaties), 2: veiligheid (o.a. acute gezondheidszorg, noodhulp, drinkwater) en 3: basisbehoeften (o.a. onderwijs, woonbehoefte).

Aan de laatste categorie 3 zijn ten opzichte van het vorige kader een aantal activiteiten toegevoegd, zoals het Openbaar Vervoer, afvalinzameling en telecom. De provincie Utrecht heeft samen met de partijen in de Metropoolregio Utrecht (MRU) een zienswijze ingediend op de voorgestelde wijziging van het prioriteringskader. De belangrijkste aandachtspunten hierin zijn: - De mogelijkheid tot reserveren voor toekomstige aanvragen vooral woningbouw; - Een verdere onderverdeling en prioritering in subcategorieën binnen categorie 3; - Voorrang voor netbewuste ontwikkeling, zoals netbewuste nieuwbouw (zie verderop). Het nieuwe prioriteringskader wordt per 1 januari 2026 van kracht. Om een zorgvuldige overgangssituatie te kunnen waarborgen, wordt de huidige gereserveerde capaciteit voor kleinverbruikers niet gelijk op 1 januari 2026 vrijgegeven aan partijen op de wachtrij. Naar verwachting zal er een overgansgperiode worden ingelast tot ongeveer 1 juni 2026. De netbeheerders kunnen deze periode gebruiken om hun nieuwe werkwijze vast te leggen. Daarnaast is het van belang dat er voldoende tijd is voor bijvoorbeeld woningbouwprojecten om zich te melden. In het BO FGU heeft het ministerie van KGG toegezegd de regie te nemen en op korte termijn duidelijkheid te scheppen over hoe de overgangsperiode er richting een nieuwe systematiek uit komt te zien.

5 van 7

5.

Integraal Programmeren 5.1. Voortgang P-MIEK 2.0 Het P-MIEK 2.0 is in maart 2025 vastgesteld door GS. De voortgang van de prioritaire projecten, voor zover die nu al gestart zijn, worden in deze Statenbrief behandeld onder het kopje ‘voortgang netuitbreidingen’. Vanwege het provinciegrensoverschrijdende belang zijn drie Utrechtse P-MIEK projecten (Breukelen Kortrijk, Utrecht Noord en Amersfoort Noord) aangedragen voor het landelijke MIEK. De verwachting is dat deze projecten vanuit het bestuurlijk overleg MIEK ook de nMIEK status toegekend zullen krijgen, uitsluitsel hierover volgt in november 2025. Daarnaast lopen er momenteel 3 P-MIEK verkenningsprojecten, die de grote systeemkeuzes in de ontwikkeling van het Utrechtse energiesysteem beter in kaart brengen, te weten: Verkenning Waterstof- In dit onderzoek verkennen we de mogelijke rol van waterstof in het energiesysteem van Utrecht in 2050. De focus ligt op twee gebieden: Lage Weide, waar momenteel een gascentrale actief is, en Leerdam-Gorinchem, een regio met zware industrie. In beide gebieden staan verduurzaming, leveringszekerheid en kostenefficiëntie centraal. Lage Weide: Voor Lage Weide onderzoeken we het nut en de noodzaak van een energiecentrale die draait op CO₂arme brandstoffen, met name waterstof.

Zo'n centrale kan extra elektriciteit en warmte leveren tijdens perioden met weinig zon- en windenergie (zogenaamde dunkelflautes). Aandachtspunten hierbij zijn o.a.: een stabiel elektriciteitsnet, ontlasting van het landelijke net, (economische) besparingen op transportinfrastructuur en de technische en economische haalbaarheid van een aftakking van de waterstofbackbone. Leerdam-Gorinchem: in het Betuwegebied, rondom Leerdam en Gorinchem, bevinden zich glasfabrieken, steenfabrieken, asfaltfabrieken en andere zware industrie. Hoewel het transport van waterstof vanuit de backbone tientallen kilometers beslaat, is deze regio in de HyRegions-rapportage al geïdentificeerd als kansrijk voor waterstoftoepassingen, gebaseerd op de bestaande industriële vraag. - Verkenning Netvisie – In dit project wordt het Utrechtse elektriciteitssysteem verkend voor de periode ná de huidige investeringsplannen (na 2035). De netbeheerders hebben in hun Netvisie een aantal toekomstige hoogspanningsstations aangewezen. Deze worden in deze verkenning technisch en ruimtelijk nader onderzocht. Daarbij wordt gekeken naar de factoren die de behoefte aan deze stations bepalen, evenals naar systeemkeuzes die hierop van invloed zijn, zoals waterstof en collectieve warmtesystemen. Ook vindt een ruimtelijke voorverkenning plaats om mogelijke belemmeringen vroegtijdig in beeld te brengen.

- Verkenning collectieve warmtesystemen – Dit onderzoek richt zich op de grote, bovenwijkse warmteclusters. Hoe kunnen collectieve warmtesystemen er in deze clusters uitzien? Welke warmtebronnen kunnen daarvoor worden ingezet en welke warmte-infrastructuur is er nodig binnen deze clusters en wat is de impact ervan op de elektriciteitsvraag? Er is een opdracht verleend aan een adviesbureau om dit project inhoudelijk uit te voeren. Een adviesgroep (met daarin de drie regio's, gemeenten Utrecht en Amersfoort en netbeheerder Stedin) kijkt mee op de voortgang. De inhoud wordt in bredere werksessies met betrokkenen vormgegeven. Alle drie de verkenningsprojecten worden momenteel uitgevoerd. De Staten zullen Q1/Q2 2026 over de uitkomsten geïnformeerd worden. De uitkomsten zullen ook als input dienen voor de P-MIEK 3.0. 5.2. Vooruitblik P-MIEK 3.0 In het voorjaar van 2027 zal het P-MIEK 3.0 worden vastgesteld door GS. Momenteel lopen intern bij de provincie, en tussen provincie en netbeheerders, de eerste gesprekken over deze volgende ronde. PS zullen in Q1 2026 de verkenning voor het P-MIEK 3.0 ontvangen. Doelstelling van het volgende P-MIEK is het maken van de koppeling tussen energie-infrastructuur, duurzame opwek en grootschalige opslag.

De intentie is om toe te werken naar een echt integrale programmering van het energiesysteem in samenwerking met gemeenten en netbeheerders, met de energievisie als uitgangspunt. In dit kader overwegen we om mee te werken aan een pilot met het Rijk met betrekking tot de Interbestuurlijke Samenwerkingsagenda (ISA). De bedoeling van het

6 van 7

ISA is dat verschillende overheidslagen afspraken maken over de gezamenlijke opgave en over hoe ze samenwerken en besluiten, ieder vanuit de eigen rol en bevoegdheid. Zij stemmen daarbij af met netbeheerders, relevante nationale programma’s en andere betrokkenen die werken aan de uitvoering van het toekomstige energiesysteem. Hiermee gaan we stappen zetten in het integraal programmeren (in bijvoorbeeld energiebeelden en gebiedsuitwerkingen). 6. Wijziging omgevingsvisie en verordening In navolging van het Versnellingspakket voor ruimte op het hoogspanningsnet is onderzocht hoe binnen het eigen ruimtelijk beleid op een juridisch houdbare manier versnelling van de realisatie van netinfrastructuur gerealiseerd kan worden. Dit heeft ertoe geleid om in de komende wijziging van de omgevingsverordening het voorstel op te nemen om de instructieregel 5.2 (Afwijking van instructieregel verstedelijkingsverbod landelijk gebied) uit te breiden en een nieuwe instructieregel op te stellen die gericht is op de ruimtelijke bescherming van het bestaande energienetwerk. Daarnaast vervalt dan het artikel 5.8 (vergunningplicht transformatorstations). Dit betreft namelijk een dubbeling met de regulering via het omgevingsplan door gemeenten.

Verder wordt de wijziging van de omgevingsverordening ook gebruikt om de energietoets te verbeteren, waarmee beter gestuurd kan worden op de netbewuste normen bij o.a. nieuwbouw. Deze voorstellen worden nader toegelicht bij het Statenvoorstel over de wijziging van de omgevingsverordening. Vervolgprocedure/ voortgang: - Medio november worden PS geïnformeerd over het vervolg van de verkenning voor het TenneT-deel van Utrecht Noord. - Op 19 november (17:15 – 18:30 uur) wordt een informatiebijeenkomst georganiseerd voor PS, de Utrechtse gemeenteraden en de leden van de klankbordgroep van de Energy Board. - Voor ontwikkelingen bij de stations Breukelen-Kortrijk en Amersfoort Noord worden PS bij de het ingaan van een volgende fase in de projectprocedure geïnformeerd. - In de komende wijziging van de omgevingsvisie wordt ook de opgave voor energie-infrastructuur in beeld gebracht. Voor de omgevingsverordening zullen een aantal eerder besproken wijzigingsvoorstellen over o.a. netbewuste ontwikkeling en versnelling van energie-infrastructuur aan bod komen. - In het voorjaar van 2026 zal een verkenning voor het P-MIEK 3.0 met PS worden gedeeld. Hierin wordt ook aandacht besteed aan de rol van PS, de gemeenten en andere stakeholders. - O0k worden de uitkomsten van de verkenningsprojecten uit het P-MIEK 2.0 in het voorjaar van 2026 met PS gedeeld.

- In het tweede kwartaal van 2026 zal er met een volgende Statenbrief weer inzicht gegeven worden in de voortgang op de aanpak netcongestie.

Gedeputeerde Staten van Utrecht, Voorzitter, mr. J.H. Oosters

Secretaris, mr. drs. A.G. Knol-van Leeuwen

7 van 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://gemeentebestuur.woudenberg.nl/api/v1/meetings/3277/documents/70759