2.b Convenant-Duurzame-Woningbouw-provincie-Utrecht 2022.pdf
Tekst van het document
Voor snellere, duurzamere en betaalbare woningbouw
18 maart 2022
p1
Inleiding ....................................................................................................................................................................................................3 Opzet convenant .............................................................................................................................................................................. 4 Overwegingen..................................................................................................................................................................................... 5 Afspraken................................................................................................................................................................................................ 6 Slotbepalingen ................................................................................................................................................................................... 9 Bijlage 1: Het toetsingskader ....................................................................................................................................................................................................................... 10
Bijlage 2: Het toetsingskader – uitwerking per onderwerp .................................................................................................................................................. 15 Energie ................................................................................................................................................................................................................................................................ 15 Circulariteit ....................................................................................................................................................................................................................................................... 17 Duurzame mobiliteit ................................................................................................................................................................................................................................. 18 Klimaatadaptatie .......................................................................................................................................................................................................................................
18 Natuurinclusiviteit en biodiversiteit ............................................................................................................................................................................................... 19 Gezonde leefomgeving ......................................................................................................................................................................................................................... 20
Bijlage 3: Leertraject........................................................................................................................................................................................................................................... 21 Aan de slag met het convenant ....................................................................................................................................................................................................... 21 Kennis en toepasbaarheid ................................................................................................................................................................................................................... 21 Monitoring ......................................................................................................................................................................................................................................................... 21 Inspireren en leren ......................................................................................................................................................................................................................................
21 Communicatie ............................................................................................................................................................................................................................................... 21
Bijlage 4: De totstandkoming van het convenant .................................................................................................................................................................... 22
Bijlage 5: Markconsultatie ........................................................................................................................................................................................................................... 26
Bijlage 6: Afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht ..........................................................................................................................................................27
Bijlage 7: Verhouding convenanten Utrecht & MRA ................................................................................................................................................................. 28
Begrippenlijst ........................................................................................................................................................................................................................................................ 29
Bronnen ..................................................................................................................................................................................................................................................................... 30
p2
Voor u ligt het Convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht. Vertrekpunt van dit convenant is de ambitie van de provincie Utrecht om de duurzaamheidsambities makkelijker en tegen lagere kosten onderdeel te maken van de grote woningbouwopgave. De provincie Utrecht staat namelijk voor een flinke bouwopgave. In de periode tot 2030 is de ambitie om jaarlijks 10.000 woningen te realiseren. Tot 2040 is er een opgave om tot 170.000 woningen te bouwen [2]. Dat betekent concreet: zo snel mogelijk, zo veel mogelijk woningen realiseren, met ook de ambitie om 50% van het woningbouwprogramma in het sociaal en middeldure segment te realiseren [1]. Woningen die passen bij de huidige woonwensen en die ook voldoen aan de woningbehoefte op de lange termijn. Tegelijkertijd hebben we de taak om zo toekomstbestendig duurzaam mogelijk te bouwen. Dit convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samen en biedt een kader voor opdrachtgevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. De thema’s waar dit convenant zich op richt zijn: circulariteit, energie, klimaatadaptatie, duurzame mobiliteit, natuurinclusiviteit en gezondheid. Uitgangspunt zijn de landelijke doelstellingen op het gebied van CO2reductie, circulariteit en de energietransitie.
Het convenant verwijst daarnaast naar andere initiatieven zoals de ‘Afspraken klimaatadaptief bouwen’, Programma Regionaal Programmeren, ‘Samen versnellen naar het nieuwe normaal’ en de ‘Citydeal circulair en conceptueel bouwen’. Al deze initiatieven zijn net als dit convenant gericht op een samenleving die gebaseerd is op een circulaire economie in een gezonde, klimaat robuuste en kwalitatief goede leefomgeving, waarin we zo min mogelijk fossiele energiebronnen gebruiken. Dit convenant is een initiatief dat voortkomt uit een samenwerking tussen de provincie Utrecht, de gemeenten Utrecht en Amersfoort en ROM Utrecht. Bij het tot stand komen van het convenant zijn de waterschappen en vertegenwoordigers uit de bouwketen in de regio nadrukkelijk betrokken. Tijdens het afstemmingstraject werden de volgende doelstellingen en effecten onderschreven: •
Handvatten bieden voor duurzame woningbouw.
•
Beter gebruik van het innovatievermogen van de markt.
•
Mogelijk kostenvoordeel door schaal in de toepassing van oplossingen.
•
Duidelijkheid en een gelijk speelveld creëren richting de markt.
•
Versnelling van het proces en daarmee de woningbouw.
p3
Dit convenant bestaat uit twee delen: de overwegingen en afspraken die de ondertekenaars onderschrijven en de bijlagen met daarin het toetsingskader. In het convenant zijn de afspraken, de intenties en het bijbehorend handelingsperspectief opgenomen. Om zoveel mogelijk gezamenlijk op te kunnen trekken, doet het convenant recht aan de verschillen in ambities van betrokken partijen. Die kunnen uiteenlopen van ‘het halen van de wettelijk norm is al een uitdaging’ tot aan ‘de ambities moeten zo uitdagend mogelijk zijn en de lat moet hoog liggen’. Dit convenant doet zoveel mogelijk recht aan alle behoeften, daarom introduceren we één kader waarbinnen ruimte is voor de ambitieniveaus ‘brons’, ‘zilver’ en ‘goud’. Brons ligt dicht tegen het wettelijk minimum aan, zilver stijgt daar bovenuit en goud is echt een koplopers ambitie. In bijlage 1 wordt een totaaloverzicht van het toetsingskader getoond, waar in bijlage 2 de inhoud van het kader verder wordt uitgewerkt. Per onderwerp wordt beschreven wat het doel is, welke indicatoren daar onderdeel van uitmaken en welke normen passen bij brons, zilver en goud. Na ondertekening van het convenant volgt een leertraject waarin nadrukkelijk wordt gewerkt aan de integraliteit tussen de thema’s en aan het uitwerken van de indicatoren in maatregelen.
Daarbij staat het doel centraal om maatregelen te selecteren die elkaar zo veel mogelijk versterken en meerdere thema’s tegelijk bedienen. Daarnaast is er aandacht in de uitwerking om te onderzoeken of maatregelen elkaar ook kunnen tegenwerken. Er wordt ook een evaluatiecyclus en monitoring van de verschillende maatregelen uitgewerkt. Dit wordt verder toegelicht in bijlage 3. In bijlage 4 wordt de totstandkoming van het convenant verder toegelicht. In bijlage 5 staat een overzicht van de betrokken organisaties, en bijlage 6 bevat de afspraken omtrent klimaatadaptief bouwen.
p4
Met het ondertekenen van dit document onderschrijven de ondertekenaars de onderstaande stellingen: •
De ondertekenaars zijn gecommitteerd aan de woningbouwopgaven in de provincie Utrecht.
•
De ondertekenaars streven ernaar om nieuwe woningbouwprojecten en gebiedstransformatie projecten met sloop/nieuwbouw binnen de provincie Utrecht op een toekomstbestendige en duurzame manier te realiseren.
•
De ondertekenaars beseffen dat er klimaatveranderingen zijn en er grondstoffenschaarste heerst. De gevolgen daarvan hebben een grote impact op de maatschappij. Ondertekenaars willen daarom toekomstbestendig woningen bouwen en daarbij gezamenlijk optrekken om te leren en om te versnellen. De ondertekenaars volgen hiermee het klimaatakkoord van Parijs, het Nederlandse klimaatakkoord, het Nederlandse grondstoffenakkoord, de besluitvorming als onderdeel van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie en andere nationale en internationale afspraken waar men zich in Nederland aan heeft gebonden.
•
Door samen op te trekken creëren de ondertekenaars massa en een gelijk speelveld zodat ketenpartners kostenefficiënter kunnen investeren en innoveren op de benodigde maatregelen.
•
Om bij te dragen aan een uniformering op landelijk niveau en eventuele bouwsectorbrede afspraken en normen, worden de bevindingen die ontstaan binnen de context van dit convenant zoveel mogelijk buiten de provincie Utrecht gedeeld.
•
Door ambities op verschillende thema’s (zoals energieneutraliteit en circulariteit) optimaal te combineren kunnen duurzaamheidsambities effectiever en goedkoper gerealiseerd worden.
p5
Met het ondertekenen van dit document spreken de ondertekenaars in algemene zin het volgende af: 1.
De ondertekenaars streven ernaar om na ondertekening alle nieuwe afspraken over nieuwbouwlocaties en gebiedstransformaties met sloop/nieuwbouw binnen de provincie Utrecht zo toekomstbestendig en duurzaam mogelijk te ontwikkelen door gebruik te maken van het toetsingskader. De ondertekenaars nemen daarbij de kwaliteit van de leefomgeving, milieu, technische, financiële en economische aspecten mee en doen dit zoveel mogelijk met behoud van betaalbaarheid, volume en snelheid van de bouwopgave.
2.
De ondertekenaars streven naar een integrale aanpak op het gebied van de volgende thema’s: energiepositief/energieneutraal bouwen, circulariteit, klimaatadaptief bouwen, natuurinclusief bouwen, duurzame mobiliteit, gezonde leefomgeving in relatie tot nieuwbouw.
3.
De ondertekenaars streven naar het borgen van de inhoud van het convenant in eigen beleid, zodat het toetsingskader gebruikt kan worden bij het ontwerp, bij uitvragen en/of vergunningverlening.
4. De in het toetsingskader vermelde prestatie-indicatoren en bijbehorende normen zijn een middel om de hoofddoelen per onderwerp te behalen en zo toekomstbestendig bouwen mogelijk te bouwen. Het is ondersteunend aan de visie op het te ontwikkelen gebied, ongeacht grootte, ligging of onderhandelingspositie. Daarom passen de ondertekenaars het principe: ‘Comply or Explain’ toe – waar nodig en mogelijk kunnen de doelen ook op andere manieren gehaald worden; in dat geval onderbouwen de ondertekenaars nut en noodzaak van afwijkende keuzes. 5. De ondertekenaars trekken in een zo vroeg mogelijk stadium met betrokken partijen op bij de ontwikkeling van een locatie of gebouw, om daarmee tot optimale en kosteneffectieve oplossingen te komen. 6. We gebruiken de afspraken in het convenant zowel in geval van publiek grondbezit als bij privaat grondbezit. 7.
De ondertekenaars zoeken actief de samenwerking op om als publieke en private partijen gezamenlijk oplossingen te vinden voor de uitdagingen op het gebied van duurzaamheid.
8. De ondertekenaars dragen bij aan het verder invullen en vormgeven van het convenant door in het leertraject vragen en ervaringen te delen en te zoeken naar oplossingen.
p6
Met het ondertekenen van dit convenant spreken de ondertekenaars het volgende af: 1.
Na ondertekening geldt tenminste het prestatieniveau brons voor duurzaamheid voor alle nieuwe woningbouwprojecten en gebiedstransformaties met sloop/nieuwbouw. Daarnaast wordt gestreefd naar, waar mogelijk, het halen van een hoger ambitieniveau (zilver of goud, zoals bepaald in dit convenant).
2.
Met betrekking tot technische beperkingen en financiële beperkingen vindt nadere uitwerking plaats.
3.
Na ondertekening gaan de ondertekenaars gezamenlijk aan de slag met de verdere uitwerking om het convenant in beleid en in de praktijk te brengen (bijlage 5).
4. De ondertekenaars zorgen ervoor dat zij deze afspraken en het toetsingskader verbeteren en bij opvolgende versies waar nodig aanscherpen of versoepelen. Dit gebeurt via de route van evaluatie en monitoring. 5. Minimaal jaarlijks wordt het convenant op regionaal niveau geëvalueerd. Hierbij wordt de verbinding met marktpartijen, corporaties en landelijke programma’s, zoals Samen Versnellen, gezocht. 6. De afspraken vanuit de ‘Regionale afspraken Klimaatadaptief Bouwen’ worden overgenomen en door middel van dit kader toegepast in de gebiedsontwikkeling. 7.
Per project kan, wanneer maatwerk nodig is, per indicator een passend ambitieniveau worden gekozen. Er wordt een bijpassende set aan instrumenten gebruikt om dit ambitieniveau te bereiken.
8. We hanteren de in het convenant gemaakte afspraken bij nieuwe woningbouwprojecten. Binnen al lopende projecten zoeken we waar, redelijkerwijs, aansluiting mogelijk is. 9. We beseffen dat duurzame woningbouw mogelijkerwijs vraagt om het aanpassen van verdienmodellen. Daar waar nodig gaan we op zoek naar financieringsmogelijkheden voor investeringen, leren we van elkaar welke (maatschappelijke) baten het kan hebben en leren we hoe het mogelijk gemaakt kan worden. 10. We dragen bij aan een handreiking om de toepassing van de afspraken in het convenant voor medewerkers en betrokkenen in de bouwketen (gemeenten, bedrijven, corporaties, waterschappen en overige partijen) te verduidelijken. 11. Onderdeel van het leertraject is onderzoeken en vaststellen hoe we de voortgang van de toepassing van dit convenant gaan monitoren. 12. We gaan de eerste maanden na ondertekening zowel publiek als privaat met elkaar aan de slag met het opstellen van documentatie voor de implementatie p7
van deze afspraken in bouwprojecten, gebiedsontwikkelingsprocessen en de publieke borging; onder andere door het opstellen en doorlopen van een ‘leertraject’ tijdens de implementatie. 13. Iedere gemeente is anders en heeft eigen prioriteiten. Om recht te doen aan de diversiteit tussen de verschillende gemeenten en vooral type ontwikkelingen binnen de provincie werkt het convenant met prestatie-indicatoren die op lokaal niveau met verschillende maatregelen kunnen worden gerealiseerd. Lokaal maatwerk blijft daarmee mogelijk, naast het gekozen ambitieniveau. Er kan in overleg (in de evaluatie) met de stakeholders besloten worden om indicatoren naar boven of beneden bij te stellen zodat de opgave het beste aansluit bij de lokale omstandigheden.
p8
Nakoming van de bepalingen van dit convenant is niet in rechte afdwingbaar. Dit convenant wordt aangegaan voor de periode vanaf de datum van ondertekening voor minimaal 1 jaar. Per jaar wordt deze stilzwijgend verlengd. Het convenant geldt voor alle projecten van deelnemende partijen, waarbij per project verschillende ambitieniveaus gesteld kunnen worden. Toetreding tot en ondertekening van het convenant staat open voor gemeenten, woningcorporaties, bouwbedrijven, waterschappen, waterbedrijven, architecten, installateurs, hoveniers en overige partijen die de afspraken van het convenant willen onderschrijven. Toetreding kan na het moment van ondertekening door schriftelijk een verzoek hiertoe in te dienen. Wijzigingen van of aanvullingen op het convenant zijn slechts mogelijk met instemming van de bestuurlijke kerngroep. Toe- en uittreding worden niet als wijziging of aanvulling van het convenant beschouwd. Dit convenant eindigt als de bestuurlijke kerngroep dit overeenkomt en/of een wettelijke regeling voorziet in het onderwerp, waarop dit convenant betrekking heeft. Elke partij kan dit convenant op ieder moment schriftelijk opzeggen. Daarbij blijft het convenant voor de overblijvende ondertekenaars in stand. Partijen zullen in dit verband over en weer niets (ook geen schadevergoeding) van elkaar vorderen.
Bij het convenant horen de volgende bijlagen: het toetsingskader (inclusief uitlichting per onderwerp), het leertraject, de totstandkoming van het convenant, betrokken organisaties, Regionale afspraken Klimaatadaptief Bouwen Utrecht, bronnen. Deze bijlagen vormen een integraal onderdeel van het convenant. Dit convenant kan worden aangehaald als het ‘Convenant Duurzame Woningbouw, provincie Utrecht’.
p9
Onderwerp
Indicator
Wettelijk
Brons [20]
Zilver [20]
Goud [20]
Energie
BENG 1: maximale
Grondgebonden:
Grondgebonden:
Grondgebonden:
Grondgebonden:
energiebehoefte voor
≤55
≤55
≤52,5
≤50
verwarming en koeling (in
Gestapeld: ≤65
Gestapeld: ≤65
Gestapeld: ≤61,8
Gestapeld: ≤58,5
BENG 3: minimaal
Grondgebonden:
Grondgebonden:
Grondgebonden:
Grondgebonden: ≥
aandeel hernieuwbare
≥50
≥100
NoM
125
energie (in %)
Gestapeld: ≥40
Gestapeld: ≥80
Gestapeld: ≥80
Gestapeld: ≥100
Onderwerp
Indicator
Wettelijk
Brons [12/13]
Zilver [12/13]
Goud [12/13]
Circulariteit
MPG-score: versimpelde
0,8 (2021)
0,75
0,50
0,20
weergave LCA.
0,5 (2030)
Indirect in MPG
≥30
≥45
≥55
kWh/m2/jaar)
Schaduwkosten in €/m2 BVO/jaar Massapercentage (%) van grondstoffen is nonvirgin en/of biobased
Onderwerp
Indicator
Wettelijk
Brons
Zilver
Goud
Duurzame
Parkeernorm
-
90% van
75% van
60% van
mobiliteit
(plaats/woning) in relatie
parkeernorm per
parkeernorm per
parkeernorm per
tot afstand tot OV-
woning
woning
woning
Publieke
Publieke
Publieke
laadinfrastructuur
laadinfrastructuur
laadinfrastructuur
groeit mee met de
groeit mee met de
groeit mee met de
vraag.
vraag en
vraag en in iedere
aanvullend
wijk zijn
worden er
strategische
strategische
laadlocaties
laadlocaties
ingericht.
knooppunt. Laadpaalnorm (laadpaal/elektrische auto)
-
Alle inwoners zonder eigen parkeerplaats kunnen een openbare
ingericht.
Alle inwoners
laadpaal
Alle inwoners
zonder eigen
aanvragen.
zonder eigen
parkeerplaats
parkeerplaats
kunnen een
kunnen een
openbare
openbare
laadpaal
laadpaal-
aanvragen.
Iedere nieuwbouwwoning met een oprit heeft loze leidingen voor het aanleggen van
aanvragen. Iedere p 10
een laadpunt.
nieuwbouwwoning
Iedere
met een oprit
nieuwbouwwoning
heeft loze
met een oprit
leidingen voor het
heeft loze
aanleggen van
leidingen voor het
een laadpunt.
aanleggen van een laadpunt.
Loop- en fietsroutes
-
Realiseer
Realiseer
toegankelijke,
toegankelijke,
aantrekkelijke,
aantrekkelijke,
logische,
logische, vindbare,
vindbare, veilige
veilige en
en comfortabele
comfortabele
loop- en
loop- en
fietsroutes van en
fietsroutes van en
naar scholen, OV-
naar alle
haltes,
belangrijke
winkelcentra en –
bestemmingen in
indien van
het gebied [16].
toepassing – parkeervoorzienin gen op afstand [16]. Deelmobiliteit
-
Stimuleer
Er dient een
Er dient een
ontwikkelaars
deelmobiliteitscon
deelmobiliteits-
deelmobiliteits-
cept aangeboden
concept
concepten aan te
te worden voor
aangeboden te
bieden.
25% van de
worden voor 40%
bewoners.
van de bewoners.
Onderwerp
Thema
Indicator
Brons [15]
Zilver [15]
Goud [15]
Klimaat-
Wateroverlast
a) Water-
Hevige neerslag
Hevige neerslag
Hevige neerslag (1/100
berging
(1/100 jaar, 70 mm
(1/100 jaar, 70 mm
jaar, 70 mm in een uur)
privaat-
in een uur) zorgt
in een uur) zorgt
zorgt niet voor schade
terrein
niet voor schade in
niet voor schade in
in en aan gebouwen,
b)
en aan gebouwen,
en aan gebouwen,
infrastructuur en
Natuurlijke
infrastructuur en
infrastructuur en
voorzieningen.
afwatering
voorzieningen.
voorzieningen.
Bij hevige neerslag
Bij hevige neerslag
Bij hevige neerslag
(1/250 jaar,
(1/250 jaar,
(1/250 jaar,
90 mm in een uur)
90 mm in een uur)
90 mm in een uur)
blijven vitale
blijven vitale
blijven vitale
en kwetsbare
en kwetsbare
en kwetsbare
infrastructuur en
infrastructuur en
infrastructuur en
voorzieningen
voorzieningen
voorzieningen
functioneren en
functioneren en
functioneren en
bereikbaar.
bereikbaar.
bereikbaar.
adaptatie
c) Waterdiepte d) Waterneutraal
p 11
Droogte
Hitte
a) Droogte-
Bij langdurige
Bij langdurige
Bij langdurige droogte
bestendige
droogte
droogte
(potentieel maximaal
inrichting
(potentieel
(potentieel
neerslagtekort 300 mm,
b) Bodem-
maximaal
maximaal
eens per 10 jaar) wordt
daling
neerslagtekort 300
neerslagtekort 300
schade aan bebouwing,
c) Vitale en
mm, eens per 10
mm, eens per 10
wegen, groen en vitale
kwetsbare
jaar) wordt
jaar) wordt
en kwetsbare functies
functies
schade aan
schade aan
voorkomen.
bebouwing,
bebouwing,
wegen, groen en
wegen, groen en
vitale en
vitale en
kwetsbare functies
kwetsbare functies
voorkomen.
voorkomen.
a) Schaduw
Tijdens hitte biedt
Tijdens hitte biedt
Tijdens hitte biedt de
b) Koele
de gebouwde
de gebouwde
gebouwde omgeving
plekken
omgeving een
omgeving een
een gezonde en
c)
gezonde en
gezonde en
aantrekkelijke
Horizontale
aantrekkelijke
aantrekkelijke
leefomgeving.
en verticale
leefomgeving.
leefomgeving.
a) Schade
Afhankelijk van de
Afhankelijk van de
Afhankelijk van de
voorkomen
plaatselijke
plaatselijke
plaatselijke
b) Schade-
overstromingskans
overstromingskans
overstromingskans en
beperking
en optredende
en optredende
optredende
c) Schuilen
waterdiepte wordt
waterdiepte wordt
waterdiepte wordt
en
ingezet op het
ingezet op het
ingezet op het
evacueren
voorkomen van
voorkomen van
voorkomen van schade,
schade, het
schade, het
het beperken van
beperken van
beperken van
schade of het
schade of het
schade of het
voorkomen van
voorkomen van
voorkomen van
slachtoffers. Voor vitale
slachtoffers. Voor
slachtoffers. Voor
en kwetsbare functies
vitale en
vitale en
gelden aanvullende
kwetsbare functies
kwetsbare functies
eisen. Welke eisen van
gelden
gelden
toepassing zijn op het
aanvullende eisen.
aanvullende eisen.
plangebied is dus
Welke eisen van
Welke eisen van
afhankelijk van de
toepassing zijn op
toepassing zijn op
overstromingskans en
het plangebied is
het plangebied is
diepte. Wat de
dus afhankelijk
dus afhankelijk
overstromingskans per
van de
van de
waterdiepte is, is te
overstromingskans
overstromingskans
vinden in de
en diepte. Wat de
en diepte. Wat de
klimaateffectatlas.
overstromingskans
overstromingskans
per waterdiepte is,
per waterdiepte is,
is te vinden in de
is te vinden in de
klimaateffectatlas.
klimaateffectatlas.
oppervlakten d) Vitale en kwetsbare functies e) Binnentemperatuur Overstromings-risico
p 12
Onderwerp
Subdoel
Indicator
Brons [15]
Zilver [15]
Goud [15]
Natuur-
Hoogwaardige habitats
De
Kleinschalig
Kleinschalig
Kleinschalig
inclusiviteit
soortencategorie
project:
project: Bovenop
project: Bovenop
en
zijn verdeeld in vijf
Hoogwaardige
de eis voor brons
de eis voor zilver
biodiversiteit
hoofdgroepen:
habitat voor ten
minstens een
minstens een
− Gebouw
minste gebouw
hoogwaardige
hoogwaardige
bewonend
bewonende
habitat voor 1
habitat voor 1
− Boom bewonend
soorten
andere soort.
andere soort.
− Aan struweel
Middelgroot
Middelgroot
Middelgroot
gebonden
project: Bovenop
project: Bovenop
project: Bovenop
− Aan bloemrijk
eis voor
de eis voor brons
de eis voor zilver
grasland
kleinschalig
minstens een
minstens een
gebonden
project ook
hoogwaardige
hoogwaardige
− Aan water en
hoogwaardige
habitat voor 1
habitat voor 1
oevers gebonden
habitat voor een
andere soort.
andere soort.
andere
Grootschalig
Grootschalig
soortencategorie
project: Bovenop
project: Bovenop
Grootschalig
de eis voor brons
de eis voor zilver
project:
minstens een
minstens een
Hoogwaardige
hoogwaardige
hoogwaardige
habitat voor ten
habitat voor 1
habitat voor 1
minste 3 soorten
andere soort.
andere soort.
Het horizontale en
Het horizontale en
Het horizontale en
verticale
verticale
verticale
oppervlak wordt in
oppervlak wordt in
oppervlak wordt in
samenhang met
samenhang met
samenhang met
de groenblauwe
de groenblauwe
de groenblauwe
structuren in de
structuren in de
structuren in de
bredere omgeving
bredere omgeving
bredere omgeving
ingericht (met
ingericht (met
ingericht (met
minimaal 30 %
minimaal 40 %
minimaal 50 %
biodivers en
groen op
groen op
hoogwaardig
buurtniveau,
buurtniveau,
groen op
boomkroonopperv
boomkroonopperv
buurtniveau,
lak telt mee)
lak telt mee)
categorieën. Groen-blauwe structuren
boomkroonopperv lak telt mee)
Onderwerp
Subdoel
Indicator
Wettelijk
Brons
Zilver
Goud
Gezonde
Toxiciteit
% van de
-
90
95
100
leefomgeving
in
toegepaste
materia-
materialen is
len ver-
vrij van giftige
minderen
stoffen van
[12]
de 'Banned list of Chemical C2C Certified CM Product
p 13
Standard V3.0'.
Tempe-
TOjuli
1,2
1,2
1,2
1,2
ratuuroverstijging in de woning tegengaan [20]
Hieronder zijn de indicatieve meerkosten voor een woning van circa 60m2 per onderwerp weergegevens. Bij deze meerkosten is nog geen rekening gehouden met de baten en/of subsidies die van toepassing zijn per thema en juist kosten kunnen drukken. Peildatum 1 februari 2022. Onderwerp
Indicator
Brons [15]
Zilver [15]
Goud [15]
Energie
BENG 1
-
€2.000
€2.330
BENG 3
€600
€1.190
€1.585
MPG
€13 per m2 bvo
€25 per m2 bvo
€60 per m2 bvo
incl. bijk.k. (25%),
incl. bijk.k. (25%),
incl. bijk.k. (25%),
excl. btw
excl. btw
excl. btw
Circulariteit
Duurzame mobiliteit
Laadpaalnorm
€1.500
€1.500
€1.500
Klimaatadaptatie
Geheel pakket
€1250-€2500 per
€1250-€2500 per
€1250-€2500 per
woning (excl.
woning (excl.
woning (excl.
kosten openbare
kosten openbare
kosten openbare
ruimte), OF
ruimte), OF
ruimte), OF
€90.000-€310.000
€90.000-€310.000
€90.000-€310.000
per hectare
per hectare
per hectare
(totale kosten incl.
(totale kosten incl.
(totale kosten incl.
vastgoed).
vastgoed).
vastgoed).
p 14
Deze bijlage geeft een overzicht van de indicatoren per onderwerp. Door alle nieuwbouwinitiatieven volgens dezelfde indicatoren te toetsen ontstaat er een level playing field, gelijk speelveld, binnen de provincie Utrecht. De indicatoren zijn opgesteld volgens leidende principes en sturen op prestaties. In het vervolgtraject wordt gewerkt aan de vertaling van deze prestatie-indicatoren naar mogelijke maatregelen. Daarbij wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de integraliteit tussen de thema’s. De doelen en indicatoren van het convenant zijn zo gekozen dat bestaande meetmethoden, normeringen en andere instrumenten goed bruikbaar blijven zodat plannen hieraan getoetst kunnen worden in de ontwerp-, specificatie- en realisatiefase. Voor een aantal van de indicatoren bestaan wettelijke eisen, zoals voor de MPG-score en de BENG. Bovenop de wettelijke eisen stelt dit convenant op alle indicatoren een extra ambitie (brons, zilver of goud). De gevraagde ambitie kan per gemeente verschillen. De indicatoren en ambitieniveaus dienen als instrument om de gevraagde ambitie per nieuwbouwproject door de gemeente zelf te toetsen. Het is daarom anders dan certificeringinstrumenten zoals GPR Gebouw en BREEAM-NL waar externe experts voor nodig zijn.
Documenten zoals een materialenpaspoort worden aanbevolen om inzicht te verschaffen en kunnen als bewijslast dienen voor de indicatoren binnen het thema circulariteit. Voor een optimale kwaliteitsborging voldoen de indicatoren aan de volgende criteria: •
Alle genoemde indicatoren zijn herleidbaar op wet- en regelgeving, convenanten of best practices.
•
Alle indicatoren zijn inhoudelijk getoetst door experts op juistheid en ambitieniveau.
•
Alle indicatoren zijn op haalbaarheid getoetst door de markt/overheden.
•
Alle indicatoren zijn getoetst op praktische uitvoerbaarheid door uitvoerende partijen.
•
Alle indicatoren kunnen, indien nodig, middels de jaarlijkse evaluatie worden aangepast naar voortschrijdend inzicht.
Doel Het uitgangspunt voor het thema energie is het klimaatakkoord [3]. Dit akkoord beschrijft het doel om in 2030 een CO2-reductie te hebben bereikt van 49% ten opzichte van 1990. Dit doel wordt zeer waarschijnlijk, volgend op de Europese Klimaatwet, binnenkort aangescherpt tot een reductie van 55% in 2030 [4] [5]. In 2050 moet dit een reductie van 95% zijn. p 15
De BENG-normen Op het gebied van energie is wettelijk relatief veel vastgelegd, met name in de BENGnormen [6]. BENG staat voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen. De drie BENG-normen zijn gebaseerd op de principes van Trias Energetica; beperk eerst de energiebehoefte, maak daarna maximaal gebruik van hernieuwbare energie en gebruik fossiele energie zo efficiënt mogelijk. De drie BENG-normen zijn: 1.
De maximale energiebehoefte voor verwarming en koeling in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;
2.
Het maximale primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;
3.
Het minimale aandeel hernieuwbare energie in percentage van eigen energieverbruik.
Naast de BENG-normen is er wettelijk een grenswaarde vastgesteld voor de temperatuur overschrijding in de woning (TOjuli). Aanscherpen van BENG-normen Vanuit de Trias Energetica-gedachte is het aanscherpen van BENG 1, het terugbrengen van de energiebehoefte, een interessante stap in het verduurzamen van een woning. In de praktijk pakt het sterk aanscherpen van BENG 1 echter niet zo uit. Zowel uit onderzoek (voor Lente-akkoord door W/E Adviseurs en Nieman RI) als uit ervaringen in de praktijk blijkt dat het sterk aanscherpen van de BENG 1-norm een averechts effect heeft [7]. Bij het aanscherpen van de BENG 1-norm zonder aanwezigheid van duurzame koeling kiezen bouwpartijen, om te kunnen voldoen aan de TOjuli grenswaarde, vaak voor actieve koeling met een luchtwarmtepomp. Deze installatie verhoogt het energieverbruik. Om vervolgens te kunnen voldoen aan de normen van BENG 2 en BENG 3 worden vaak extra zonnepanelen geplaatst. Dit resulteert onder aan de streep in een hogere CO2-uitstoot [8]. Vanwege het gebruik van meer materialen en installaties heeft het aanscherpen van de BENG 1-norm ook een negatief effect op de MPG-score. Vanwege deze redenen scherpen we BENG 1 alleen op ambitieniveau zilver (-5%) en goud (-10%) aan. BENG 2 en BENG 3 zijn sterk met elkaar verbonden.
Bij een woning met een hoog percentage duurzaam opgewekte energie wordt er direct minder gebruik gemaakt van energie uit fossiele bronnen. Deze redenering volgend stellen we in dit convenant wel een ambitie op BENG 3 en niet op BENG 2. Kosten Er is een eerste grofmazige inschatting gemaakt van de benodigde investeringen om invulling te kunnen geven aan de indicatoren op de verschillende niveaus. Deze inschatting is gebaseerd op ervaringscijfers van verschillende gemeentes in Nederland op basis van een rondvraag hierover.
p 16
Tegelijkertijd zijn er ook goede bekostigingsmogelijkheden. Voor de kosten die gemaakt worden om aan de ambities te voldoen is het mogelijk extra investeringsruimte op te nemen in een hypotheek. Beleggers kunnen gebruik maken van de groenprojectenregeling van RVO.
Doel Het uitgangspunt voor circulair bouwen is drieledig: Nederland Circulair in 2050. De Rijksoverheid heeft zich het doel gesteld dat Nederland in 2050 volledig circulair is. Subdoel is 50% minder primaire grondstoffen gebruiken in 2030 (mineralen, metalen en fossiel) [9]. Circulair bouwen in de nieuwbouw moet leiden tot CO2-reductie. Het doel volgt daarin de gestelde doelen in het klimaatakkoord. Dit akkoord beschrijft het doel om in 2030 een CO2-reductie te hebben bereikt van 49% ten opzichte van 1990. Dit doel wordt zeer waarschijnlijk, volgend op de Europese Klimaatwet, binnenkort aangescherpt tot een reductie van 55% in 2030 [4] [5]. In 2050 moet dit een reductie van 95% zijn. De ambitie zoals afgesproken in de City Deal Circulair en conceptueel bouwen. De ambitie is dat elk groot nieuwbouw- of transformatieproject (50+ woningen) dat wordt geïnitieerd, zo circulair en conceptueel1 mogelijk wordt gerealiseerd [10]. MPG-score De MilieuPrestatie Gebouwen (MPG) is een indicator van de milieubelasting van de materialen in een gebouw. Een MPG-score is verplicht bij een omgevingsvergunning. Per 1 juli 2021 geldt een landelijke grenswaarde van maximaal 0,80 voor nieuwe woningen. Deze wordt de komende jaren stapsgewijs aangescherpt tot 0,50 in 2030.
Op dit moment vindt er een verkenning plaats in hoeverre het sneller aanscherpen van de MPG-score mogelijk is (0,50 in 2025 en 0,20 in 2030) [11]. Het Nieuwe Normaal In het kader van het landelijk Cirkelstadproject Samen Versnellen, werken verschillende (rijks)overheden en bouwbedrijven samen toe naar het presenteren van ‘Het Nieuwe Normaal’ voor circulair bouwen in 2023. Dit wordt een norm met haalbare en ambitieuze prestaties voor de gebouwde omgeving. Voor de indicatoren in dit convenant putten we uit deze normen. Op dit moment is de 0.2 versie beschikbaar, deze zal in de periode tot 2023 worden geactualiseerd [12]. In navolging van een actualisatie van Het Nieuwe Normaal kunnen de indicatoren in dit convenant ook worden geactualiseerd.
1
Bij conceptueel bouwen is het de ambitie om de bouw van woningen zo veel mogelijk te automatiseren maar toch diversiteit in
woningen te kunnen garanderen [10]. p 17
Materialenpaspoort Op landelijk niveau wordt naar verwachting in 2022 een opzet voor een materialenpaspoort vastgesteld. Het is daarom een sterke aanbeveling om per project een materialenpaspoort op te stellen. Het paspoort kan dienen als bewijslast voor de indicatoren binnen het thema circulariteit en kan gebruikt worden voor de evaluatie van het convenant.
Doel Het uitgangspunt voor het thema mobiliteit is het klimaatakkoord [3]. Dit akkoord beschrijft het doel om in 2030 een CO2-reductie te hebben bereikt van 49% ten opzichte van 1990. Dit doel wordt zeer waarschijnlijk, volgend op de Europese Klimaatwet, binnenkort aangescherpt tot een reductie van 55% in 2030 [4] [5]. In 2050 moet dit een reductie van 95% zijn. Subdoelen hierin zijn: verminderen van reiskilometers, overstappen naar elektrisch personenvervoer, minder auto’s en het stimuleren van duurzame vormen van vervoer. Laadpalen Bij woongebouwen met meer dan 10 parkeervakken op hetzelfde terrein, is het sinds maart 2020 landelijk verplicht om voor elk parkeervak leidinginfrastructuur (loze leidingen) aan te leggen voor de aanleg van laadpunten. Dit geldt voor nieuwe woongebouwen en voor bestaande woongebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd [14]. Parkeernorm aanscherpen Door in een gebied de parkeernorm aan te scherpen, is er ruimte voor andere functies, denk aan: groen of ontmoeting van mensen. Bij het aanscherpen van de parkeernorm dient rekening gehouden te worden met: •
Afstand tot OV-knooppunt
•
Beschikbaarheid deelmobiliteitsconcepten
Doel Het uitgangspunt van het thema klimaatadaptatie is om de nieuwbouwprojecten zodanig te realiseren dat zij bestand zijn tegen uitdagingen op het gebied van wateroverlast, droogte, hitte en overstromingen. Dit sluit aan op de afspraken zoals gemaakt in het convenant klimaatadaptief bouwen Utrecht ([15]). Regionale afspraken klimaatadaptief bouwen Utrecht
p 18
Op initiatief van de provincie Utrecht is in 2021 door gemeentes, bouwers, ontwikkelaars en waterschappen afspraken gemaakt over het klimaatrobuust maken van zowel nieuwbouw als bestaande bouw. Ruim veertig partijen onderschrijven deze afspraken. Het gedeelte van deze eerder gemaakte afspraken dat van toepassing is op nieuwbouw is in zijn geheel overgenomen in dit convenant. Ambitieniveaus De regionale afspraken voor klimaatadaptatie hebben prestatie-eisen als ondergrens gedefinieerd. De ondergrenzen op de subdoelen zijn in dit convenant overgenomen als bronzen prestatieafspraak. In de toekomst kan ook voor klimaatadaptatie een zilveren en gouden ambitie worden bepaald.
Doel Natuurinclusief ontwikkelen is een vorm van duurzaam bouwen waarbij het bouwwerk en de omliggende openbare ruimte bijdragen aan de lokale biodiversiteit en algemene natuurwaarden. Natuurinclusief bouwen is daarmee gericht op het behouden, verbeteren en uitbreiden van biodiversiteit in de gebouwde omgeving. Dit gebeurt onder andere door het creëren van geschikte habitats voor soorten aan de hand van ecosysteem gerichte benaderingen. Daarbij kunnen stad, buitengebied en natuurgebieden niet los van elkaar gezien worden. Het thema natuurinclusiviteit is daarom ook nauw verbonden met: Klimaatadaptatie [15]. Een natuurinclusieve omgeving draagt bij aan het klimaatadaptieve vermogen door opname van stikstof en tegengaan van hittestress in de stad. Gezonde leefomgeving. Een groene omgeving in of nabij een wijk of werkplek draagt bij aan het welzijn van mensen. Mensen voelen zich gezonder, hebben aantoonbaar minder stress en komen minder vaak bij de huisarts. Niet alleen vanwege frisse lucht, maar ook door de positieve werking van natuur. Duurzame mobiliteit en energie zorgen voor vermindering van uitstoot. Duurzame mobiliteit biedt bovendien meer ruimte voor groen en woningbouw. Deze ruimte, langs nieuwe bebouwing, kan benut worden voor een ecologisch netwerk aan ecosystemen.
Hierdoor kunnen soorten zich in de stad verspreiden en ontstaat er meer genetische uitwisseling waardoor er sterkere populaties ontwikkelen. Een circulaire economie zorgt voor hergebruik van bouwmaterialen en vermindering van afval. Daarmee vermindert de uitstoot van stikstof die kan neerslaan op natuurgebieden. Dit draagt bij aan de biodiversiteitsverbetering van stikstofgevoelige habitats en soorten.
p 19
Groen Groeit Mee Binnen de provincie Utrecht wordt gewerkt aan het Groen Groeit Mee. Doel is dat ‘groen’ meegroeit met ‘rode’ opgaven. Groen Groeit Mee richt zich ook op het toegankelijk maken van groen in de omgeving bijvoorbeeld door middel van fiets en wandelroutes. Basiskwaliteit Natuur (BKN) Een consortium van Naturalis, Radboud Universiteit Nijmegen, Wageningen University & Research en de Vogelbescherming heeft in opdracht van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een onderzoek gedaan naar de basiskwaliteit natuur. Dit is een set van condities die nodig is om algemene soorten algemeen te laten zijn, blijven of worden. Het is de minimale kwaliteit van het leefgebied van soorten (het ‘landschap’) die nodig is. De minister ziet in de BKN uiteindelijk een richtlijn voor de aanpak van het stedelijk natuurbeheer. Het BKN biedt een ontwerprichting voor oplossingen voor klimaatverandering, circulaire economie, natuurinclusieve landbouw, woningbouw en energietransitie. BKN gebruikt het verleden als inspiratie voor de toekomst.
Doel Uitganspunt van het thema gezonde leefomgeving is om gezonde woningen te realiseren met een prettig binnenklimaat en vrij van schadelijke stoffen. Het thema gezonde leefomgeving is nauw verbonden met andere thema’s. Hitte Extreme, langdurige hitte vermindert het functioneren van mensen en kan schadelijk zijn voor de gezondheid. De indicator hitte bij het thema klimaatadaptatie stelt ambities voor de hoeveelheid schaduw, het aantal koele plekken en de binnentemperatuur. Biobased materialen Het gebruik van biobased materialen als bouwmaterialen zorgt vanwege het vochtregulerende vermogen in veel gevallen voor een gezonder binnenklimaat. De indicator voor biobased materialen bij het thema circulariteit draagt dus ook bij aan een gezonde woning. Groen Een groene omgeving in of nabij een wijk, utiliteitsgebouw of werkplek draagt bij aan het welzijn van mensen. Mensen voelen zich gezonder, hebben aantoonbaar minder stress en komen minder vaak bij de huisarts. Niet alleen vanwege frisse lucht, maar ook door de positieve werking van natuur.
p 20
In 2022 ligt de focus op het ondertekenen en uitvoeren van het convenant. Voor het realiseren van de in dit convenant beschreven ambities en het ondersteunen van de betrokken partijen, wordt er een leertraject opgesteld. Dit leertraject bestaat uit een aantal onderdelen: Om publieke en private partijen te ondersteunen in het gebruik van het convenant en de toepassing van de verschillende ambities wordt een handreiking ontwikkeld. In deze handreiking worden de indicatoren zoals beschreven in het convenant vertaald in maatregelen. Het leertraject gaat ook in op de integraliteit tussen de verschillende thema’s en laat zien hoe sommige maatregelen meerdere thema’s tegelijk kunnen bedienen. Ook wordt in deze handreiking opgenomen hoe om te gaan met privaat versus publiek bezit van grond, en hoe de realisatie van de ambities gemonitord kan worden. Daar waar diverse opdrachtgevende partijen tegen dezelfde vraagstukken aanlopen worden deze neergelegd in leerkringen of workshops die onderdeel zijn van het leertraject. Andere opdrachtgevende partijen die al meer ervaring hebben kunnen dan aangeven hoe zij dit doen en er kan in samenwerking met marktpartijen naar oplossingen gezocht worden. Het uitwerken van de evaluatie en monitoring wordt verder uitgewerkt. Daarin wordt onderzocht en vastgesteld hoe we de voortgang van de toepassing van dit convenant gaan monitoren.
Hiervoor maken we o.a. gebruik van bestaande monitoringsmethodes. Het monitoren heeft als doel om te beoordelen of we de in dit convenant beschreven ambities behalen en wat er eventueel nodig is als blijkt dat dit niet lukt. Voor het uitwisselen van kennis en het uitdiepen van diverse thema’s op het gebied van inhoud, proces of monitoring worden bijvoorbeeld inspiratiesessies en leerkringen georganiseerd voor zowel publieke als private partijen. Tijdens deze sessies komen vraagstukken aan bod en worden inspirerende voorbeelden gedeeld. Waar nodig worden er externe experts betrokken bij deze sessies. Naast een handreiking wordt bekeken welke ondersteuning voor deelnemende partijen gewenst is om de toepassing van het convenant tot een succes te maken. Om meer zichtbaarheid te geven aan wat er in de provincie Utrecht gebeurt op het gebied van duurzaam bouwen wordt een communicatiestrategie opgesteld. Zo kunnen de laatste inzichten en voorbeelden van inspirerende projecten worden gedeeld, zowel binnen de regio, als daarbuiten. Hiervoor wordt o.a. gebruik gemaakt van de bestaande overlegstructuren in de regio.
p 21
Dit convenant is tot stand gekomen met de input van diverse partijen (bijlage 5). Er is in verschillende fases aan het convenant gewerkt. In de eerste fase is een 0-meting en haalbaarheidstoets gedaan door het organiseren van diverse bestuurlijke overleggen en interviews. Hieruit werd geconcludeerd dat er een duidelijke behoefte is aan een breed gedragen convenant. Tijdens de tweede fase, het opstellen van het convenant, is input opgehaald voor de inhoud ervan. Daarnaast zijn er diverse gesprekken gevoerd om het draagvlak voor het convenant te vergroten. Er is een bestuurlijke kerngroep geformeerd met vertegenwoordigers van gemeente Montfoort, gemeente Amersfoort, Ballast Nedam, Bolton Groep, SchipperBosch, HDSR waterschap, ROM Utrecht en de provincie Utrecht. Aan de hand van expertsessies zijn de thema’s van het convenant verder uitgediept. Per sessie zijn telkens twee casussen behandeld uit grotere en kleinere gemeenten. Deze casussen droegen bij aan het formuleren van de afspraken en opstellen van indicatoren. Bij deze sessies waren de betrokken gemeenten, bouwende/ontwikkelende partijen en experts op het thema aanwezig. Aanvullend is er in november 2021 een informatiesessie georganiseerd om toelichting te geven op het proces en inhoud van het convenant. Verdere verdieping vond plaats in 25 1-op-1 sessies en in een verdiepende sessie met meerdere aanwezigen.
Gedurende de gehele tweede fase is tweewekelijks de ambtelijk werkgroep 2 bijeengekomen om de voortgang en de input te bespreken. Parallel hebben drie bestuurlijke overleggen in de regio U16, Amersfoort en FoodValley plaatsgevonden voor een toets op het convenant en het proces. Tot slot is er een toelichting gegeven in de regio-overleggen van de U10, Foodvalley en Amersfoort en is het convenant toegelicht in de community of practice van Cirkelstad. Aangezien dit convenant raakvlakken heeft met o.a. de afspraken die er voor toekomstbestendig bouwen zijn opgesteld voor de MRA regio en de klimaatafspraken, zijn hier regelmatig afstemmingsmomenten over geweest. Om de verschillende aspecten van toekomstbestendige woningbouw terug te laten komen in het toetsingskader is gekozen om de indicatoren te formuleren aan de hand van de volgende zes thema’s. •
Energie
•
Circulariteit
2 met daarin een vertegenwoordiging van de provincie Utrecht, de gemeente Amersfoort, de gemeente Utrecht en de ROM.
p 22
•
Klimaatadaptatie
•
Natuurinclusiviteit en biodiversiteit
•
Duurzame mobiliteit
•
Gezonde leefomgeving
Met de keuze voor deze zes thema’s sluit het convenant aan op de voor nieuwbouw relevante (maatschappelijke) transities zoals de energietransitie, grondstoffentransitie en speelt het in op de noodzaak voor een klimaatrobuuste, gezonde leefomgeving met duurzame mobiliteitsconcepten. Onderstaande tabel geeft een overzicht van de indicatoren per thema. Door alle nieuwbouwinitiatieven volgens dezelfde indicatoren te toetsen ontstaat er een level playing field binnen de provincie Utrecht. Door het toetsen op indicatoren wordt er gestuurd op prestaties en niet op maatregelen. Thema
Indicator
Toelichting
Energie
BENG 3: minimaal aandeel hernieuwbare
De BENG-eisen zijn pas sinds 1 januari 2021 wettelijk
energie (in %)
verplicht, er valt daarom nog veel over te leren over de toepassing in de praktijk. De BENG-eisen, de MPG-eis en de TOjuli-eis, zijn sterk met elkaar verbonden. Een generieke aanscherping van een eis op de ene indicator kan het moeilijk (soms onmogelijk) maken de eis op een andere indicator te behalen [8].
Circulariteit
Milieu Prestatie Gebouwen (MPG)
Een MPG-berekening is bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning verplicht [17]. De MPG-score is een versimpelde weergave van de Life Cycle Analysis van de materialen in een gebouw. Het is een berekening van verschillende milieueffecten die gezamenlijk worden uitgedrukt in euro’s maatschappelijke kosten [18]. De indicatoren voor circulariteit en de waardes van deze indicator voor ‘brons’ en ‘goud’ volgen Het Nieuwe Normaal en Het Nieuwe Normaal Excellent voor circulair bouwen van o.a. Cirkelstad [13] [12].
Circulariteit
Volumepercentage (%) van grondstoffen is
De minimale massapercentages van hernieuwbare
non-virgin of biobased
grondstoffen. De indicatoren voor circulariteit en de waardes van deze indicator voor ‘brons’ en ‘goud’ volgen Het Nieuwe Normaal en Het Nieuwe Normaal Excellent voor circulair bouwen van o.a. Cirkelstad [13] [12].
p 23
Duurzame
Laadpaalnorm (laadpaal/elektrische auto)
mobiliteit
Het stellen van ambities en het scoren op de indicatoren bij het thema duurzame mobiliteit is sterk locatieafhankelijk. Voor de indicator laadpaalnorm is gekozen om een reactief beleid als ondergrens te kiezen. Naar mate het beleid meer actief, of meer op de groei wordt uitgevoerd, lopen de ambitieniveaus op.
Duurzame
Parkeernorm
mobiliteit
Voor de indicator parkeernorm is gekozen om als ambitieniveaus te kiezen voor een aanscherping van de parkeernorm. Dit kan gedaan worden op basis van een voor het project te bepalen referentienorm.
Duurzame
Loop- en fietsroutes
mobiliteit
Voor de indicator loop- en fietsroutes is er gekozen om als ambitieniveau de Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling Almere te volgen [16].
Duurzame
Deelmobiliteit
mobiliteit
Voor de indicator deelmobiliteit is gekozen om het stimuleren van deelmobiliteit als ondergrens te kiezen. Naar mate er deelmobiliteitsconcepten voor meer procent van de bewoners wordt geëist, lopen de ambitieniveaus op.
Klimaatadaptatie – Wateroverlast
a) Waterberging privaatterrein b) Natuurlijke afwatering
De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen het convenant Klimaatadaptief Bouwen Utrecht [15]. Het basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens.
c) Waterdiepte d) Waterneutraal
Klimaatadaptatie – Droogte
a) Droogtebestendige inrichting b) Bodemdaling
De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen het convenant Klimaatadaptief Bouwen Utrecht [15]. Het basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens.
c) Vitale en kwetsbare functies
Klimaatadaptatie – Hitte
a) Schaduw b) Koele plekken
De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen het convenant Klimaatadaptief Bouwen Utrecht [15]. Het basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens.
c) Horizontale en verticale oppervlakten d) Vitale en kwetsbare functies e) Binnentemperatuur
Klimaatadaptatie – Overstromingsrisico
a) Schade voorkomen b) Schadebeperking
De indicatoren voor klimaatadaptatie volgen het convenant Klimaatadaptief Bouwen Utrecht [15]. Het basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens.
c) Schuilen en evacueren
p 24
Natuurinclusiviteit en biodiversiteit
a) Ecologische structuren b) Groenblauwe structuren c) Habitat
De indicatoren voor natuurinclusiviteit en biodiversiteit volgen het convenant Klimaatadaptief Bouwen Utrecht [15]. Het basisveiligheidsniveau zal gelden als bronzen ondergrens. Het aanscherpen van de ondergrens leidt tot de hogere ambitieniveaus.
Gezonde
% van de toegepaste materialen is vrij van
De indicatoren voor circulariteit en de waardes van deze
leefomgeving
giftige stoffen van de 'Banned list of
indicator voor ‘brons’ en ‘goud’ volgen Het Nieuwe Normaal
Chemical C2C Certified CM Product
en Het Nieuwe Normaal Excellent voor circulair bouwen van
Standard V3.0'.
o.a. Cirkelstad [13] [12].
Tabel 1 overzicht van alle indicatoren
p 25
De hieronder genoemde organisaties zijn aanwezig geweest bij één of meerdere informatie-, of verdiepende sessies of hebben inhoudelijk gereageerd op het conceptconvenant.
p 26
p 27
Het convenant Duurzame Woningbouw provincie Utrecht staat niet op zichzelf. In het kader van de ambitie voor uniformering in de bouwsector is dit convenant voor het grootste gedeelte gelijk aan het convenant Toekomstbestendige Woningbouw MRA. De samenwerking wordt tussen de regio’s actief opgezocht. De overwegingen, algemene afspraken, afspraken over het handelingsperspectief en de methodiek van het toetsingskader van beide convenanten komen, los van de regionale specificering (zoals op de regio toegespitste uitdaging in de inleiding en de verwijzing naar regionale afspraken), volledig overeen. Ondanks de grote overeenkomsten tussen beide convenanten zijn er wel regionale verschillen. Deze verschillen worden hieronder uiteengezet. In de slotbepalingen wijken de beide convenanten van elkaar af als het gaat om het aanbrengen van wijzigingen in het convenant en het algeheel eindigen ervan. In het convenant van de provincie Utrecht zijn hier twee extra bepalingen voor opgenomen, waarbij zij zich richten op hun bestuurlijke kerngroep. Binnen het toetsingskader (bijlage 1) worden dezelfde onderwerpen en indicatoren gebruikt. De corresponderende waarden in het kader die het ambitieniveau bepalen komen grotendeels overeen, maar hier zijn kleine verschillen in. De verschillende waarden zijn te vinden op de onderwerpen: •
Energie, BENG 1.
•
Duurzame mobiliteit, parkeernorm & laadpaalnorm.
Daarnaast is er in het MRA-convenant een bijlage opgenomen die richting geeft aan het proces na ondertekening van het convenant voor zowel publiek als privaat grondbezit.
p 28
Begrip
Beschrijving
BENG-norm
BENG staat voor Bijna Energie Neutrale Gebouwen. In Nederland wordt de energieprestatie voor nieuwbouw gebouwen bepaald aan de hand van 3 Beng- eisen (2021): -
De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;
-
Het maximale primair fossiel energiegebruik, eveneens in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar;
-
Energieneutraal
Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten.
Een gebouw is energieneutraal wanneer in, op of aan het gebouw evenveel duurzame energie wordt opgewekt als dat wordt gebruikt voor het gebouw gebonden energiegebruik, bij standaard klimaat en standaard gebruikersgedrag conform NTA 8800. Het betreft dus het energiegebruik voor zaken als ruimteverwarming en -koeling, ventilatie, warm tapwater en verlichting.
MPG
Milieu Prestatie Gebouw (MPG) is een berekening van milieukosten per m2 bruto vloeroppervlak per jaar. Deze kosten zijn een maat voor de milieueffecten die door het materiaalgebruik worden veroorzaakt, over de hele levensduur. De MPG-score is een indicatie van de maatschappelijke kosten die gemaakt moeten worden om de schade aan het milieu (door materiaalgebruik) te compenseren of ongedaan te maken.
Materialenpaspoort
Een materialenpaspoort bevat alle informatie die nodig is om een product in de toekomst te hergebruiken of te recycleren. Het vermeldt de gebruikte grondstoffen en componenten van producten en materiaal in het gebouw, inclusief locatie in het gebouw, prestaties (akoestische waarde, sterkte etc.), kwaliteit en hoeveelheid. Mogelijk aangevuld met aanvullende aspecten zoals demontage richtlijnen en terugname afspraken.
Biobased materiaal
Biobased materialen zijn materialen (producten) die zijn gemaakt van hernieuwbare, organische grondstoffen in plaats van fossiele grondstoffen. Hout is een voorbeeld van een biobased materiaal.
Circulariteit
Een circulaire economie is een economisch systeem dat is gebaseerd op het minimaliseren van grondstofgebruik door hergebruik van producten, onderdelen en hoogwaardige grondstoffen. Het is een systeem van gesloten kringlopen waarin producten hun waarde zo min mogelijk verliezen, hernieuwbare energiebronnen worden gebruikt en systeemdenken centraal staat” [19].
Hoogwaardige habitats
Een soort stelt eisen aan zijn biotische (alles wat leeft) en abiotische (alles wat niet leeft) omgeving om te kunnen voortbestaan. Dat noemen we de habitatseisen van die soort. Om het stedelijk gebied aantrekkelijk te maken en te houden voor soorten is het belangrijk dat tenminste aan de minimale levensvoorwaarden voldaan wordt. Met de term ‘hoogwaardige habitat’ worden die eisen van een soort bedoeld waar men redelijkerwijs op het perceel of met behulp van de directe omgeving aan kunt voldoen. Het omvat alle aspecten van de ontwikkeling van een soort die lokaal gerealiseerd kunnen worden: voortplanting en verspreiding (genenpool), woonplaats, foerageergebied en rustgebied.
p 29
[1]
“Provincie Utrecht, “Monitor Wonen Provincie Utrecht,” 11 2021. [Online].
Beschikbaar: https://monitorwonen.provincie-utrecht.nl/. [Geopend 11 2021]. [2]
Provincie Utrecht, “Groei alleen op te vangen met forse investeringen,”. [Online]. Beschikbaar: https://www.provincie-
utrecht.nl/actueel/nieuws/groei-alleen-op-te-vangen-met-forse-investeringen. [Geopend 11 2021]. [3]
“Klimaatakkoord”, Ministerie Economische Zaken en Klimaat, Den Haag, 2019. [Online].
Beschikbaar: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/06/28/klimaatakkoord/ [Geopend 11 2021]. [4]
Rijksoverheid, “Klimaatbeleid,” 2021. [Online].
Beschikbaar: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/klimaatverandering/klimaatbeleid. [Geopend 11 2021]. [5]
Klimaatakkoord.nl, “Tandje bij naar 55 procent,” 13 10 2020. [Online]. Beschikbaar:
https://www.klimaatakkoord.nl/actueel/nieuws/2020/10/13/tandje-bij-naar-55-procent. [Geopend 2021]. [6]
RVO, “Energieprestatie - BENG,” [Online]. Beschikbaar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-
ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/energieprestatie-beng. [Geopend 06 08 2021]. [7]
N. RI, “Onderzoek aanscherpingsmogelijkheden BENG-eisen,” Lente Akkoord, 2021. [Online]. Beschikbaar:
https://www.lente-akkoord.nl/uploads/2021/07/Onderzoek-aanscherpingsmogelijkheden-BENG-eisen-Nieman-RI.pdf. [Geopend 11 2021]. [8]
L. Akkoord, “Scherpere eis voor BENG 1 heeft wisselende effecten,” Zeer Energiezuinige Nieuwbouw, 2021. [Online].
Beschikbaar: https://www.lente-akkoord.nl/kennisbank/scherpere-eis-voor-beng-1-heeft-wisselende-effecten. [Geopend 11 2021]. [9]
Rijksoverheid, “Nederland circulair in 2050,”. [Online]. Beschikbaar: https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/circulaire-
economie/nederland-circulair-in-2050. [Geopend 31 08 2021]. [10]
Agenda Stad, “City Deal Circulair en Conceptueel Bouwen,” 2021. [Online]. Beschikbaar:
https://agendastad.nl/content/uploads/2021/02/Dealtekst-City-Deal-Circulair-en-Conceptueel-Bouwen-DEF-230221.pdf. [Geopend 11 2021]. [11]
Nationale Milieudatabase (NMD), “Nationale Milieudatabase Symposium 2021,” in Nationale Milieudatabase Symposium
2021, 2021. Zie ook: https://milieudatabase.nl/database/nationalemilieudatabase/ [12]
Cirkelstad, “Het Nieuwe Normaal 0.2 - Samen Versnellen,” 2021. [Online]. Beschikbaar:
https://www.cirkelstad.nl/wp3/wp-content/uploads/2021/11/Het-Nieuwe-Normaal-0.2.pdf. [Geopend 11 2021]. [13]
Cirkelstad, “Samen Versnellen: ‘het nieuwe normaal’,” [Online]. Beschikbaar: https://www.cirkelstad.nl/project/samen-
versnellen/. [Geopend 10 08 2021]. [14]
RVO, “Laadinfrastructuur voor elektrisch vervoer - EPBD III,” 2021. [Online]. Beschikbaar:
https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/epbd-iii/laadinfrastructuurelektrisch-vervoer. [Geopend 2021]. [15]
P. Utrecht, “Afspraken klimaatadaptief bouwen,” 2021. [Online]. Beschikbaar: https://www.provincie-
utrecht.nl/sites/default/files/2021-07/Afspraken%20Klimaatadaptief%20Bouwen%20Utrecht.pdf. [Geopend 2021]. [16]
G. Almere, “Leidraad duurzame gebiedsontwikkeling Almere,” Gemeente Almere, 2021. [Online]. Beschikbaar:
https://duurzaamalmere.nl/gebiedsontwikkeling/. [Geopend 11 2021]. [17]
RVO, “MilieuPrestatie Gebouwen - MPG,”. [Online]. Beschikbaar: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-
ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/milieuprestatie-gebouwen. [Geopend 10 08 2021]. [18]
S. N. MILIEUDATABASE, “Inkopen met de milieuprestatie gebouwen (MPG),”. [Online]. Beschikbaar:
https://milieudatabase.nl/wp-content/uploads/2020/11/Publicatie_Inkopen_met_MPGdef.pdf. [Geopend 11 2021]. [19]
Ellen MacArthur Foundation, “Towards the Circular Economy Vol.1 : an economic and business rationale for an
accelerated transition,”. [Online]. Beschikbaar: https://ellenmacarthurfoundation.org/towards-the-circular-economy-vol-1-aneconomic-and-business-rationale-for-an. [Geopend 11 2021]. [20]
G. Amsterdam, “Notitie Advies BENG + normering Amsterdam,” Amsterdam. [Online]. Beschikbaar:
https://bekendmakingen.amsterdam.nl/publish/pages/159981/bijlage_2_notitie_advies_beng_amsterdam_1.pdf 2020. [Geopend 11 2021].
p 30