19. Antwoord schriftelijke vragen Ekris 38 CU (geredigeerd).pdf
Tekst van het document
Aan de fractie CU Via Griffie gemeente
Verzonden
Woudenberg
op:
Zaaknr: Documentnr:
Z.351862 D.307602
Contactpersoon:
(geanonimiseerd)
Afdeling:
Fysieke leefomgeving
Bijlage(n):
Onderwerp:
Beantwoording toevoegen
Geachte
heer
der
van
van
schriftelijke vragen CU inzake berichtgeving zorgfuncties op Manege Groenewoude
in het AD
over
Linden,
Naar aanleiding van de schriftelijke vragen d.d. 24 november 2025 de berichtgeving in het AD over het toevoegen van zorgfuncties op Groenewoude, treft u hieronder onze beantwoording aan.
van
uw
fractie
over
Manege
Vraag
1 Sinds 2020 worden gesprekken gevoerd over het mogelijk maken van ontwikkelingen dit perceel om zorgfuncties toe te voegen. Is de initiatiefnemer steeds duidelijkheid verschaft over de wettelijke (on-) mogelijkheden met betrekking tot dit perceel?
op
Antwoord:
Ja,
wanneer
aangegeven
er
wat
initiatieven werden de mogelijkheden
Vraag
2
Welke
procesmatige uitgangspunten
gepresenteerd is hier altijd in meegedacht en onmogelijkheden waren.
kunnen
leiden
er
is
tot miscommunicatie?
Antwoord: Er is in dit dossier zeer uitgebreid gecommuniceerd met de tijdlijn die is verstrekt naar aanleiding van de vragen over
en
initiatiefnemer, van
de
heer
zoals blijkt uit Bessembinders
dit dossier.
Vraag
3 Er wordt gesproken over onduidelijkheid over het voorerfgebied wordt bepaald of iets een voorerfgebied of achtererfgebied is en
en
achtererfgebied. Hoe wijzigt dit in
wanneer
zijn algemeenheid? Antwoord: De bepaling bouwwerken
bepalen van het achtererfgebied, leefomgeving luidt als volgt:
voor
het
conform
bijlage
I
van
het
Besluit
het
blad 2 van 4
“Gebouwerf achter de lijn die het hoofdgebouw doorkruist op 1 meter achter de voorkant en van daaruit evenwijdig loopt met het aangrenzend openbaar toegankelijk gebied , zonder het hoofdgebouw opnieuw te doorkruisen of in het gebouwerf achter het hoofdgebouw te komen , waarbij als op een perceel meer gebouwen aanwezig zijn die noodzakelijk zijn voor het verrichten van de op grond van het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit op het perceel toegestane activiteiten of als het hoofdgebouw geen woning is , maar op het perceel wel een of meer op de grond staande woningen aanwezig zijn , voor het leggen van deze lijn bepalend is het hoofdgebouw , de woning of een van de andere hiervoor bedoelde gebouwen , waarvan de voorkant het dichtst is gelegen bij openbaar toegankelijk gebied. ” Waarbij de feitelijke situatie bepalend is voor het bepalen van de voorkant. Overigens is de discussie over de voorkant niet relevant voor de vraag of de gebouwen in het achtererfgebied staan. Bij zowel de door het college bepaalde voorkant van het hoofdgebouw als de door initiatiefnemer bepaalde voorkant van het hoofdgebouw , staan de gebouwen op het voorerf.
Vraag 4 Welke ruimte hebben we wel/niet om als gemeente met positieve grondhouding te reageren op initiatieven? Is bij dergelijke initiatieven een buitenplanse omgevingsplanactiviteit een optie? Antwoord: Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is overwogen maar niet wenselijk bevonden om de volgende redenen: -
-
-
-
-
-
-
de recreatiewoning ligt buiten de op de verbeelding aangegeven aanduiding specifieke vorm van recreatie – manege , verblijfsrecreatie en zorg; door het geven van een functieaanduiding op de verbeelding is bewust aangegeven waar verblijfsrecreatie mag worden gerealiseerd en dat dit op ruime afstand dient te zijn van de tegenoverliggende bebouwing (woongebied); het Omgevingsplan zelf biedt geen mogelijkheden om van deze regel af te wijken; in de Beleidsregels planologische Afwijkingsmogelijkheden 2025 wordt onder andere aangegeven dat afgeweken kan worden om stedenbouwkundige , verkeerskundige , of ruimtelijke overwegingen. ruimtelijk gezien is het realiseren van zowel de recreatiewoning en de mantelzorgwoning op deze locatie niet passend gezien de uitstraling en het gebruik (inclusief de buitenruimte behorende bij deze bebouwing) in de omgevingen de invloed hiervan op de tegenoverliggende woningen; de beleidsregels planologische Afwijkingsmogelijkheden 2025 geven in dit geval geen mogelijkheden om mee te werken; zijn mogelijkheden om binnen de regels van het Omgevingsplan een recreatiewoning te realiseren.
er
blad 3 van 4
-
het afwijken van de mantelzorgwoning gelden dezelfde in principe dezelfde overwegingen en ook dat het mogelijk is om binnen de landelijke regels een mantelzorgwoning in het achtererfgebied vergunningsvrij te realiseren.
voor
Het omgevingsplan zelf biedt geen mogelijkheden om van deze regels af te wijken middels een omgevingsvergunning. Er zou dus buitenplans afgeweken moeten worden. Hiervoor zijn ‘Beleidsregels planologische Afwijkingsmogelijkheden 2025’ vastgesteld. Hierin is aangegeven dat er afgeweken kan worden om stedenbouwkundige , verkeerskundige of ruimtelijke overwegingen. Ruimtelijk gezien is het realiseren van zowel de recreatiewoning en de mantelzorgwoning op deze locatie niet passend gezien de uitstraling en het gebruik (inclusief de buitenruimte behorende bij deze bebouwing) in de omgeving en de invloed hiervan op de tegenoverliggende woningen. De beleidsregels planologische Afwijkingsmogelijkheden 2025 geven in dit geval dus ook geen mogelijkheden om mee te werken. Hieraan meewerken zou betekenen dat het college afwijkt van haar afwijkingenbeleid. Daar komt bij dat de gebouwen op een andere locatie op het betreffende erf binnen de regels van het Omgevingsplan geplaatst kunnen worden. De huidige locatie van de gebouwen tussen de woning van eigenaresse en de aangrenzende nieuwbouwwijk is planologisch niet wenselijk. Het is voor eigenaresse wel mogelijk om de mantelzorgwoning en de recreatiewoning binnen de regels van het omgevingsplan te realiseren op het achtererf van het perceel.
Dit is de plek waar de conceptaanvraag voor de zorgappartementen voor was ingediend , welke aan het begin van deze brief is besproken. De keuze is nu dus aan eigenaresse of zij de gebouwen verplaatst (en een omgevingsvergunning aanvraagt voor de recreatiewoning) , dan wel verwijdert omdat legalisatie niet mogelijk is op deze locatie. Vraag 5 Gezien het feit dat dergelijk initiatieven passen bij de huidige tijd waarin (pre)mantelzorgwoningen/wooninitiatieven essentieel zijn , is het zaak te voorkomen dat dergelijke initiatieven erg tijdrovend zijn. Wat is er volgens het college nodig om duidelijkheid voorafgaand aan dit soort initiatieven te verschaffen richting de toekomst? Antwoord: Er zijn diverse mogelijkheden om een mantelzorgwoning te plaatsen , mits er aan de gestelde regels wordt voldaan. Er is aangesloten bij de landelijke regels omtrent het plaatsen van een mantelzorgwoning. Het plaatsen van een mantelzorgwoning binnen deze richtlijnen juichen wij als college van harte toe.
blad 4 van 4
Wij vertrouwen erop hiermee uw vragen voldoende te hebben beantwoord. Hoogachtend , Burgemeester en wethouders van Woudenberg
Z. D. M. van den Boogaard Secretaris
M. Jansen-van Harten Burgemeester